Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

De pompeuze miezerigheid van Leon de Winter

Eigenlijk heb ik weinig toe te voegen aan het ruwe materiaal. Het spreekt al genoeg voor zichzelf.

Een tijdje terug nam schrijver/columnist Leon de Winter het op voor zijn vriend, de in opspraak geraakte en inmiddels geschorste advocaat Bram Moszkowicz. De Winter viel vooral over een zinsnede van de Deken van de Orde van Advocaten. Deze zou gezegd hebben dat Bram Moszkowicz ‘niet intrinsiek slecht’ is. De Winter reageerde in de Volkskrant met het onderstaande artikel:

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3321713/2012/09/25/Leon-de-Winter-De-deken-heeft-Bram-Moszkowicz-retorisch-verkracht.dhtml

Leon de Winter: ‘De deken heeft Bram Moszkowicz retorisch verkracht’

Door: OPINIE – Leon de Winter −25/09/12, 07:06
© anp. Bram Moszkowicz

opinieBram Moszkowicz is niet ‘intrinsiek slecht’, zei de deken van de Orde van Advocaten. Moskowicz senior zei hetzelfde over oorlogsmisdadigers. Leon de Winter vraagt zich af of de deken in de Moszkowicz-zaak de uitzondering op de regel is.

  • Bram is beroemd, rijdt in mooie auto’s, heeft een mooie en slimme vriendin en neemt het er soms van – dus wordt hij benijd en, als het kan, verguisd.

  • Vindt Kemper Bram ook een slecht mens – zoiets als een oorlogsmisdadiger? En wil hij hem toch een beetje als mens zien?

Bram Moszkowicz is een hartelijke en trouwe vriend. Ik kan dus niet objectief zijn, ook al probeer ik dat, en afstandelijk kijken naar wat hem nu overkomt. Ik leef met hem mee – dat doe je met vrienden.

Bram ligt onder vuur van de deken van de Orde van Advocaten, en dus van een groot deel van de media. Veel mensen vinden het leuk wanneer ‘the mighty fall’. Bram is beroemd, rijdt in mooie auto’s, heeft een mooie en slimme vriendin en neemt het er soms van – dus wordt hij benijd en, als het kan, verguisd.

Die dingen die ik over Bram lees, doen me pijn. Ik kan de waarde van de opmerkingen van de deken, Germ Kemper, niet op waarde schatten. Ik weet alleen dat ik de man die ik ken, en die mijn vriend is, daarin niet herken.

Uitzonderlijk talent
Bram is een briljante advocaat. Hij heeft niet alle zaken kunnen winnen die hij heeft gedaan, maar wie hem ooit heeft zien pleiten, weet dat hij een uitzonderlijk talent is.

Kemper beweerde dat Bram niet geschikt was voor het vak van advocaat – dat was lachwekkend. Kemper zei meer gekke dingen. Daaruit proefde je de persoonlijke afkeer die hij van Bram heeft.

Naast de belastende feiten viel met name de toon op waarmee Kemper zich tegenover het Tuchtcollege meende te moeten uiten. Kemper wekte de indruk een heilige opdracht uit te voeren. Hij overdreef, beledigde, ging met zichzelf op de loop. Wat bij mij het langst bleef hangen, was Kempers opmerking dat Bram ‘niet intrinsiek slecht’ was en dat Kemper daarom slechts een half jaar in plaats van een jaar schorsing, of nog erger, eiste.

Daarover geen misverstand: een half jaar schorsing is een soort doodstraf voor een advocaat. Een half jaar of een heel jaar: het maakt de onderneming van Bram kapot. Kempers doet net of hij toch een beetje mededogen heeft, maar dat is bedrog. Hij weet wat hij doet. Brams zaak moet dicht. Bram moet eraan.

Gekke woorden
De eis van doodstraf overdekte Kemper op een gegeven moment met een laagje retorisch mededogen: Bram was ‘niet intrinsiek slecht’, zei hij. Gekke woorden in dit verband. Vreemd.

Dat ‘niet intrinsiek slecht’ bleef hangen. Waar kwamen die woorden vandaan? Waarom moest Kemper die kwijt? Was dat, ondanks de veroordelingen aan het adres van Bram, toch een aardige opmerking? Curieus om die woorden in zo’n aanklacht tegen te komen. Wat doen die woorden daar? Niet alleen bij mij vielen ze op. Ze werden overal geciteerd.

In Brams boek Liever rechtop sterven dan op je knieën leven schrijft Bram over zijn vader: ‘Zo werkte hij hard aan zichzelf, om uiteindelijk de man te worden die ondanks alles de moed en de wijsheid bezat om ons te leren ‘dat intrinsiek slechte mensen niet bestaan’.’

Zwartste zielen
Daar komt die opmerking dus vandaan. Het staat geloof ik nog twee keer in Brams boek. Brams vader gebruikte die woorden om zelfs bij de zwartste zielen nog enig licht te zien, om niet verbitterd te raken en desnoods zichzelf te misleiden door te denken dat ook bij de ergste moordenaar nog iets menselijks te vinden valt – met de moed der wanhoop projecteerde hij iets humaans op beestachtige types.

Kempers opmerking was dus helemaal niet zo aardig. In Brams boek slaat die opmerking op slechterikken die, door iemand die de hel heeft doorstaan (Brams vader), toch tot mens worden bestempeld. Het feit dat Kemper ze uit hun oorlogscontext haalde, is een gotspe. Hij is niet Brams vader, die wel het recht had om zoiets te zeggen. Kempers woorden vielen op omdat ze een karakteroordeel inhielden over iemand wiens daden als advocaat door Kemper ter discussie werden gesteld. Wel of niet ‘intrinsiek slecht’ heeft niets met Kempers aanklacht te maken. Hij is geen psychiater. Maar hij kon het niet laten ze te gebruiken. Waarom niet?

Oorlogsmisdadiger
Ik kan een paar vage verklaringen bedenken voor het feit dat Kemper, de deken van de Orde van Advocaten, Brams vader wilde citeren. Maar helemaal kom ik er niet achter. Vindt Kemper Bram ook een slecht mens – zoiets als een oorlogsmisdadiger? En wil hij hem toch een beetje als mens zien? Maar met zijn eisen wil Kemper Bram monddood en brodeloos maken – zoveel mens wil hij kennelijk niet in Bram zien.

Ik zag in Kemper een cynische man die obsessioneel achter Bram is aangegaan. Dat ‘niet intrinsiek slecht’ ervaar ik als een ontwijding van de heilige woorden van Brams vader. Kemper wist dat alleen Bram die opmerking zou begrijpen; doordat Kemper ze gebruikte, nam hij ze van Brams vader af en besmeurde hij ze door ze tegen diens zoon in te zetten. Het was een retorische verkrachting. ‘Nodeloos grievend’, heet dat in advocatenjargon.

‘Intrinsiek slechte mensen bestaan niet’, citeert Bram zijn vader in zijn boek. Ik vraag me af of Kemper de uitzondering op die regel is.

Leon de Winter is schrijver.

Tot zover de Winter in de Volkskrant. Persoonlijk denk ik dat De Winter spijkers op laag water zoekt. Bovendien heeft vooralsnog de aanklagende partij in deze kwestie gelijk gekregen. Ik wil me verder niet over de affaire Moszkowicz uitspreken en er komt wellicht nog een hoger beroep, dus misschien dat de uiteindelijke afloop een hele andere is.

Het gaat me wel om de overgevoeligheid van de Winter, of zijn schijnbare vermogen om achter de komma ‘Het Kwaad’ te deconstrueren. Maar helaas, Leon de Winter is geen Hannah Arendt, die in zowel haar verslaggeving van het Eichmannproces ( de notie van ‘De banaliteit van het Kwaad’, hoe toepasselijk, juist in deze context), als met haar ‘Het Zionisme bij nader inzien’ zich een van de belangrijkste denkers van de twintigste eeuw heeft getoond. De Winter is  een miezerige sjoemelaar, die grossiert in opportunistische  gelegenheidsargumenten. Zie het onderstaande verslag van de website van Powned:

http://www.powned.tv/nieuws/buitenland/2012/11/leon_de_winter_steriliseer_pal.html

22 november 2012-16:15

Leon de Winter: ‘steriliseer Palestijnse volk’

 

#PillarOfCloud

Grap van De Winter valt goed bij joodse solidariteitsbijeenkomst.

Leon de Winter heeft voorgesteld anticonceptiemiddelen in de watervoorziening van de Gazastrook te kieperen om het ongebreidelde voortplanten aldaar een halt toe te roepen.

De schrijver en Badr-apologeet deed zijn voorstel tot gedwongen eugenica tijdens een solidariteitsbijeenkomst van Nederlandse joden in Amsterdam gisteravond.

De toespraak van De Winter werd vanochtend uitgezonden op Radio 1.

De Winter pareerde in zijn betoog beschuldigingen van genocide aan Israelisch adres met het argument dat de bevolking van de Gazastrook enkel is toegenomen de laatste jaren.

“Misschien moeten we in het geheim een anticonceptiemiddel aan het drinkwater van Gaza toevoegen,” stelde De Winter daarop voor.

De opmerking werd met schaterlachen begroet door het publiek. Onder de bezoekers van de avond bevonden zich de Israëlische ambassadeur in Nederland, Hiam Devon, en de goedlachse SGP-lijsttrekker Kees van der Staaij.

De Winter staat bekend om zijn grote gevoel voor humor en zelfspot. Zo eiste hij in 1992 10.000 gulden schadevergoeding van oudmediaal trolforum Propria Cures, nadat het een fotosoep had gepubliceerd van De Winter in een concentratiekamp.

( Hier is het audio-fragment te beluisteren van de toespraak van De Winter, waarin hij deze uitspraak doet, waarbij opvalt dat de Winter vooral zelf erg moet lachen om zijn ‘geslaagde grap’)

Tot zover dit bericht van de site van Powned. Tja, wat moet je hiervan zeggen? Ik ben niet zo dol op het maken van vergelijkingen met de periode 40-45, maar voor Leon de Winter, die hier zelf absoluut niet vies van is, wil ik best een uitzondering maken. Stel je een bijeenkomst met  SSers voor, waarbij een spreker roept ‘we moeten iets in het drinkwater van het Getto van Warschau doen, zodat de Joden daar zich niet meer kunnen voortplanten’. En de zaal met bruinhemden brult het uit van het lachen. Ik ben persoonlijk niet zo’n fan van de schrijver Leon de Winter, maar ik twijfel er niet aan dat hij verbeeldingskracht genoeg heeft om zich dit tafereel te kunnen voorstellen.

De vergelijking met het Getto van Warschau is overigens al vaker gemaakt, bijvoorbeeld door Amos Oz, Israëls beroemdste schrijver en bovendien wel een schepper van grote literatuur.

Over de kwestie of Leon de Winter een ‘intrinsiek slecht mens ‘ is wil ik me niet uitspreken. Maar hij heeft de schijn wel tegen zich, met zulke dijenkletsers. Veel meer dan de Deken van Advocaten, die tot nu toe het juridische gelijk aan zijn kant heeft.

Floris Schreve

Lees verder het zinvolle commentaar van Abu Pessoptimist (Maarten Jan Hijmans): ‘Leon de Winters racisme en joodse organisaties die zich eens op het hoofd zouden moeten krabben’

Zie ook de gastcolumn van Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid op Abu Pessoptimist: De Winter: de genialiteit van de eenvoud  

Leon de Winter verdedigt zich op zijn website Het Vrije Westen (niet overtuigend, wat mij betreft). Zie ook deze uitzending van ‘De Kunst van het maken’ (23 november 2012), waarin de Winter zich tegenover Claudia de Brey tracht vrij te pleiten (wederom niet erg overtuigend).

 

Modern and contemporary art of the Middle East and North Africa

http://onglobalandlocalart.wordpress.com/2011/12/07/modern-and-contemporary-art-of-the-middle-east-and-north-africa-2/

الفن المعاصر في العالم العربي وإيران

Since the recent developments in Tunisia and Egypt and probably to follow in other Arab countries, even the mainstream media have noticed that in the Arab world and Iran there is a desire for freedom and democracy. While in the Western World  often reduced to essentialist clichés of the traditional Arab or the Muslim extremists the recent events show the opposite. The orientalist paradigm, as Edward Said has defined in 1978, or even the ‘neo-orientalist’ version (according to Salah Hassan), virulent since 9 / 11, are denounced by the images of Arab satellite channels like Al Jazeera. It proofs that there are definitely progressive and freedom-loving forces in the Middle East, as nowadays becomes  visible for the whole world.

Wafaa Bilal (Iraq, US), from his project ‘Domestic Tension’, 2007 (see for more http://wafaabilal.com/html/domesticTension.html )

Since the last few years there is an increasing interest in contemporary art from that region. Artists such as Mona Hatoum (Palestine), Shirin Neshat (Iran) and the architect Zaha Hadid (Iraq) were already visible in the international art circuit. Since the last five to ten years there are a number of names added, like Ghada Amer (Egypt), Akram Zaatari and Walid Ra’ad (Lebanon), Fareed Armaly and Emily Jacir (Palestine), Mounir Fatmi (Morocco), Farhad Mosheri ( Iran), Ahmed Mater (Saudi Arabia), Mohammed al- Shammerey  and Wafaa Bilal (Iraq). Most of these artists are working and living in the Western World.

Afbeelding49

Walid Ra’ad/The Atlas Group (Lebanon), see http://www.theatlasgroup.org/index.html, at Documenta 11, Kassel, 2002

Mounir Fatmi (Morocco), The Connections, installation, 2003 – 2009, see http://www.mounirfatmi.com/2installation/connexions01.html

Yet the phenomenon of modern and contemporary art in the Middle East isn’t something of last decades. From the end of World War I, when most Arab countries arose in its present form, artists in several countries have sought manners to create their own form of international modernism. Important pioneers were Mahmud Mukhtar (since the twenties and thirties in Egypt), Jewad Selim (forties and fifties in Iraq), or Muhammad Melehi and Farid Belkahia (from the sixties in Morocco). These artists were the first who, having been trained mostly in the West, introduced modernist styles in their homeland. Since that time, artists in several Arab countries draw inspiration from both international modernism, and from traditions of their own cultural heritage.

Shakir Hassan al-Said (Iraq), Objective Contemplations, oil on board, 1984, see http://universes-in-universe.org/eng/nafas/articles/2008/shakir_hassan_al_said/photos/08

Ali Omar Ermes (Lybia/UK), Fa, Ink and acryl on paper

The latter was not something noncommittal. In the decolonization process, the artists often explicitly took a stand against western colonialism. Increasing local traditions here was used often as a strategy. From the late sixties also other factors play a role. “Pan-Arabism” or even the search for a “Pan-Islamic identity” had an impact on the arts. This is obvious in what the French Moroccan art historian Brahim Alaoui  called ‘l’ Ecole de Signe’,  the ‘school of sign’. Abstract calligraphy and decorative traditions of Islamic art, were in many variations combined with contemporary abstract art. The main representatives of this unique tendency of modern Islamic art were Shakir Hassan al-Said (Iraq, deceased in 2004), and the still very active artists as Rachid Koraichi (Algeria, lives and works in France), Ali Omar Ermes (Libya, lives and works in England) and Wijdan Ali (Jordan). This direction found even a three dimensional variant, in the sculptures of the Iranian artist Parviz Tanavoli.

Laila Shawa (Palestine), Gun for Palestine (from ‘The Walls of Gaza’), silkscreen on canvas, 1995

What is particularly problematic for the development of contemporary art of the Middle East are the major crises of recent decades. The dictatorial regimes, the many wars, or, in the case of Palestine, the Israeli occupation,  have often been a significant obstacle for the devolopment of the arts. If the arts were encouraged, it was often for propaganda purposes, with Iraq being the most extreme example (the many portraits and statues of Saddam Hussein speak for themselves). Many artists saw themselves thus forced to divert in the Diaspora (especially Palestinian and Iraqi artists). In the Netherlands there are well over the one hundred artists from the Middle East, of which the majority exists of refugees from Iraq (about eighty). Yet most of these artists are not known to the vast majority of the Dutch cultural institutions and the general public.

Mohamed Abla (Egypt), Looking for a Leader, acrylic on canvas, 2006

In the present context of on the one hand the increased aversion to the Islamic world in many European countries, which often manifests itself  into populist political parties, or conspiracy theories about ‘Eurabia’ and, on the other hand, the very recent boom in the Arab world itself, it would be a great opportunity to make this art more visible to the rest of the world. The Middle East is in many respects a region with a lot of problems, but much is also considerably changing. The young people in Tunisia and Egypt and other Arab countries, who challenged their outdated dictatorships with blogs, facebook and twitter, have convincingly demonstrated this. Let us  have a look at the arts. There is much to discover.

Floris Schreve

Amsterdam, March, 2011

originally published in ‘Kunstbeeld’, nr. 4, 2011 (see here the original Dutch version). Also published on Global Arab Network and on Local/Global Art, my new blog on international art

Ahmed Mater (Saudi Arabia), Evolution of Man, Cairo Biennale, 2008. NB at the moment Mater is exhibiting in Amsterdam, at Willem Baars Project, Hoogte Kadijk 17, till the 30th of july. See http://www.baarsprojects.com/

Handout lecture ‘Modern and Contemporary art of the Arab World’

محاضرة الفن الحديث والمعاصر في العالم العربي

Diversity & Art,  Amsterdam, 17-5-2011, at the occasion of the exhibition of the Dutch Iraqi artist Qassim Alsaedy

Click on the pictures to enlarge

Short introduction on the history and geography of the modern Arab World

  • The Ottoman Empire
  • The  Sykes/Picot agreement
  • The formation of the national states
  • The Israeli/Palestinian conflict

  

                       

Ottoman Empire 1739                  Ottoman Empire 1914                   The Sykes/Picot agreement

              

The modern Middle East       The modern Arab World

                         

 Palestinian loss of land 1948-2000    The current situation (2005)

The early modernist pioneers:

            

Mahmud Mukhtar            Jewad Selim

             

Jewad Selim                    Faeq Hassan

Farid Belkahia

The ‘School of Sign’ (acc. Brahim Alaoui, curator of the  Institut du Monde Arabe, Paris):

                   

 Shakir Hassan al-Said               Ali Omar Ermes                              Rachid Koraichi

 

Other examples of ‘Arab Modernism’:

                   

  Mohamed Kacimi                           Dhia Azzawi                                   Rafik el-Kamel

The Palestinian Diaspora:

                        

Mona Hatoum                                    Laila Shawa                                       Emily Jacir

Recently emerged ‘international art’:

                                

 Walid Ra’ad/The Atlas Group           Mounir Fatmi                                     Ahmed Mater

Art and propaganda:

  • Iraq (monuments, Victory Arch, Babylon, portraits of Saddam Husayn and Michel Aflaq, the founder of the Ba’thparty)
  • Syria (portrait Havez al-Assad)
  • Libya (portrait Muammar al-Qadhafi)

      

Victory Arch                               ‘Saddam as Saladin’

                                                

Statue of Michel Aflaq                    Statue of Havez al-Assad                 Muammar al-Qadhafi

The art of the ‘Arab Spring’ in Egypt:

          

Mohamed Abla                                Ahmed Bassiony

  

Iraqi artists in the Diaspora:

 

              

Rafa al-Nasiri                             Hanaa Mal Allah                         Ali Assaf

          

Wafaa Bilal                           Halim al-Karim                         Nedim Kufi

                               

Hoshyar Rasheed                            Aras Kareem                          Ziad Haider

222012_218632921487529_100000224696132_1002776_6152992_n[1]

Qassim Alsaedy, Shortly after the War, mixed media (installation) Diversity&Art, May 2011 (see here an interview with Qassim Alsaedy at the opening-in Arabic)

Selected Bibliography

• Brahim Alaoui, Art Contemporain Arabe, Institut du Monde Arabe, Paris, 1996
• Brahim Alaoui, Mohamed Métalsi, Quatre Peintres Arabe Première ; Azzaoui, El Kamel, Kacimi, Marwan, Institut du Monde Arabe, Paris, 1988.
• Brahim Alaoui, Maria Lluïsa Borràs, Schilders uit de Maghreb (‘Painters of the Maghreb’), Centrum voor Beeldende Kunst, Gent (Belgium), 1994
• Brahim Alaoui, Laila Al Wahidi, Artistes Palestiniens Contemporains, Institut du Monde Arabe, Paris, 1997
• Wijdan Ali, Contemporary Art from the Islamic World, Al Saqi Books, London, 1989.
• Wijdan Ali, Modern Islamic Art; Development and continuity, University of Florida Press, 1997
• Hossein Amirsadeghi , Salwa Mikdadi, Nada Shabout, ao, New Vision; Arab Contemporary Art in the 21st Century, Thames and Hudson, London, 2009.
• Michael Archer, Guy Brett, Catherine de Zegher, Mona Hatoum, Phaidon Press, New York, 1997
• Ali Assaf, Mary Angela Shroth, Acqua Ferita/Wounded Water; Six Iraqi artists interpret the theme of water, Gangemi editore, Venice Biennale, 2011 (artists: Adel Abidin, Ahmed Alsoudani, Ali Assaf, Azad Nanakeli, Halim al-Karim, Walid Siti)
• Mouna Atassi, Contemporary Art in Syria, Damascus, 1998
• Wafaa Bilal (with Kari Lydersen), Shoot an Iraqi; Art, Life and Resistance Under the Gun, City Lights, New York, 2008
• Catherine David (ed),Tamass 2: Contemporary Arab Representations: Cairo, Witte De With Center For Contemporary Art, Rotterdam, 2005
• Saeb Eigner, Art of the Middle East; modern and contemporary art of the Arab World and Iran, Merrell, Londen/New York, 2010 (with an introduction of Zaha Hadid).
• Aida Eltori, Illuminations; Thirty days of running  in the Space: Ahmed Basiony (1978-2011) , Venice Biennale, 2011
• Maysaloun Faraj (ed.), Strokes of genius; contemporary Iraqi art, Saqi Books, London, 2002 (see here the presentation of the Strokes of Genius exhibition)
• Mounir Fatmi, Fuck the architect, published on the occasion of the Brussels Biennal, 2008
• Liliane Karnouk, Modern Egyptian Art; the emergence of a National Style, American University of Cairo Press, 1988, Cairo
• Samir Al Khalil (pseudonym of Kanan Makiya), The Monument; art, vulgarity and responsibillity in Iraq, Andre Deutsch, London, 1991
• Robert Kluijver, Borders; contemporary Middle Eastern art and discourse, Gemak, The Hague, October 2007/ January 2009
• Mohamed Metalsi, Croisement de Signe, Institut du Monde Arabe, Parijs, 1989 (on ao Shakir Hassan al-Said)
• Revue Noire; African Contemporary Art/Art Contemporain Africain: Morocco/Maroc, nr. 33-34, 2ème semestre, 1999, Paris.
• Ahmed Fouad Selim, 7th International Biennial of Cairo, Cairo, 1998.
• Ahmed Fouad Selim, 8th International Biennial of Cairo, Cairo, 2001.
• M. Sijelmassi, l’Art Contemporain au Maroc, ACR Edition, Paris, 1889.
• Walid Sadek, Tony Chakar, Bilal Khbeiz, Tamass 1; Beirut/Lebanon, Witte De With Center For Contemporary Art, Rotterdam, 2002
• Paul Sloman (ed.), with contributions of Wijdan Ali, Nat Muller, Lindsey Moore ao, Contemporary Art in the Middle East, Black Dog Publishing, London, 2009
• Stephen Stapleton (ed.), with contributions of Venetia Porter, Ashraf Fayadh, Aarnout Helb, ao, Ahmed Mater, Booth-Clibborn Productions, Abha/London 2010 (see also www.ahmedmater.com)
• Rayya El Zein & Alex Ortiz, Signs of the Times: the Popular Literature of Tahrir; Protest Signs, Graffiti, and Street Art, New York, 2011 (see http://arteeast.org/pages/literature/641/)

Links to relevant websites of institutions, manifestations, magazines, museums and galleries for Contemporary Art of the Middle East and North Africa:

An Impression of the lecture, 17-5-2011, Diversity & Art, Amsterdam

250411_227750580575763_100000224696132_1090743_1100372_n[1]

On the screen a work of the Iraqi artist Rafa al-Nasiri

227124_227756883908466_100000224696132_1090811_4616731_n[1]

Three times Qassim Alsaedy’s Shortly after the War

249818_227760090574812_100000224696132_1090826_234673_n[1]

226447_227759537241534_100000224696132_1090824_2881093_n[1]

In front: The Iraqi/Kurdish journalist Goran Baba Ali and Herman Divendal, director of the Human Rights Organisation for Artists AIDA (Association Internationale des Défence des Artistes)

250668_227968957220592_100000224696132_1093175_6583121_n[1]

 

230902_227751083909046_100000224696132_1090753_6697931_n[1]

Me (left) with the Embassador of Iraq in the Netherlands, H.E. Dr. Saad Al-Ali, and Qassim Alsaedy

230452_227758637241624_100000224696132_1090820_7067089_n[1]

 

Floris Schreve
فلوريس سحرافا
(أمستردام، هولندا)

photos during the lecture by Hesam Hama

Tagged with: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Lezing ‘Moderne en hedendaagse kunst van de Arabische wereld’, 17 mei 2011

محاضرة الفن الحديث والمعاصر في العالم العربي

De Handout van mijn lezing van 17-5-2011, gehouden ter gelegenheid van de tentoonstelling van Qassim Alsaedy in Diversity & Art, met toevoeging van een selectie van de afbeeldingen, die ik in mijn lezing heb besproken (klik op afbeelding voor vergrote weergave). Verder heb ik bij de namen van de meeste individuele kunstenaars een link geplaatst naar hun persoonlijke website, of naar een achtergrondartikel dat voor die kunstenaar relevant is. Voor een introductie en een literatuuroverzicht verwijs ik naar mijn bijdrage in Kunstbeeld, ook op dit blog gepubliceerd

 

Lezing moderne en hedendaagse kunst uit de Arabische wereld

Diversity & Art, 17-5-2011

 

 

Korte inleiding geschiedenis en geografie van de moderne Arabische wereld

  • ·        Het Osmaanse Rijk
  • ·        Het Sykes/Picot accoord
  • ·        De vorming van de nationale staten
  • ·        Het Israëlisch/Palestijnse conflict

       

Vroege modernisten:

     

 

De ‘School van het teken’ (naar Brahim Alaoui):

  

 

Andere voorbeelden van ‘Arabisch modernisme’:

   

Kunst van de Palestijnse Diaspora:

   

Recent opgekomen ‘internationale kunst’:

  

 

Kunst en propaganda:

    • ·        Irak (monumenten, Victory Arch, Babylon, portretten van Saddam Husayn en Michel Aflaq)
    • ·        Syrië (portret Havez al-Assad)
    • ·        Libië (portret Muammar al-Qadhafi)

     

‘Kunst van de Arabische lente’ in Egypte:

  

Iraakse kunstenaars in de Diaspora:

  

       

  

 

Floris Schreve

17-5-2011

Enkele impressies van de lezing:

225904_226418040709017_100000224696132_1077819_258475_n[1]

Ikzelf pratend achter mijn laptop (powerpointpresentatie). Achter mij het werk van Qassim Alsaedy ‘Shortly after the War’. Zittend achter mij de Iraaks Koerdische journalist Goran Baba Ali

230902_227751073909047_100000224696132_1090750_7532071_n[1]

Tweede rij links ZE Dr. Saad Al-Ali, Ambassadeur van de Republiek Irak in Nederland. Naast hem Qassim Alsaedy.

225904_226418044042350_100000224696132_1077820_644736_n[1]

225904_226418047375683_100000224696132_1077821_1237958_n[1]

 

225904_226418050709016_100000224696132_1077822_1757261_n[1]

Een dia van de kaart van het delingsplan van het Midden Oosten door Engeland en Frankrijk, eind WO I

230902_227751070575714_100000224696132_1090749_8321007_n[1]

Qassim en ikzelf, voorafgaand aan de de lezing

250411_227750580575763_100000224696132_1090743_1100372_n[1]

Op het scherm een werk van de Iraakse kunstenaar Rafa al-Nasiri

250411_227750573909097_100000224696132_1090741_6294750_n[1]

227124_227756883908466_100000224696132_1090811_4616731_n[1]

drie keer Qassims installatie Shortly after the War (de slotdia)

225904_226418054042349_100000224696132_1077823_1846445_n[1]

 

230452_227758637241624_100000224696132_1090820_7067089_n[1]

Na afloop met de Iraakse ambassadeur, nog een diplomaat van de ambassade en Qassim Alsaedy

230902_227751077242380_100000224696132_1090751_8193033_n[1]

Qassim Alsaedy met de ambassadeur en twee andere diplomaten

226447_227759537241534_100000224696132_1090824_2881093_n[1]

Goran Baba Ali met Herman Divendal (AIDA)

249818_227760090574812_100000224696132_1090826_234673_n[1]

Rechtsvoor (achter Goran Baba Ali): Brigitte Reuter (die samen met Qassim het keramische werk maakte) en Peggie Breitbarth, die eerder de tentoonstelling van Persheng Warzandegan opende

250668_227968957220592_100000224696132_1093175_6583121_n[1]

 

230902_227751083909046_100000224696132_1090753_6697931_n[1]

Floris Schreve

فلوريس سحرافا

(أمستردام، هولندا)

Foto’s bij de lezing: Hesam Hama en Frank Schreve

var addthis_config = {“data_track_clickback”:true};

Een democratische omwenteling in de Arabische Wereld? Deel 2 – 2 ثورة ديمقراطية في العالم العربي؟ جزء

Vervolg van het nieuws en artikelenoverzicht over de actuele gebeurtenissen in de Arabische wereld (zie ook deel 1)

 

January 14 Tunis protest, left, and midnight January 26 Cairo protest, right, saying “Mubarak GAME OVER” [Reuters] 

(bron http://english.aljazeera.net/indepth/features/2011/01/2011126102959606257.html)

Chronologisch overizcht van dag tot dag (op de site van de NOS): http://nos.nl/artikel/215322-chronologie-onrust-arabische-wereld.html

Voor de nieuwste ontwikkelingen, bekijk hieronder: 

Al-Jazeera English live

 

Palestinian Authority closes Al-Jazeera office

klik op bovenstaand logo

 

Inmiddels geruchtmakende documentaire van al-Jazeera uit 2007, over de rol van blogs en sociale media bij democratiseringsprocessen in de Arabische wereld en het Midden Oosten

http://www.readersupportednews.org/off-site-opinion-section/133-133/4834-the-arab-world-is-on-fire

‘The Arab World Is on Fire’

By Noam Chomsky

A common refrain among pundits is that fear of radical Islam requires opposition to democracy on pragmatic grounds. That formulation is misleading.

“The Arab world is on fire,” al-Jazeera reported on January 27, while throughout the region, Western allies “are quickly losing their influence.”

The shock wave was set in motion by the dramatic uprising in Tunisia that drove out a Western-backed dictator, with reverberations especially in Egypt, where demonstrators overwhelmed a dictator’s brutal police.

Observers compared the events to the toppling of Russian domains in 1989, but there are important differences.

Crucially, no Mikhail Gorbachev exists among the great powers that support the Arab dictators. Rather, Washington and its allies keep to the well-established principle that democracy is acceptable only insofar as it conforms to strategic and economic objectives: fine in enemy territory (up to a point), but not in our backyard, please, unless it is properly tamed.

One 1989 comparison has some validity: Romania, where Washington maintained its support for Nicolae Ceausescu, the most vicious of the East European dictators, until the allegiance became untenable. Then Washington hailed his overthrow while the past was erased.

That is a standard pattern: Ferdinand Marcos, Jean-Claude Duvalier, Chun Doo Hwan, Suharto and many other useful gangsters. It may be under way in the case of Hosni Mubarak, along with routine efforts to try to ensure that a successor regime will not veer far from the approved path.

The current hope appears to be Mubarak loyalist Gen. Omar Suleiman, just named Egypt’s vice president. Suleiman, the longtime head of the intelligence services, is despised by the rebelling public almost as much as the dictator himself.

A common refrain among pundits is that fear of radical Islam requires (reluctant) opposition to democracy on pragmatic grounds. While not without some merit, the formulation is misleading. The general threat has always been independence. In the Arab world, the United States and its allies have regularly supported radical Islamists, sometimes to prevent the threat of secular nationalism.

A familiar example is Saudi Arabia, the ideological center of radical Islam (and of Islamic terror). Another in a long list is Zia ul-Haq, the most brutal of Pakistan’s dictators and President Reagan’s favorite, who carried out a program of radical Islamization (with Saudi funding).

“The traditional argument put forward in and out of the Arab world is that there is nothing wrong, everything is under control,” says Marwan Muasher, former Jordanian official and now director of Middle East research for the Carnegie Endowment. “With this line of thinking, entrenched forces argue that opponents and outsiders calling for reform are exaggerating the conditions on the ground.”

Therefore the public can be dismissed. The doctrine traces far back and generalizes worldwide, to U.S. home territory as well. In the event of unrest, tactical shifts may be necessary, but always with an eye to reasserting control.

The vibrant democracy movement in Tunisia was directed against “a police state, with little freedom of expression or association, and serious human rights problems,” ruled by a dictator whose family was hated for their venality. This was the assessment by U.S. Ambassador Robert Godec in a July 2009 cable released by WikiLeaks.

Therefore to some observers the WikiLeaks “documents should create a comforting feeling among the American public that officials aren’t asleep at the switch”—indeed, that the cables are so supportive of U.S. policies that it is almost as if Obama is leaking them himself (or so Jacob Heilbrunn writes in The National Interest.)

“America should give Assange a medal,” says a headline in the Financial Times. Chief foreign-policy analyst Gideon Rachman writes that “America’s foreign policy comes across as principled, intelligent and pragmatic—the public position taken by the U.S. on any given issue is usually the private position as well.”

In this view, WikiLeaks undermines the “conspiracy theorists” who question the noble motives that Washington regularly proclaims.

Godec’s cable supports these judgments—at least if we look no further. If we do, as foreign policy analyst Stephen Zunes reports in Foreign Policy in Focus, we find that, with Godec’s information in hand, Washington provided $12 million in military aid to Tunisia. As it happens, Tunisia was one of only five foreign beneficiaries: Israel (routinely); the two Middle East dictatorships Egypt and Jordan; and Colombia, which has long had the worst human-rights record and the most U.S. military aid in the hemisphere.

Heilbrunn’s Exhibit A is Arab support for U.S. policies targeting Iran, revealed by leaked cables. Rachman too seizes on this example, as did the media generally, hailing these encouraging revelations. The reactions illustrate how profound is the contempt for democracy in the educated culture.

Unmentioned is what the population thinks—easily discovered. According to polls released by the Brookings Institution in August, some Arabs agree with Washington and Western commentators that Iran is a threat: 10 percent. In contrast, they regard the U.S. and Israel as the major threats (77 percent; 88 percent).

Arab opinion is so hostile to Washington’s policies that a majority (57 percent) think regional security would be enhanced if Iran had nuclear weapons. Still, “there is nothing wrong, everything is under control” (as Marwan Muasher describes the prevailing fantasy). The dictators support us. Their subjects can be ignored—unless they break their chains, and then policy must be adjusted.

Other leaks also appear to lend support to the enthusiastic judgments about Washington’s nobility. In July 2009, Hugo Llorens, U.S. ambassador to Honduras, informed Washington of an embassy investigation of “legal and constitutional issues surrounding the June 28 forced removal of President Manuel `Mel’ Zelaya.”

The embassy concluded that “there is no doubt that the military, Supreme Court and National Congress conspired on June 28 in what constituted an illegal and unconstitutional coup against the Executive Branch.” Very admirable, except that President Obama proceeded to break with almost all of Latin America and Europe by supporting the coup regime and dismissing subsequent atrocities.

Perhaps the most remarkable WikiLeaks revelations have to do with Pakistan, reviewed by foreign policy analyst Fred Branfman in Truthdig.

The cables reveal that the U.S. embassy is well aware that Washington’s war in Afghanistan and Pakistan not only intensifies rampant anti-Americanism but also “risks destabilizing the Pakistani state” and even raises a threat of the ultimate nightmare: that nuclear weapons might fall into the hands of Islamic terrorists.

Again, the revelations “should create a comforting feeling—that officials are not asleep at the switch” (Heilbrunn’s words)—while Washington marches stalwartly toward disaster.

© The New York Times Syndicate

 

http://www.independent.co.uk/opinion/commentators/fisk/robert-fisk-mubarak-will-go-tomorrow-they-cried-as-rocks-and-firebombs-flew-2203896.html

Robert Fisk: ‘Mubarak will go tomorrow,’ they cried as rocks and firebombs flew

 

In Cairo’s Tahrir Square, our writer hears protesters’ hopes of forcing rapid change

 Robert Fisk, The Independent, 4 Febr. 2011

From the House on the Corner, you could watch the arrogance and folly yesterday of those Egyptians who would rid themselves of their “President”. It was painful – it always is when the “good guys” play into the hands of their enemies – but the young pro-democracy demonstrators on the Tahrir Square barricades carefully organised their Cairo battle, brought up their lorryloads of rocks in advance, telephoned for reinforcements and then drove the young men of Hosni Mubarak back from the flyovers behind the Egyptian Museum. Maybe it was the anticipation that the old man will go at last today. Maybe it was revenge for the fire-bombing and sniper attacks of the previous night. But as far as the “heroes” of Egypt are concerned, it was not their finest hour

The House on the Corner was a referee’s touchline, a house of late 18th century stucco with outer decorations of stone grapes and wreaths and, in the dank and derelict interior, a broken marble staircase, reeking cloth wallpaper and wooden floors, groaning under bag after bag of stones, all neatly broken into rectangles to hurl at the accursed Mubarakites. It was somehow typical that no one knew the history of this elegant, sad old house on the corner of Mahmoud Basounee Street and Martyr Abdul Menem Riad Square. It even had a missing step on the gloomy second floor with a 30ft drop that immediately brought to mind the staircase in Stevenson’s Kidnapped, and its vertiginous drop illuminated by lightning. But from its crumbling balconies, I could watch the battle of stones yesterday and the brave, pathetic attempts of the Egyptian army to contain this miniature civil war, preceding, as it does, another Sabbath day of prayers and anger and – so the protesters happily believe yet again – the very final hours of their accursed dictator. The soldiers manoeuvred through the field of rocks on the highway below, trying to position two Abrams tanks between the armies of stone throwers, four soldiers waving their hands above their heads – the Egyptian street sign for “cease fire”.

Related articles

It was pathetic. The army needed 4,000 troops here to stop this battle. They had only two tank crews, one officer and four soldiers. And the forces of democracy – yes, we have to introduce a little cynicism here – cared nothing for the forbearance of the soldiers they have been trying to woo. They formed in phalanxes across the road outside the Egyptian Museum, each holding a shield of corrugated iron, many of them shouting “God is Great”, a mockery of every Hollywood Roman legion, T-shirts instead of breastplates, clubs and the police night-sticks of Mubarak’s hated cops instead of swords. Outside the House on the Corner – cheerfully telling me it belonged to anyone – stood a man holding (believe me, reader) a 7ft steel trident. “I am the devil,” he cheerfully roared at me. This was almost as bad as the horse and camel attack by the Mubarakites on Wednesday.

Five soldiers from another unit seized a tray of Molotov cocktails from the house next door – Pepsi bottles are clearly the container of choice – but that constituted the entire military operation to disarm this little freedom militia. “Mubarak will go tomorrow,” they screeched; and then, between the two tanks, at their enemies 40ft away, “Your old man is leaving tomorrow.” They had been encouraged by all the usual stories; that Barack Obama had at last called time on Mubarak, that the Egyptian army – recipients of an annual $1.3bn aid – was tired of being humiliated by the President, infuriated by the catastrophe that Mubarak had unleashed on his country for a mere nine more months of power.

This may be true. Egyptian friends with relatives among the officer corps tell me that they are desperate for Mubarak to leave, if only to prevent him issuing more orders to the military to open fire on the demonstrators.

But yesterday, it was Mubarak’s opponents who opened “fire”, and they did so with a now-familiar shock of stones and iron hub-caps. They crashed on to the Mubarak men (and a few women) on the flyover, ricocheted off the top of the tanks. I watched their enemies walk – just a few of them – into the road, the rocks crashing around them, waving their arms above their heads in a sign of peace. It was no use.

By the time I climbed down that dangerous staircase, a lone Muslim imam in a white turban and long red robe and an absolutely incredible – distinguished may be the correct word – neatly combed white beard appeared amid the stones. He held a kind of whip and used it to beat back the demonstrators. He, too, stood his ground as the stones of both sides broke around him. He was from those who would rid themselves of their meddlesome President but he, too, wanted to end the attack. A young protester was hit on the head and collapsed to the ground.

So I scampered over to the two tanks, hiding behind one of them as it traversed its massive gun-barrel 350 degrees, an interesting – if pointless – attempt to show both sides that the army was neutral. The great engines blasted sand and muck into the eyes of the stone throwers, the whining of the electrical turbine controlling the turret adding a state-of-the-art addition to the medieval crack of rocks. And then an officer did jump from the turret of one behemoth and stood with the imam and the lead Mubarakites and also waved his arms above his head. The stones still clanged off the highway signs on the flyover (turn left for Giza) but several middle-aged men held out their arms and touched each other’s hands and offered each other cigarettes.

Not for long, of course. Behind them, in the square called Tahrir, men slept beneath the disused concrete Metro vents or on the mouldy grass or in the stairwells of shuttered shops. Many wore bandages round their heads and arms. These wounds would be their badges of heroism in the years to come, proof they fought in the “resistance”, that they struggled against dictatorship. Yet not one could I find who knew why this square was so precious to them.

The truth is as symbolic as it is important. It was Haussmann, brought to Egypt by Ismail under notional Ottoman rule, who built the square as an Etoile modelled on its French equivalent, laid over the swamps of the regularly flooded Nile plain. Each road radiated like a star (much to the chagrin, of course, of the present-day Egyptian army). And it was on the Nile side of “Ismailia” square – where the old Hilton is currently under repair – that the British later built their vast military Qasr el-Nil barracks. Across the road still stands the pseudo-Baroque pile in which King Farouk maintained his foreign ministry – an institution which faithfully followed British orders.

And the entire square in front of them, from the garden of the Egyptian Museum to the Nile-side residence of the British ambassador, was banned to all Egyptians. This great space – the area of Tahrir Square today – constituted the forbidden zone, the land of the occupier, the centre of Cairo upon which its people could never set foot. And thus after independence, it became “Freedom” – “Tahrir” – Square; and that is why Mubarak tried to preserve it and that is why those who want to overthrow him must stay there – even if they do not know the reason.

I walked back last night, the people around me hopeful they could endure the next night of fire-bombs, that today will bring the elusive victory. I met a guy called Rami (yes, his real name) who brightly announced that “I think we need a general to take over!” He may get his wish.

As for the House on the Corner, well, Mahmoud Basounee Street is named after an Egyptian poet. And the stone-battered sign for the Martyr Abdul Menem Riad attached to the House on the Corner honours a man whose ghost must surely be watching those two tanks under the flyover. Riad commanded the Jordanian army in the 1967 Six Day War and was killed in an Israeli mortar attack two years later. He was chief of staff of the Egyptian Army.

 

 

http://worldwidetahrir.wordpress.com/:

worldwidetahrir

One Tahrir Square in every city

World Wide Tahrir

Every city in the world will have its Tahrir Square!

We won’t free the embassies till Mubarak leaves!

Join us in a world wide sit-in on your nearest egyptian embassy and show Egyptians that the whole world is supporting them.

 

From Friday 4th Feb at 20:00 local time in your city(!!!), till Mubarak leaves

 

http://blogs.aljazeera.net/node/3164

Live blog Feb 4 – Egypt protests

By Al Jazeera Staff in
  • on February 3rd, 2011.
    Photo by EPA

    From our headquarters in Doha, we keep you updated on all things Egypt, with reporting from Al Jazeera staff in Cairo and Alexandria.  Live Blog: Jan28Jan29Jan30Jan31Feb1 – Feb2Feb3 – Feb4

    The Battle for EgyptAJE Live StreamTimelinePhoto GalleryAJE Tweets – AJE Audio Blogs 

    (All times are local in Egypt, GMT+2)

    6:05pm Al Jazeera continues to bring you the latest from Cairo and Alexandria. Crowds continue to defy the curfew.

    File 5121

    6:01pm Media in Montenegro is reporting that Hosni Mubarak may find exile in their country, and that his son and close personal friends are preparing things for him to arrive there. Montenegro is where deposed Thai prime minister, Thaksin Shinawatra, sought refuge.

    5:47pm Al Masry Al Youm, the largest independent newspaper in Egypt, says that security forces have broken into the headquarters of the Muslim Brotherhood website and arrested 12 journalists working on the site.

    5:38pm Latest audio report from Al Jazeera’s web producer in Cairo.

    5:31pm Crowds halt the chanting and pray together in Tahrir Square.

    5:22pm Video on Youtube showing a young boy in Alexandria leading a large group of pro-democracy protesters. Al Jazeera cannot verify the authenticity of the video.

    5:17pm Hundreds of thousands of people still protesting in Cairo and many other cities across the country, all defying the curfew that is still in place.

    5:13pm First gunshots for the day just heard and pro-democracy protesters cheer as army arrests suspected Mubarak loyalists near Tahrir Square.

    4:37pm Inside Tahrir Square there are tens of thousands of people – same diverse crowd as the Tuesday demonstration, many women and children, old and young, Muslims and Copts. Many more people crossing over via Qasr al-Nile bridge.

    4:30pm Al Jazeera reporter in Alexandria says that under-cover police officer was captured after the afternoon prayers – some pro-democracy protesters have made sure that he was not injured by anyone.

    File 5081

    4:28pm Robert Fisk’s latest ‘Mubarak will go tomorrow,’ they cried as rocks and firebombs flew”.

    4:23pm Senior military officer in limosine being driven around military positions near #Tahrir Square, talking to soldiers.

    4:10pm Reports that group of Mubarak loyalists has grown to over 500 now. However, the situation remains largely peaceful and somewhat joyous since Friday prayers. A reader sent in this pic:

    File 5061

    3:51pm Al Jazeera issues a statement condeming the “gangs of thugs” that stormed their office in Cairo. The office has been burned along with the equipment inside it. 

    It appears to be the latest attempt by the Egyptian regime or its supporters to hinder Al Jazeera’s coverage of events in the country…

    It appears to be the latest attempt by the Egyptian regime or its supporters to hinder Al Jazeera’s coverage of events in the country.

    In the last week its bureau was forcibly closed, all its journalists had press credentials revoked, and nine journalists were detained at various stages. Al Jazeera has also faced unprecedented levels of interference in its broadcast signal as well as persistent and repeated attempts to bring down its websites.

    We are grateful for the support we have received from across the world for our coverage in Egypt and can assure everyone that we will continue our work undeterred.

    3:45pm International attention remains hooked on the uprisings in Tunisia and now Egypt, but Nic Dawes, Editor of South Africa’s Mail & Guardian says there “has been little focus on the African dimension of these uprisings”.

    There are certainly countries – not least among those close to Egypt – that could do with broad-based civil movements against authoritarianism. Chad is perhaps the most benighted, but the depth of its isolation and tyranny are such that it is difficult to imagine a people-power movement succeeding.

    and its increasingly authoritarian president, Meles Zenawi? Or Uganda, where Yoweri Museveni is consolidating his grip on power? Or Angola, where oil revenues fatten the ruling elite and human development stalls? Or Zimbabwe? Or any of the pseudo-democracies that dot the continent”
     
    What about Ethiopia
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

    Elsewhere in the Mail & Guardian, online Editor Chris Roper asks if Twitter will save Africa, while blogger Khadija Patel warns that South Africans are failing “to give voice to that facet of the South African experience that strongly resonates with the Egyptians and Tunisians”.

    A demonstration was held today at the Egyption embassy in Pretoria. (Source)

    3:43pm Al Jazeera reporters say that numbers of Mubarak-loyalists on the 6th of October bridge has increased to over 300 now. An army tank has moved position to confront them.

    3:25pm Mondoweiss, a news website focused on American foreign policy in the Middle East, shows this interesting graph comparing Al Jazeera traffic to The New York Times.

    3:12pm At least 200 pro-Mubarak loyalists are on the 6th of October bridge just outside Tahrir Square in Cairo.

    3:10pm Al Jazeera’s reporter in Alexandria sent through this picture from the protests there. Thousands of men and women are still streaming in to join the already large crowds.

    2:35pm Reports coming in that Al Jazeera’s Arabic office in Cairo has been stormed and thrashed by unknown men. More information to follow.

     
    1.45pm: Amr Moussa, the Arab league chief, is attending the rally in Tahrir Square.
    1:30pm: About 3,000 people demonstrate in support of President Mubarak in the Mohandiseen district in Giza, adjacent to Cairo.
    1:14pm: Our correspondent in Cairo says pro-Mubarak gangs are not visible at all in the streets and that the army has taken extensive measures to secure the demonstration. She says imams, speaking in mosques today, have called for calm and praised the role of the army as it is working to prevent violence. 
      We are showing live pictures from both Alexandria and Cairo – click here
    12:53pm: Prayers are over and the masses, hundred thousands of people, are chanting “We won’t go until he leaves”.
    Yesterday, NevineZaki posted this picture on Twitter, saying it shows Christians protecting those praying in Tahrir Square amid violence between protesters and Mubarak supporters. She wrote “Bear in mind that this pic was taken a month after z Alexandria bombing where many Christians died in vain. Yet we all stood by each other”
    Tahrir Square, Thursday
    12:35pm: Our correspondent in Alexandria says tens of thousands of people have gathered in the centre of Alexandria. He says Christians and others not performing Friday prayers have formed a “human chain” around those praying to protect them from any potential disruptions.
    12:26pm: Friday prayers at Tahrir Square now. The sermon preceding it called for release of political prisoners and constitutional amendments.
    12:22pm: Our correspondent in Cairo says people away from the main protest area are stying inside, fearing violence. She quotes one person as saying “I can’t even trust my neighbour anymore, nowadays you never know who is supporting who.”
    12:08pm: Reports say supporters of President Mubarak are still gathering around Tahrir Square.

    Tanks and soldiers guard the entrance to the US embassy near Tahrir Square [EPA]

    11:36am: An AFP photographer says Defence Minister Tantawi has addressed the crowd in Tahrir Square, surrounded by soldiers, who called on the protesters to sit down.

    “The man [Mubarak] told you he won’t stand again,” Tantawi said, referring to the president’s announcement that he will not seek re-election in polls to be held this autumn. Tantawi also repeated a call from the Egyptian government for the Muslim Brotherhood, the country’s biggest opposition group, to join a dialogue with the government.

    Photo by AFP

    11:28am: Protester Aida El-Kashes, on the phone from Tahrir Square, describes the situation there as calm and safe. She says all entrances to the square except the one near the Egyptian museum are open and people are getting in. The thousands of protesters who have been through the past days violence together now have bounds to each other “as a big family”, she says..

    11:08am: Our reporter in Tahrir Square says protesters are checking the ID’s of people entering the area to make sure no members of the police or other security services are getting in (Egyptian IDs mention the person’s profession). She says the protesters are very welcoming to journalists.

    11:02am: Our correspondent says tens of thousands of people have gathered in Tahrir Square, and many more are expected after Friday prayers.

    10:50am: Egypt’s defence minister is visiting Tahrir Square today, a ministry source tells Reuters. “Field Marshal [Mohamed Hussein] Tantawi and leaders of the armed forces are currently in Tahrir Square,” the source is quoted as saying.

    10:35am: A number of European leaders are meeting at the EU headquarters in Brussels, discussing the situation in Egypt. Al Jazeera’s Laurence Lee, covering the summit, says what happens in the EU with regards to Egypt mirrors what happened in the United States: “They were quite lukewarm to begin with … but now just like the Obama administration, they are saying that there needs to be immediate transition to democracy in Egypt in a smooth manner.”

    10:09am: Our correspondent at Tahrir Square says soldiers are preventing people from getting into Tahrir Square from at least one of the entry points. 

    10:01am: More from our web producer in Cairo: “About 65 soldiers stationed around 6th of October bridge and the museum, wearing riot gear. Limiting access to Corniche, etc.”

    9:55am: The website World Wide Tahrir calls for sit-ins to be held at Egyptian embassies “from Friday 4th Feb at 20:00 local time in your city(!!!), till Mubarak leaves”

    9:50am: Our web producer in Cairo writes on Twitter: “Egyptian state TV reporting that one of its crews was attacked in Tahrir Square. Amusing thought, but is it true? Could be propaganda.”

    9:45am: The editor-in-chief of Ikhwan online, the official website for the Muslim Brotherhood in Egypt, says police and “thugs” have attacked Cairo International Media Center.

    9:03am: One of our correspondent just wrote on Twitter: “Festive and Celebratory atmosphere that marked the days of the protest b4 Pro-mubarak peeps attacked is back in #tahrir”

    And, about 20 minutes ago, another of our reporters wrote: “Dozens of police trucks in side streets around Pres Palace.Yes thats right police!Haven’t seen them in a while.”

    8:59am: Mohammed al-Beltagi, a leading member of the Muslim Brotherhood, tells Al Jazeera that his movement has no ambitions to run for the Egyptian presidency.

    8:29am: Our correspondent writes on Twitter: “by 7am friday: chants of ‘get out’ ‘invalid’ ‘leave’ resonating louder than ever this time of day”

    8:21am: Salma El Tarzi, a protester in Tahrir Square, tells Al Jazeera over the phone that the moral in the square is high and the atmosphere cheerful, “like a festival”,  with thousands of people arriving.

     

    8:01am: The curfew has now been lifted and protests are due to start at noon, after Friday prayers.

    7:53am: Mona Seif, an Egyptian activist, just posted this picture from Tharir Square this morning.

    7:45am: The Guardian has great pictures of protesters putting on makeshift helmets during yesterday’s clashes. Cardboard, buckets and plastic soda bottles were used to deflect the stones.

    7:03am: Our producer says there appears to be a security build-up at Tahrir Square, with troops in riot gear standing next to tanks at the outskirts of the square.  

    6:55am: Watch our video wrapping up yesterday’s events

    6:15am: Our reporter in Tahrir Square says there is an “easy calm” in Tahrir Square, as protesters prepare for renewed protests on what they call “the day of departure” for President Mubarak.

    6.02am: The New York Times reports that the US administration is in talks with Egyptian officials over a proposal for President Hosni Mubarak to resign immediately, turning over power to a transitional government headed by Vice- President Omar Suleiman. The White House has not confirmed the report.

    3:23am Anti-Mubarak protester Nadine Shams tells Al Jazeera that protesters are trying to gear up for Friday’s protests while securing Tahrir Square and keeping themselves safe. She tells us that protesters fear being attacked by armed men again.

    2:49am Here’s another video from Egypt’s “Day of Rage” on January 28 shows a vehicle ploughing over protesters. The person who posted the cilp claims it is a diplomatic vehicle that “ran over more than 20 people” but we can’t verify these details at this time.

     
     
    2:14am  One of our Web producers notes that loudspeakers inside Tahrir Square are playing loud, old-school patriotic Egyptian songs. People are clapping along.
    2:08am Anti-Mubarak activist Mona Souief tells Al Jazeera that people feel that they are “past the worst.” and that if protesters could make it past the violence of the past 24 hours, than they could persevere.
    2:01am  Egyptian state television claims that some anti-Mubarak protesters are asking to be able to pass the barricades and leave Tahrir Square, and that that the Egyptian army has indicated that it’s ready to help protesters leave the square. 
     
     
     
     
     
     
     

     

    But Al Jazeera Arabic contacted some protesters, who have have denied the reports carried on Egyptian television. 

    1:26am Aida Seif El Dowla, founder of the El Nadim Center tells Al Jazeera how a sister organisation, the Hisham Mubarak Law Center, a prominent legal aid group providing help to anti-government protesters , was raided on Thursday, with its staff of five, along with 25 volunteers, being detained.

    Since early in the morning, the area … was full of thugs, who randomly rounded up people from the streets and them people in microbuses and just took them away, God knows where. And then we heard that the army had surrounded the Hisham Mubarak Law Centre, and then we heard that thugs were surrounding the Hisham Mubarak Law Centre, and they’re not allowing people to enter or to leave the building. And then we heard that the army – the military police – they went up into the centre, broke into it, took the equpment, took the computers, took some of the files, removed some of the sim cards from the mobile phones …

    When asked if she knew where her colleagues were being kept, al Dowla said,

    We don’t know. We don’t know. The fact that they have been taken by the military police means that probably being kept in some military place, not the normal police stations, depending on where they have been detained from, and so we have no access to those people, we have no knowledge of whether or not they are safe. … we have absolutely no idea where they are.

    She said among those detained are representatives of Amnesty International and Human Rights Watch, along with several bloggers.

    1:02am AJE correspondent reports that live shots will resume as soon as it is safe to do so, as journalists with cameras are being targeted.

    12:20am Charter evacuation flights are landing all around the world as foreigners, fearing for their safety, leave Egypt.

    12:16am Our live blog on the Battle for Egypt begins now and will continue for the rest of the day.

    http://english.aljazeera.net/focus/2011/02/201121165427186924.html

    The Arab world’s 1989 revolution?

     

    As protests sweep Arab nations and reach fever pitch in Egypt, are we seeing a revolution of Soviet bloc proportions?

     

    Jacqueline Head Last Modified: 02 Feb 2011 09:04 GMT
    The fall of the Berlin Wall symbolised the end of oppressive communist regimes across eastern Europe [GALLO/GETTY] 

    Days of mass protests in Egypt have escalated dramatically with estimates of one million people descending on Tahrir square in central Cairo, in a bid to oust the country’s long-term president.

    Opposition groups are hoping that the numbers out on the streets will persuade Hosni Mubarak to realise that he no longer holds popular support in Egypt.

    But the action in Egypt is being seen as part of a wider movement, a so-called “Arab revolution”, following a wave of protests in Tunisia, Lebanon and Yemen.

    In Jordan on Tuesday King Abdullah sacked his government in the wake of demonstrations there.

    The ripple effect, described by one commentator as the “wave of democracy finally crashing on the North African shore”, has led to comparisons with the protest movement across Eastern Europe in 1989 that spelt the demise of communism and eventually the Soviet Union.

    Demand for reform
     
    When Polish people voted in their first free elections more than two decades ago and formed the Soviet bloc’s first non-communist government, it helped spark a chain of events across the region.
    Hungary also played an early role, abolishing the people’s republic and cutting down its fortified border with Austria, allowing hundreds of East Germans to cross through.
    Two revolutions swiftly followed in Czechoslovakia and Romania. The “Velvet Revolution” in November 1989 saw hundreds of thousands of peaceful protesters take to the streets in Prague until the Communist party was dissolved to make way for democracy.
    Opposition movements in Romania saw a more bloody end, with the president Nicolae Ceausescu and his wife Elena shot by firing squad following 10 days of violent protest.
     
     
     
     
     
     

     

      In pictures: ‘Day of Anger’
      Update: Egypt protests
      Unrest in social media
      Debate: First Tunisia, now Egypt?
      Can Egyptians revolt?
      Egypt’s protests on Twitter
      Pictures: Anger in Egypt

    The year’s events were epitomised by the collapse of the Berlin Wall, a symbol of oppression to many, and over the next two years, communist regimes fell in the Balkans and the Soviet Union.

    While the situation in Egypt and other Arab nations is far from over, experts and commentators have drawn some parallels between the two eras.

    “The way they started – the demand for reform, democracy and the mass protests in terms of sweeping movements – are similar characteristics,” Tony Saunois, secretary of the Committee for Workers International based in London, told Al Jazeera.

    A number of other factors, including the failure of government to keep spirits up amid economic hardship, can also be compared with what happened in eastern Europe when people realised the new system was not working, Edward Lucas, author of The New Cold War and international editor of The Economist, said.

    “The regimes lost their soft power – it’s not more fun, or prosperous, under their rule,” he told Al Jazeera.

    Another parallel is that “the climate of fear has ebbed and people no longer believe that the regime is willing to kill”.

    Lack of a superpower

    But while some point to the domino effect that spread across eastern Europe as being similar to the way protests and uprising are moving across the Arab world, there are also some distinct differences.

    “In 1989 there was an implosion of a social system that was based on a centralised system. The Arab world doesn’t have that,” Saunois says.

    “They do have state control in terms of political oppression, but … the social basis they rest on, capitalism, is different.

    “The international consequences of 1989 were also different. One of them was the pushing back of Socialism – that’s not going to be replicated by the movement in the Arab world when you’ve got a world economic recession.”

    The lack of backing by a major superpower also indicates a clear divide between the two, while the US strongly supported pro-democracy movements in Europe it has been more ambivalent about the protesters in Egypt.

    ‘More Turkey than Iran’

    With the situation still open in Egypt, there are also questions as to what political movement will emerge as the strongest once, if and when, Mubarak bows out as leader.

    George Joffe, lecturer at the Centre for International Studies at Cambridge University, says no one yet knows what the future holds for Arab states.

    “In the Arab world there’s an underlay of commonality about what’s happening, but it’s a sociological one rather than a political one,” he told Al Jazeera. 

    “The real demand of the people is simple – to be free of oppression. But what’s not clear is if they can agree on what the future can be”George JoffeUniversity of Cambridge

    “We are not seeing any ideology destroyed, and in the Arab world there’s not one ideology, there’s many.”

    He said many former Soviet states were quick to install democractic adminstrations partly because some had previously held them, such as Czechoslovakia, but also because they were part of the wider “European experience”.

    “But it’s interesting to note that when you moved further east, to Belarus, to Russia, then there wasn’t such enthusiam for the democratic model.”

    Joffe adds a word of caution when comparing the situation of 1989 to the present Arab revolt, because “each country is separate”, with different relations between the military, the government and opposition groups.

    “The real demand of the people is simple – to be free of oppression. But what’s not clear is if clear is if they can agree on what the future can be.

    “We’re standing at a very uncertain moment. There’s going to be change. No regime is going to be able to engage in the kind of oppression that we’ve seen before. But it doesn’t mean we won’t still see more autocratic regimes in the future.”

    Some media outlets have highlighted concern that the uprising in Egypt could pave the way for an Iranian-style Islamic movement to seize power, but it is a suggestion quickly squashed by academics.

    Omar Ashour, a lecturer in Arab politics at the University of Exeter in Britain, told Al Jazeera “the main group of persons in Egypt are young men who are disenchanted, who are pushing for a democratic society”.

    “Most of the ones leading the Islamic groups are less well organised but they don’t want to confront the government and they did not support this revolution in the beginning.

    “So even if they took power, we might more or less see something that is similar to Turkey rather than Iran.”

    ‘End to tyranny’

    Despite the differences, there are some lessons from history the Egyptian people may be willing to take home with them.

    Lucas says protesters fighting for democracy across the Arab world should beware the “shape-shifting of clever people in the regime”.

    “A lot of old communists came back in old guises – if you look around eastern Europe now many people in power had careers that flourished in the communist era,” he said, adding that the old KGB used their connections and influence to regain power under the new regime.

    Another lesson to be learnt from history, he said, is that “revolution doesn’t always mean democracy”, as illustrated by uprisings in Central Asia and Azerbaijan.

    But Ashour is more optimistic.

    “We are seeing already Al Jazeera has been cut from the Arab world that shows how fragile the situation is.

    “I think this will be the beginning of the Arab spring and the end of an ugly era of brutality and tyranny,” he said.

     

    Via de site van Stan van Houcke stuitte ik op dit artikel uit Le Monde Diplomatique dat wel heel raak de situatie samenvat (http://mondediplo.com/2011/02/01impossible ):

    The Arab wall begins to fall

    The impossible happened

    <!–Friday 4 February 2011[, by –>

    by Serge Halimi

    Political leaders often claim a situation is so complex that any attempt to change it would be disastrous. This is not always the case. After 9/11, President George Bush offered a clear choice: “Either you are with us or you are with the terrorists.” According to President Sarkozy, the choice in Tunisia was between a friendly dictator and “a Taliban-type regime in North Africa” (1). This suits both sides: a dictator can claim to be the last bastion against militant Islam, and the Islamists can claim that they alone oppose the dictator.

    But if there is a social or democratic movement, and new players, the scenario suddenly changes. The embattled authorities look out for subversive activity among the protesters. If they find it, they exploit it. If not, they invent it.

    In an interview with the Tunisian ambassador to Unesco, Mezri Haddad, on 13 January (the day before Zine al-Abidine Ben Ali fled), the opposition leader Nejib Chebbi criticised “development in which low pay provided the only comparative advantage in international competition” and “provocative displays of illicit wealth in the cities”, and claimed that “the people are all against the regime” (2). Haddad responded: “The people will ransack your fine house in La Marsa, that is what people do in societies where there is no fear of the police … Ben Ali saved Tunisia from the fanatics and fundamentalists in 1987… He must remain in power, come what may, because the country is under threat from the fanatics and their neo-Bolshevik allies.”

    A few hours later, Haddad called on the man who “saved Tunisia” to stand down. On 16 January, Chebbi became the new minister for regional and local development. Revolution in Arab nations is rare but rapid. Less than a month after Mohamed Bouazizi’s suicide drew attention to the grievances of unemployed graduates, the Trabelsi family houses in Carthage had been seized, political prisoners had been released and Tunis was full of peasants demanding the abolition of privileges.

    The historic events in Tunis had a familiar, French Revolutionary feel. A spontaneous movement spreads, widely diverse social strata are brought together, absolutism is vanquished. At which point, there are two alternatives left: take your winnings and leave, or double your stakes. Generally, one section of society (the liberal bourgeoisie) tries to stem the flood; another (peasants, employees in dead-end jobs, unemployed workers, poor students) backs the tide of protest, in the hope that the ageing autocracy and the monopolists will be swept away. Some of the protestors, especially the young, do not want to have risked their lives so that others, less daring but better placed, can use the protests to their own advantage. The social system survives, minus the police and the mafia.

    Extending opposition to dictatorship in the person of the Ben Ali family to opposition to economic domination by an oligarchy would not suit the tourists, the money markets or the International Monetary Fund. The only freedom they want is for tourists, trade and movement of capital. Moody’s rating agency naturally downgraded Tunisia’s bond ratings on 19 January, citing “political instability and uncertainties caused by the collapse of the previous political regime”.

    France’s outstretched hand

    Cairo, Algiers, Tripoli, Beijing and western chanceries were equally unenthusiastic. As mainly Muslim crowds called for liberty and equality, France had its own interpretation of the compatibility of democracy with Islam, offering Ben Ali’s failing regime “the expert assistance of our security forces”. Ruling oligarchies, Muslim, secular and Christian, always close ranks at any public unrest. The former Tunisian president claimed to support secularism and women’s rights against fundamentalism, his party was a member of the Socialist International, yet he fled. To Saudi Arabia of all places.

    Imagine the outcry if police had opened fire on demonstrators in Tehran or Caracas, leaving a hundred dead. Such comparisons were rejected in principle over 30 years ago in an article by the US academic, Jeane Kirkpatrick (3), in which she claimed that pro-western “authoritarian” regimes were always preferable and more susceptible to reform than the “totalitarian” regimes that might succeed them.

    President Ronald Reagan was so impressed that he appointed her ambassador to the UN. Her article, published in November 1979, examines major blows the US had suffered that year, the revolutions in Iran and Nicaragua. She maintained that the Carter administration, in its efforts to promote democracy, had in both cases “actively collaborated in the replacement of moderate autocrats friendly to American interests [the shah of Iran and Augusto Somoza] with less friendly autocrats of extremist persuasion.” These friendly regimes had their faults. Both were “led by men who had not been selected by free elections, … who sometimes invoked martial law to arrest, imprison, exile, and occasionally, it was alleged [sic], torture their opponents.” But “they were positively friendly to the US, sending their sons and others to be educated in our universities, voting with us in the United Nations, and regularly supporting American interests and positions even when these entailed personal and political cost. The embassies of both governments were… frequented by powerful Americans. And the shah and Somoza themselves were both welcome in Washington, and had many American friends.”

    Then, “viewing international developments in terms of… a contemporary version of the same idea of progress that has traumatised western imaginations since the Enlightenment”, the Carter administration made a fatal mistake: it encouraged regime change. “Washington overestimated the political diversity of the opposition (especially the strength of ‘moderates’ and ‘democrats’), … underestimated the strength and intransigence of radicals in the movement, and misestimated the nature and extent of American influence on both the government and the opposition”, preparing the way for the ayatollahs and the Sandinistas.

    There is nothing new about the idea of a “dictatorship of the lesser evil”, which is pro-western and may mend its ways given endless time, or the fear of finding fundamentalists (or communists) masquerading as democratic demonstrators. But the spirit of Jeane Kirkpatrick seems to have influenced Paris more than Washington. The US was reassured by the relatively minor role of Islamists in the Tunisian uprising, enabling a broad social and political front against Ben Ali. WikiLeaks had revealed the State Department’s feelings about the “mafia-esque elite” and the “sclerotic regime” of the ruling family. The White House left them to their fate, trusting that the liberal bourgeoisie would provide a replacement friendly to western interests.

    But the Tunisian uprising has had wider repercussions, notably in Egypt. For the conditions that caused it are to be found elsewhere: unequal growth, high unemployment, protest crushed by grossly overblown police forces, well-educated young people with no prospects, bourgeois parasites living like tourists in their own country. Tunisians will not solve all these problems at a stroke but they have made a start. Like the rest of us, they were told there was no alternative. Yet they have shown us that “the impossible happens” (4).

    1) Tunis, 28 April 2008.(2) “L’invité de Bourdin & Co”, RMC Radio France, 13 January 2011.

    (2) “L’invité de Bourdin & Co”, RMC Radio France, 13 January 2011

    (3) Jeane Kirkpatrick, “Dictatorships & Double Standards”, Commentary, New York, November 1979.

    (4) See Slavoj Zizek, “A permanent state of emergency”, Le Monde diplomatique, English edition, November 2010.

    http://english.aljazeera.net/news/middleeast/2011/02/201124201329162409.html

    Egypt holds ‘Day of Departure’

     

    Hundreds of thousands flood Tahrir Square for largely peaceful ‘Day of Departure’ protest against President Mubarak.

    Last Modified: 04 Feb 2011 22:58 GMT
    Hundreds of thousands of protesters have gathered in Cairo’s Tahrir Square in what has been a largely peaceful protest, calling for Hosni Mubarak, the Egyptian president, to stand down.The square, which has been the focal point of protests in Egypt, saw demonstrators observe what they have termed a “Day of Departure” for the man who has been the country’s leader for the last 30 years.As the country entered its eleventh day of unrest, mass demonstrations commenced after Friday prayers.Protests were also seen in the cities of Alexandria, Mahalla and Giza.Protests continued into the night, in defiance of a curfew that has not been observed since it was first enforced last week. The newly relaxed curfew now runs from 7pm to 6am local time.One protester in Cairo told Al Jazeera that demonstrators would continue protesting until Mubarak steps down.”It’s either death, or freedom,” he said.Ahmed Shafiq, Egypt’s new prime minister, however, said on Friday that Mubarak would not be handing over powers to Omar Suleiman, the vice-president, before the September elections. In statements carried by the official MENA news agency, Shafiq “ruled out” an early exit for Mubarak.”We need President Mubarak to stay for legislative reasons,” he said.Mohamed Hussein Tantawi, Egypt’s defence minister, visited Tahrir Square earlier on Friday, making him the first member of the government to do so. He talked with the protesters and military commanders.Speaking on Friday in Washington, Barack Obama, the US president, said it was “clear that there must be a transition process that begins now … and leads to free and fair elections”.Obama said that a “successful and orderly transition must be meaningful and … must address the legitimate greivances of those who seek a better future”.He said that in this “time of tumult and transformation”, the US would remain a “strong friend and partner” to the Egyptian people. Standoff in CairoAl Jazeera’s online producer in Cairo reported that a gunshot was heard in the centre of the capital on Friday afternoon, but no further violence was reported.

     
    Our online producer describes the standoff at Talaat Harb Square

    Earlier, about 200 Mubarak loyalists gathered on the 6th of October Bridge, near the square, with another 200 below the bridge.

    Our correspondent reported that there was a short standoff between about 300 Mubarak loyalists and pro-democracy protesters in the Talaat Harb square, which is located on a street leading to the main protest centre.

    People were throwing rocks at one another, and the Mubarak loyalists were eventually driven from the square.

    Our correspondents said that there were up to five layers of checkpoints at some entrances, with makeshift barricades being put up by pro-democracy protesters.

    At one point, a huge cheer went up amongst protesters when a false rumour went around saying that the president had stepped down.

    Our correspondents have said that pro-democracy protesters have also “overpowered” several people who were suspected of wanting to engage in violence, and delivered them to the army, who are detaining them.

    Our online producer termed Tahrir Square a “fully functioning encampment, with medical camps and pharmacies”.

    Army separating protesters

    Soldiers on foot are very visible, and army armoured personnel carriers and tanks have taken up positions to control the 6th of October bridge entrance to the square, our correspondent said.

    Another correspondent added that the army appeared to be placing itself so as to separate Mubarak loyalists from pro-democracy prosters, and another correspondent indicated that the army was detaining some Mubarak supporters in order to prevent them from reaching the main square.

    “The atmosphere is not quite as triumphal as Tuesday’s rally; people then said Mubarak would be out in a matter of hours, but now most of them think it’ll be a long time,” reported Al Jazeera’s online producer from the square.

    IN VIDEO
    Tahrir Square echoes with ‘Go Mubarak!’ chants

    He added that protesters, a diverse array of men, women and children from various economic and religious backgrounds, fear an outbreak of violence and the atmosphere remains tense.

    “The feel here is that today is the final day for Mubarak, it’s time for him to go,” Gigi Ibrahim, a political activist told Al Jazeera from the square.

    Some protesters have called for the crowd to begin marching towards the presidential palace.<!–IMAGEPATH,DESC,URL–>

    Amr Moussa, Egypt’s former foreign minister and current secretary-general of the Arab League, also spoke to demonstrators.

    Earlier, prime minister Shafiq said the interior minister should not obstruct Friday’s peaceful marches.

    Al Jazeera’s offices in Cairo were attacked on Friday by “gangs of thugs”, according to a statement from the network. The office was burned, along with the equipment inside it.

    Later, Egyptian security forces arrested Al Jazeera’s Cairo bureau chief and another Al Jazeera journalist in the capital.

    Security forcers also broke into the headquarters of the Muslim Brotherhood’s website and arrested 12 journalists there, Al Masry Al Youm, the country’s largest independent newspaper, and the Associated Press reported on Friday.

    Egyptian state television has been reporting that the situation in Cairo is currently quiet and calm.

    They have not shown footage of the angry protesters, though they have said that they will try to bring some protesters into their studios for interviews.

    Meanwhile, Egypt’s prosecutor-general has barred Rashid Mohammed Rashid, the former trade and industry minister, from leaving the country, and has frozen his bank accounts, the state news agency MENA said on Friday.

    The same measures had earlier been ordered against Habib al-Adly, the former interior minister, and Ahmed Ezz, a businessman.

    State-run newspaper Al-Ahram said on Friday that an Egyptian reporter shot during clashes earlier this week had died of his wounds.

    The fatality is the first reported death of a journalist during the wave of anti-government protests.

    Mubarak fears ‘chaos’

    On Thursday, Mubarak said he wanted to leave office, but feared there will be chaos if he did.

    Click here for more on Al Jazeera’s special coverage. 

    Speaking to America’s ABC television he said: “I am fed up. After 62 years in public service, I have had enough. I want to go.”

    But he added: “If I resign today, there will be chaos.”

    Mubarak’s government has struggled to regain control of a nation angry about poverty, recession and political repression, inviting the Muslim Brotherhood – Egypt’s most organised opposition movement – to talks and apologising for Wednesday’s bloodshed in Cairo.

    In a bid to calm the situation, Omar Suleiman, the vice-president, said on Thursday that Muslim Brotherhood and other opposition groups had been invited to meet the new government as part of a national dialogue.

    The Muslim Brotherhood and other opposition actors, including Mohamed ElBaradei, have refused the offer for talks until Mubarak leaves office.

    “We demand that this regime is overthrown, and we demand the formation of a national unity government for all the factions,” the Muslim Brotherhood said in a statement broadcast by Al Jazeera.

    Mohammed Al-Beltagi, a leading member of the Muslim Brotherhood, told Al Jazeera on Friday that his organisation has no ambitions to run for the presidency, while ElBaradei said that he would run “if he people ask”.

    The developments come as the New York Times reports, quoting US officials and Arab diplomats, that the US administration is discussing with Egyptian officials a proposal for Mubarak to resign immediately and hand over power to a transitional government headed by Omar Suleiman.

    This report, though unconfirmed by the White House, comes after Mubarak’s statements on Tuesday where he agreed to give up power in September at the end of his current term.

    Bloody clashes

    At least 13 people have died and scores were injured over the last two days when Mubarak loyalists launched a counter-attack on pro-democracy protesters.

    The Egyptian health ministry put the number of wounded at up to 5,000 since the start of the protests.

    Protesters chanted ‘He must go!’ 

    The army took little action on Wednesday while the fighting raged in Tahrir Square over the past two days.

    The interior ministry has denied it ordered its agents or officers to attack prior pro-democracy demonstrations.

    Suleiman said that the government would not forcefully remove protesters. “We will ask them to go home, but we will not push them to go home,” he said.

    Ahead of Friday’s mass protests, eyewitnesses told Al Jazeera that thugs, with the assistance of security vehicles, were readying to attack the square. They said protesters were preparing to confront them.

    Protesters also reported finding petrol bombs on security personnel dressed in civilian clothes.

     
    Source:
    Al Jazeera and agencies
     

    aankondiging:

    Weer demonstratie Egypte op de Dam

    De bijeenkomst ‘Democratie en vrijheid in Egypte, nu!’ vindt aanstaande zaterdag 5 februari op de Dam plaats.De manifestatie uit solidariteit met de Egyptische volksopstand werd georganiseerd door de Nederlandse tak van de Egyptische ‘6 april beweging’ en de Socialistische Partij. Tweede kamerlid Harry van Bommel gaat spreken op de manifestatie.

    Van de website van Karin Spaink (http://www.spaink.net/2011/02/05/demo-dam/ ):

    Demo dam

    Vandaag, zaterdag 5 februari, van 16:00 tot 17:00, is er op de Dam in Amsterdam een demonstratie voor Egypte. De organisatie is in handen van de Nederlandse tak van de Egyptische 6 Aprilbeweging en de SP. De 6 aprilbeweging, begonen in 2008, pleit voor beëindiging van de jarenlange noodtoestand in Egypte; voor persvrijheid; voor onafhankelijke rechters, voor vrije verkiezingen, met buitenlandse waarnemers en voor een nieuwe grondwet. Mohamed El Baradei is een van de meest vooraanstaande leden van de 6 Aprilbeweging.

    Kom ook! Want hoewel ik niet geloof dat het in the grand scheme of things ook maar ene zak uitmaakt of wij daar nu staat of niet, is het voor het moraal van de demonstranten in Egypte buitengewoon goed om te weten dat overal ter wereld mensen hun moed prijzen en hun doelen ondersteunen – dat we met hen meeleven, al is het van ver.

    Tot zover de oproep van de site van Karin Spaink. Hier nog een link naar een blogspot van de 6 april beweging: http://6aprilmove.blogspot.com/

    Hieronder een kleine impressie van de Demonstratie op de Dam (5-2-2011)

     Foto’s Floris Schreve:

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Toespraak van Karin Spaink:

    Dit is geen islamitische revolutie. Ja, de Muslim Brotherhood doet ook mee, maar niet georganiseerd. Ze zijn er gewoon als individu, net als honderdduizenden andere Egyptenaren die hun buik vol hebben van dertig jaar dictatorschap en van dertig jaar leven onder de noodtoestand: zonder persvrijheid, zonder vrije verkiezingen, zonder vrijheid van demonstratie en zonder vrije communicatie.

    Dit is geen islamitische revolutie. Ik kijk al zeven dagen onafgebroken naar Al Jazeera, en nog geen enkele keer heb ik iemand Allahuh akhbar horen roepen. Wel zie ik christenen die een kring vormen rond moslims om hen tijdens hun gebed te beschermen, net als eerder moslims de Koptische kerken in Egypte beschermden nadat er een door een aanslag was getroffen. Gisteren liepen op Tahrir twee religieuze hoogwaardigheidsbekleders rond, een moslim en een katholiek: hand in hand, beiden in vol ornaat. En ze zeiden dat er meer was dat hen onderling bond dan hen scheidde.

    Dit is geen instant opstand, ontstaan in het kielzog van Tunesië. In Egypte broeit het al jaren: de 6 aprilbeweging uit 2008 is daarvan een voorbeeld. Alleen heeft niemand eerder het cordon van angst dat een dictatuur over haar onderdanen legt, lang genoeg weten te doorbreken. Dat is wat Tunesië heeft gedaan: moed geven, hoop bieden.

    Dit is geen Facebook- of Twitterrevolutie. Moderne media zijn weliswaar een uitstekend medium om het nieuws naar buiten te brengen, maar Egyptische jongeren zijn al jarenlang aan het bloggen over wat ze doen, wat zij vinden en wat hen daardoor is overkomen: arrestatie, intimidatie en mishandeling. Dit is een opstand van mensen die eindelijk de middelen, de moed en de massa hebben gevonden om te zeggen: dit niet. Kefaya. Erhal!

    Wat het wel is, is dit: een opstand van mensen die nu eindelijk gehoord willen worden. Een opstand van mensen die consequent vreedzaam willen blijven, ook al werden ze geconfronteerd met de harafeesh – huurlingen van het regime die met kamelen, paarden, messen en molotovcocktails de aanval openden.

    Dit is een opstand van mensen die uitsluitend democratische eisen stellen: weg met de dictator, weg met de angst. Geen marteling meer, geen staat van beleg meer. We willen persvrijheid, we willen een echte grondwet, we willen vrije verkiezingen en een politie die niet corrupt is. We willen werk, we willen een vrij leven, en we willen kunnen zeggen wat we willen.

    Het is ook een opstand die onze westerse stereotypen verscheurt. Egypte is geen ‘achterlijk’ land, geen land vol analfabeten, geen land dat achter de mullahs wil aanhobbelen. Egypte is een land dat vrijheid boven religie stelt, een natie wier burgers met gevaar voor eigen leven streven naar een volkomen vreedzame revolutie.

    Dit is helaas ook een opstand die Amerika in haar hemd heeft gezet. Amerika zegt de democratie te willen exporteren, maar blijkt daarin plotseling akelig selectief te zijn. Revoltes in landen met regimes die haar niet bevallen, werden gretig ondersteund (denk aan de groene revolutie van 2009 in Iran), maar nu het om een Amerikaanse bondgenoot ging, drong Amerika aan op ‘stabiliteit’. Natuurlijk geeft een land dat zich van haar regime wil bevrijden, haar stabiliteit op – dat is de crux van een revolutie. Mubarak gaat immers uit zichzelf niet weg, dat bewijst hij ook nu. Het is zijn eindeloze aanblijven, zijn zucht naar behoud van de macht die de chaos veroorzaakt – zijn harafeesh, zijn jacht op journalisten, zijn blokkades van banken en benzinestations, zijn verzet om zijn volk ruimte te geven en hun rechten te honoreren.

    Nee, er is geen structuur voor wat er hierna moet komen. Hoe kan dat ook? Dat is immers waar elke dictator uit alle macht voor zorgt: dat niemand anders draagvlak krijgt, dat niemand anders zich kan organiseren, dat er geen enkel alternatief voorhanden lijkt. Een dictator wil alle beschikbare ruimte innemen en plooit alles – werkelijk alles – naar zijn heerschappij. Dat er geen helder alternatief is, is nu juist het gevolg van Mubaraks regime. Verlangen dat de oppositie een kant en klare oplossing weet te bieden, is eisen dat zij in een week tijd herstellen wat hen dertig jaar lang met geweld uit handen is geslagen.

    Intussen verbaas ik hoe vasthoudend en ontroerend die eindelijk losgebarsten vrijheidsdrang is. Mensen die grappen maken, die poëtisch politiek zijn. Mensen die een plein waarop dag in, dag uit honderdduizenden mensen demonstreren, weten te organiseren en schoon te houden. Die elkaar voeden, steunen en verzorgen. Die aanvallers insluiten en niet keihard terugmeppen. Die musea en bibliotheken beschermen.

    El Masr – jullie verdienen alles wat je nastreeft. Dat hebben jullie ten overstaan van de hele wereld prachtig en overtuigend bewezen.

    El Masr – ya habibi.

    (http://www.spaink.net/2011/02/05/toespraak/)

     http://english.aljazeera.net/indepth/opinion/2011/02/20112310511432916.html
     

    Mubarak’s phantom presidency

     

    As the world watches Egyptian society transform, various interest groups jockey for position in the new political order.

    Paul Amar

    Last Modified: 03 Feb 2011 15:17 GMT

    Anti-government protesters say they are more determined than ever to topple President Hosni Mubarak [Reuters] 

    The “March of Millions” in Cairo marks the spectacular emergence of a new political society in Egypt. This uprising brings together a new coalition of forces, uniting reconfigured elements of the security state with prominent business people, internationalist leaders, and relatively new (or newly reconfigured) mass movements of youth, labour, women’s and religious groups. President Hosni Mubarak lost his political power on Friday, January 28.

    On that night the Egyptian military let Mubarak’s ruling party headquarters burn down and ordered the police brigades attacking protesters to return to their barracks. When the evening call to prayer rang out and no one heeded Mubarak’s curfew order, it was clear that the old president been reduced to a phantom authority. In order to understand where Egypt is going, and what shape democracy might take there, we need to set the extraordinarily successful popular mobilisations into their military, economic and social context. What other forces were behind this sudden fall of Mubarak from power? And how will this transitional military-centred government get along with this millions-strong protest movement?

    Many international media commentators – and some academic and political analysts – are having a hard time understanding the complexity of forces driving and responding to these momentous events. This confusion is driven by the binary “good guys versus bad guys” lenses most used to view this uprising. Such perspectives obscure more than they illuminate.

    There are three prominent binary models out there and each one carries its own baggage: (1) People versus Dictatorship, a perspective that leads to liberal naïveté and confusion about the active role of military and elites in this uprising; (2) Seculars versus Islamists, a model that leads to a 1980s-style call for “stability” and Islamophobic fears about the containment of the supposedly extremist “Arab street”; or, (3) Old Guard versus Frustrated Youth, a lens which imposes a 1960s-style romance on the protests but cannot begin to explain the structural and institutional dynamics driving the uprising, nor account for the key roles played by many 70-year-old Nasser-era figures.

    To map out a more comprehensive view, it may be helpful to identify the moving parts within the military and police institutions of the security state and how clashes within and between these coercive institutions relate to shifting class hierarchies and capital formations. I will also weigh these factors in relation to the breadth of new non-religious social movements and the internationalist or humanitarian identity of certain figures emerging at the centre of the new opposition coalition.

    Picking a paradigm

    Western commentators, whether liberal, left or conservative, tend to see all forces of coercion in non-democratic states as the hammers of “dictatorship” or as expressions of the will of an authoritarian leader. But each police, military and security institution has its own history, culture, class-allegiances, and, often its own autonomous sources of revenue and support as well. It would take many books to lay this all out in detail; but let me make a brief attempt here. In Egypt, the police forces (al-shurta) are run by the Interior Ministry, which was very close to Mubarak and the Presidency and had become politically co-dependent on him.

    But police stations gained relative autonomy during the past decades. In certain police stations this autonomy took the form of the adoption of a militant ideology or moral mission; or some Vice Police stations have taken up drug running; or some ran protection rackets that squeezed local small businesses. The political dependability of the police, from a bottom-up perspective, is not high. Police grew to be quite self-interested and entrepreneurial on a station-by-station level.

    In the 1980s, the police faced the growth of “gangs”, referred to in Egyptian Arabic as baltagiya. These street organisations had asserted self-rule over Cairo’s many informal settlements and slums. Foreigners and the Egyptian bourgeoisie assumed the baltagiya to be Islamists but they were mostly utterly unideological. In the early 1990s the Interior Ministry decided “if you can’t beat them, hire them”.

    So the Interior Ministry and the Central Security Services started outsourcing coercion to these baltagiya, paying them well and training them to use sexualised brutality (from groping to rape) in order to punish and deter female protesters and male detainees alike. During this period, the Interior Ministry also turned the State Security Investigations (SSI – mabahith amn al-dawla) into a monstrous threat, detaining and torturing masses of domestic political dissidents.

    Autonomous from the Interior Ministry we have the Central Security Services (Amn al-Markazi). These are the black uniformed, helmeted men that the media refer to as “the police”. Central Security was supposed to act as the private army of Mubarak. These are not revolutionary guards or morality brigades like the basiji who repressed the Green Movement protesters in Iran. By contrast, the Amn al-Markazi are low paid and non-ideological. Moreover, at crucial times, these Central Security brigades have risen up en masse against Mubarak himself to demand better wages and working conditions.

    Perhaps if it weren’t for the sinister assistance of the brutal baltagiya, they would not be a very intimidating force. The look of unenthusiastic resignation in the eyes of Amn al-Markazi soldiers as they were kissed and lovingly disarmed by protesters has become one of the most iconic images, so far, of this revolution. The dispelling of Mubarak’s authority could be marked to precisely that moment when protesters kissed the cheeks of Markazi officers who promptly vanished into puffs of tear gas, never to return.

    Evolving military power

    The Armed Forces of the Arab Republic of Egypt are quite unrelated to the Markazi or police and see themselves as a distinct kind of state altogether. One could say that Egypt is still a “military dictatorship” (if one must use that term) since this is still the same regime that the Free Officers’ Revolution installed in the 1950s. But the military has been marginalised since Egyptian President Anwar Sadat signed the Camp David Accords with Israel and the United States. Since 1977, the military has not been allowed to fight anyone. Instead, the generals have been given huge aid payoffs by the US. They have been granted concessions to run shopping malls in Egypt, develop gated cities in the desert and beach resorts on the coasts. And they are encouraged to sit around in cheap social clubs.

    These buy-offs have shaped them into an incredibly organised interest group of nationalist businessmen. They are attracted to foreign investment, but their loyalties are economically and symbolically embedded in national territory. As we can see when examining any other case in the region (Pakistan, Iraq, the Gulf), US military-aid money does not buy loyalty to America; it just buys resentment. In recent years, the Egyptian military has felt collectively a growing sense of national duty, and has developed a sense of embittered shame for what it considers its “neutered masculinity”: its sense that it was not standing up for the nation’s people. 

    The nationalistic Armed Forces want to restore their honour and they are disgusted by police corruption and baltagiya brutality. And it seems that the military, now as “national capitalists”, have seen themselves as the blood rivals of the neoliberal “crony capitalists” associated with Hosni Mubarak’s son Gamal who have privatised anything they can get their hands on and sold the country’s assets off to China, the US, and Persian Gulf capital.

    Thus we can see why in the first stage of this revolution, on Friday January 28, we saw a very quick “coup” of the military against the police and Central Security, and disappearance of Gamal Mubarak (the son) and of the detested Interior Minister, Habib el-Adly. However, the military is also split by some internal contradictions. Within the Armed Forces there are two elite sub-branches, the Presidential Guard and the Air Force. These remained closer to Mubarak while the broader military turned against him.

    This explains why you can had the contradictory display of the General Chief of the Armed Forces, Muhammad Tantawi, wading in among the protesters to show support on January 30, while at the same time, the chief of the Air Force was named Mubarak’s new Prime Minister and sent planes to strafe the same protesters. This also explains why the Presidential Guard protected the Radio/Television Building and fought against protesters on January 28 rather than siding with them. 

    The Vice President, Omar Soleiman, named on January 29, was formerly the head of the Intelligence Services (al-mukhabarat). This is also a branch of the military (not of the police). Intelligence is in charge of externally-oriented secret operations, detentions and interrogations (and, thus, torture and renditions of non-Egyptians). Although since Soleiman’s mukhabarat did not detain and torture as many Egyptian dissidents in the domestic context, they are less hated than the mubahith.

    The Intelligence Services (mukhabarat) are in a particularly decisive position as a “swing vote”. As I understand it, the Intelligence Services loathed Gamal Mubarak and the “crony capitalist” faction, but are obsessed with stability and have long, intimate relationships with the CIA and the American military. The rise of the military, and within it, the Intelligence Services, explains why all of Gamal Mubarak’s business cronies were thrown out of the cabinet on Friday, January 28, and why Soleiman was made interim VP (and functions in fact as Acting President).

    Cementing a new order
      
    This revolution or regime change would be complete at the moment when anti-Mubarak tendencies in the military consolidate their position and reassure the Intelligence Services and the Air Force that they can confidently open up to the new popular movements and those parties coalesced around opposition leader ElBaradei. This is what an optimistic reader might judge to be what Obama and Clinton describe as an “orderly transition”.
    On Monday, January 31, we saw Naguib Sawiris, perhaps Egypt’s richest businessman and the iconic leader of the developmentalist “nationalist capital” faction in Egypt, joining the protesters and demanding the exit of Mubarak. During the past decade, Sawiris and his allies had become threatened by Mubarak-and-son’s extreme neoliberalism and their favoring of Western, European and Chinese investors over national businessmen. Because their investments overlap with those of the military, these prominent Egyptian businessmen have interests literally embedded in the land, resources and development projects of the nation. They have become exasperated by the corruption of Mubarak’s inner circle.
    Paralleling the return of organized national(ist) capital associated with the military and ranged against the police (a process that also occurred during the struggle with British colonialism in the 1930s-50s) there has been a return of very powerful and vastly organized labor movements, principally among youth. 2009 and 2010 were marked by mass national strikes, nationwide sit-ins, and visible labor protests often in the same locations that spawned this 2011 uprising. And the rural areas have been rising up against the government’s efforts to evict small farmers from their lands, opposing the regime’s attempts to re-create the vast landowner fiefdoms that defined the countryside during the Ottoman and British Colonial periods.
    In 2008 we saw the 100,000 strong April 6 Youth Movement emerge, leading a national general strike. And in 2008 and just in December 2010 we saw the first independent public sector unions emerge. Then just on January 30, 2011, clusters of unions from most major industrial towns gathered to form an Independent Trade Union Federation. These movements are organized by new leftist political parties that have no relation to the Muslim Brotherhood, nor are they connected to the past generation of Nasserism.
    They do not identify against Islam, of course, and do not make an issue of policing the secular-religious divide. Their interest in protecting national manufacturing and agricultural smallholdings, and in demanding public investment in national economic development dovetails with some of the interests of the new nationalist capital alliance.
    Thus behind the scenes of the non-governmental organizations (NGOs) and Facebook-driven protest waves, there are huge structural and economic forces and institutional realignments at work. Egypt’s population is officially recorded at 81 million but in reality goes well beyond 100 million since some parents do not register all their children to shield them from serving in the Amn Al-Markazi or army. With the burgeoning youth population now becoming well-organized, these social and internet-coordinated movements are becoming very important.
    They can be grouped into three trends. One group of new movements are organized by and around international norms and organizations, and so may tend toward a secular, globalizing set of perspectives and discourses. 
    A second group is organized through the very active and assertive legal culture and independent judicial institutions in Egypt. This strong legal culture is certainly not a “Western human rights” import. Lawyers, judges and millions of litigants – men and women, working-class, farmers, and elite – have kept alive the judicial system and have a long unbroken history of resisting authoritarianism and staking rights claims of all sorts. 
    A third group of new social movements represents the intersection of internationalist NGOs, judicial-rights groups and the new leftist, feminist, rural and worker social movements. The latter group critiques the universalism of UN and NGO secular discourses, and draws upon the power of Egypt’s legal and labor activism, but also has its own innovative strategies and solutions – many of which have been on prominent display on the streets this week.
    Eygptian internationalism              

    One final element to examine here is the critical, and often overlooked role that Egypt has played in United Nations and humanitarian organizations, and how this history is coming back to enliven domestic politics and offer legitimacy and leadership at this time. Muhammad ElBaradei, the former director of the United Nations International Atomic Energy Agency, has emerged as the consensus choice of the United Democratic Front in Egypt, which is asking him to serve as interim president, and to preside over a national process of consensus building and constitution drafting. In the 2000s, ElBaradei bravely led the IAEA and was credited with confirming that there were no weapons of mass destruction in Iraq, and that Iran was not developing a nuclear weapons program.

    He won the Nobel Prize for upholding international law against a new wave of wars of aggression and for essentially stopping the momentum for war against Iran. He is no radical and not Egypt’s Gandhi; but he is no pushover or puppet of the US, either. For much of the week, standing at his side at the protests has been Egyptian actor Khaled Abou Naga, who has appeared in several Egyptian and American films, and who serves as Goodwill Ambassador for UNICEF. This may be much more a UN-humanitarian led revolution than a Muslim Brotherhood uprising. This is a very twenty-first century regime change – simultaneously local and international.

    It is a good time to remind ourselves that the first-ever United Nations military-humanitarian peacekeeping intervention, the UN Emergency Force, was created with the joint support of Egypt’s Gamal Abdel Nasser and US President Dwight D. Eisenhower (both military men, of course) in 1960 to keep the peace in Gaza and to stop the former colonial powers and Israel from invading Egypt in order to retake the Suez Canal and resubordinate Egypt.

    Then in the 1990s, Egypt’s Boutros Boutros-Ghali served as the Secretary-General of the United Nations. Boutros-Ghali articulated new UN doctrines of state-building and militarized humanitarian intervention. But he got fired for making the mistake of insisting that international human rights and humanitarian law needed to be applied neutrally and universally, rather than only at the convenience of the Security Council powers.

    Yet Egypt’s relationship to the UN continues. Notably, ‘Aida Seif Ad-Dawla, one of the most articulate, brave and creative leaders of the new generation of Egyptian social movements and feminist NGOs, is a candidate for the high office of UN Rapporteur on Torture. Egyptians have a long history for investing in and supporting international law, humanitarian norms and human rights.

    Egyptian internationalism insists on the equal application of human rights principles and humanitarian laws of war even in the face of superpower pressure. In this context, ElBaradei’s emergence as a leader makes perfect sense. Although this internationalist dimension of Egypt’s “local” uprising is utterly ignored by most self-conscious liberal commentators who assume that international means “the West” and that Egypt’s protesters are driven by the politics of the belly rather than matters of principle.

    Mubarak is already out of power. The new cabinet is composed of chiefs of Intelligence, Air Force and the prison authority, as well as one International Labor Organization official. This group embodies a hard-core “stability coalition” that will work to bring together the interests of new military, national capital and labor, all the while reassuring the United States.

    Yes, this is a reshuffling of the cabinet, but one which reflects a very significant change in political direction. But none of it will count as a democratic transition until the vast new coalition of local social movements and internationalist Egyptians break into this circle and insist on setting the terms and agenda for transition.

    I would bet that even the hard-line leaders of the new cabinet will be unable to resist plugging into the willpower of these popular uprisings, one hundred million Egyptians strong.

    Paul Amar is Associate Professor of Global & International Studies at the University of California, Santa Barbara. His books include: Cairo Cosmopolitan; The New Racial Missions of Policing; Global South to the Rescue; and the forthcoming Security Archipelago: Human-Security States, Sexuality Politics and the End of Neoliberalism.

    This article first appeared in Jadaliyya Ezine.

     The views expressed in this article are the author’s own and do not necessarily reflect Al Jazeera’s editorial policy

    http://english.aljazeera.net/news/middleeast/2011/02/20112513454758210.html

    Cairo protesters hold firm

     

    Tens of thousands in Tahrir Square demand that President Mubarak quit, as the ruling party’s top leadership resigns.

    Last Modified: 05 Feb 2011 19:54 GMT
    Demonstrators are standing their ground in Cairo a day after hundreds of thousands of people gathered to call for Hosni Mubarak, the Egyptian president, to quit.The protests entered their twelfth day on Saturday, after the city’s Tahrir Square, the focal point of protests in Egypt, saw demonstrators observe a “Day of Departure” on Friday.About 10,000 pro-democracy protesters also gathered outside the main train station in Egypt’s second city, Alexandria, Al Jazeera’s correspondent there reported.The leadership of the ruling National Democratic Party (NDP) resigned en masse on Saturday, according to state television.Hossam Badrawi has been appointed the new secretary-general of the party, replacing Safwat El-Sherif, a Mubarak loyalist, in that post. Badrawi, seen by many as a liberal voice in the NDP, will also replace Gamal Mubarak, Hosni Mubarak’s son, as head of the party’s policies bureau.Frank Wisner, who has acted as an envoy for Barack Obama, the US president, by carrying a message to Mubarak, has said the Egyptian president “must stay in office to steer” a process of gathering “national consensus around the preconditions” for the way forward.PJ Crowley, the US state department’s spokesman, has said, however, that Wisner was speaking as a private citizen, and that his views did not represent those of the US government.”The views he expressed today are his own. He did not coordinate his comments with the US government,” Crowley said.Obama administration officials welcomed the resignation of Gamal Mubarak, terming it a “positive” move.Despite the continuing demonstrations and the resignations, Ahmed Shafiq, the prime minister, said stability was returning to the country and that he was confident a deal could be reached on constitutional reforms. At a news conference aired on state television, Shafiq suggested that the government was seeking to enter into talks with enough opposition representatives to isolate street protesters.

    Click here for more on Al Jazeera’s special coverage 

    Saturday’s protests in Cairo were calm, and protesters were seen lighting campfires across the square as night drew in.

    With the exception of a standoff between two groups who were chanting slogans, there was no violence reported on Saturday.

    One of Al Jazeera’s correspondents in Cairo said there were about 10,000 people in Tahrir Square and queues of people trying to get in. About 500 people joined the protesters from the port city of Suez.

    Our correspondent reported that the army was “behaving as if it’s back to business as usual tomorrow [Sunday]”. He said that the military had removed checkpoints on the 6th of October bridge, allowing traffic to resume normally.

    “The army is still securing the square, but their agenda appears to be isolating the protesters – keeping them safe, yes, but also minimising their impact on the surrounding areas,” our correspondent said.

    General rejected 

    At one point, General Hassan El-Rawani, the head of the army’s central command, entered the square and appealed to protesters to leave.

    They responded with chants of “We are not leaving, he [Mubarak] is leaving!”

    IN VIDEO
    Protesters tell army commander “We won’t go!”

    Protest organisers have now called for a “Day of the Martyred” to be observed in honour of those who have died in the protests so far, while Copts in Egypt have called for Sunday prayers this week to be observed in Tahrir Square.

    Security in the square remains tight, with the military engaging in negotiations with protesters to dismantle some of the barricades that they had put up.

    “There is very tight security today [Saturday] because there have been all sorts of unconfirmed rumours of bombs being planted in different areas, which has caused a bit of panic,” she said.

    Another of our correspondents reported that soldiers had formed a line inside the square, around 100 metres beyond the museum barricade, and are separating the protesters inside the square from those manning the barricade.

    “If I had to guess, I’d say the plan is to limit the number of protesters who can get to the museum barricade and then disassemble it, so that the army can regain control of that entrance,” he said.

    “It looked like there might’ve been some altercation there; protesters were hopping over the barricades to the outside.

    “They’ve now formed their own human chain, facing outward, along the exterior of the barricade.”

    Cabinet meeting

    Meanwhile, state media reported that Mubarak met ministers responsible for the main economic portfolios in his new government on Saturday.

    The meeting included the prime minister, finance minister, oil minister and the trade and industry minister. The central bank governor also attended.

    On Friday, Egypt’s prosecutor-general had barred Rashid Mohammed Rashid, the former trade and industry minister, from leaving the country, and had frozen his bank accounts.

    The same measures was also taken against Habib al-Adly, the former interior minister, and Ahmed Ezz, a businessman.

    ‘Death or freedom’

    Friday’s “Day of Departure” commenced after afternoon prayers, and saw huge numbers also gather in the cities of Alexandria, Mahalla and Giza.

    Opposition Demands
     Hosni Mubarak must go Dissolve parliament Lift state of emergency Transitional unity cabinet Constitutional amendments Fair and transparent trials

    Protests continued into the night, in defiance of a curfew that has not been observed since it was first announced last week.

    The newly relaxed curfew now runs from 7pm to 6am local time, according to state television.

    One protester in Cairo told Al Jazeera that demonstrations will continue until Mubarak steps down.

    “It’s either death, or freedom,” he said.

    Ahmed Shafiq, Egypt’s new prime minister, however, said on Friday that Mubarak would not be handing over powers to Omar Suleiman, the vice-president, before the September elections. In statements carried by the official MENA news agency, Shafiq “ruled out” an early exit for Mubarak.

    “We need President Mubarak to stay for legislative reasons,” he said.

    One of our correspondents said some people outside Tahrir Square are beginning to become angry because they are not going to work, they do not have money and shops are running out of food.

    “Who is going to represent [the protesters]? Who is going to lead negotiations with the government? Whoever you speak to has a different idea of what is to come because the demonstrators are a very diverse group,” she said.

    Speaking on Friday in Washington, Barack Obama, the US president, said it was “clear that there must be a transition process that begins now … and leads to free and fair elections”.

    On Saturday, Grand Mufti Sheikh Abdul Aziz bin Abdullah al-Sheikh, Saudi Arabia’s top religious authority, warned that anti-regime uprisings are “chaotic acts” aimed at “tearing .. apart” the Muslim world.  

    Journalists detained

    On Saturday, authorities arrested an Al Jazeera journalist who was returning from leave in Cairo to Doha at Cairo’s international airport. He was released later in the day, along with Al Jazeera’ bureau chief in Cairo, who was detained on Friday and another journalist who was arrested three days ago.

    People continue to throng to the square,despite the cold and rain [GALLO/GETTY]           
     

     

    One other Al Jazeera journalist remained in custody.

    On Friday, Al Jazeera’s offices in Cairo were attacked by “gangs of thugs”, according to a statement from the network. The office was burned, along with the equipment inside it.

    Security forces also earlier broke into the headquarters of the Muslim Brotherhood’s website and arrested 12 journalists there, Al Masry Al Youm, the country’s largest independent newspaper, and the Associated Press reported on Friday.

    An Egyptian journalist wounded in earlier anti-government protests has died of his injuries, his wife told Al Jazeera on Friday.

    Ahmed Mohammed Mahmoud, who worked with state-owned daily al-Ahram, was wounded on January 29 during anti-government protests. He is the first journalist known to have died in the unrest.

    Human Rights Watch, an international rights organisation, said in a statement on Friday that of more than 30 people arrested on Thursday, international activists had been released, but that Egyptian nationals remained in custody.

    Amnesty International, the international human rights group, meanwhile, has said that two of its employees have been missing since last Thursday.

     
     
    Source:
    Al Jazeera and agencies
    http://english.aljazeera.net/indepth/opinion/2011/02/20112310511432916.html

    Opinion

     

    Egypt and the Palestinian question

     

    The Mubarak regime has been a tool with which Israel and the US have pressured Palestinians.

    Abdullah Al-Arian Last Modified: 05 Feb 2011 13:50 GMT

    There is a widespread view in Egypt that the Mubarak regime has served the interests of the West [GALLO/GETTY] 

    Along with the laundry list of domestic grievances expressed by Egyptian protesters calling for an end to the regime of Hosni Mubarak, the popular perception of Egypt’s foreign policy has also been a focal point of the demonstrations.

    Signs and chants have called on Mubarak to seek refuge in Tel Aviv, while his hastily appointed vice-president, Omar Suleiman, has been disparaged as a puppet of the US. Egypt’s widely publicised sale of natural gas to Israel at rock bottom prices has featured in many refrains emanating from the crowds.

    The widespread view among Egyptians that the regime has served the interests of the West has not been helped by Israel’s call for world leaders to support Mubarak, or the apparent unwillingness by American officials to give the protests their full backing.

    Plummeting status

    In the shadow of the current cries to topple the Egyptian regime, the Mubarak government has had a tough time keeping its role in international affairs out of public view.

    In the area where Egypt’s foreign policy apparatus has served US interests most directly, Israel’s security, the Mubarak regime’s complicity in the failure to establish a Palestinian state has become widely publicised in recent years. Its role in placing the stranglehold on the people of Gaza, in conjunction with Israel, has seen Egypt’s status in the region plummet to a level it has not reached in decades.

    The Palestine Papers, the leaked internal documents of the Palestinian Authority (PA) that were recently exposed by Al Jazeera, provide further confirmation of Egypt’s role in the impasse between Israeli and Palestinian negotiators.

    While much of the coverage of the Palestine Papers has focused on the unprecedented concessions offered by Palestinian negotiators, and how swiftly they were spurned by Israeli and American representatives, Egypt’s role as an instrument for added pressure stands out from the internal records.

    As the peace process broke down over the past decade, Egypt was a party to many of the discussions and central to the security arrangements made between the PA and Israel.

    Egyptian duplicity

    Throughout the documents, Suleiman in particular is singled out as the point person whom Israeli and American officials could count on to execute their agenda of dividing the Palestinian factions or pressing the PA for greater concessions.

    Barely a few months after the January 2006 Palestinian elections that resulted in a Hamas victory, PA leaders were already appealing for assistance in fending off their political opponents. At a meeting between leading Palestinian negotiator Saeb Erekat and US General Keith Dayton, the latter assured the Palestinians that the American administration is committed to reinforcing the PA’s Presidential Guard to maintain Mahmoud Abbas’ authority in the face of the newly elected Hamas government.

    In support of his pledge, Dayton referred to discussions with Suleiman, who committed Egypt, along with Jordan, to providing training and equipment, “even at their own expense”.

    Later in the year, as the Palestinian factions were engaged in negotiations over the formation of a unity government, a European diplomat told Erekat that the American position on unifying the Palestinians was “prematurely negative”. Erekat agreed, adding that Suleiman had also been discouraging of those efforts, saying that they would not work.

    In early 2007, as the siege on Gaza had crippling consequences on the lives of Palestinians, negotiators complained that Egyptian leaders were duplicitous, speaking publicly in support of allowing goods into Gaza, but in reality, “it remains blocked on the ground …. This is a general problem with the Egyptians”.

    An internal report from April 2007 confirms these suspicions. The Agreement on Movement and Access states: “Although there has been political agreement by Omar Suleiman and President Mubarak on allowing exports through, this agreement has never been translated into operational reality.”

    Conditions in Gaza only worsened in the months ahead, thanks in large part to the stranglehold imposed by Israel and Egypt. As Hamas assumed sole control of Gaza by preventing a coup attempt by US-backed PA forces, Egypt determined to seal off the border.

    In a February 2008 meeting between Ahmed Qurei, a high-ranking PA official, and Tzipi Livni, the then Israeli foreign minister, Qurei relayed the Egyptian position conveyed to him by their leader. “President Mubarak said they’ll close down the borders after Sunday and whoever is caught on Egyptian territories will be considered illegal.”

    The situation came to a stalemate in the months leading up to Israel’s December 2008 assault on Gaza that resulted in the deaths of 1,500 Palestinians, most of them civilians. As tensions were heightened, Erekat lamented to his Israeli counterpart that Suleiman was forced to cancel a meeting in the occupied territories. Amos Gilad, the director of Israeli military intelligence, speculated: “Regarding Omar Suleiman, maybe he delayed because he is afraid we will attack while he is here. It will hurt him. He will look like a collaborator.”

    A tool to pressure Palestinians

    The image of Egyptian officials as tools to pressure the Palestinians also emerges out of conversations between US and Palestinian officials. In late 2009, George Mitchell, Barack Obama’s envoy to the region, told Erekat that he had spoken with Suleiman and the two agreed that the PA could unilaterally declare new elections without any input from Hamas.

    Furthermore, Mitchell and Suleiman agreed that any agreement would have to permanently eradicate any Hamas presence in the West Bank, while at the same time allowing the PA to resume control of Gaza, terms Hamas was sure to reject. But as Egypt was preparing a document on how the PA should proceed, Erekat assured Mitchell that: “Abu Mazen [Mahmoud Abbas] won’t say no to whatever the Egyptians present to him”.

    Even when it appeared that the Egyptians were attempting to display some degree of autonomy, it became more evident in the documents that external pressure was never too far behind. Only a few weeks later, Erekat complained to US negotiators that Egypt’s latest efforts to reconcile the Palestinian factions were straying from the official line. Daniel Rubenstein, the US consul general and chief of mission in Jerusalem, responded: “I can tell you, we did put pressure on the Egyptians. I read the document. It was a disaster.”

    As Erekat continued to grumble about the PA’s weakened position and Egypt’s lack of cooperation, General James Jones, the US special envoy for Middle East security, abruptly ended the meeting with his words: “It’s insulting. We’ll take care of this.”

    Jones appeared to have lived up to his promise. Only three months later, in January 2010, US negotiator David Hale assured Erekat that in recent talks with Suleiman: “The Egyptians brought ideas similar to our thinking.”

    In this instance, the US appeared to put pressure on the PA to accept the latest proposals by giving the impression that the US and its allies in the region were unified in their position. Hale further added of the Egyptians: “They talked with Netanyahu and think he is serious.”

    ‘Egypt’s number two’
     
    Given the critical role that Suleiman has played in advancing US and Israeli objectives, it was no surprise that Mubarak chose to appoint him as vice-president on January 29, a move rejected by protesters, but reassuring to Egypt’s Western patrons. In the leaked documents, Israeli officials were already referring to Suleiman as “Egypt’s Number Two” at a time when most observers believed that Mubarak was grooming his son to be succeed him.
    Among Western policymakers, it seems Suleiman remains a popular choice to replace Mubarak, as the candidate uniquely suited to maintaining Egypt’s current foreign policy, while also addressing domestic grievances expressed by protesters. That remains a distant prospect, given the unlikelihood that the Egyptian opposition would abandon its call to determine the nation’s role in regional affairs. But it also demonstrates that, unlike Tunisia, Egypt is far too critical to US objectives in the Middle East to be left to its own devices.
    Whatever the outcome in Egypt, it is clear that the recent revelations will have a dramatic impact on the settlement of the Palestinian question. Already weakened by the scandal of the Palestine Papers, Erekat may now have to do without the support of an Egyptian regime he termed, “our ally, our backbone”.
    In his first interview as vice-president, Suleiman decried as “unacceptable” what he called “foreign interference” in Egypt’s current turmoil. Coming from a regime whose ability to endure through the decades is owed largely to foreign interference, the irony of those words will not be lost on the Egyptian people.
    Abdullah Al-Arian is a doctoral candidate in the department of history at Georgetown University.
    The views expressed in this article are the author’s own and do not necessarily reflect Al Jazeera’s editorial policy.
     
     
     
     

     

    http://nos.nl/artikel/216789-gezant-vs-mubarak-voorlopig-blijven.html :

    Gezant VS: Mubarak voorlopig blijven

    Een anti-Mubarakdemonstrant in Caïro» Een anti-Mubarakdemonstrant in Caïro EPA

    Toegevoegd: zaterdag 5 feb 2011, 17:07

    Update: zaterdag 5 feb 2011, 23:05

    Er is verwarring ontstaan over het standpunt van de Verenigde Staten over de positie van de Egyptische president Mubarak. Een gezant van de VS zegt dat Mubarak voorlopig moet aanblijven om leiding te geven aan de machtswisseling, maar de Amerikaanse regering zou daar anders over denken.

    Minister van Buitenlandse Zaken Clinton heeft steeds gezegd dat Mubarak beter meteen kan vertrekken. Gezant Frank Wisner gaf tijdens de veiligheidsconferentie in München het advies om de president nog even aan te houden. Hij had afgelopen week een gesprek met Mubarak.

    Volgens Wisner, voormalig ambassadeur in Egypte, kan Mubarak zijn eigen nalatenschap bepalen. “Hij heeft zich zestig jaar van zijn leven in dienst gesteld van zijn land. Dit is het ideale moment voor hem om de weg voorwaarts te tonen”, aldus Wisner.

    Persoonlijke titel

    Een hoge medewerker van de Amerikaanse regering heeft tegen de New York Times gezegd dat de boodschap van Wisner niet van president Obama komt. Hij zou op persoonlijke titel hebben gesproken.

    Volgens NOS-correspondent Eelco Bosch van Rosenthal zijn velen het waarschijnlijk wel eens met Wisner, maar zal vanaf nu het officiële geluid weer zijn dat Mubarak meteen moet vertrekken.

    Bestuur vervangen

    Mubarak heeft inmiddels het bestuur van de Nationale Democratische Partij (NDP) vervangen. Zijn zoon Gamal, die lange tijd als zijn opvolger werd gezien, verdwijnt ook uit de partijtop.

    Aanvankelijk meldden verscheidene persbureaus dat Mubarak was afgetreden als partijleider, maar die berichten werden later weer ingetrokken.

    De nieuwe secretaris-generaal van de NDP is Hossam Badrawi. Hij wordt gerekend tot de gematigde vleugel van de partij.

    ‘Eervol compromis’

    Achter de schermen zou nu worden gesproken over wat wordt genoemd “een eervol compromis” om de crisis op te lossen. Dat zou erop neerkomen dat president Mubarak voor de vorm nog een aantal maanden aanblijft, maar intussen al zijn bevoegdheden overdraagt aan een overgangsregering.

    Op het Tahrirplein in Caïro is het vandaag relatief rustig gebleven. Het leger heeft een klein deel van het plein vrijgemaakt, zodat het verkeer er weer op gang kan komen.

    Voor morgen staan weer nieuwe demonstraties aangekondigd.

    http://nos.nl/artikel/216880-verwarring-over-standpunt-vs.html :

    Verwarring over standpunt VS

    Toegevoegd: zondag 6 feb 2011, 00:34

    Er is enige onduidelijkheid ontstaan over de positie van de VS ten aanzien van Egypte. Zaterdag zei VS-gezant Wisner dat president Mubarak voorlopig moet aanblijven om de hervormingen in gang te zetten. Buitenlandse Zaken zei dat Wisner op persoonlijke titel sprak.

    Vrijdag zei president Obama dat de machtsoverdracht nu moet beginnen. Hij riep Mubarak op de juiste beslissing te nemen, zonder daarbij expliciet te zeggen dat Mubarak nu moet aftreden.

    De Egyptische oppositieleider ElBaradei zegt dat het een grote tegenslag zou zijn als de VS Mubarak toestaat een overgangsregering te leiden.

    http://www.independent.co.uk/opinion/commentators/fisk/robert-fisk-mubarak-is-going-he-is-on-the-cusp-of-final-departure-2205852.html :

    Robert Fisk: Mubarak is going. He is on the cusp of final departure

     

    Protesters in Tahrir Square are right to be sceptical despite the apparent shake-up in Egypt’s ruling party

    Sunday, 6 February 2011

    A demonstrator praying before soldiers yesterday

     

    A demonstrator praying before soldiers yesterday

     

    The old man is going. The resignation last night of the leadership of the ruling Egyptian National Democratic Party – including Hosni Mubarak’s son Gamal – will not appease those who want to claw the President down. But they will get their blood. The whole vast edifice of power which the NDP represented in Egypt is now a mere shell, a propaganda poster with nothing behind it.

    The sight of Mubarak’s delusory new Prime Minister Ahmed Shafiq telling Egyptians yesterday that things were “returning to normal” was enough to prove to the protesters in Tahrir Square – 12 days into their mass demand for the exile of the man who has ruled the country for 30 years – that the regime was made of cardboard. When the head of the army’s central command personally pleaded with the tens of thousands of pro-democracy demonstrators in the square to go home, they simply howled him down.

    In his novel The Autumn of the Patriarch, Gabriel Garcia Marquez outlines the behaviour of a dictator under threat and his psychology of total denial. In his glory days, the autocrat believes he is a national hero. Faced with rebellion, he blames “foreign hands” and “hidden agendas” for this inexplicable revolt against his benevolent but absolute rule. Those fomenting the insurrection are “used and manipulated by foreign powers who hate our country”. Then – and here I use a precis of Marquez by the great Egyptian author Alaa Al-Aswany – “the dictator tries to test the limits of the engine, by doing everything except what he should do. He becomes dangerous. After that, he agrees to do anything they want him to do. Then he goes away”.

    Related articles

    Hosni Mubarak of Egypt appears to be on the cusp of stage four – the final departure. For 30 years he was the “national hero” – participant in the 1973 war, former head of the Egyptian air force, natural successor to Gamal Abdel Nasser as well as Anwar Sadat – and then, faced with his people’s increasing fury at his dictatorial rule, his police state and his torturers and the corruption of his regime, he blamed the dark shadow of the country’s fictional enemies (al-Qa’ida, the Muslim Brotherhood, al-Jazeera, CNN, America). We may just have passed the dangerous phase.

    Twenty-two lawyers were arrested by Mubarak’s state security police on Thursday – for assisting yet more civil rights lawyers who were investigating the arrest and imprisonment of more than 600 Egyptian protesters. The vicious anti-riot cops who were mercifully driven off the streets of Cairo nine days ago and the drug-addled gangs paid by them are part of the wounded and dangerous dictator’s remaining weapons. These thugs – who work directly under ministry of interior orders – are the same men now shooting at night into Tahrir Square, killing three men and wounding another 40 early on Friday morning. Mubarak’s weepy interview with Christiane Amanpour last week – in which he claimed he didn’t want to be president but had to carry on for another seven months to save Egypt from “chaos” – was the first hint that stage four was on the way.

    Al-Aswany has taken to romanticising the revolution (if that is what it truly is). He has fallen into the habit of holding literary mornings before joining the insurrectionists, and last week he suggested that a revolution makes a man more honourable – just as falling in love makes a person more dignified. I suggested to him that a lot of people who fall in love spend an inordinate amount of time eliminating their rivals and that I couldn’t think of a revolution that hadn’t done the same. But his reply, that Egypt had been a liberal society since the days of Muhammad Ali Pasha and was the first Arab country (in the 19th century) to enjoy party politics, did carry conviction.

    If Mubarak goes today or later this week, Egyptians will debate why it took so long to rid themselves of this tin-pot dictator. The problem was that under the autocrats – Nasser, Sadat, Mubarak and whomever Washington blesses next – the Egyptian people skipped two generations of maturity. For the first essential task of a dictator is to “infantilise” his people, to transform them into political six-year-olds, obedient to a patriarchal headmaster. They will be given fake newspapers, fake elections, fake ministers and lots of false promises. If they obey, they might even become one of the fake ministers; if they disobey, they will be beaten up in the local police station, or imprisoned in the Tora jail complex or, if persistently violent, hanged.

    Only when the power of youth and technology forced this docile Egyptian population to grow up and stage its inevitable revolt did it become evident to all of these previously “infantilised” people that the government was itself composed of children, the eldest of them 83 years old. Yet, by a ghastly process of political osmosis, the dictator had for 30 years also “infantilised” his supposedly mature allies in the West. They bought the line that Mubarak alone remained the iron wall holding back the Islamic tide seeping across Egypt and the rest of the Arab world. The Muslim Brotherhood – with genuine historical roots in Egypt and every right to enter parliament in a fair election – remains the bogeyman on the lips of every news presenter, although they have not the slightest idea what it is or was.

    But now the infantilisation has gone further. Lord Blair of Isfahan popped up on CNN the other night, blustering badly when asked if he would compare Mubarak with Saddam Hussein. Absolutely not, he said. Saddam had impoverished a country that once had a higher standard of living than Belgium – while Mubarak had increased Egypt’s GDP by 50 per cent in 10 years.

    What Blair should have said was that Saddam killed tens of thousands of his own people while Mubarak has killed/hanged/tortured only a few thousand. But Blair’s shirt is now almost as blood-spattered as Saddam’s; so dictators, it seems, must now be judged only on their economic record. Obama went one further. Mubarak, he told us early yesterday, was “a proud man, but a great patriot”.

    This was extraordinary. To make such a claim, it was necessary to believe that the massive evidence of savagery by Egypt’s state security police over 30 years, the torture and the vicious treatment of demonstrators over the past 13 days, was unknown to the dictator. Mubarak, in his elderly innocence, may have been aware of corruption and perhaps the odd “excess” – a word we are beginning to hear again in Cairo – but not of the systematic abuse of human rights, the falsity of every election.

    This is the old Russian fairy tale. The tsar is a great father figure, a revered and perfect leader. It’s just that he does not know what his underlings are doing. He doesn’t realise how badly the serfs are treated. If only someone would tell him the truth, he would end injustice. The tsar’s servants, of course, connived at this.

    But Mubarak was not ignorant of the injustice of his regime. He survived by repression and threats and false elections. He always had. Like Sadat. Like Nasser who – according to the testimony of one of his victims who was a friend of mine – permitted his torturers to dangle prisoners over vats of boiling faeces and gently dunk them in it. Over 30 years, successive US ambassadors have informed Mubarak of the cruelties perpetrated in his name. Occasionally, Mubarak would express surprise and once promised to end police brutality, but nothing ever changed. The tsar fully approved of what his secret policemen were doing.

    Thus, when David Cameron announced that “if” the authorities were behind the violence in Egypt, it would be “absolutely unacceptable” – a threat that naturally had them shaking in their shoes – the word “if” was a lie. Cameron, unless he doesn’t bother to read the Foreign Office briefings on Mubarak, is well aware that the old man was a third-rate dictator who employed violence to stay in power.

    The demonstrators in Cairo and Alexandria and Port Said, of course, are nonetheless entering a period of great fear. Their “Day of Departure” on Friday – predicated on the idea that if they really believed Mubarak would leave last week, he would somehow follow the will of the people – turned yesterday into the “Day of Disillusion”. They are now constructing a committee of economists, intellectuals, “honest” politicians to negotiate with Vice-President Omar Suleiman – without apparently realising that Suleiman is the next safe-pair-of-hands general to be approved by the Americans, that Suleiman is a ruthless man who will not hesitate to use the same state security police as Mubarak relied upon to eliminate the state’s enemies in Tahrir Square.

    Betrayal always follows a successful revolution. And this may yet come to pass. The dark cynicism of the regime remains. Many pro-democracy demonstrators have noticed a strange phenomenon. In the months before the protests broke out on 25 January, a series of attacks on Coptic Christians and their churches spread across Egypt. The Pope called for the protection of Egypt’s 10 per cent Christians. The West was appalled. Mubarak blamed it all on the familiar “foreign hand”. But then after 25 January, not a hair of a Coptic head has been harmed. Why? Because the perpetrators had other violent missions to perform?

    When Mubarak goes, terrible truths will be revealed. The world, as they say, waits. But none wait more attentively, more bravely, more fearfully than the young men and women in Tahrir Square. If they are truly on the edge of victory, they are safe. If they are not, there will come the midnight knock on many a door.

    The key players

    Hosni Mubarak

    A former Egyptian air force commander who was thrust into power after Anwar Sadat’s assassination in 1982, Mubarak has proved to be a ruthless and resilient President. By combining political repression at home with close relations with the US, and relatively cordial relations with Israel, he has been able to retain Egypt’s place as a pivotal voice in the Arab world. His handling of the Egyptian economy has been less successful, however. 

    Ahmed Shafik

    Like President Mubarak, Prime Minister Shafik’s background is in the Egyptian air force, which he at one point commanded; he has also served as aviation minister. Both his military background and his reputation for efficiency as a government minister made him an obvious choice during the reshuffle forced by the protests. 

    Omar Suleiman

    As the head of the Mukhabarat, Egypt’s secret service, Suleiman was one of the most powerful and feared men in Egypt. He also cultivated a close relationship with the US: Mukhabarat cells became one of the destinations for terror suspects who had been “renditioned” by the CIA. As Egypt’s new Vice-President, however, he hardly represents a new face for the Mubarak regime. Reports of an assassination attempt against him last week have been denied by the Egyptian authorities. 

    Mohamed Elbaradei

    Winner of the Nobel Peace prize, the former head of the International Atomic Energy Agency has the highest international profile of Mubarak’s potential successors. However, he still lacks a strong domestic support base in Egypt, and among the Tahrir Square protesters. It remains to be seen whether he has time to build that kind of support before Mubarak leaves.

    Quotes…

    “We need to get a national consensus around the pre-conditions for the next step forward. The President must stay in office to steer those changes.”Frank Wisner, US special envoy for Egypt

    “There are forces at work in any society, and particularly one that is facing these kinds of challenges, that will try to derail or overtake the process to pursue their own specific agenda…. [That is] why I think it is important to support the transition process announced by the Egyptian government, actually headed by now Vice-President Omar Suleiman.” Hillary Clinton, US Secretary of State

    “We need a transition of power within a constitutional framework. At this stage, we have two possible directions: either constitutional reforms or a coup d’état by the army. I don’t see another way out.”Mounir Fakhry Abdel Nour, secretary general of the liberal Wafd Party

    “I don’t believe that we solve the world’s problems by flicking a switch and holding an election…. Egypt is a classic case in point.”David Cameron, speaking at security conference in Munich

    “I think a very quick election at the start of a process of democratisation would be wrong…. If there is an election first, new structures of political dialogue and decision-making don’t have a chance to develop.”Angela Merkel, German Chancellor

    van Closer, de website van Martijn de Koning:

    Verandering komt eraan? – De ‘Arabische revolte’ in Jordanië

    5 February 2011 6 views No Comment

    Gastauteur: Egbert Harmsen

    Wat vele jaren lang voor onmogelijk werd gehouden lijkt nu toch bewaarheid te worden: al decennialang heersende regimes in de Arabische wereld, allen gedomineerd paternalistische en autoritaire leidersfiguren die met hun eeuwige zitvlees op de stoel van de macht blijven en die het vaak zelfs presteren om hun zoon klaar te stomen voor hun opvolging, schudden op hun grondvesten. Ook de bevolking van Jordanië is aangestoken door deze protestkoorts, die daar zoals ook elders in de Arabische wereld het geval is, wordt aangejaagd door toenemende armoede, werkloosheid en gebrek aan vrijheid en burgerrechten. Maar hoever reikt dat Jordaanse protest nu eigenlijk en wat zijn de specifieke implicaties ervan?

    Het tweeledige Jordaanse protest

    Het begon op 7 januari jongstleden. In het stadje Tseiban, 60 km ten zuiden van de hoofdstad Amman, gingen dagloners de straat op om te protesteren. Tegen de prijsstijgingen. Tegen de privatiseringen die in het kader van een neoliberale regeringspolitiek zijn doorgevoerd. Tegen de overheidscorruptie. Binnen een week tijd sloegen deze protesten over naar andere kleine en middelgrote steden, zoals Karak in het zuiden en Irbid in het noorden. Sociaaleconomische eisen domineerden: er moest een nieuwe regering komen die er werkelijk toe bereid was om de massawerkloosheid, de hoge prijzen en de corruptie aan te pakken. Let wel: een nieuwe regering, in de zin van een ander kabinet. Met had het niet over regime change. Aan de top van de Jordaanse machtspiramide staat immers de koning. Deze heeft over alles het laatste woord, zou boven alle partijen staan en ook boven alle misstappen en wanbeleid van overheidsfunctionarissen, tot de minister-president aan toe.

    De traditionele Jordaanse oppositie wordt gedomineerd door de uit de Moslim Broederschap voortgekomen Islamitisch Actie Front Partij (IAF), bestaat verder nog uit enkele kleine linkse en seculiere pan-Arabische partijen en daarnaast uit beroepsorganisaties. Deze groepen aarzelden aanvankelijk over zijn houding ten aanzien van de bovengenoemde protesten. Deze protesten werden immers geuit door leden van Jordaanse stammen die van oudsher zeer loyaal zijn aan het Hashemitische koningshuis en diens politiek. De traditionele Jordaanse oppositiepartijen werden door de Tunesische revolutie geïnspireerd om hun stem te verheffen, maar konden op eigen houtje relatief weinig demonstranten mobiliseren. Zij zochten daarom uiteindelijk toch aansluiting bij die nieuw ontstane Jordaanse protestbeweging met zijn sociaaleconomische eisen. Deze beweging, die dus begon in Tseiban, is bekend komen te staan onder de naam “Verandering komt eraan!”. Volgens politiek analist Muhammad Abu Ruman van het Center for Strategic Studies van Jordan University te Amman probeerden de traditionele oppositiepartijen daarmee ruimte te cre?eren voor hun eigen politieke eisen die vooral in de sfeer lagen van meer democratie en burgerrechten. Meer concreet willen zij, onder andere, een nieuwe kieswet die gebaseerd is op evenredige vertegenwoordiging (en de regimeloyale stammen niet langer bevoordeeld), vrijheid van vergadering en een gekozen premier.

    De beweging “Verandering komt eraan!” en de traditionele politieke oppositie konden elkaar vinden in de eis tot aftreden van het kabinet van premier Samir Rifai omwille van de zo hoognodige “verandering”. “Verandering komt eraan!” voelt er echter niet voor om de politieke eisen van de oppositiepartijen over te nemen. Volgens het hoofd van de beweging, Mohammad Sneid, hebben de armen in Jordani? hun eigen prioriteiten, zoals het zeker stellen van voedsel en onderdak. Het zijn zulke eisen, in de sfeer van bread and butter issues, die de beweging aan de overheid wil overbrengen. “Politieke hervormingen vullen de maag immers niet”, meent Sneid. Leiders van traditionele oppositiepartijen, zoals Saeed Thiab van de Wihdat Partij en Munir Hamarneh van de Communistische partij, staan er echter op dat politieke hervormingen, zoals de instelling van een sterk en onafhankelijk parlement die de regering werkelijk controleert en daarmee corruptie tegen gaat, noodzakelijk zijn om sociaaleconomische verbeteringen te bestendigen. De Islamisten sluiten zich bij deze zienswijze aan. In de woorden van IAF-prominent Hamza Mansour, zoals geciteerd in de Engelstalige krant Jordan Times: “we want a government chosen by the majority of the Jordanian people and we want a balance of powers; we will protest until our demands are taken seriously”.

    Nieuwe regering

    Het verschil in visie tussen de nieuwe protestbeweging “Verandering komt eraan!” en de traditionele oppositiepartijen brengt ook meningsverschillen omtrent de vorming van een nieuwe regering met zich mee. Eerstgenoemde beweging wenst een “regering van nationale eenheid” die afrekent met het vrije marktgeoriënteerde beleid van het kabinet van Rifai. Die nieuwe regering dient de belangen van de tribale en provinciale achterban van de beweging te behartigen in plaats van die van het grote bedrijfsleven. Eerste prioriteit daarbij is een politiek van prijsbeheersing. De islamistische en de linkse oppositiepartijen, die hun aanhang vooral in de grote steden en de Palestijnse vluchtelingenkampen hebben, staan in principe niet afwijzend tegenover deze sociaaleconomische eisen van “Verandering komt eraan!”. Ze geven er echter de voorkeur aan zelf een beslissende stem in een nieuwe regering te hebben en vinden bovendien dat het vormen van een nieuwe regering weinig zin heeft zolang het Jordaanse politieke bestel niet in structurele zin veranderd in de richting van meer democratie.

    Reactie van het regime

    Geschrokken door de protesten heeft het regime initiatieven ontplooid om de protesten in het land te kalmeren. Zo bracht koning Abdallah II in het diepste geheim bezoeken aan arme streken in het land. Tevens riep hij het Jordaanse parlement op om sociaaleconomische en politieke hervormingen versneld door te voeren. Dit parlement ging zich vervolgens bezinnen op maatregelen om brandstofprijzen te verlagen en de transparantie bij het vaststellen van prijzen te bevorderen. Tevens word er gesproken over het opzetten van een nationaal fonds ter ondersteuning van de armen en van industrie?n die veel werkgelegenheid creëren. Salarissen van werknemers en gepensioneerden zijn verhoogd. De politie kreeg de opdracht zich te onthouden van geweld tegen demonstranten, en deelde zelfs water en vruchtensappen aan de laatstgenoemden uit. Op 1 februari jongstleden ging de koning er uiteindelijk toe over om de regering Rifai te ontslaan, naar zijn zeggen omdat dit kabinet enkel bepaalde particuliere belangen had gediend en het naliet om essentiële hervormingen door te voeren. Marouf Bakhit is nu aangewezen om premier te worden van een nieuw kabinet. Bakhit heeft een militaire achtergrond, heeft tevens een leidende rol gespeeld in het Jordaanse veiligheidsapparaat en diende van 2005 tot 2007 ook al als premier. De oppositiepartijen, de islamisten voorop, hebben geen vertrouwen in hem. Hij zou in het verleden slechts lippendienst aan politieke hervormingen hebben bewezen en in werkelijkheid iedere poging tot verdere democratisering hebben gefrustreerd. Hij wordt door islamistische leiders zelfs verantwoordelijk gehouden voor grootschalige verkiezingsfraude tijdens de parlementsverkiezingen van 2007.

    “Verandering komt eraan!” is naar aanleiding van de vorming van deze nieuwe regering voorlopig gestopt met demonstraties. Het wil eerst het programma en het beleid van die regering afwachten alvorens het de protesten eventueel hervat. De traditionele oppositiepartijen, en in de eerste plaats de islamisten, willen echter doorgaan met de protesten en die nu richten tegen de nieuwe regering-Bakhit.

    Een oude tweedeling

    Het verschil in opvatting tussen “Verandering komt eraan!” en de traditionele oppositiepartijen weerspiegelt in hoge mate een al zeer oude tweedeling in de Jordaanse samenleving. Deze tweedeling valt in belangrijke mate samen met het onderscheid tussen de provincie en de grote stad en tot op zekere hoogte ook met die tussen autochtone Jordaanse bedoeïenenstammen en het Palestijnse bevolkingsdeel. Traditioneel worden het overheidsapparaat, de politiek en in het bijzonder het leger en het veiligheidsapparaat gedomineerd door mensen afkomstig uit bedoeïenenstammen. Onder hen bestaat er een sterk besef van loyaliteit aan het “Jordaanse vaderland” onder het gezag van het Hashemitische koningshuis. Onder de Palestijnen is er gemiddeld gesproken sprake van een veel sterkere afwijzende houding ten aanzien van de Jordaanse staat, die altijd weinig ruimte heeft geboden aan uitingen van Palestijns nationaal identiteitsbesef. De bevolking van de grotere steden van Jordani? wordt sterk door Palestijnen gedomineerd.

    Palestijnen, maar ook verstedelijkte en modern opgeleide autochtone Jordani?rs hebben altijd aan de basis gestaan van oppositiebewegingen tegen het regime en zijn conservatieve en pro-westerse politiek.

    In de jaren ’50 en ’60 ging het daarbij nog hoofdzakelijk om seculier pan-Arabisch nationalisme en om linkse stromingen. Lange tijd kon onvrede onder de bevolking worden afgekocht door een groeiende welvaart. Deze was in belangrijke mate het gevolg van economische steun aan Jordani? door de golfstaten en door westerse mogendheden, en van geldovermakingen naar het thuisland van Jordaanse migranten in de golfstaten. Vanaf het moment dat de olieprijzen in de jaren ’80 in een vrije val belandden was deze welvaartsgroei niet meer mogelijk en verarmden grote delen van de bevolking zelfs. Rellen die in 1989 uitbraken naar aanleiding van prijsstijgingen en bezuinigingsmaatregelen bracht de koning er uiteindelijk toe om de toenmalige regering naar huis te sturen, weer verkiezingen toe te staan en de bevolking de mogelijkheid te bieden om zijn onvrede langs democratische weg te uiten. Dit laatste mocht echter alleen gebeuren op voorwaarde dat men loyaal bleef aan Jordani? als staat en aan het gezag van het Hashemitische koningshuis. Onvrede met het regime en zijn beleid werd inmiddels vooral door de islamisten van met name de Moslim Broederschap vertolkt. Om deze islamistische invloed in te dammen werden in de loop van de jaren ‘90 burgerrechten weer in toenemende mate door het regime ingeperkt en werd het kiesstelsel aangepast. Het gevolg van die aanpassing was dat de gebieden waar de oppositie het sterkst was (de steden) ondervertegenwoordigd waren in het parlement ten gunste van de gebieden waar loyalisten woonden (rurale gebieden).

    De bewoners van deze landsdelen zijn echter zeer kwetsbaar voor neoliberale economische beleidsmaatregelen op het vlak van privatisering, bezuiniging en marktwerking, aangezien zij sterk afhankelijk zijn van (werk in) de overheidssector. Dit verklaart waarom de beweging “Verandering komt eraan!”, die deze bewoners in hoge mate vertegenwoordigd, in zijn protesten de nadruk wenst te leggen op het economische beleid en minder geïnteresseerd is in democratisering van het politieke bestel. Binnen dat bestel neemt de bevolking van tribale en rurale gebieden immers tot op de dag van vandaag een bevoorrechte positie in. De islamistische en de linkse oppositie, die zijn achterban hoofdzakelijk in de politiek benadeelde grote steden heeft, wil nu juist wel streven naar democratische hervormingen.

    Conclusie

    De protesten in Jordani? wijken af van die in landen als Tunesi?, Egypte en Jemen aangezien men hier niet zo ver gaat om het vertrek van het staatshoofd (de koning) te eisen. De demonstranten houden zich aan de in Jordani? geldende politieke spelregel dat men hooguit op specifiek beleid van de regering kritiek zou kunnen uitoefenen, maar nooit op de monarchie zelf. In die zin lijkt er weinig nieuws onder de zon vergeleken met protesten en onlusten die zich eerder in het Hashemitische koninkrijk Jordani? hebben voorgedaan. De traditionele politieke en maatschappelijke verdeeldheid in het land, die zich weerspiegelt in enerzijds de nadruk op sociaaleconomisch protest van de beweging “Verandering komt eraan!” en anderzijds de nadruk op democratische hervormingen van de traditionele islamistische en linkse oppositie, zal de hegemonie van de Hashemitische monarchie enkel in stand helpen houden. Ondertussen blijft deze monarchie zichzelf het imago aanmeten dat het boven al deze partijen staat en de belangen en het welzijn van de gehele Jordaanse natie vertegenwoordigt. Dit imago stelt de monarchie in staat om desnoods een impopulair kabinet weg te sturen, de bevolking met wat beleidsaanpassingen te kalmeren en de eigen handen schoon te wassen. Mochten de huidige ontwikkelingen in Tunesi? en Egypte echter een structurele verandering in democratische zin gaan behelzen, dan is het niet uitgesloten dat ook Jordani? op een gegeven moment deze weg in zal slaan.

    Egbert Harmsen heeft een achtergrond in Midden-Oosten- en Islamstudies en is daarbij gespecialiseerd in de Palestijnse kwestie, het Isra?lisch-Arabische conflict, sociale en politieke islam en Jordani?. In 1995 studeerde hij af op een doctoraalscriptie over de opvang en integratie van Palestijnen in Jordani? die tijdens en na de Golfcrisis en -oorlog van 1990/91 Koeweit waren ontvlucht. In 2007 promoveerde hij op een dissertatie getiteld “Islam, Civil Society and Social Work, the Case of Muslim NGOs in Jordan”. Na zijn promotie verichtte hij onderzoek naar islam en moslims in Nederland. Momenteel is hij werkzaam als Universitair Docent Midden-Oosten Studies aan de Universiteit Leiden.

     

    http://nos.nl/artikel/216882-moslimbroederschap-gaat-gesprek-aan.html

    Moslimbroederschap gaat gesprek aan

    Een groepje demonstranten op het Tahrirplein wil juist geen dialoog met de president» Een groepje demonstranten op het Tahrirplein wil juist geen dialoog met de president EPA

    Toegevoegd: zondag 6 feb 2011, 03:15

    Update: zondag 6 feb 2011, 04:37

    De Moslimbroederschap gaat toch het gesprek aan met de Egyptische regering, zo heeft de oppositiebeweging gezegd tegen persbureau Reuters.

    Tot nu toe heeft de Moslimbroederschap steeds gezegd pas te willen overleggen als president Mubarak is vertrokken.

    De fundamentalistische Moslimbroeders schuiven aan bij een overleg tussen vicepresident Suleiman, verschillende oppositiepartijen en intellectuelen. President Mubarak beschuldigde de Moslimbroederschap er eerder van achter de onrust te zitten in Egypte.

    Onderzoek

    De groep, officieel nog altijd verboden, wil peilen in hoeverre de regering tegemoet wil komen aan de eisen van de bevolking. Ook willen ze dat er een onderzoek komt naar het geweld tegen betogers.

    Achter de schermen zou er onder meer worden gesproken worden over een overgangsperiode. Vicepresident Suleiman zou dan presidentiële bevoegdheden krijgen tot aan nieuwe verkiezingen.

    Verenigde Staten

    Intussen is er verwarring ontstaan over de positie van de Verenigde Staten ten aanzien van Egypte. De Amerikaanse gezant Wisner zei zaterdagavond dat de Egyptische president Mubarak voorlopig aan de macht moet blijven om leiding te geven aan de machtswisseling.

    Enkele uren later verklaarde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat Wisner niet het Amerikaanse standpunt verkondigde; Wisner sprak op persoonlijke titel, zei een woordvoerder van het Witte Huis.

    http://english.aljazeera.net/programmes/rizkhan/2011/02/2011238843342531.html

    Een gesprek met twee Titanen: Tariq Ramadan & Slavoj Zizek

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

    The Muslim scholar and philosopher discuss the power of popular dissent and the limits of peaceful protest.

    The revolutionary chants on the streets of Egypt have resonated around the world, but with a popular uprising without a clear direction and an unpopular leader refusing to concede, Egypt’s future hangs in the balance.

    JOIN THE DEBATE
    us your views and get your voice on the air

    On Thursday’s Riz Khan we speak with Muslim scholar Tariq Ramadan and Slovenian philosopher Slavoj Zizek about the power of popular dissent, the limits of peaceful protest and the future of Egyptian politics.

    This episode aired on Thursday, February 3, 2011

    Robert Kaplan in Buitenhof

    Moesson

    Robert Kaplan is een van Amerika’s meest vooraanstaande publicisten over ontwikkelingen in de wereldpolitiek. Hij is een veel geciteerd schrijver die de beleidsmakers in het Witte Huis en het Pentagon goed volgen en wiens ideeën en opvattingen ingang vinden bij diverse presidenten van de VS. Onlangs publiceerde hij een nieuw boek Moesson, over de politieke en economische opkomst van landen rond de Indische Oceaan. Kaplan woonde jaren in het Midden Oosten. Vanzelfsprekend staat hij ook stil bij de recente gebeurtenissen in Egypte.

    http://www.vpro.nl/programma/buitenhof/afleveringen/44444453/items/44445729/media/44445998/

    Afshin Ellian in Brandpunt

    Een gesprek met Afshin Ellian over zijn eigen herinneringen aan de Iraanse revolutie van 1979. Ellian is hier genuanceerder dan wat hij normaalgesproken in zijn columns en televisieoptredens is. De vrees van Ellian is wat mij betreft begrijpelijk, gezien wat er in Iran is gebeurd. Toch kun je je afvragen of de geschiedenis zich gaat herhalen. Dat gebeurt immers vrijwel nooit. Maar zeker interessant om te bekijken:

    http://brandpunt.kro.nl/uitzendingen/2011-02-06/

    Het onderstaande artikel van de site van Al-Jazeera English, gaat over dezelfde thematiek:

    Opinion

     

    The shaping of a New World Order

     

    If the revolutions of 2011 succeed, they will force the creation of a very different regional and world system.

    Mark LeVine Last Modified: 06 Feb 2011 15:07 GMT
    Armed women on guard at one of Tehran’s main squares at the start of the Iranian Revolution [Getty]  

    I remember the images well, even though I was too young to understand their political significance. But they were visceral, those photos in the New York Times from Tehran in the midst of its revolutionary moment in late 1978 and early 1979. Not merely exuberance jumped from the page, but also anger; anger fuelled by an intensity of religious fervour that seemed so alien as to emanate from another planet to a “normal” pre-teen American boy being shown the newspaper by his father over breakfast.

    Many commentators are comparing Egypt to Iran of 32 years ago, mostly to warn of the risks of the country descending into some sort of Islamist dictatorship that would tear up the peace treaty with Israel, engage in anti-American policies, and deprive women and minorities of their rights (as if they had so many rights under the Mubarak dictatorship).

    I write this on February 2, the precise anniversary of Khomeini’s return to Tehran from exile. It’s clear that, while religion is a crucial foundation of Egyptian identity and Mubarak’s level of corruption and brutality could give the Shah a run for his money, the situations are radically different on the ground.

    A most modern and insane revolt

    The following description, I believe, sums up what Egypt faces today as well as, if not better, than most:

    “It is not a revolution, not in the literal sense of the term, not a way of standing up and straightening things out. It is the insurrection of men with bare hands who want to lift the fearful weight, the weight of the entire world order that bears down on each of us – but more specifically on them, these … workers and peasants at the frontiers of empires. It is perhaps the first great insurrection against global systems, the form of revolt that is the most modern and the most insane.

    One can understand the difficulties facing the politicians. They outline solutions, which are easier to find than people say … All of them are based on the elimination of the [president]. What is it that the people want? Do they really want nothing more? Everybody is quite aware that they want something completely different. This is why the politicians hesitate to offer them simply that, which is why the situation is at an impasse. Indeed, what place can be given, within the calculations of politics, to such a movement, to a movement through which blows the breath of a religion that speaks less of the hereafter than of the transfiguration of this world?”

    The thing is, it was offered not by some astute commentator of the current moment, but rather by the legendary French philosopher Michel Foucault, after his return from Iran, where he witnessed firsthand the intensity of the revolution which, in late 1978, before Khomeini’s return, really did seem to herald the dawn of a new era.

    Foucault was roundly criticised by many people after Khomeini hijacked the revolution for not seeing the writing on the wall. But the reality was that, in those heady days where the shackles of oppression were literally being shattered, the writing was not on the wall. Foucault understood that it was precisely a form of “insanity” that was necessary to risk everything for freedom, not just against one’s government, but against the global system that has nuzzled him in its bosom for so long.

    What was clear, however, was that the powers that most supported the Shah, including the US, dawdled on throwing their support behind the masses who were toppling him. While this is by no means the principal reason for Khomeini’s successful hijacking of the revolution, it certainly played an important role in the rise of a militantly anti-American government social force, with disastrous results.

    While Obama’s rhetoric moved more quickly towards the Egyptian people than did President Carter’s towards Iranians three decades ago, his refusal to call for Mubarak’s immediate resignation raises suspicion that, in the end, the US would be satisfied if Mubarak was able to ride out the protests and engineer a “democratic” transition that left American interests largely intact.

    The breath of religion

    Foucault was also right to assign such a powerful role to religion in the burgeoning revolutionary moment – and he experienced what he called a “political spirituality”, But, of course, religion can be defined in so many ways. The protestant theologian Paul Tillich wonderfully described it as encompassing whatever was of “ultimate concern” to a person or people. And today, clearly, most every Egyptian has gotten religion from this perspective.

    So many people, including Egypt’s leaders, have used the threat of a Muslim Brotherhood takeover to justify continued dictatorship, with Iran as the historical example to justify such arguments. But the comparison is plagued by historical differences. The Brotherhood has no leader of Khomeini’s stature  and foreswore violence decades ago. Nor is there a culture of violent martyrdom ready to be actualised by legions of young men, as occurred with the Islamic Revolution. Rather than trying to take over the movement, which clearly would never have been accepted – even if its leaders wanted to seize the moment, the Brotherhood is very much playing catch up with the evolving situation and has so far worked within the rather ad hoc leadership of the protests.

    But it is equally clear that religion is a crucial component of the unfolding dynamic. Indeed, perhaps the iconic photo of the revolution is one of throngs of people in Tahrir Square bowed in prayers, literally surrounding a group of tanks sent there to assert the government’s authority.

    This is a radically different image of Islam than most people – in the Muslim world as much as in the West – are used to seeing: Islam taking on state violence through militant peaceful protest; peaceful jihad (although it is one that has occurred innumerable times around the Muslim world, just at a smaller scale and without the world’s press there to capture it).

    Such imagery, and its significance, is a natural extension of the symbolism of Mohamed Bouazizi’s self-immolation, an act of jihad that profoundly challenges the extroverted violence of the jihadis and militants who for decades, and especially since 9/11, have dominated the public perception of Islam as a form of political spirituality.

    Needless to say, the latest images – of civil war inside Tahrir Square – will immediately displace these other images. Moreover, if the violence continues and some Egyptian protesters lose their discipline and start engaging in their own premeditated violence against the regime and its many tentacles, there is little doubt their doing so will be offered as “proof” that the protests are both violent and organised by the Muslim Brotherhood or other “Islamists”.

    A greater threat than al-Qa’eda

    As this dynamic of nonviolent resistance against entrenched regime violence plays out, it is worth noting that so far, Osama bin Laden and his Egyptian deputy, Ayman Al-Zawahiri, have had little – if anything – of substance to say about the revolution in Egypt. What they’ve failed to ignite with an ideology of a return to a mythical and pure beginning – and a strategy of human bombs, IEDs, and planes turned into missiles – a disciplined, forward-thinking yet amorphous group of young activists and their more experienced comrades, “secular” and “religious” together (to the extent these terms are even relevant anymore), have succeeded in setting a fire with a universal discourse of freedom, democracy and human values – and a strategy of increasingly calibrated chaos aimed at uprooting one of the world’s longest serving dictators.

    As one chant in Egypt put it succinctly, playing on the longstanding chants of Islamists that “Islam is the solution”, with protesters shouting: “Tunisia is the solution.”

    For those who don’t understand why President Obama and his European allies are having such a hard time siding with Egypt’s forces of democracy, the reason is that the amalgam of social and political forces behind the revolutions in Tunisia, Egypt today – and who knows where tomorrow – actually constitute a far greater threat to the “global system” al-Qa’eda has pledged to destroy than the jihadis roaming the badlands of Afghanistan, Pakistan, or Yemen.

    Mad as hell

    Whether Islamist or secularist, any government of “of the people” will turn against the neoliberal economic policies that have enriched regional elites while forcing half or more of the population to live below the $2 per day poverty line. They will refuse to follow the US or Europe’s lead in the war on terror if it means the continued large scale presence of foreign troops on the region’s soil. They will no longer turn a blind eye, or even support, Israel’s occupation and siege across the Occupied Palestinian territories. They will most likely shirk from spending a huge percentage of their national income on bloated militaries and weapons systems that serve to enrich western defence companies and prop up autocratic governments, rather than bringing stability and peace to their countries – and the region as a whole.

    They will seek, as China, India and other emerging powers have done, to move the centre of global economic gravity towards their region, whose educated and cheap work forces will further challenge the more expensive but equally stressed workforces of Europe and the United States.

    In short, if the revolutions of 2011 succeed, they will force the creation of a very different regional and world system than the one that has dominated the global political economy for decades, especially since the fall of communism.

    This system could bring the peace and relative equality that has so long been missing globally – but it will do so in good measure by further eroding the position of the United States and other “developed” or “mature” economies. If Obama, Sarkozy, Merkel and their colleagues don’t figure out a way to live with this scenario, while supporting the political and human rights of the peoples of the Middle East and North Africa, they will wind up with an adversary far more cunning and powerful than al-Qa’eda could ever hope to be: more than 300 million newly empowered Arabs who are mad as hell and are not going to take it any more.

    Mark LeVine is a professor of history at UC Irvine and senior visiting researcher at the Centre for Middle Eastern Studies at Lund University in Sweden. His most recent books are Heavy Metal Islam (Random House) and Impossible Peace: Israel/Palestine Since 1989 (Zed Books).

    The views expressed in this article are the author’s own and do not necessarily reflect Al Jazeera’s editorial policy.

    http://english.aljazeera.net/indepth/opinion/2011/02/20112611181593381.html

     

    Egyptian voices reflect diversity

     

    Al Jazeera meets the vanguards of the pro-democracy protests that have flooded Cairo’s Tahrir Square for 12 days.

    Al Jazeera Online Producer Last Modified: 06 Feb 2011 21:30 GMT
    More than a million people have filled the area in and around Cairo’s Tahrir Square [AFP] 

    CAIRO, EGYPT – Behind a barricaded front door across the street from the famed Egyptian Museum, through a tight, fluorescent-lit hallway crammed with a makeshift kitchen, bed and debris meant to obstruct intruders, up a winding, outdoor metal staircase with a view over a darkened back street, we find Mohammed, a smiling, skinny 23-year-old with a buzzed head and a scarf around his neck.

    Mohammed and the group of mostly young men he commands on this 10th-floor rooftop exposed to the damp Cairo night are the vanguards of the pro-democracy protests that have flooded Tahrir Square for 12 days. They are the occupiers of this apartment building and its defenders against assault by supporters of Egypt’s president, Hosni Mubarak.

    They’re a diverse crowd. Mohammed idolises Gamal Abdel Nasser, the socialist and nationalist hero of modern Egyptian politics, but elsewhere on the rooftop we find Sohail, the son of a wealthy businessman who professes no religious ideology but admires the Muslim Brotherhood’s organisational skills.

    Mohammed has admitted us to their rooftop ramparts not because he is particularly fond of our company, though we all get along well, but because he no longer trusts the Egyptian media to report fairly on the story of Tahrir Square and the hundreds of thousands of protesters there who are eager to change their country’s ossified political and social system.

    There on the roof, ducking behind a large satellite dish when the ever-present military helicopter circles nearby, Mohammed and Sohail offer us a nuanced look at who is protesting, what motivates them, and how a group of untrained 20-somethings came together to fend off a co-ordinated, determined attempt – likely backed by elements within the government – to crush them beneath a hail of rocks, Molotov cocktails and gunfire.

    Against the thugs

    The combat between anti-government protesters and Mubarak supporters around the museum on Wednesday night and Thursday morning was intense and bloody, involving thousands on either side. An Al Jazeera online producer at the barricades during the fighting witnessed two protesters being treated for critical gunshot wounds and several others who were hit by rocks or petrol bombs.

    Citizen video obtained by Al Jazeera has also shown anti-government protesters apparently being hit by live gunfire after being targeted by a green laser.

    After 12 hours of overnight combat, the protesters in the square managed to advance their wall of shields – metal barricades scavenged from a nearby construction site – around 200 metres from where the fighting began, and they eventually overwhelmed and defeated the outnumbered Mubarak supporters.

    Mohammed and his group of around 15 men, like others that night, fought their way hand-to-hand into the apartment building they now occupy. They did so in the face of a determined opponent that was resupplied throughout the night by cars that arrived bearing more petrol bombs.

    In the midst of battle, the protesters realised they needed someone to act as a leader. The nominees included those who had showed the most calm during tough situations and those who displayed the best tactical sense.

    “Battle naturally creates leaders,” Mohammed said.

    One man, curiously, nominated himself. Most of the others nominated Mohammed. After it was clear that Mohammed would win, the man grabbed a metal pipe and tried to attack, declaring that he was actually a member of the state security forces. The protesters quickly subdued him and dragged him off to a makeshift prison that had been established at a metro station in the centre of the square.

    Like other groups, Mohammed’s crew started wearing badges – handwritten pieces of tape – stating their role and unit. Realising these could be forged, they switched to a simple password system to grant entry to the building, one that changes every 12 hours.

    The rooftop leaders in the area, including Mohammed, communicate with ground-level leaders and others by mobile phone, tracking the movements of any approaching baltageya, or “thugs”.

    Dozens of soldiers armed with automatic assault rifles and wearing flak jackets and ballistic helmets stand outside, keeping watch over the square and guarding the museum, but they take no action against the parallel civilian authority right next door.

    The army did ask the man who owns the occupied building, as well as three others nearby, to boot the squatting protesters out, but the protesters refused, and the army has yet to act. The owner of the top-floor apartment, which Mohammed’s group found unlocked and have been using, told the young men they were free to make themselves at home as long as they didn’t ruin the place.

    On the rooftop, piles of rocks await any baltageya assault. Atop a nearby building we visited earlier, another squad of protesters has wrapped rocks in petrol-soaked rags that they will ignite and use to swing and hurl the projectiles a greater distance. A stockpile of the Molotov cocktails, as they are known, left behind by retreating Mubarak supporters lies nearby.

    A marriage of authority and money

    Mohammed and Sohail, his 20-year-old comrade, told us a refrain about the Mubarak supporters that we had heard repeated many times in the square: If they really cared, why aren’t they still here? Why aren’t they mounting continued protests in their own square?

    Indeed, aside from the police identification cards found on some of the captured Mubarak supporters, the one thing that most indicated government collusion in the violent attacks on Tahrir Square was the co-ordination with which the Mubarak crowd came and went. Often on Wednesday and Thursday, lines of male spectators would appear on the overpass above the museum barricades at odd hours – including after dark – and watch the museum barricades ominously until eventually other men behind them would begin launching rocks.

    Mohammed said he had seen people at the Sayyida Zeinab metro station, south of Tahrir Square, handing out 350 Egyptian pounds per person to encourage Mubarak supporters to mass near the square. These are the same “thugs,” Sohail said, who the government unleashes on election days to overrun polling stations, guarantee access for the ruling National Democratic Party (NDP), and intimidate opposition voters.

    It was the government’s blatant robbing of the most recent parliamentary election, held in November and December, that pushed everyone over the edge, he said. The NDP essentially won more than 90 per cent of parliament, wiping out all but one seat for the Muslim Brotherhood, the banned but semi-tolerated movement that had previously held around a fifth of the People’s Assembly.

    Click here for more on Al Jazeera’s special coverage 

    “The president has managed to keep power through the marriage of money and authority,” Mohammed told us.

    Even before the call went out for mass protests to begin on January 25, “we could feel the effects of corruption that the country suffers from,” Mohammed said. “From unemployment to corruption to rigged elections. I can feel it myself, I am unemployed, I have a business degree, but I cannot find an appropriate job. We can feel it in our daily lives, in everyday dealings, nobody can get anything done in any government institution without paying, without bribery.”

    Sohail – whose father owns a business where he can find a job and who studies at a private university for the comparatively high cost of around 10,000 pounds ($1,700) per semester – told us his aim was to “bring down the president”.

    Both he and Mohammed said that a lack of dignity was the protesters’ essential grievance, and one that had succeeded in attracting people from all walks of life.

    “[The government] degrades us so badly, the police used to degrade the people so much, that’s why when people took to the streets on January 28” – the violent Friday following the major street protests –  “they just wanted revenge, nothing more,” he said.

    Mohammed said that the demands of the youth were not “classist,” and that corruption and repression weigh on all layers of society.

    “As I said, we are prepared to live on the bare minimum, as long as we feel like we have our dignity, that we are walking down the streets with our dignity,” Mohammed said. “Not like when a policeman sees me in the street and decides to make life difficult for me, asking me about my ID, and even if I have my ID and am obeying the law, I don’t have a weapon or hashish or drugs or anything, just for the sake of it he will stop me and make me pay to pass. And if you don’t pay, he will make up a charge and throw you in prison, this is how things work here.”

    The West’s fears

    In the first days of the Egyptian street protests, the Mubarak government quickly blamed the unrest on the Muslim Brotherhood, even though the group had stated in the days before January 25 that it would not participate.

    It wasn’t a new tactic: The Egyptian leadership is fond of invoking Western fears of an “Islamist takeover”, especially since September 11, to rally support for its repressive tactics, including the continued enforcement of emergency national security laws that have been in place since the 1981 assassination of Anwar Sadat, Mubarak’s predecessor.

    Though the government is now negotiating with the Brotherhood and other opposition groups to play out a transition as long as it can, it continues to smear the protesters in the hopes of limiting their popular support. On Friday, in a one-room shop near the northern barricades , an army officer chatting with the owner told Al Jazeera that some of the protesters were “terrorists” and that they had been infiltrated by agents from other countries, including Iran.

    Mohammed said that he and his comrades were well aware of the information campaign being waged against them.

    “People in their homes who are sympathetic with us will no longer be,” he said. “They will think we are agents of foreign countries who are trying to affect the stability of our nation.”

    If the disagreements on the rooftop are any indication, the protest movement does contain a diverse ideological array.

    While Sohail admires the Muslim Brotherhood’s organisation and discipline, Mohammed blames the group for plotting to assassinate Nasser and says they try to hide their aspirations for political power.

    The Brotherhood uses religious slogans to brainwash the youth, Mohammed told us. They’re fine allies now, but he doesn’t want to see them lead.

    Some protesters give the Brotherhood credit for being the square’s most stalwart defenders, the ones who rarely leave and show the most bravery on the front lines. At night, much of the debate around the campfires and many of the speeches over the loudspeakers concern religion.

    But Sohail wasn’t worried.

    “If the president leaves, I don’t care about my political party, everyone will unite,” he told us.

    Mohammed shared a similar view of the movement’s solidarity.

    “There are old men, there are people over 40, there are those younger than 20, there are women. The people who are here represent a state of monopolisation throughout the whole nation,” he said.

    “Everyone suffers, there isn’t one person who doesn’t suffer. Everyone down there is suffering, everyone at home is suffering, even the people who come to oppose us, those who support the president, they suffer as well, but they’ve been paid.”

    Down below, next to the museum, the army had formed a cordon to prevent most of the protesters from nearing the outermost layer of barricades, where the worst fighting took place. Only the sidewalk to the side was open for foot traffic.

    It was clear the government was attempting to return a sense of normalcy to the city; businesses and banks were set to open on Sunday, and the army was intent on clearing away all signs of discord but for the crowd in the square. Men in fluorescent vests even went about clearing debris and trash from the streets where protesters had died just nights before.

    But as high-ranking opposition figures negotiate a transition with Mubarak’s right-hand man, former intelligence chief and newly appointed vice-president Omar Suleiman, Mohammed, Sohail, and the men on the rooftops remain dug in, hoping for a complete overhaul.

    After the thugs’ attack on Wednesday, they won’t accept negotiation with Mubarak.

    “He’s hiding a dagger behind his back,” Mohammed said.

     
     

    http://english.aljazeera.net/news/middleeast/2011/02/201126194730350605.html

    Op-Ed Columnist

    Wallflowers at the Revolution

    By FRANK RICH
    Published: February 5, 2011

    A month ago most Americans could not have picked Hosni Mubarak out of a police lineup. American foreign policy, even in Afghanistan, was all but invisible throughout the 2010 election season. Foreign aid is the only federal budget line that a clear-cut majority of Americans says should be cut. And so now — as the world’s most unstable neighborhood explodes before our eyes — does anyone seriously believe that most Americans are up to speed? Our government may be scrambling, but that’s nothing compared to its constituents. After a near-decade of fighting wars in the Arab world, we can still barely distinguish Sunni from Shia.

    The live feed from Egypt is riveting. We can’t get enough of revolution video — even if, some nights, Middle West blizzards take precedence over Middle East battles on the networks’ evening news. But more often than not we have little or no context for what we’re watching. That’s the legacy of years of self-censored, superficial, provincial and at times Islamophobic coverage of the Arab world in a large swath of American news media. Even now we’re more likely to hear speculation about how many cents per gallon the day’s events might cost at the pump than to get an intimate look at the demonstrators’ lives.

     

    Perhaps the most revealing window into America’s media-fed isolation from this crisis — small an example as it may seem — is the default assumption that the Egyptian uprising, like every other paroxysm in the region since the Green Revolution in Iran 18 months ago, must be powered by the twin American-born phenomena of Twitter and Facebook. Television news — at once threatened by the power of the Internet and fearful of appearing unhip — can’t get enough of this cliché.

    Three days after riot police first used tear gas and water hoses to chase away crowds in Tahrir Square, CNN’s new prime-time headliner, Piers Morgan, declared that “the use of social media” was “the most fascinating aspect of this whole revolution.” On MSNBC that same night, Lawrence O’Donnell interviewed a teacher who had spent a year at the American school in Cairo. “They are all on Facebook,” she said of her former fifth-grade students. The fact that a sampling of fifth graders in the American school might be unrepresentative of, and wholly irrelevant to, the events unfolding in the streets of Cairo never entered the equation.

    The social networking hype eventually had to subside for a simple reason: The Egyptian government pulled the plug on its four main Internet providers and yet the revolution only got stronger. “Let’s get a reality check here,” said Jim Clancy, a CNN International anchor, who broke through the bloviation on Jan. 29 by noting that the biggest demonstrations to date occurred on a day when the Internet was down. “There wasn’t any Twitter. There wasn’t any Facebook,” he said. No less exasperated was another knowledgeable on-the-scene journalist, Richard Engel, who set the record straight on MSNBC in a satellite hook-up with Rachel Maddow. “This didn’t have anything to do with Twitter and Facebook,” he said. “This had to do with people’s dignity, people’s pride. People are not able to feed their families.”

    No one would deny that social media do play a role in organizing, publicizing and empowering participants in political movements in the Middle East and elsewhere. But as Malcolm Gladwell wrote on The New Yorker’s Web site last week, “surely the least interesting fact” about the Egyptian protesters is that some of them “may (or may not) have at one point or another employed some of the tools of the new media to communicate with one another.” What’s important is “why they were driven to do it in the first place” — starting with the issues of human dignity and crushing poverty that Engel was trying to shove back to center stage.

    Among cyber-intellectuals in America, a fascinating debate has broken out about whether social media can do as much harm as good in totalitarian states like Egypt. In his fiercely argued new book, “The Net Delusion,” Evgeny Morozov, a young scholar who was born in Belarus, challenges the conventional wisdom of what he calls “cyber-utopianism.” Among other mischievous facts, he reports that there were only 19,235 registered Twitter accounts in Iran (0.027 percent of the population) on the eve of what many American pundits rebranded its “Twitter Revolution.” More damning, Morozov also demonstrates how the digital tools so useful to citizens in a free society can be co-opted by tech-savvy dictators, police states and garden-variety autocrats to spread propaganda and to track (and arrest) conveniently networked dissidents, from Iran to Venezuela. Hugo Chávez first vilified Twitter as a “conspiracy,” but now has 1.2 million followers imbibing his self-sanctifying Tweets.

    This provocative debate isn’t even being acknowledged in most American coverage of the Internet’s role in the current uprisings. The talking-head invocations of Twitter and Facebook instead take the form of implicit, simplistic Western chauvinism. How fabulous that two great American digital innovations can rescue the downtrodden, unwashed masses. That is indeed impressive if no one points out that, even in the case of the young and relatively wired populace of Egypt, only some 20 percent of those masses have Internet access.

    That we often don’t know as much about the people in these countries as we do about their Tweets is a testament to the cutbacks in foreign coverage at many news organizations — and perhaps also to our own desire to escape a war zone that has for so long sapped American energy, resources and patience. We see the Middle East on television only when it flares up and then generally in medium or long shot. But there actually is an English-language cable channel — Al Jazeera English — that blankets the region with bureaus and that could have been illuminating Arab life and politics for American audiences since 2006, when it was established as an editorially separate sister channel to its Qatar-based namesake.

    Al Jazeera English, run by a 35-year veteran of the Canadian Broadcasting Company, is routinely available in Israel and Canada. It provided coverage of the 2009 Gaza war and this year’s Tunisian revolt when no other television networks would or could. Yet in America, it can be found only in Washington, D.C., and on small cable systems in Ohio and Vermont. None of the biggest American cable and satellite companies — Comcast, DirecTV and Time Warner — offer it.

    The noxious domestic political atmosphere fostering this near-blackout is obvious to all. It was made vivid last week when Bill O’Reilly of Fox News went on a tear about how Al Jazeera English is “anti-American.” This is the same “We report, you decide” Fox News that last week broke away from Cairo just as the confrontations turned violent so that viewers could watch Rupert Murdoch promote his new tablet news product at a publicity event at the Guggenheim Museum in New York.

    Unable to watch Al Jazeera English, and ravenous for comprehensive and sophisticated 24/7 television coverage of the Middle East otherwise unavailable on television, millions of Americans last week tracked down the network’s Internet stream on their computers. Such was the work-around required by the censorship practiced by America’s corporate gatekeepers. You’d almost think these news-starved Americans were Iron Curtain citizens clandestinely trying to pull in the jammed Voice of America signal in the 1950s — or Egyptians desperately seeking Al Jazeera after Mubarak disrupted its signal last week.

    The consequence of a decade’s worth of indiscriminate demonization of Arabs in America — and of the low quotient of comprehensive adult news coverage that might have helped counter it — is the steady rise in Islamophobia. The “Ground Zero” mosque melee has given way to battles over mosques as far removed from Lower Manhattan as California. Soon to come is a national witch hunt — Congressional hearings called by Representative Peter King of New York — into the “radicalization of the American Muslim community.” Given the disconnect between America and the Arab world, it’s no wonder that Americans are invested in the fights for freedom in Egypt and its neighboring dictatorships only up to a point. We’ve been inculcated to assume that whoever comes out on top is ipso facto a jihadist.

    This week brings the release of Donald Rumsfeld’s memoir. The eighth anniversary of the invasion of Iraq is to follow. As we took in last week’s fiery video from Cairo — mesmerizing and yet populated by mostly anonymous extras we don’t understand and don’t know — it was hard not to flash back to those glory days of “Shock and Awe.” Those bombardments too were spectacular to watch from a safe distance — no Iraqi faces, voices or bodies cluttered up the shots. We lulled ourselves into believing that democracy and other good things were soon to come. It took months, even years, for us to learn the hard way that in truth we really had no idea what was going on.

    A version of this op-ed appeared in print on February 6, 2011, on page WK8 of the New York edition.

    http://www.nytimes.com/2011/02/06/opinion/06rich.html

     

    After Mubarak

    Adam Shatz

    London Review of Books 5 February 2011

    Popular uprisings are clarifying events, and so it is with the revolt in Egypt. The Mubarak regime – or some post-Mubarak continuation of it – may survive this challenge, but the illusions that have held it in place have crumbled. The protests in Tahrir Square are a message not only to Mubarak and the military regime that has ruled Egypt since the Free Officers coup of 1952; they are a message to all the region’s autocrats, particularly those supported by the West, and to Washington and Tel Aviv, which, after spending years lamenting the lack of democracy in the Muslim world, have responded with a mixture of trepidation, fear and hostility to the emergence of a pro-democracy movement in the Arab world’s largest country. If these are the ‘birth pangs of a new Middle East’, they are very different from those Condoleezza Rice claimed to discern during Israel’s war on Lebanon in the summer of 2006.

    The first illusion to crumble was the myth of Egyptian passivity, a myth that had exerted a powerful hold over Egyptians. ‘We’re all just waiting for someone to do the job for us,’ an Egyptian journalist said to me when I reported from Cairo last year (LRB, 27 May 2010); despite the proliferation of social movements since the 1970s, the notion of a mass revolt against the regime was inconceivable to her. When Galal Amin, a popular Egyptian sociologist, remarked that ‘Egyptians are not a revolutionary nation’ in a recent al-Jazeera documentary, few would have disagreed. And until the Day of Rage on 25 January many Egyptians – including a number of liberal reformers – would have resigned themselves to a caretaker regime led by the intelligence chief, Omar Suleiman, if only to save themselves from the president’s son Gamal Mubarak. The first to be surprised by the uprising were the Egyptians themselves, who – in the lyrical early days of the revolt, culminating in the ‘million-man march’ on Tahrir Square on 1 February – discovered that they were capable of taking matters into their own hands, of overcoming their fear of the police and collectively organising against the regime. And as they acquired a thrilling sense of their own power, they would settle only for the regime’s removal.

    verder lezen op http://www.lrb.co.uk/2011/02/05/adam-shatz/after-mubarak

     

    “They Want to Abort This Revolution, But We Will Win”: Interview with Nawal El Saadawi
    by Amy Goodman

    Amy Goodman: Your feelings today in the midst of this popular rebellion against the Mubarak regime, calling on Mubarak to leave?  Do you agree?

    Nawal El Saadawi: We are in the streets every day, people, children, old people, including myself.  I am now 80 years of age, suffering of this regime for half a century.  And you remember, Mubarak is the continuation of Sadat.  And both Sadat and Mubarak, you know, their regime worked against the people, men and women.  And they created this gap between the poor and rich.  They brought the so-called business class to govern us.  Egypt became an American colony.  And we are dominated by the U.S. and Israel.  And 80 million people, men and women, have no say in the country.

    . . . [People] told Mubarak to go.  He should have gone, if he respects the will of the people.  That’s democracy.  Because what’s democracy?  It’s to respect the will of the people.  The people govern themselves.  So, really, we are happy.

    But what I would like to tell you: the U.S. government, with Israel and Saudi Arabia and some other powers outside the country and inside the country, they want to abort this revolution.  And they are creating rumors that, you know, Egypt is going to be ruined, to be robbed, and they are also preventing — we don’t have bread now, and the shops are using this to raise the price.  So they are trying to frighten us.  They have two strategies: to frighten the people, so we say, “Oh, we need security, we need Mubarak,” because people are living in fear.  When I go to the streets, there is no fear, you know, but when I stay at home and listen to the media, I feel, “What’s going to happen?”  But when I go to the streets, to Midan Tahrir, and see the people, the young people, the old people, the men, I feel secure, and I believe that the revolution succeeded.  So, they are trying to abort the power outside and inside.  But we will win.

    Amy Goodman: And Nawal El Saadawi, you often hear in the United States, “Is this going to be like the Iranian Revolution?” not talking about throwing out the dictator so much, but a fundamentalist revolution.  Your response?  Nawal? 

    Nawal El Saadawi: They are frightening us by the Ikhwan Muslimin . . . they tried for years to tell us that “Who protects us from the fundamentalists, like Khomeini and Iraq?  It’s Mubarak.”  You know, and this is not true.  This revolution, the young people who started the revolution and who are continuing to protect it, they are not political, ordinary young men and women.  They don’t belong to the right or the left, or Muslim.  There was not a single Islamic religious slogan in the streets.  Not one.  They were shouting for justice, equality, freedom, and that Mubarak and his regime should go, and we need to change the system and bring people who are honest.  Egypt is living in corruption, false elections, oppression of women, of young people, unemployment.  So the revolution came.  It was too late.  This revolution is too late, but anyway, it came.  So —

    Amy Goodman: Nawal El Saadawi, you have been arrested how many times under previous regimes?

    Nawal El Saadawi: Sadat.  Sadat put me in prison only.  But I came out from prison with bars to a prison with no bars.  I am living in Cairo in exile.  I am censored.  I cannot write in Al-Ahram or the big media.  I write only one article every Tuesday in Al-Masry Al-Youm.

    Amy Goodman: And we only have 30 seconds, but I wanted to ask you about the role of women in this rebellion, women and girls.

    Nawal El Saadawi: Women and girls are beside boys in the streets.  They are — and we are — calling for justice, freedom and equality, and real democracy and a new constitution, no discrimination between men and women, no discrimination between Muslims and Christians, to change the system, to change the people who are governing us, the system and the people, and to have a real democracy.  That’s what women are saying and what men are saying.

    Een democratische omwenteling in de Arabische wereld?- Deel 1 جزء1 ثورة ديمقراطية في العالم العربي؟

    Twee verschillende beelden uit Tunesië, al hadden ze ook uit Egypte kunnen komen (althans, zoals het er nu voor staat). In Tunesië en tot nu toe ook in Egypte lijkt het leger, althans de gewone soldaten, de demonstranten (passief) te steunen, terwijl de politie en andere veiligheidsdiensten het zittende regime verdedigen.

     

    De roep om vrijheid in de Arabische wereld –

     

     نداء من أجل الحرية في العالم العربي

     

    Nu in Tunesië het regime van Zine el Abidine Ben Ali door een volksopstand is verdreven, komen in Egypte, maar ook elders (zelfs in Jemen), de Arabische massa’s in beweging tegen hun veelal dictatoriale regimes. Wellicht is het te vroeg om conclusies te trekken of om deze ontwikkelingen te plaatsen, maar lijkt er in ieder geval wel op dat er, op verschillende plaatsen in de Arabische wereld, elementen uit het volk in werking treden die een eind willen maken aan de dictatuur en de corruptie en meer vrijheden opeisen. Tot nu toe ziet het er naar uit dat er sprake is van een grassroots beweging, niet van bepaalde politieke partijen, de moslimbroederschap, of door het buitenland aangestuurde krachten. Maar omdat het nog te vroeg is om er iets zinnigs over te zeggen, is het wellicht zinvoller om de ontwikkelingen gewoon te volgen en te registreren. Daarom hieronder een aantal artikelen, fragmenten uit artikelen, of links naar interessant materiaal. Naarmate de ontwikkelingen verder gaan, zal het materiaal worden aangevuld.  

    Laten we hopen dat alles de goede kant op gaat en dat de wanhopige zelfmoord van Mohamed Bouazizi niet voor niets is geweest. Hetzelfde geldt voor de dood van Khaled Said, die nu het icoon is geworden van de demonstranten in Egypte. In die zin zijn zij het symbool geworden van de stormachtige ontwikkelingen die zich op dit moment voltrekken. In Tunesië is er in ieder geval veel gebeurd. Het is afwachten hoe de zaken elders gaan verlopen.

      
    Mohamed Bouazizi
     
     
    Khaled Said  

     

    Chronologisch overizcht van dag tot dag (op de site van de NOS): http://nos.nl/artikel/215322-chronologie-onrust-arabische-wereld.html

    Voor de nieuwste ontwikkelingen, bekijk hieronder: 

    Al-Jazeera English live

     

    Palestinian Authority closes Al-Jazeera office

    klik op bovenstaand logo

    Hieronder een serie artikelen of links naar bijdragen (nationaal en internationaal), die ik, om verschillende redenen, de moeite waard vind. Het materiaal zal waarschijnlijk dagelijks worden aangevuld

    Hasnae Bouazza, Tunesië (14-1-2011):

    “Ik begrijp jullie nu.” Een zichtbaar aangedane Zine el Abidine Ben Ali, de Tunesische Gerhard Schröder, wiens haren met de jaren almaar zwarter werden, begrijpt na 23 jaar tirannie eindelijk wat de mensen willen. Hij heeft daarom maar meteen het vliegtuig gepakt en het land verlaten.

    In 1987 kwam hij via een staatsgreep aan de macht. Hij verdreef de 84 jarige Habib Bourguiba die het land al sinds de jaren 50 leidde en die sterk Westers georiënteerd was en uiterst seculier. Zo werden Tunesiërs aangemoedigd niet te vasten tijdens de ramadan. Bourguiba voerde hervormingen door en moderniseerde het land, maar ook hij kon geen afstand nemen van de macht en werd voor het leven benoemd tot hij in 1987 door Zine el Abidine werd verstoten en onder huisarrest geplaatst tot zijn dood in 2000. Tijdens zijn leiderschap werkte Bourguiba aan een decadent familiemausoleum waar hij na zijn dood is bijgezet.

    Nu, 23 jaar later, is de man die zich als een verlosser presenteerde dan verdreven. Door het volk.

    In alle jaren dat ik de Arabische media en ontwikkelingen bijhoud, was Tunesië het minst toegankelijke land. De binnenlandse kranten hadden elke dag weer Zinedine als hoofdnieuws en betrouwbaar nieuws vinden was lastig. Afgelopen jaar kwam ik af en toe een bericht tegen over een journalist in hechtenis of de onderdrukking, maar het was minimaal.

    Verder lezen op http://www.frontaalnaakt.nl/archives/tunesie.html

    Robert Fisk: A new truth dawns on the Arab world; Leaked Palestinian files have put a region in revolutionary mood

    The Independent, Wednesday, 26 January 2011: http://www.independent.co.uk/opinion/commentators/fisk/robert-fisk-a-new-truth-dawns-on-the-arab-world-2194488.html

    The Palestine Papers are as damning as the Balfour Declaration. The Palestinian “Authority” – one has to put this word in quotation marks – was prepared, and is prepared to give up the “right of return” of perhaps seven million refugees to what is now Israel for a “state” that may be only 10 per cent (at most) of British mandate Palestine. And as these dreadful papers are revealed, the Egyptian people are calling for the downfall of President Mubarak, and the Lebanese are appointing a prime minister who will supply the Hezbollah. Rarely has the Arab world seen anything like this. To start with the Palestine Papers, it is clear that the representatives of the Palestinian people were ready to destroy any hope of the refugees going home.

    It will be – and is – an outrage for the Palestinians to learn how their representatives have turned their backs on them. There is no way in which, in the light of the Palestine Papers, these people can believe in their own rights. They have seen on film and on paper that they will not go back. But across the Arab world – and this does not mean the Muslim world – there is now an understanding of truth that there has not been before. It is not possible any more, for the people of the Arab world to lie to each other. The lies are finished. The words of their leaders – which are, unfortunately, our own words – have finished. It is we who have led them into this demise. It is we who have told them these lies. And we cannot recreate them any more. In Egypt, we British loved democracy. We encouraged democracy in Egypt – until the Egyptians decided that they wanted an end to the monarchy. Then we put them in prison. Then we wanted more democracy. It was the same old story. Just as we wanted Palestinians to enjoy democracy, providing they voted for the right people, we wanted the Egyptians to love our democratic life. Now, in Lebanon, it appears that Lebanese “democracy” must take its place. And we don’t like it. We want the Lebanese, of course, to support the people who we love, the Sunni Muslim supporters of Rafiq Hariri, whose assassination – we rightly believe – was orchestrated by the Syrians. And now we have, on the streets of Beirut, the burning of cars and the violence against government. And so where are we going? Could it be, perhaps, that the Arab world is going to choose its own leaders? Could it be that we are going to see a new Arab world which is not controlled by the West? When Tunisia announced that it was free, Mrs Hillary Clinton was silent. It was the crackpot President of Iran who said that he was happy to see a free country. Why was this? In Egypt, the future of Hosni Mubarak looks ever more distressing. His son, may well be his chosen successor. But there is only one Caliphate in the Muslim world, and that is Syria. Hosni’s son is not the man who Egyptians want. He is a lightweight businessman who may – or may not – be able to rescue Egypt from its own corruption. Hosni Mubarak’s security commander, a certain Mr Suleiman who is very ill, may not be the man. And all the while, across the Middle East, we are waiting to see the downfall of America’s friends. In Egypt, Mr Mubarak must be wondering where he flies to. In Lebanon, America’s friends are collapsing. This is the end of the Democrats’ world in the Arab Middle East. We do not know what comes next. Perhaps only history can answer this question.

    A new Arab street in post-Islamist times

    Posted By Asef Bayat Wednesday, January 26, 2011 – 2:31 PM

    The popular uprising in Tunisia has surprised many — Western observers, theArab elites, and even those who have generated this remarkable episode. Thesurprise seems justified. How could one imagine that a campaign of ordinaryTunisians in just over one month would topple a dictator who presided over apolice state for 23 years? This is a region where the life expectancy of‘presidencies’ match only the ‘eternal’ rule of its sheiks, kings, andAyatollahs who bank on oil and political rent (western protection) to hang ontotheir power and subjugate their people. But the wonder about the Jasminerevolution — and the subsequent mass protests in Algeria, Yemen, Jordan, andmore spectacularly in Egypt’s numerous cities on Jan. 25, 2011 — also comesfrom a common mistrust among the Arab elites and their outside allies about theso called ‘Arab street’ — one that is simultaneously feared and pitied for its‘dangerous irrationality’ and ‘deplorable apathy.’

    But history gives us a more complex picture. Neither ‘irrational’ and proneto riots nor ‘apathetic’ and ‘dead,’ the Arab street conveys collectivesentiments and dissent expressed by diverse constituencies who possess few orno effective institutional channels to express discontent. The result is astreet politics where Arabs nonetheless find ways to express their views andinterests. Today the Arab street is shifting. With new players and meansof communication, it may usher some far reaching changes in the region’spolitics. Verder lezen op:  http://mideast.foreignpolicy.com/posts/2011/01/26/a_new_arab_street

    Asef Bayat is Professor of Sociology and Middle East Studies at theUniversity of Illinois, Urbana-Champaign. He is the co-author of BeingYoung and Muslim (Oxford University Press, 2010) and author of Lifeas Politics: How Ordinary People Change the Middle East (StanfordUniversity press, 2010).

    http://english.aljazeera.net/indepth/features/2011/01/2011126121815985483.html

     

    The tragic life of a street vendor

     

    Al Jazeera travels to the birthplace of Tunisia’s uprising and speaks to Mohamed Bouazizi’s family.

    Yasmine Ryan Last Modified: 20 Jan 2011 15:00 GMT
    A town not previously recognised outside of Tunisia is now known as the place where a revolution began [Al Jazeera] 

    In a country where officials have little concern for the rights of citizens, there was nothing extraordinary about humiliating a young man trying to sell fruit and vegetables to support his family.

    Yet when Mohamed Bouazizi poured inflammable liquid over his body and set himself alight outside the local municipal office, his act of protest cemented a revolt that would ultimately end President Zine El Abidine Ben Ali’s 23-year-rule.

    Local police officers had been picking on Bouazizi for years, ever since he was a child. For his family, there is some comfort that their personal loss has had such stunning political consequences.

    “I don’t want Mohamed’s death to be wasted,” Menobia Bouazizi, his mother, said. “Mohamed was the key to this revolt.”

    Simple, troubled life

    Mohamed Bouazizi was 10 years old when he became the main provider for his family, selling fresh produce in the local market. He stayed in high school long enough to sit his baccalaureate exam, but did not graduate. (He never attended university, contrary to what many news organisations have reported).

    Bouazizi’s father died when he was three years old. His elder brother lives away from the family, in Sfax. Though his mother remarried, her second husband suffers from poor health and is unable to find regular work.

    IN VIDEO
    Al Jazeera’s Ayman Mohyeldin profiles the man whose suicide launched a revolution

    “He didn’t expect to study, because we didn’t have the money,” his mother said.

    At age of 19, Mohamed halted his studies in order to work fulltime, to help offer his five younger siblings the chance to stay in school.

    “My sister was the one in university and he would pay for her,” Samya Bouazizi, one of his sisters, said. “And I am still a student and he would spend money on me.”

    He applied to join the army, but was refused, as were other successive job applications. With his family dependant on him, there were few options other than to continue going to market.

    By all accounts, Bouazizi, just 26 when he died earlier this month, was honest and hardworking. Every day, he would take his wooden cart to the supermarket and load it would fruit and vegetables. Then he would walk it more than two kilometres to the local souk.

    Police abuse

    And nearly everyday, he was bullied by local police officers.

    “Since he was a child, they were mistreating him. He was used to it,” Hajlaoui Jaafer, a close friend of Bouazizi, said. “I saw him humiliated.”

    The body of the man who started a revolution now lies in a simple grave, surrounded by olive trees, cactuses and blossoming almond trees.

    The abuse took many forms. Mostly, it was the type of petty bureaucratic tyranny that many in the region know all too well. Police would confiscate his scales and his produce, or fine him for running a stall without a permit.

    Six months before his attempted suicide, police sent a fine for 400 dinars ($280) to his house – the equivalent of two months of earnings.

    The harassment finally became too much for the young man on December 17.

    That morning, it became physical. A policewoman confronted him on the way to market. She returned to take his scales from him, but Bouazizi refused to hand them over. They swore at each other, the policewoman slapped him and, with the help of her colleagues, forced him to the ground.

    The officers took away his produce and his scale.

    Publically humiliated, Bouazizi tried to seek recourse. He went to the local municipality building and demanded to a meeting with an official.

    He was told it would not be possible and that the official was in a meeting.

    “It’s the type of lie we’re used to hearing,” said his friend.

    Protest of last resort

    With no official wiling to hear his grievances, the young man brought paint fuel, returned to the street outside the building, and set himself on fire.

    For Mohamed’s mother, her son’s suicide was motivated not by poverty but because he had been humiliated.

    “It got to him deep inside, it hurt his pride,” she said, referring to the police’s harassment of her son.

    The uprising that followed came quick and fast. From Sidi Bouzid it spread to Kasserine, Thala, Menzel Bouzaiene. Tunisians of every age, class and profession joined the revolution.

    In the beginning, however, the outrage was intensely personal.

    “What really gave fire to the revolution was that Mohamed was a very well-known and popular man. He would give free fruit and vegetables to very poor families,” Jaafer said.

    Tunisian president paid a visit to Bouazizi in hospital [AFP]

    It took Ben Ali nearly two weeks to visit Mohamed Bouazizi’s bedside at the hospital in Ben Arous. For many observers, the official photo of the president looking down on the bandaged young man had a different symbolism from what Ben Ali had probably intended.

    Menobia Bouazizi said the former president was wrong not to meet with her son sooner, and that when Ben Ali finally did reach out to her family, it was too late – both to save her son, and to save his presidency.

    He received members of the Bouazizi family in his offices, but for Menobia Bouazizi, the meeting rang hollow.

    “The invite to the presidential palace came very late,” she said. “We are sure that the president only made the invitation to try to derail the revolution.”

    “I went there as a mother and a citizen to ask for justice for my son.”

    “The president promised he would do everything he could to save our son, even to have him sent to France for treatment.”

    The president never delivered on his promises to her family, Menobia Bouazizi said.

    Contagious uprising

    But by the time Menobia Bouazizi’s son died of his burns on January 4, the uprising had already spread across Tunisia.

    Fedya Hamdi, the last police officer to antagonise the street vendor, has since fled the town. She was reportedly dismissed, but her exact whereabouts are unknown.

    Meanwhile, the body of the man who started a revolution now lies in a simple grave outside Sidi Bouzid, surrounded by olive trees, cactuses and blossoming almond trees.

    He is sorely missed by his family, whose modest house is now one of the busiest in Sidi Bouzid, with a steady flow of journalists who have only just discovered the town where it all began.

    “He was very sincere,” Basma Bouazizi, his shy 16-year-old sister, said. “We are like soulless bodies since he left.”

    “We consider him to be a martyr,” Mahmoud Ghozlani, a local member of the Progressive Democratic Party (PDP), said in an interview metres away from the spot where the street vendor set himself on fire.

    Proof itself of the progress made in four short weeks: such an interview with an opposition activist on the streets of Sidi Bouzid would not have been possible until the day Bouazizi inspired the revolt.

    Part One of a two-part series. See also: How the people of Sidi Bouzid launched a revolution.

    Follow Yasmine Ryan on Twitter @yasmineryan

    How Tunisia’s revolution began

     

    From day one, the people of Sidi Bouzid broke through the media blackout to spread word of their uprising.

    Yasmine Ryan Last Modified: 26 Jan 2011 14:39 GMT
    Regions like Sidi Bouzid – where the uprisings began – were neglected by former Tunisian president Ben Ali, who tended to focus on developing the northern, tourist-rich regions of the country [Getty] 

    Sidi Bouazid, Tunisia – The people of Sidi Bouzid overcame heavy censorship and police repression to ensure that their uprising did not go unnoticed in silence.

    Protesters took to the streets with “a rock in one hand, a cell phone in the other,” according to Rochdi Horchani – a relative of Mohamed Bouazizi – who helped break through the media blackout.

    Since the same day of the self-immolation of the 26-year-old street vendor that triggered riots causing the Tunisian leadership to flee the country, family members and friends used social media to share the news of what was happening in Sidi Bouzid with international media.

    Breaking through the media blackout

    Mohamed Bouazizi was not the first Tunisian to set himself alight in an act of public protest.

    Abdesslem Trimech, to name one of many cases occurred without any significant media attention, set himself ablaze in the town of Monastir on March 3 after facing bureaucratic hindrance in his own work as a street vendor. 

    Neither was it evident that the protests that begin in Sidi Bouzid would spread to other towns. There had been similar clashes between police and protesters in the town of Ben Guerdane, near the border with Libya, in August.

    The key difference in Sidi Bouzid was that locals fought to get news of what was happening out, and succeeded.

    “We could protest for two years here, but without videos no one would take any notice of us,” Horchani said.

    On December 17, he and Ali Bouazizi, a cousin of Mohamed Bouazizi, posted a video of a peaceful protest led by the young man’s mother outside the municipality building. 

    That evening, the video was aired on Al Jazeera’s Mubasher channel. Al Jazeera’s new media team, which trawls the web looking for video from across the Arab world, had picked up the footage via Facebook.

    Tunisian media, in contrast, ignored the growing uprising until Nessma TV broke the silence on December 29.

    And aside from a solid core of activists, most Tunisians did not dare repost the videos on Facebook or even to “like” them, until president Zine El Abidine Ben Ali’s final hours.

    Yet even if a muted majority did not actively share news of the protests online until mid-January, Tunisia’s 3.6 million internet users  – a third of the population, one of the highest penetration rates on the African continent, according to Internet World Stats – were able to follow news of the uprising on social media thanks to a solid core of activists.

    Throughout the uprising, Tunisian protesters relied on Facebook to communicate with each other. Facebook, unlike most video sharing sites, was not included in Tunisia’s online censorship.

    Non-internet users kept abreast of the protests via satellite news channels including Al Jazeera, France 24 and, playing catch-up on its competitors, Al Arabiya.

    The hashtags on Twitter tell the tale of how the uprising went from being local to national in scope: #bouazizi became #sidibouzid, then #tunisia.

    Media wars get physical

    The Tunisian authorities in the region tried every means possible to thwart the flow of videos. There were internet and power outages in Sidi Bouzid and neighbouring towns.

    On January 3, a string of web activists were struck by a systematic, government-organised “phishing” operation aimed at wiping out their online dissent.

    Bloggers, web activists and a rapper who had published a song criticising the government on YouTube were arrested on January 7.

    In spite of the attempts to silence them, people went to extreme lengths to make sure their videos were posted on the web.

    Ali Bouazizi still has a black eye where police struck him in retaliation for his videos.

    From the courtroom to Facebook

    Dhafer Salhi, a local lawyer who witnessed Mohamed Bouazizi’s act of self-immolation, said he asked the head of police to meet with the young man’s family that day to try to defuse the anger on the street.

    “I told [the head of police] that if you don’t get [the Bouazizi family] in, the country will be burned,” Salhi said. “He refused, by arrogance and ignorance.”

    Frustrated by the lack of accountability by officials, Salhi became an active participant in the protests.

    The lawyer used Facebook to organise protests, sending out invites to his friends.

    He was one of the web activists targeted by the Tunisian authorities in the phishing operation. They managed to hijack his Facebook account, but Salhi simply created a new account.

    Protesters get organised

    The protests that erupted in Sidi Bouzid were indeed spontaneous, yet they were marked by a level of organisation and sophistication that appears grounded in the sheer determination of those who participated in them.

    The Sidi Bouzid branch of the UGTT was engaged in the uprising from day one.

    While the national leadership of the Tunisian General Labour Union (UGTT) is generally viewed as lacking political independence from the ruling class, its regional representatives have a reputation for gutsy engagement.

    “The major driving force behind these protesters is the Sidi Bouzid union, which is very strong,” said Affi Fethi, who teaches physics at a local high school.

    For Fethi, it was when police killed protesters in nearby towns including Menzel Bouziane and Regueb that the regional protests became a nationwide uprising.

    “The person who helped this revolt the most is Ben Ali himself,” he said. “Why didn’t he make [the police] use rubber bullets?”

    Everyone interviewed for this article agreed that no opposition party – to the extent that independent parties existed under Ben Ali’s rule – was involved in co-ordinating the early protests, or even in offering moral support.

    Grassroots members of some opposition movements did, however, play an active role as individual activists (Ali Bouazizi, for instance, is a member of the Progressive Democratic Party).

    Watching the political theatre from afar

    Students, teachers, the unemployed and lawyers joined forces in Sidi Bouzid and neighbouring towns, braving torture and arrest.

    Nacer Beyaou, a student, said the uprising was about freedom and employment.

    The people of Sidi Bouzid feel their region is neglected, he said, and suffer from “abject destitution”.

    Yet now that the political momentum has moved to the capital, many locals fear that their region is once again being sidelined.

    “They’ve forgotten about us completely. There’s not a single minister from Sidi Bouzid,” the student said.

    Summing up the combination of poverty and humiliation that many people in Sidi Bouzid say pushed them to rise up in protest, another man put it this way:

    “Every day I ask my father to give me one dinar [70 cents], and I’m thirty years old.”

    A sign of the uncertainty that many are feeling here, the man was forthright in his political views, but said he preferred not to give his name “in case Ben Ali comes back”.

    Now that the politicians in Tunis have taken over, he said it was like sitting back and watching the theatre.

    With the initial euphoria that came when Ben Ali fled the country fast fading, the question here is whether or not there will be any tangible political and economic gains for Sidi Bouzid in the “new” Tunisia.

    The conclusion of a two-part series. See also: “The tragic life of a street vendor,” the story of Mohamed Bouazizi.

    Follow Yasmine Ryan on Twitter @yasmineryan.

     http://www.eutopiainstitute.org/2011/01/proud-to-be-a-tunisian/

    Proud to be a Tunisian

    A conversation with Yunus Khazri -by Pooyan Tamimi Arab

    Pooyan Tamimi Arab | Monday 24 January 2011 Bookmark and Share

    Yunus Khazri has lived half his life outside Tunisia. When he was a young man, he left his native country for Paris hoping to liberate himself from what he experienced as a suffocating and conservative context. His father was an Imam and he was among the few in his family who had a passion for texts, so he was trained in Islamic theology and law by his father and studied Islamology in France. Shortly after his arrival in France, Ben Ali came to power in Tunisia. At that time, Yunus was worried and could not know that he would not return to his country for many years. Today, he feels proud to be a Tunisian. When I visited him in his house in Amsterdam, he could not have looked happier.

    “I hope that they know what they’re doing. Of course, I am worried that this revolution could turn out very badly, but at the moment I am very hopeful. In Tunisia, people just want more freedom. We don’t have a terrifying ideological leader – we are Muslims but not Islamists – and are not looking to impose only one view. The people just want democracy, something that will hopefully inspire other Arab countries. Some say that it is better to live in poverty than to live under Ben Ali. This is really essential. It’s an insight about human dignity and the importance of freedom. In the beginning, he wasn’t that terrible but later on things changed for the worse. In the West, no one paid much attention to Tunisia. If something happens in for example Iran, the entire media writes about it. But in the case of Tunisia, no one cared really. Moreover, even though a dictator was running the country, Tunisia was an ally of the West. President Chirac once even said that in Tunisia there is enough food, education and no war, so people should stop complaining. But the opposition in France thought differently and today we see that reality resists such discriminating simplifications. People are not satisfied with just bread. They too want what everybody has in rich countries such as France: freedom! Liberté! Tunisia is a country where an individual such as Mohamed Bouazizi, who set himself on fire in a desperate act of protest, can become a symbol of resistance against the status quo. He and they are a phoenix that will rise from the ashes.”

    As Yunus and I were looking at Youtube videos of the events unfolding in Tunisia his niece Lobna, who lives there, called him. Lobna is a young undergraduate student. She studies French and Yunus is very proud that the girls in his family can educate themselves more than in the past. “Now we are independent!” she said enthusiastically. It was hard not to hear how happy and emotional she was. Yunus showed me a picture of her as a teenager, holding an electric guitar. “Young people like rap music, but to me it sounds awkward. Times are changing and they should create new words and a new language. They should not wait for their elders. Thank God for the Internet! Thanks to the new social media, the dictator cannot hope to control everything, for example these new forms of music. For the first time, I really feel proud to be a Tunisian. Of course it is terrible that people have already been killed, but unfortunately freedom is not free. I’m not saying this to justify their deaths for a greater cause. It’s just an unfortunate truism that needs to be learned again and again. Today, I am so happy that these young people have the courage to resist the dictator. Today, I feel as if my dignity as a person has been restored.”

    Yunus even opened a bottle of champagne for us to drink and celebrate the resistance in Tunisia. In his enthusiasm he couldn’t help reading a verse from the Qur’an (16: 67): “And from the fruits of the palm trees and grapevines you take intoxicant and good provision. Indeed in that is a sign for a people who reason.”

    This entry was posted in Midden-Oosten, Wereld. Bookmark the permalink. Pooyan Tamimi Arab | Monday 24 January 2011

    Egypt protest

    Cairo

    ‘Lente van democratie in Arabische wereld’

    Uitgegeven: 28 januari 2011 09:20
    Laatst gewijzigd: 28 januari 2011 09:20

    TUNIS – De Tunesische oppositieleider Moncef Marzouki rekent erop dat de Egyptische president Hosni Mubarak aftreedt. ,,Egypte zal in het komende jaar een nieuwe president hebben. En dat zal niet opnieuw Mubarak zijn of zijn zoon”, zei de mensenrechtenactivist Marzouki op de Duitse radio.

    © ANP

    ”Ik ben er zeker van dat er geen nieuwe kandidatuur komt van Mubarak of een machtsoverdracht aan zijn zoon.”

    De 65-jarige Marzouki leidt de Congres Partij voor de Republiek (CPR). De partij zet zich in voor een democratisch Tunesië en was verboden onder president Ben Ali. De president is deze maand het land ontvlucht wegens aanhoudende betogingen van de ontevreden bevolking.

    Hij verwacht ook dat de leider van Algerije zal vallen, terwijl die van Syrië in moeilijkheden komt. ”Een lente van democratie in de Arabische wereld”, zei hij.

    © ANP

    (http://www.nu.nl/buitenland/2433470/lente-van-democratie-in-arabische-wereld.html)

    White House wobbles on Egyptian tightrope

    Washington needs a friendly regime in Cairo more than it needs a democratic government

    Simon Tisdall (bron: http://www.guardian.co.uk/commentisfree/cifamerica/2011/jan/28/obama-clinton-wobble-egypt-mubarak )

    guardian.co.uk, Friday 28 January 2011 18.20 GMT

    Anti-government protestors clash with riot police in Cairo Anti-government protestors clash with riot police in Cairo in the challenge to President Hosni Mubarak’s 30-year rule. Photograph: Ben Curtis/APCaught off guard by the escalating unrest in Egypt, the Obama administration is desperate to avoid any public appearance of taking sides. But Washington’s close, longstanding political and military ties to President Hosni Mubarak’s regime, plus annual financial support worth about $1.5bn, undermine its claims to neutrality.

    While the US favours Egyptian political reform in theory, in practice it props up an authoritarian system for pragmatic reasons of national self-interest. It behaved in much the same way towards Saddam Hussein’s regime in the 1980s, when Iraq was at war with Iran. A similar tacit bargain governs relations with Saudi Arabia. That’s why, for many Egyptians, the US is part of the problem.

    Like tottering tightrope walkers, the balancing act performed by Barack Obama and the secretary of state, Hillary Clinton, has been excruciating to watch. When the protests kicked off, Clinton urged all parties “to exercise restraint”. This phrase is useful when politicians are unsure of their ground.

    Clinton also struck a lopsided note. “Our assessment is that the Egyptian government is stable and is looking for ways to respond to the legitimate needs and interests of the Egyptian people,” she said. Against a backdrop of street battles, beatings-up, teargas, flying bricks, mass detentions and attempts to shut information networks, her words sounded unreal, even foolish.

    Mohamed ElBaradei, the establishment rebel who joined the protests, was flabbergasted. “If you would like to know why the United States does not have credibility in the Middle East, that is precisely the answer,” he said.

    Clinton’s emphasis shifted the next day, as if to correct the balance. Mubarak must allow peaceful protests, she said. “I do think it’s possible for there to be reforms and that is what we are urging and calling for.”

    Today she said: “We are deeply concerned about the use of violence by Egyptian police and security forces against protesters. We call on the Egyptian government to do everything in its power to restrain security forces.” Still she tried to face both ways: “At the same time, protesters should also refrain from violence and express themselves peacefully.”

    Obama maintained he had “always” told Mubarak that reform was “absolutely critical”. But he also wobbled back in the other direction, saying the Egyptian leader was a good friend. “Egypt’s been an ally of ours on a lot of critical issues. Mubarak has been very helpful,” Obama said.

    Amid the juggling, one fact may be pinned down: the US would not welcome Mubarak’s fall and the dislocation a revolution would cause in Egypt and across a chronically unstable region. Gradual reforms of the kind Clinton discussed in a recent speech in Doha about the Arab world, and a competitive presidential election this autumn, would probably be Washington’s preferred prescription. As matters stand now, this is the least likely outcome.

    Either the regime will suppress the unrest, possibly by ever more brutal means, as happened in Iran in 2009; or the uprising will spiral out of control and the regime will implode, with unpredictable consequences, as in Tunisia. In this latter scenario, one outcome could be a military takeover in the name of national salvation. It has happened before in Egypt, in 1952, when the Free Officers Movement forced King Farouk to abdicate. If it happened again, the US might be expected to endorse it.

    That’s because, in the final analysis, the US needs a friendly government in Cairo more than it needs a democratic one. Whether the issue is Israel-Palestine, Hamas and Gaza, Lebanon, Iran, security for Gulf oil supplies, Sudan, or the spread of Islamist fundamentalist ideas, Washington wants Egypt, the Arab world’s most populous and influential country, in its corner. That’s the political and geostrategic bottom line. In this sense, Egypt’s demonstrators are not just fighting the regime. They are fighting Washington, too.

    Een bijzonder filmpje dat ik kreeg toegestuurd door een Iraakse vriend

    Demonstratie in Amsterdam (Dam), 1-2-2011 (foto Floris Schreve)

    New York Times 1-2-2011 http://www.nytimes.com/2011/02/02/world/middleeast/02egypt.html?_r=2&hp

    Largest Crowds Yet Demand Change in Egypt

    Chris Hondros/Getty Images

    A man held an Egyptian flag during a massive rally in Tahrir Square on Tuesday in Cairo. More Photos »

    By ANTHONY SHADID
    Published: February 1, 2011 (New York Times)

    Cairo – In a test of wills that seemed to be approaching a critical juncture, more than 100,000 people crammed into Cairo’s vast Tahrir Square on Tuesday, seeking to muster a million protesters demanding the ouster of President Hosni Mubarak.

    Their mood was jubilant, as though they had achieved their goals, even though Mr. Mubarak remained in power a day after the Egyptian military emboldened the protesters by saying they would not use force against them and the president’s most trusted adviser offered to negotiate with his adversaries.

    There were reports that the government was seeking to choke off access to the capital to thwart the demonstrators’ ambitions for the most decisive show of strength so far. But the scale of the protest was far bigger and more tumultuous than in the previous week, suggesting that the authorities had been unable to prevent the uprising from reaching what had been seen by all sides as a potential turning point. Tens of thousands of people also took to the streets of Alexandria, Egypt’s second city north of Cairo on the Mediterranean coast.

    Events around the region have taken unpredictable turns in recent weeks. On Tuesday afternoon, King Abdullah II of Jordan, a small and generally stable nation, made the surprise announcement that he had dismissed the government in response to protesters’ demands for greater freedoms.

    The crowd in Cairo offered a remarkable tapestry of Egypt’s society, from the most westernized to the most traditional, from young women with babies to old men with canes. “Look at the faces of the old men — they are young again,” said Ahmed Zemhom, 37, a former math teacher who makes a living as a cab driver.

    Seeking to impose some kind of order, the military set up checkpoints to search people entering the square, presumably for hidden weapons, separating them by gender so that women could be patted down only by other females. But there were no immediate reports of clashes, and little sign of any security police.

    The fast-moving developments appeared to weaken Mr. Mubarak’s grip on power just two weeks after a group of young political organizers called on Facebook for a day of protest inspired by the ouster of another Arab strongman, in Tunisia.

    A Western diplomat, who spoke in return for anonymity because of the sensitivity of the situation, said Monday night’s moves by the military were believed to be part of choreographed maneuvers by the most senior people around Mr. Mubarak to set the stage for his eventual exit.

    If that belief is borne out by events, however, it remained to be seen whether protesters would be satisfied by Mr. Mubarak’s departure or would demand more far-reaching change, as demonstrators in Tunisia did after its strongman president, Zine el-Abidine Ben Ali, fled in mid-January.

    In Tahrir, or Liberation, Square, the chants of the huge crowd suggested that the demonstrators would not stop at Mr. Mubarak’s departure. “The people of Egypt want the president on trial,” some chanted for the first time, while others chorused: “The people of Egypt want the government to fall.”

    “Nobody wants him, nobody,” said El-Mahdy Mohamed, one of the demonstrators. “Can’t he see on the TV what’s happening?”

    As opposition groups sought to stake out positions, Mohamed ElBaradei, the former head of the International Atomic Energy Agency and a Nobel laureate who has emerged as a potential rallying point for opposition, said on Tuesday that Mr. Mubarak must leave the country before any dialogue can start between the opposition and the government, Reuters reported.

    “There can be dialogue but it has to come after the demands of the people are met and the first of those is that President Mubarak leaves,” he told Al Arabiya television. “I hope to see Egypt peaceful and that’s going to require as a first step the departure of President Mubarak. If President Mubarak leaves, then everything will progress correctly.”

    His words were apparently a first response to an offer of talks on Monday night by Omar Suleiman, Mr. Mubarak’s right-hand man and newly appointed vice president.

    By Tuesday morning, as a formal curfew that many have ignored was lifted, vast crowds flooded into Tahrir Square — a plaza that for some has assumed some of the symbolic importance of Tiananmen Square in Beijing during pro-democracy demonstrations there in 1989.

    But, in marked contrast to those events, the military’s promise not to use force has emboldened demonstrators sensing that the political landscape of the country has shifted as decisively as at any moment in Mr. Mubarak’s three decades in power. The military seemed to aggressively assert itself as an arbiter between two irreconcilable forces: a popular uprising demanding Mr. Mubarak’s fall and his tenacious refusal to relinquish power.

    And even as the square itself filled up, rivers of protesters flowed from side streets.

    Overnight, soldiers boosted their presence around the square, with tanks and armored personnel carriers guarding some of its entrances and stringing concertina wire to block off some streets. The black-clad police — reviled by many protesters as a tool of the regime — also seemed to have been deployed in larger numbers, though not on the same scale as when the protests started a week ago.

    News reports said the authorities had sought to isolate Cairo from the rest of the country, throwing up roadblocks on main highways and canceling train and bus services to prevent demonstrators from reaching the city. There was no official confirmation of the report but witnesses said many people who had been stopped at roadblocks simply walked into the center of Cairo.

    In a further token of the paralysis of normal business, news reports said, the Cairo stock exchange announced that it would remain closed for a fourth successive day on Wednesday.

    Busy schedule? Click here to keep up with Truthout with free email updates.

    Thousands of foreigners have fled the capital, around 1,200 of them on evacuation flights arranged by the American Embassy that began on Monday. By mid-afternoon on Tuesday, two more flights chartered by the State Department had left Cairo for Istanbul, while passengers were boarding other planes for Athens and Larnaca, Cyprus, officials said. Many more flights were likely on Wednesday.

    How far Mr. Mubarak is offering to bend in negotiations remains to be seen, and it appeared to be too soon to write off the survival of his government. In Washington, the State Department on Monday dispatched a veteran diplomatic troubleshooter, Frank Wisner, a former ambassador in Cairo and elsewhere, to meet Mr. Mubarak and other officials.

    In a further diplomatic twist, Prime Minister Recep Tayyip Erdogan of Turkey — whose country is often held up as a model of Western-style democracy within a predominantly Islamic nation — canceled a visit to Egypt planned for next week, urging Mr. Mubarak to “listen to people’s outcries and extremely humanistic demands” and to “meet the freedom demands of people without a doubt,” Reuters reported.

    The week-old uprising here entered a new stage about 9 p.m. on Monday when a uniformed military spokesman declared on state television that “the armed forces will not resort to use of force against our great people.” Addressing the throngs who took to the streets, he declared that the military understood “the legitimacy of your demands” and “affirms that freedom of expression through peaceful means is guaranteed to everybody.”

    A roar of celebration rose up immediately from the crowd of thousands of protesters still lingering in Tahrir, or Liberation, Square, where a television displayed the news. Opposition leaders argued that the phrase “the legitimacy of your demands” could only refer to the protests’ central request — Mr. Mubarak’s departure to make way for free elections.

    About an hour later, Mr. Suleiman, the vice president, delivered another address, lasting just two minutes.

    “I was assigned by the president today to contact all the political forces to start a dialogue about all the raised issues concerning constitutional and legislative reform,” he said, “and to find a way to clearly identify the proposed amendments and specific timings for implementing them.”

    The protesters in the streets took Mr. Suleiman’s speech as a capitulation to the army’s refusal to use force against them. “The army and the people want the collapse of the government,” they chanted in celebration. Even some supporters of Mr. Mubarak acknowledged that events may have turned decisively against him after the military indicated its refusal to confront the protesters.

    There were some faint dissident voices, however. In Alexandria on Tuesday, young women handed out leaflets to motorists in Alexandria urging people not to attend Tuesday’s demonstrations. “Do not turn yourselves over to outside forces trying to create chaos in our country,” the leaflets said. The argument seemed unlikely to dissuade protesters who had set up tents in front of the Misr train station in central Alexandria.

    Mr. Mubarak’s previously unquestioned authority had already eroded deeply over the preceding three days. On Friday, hundreds of thousands of unarmed civilian protesters routed his government’s heavily armed security police in a day of street battles, burning his ruling party’s headquarters to the ground as the police fled the capital. On Saturday, Mr. Mubarak deployed the military in their place, only to find the rank-and-file soldiers fraternizing with the protesters and revolutionary slogans being scrawled on their tanks.

    And on Sunday, leaders of various opposition groups met to select Mr. ElBaradei to negotiate for them in anticipation of talks with Mr. Mubarak about forming a transitional unity government — an idea Mr. Mubarak’s surrogate embraced Monday.

    Mr. Mubarak’s government came under pressure from another front as well: the swift deterioration of the economy. The protests, and the specter of looting that followed the police withdrawal, have devastated tourism, the source of half of Egypt’s foreign income, and shut down transportation.

    On Monday foreign embassies scrambled to book charter flights to evacuate their citizens as thousands of people jammed the Cairo airport trying to flee the country. International companies, including those in the vital oil and natural gas industries, shuttered their operations.

    As late as midday, however, Mr. Mubarak seemed to be trying to wait out the protesters. He appeared on television soberly shaking the hands of a new roster of cabinet ministers in a public demonstration that even though protesters may control the streets, he remained head of state.

    David D. Kirkpatrick reported from Cairo, and Alan Cowell from London . Reporting was contributed by Mona El-Naggar, Kareem Fahim, Anthony Shadid and Robert F. Worth from Cairo; and Nicholas Kulish from Alexandria.

     

    http://opinie.volkskrant.nl/artikel/show/id/7753/Arabische_lente

    Pieter Hilhorst

    Arabische lente

    Pieter Hilhorst, 01-02-2011 08:00

     

    In de angst voor de islamisten openbaart zich een diepgeworteld wantrouwen of democratie en islam wel kunnen samengaan.

    Een spook waart door het Midden-Oosten. In Egypte komt het volk in opstand tegen een autoritair regime dat duizenden politieke gevangenen in de cel heeft gegooid. Een regime dat politieke tegenstanders martelt. Een regime dat maling heeft aan de vrijheid van meningsuiting en zonder pardon televisiekanalen en het internet afsluit.

    Elke democraat zou moeten juichen bij deze revolutie. Zoals de in Amerika woonachtige Egyptische journaliste Mona Eltahawy (volg haar! @monaeltahawy) in een tweet schreef: Moebarak is de Berlijnse muur. ‘Down, down, down with him.’ Hierin klinkt de hoop door van een omwenteling die het hele Midden-Oosten zal bevrijden.

    Retoriek

    En toch regeert bij velen niet de hoop, maar de angst. De angst dat in Egypte straks islamisten aan de macht komen. Het is een echo van de retoriek waarmee Mubarak al jarenlang zijn ijzeren greep op Egypte rechtvaardigt. Hij presenteert zich als het laatste bastion tegen een tweede Iran aan de Nijl. Het is de retoriek waarmee hij miljarden steun van de Amerikanen heeft binnengeharkt.

    Het is niet moeilijk om deze angst voor de politieke macht van islamisten te voeden. Uit een opiniepeiling van Pew Research van vorig jaar blijkt dat ruim driekwart van de Egyptisch moslims voorstander is van steniging als straf voor overspel en van het afhakken van handen van dieven. Van de Egyptische moslims is 85 procent voorstander van een grote rol van de islam in de politiek. Het zijn cijfers die velen doen huiveren. Maar uit dezelfde opiniepeiling blijkt ook dat een grote meerderheid van de Egyptische moslims zich keert tegen Al Qaida en dat vooral onder jongeren een meerderheid niks moet weten van Hezbollah of Hamas.

    Praktisch

    Het is waar dat de Moslim Broederschap een straf georganiseerde oppositiebeweging is. Maar de Moslim Broederschap staat absoluut niet op één lijn met de machthebbers in Iran. Het is een teken aan de wand dat ze hun steun hebben uitgesproken aan de seculiere ElBaradei als vertegenwoordiger van de oppositie. Bovendien is het opvallend dat in deze opstand de Moslim Broederschap niet het voortouw heeft. De leuzen en eisen zijn niet religieus, maar praktisch: Mubarak moet aftreden. Het gaat deze activisten niet om de kleding van de vrouwen, maar om vrijheid, banen en brood.

    In de angst voor de islamisten openbaart zich een diepgeworteld wantrouwen of democratie en islam wel kunnen samengaan. Mensen die geloven dat dit onmogelijk is presenteren zich graag als realisten. Zij durven de pijnlijke waarheid onder ogen te zien. Maar die pijnlijke waarheid leidt ook tot pijnlijke politieke conclusies. Het betekent namelijk dat landen waarvan de meerderheid van de bevolking moslim is, maar in twee smaken komen. Of een autoritair regime houdt met behulp van het leger de islamitische massa in bedwang of de islamitische meerderheid laat zich gelden en dan komt er een tweede Iran. De naïviteit van deze zogenaamde realisten is dat ze denken dat die autoritaire strategie op lange termijn houdbaar is.

    Derde weg

    De protesten in Egypte voeden de hoop dat er een derde weg mogelijk is. Een democratische rechtsstaat waar islamitische politieke partijen niet verboden zijn, maar waar die partijen zich wel conformeren aan de spelregels van de democratische rechtsstaat, zoals de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van meningsuiting en de bescherming van minderheden. Mensen die geloven dat zo’n derde weg, zo’n Arabische lente mogelijk is, zoals de Arabiste Petra Stienen die het boek schreef Dromen van een Arabische Lente, worden vaak weggezet als naïeve dromers.

    Er is inderdaad geen garantie dat deze derde weg in Egypte zal overwinnen. Maar waarom wordt hoop als emotioneel afgeserveerd en angst als realistisch verkocht? Angst is ook een emotie en Egypte laat zien dat wie zich door angst laat leiden, kiest voor een strategie die onhoudbaar en dus naïef is.

    Spook

    Er waart een spook door Egypte. En iedereen die zich wijs maakt dat dit een islamistisch spook is, doet zichzelf tekort. Hij doet de democratische krachten in Egypte tekort. Hij doet de jongeren tekort die de straat op gaan, omdat ze wel naar de universiteit zijn geweest, maar nu geen baan kunnen vinden. Hij doet de politieke gevangenen tekort die vanwege hun opvattingen jarenlang gevangen hebben gezeten. Hij doet de mensen tekort die dag na dag het uitgaansverbod aan hun laars lappen om op het plein van de bevrijding de naam van dat plein eer aan te doen.

     

     

     http://daralhayat.com/print/230234 

    Home

    Al-Hayat (English)

    The Time of Decisions and Generals

    Tue, 01 February 2011
    Ghassan Charbel

    It is no longer a question of whether Egypt is going to change, for it is changing. The question is about the limits of this change: how will it take place? At what frequency? To what extent? Are we faced with a partial reform of the regime or are we on the path to a full-fledged transformation? One might say that some change has taken place through the wave of protests that is invading Egypt. The issue of legacy [of the presidency to Jamal Mubarak] is not on the table anymore, as shown by the appointment of Omar Suleiman as Vice-President. The structure of the government that was announced yesterday and the absence of businessmen in it also enter within the same context. What is taking place in the ruling party confirms this trend.

    In light of the current situation, it can also be said that it is entirely unlikely that President Husni Moubarak will be a candidate in the upcoming presidential elections next fall. The events also imposed a third point, which is the acknowledgment from inside the regime itself that the last legislative elections were rigged on a large scale. The fall of Ahmed Ezz from his position in the party was like an admission of the validity of the accusations that were made against these elections. The fourth point is the increased conviction that it is impossible to exit the current crisis except through a broad national dialogue that would translate the decision to listen to people. Dialogue means being ready to at least look into the amendments to the constitution that are being demanded by the opposition.

    Thus, the participants in the protests can say that their movement has imposed some change on the situation that has been in the country for three decades. The decision-maker realized that it is impossible to deal with the emerging situation with the security tools. The appointments were a clear recognition. The regime certainly preferred the return of calm and the imposition of security before making any change or appointment. But it concluded that going back to the previous methods is impossible. What is happening is completely new and unprecedented and cannot be treated with the medication that belongs to a bygone era.

    The time factor holds exceptional importance in such great crises. Sometimes hours or days are spent in hesitation, cautiousness, or trying to renew the wager on an old lexicon or in fear. Time is golden in great crises. You might have to accept on Thursday what is worse than what you rejected on Monday. And what is accepted on Thursday might be outdone by time on Saturday, as the voice of the street burns phases and half solutions.

    The protest movement made Egypt enter a transitory phase. The question is about who is leading this phase and what are its reins. Here, we must turn to the army, from which ranks the President has come for sixty decades. The past few days have shown that the army, which dealt very wisely with the protests movement, has great acclaim in the country. We saw the protestors welcome and greet the army tanks and write some of their demands on them. The army refrained from repressing the protests movement, but this absolutely doesn’t mean that it decided to fully bow to the street movement and that it will be ready to accept the determination of the regime’s future in the street itself.

    It is evident that the recent appointments did not convince the protestors. Any success of the one-million-person protest that protestors called for organizing today will mean the draining of any positive impact that the appointments could have made. The success will raise the ceiling of demands and push them towards the claim for turning the page immediately. The attention is shifted towards the army and its readiness to accept a full change that goes beyond the president to encompass the regime itself. The army might consider such change to hold some risks in the absence of a clear leadership by the opposition and in the absence of a great, effective, and accepted opposition force with which the army can reach a settlement, and which would not cause a change in the regime’s foundations and Egypt’s position.

    Egypt is approaching the hour of the decisive test. It is most probable that some generals are looking at their watches. The phase of overthrows is over, but the loss of the game from the army’s hands will be dangerous. Hence, a “road map” is needed to come out of the crisis, one that is based on listening to people and setting stability regulators for a transitory phase that has clear features and goals.

     http://daralhayat.com/print/230234

    http://s.nos.nl/swf/nos_video_embed.swf

    Toespraak Mubarak

    http://english.aljazeera.net/news/middleeast/2011/02/201121191413252982.html

     
       
    Middle East
     
    Mubarak to stay on till election
     

     

    Violence erupts in Alexandria shortly after Egyptian president’s speech offering a mixture of concessions and defiance.
    Al Jazeera Online Producer Last Modified: 02 Feb 2011 01:40 GMT

     

    Mubarak’s televised announcement came after eight days of unprecedented nationwide protests [EPA]

    CAIRO, EGYPT – Hosni Mubarak, the Egyptian president, has announced in a televised address that he will not run for re-election but refused to step down from office – the central demand of millions of protesters who have demonstrated across Egypt over the past week.His announcement follows a week of protests, in which millions of people have taken to the streets in Cairo and elsewhere.Mubarak seemed largely unfazed by the protests during his recorded address, which aired at 11pm local time on Tuesday.Shortly after his speech, clashes broke out between pro-Mubarak and anti-government protesters in the Mediterranean city of Alexandria, Al Jazeera’s correspondent reported.

      Update: Egypt protests
      Unrest in social media
      Debate: First Tunisia, now Egypt?
      Can Egyptians revolt?
      Egypt’s protests on Twitter
      Pictures: Anger in Egypt

    Rock-throwing youths at the city’s Mahatit Masr Square scattered as automatic gunfire rang out and a tank advanced towards them before halting and then withdrawing. There was no sign of any casualties.A protester identified as Eslam Kamal played down the seriousness of the incident.”An argument erupted out of overexcitement,” he said.”The army acted wisely … and started to separate the two groups.”Mubarak’s words were unlikely to carry much weight with the protesters at Cairo’s Tahrir, or Liberation, Square: they resumed their “Leave, Mubarak!” chant shortly after his speech, and added a few new slogans, like “we won’t leave tomorrow, we won’t leave Thursday …”Mubarak mentioned the protests at the beginning of his speech, and said that “the young people” have the right to peaceful demonstrations.But his tone quickly turned accusatory, saying the protesters had been “taken advantage of” by people trying to “undermine the government”.Until now officials had indicated Mubarak, 82, was likely to run for a sixth six-year term of office. But in his address on Tuesday, Mubarak said he never intended to run for re-election.”I will use the remaining months of my term in office to fill the people’s demands,” he said.That would leave Mubarak in charge of overseeing a transitional government until the next presidential election, currently scheduled for September.Economy and jobsMubarak promised reforms to the constitution, particularly Article 76, which makes it virtually impossible for independent candidates to run for office. And he said his government would focus on improving the economy and providing jobs.”My new government will be responsive to the needs of young people,” he said. “It will fulfil those legitimate demands and help the return of stability and security.”

    People power
    View: Mapping Egypt’s uprising
      Cairo: More than a million people gathered in and around Tahrir Square
      Alexandria: Hundreds of thousands of protestersmarched in the city
      Sinai: Around 250,000 protesters rallied
      El-Mahalla el-Kubra: Up to 250,000 people demonstrated
      Hundreds of thousands also marched in Port Said, Suez, and Menya

    Mubarak also made a point of saying that he would “die in this land” – a message to protesters that he did not plan to flee into exile like recently deposed Tunisian president, Zine El Abidine Ben Ali.Marwan Bishara, Al Jazeera’s senior political analyst, said: “It is clear that President Mubarak is in denial over his legacy.”Until Friday we are probably going to watch a major escalation of tension in events both between the demonstrators on the one hand and the regime of Mubarak on the other.”Mohamed ElBaradei, the Egyptian opposition figure who returned to Cairo to take part in the protests, said Mubarak’s pledge not to stand again for the presidency was an act of deception.ElBaradei, a Nobel peace prize winner as head of the UN nuclear agency, said if Mubarak did not heed the call to leave power at once, he would be “not only a lame-duck president but a dead man walking”.”He’s unfortunately going to extend the agony here for another six, seven months. He continues to polarise the country. He continues to get people even more angry and could [resort] to violence,” ElBaradei said.Indeed, none of the protesters interviewed by Al Jazeera earlier today said they would accept Mubarak finishing his term in office.”He needs to leave now,” Hassan Moussa said in Tahrir Square just hours before Mubarak’s announcement.”We won’t accept him leaving in September, or handing power to [newly installed vice-president] Omar Suleiman. He needs to leave now.”Waiting gameThe protests continue to feel like a waiting game – as if Mubarak is hoping to simply outlast the crowds amassed at Tahrir Square.”When the people of a nation decide something, then it will happen,” Abdullah Said Ahmed, a student from Al-Azhar University, said. “The United States chooses its leaders. We’re going to choose ours. Our patience can do anything.”

    Our producer in Egypt reports on the latest developments

    Saber Shanan said: “I’ll stay here until I die or until the system changes.”Mubarak’s announcement came after pressure from the US administration, which urged him not to seek re-election.Frank Wisner, a former ambassador to Egypt, met Mubarak on Monday and reportedly told him not to extend his time in office.In remarks to the media at the White House on Tuesday evening, Barack Obama, the US president, said he had spoken with Mubarak who he said “recognises that the status quo is not sustainable and a change must take place”.Obama said he told Mubarak that an orderly transition must be meaningful and peaceful, must begin now and must include opposition parties.Obama emphasised, however, that “it is not the role of any other country to determine Egypt’s leaders”.

     
    Source:Al Jazeera and agencies

    NRC, 1-2-2011, http://www.nrc.nl/nieuws/2011/02/01/protesteren-tegen-het-regime-in-egypte-noem-jezelf-khaled-said/

    Protesteren tegen het regime in Egypte? Noem jezelf ‘Khaled Said’

    egypteBetogers tonen foto’s van Khaled Said. Van voor en na de marteling. Foto AFP

    Buitenland

    Corruptie, politiegeweld, onderdrukking. Stuk voor stuk reden om de straat op te gaan. Maar voor massaprotest is een prikkel nodig. Een concreet incident dat raakt aan gedeeld ongenoegen.

    Politieslachtoffer Khaled Said werd het symbool van de protesten in Egypte. Maar de drijvende kracht achter de symbolisering van Said wil geen bekendheid, laat staan roem. Op 6 juni 2010 werd de 28-jarige Said door agenten doodgeschopt voor een internetcafé. De reden was waarschijnlijk een filmpje, waarop Said laat zien hoe de politie drugsgeld onderling verdeelt. De moord maakte van Said echter nog geen symbool. Daarvoor was meer nodig.

     
    ‘El Shaheeed’ noemde een datum
     
     Degene die van Khaled Said een icoon maakte is een persoon die schuilgaat achter het internetaccount ‘El Shaheeed’, Arabisch voor ‘de martelaar’. Hij (het kan ook een ‘zij’ zijn) beheert een website en zowel een Arabische als een Engelse Facebook-pagina. De pagina’s heten ‘We are all Khaled Said’, we zijn allemaal Khaled Said.

    Het doel was aanvankelijk een internetprotest tegen politiegeweld, maar na de protesten in Tunesië en de val van president Ben Ali werd het initiatief concreter en fysieker. El Shaheeed noemde een datum, dinsdag 25 januari. Nooit eerder demonstreerden zoveel mensen op straat tegen het regime van president Mubarak.

    Of El Shaheeed de protesten van 25 januari op zijn conto kan schrijven is de vraag. Zeker is wel dat hij 375.000 volgers heeft. Als El Shaheeed iets schrijft verschijnt het op de Facebook-pagina’s van 375.000 mensen, voornamelijk Egyptenaren.

    Facebook als vliegwiel, meer niet

    In een interview met Newsweek – via Gmail Chat – is El Shaheeed bescheiden over zijn rol. Hij geeft niet echt orders, maar investeert in de interactie met zijn fans op Facebook. Discussies, peilingen, berichten doorplaatsen. Ook kunnen bezoekers via zijn pagina’s protestflyers downloaden, zodat de mensen die geen internet hebben toch bereikt worden. “Het is mijn taak om mensen te motiveren, te informeren en hen aan te moedigen deelgenoot te worden van dit evenement. Niet slechts verslaggeving.” Hij hoopt op een vliegwieleffect: door mensen klaar te stomen voor het protest wordt het protest onstuitbaar. El Shaheeed heeft nooit persoonlijke details van zichzelf weggegeven. En dat wil hij zo houden, zelfs als het doel bereikt is en hij niets heeft te vrezen.

    Het succes van El Shaheeed is deels te danken aan zijn taalgebruik. Hij vermijdt al te politieke en religieuze uitspraken. Dat drijft groepen alleen maar uiteen, vindt hij. Het Egyptische volk moet samen optrekken. “Hij praat niet tegen de mensen”, zegt een activist over hem. “Hij praat met de mensen.”

     
    ‘Deze revolutie is van iedereen’
     
     Volgens het populaire blog The Daily Beast is El Shaheeed met zijn honderdduizenden volgers de grootste mensenrechtenbeweging in het land. En ook The Wall Street Journal ziet in hem de organisator van de protesten.

    Maar El Shaheeed is de laatste die de eer op zal strijken. “Dit gaat niet over mij”, zei hij tegen Newsweek. “Dit gaat over de mensen van Egypte. Ik wil straks mijn echte leven terug. Ik wil geen roem. Het was nooit mijn intentie dit te starten.” Met ‘dit’ bedoelt hij de massale betogingen op straat.

    De betogingen stoppen kan hij niet, wil hij niet. Toen de regering internet afsloot – en El Shaheeed zijn Facebook-pagina’s niet kon bijwerken – gingen de protesten namelijk gewoon door. Als El Shaheeed dit al in gang heeft gezet, dan heeft hij zichzelf inmiddels overbodig gemaakt.

    Vandaag, tijdens het grootste protest tot nu toe, is El Shaheeed weer aan het communiceren met zijn volgers. Vanmiddag richtte hij zich even tot journalisten. “Ik krijg maar vragen over mijn ideologie. Maar ik heb er geen één!”, schreef hij. “Deze revolutie is van iedereen. En iedereen zou er aan deel moeten nemen.”

    Een ‘Nieuw Revolutionair’ clipje op Youtube, zoals er inmidddels al veel van zijn gemaakt

    Two Faces of Revolution

    Posted: 01 Feb 2011 04:38 AM PST

    Guest Author: Linda Herrera

     
    Mohamed Bouazizi
    Khaled Said

    The events in Tunisia and Egypt have riveted the region and the world. The eruptions of people power have shaken and taken down the seeming unbreakable edifices of dictatorship. (At the time of writing Mubarak has not formally acknowledged that he has been toppled, but the force of the movement is too powerful and determined to fathom any other outcome). Events are moving at breakneck speed and a new narrative for the future is swiftly being written. In the throes of a changing future it merits returning to the stories of two young men, the two faces that stoked the flames of revolution thanks to the persistence of on-line citizen activists who spread their stories. For in the tragic circumstances surrounding their deaths are keys to understanding what has driven throngs of citizens to the streets.

    Mohammed Bouazizi has been dubbed “the father of Arab revolution”; a father indeed despite his young years and state of singlehood. Some parts of his life are by now familiar. This 26 year old who left school just short of finishing high school (he was NOT a college graduate as many new stories have been erroneously reporting) and worked in the informal economy as a vendor selling fruits and vegetable to support his widowed mother and five younger siblings. Overwhelmed by the burden of fines, debts, the humiliation of being serially harassed and beaten by police officers, and the indifference of government authorities to redress his grievances, he set himself on fire. His mother insists that though his poverty was crushing, it was the recurrence of humiliation and injustice that drove him to take his life. The image associated with Mohammed Bouazizi is not that of a young man’s face, but of a body in flames on a public sidewalk. His self-immolation occurred in front of the local municipal building where he sought, but never received, justice.

    The story of 28 year old Egyptian, Khaled Said, went viral immediately following his death by beating on June 6, 2010. Two photos of him circulated the blogosphere and social networking sites. One was a portrait of his gentle face and soft eyes coming out of a youthful grey hooded sweatshirt; the face of an everyday male youth. The accompanying photo was of the bashed and bloodied face on the corpse of a young man. Though badly disfigured, the image held enough resemblance to the pre-tortured Khaled to decipher that the two faces belonged to the same person. The events leading to Khaled’s killing originated when he posted a video of two police officers allegedly dividing the spoils of a drug bust. This manner of citizen journalism has become commonplace since 2006. Youths across the region have been emboldened by a famous police corruption case of 2006. An activist posted a video on YouTube of two police officers sodomizing and whipping a minibus driver, Emad El Kabeer. It not only incensed the public and disgraced the perpetrators, but led to their criminal prosecution. On June 6, 2010, as Khaled Said was sitting in his local internet café in Alexandria two policemen accosted him and asked him for his I.D. which he refused to produce. They proceeded to drag him away and allegedly beat him to his death as he pleaded for his life. The officers claimed that Khaled died of suffocation when he tried to swallow a package of marijuana to conceal drug possession. But the power of photographic evidence combined with eyewitness accounts and popular knowledge of scores of cases of police brutality left no doubt in anyone’s mind that he was senselessly and brutally murdered by the very members of the police that were supposed to protect them. The court case of the two officers is ongoing.

    Mohammed Bouazizi was not the first person to resort to suicide by self immolation out of desperation, there has been an alarming rise in such incidents in different Arab countries. And Khaled Said is sadly one of scores of citizens who have been tortured, terrorized, and killed by police with impunity. But the stories of these two young men are the ones that have captured the popular imagination, they have been game changers.

    Cartoon from the Facebook Group We are all Khaled Said

    For the youth of Egypt and Tunisia, the largest cohort of young people ever in their countries, the martyrdoms of Khaled Said and Mohamed Bouaziz represent an undeniable tipping point, the breaking of the fear barrier. The youth have banned together as a generation like never before and are crying out collectively, “enough is enough!” to use the words of a 21 year old friend, Sherif, from Alexandria. The political cartoon of Khaled Said in his signature hoodie shouting to the Intelligence Chief, also popularly known “Torturer in chief” and now Mubarak’s Vice President, to “wake up Egypt” perfectly exemplifies this mood (from the Facebook group, We are all Khaled Said). No longer will the youth cower to authority figures tainted by corruption and abuses. These illegitimate leaders will cower to them. The order of things will change.

    And so on January 25, 2011, inspired by the remarkable and inspiring revolution in Tunisia that toppled the twenty-three year reign of the dictatorship of Zine El Abidine Ben Ali, Egyptian youth saw it was possible to topple their dictator, Hosni Mubarak, of 31 years. Activists used different on-line platforms, most notably the April 6 Youth Movement and the “We are all Khaled Said” Facebook group to organize a national uprising against “Torture, Corruption, Poverty, and Unemployment.”

    It is not arbitrary that civil rights, as exemplified in torture and corruption (recall Khaled Said), topped the list of grievances, followed by economic problems. For youth unemployment and underemployment will, under any regime, be among the greatest challenges of the times.

    Banner of the Egyptian uprising

    No one could have anticipated that this initial call would heed such mass and inclusive participation. Youths initially came to the streets braving tanks, rubber bullets, tear gas (much of which is made in the US and part of US military aid, incidentally), detention, and even death. And they were joined by citizens of all persuasions and life stages; children, youth, elderly, middle aged, female, male, middle class, poor, Muslim, Christians, Atheists.

    Contrary to a number of commentators in news outlets in North America and parts of Europe the two revolutions overtaking North Africa are not motivated by Islamism and there are no compelling signs that they will be co-opted in this direction. Such analyses are likely to be either ideologically driven or misinformed. In fact, Islam has not figured whatsoever into the stories of Bouazizi and Said. These are inclusive freedom movements for civic, political, and economic rights. To understand what is driving the movement and what will invariably shape the course of reforms in the coming period we need to return to these young men. Their evocative if tragic deaths speak reams about the erosion of rights and accountability under decades of corrupt dictatorship, about the rabid assault on people’s dignity. They remind us of the desperate need to restore a political order that is just and an economic order that is fair. Mohamed Bouazizi and Khaled Said have unwittingly helped to pave a way forward, and to point the way to the right side of history.

    Linda Herrera is a social anthropologist with expertise in comparative and international education. She has lived in Egypt and conducted research on youth cultures and educational change in Egypt and the wider Middle East for over two decades. She is currently Associate Professor, Department of Education Policy, Organization and Leadership, University of Illinois at Urbana-Champaign. She is co-editor with A. Bayat of the volume Being Young and Muslim: New Cultural Politics in the Global North and South, published by Oxford University Press (2010).

     

     

     

    Van http://palestinechronicle.com/:

      

    Unravelling The Illusion: Democracy That Never Was – By William Cook, Palestine Chronicle (3/2/11)

    PDF Print E-mail

     

    By William Cook, Palestine Chronicle   
    Wednesday, 02 February 2011 23:55
    // 0diggsdigg

    The Egyptian peoples’ revolution against their government forces to the fore the unfortunate reality that America’s friendship is an illusion created for its own benefit, a strategy, if you will, that creates a mirage of trust, compassion, and good will for the people while it disfranchises them from power, enriches the “inner circle,” establishes a brutal police force to control them, providing thereby a resident dictator that will do the bidding of America’s military-industrial complex to sustain its enormous need for on-going wars and a budget that saps the wealth of the nation itself. Mark that Egypt’s military spends 6 billion a year to maintain its million soldiers and absorbs another 1.3 billion of U.S “aid” to buy American warplanes, tanks, and helicopters. Virtually nothing is left for humanitarian needs or domestic relief. The people have had enough.

    Consider Iran, perhaps our most graphic undemocratic entrance into the greater middle-east. Our CIA assassinated the democratically elected Prime Minister, Mohammed Mossadegh, and installed our own “beholden” King, the Shah of Iran. He in turn created the SAVAK police to control the people enriching his benefactors by using American tax dollars to buy weapons from United States munitions’ industries. Clever, even demonic. But the Iranian people revolted. Twenty five years of undemocratic, dictatorial rule beneficial to U.S. and Israeli interests if understood in weapons sales and oil to say nothing of the Shah’s recognition of our puppet state, but disastrous for the Iranian people and America that now sees Iran as a major enemy in the mid-east. But we do not learn.

    Now, Mubarak’s 30 year strangulation of the Egyptian people appears to be unraveling while our administration and the Netanyahu governments look on in disbelief and fear. What do we do with our 1.5 billion that has served our dictator yearly for these many decades as a guarantee of peace with Israel? To whom will it go if, as Eli Shaked observes above, the “inner circle” alone in Egypt supports that agreement and they too are deposed? The Muslim Brotherhood? Mohammad ElBaradei? The Egyptian military? An “existential” quandary certainly! Israel’s Michael Ledeen, writing in Pajamas Media, states “Mohammed ElBaradei is one of the last men I would choose for leading Egypt to a ‘peaceful transition’ to greater democracy. He doesn’t like America and he’s in cahoots with Iran and the Muslim Brotherhood.”

    How does America protect its client state of Israel now? Consider what happens if Mubarak is dethroned: nearly half of Israel’s natural gas is imported from Egypt, gas needed by its own population as well as its military; Israel’s military planning relies on Mubarak’s government and its complicity in guarding the southern border of Gaza much to the dismay of the Egyptian people, a border that has already been punctured by escaped Hamas prisoners who have fled home through the tunnels; changes could be made in the control of the Suez Canal to the detriment of Israel, and, perhaps most importantly, Jordan and Saudi Arabia could become the next dominoes to fall toward Israel leaving it isolated in a landscape dominated by people unfriendly to it because of its undemocratic subjugation of the Palestinian people.

    It’s enlightening to peep in on the Daily Alert, the daily report prepared for the Conference of Presidents of Major Jewish Organizations by the Jerusalem Center for Public Affairs. If anything reflects the mindset of the lobbies that support unconditionally the Israeli state, it’s this Alert. Given the conditions outlined above from both Iran under the Shah and Egypt under Mubarak in their respective alliances with the U.S. and Israel, one might expect some reflection on what drives people into the streets to overthrow their governments.

    Obviously the conditions created by the American strategy of shoring up dictators guarantees a steady rise in citizen anger against the regime and, concurrently, a rising hatred for the power that feeds the dictator while suppressing the people. America’s interest resides in its weapons sales that seed internal conflicts and manufactured “wars” against neighbors as we witness in Iraq, Afghanistan and Pakistan. It’s why we have in excess of 737 military installations around the globe supported by 1,840,062 military and domestic personnel; it’s why we strategize to turn factions in a country against each other; it’s why we want Israel to exist, to foster unrest in the mid-east as it stealthily grabs more and more land from its neighbors claiming they are victims of Arab aggression to wipe Israel off the map; it’s why we need an overwhelming presence in the mid-east with Israel serving as our largest military base to ensure that our industrial complex controls the oil and gas that’s needed to maintain our dominance in the world markets; unfortunately, it’s also why America has become the most hated nation on the planet because its propaganda expressing freedom and liberty, human rights and democracy for all is now understood to be a lie, a fabrication of deceit designed to dehumanize not liberate, to subjugate not free, to enslave not acknowledge, with respect, the dignity of the individual.

    The Alert responds to the reality above because the audience they serve is a recipient of America’s largesse; indeed, their Israel is the recipient of more federal aid than any other nation coming to an estimated 1.8 trillion “including special trade advantages, preferential contracts, or aid buried in other accounts.” (“The Costs to American Taxpayers of the Israeli-Palestinian Conflict,” Thomas Stauffer, Washington Report on Middle East). What does Israel do with all this money?

    Most importantly it buys U.S. weapons from private corporations with tax dollars to create the fourth largest military in the world (Israel estimate) to protect 6 million people, the vast majority foreigners to the land, while it subjugates approximately 4 million Palestinians under occupation stealing their land so that only 22% remains, and, in addition, lays siege to Gaza for the past three years causing an estimated 60% unemployment and forces 80% to live in poverty. This siege includes all access and possession of the natural gas and oil reserves that exist off of the Gaza coast thus depriving the Palestinian people of approximately 3500 billion cubic meters of gas deposits and 1.8 billion barrels of oil. (“Arabs keep out! Israel lays claim to all the resources,” Veterans Today, Manlio Dinucci, Voltairenet.org). Additionally, the IDF has destroyed the infrastructure, restricted water consumption drastically, sabotaged electricity to the area, and prevented entrance for medical supplies and basic food stuffs, suffocating the people in intolerable conditions and in complete disregard for international law. And in one of the most recent atrocities perpetrated by this true “friend” of America, it invaded Gaza killing over 1400, decimating homes, schools, storage facilities, hospitals, and UN buildings in a slaughter seen and heard around the world.

    It is not lost on the Arab world, or the rest of the world for that matter, that Israel’s “democracy” is exclusive and totally unique in the world. Nor is it lost on the Arab world that Israel exists because America subsidizes its existence and gives it the means to occupy and subjugate while it touts to the world that it believes “that all people yearn for certain things: the ability to speak your mind and have a say in how you are governed, confidence in the rule of law and the equal administration of justice; government that is transparent and free of corruption; and the freedom to live as you choose. These are human rights, and we support them everywhere.”

    Interestingly enough, despite the evidence listed above, nothing in the Alert papers suggests that Israel should reconsider its policy of military force and occupation. Indeed, even with the disclosure of the Palestine Papers released by Wikileaks that describes in horrific detail the collaboration of American diplomats with Israeli counterparts to undermine by bribery and coercion the Palestinian negotiators, Mahmoud Abbas and Saeb Erekat, displaying for all to see the duplicity of America and Israel as they manipulate the peace process to achieve their ends, regardless of the illegality or injustice inflicted upon the Palestinian people, Israel finds no need to reconsider its approach to the Arab world.

    Rather, they emphasize what Netanyahu proclaims, that all their European friends must defend Mubarak lest the unrest come to haunt Israel. That the Egyptian people have expressed their anger at the undemocratic, dictatorial policies of his regime means nothing to Israel, that bastion of democratic values, which calls upon the U.S. Congress and the state department to back Mubarak lest conditions force Israel into a confrontation with the Egyptian military, the one supplied by America and ranked as number 10 in the world. How ironic: American F-16s fighting American F-16s above the Sinai.

    Perhaps our Congress might reflect on what America has become since it spawned the rogue state of Israel into this militaristic monster that conceives of force as the only solution to international conflicts. Perhaps it might consider that it, too, should learn something from the Egyptian people who see virtue in true freedom of expression, value in the rights of humankind, and respect and dignity in being part of the government, not its slave. Perhaps our Congress should see the world they have created for this illusionary democracy, where a cauldron of millions live on two dollars a day, where children starve, mothers are famished, the old and the infirm deprived of joy at the very end of their lives, the young made fodder for the elite who rule the world, a world of misery and despair made possible by our corporate complex of munitions manufacturers that suck the lifeblood of the masses to enrich their own. Perhaps, then, they can face themselves and ask,

    What manner of men can distance themselves from their kin?

    What beast of prey have they become to devour so many

    Without compassion or remorse, able to wield

    Weapons of unimaginable force against unseen foes,

    Who hear the screaming cry of the angel of death

    Hurtling from the sky,

    Where life itself should be the only force:

    The warmth of the sun, the gentle cooling rain,

    The promise of spring, the hope that comes again.

    William A. Cook is Professor of English at the University of La Verne in southern California where he served for 13 years as Vice President for Academic Affairs before assuming his faculty position in 2001. Prior to coming to California, he served as a Dean of Faculty, Chair of Department of English and faculty member at institutions large and small, public and private in four eastern states. He is an activist and a writer for numerous Internet publications including Counterpunch, Salem-News.com, Pacific Free Press in British Columbia, Dissident Voice and Information Clearing House, serving as senior editor for MWC News out of Canada, and contributing editor at the Palestine Chronicle, the Atlantic Free Press in the Netherlands, and the World Prout Assembly, his polemics against the Bush administration and the atrocities caused by Ariel Sharon and Ehud Olmert in Israel, now our 51st state, have been spread around the Internet world and translated into French, Spanish, Arabic, Chinese, and Italian. Cook also serves on the Board of the People’s Media Project, interviews on radio and TV in South Africa, Canada, Iran and the United States and contributed for five years yearly predictions to the Hong Kong Economic News. This volume follows his Tracking Deception: Bush Mid-East Policy, Hope Destroyed, Justice Denied: The Rape of Palestine and continues his scourge against the hypocrisy, deceit, and destructive policies that have characterized American mid-east policy and its destructive alliance with the Zionist forces that have turned Israel into an apartheid state determined to destroy the Palestinian people.In addition to his polemics, he writes plays (The Unreasoning Mask, co-authored with his wife, D’Arcy, and The Agony of Colin Powell), satires (see “Advancing the Civilized State: Inch by Bloody Inch” in The Rape), and poetry (Psalms for the 21st Century). His most recent fictional work creates a morality tale based upon real life figures that haunt our lives, The Chronicles of Nefaria He can be reached at wcook@laverne.edu or www.drwilliamacook.com..
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

    The Plight of the Palestinians: a Long History of Destruction is a collection of voices from around the world that establishes in both theoretical and graphic terms the slow, methodical genocide taking place in Palestine beginning in the 1940s, as revealed in the Introduction. From Dr. Francis A. Boyle’s detailed legal case against the state of Israel, to Uri Avnery’s “Slow Motion Ethnic Cleansing,” to Richard Falk’s “Slouching toward a Palestinian Holocaust,” to Ilan Pappe’s “Genocide in Gaza,” these voices decry in startling, vivid, and forceful language the calculated atrocities taking place, the inhumane conditions inflicted on the people, and the silence that exists despite the crimes, nothing short of state-sponsored genocide against the Palestinians.

     

    http://desertpeace.wordpress.com/2011/02/01/israel-doing-its-bit-to-keep-mubarak-in-power/

    ISRAEL DOING ITS BIT TO KEEP MUBARAK IN POWER

    February 1, 2011 at 16:52 (Corrupt Politics, Egypt, War Crimes, zionist harassment)

    It didn’t take long….. but it happened! Israel has sent crowd dispersal weapons to Egypt. If the Egyptian Army won’t attack the people, it looks like Israel might have to do it for them….http://desertpeace.wordpress.com/2011/02/01/israel-doing-its-bit-to-keep-mubarak-in-power/ 
    Rights NGO claims that Israeli planes carrying crowd dispersal weapons have arrived in Egypt

     

    The International Network for Rights and Development has claimed that Israeli logistical support has been sent to Egypt’s President Hosni Mubarak to help his regime confront demonstrations demanding that he steps down as head of state. According to reports by the non-governmental organisation, three Israeli planes landed at Cairo’s Mina International Airport on Saturday carrying hazardous equipment for use in dispersing and suppressing large crowds.  

    In the statement circulated by the International Network, it was disclosed that Egyptian security forces received the complete cargoes on three Israeli planes which were, it is claimed, carrying an abundant supply of internationally proscribed gas to disperse unwanted crowds. If the reports are accurate, this suggests that the Egyptian regime is preparing for the worse in defence of its position, despite the country sinking into chaos.

    On Sunday 30 January, Prime Minister Benjamin Netanyahu addressed Israeli government ministers in a public statement saying: “Our efforts aim at the continued maintenance of stability and security in the region… and I remind you that peace between the Israeli establishment and Egypt has endured for over three decades… we currently strive to guarantee the continuity of these relations.” Netanyahu added, “We are following the events unfolding in Egypt and the region with vigilance… and it is incumbent at this time that we show responsibility, self-restraint and maximum consideration for the situation… in the hope that the peaceful relations between the Israeli establishment and Egypt continue…”

    The Israeli prime minister urged Israeli government ministers to refrain from making any additional statements to the media.

    Source

    And, of course America’s hands are far from clean in all of this…..

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

    American made tear gas in Cairo and the West Bank

    Posted by Joseph Dana

    People in the street confronting police and army soldiers with revolutionary aspirations. Some youth throw stones in symbolic acts of resistance as the elders try to calm down their rage and focus on chants of unity. Armed forces reply with tear gas and rubber-coated steel bullets. This is a regular occurrence in the West Bank in villages like Nabi Saleh, Ni’ilin and Beit Umar.  Over the past week, it has been unfolding on the streets of Cairo, Suez and Alexandria as well. From Ni’ilin to Cairo, the tear gas that is being employed against demonstrations is made in the United States. The story of American made tear gas in Egypt has recently entered the chaotic international news cycle to the dismay of the American government. But journalists have been focusing only on the fact that the tear gas is supplied by the United States.Tweets and media reports from Egypt are full of photos of and references to tear gas canisters “Made in the USA” and produced by Combined Systems Inc. in Jamestown, Pennsylvania.

    The Israeli army regularly uses high velocity tear gas canisters against unarmed demonstrations in the West Bank. The Egyptians armed forces and police have so far refused to employ high velocity canisters based on the fact there have been no reports from the ground of their existence in the demonstrations. In Israel, high velocity canisters have resulted in the death of Bassem Abu Rahmah in 2009 and the critical wounding of American Citizen, Tristan Anderson. Recently, the canisters have been used in the village of Nabi Saleh, with grave results.
    Demonstrator Moments After Being Hit Directly with a Tear Gas Projectile. Picture Credit: Joseph Dana/popularstruggle.orgDemonstrator Moments After Being Hit Directly with a Tear Gas Projectile. Picture Credit: Joseph Dana/popularstruggle.org  

    Standard aluminum tear canisters, which are being used in Egypt, have injured thousands in the West Bank over the past eight years of demonstrations against the Separation Barrier. Soldiers regularly break army regulations and fire canisters directly at protesters– turning the canister into a large bullet– and almost never face punishment. Three weeks ago, a soldier fired a tear gas canister directly at me from a distance of 15 meters in Beit Ummar. Luckily I was able to get out of the way. Last summer, an American Jew was not as lucky as me and lost her eye in a demonstration when a tear gas canister was fired directly at her head. The soldier who fired the canister was cleared of any wrongdoing.

    According to international coverage of the demonstrations in Egypt, there has been little coverage of police or army using tear gas canisters as large bullets. As the demonstrations slow down, more evidence could emerge that tear gas canisters were used offensively as they are used in the West Bank. However, it seems unlikely given the fact that there have been almost no reports about this to come out of Egypt in the past seven days.

    The United States provides countries all over the world with military products with little regard of how the products are used. When it comes to tear gas, the issue is not that the United States is providing Israel and Egypt with the tear gas. The issue is how the gas is used and who it is used against. It is legitimate for a state to use tear gas in crowd control situations. It is not legitimate to use tear gas canisters as large bullets with the intention to kill or injure protesters.

    Posted AT

    Ondertussen….de (voorspelbare) negatieve geluiden:

    http://www.elsevier.nl/web/Opinie/Afshin-Ellian/288172/Geen-Arabische-lente-maar-storm-op-komst.htm

    Geen Arabische lente, maar storm op komst

    door Afshin Ellian

    dinsdag 1 februari 2011 15:04

    De protesten in Egypte duren al acht dagen De protesten in Egypte duren al acht dagen

    Teheran, februari 1979. Op het vliegveld Mehrabad stapt  uit een Amerikaans militair vliegtuig de Amerikaanse vier sterrengeneraal Robert Huyser. Generaal Husyer (1924-1997) is in opdracht van de Amerikaanse president Jimmy Carter in Teheran om de Iraanse militairen en de mannen van ayatollah Khomeini, de leider van de Iraanse revolutie, te spreken. ‘Mission to Tehran’ zou de laatste missie van een Amerikaanse generaal in Teheran blijken.

    Volgens de Sjah was dit een mysterieuze missie. Achteraf begreep hij dat Carter reeds in Parijs contacten had laten leggen met de Khomeini. Maar wat deed Husyer in Teheran? Wat was zijn missie? Huyser ging rechtstreeks met de Iraanse legerleiding spreken. Daarnaast sprak hij met Mehdi Bazargan (1907-1995) die net terug was uit Parijs. In Parijs voerde Bazargan gesprekken met Khomeini.

    Vrije verkiezingen
    Bazargan was de leider van de Iraanse religieuze liberalen die hun lot in handen van Khomeini hadden gelegd. Hij zou een paar weken later de eerste minister-president van Khomeini worden. Religieuze liberalen werkten samen met Khomeini, terwijl de seculiere liberalen onder leiden van Shapour Bakhtiar (1915-1991) een liberaal kabinet hadden gevormd om de vrije verkiezingen te organiseren.
     
      
    In hun ogen was de revolutie al gewonnen. Bakthiar hief de SAVAK, de geheime dienst van Sjah, op. Bazargan zal niet langer dan een jaar kunnen regeren. Hij wordt afgezet. En later zullen velen van zijn vrienden worden gevangen genomen. Het liberalisme, een westers fenomeen, was in welke vorm dan ook tegen de islam en moest worden uitgeroeid, aldus imam Khomeini.

    Volgens de Sovjetkrant Pravda was generaal Huyser in Teheran bezig om een staatsgreep voor te bereiden. Maar in werkelijkheid was hij bezig om het bevriende leger, het Iraanse leger, te redden door een pact aan te gaan met Khomeini.

    Neutraal

    Generaal Huyser heeft twee zaken kunnen bewerkstelligen: de Sjah moest weg en het Iraane leger moest zich neutraal verklaren tegenover de demonstranten, de aanhanger van Khomeini. In de ogen van Carter zou het behoud van het Iraanse leger ertoe kunnen leiden dat indien Khomeini tot een Fidel Castro transformeert, het leger een staatsgreep kan plegen.

    Waarom waren de Amerikanen zo optimistisch? Uit de Amerikaanse documenten is gebleken dat ‘there was clearly no hint of clerical despotism’. Dit dachten de Amerikanen gedurende de maanden januari en februari 1979.

    Vandaag heeft het Egyptische leger zich neutraal verklaard tegenover de demonstranten en de Moslimbroederschap. Dit hebben ze ongetwijfeld gedaan in opdracht van de Amerikaanse president Barack Obama. Mubarak is al finished. Wellicht gaat hij nog enig verzet plegen voordat hij Egypte levend of dood verlaat. En Mohammad ElBaradei?

    Religieus liberaal
    In het beste geval is hij de Mehdi Bazargan van Egypte. Wie is dat? Bazargan was een religieus liberaal die de seculiere liberalen verraadt in ruil voor macht. Maar uiteindelijk belandde Bazargan in Dar Alkufr, het huis van ongeloof.
    In het slechtste geval verandert hij in een mengsel van het nationalisme en islamisme, treedt hij in de voetsporen van Saddam Hussein en Jamal Abdol Nasser, en zal hij zich keren tegen Israël en Amerika. Met alle gevolgen van dien voor de regio én de wereld. ElBaradei zal zeker worden gesteund door Khameini, de leider van het islamitische Iran.

    De Iraanse staatsmedia waarschuwen de Amerikanen dat ze de nalatenschap van de Egyptische Farao, president Mubarak, niet meer kunnen redden. Wat komt na een autoritair regime in Egypte? Chaos of het islamisme?

    Jihadisten

    En de democratie en de Arabische lente? Ja, de Arabische lente heb ik al gezien; zelfs de doden, mummies waren niet veilig voor de oprukkende plunderaars, de toekomstige jihadisten. Toevallig moest ik denken aan Irak. Wellicht zal het leger nadat een plein in Caïro naar Mohammad Atta wordt genoemd, een militaire junta willen vestigen. Dan zijn we weer terug naar het Egypte van Mubarak.

    Vrienden, er komt geen lente in de Arabische wereld. Een storm is op komst.

    Afshin Ellian

    Tot zover Afshin Ellian. Hoewel ik het met het meeste niet eens ben (want waarom was de missie van Bush in Irak wel goed? Mogen er alleen door Amerika georkestreerde democratische omwentelingen plaatsvinden? Daar heeft ook Iran prettige ervaringen mee, zie Mosadegh, Ellian welbekend), kan ik een ding nog wel begrijpen. Afgelopen weekend sprak ik een Iraanse dichter die precies hetzelfde zei. Dat was inderdaad de ervaring met het verdrijven van de Shah. Die vrees lijkt mij vanuit Iraans perspectief legitiem en het is iets waar zeker rekening mee moet worden gehouden. Maar wat mij betreft is het antwoord niet om dan maar dictators in stand te houden. Juist de ervaring met Mossadegh laat zien dat dan de uiteindelijke klap nog veel heviger en vooral meer anti-westers kan worden, zie de gebeurtenissen in Iran. Hopelijk worden deze fouten nu niet weer gemaakt (zie nu ook Israëls steun aan Mubarak).

    Zie ook Hans Jansen op Hoeiboei, Mubarak. Verder maakt men zich op Hoeboei, in de beste traditie van de ministeries van informatie in het Midden Oosten, of onze goeie oude communistische krant ‘De Waarheid’ (die toen de opstand in Hongarije in 1956 werd neergeslagen door de Russen opende met de schreeuwende kop ‘Nasser sluit het Suez kanaal’), vooral druk over ‘Boer zoekt Vrouw’. Zie Feit en Fictie. Overigens een mooie dubbelzinnige titel, maar die slaat dan vooral op de fictie van de Nederlandse Bauerntum Romantik, waarin de Hoeiboeiers zich graag mogen wentelen als er opeens uit de echte wereld signalen doorkomen dat er in de Arabische wereld voor meer vrijheid en democratie gedemonstreerd wordt. Dat kan natuurlijk niet, want dat past niet in het idee-fixe der verlichte Hoeiboeigeesten. Overigens krijgt het fenomeen ‘Handen schudden’, een van de kernwaarden van de Verlichting (had boegbeeld van diezelfde Verlichting Rita Verdonk daar niet al eens op gewezen?),  op dit moment wel uitgebreide aandacht, zie http://hoeiboei.blogspot.com/2011/02/laat-me-raden.html. Ik heb er maar een kwalificatie voor: puur escapisme! ‘Het land van ooit’, vrij naar Ayaan Hirsi Ali 😉 (maar dan net een beetje anders)

    Tot zover de Ellians, de Jansens en het gehoeiboei over urgente kwesties als hoofddoekjes, handenschudden en onze beschaving en Verlichting en vooral ònze cultuur waarvan ‘Boer zoekt Vrouw’ het absolute hoogtepunt is. Terug naar Egypte zelf:

     

     Het regime van Mubarak begint terug te slaan:

    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/4936/Buitenland/article/detail/1830721/2011/02/02/Liveblog-Egypte-gevechten-gewonden-en-kamelen-op-Tahrirplein.dhtml 

    Liveblog: Tahrirplein is slagveld, honderden gewond

    Van onze redactie − 02/02/11, 13:10

    //

    © epa

    VK urgent  AMSTERDAM/CAÏRO – De dag na de miljoenenmars is de sfeer in Caïro explosiever dan ooit. Lees de laatste ontwikkelingen, tweets ter plaatse en volg updates van onze correspondent Rob Vreeken ter plaatse.

    • Rob Vreeken

    23.01 uur Volgens een dokter ter plaatse zijn er nog veel meer gewonden gevallen bij de rellen vandaag. Hij spreekt over meer dan 1.500, meldt Reuters.

    22.54 uur Ook tegen middernacht is het nog altijd onrustig in Caïro. Het Tahrirplein staat nog altijd vol met mensen. Demonstranten vrezen actie van de politie nu zij denken dat het leger hen niet langer zal beschermen. Maar toch een grootscheepse aanval van een van beide kanten lijkt het ook niet te komen. Veel demonstranten zullen waarschijnlijk weer de hele nacht op het plein blijven.

    22.37 uur Het aantal doden dat gevallen is tijdens de ongeregeldheden vandaag in Caïro is opgelopen naar drie. Dat heeft de minister van Volksgezondheid gezegd op de Arabische televisiezender Al Alabiya.

    Op het Tahrirplein staan betogers inmiddels nog altijd tegenover Mubarak-aanhangers. Op televisie is te zien dat beide partijen elkaar bestoken met Molotovcocktails. Het lijkt er niet op dat de demonstranten van plan zijn naar huis te gaan, waartoe vice-president Suleiman had opgeroepen.

    22.21 uur Het aantal betogers op het Tahrirplein (Bevrijdingsplein) is woensdagavond laat aanzienlijk geslonken, maar het plein is zeker nog niet leeg. De nog resterende demonstranten gaan pas weg als Mubarak per direct opstapt. Omstanders brengen de volhardende betogers in het donker eten en drinken, meldt Al Jazeera. Er zijn geruchten dat het leger vanavond nog wil ingrijpen, en het plein wil schoonvegen.

    21.48 uur  De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton heeft vandaag gesproken met de Egyptische vice-president Suleiman. Zij heeft benadrukt hoe belangrijk het is dat degenen die het geweld in Caïro aanwakkerden, daarvoor verantwoordelijk worden gehouden, en dat de machtsoverdracht nu moet beginnen.

    21.24 uur Het lijkt weer onrustiger te worden in de Egyptische hoofdstad Caïro. Op de televisiezenders Al Jazeera en CNN is te zien hoe nog steeds veel mensen zich hebben verzameld op het Tahrirplein. Er zijn schoten gehoord, en vanaf omringende daken worden molotovcocktails gegooid. De betogers houden zich niet aan de avondklok, maar protesteren door.

    21.02 uur Het aantal gewonden van de rellen van vandaag is gestegen tot 611, volgens de minister van Volksgezondheid.

    20.52 uur De Egyptische vice-president heeft alle demonstranten opgeroepen naar huis te gaan en de avondklok in acht te nemen om zo de rust te bewaren. Hij benadrukte dat zijn oproep zowel bedoeld is voor tegenstanders van Mubarak als voor zijn aanhangers. Volgens de vice-president kan er pas een dialoog met de oppositie plaatsvinden als de protesten zijn afgelopen.

    20.50 uur De Egyptische oppositieleider Mohammed ElBaradei heeft het leger opgeroepen een einde te maken aan de aanvallen van aanhangers van president Hosni Mubarak op antiregeringsbetogers. Het leger moet ingrijpen om de levens van burgers beschermen, zei ElBaradei woensdagavond tegen de Arabische nieuwszender al-Jazeera, die in Egypte al enkele dagen niet meer te ontvangen is.

    20.26 uur  Volgens Mark Rutte zijn in Egypte ‘snelle en praktische hervormingen op politiek, sociaal en economisch terrein’ nodig. Hij zal dat vrijdag bepleiten op de Europese top in Brussel, zo liet zijn woordvoerder woensdag weten.

    20.22 uur Barack Obama heeft gisteravond ook gesproken met koning Abdullah van Jordanië over de situatie in Egypte.

    20.06 uur Ook NOS-correspondente Nicole Le Fever meldt dat het weer rustiger wordt in de stad. ‘Er zijn al een tijdje geen gevechten geweest of schoten gelost. Ook zijn de brandjes geblust. Maar de sfeer is nog wel zeer gespannen.’

    19.47 uur Het lijkt weer iets rustiger te worden in de Egyptische hoofdstad. Er zijn weinig berichten meer van schietpartijen of branden in de stad.

    19.31 uur De Amerikaanse president Barack Obama heeft de Egypische president Hosni Mubarak ‘duidelijk overgebracht’ dat ‘de tijd voor verandering is gekomen’. Dat heeft de woordvoerder van het Witte Huis gezegd.

    19.09 uur De belangrijke functionaris uit het bericht hieronder zegt ook dat een loyale aanhanger van Mubarak de pro-Mubarak aanhangers vandaag de straten opstuurde om de Egyptische betogers te intimideren.

    19.07 uur  Een belangrijke Amerikaanse functionaris denkt dat er onder de vertrouwelingen van Mubarak debat heerst of de president niet meer zou moeten doen, om aan de eisen van de betogers tegemoet te komen, meldt persbureau Reuters. Het geweld op de straten zou ertoe kunnen leiden dat ook het leger de druk daartoe verhoogt.

    19.04 uur Volgens de minister van Volksgezondheid zijn de gewonden geraakt door stenen of andere projectielen. Schotwonden zijn er niet gemeld.

    18.49 uur: De Egyptische minister van Volksgezondheid heeft op de staatstelevisie gemeld dat er vandaag één dode en 403 gewonden zijn gevallen.

    18.46 uur: Ook CNN meldt niet schoten en molotovcocktails op het Tahrirplein, en in de omliggende straten.

    18.35 uur: Er is onduidelijkheid over de ernst van de situatie in Caïro. Grote nieuwsstations melden dat het rustiger wordt, maar Volkskrantverslaggever Rob Vreeken meldt dat er zojuist recht voor zijn hotel nog geschoten werd. Ook is daar veel geschreeuw en lawaai op straat. Het Tahrirplein is erg groot, dus als er aan de ene kant van het plein iets gebeurd, is dat aan de andere kant van het plein niet eens te zien.

    18.16 uur: Even teruglezen wat er vandaag allemaal is gebeurd? Lees hier een overzicht van de gebeurtenissen van vandaag.

    18.14 uur: De rust lijkt nog meer terug te keren in Caïro. Zelfs Al Jazeera is nu aan het terugblikken.

    18:00 uur: Twee Molotov cocktails zouden zijn gegooid op de stoep van het Nationaal Museum.

    17.44 uur: Op het Tahrirplein zelf zijn nu een stuk minder mensen en is het betrekkelijk kalm. In de straten rondom het plein is het nog wel onrustig

    17.38 uur: Ook persbureau AFP meldt dat er vandaag minimaal 500 gewonden zijn gevallen op en rond het Tharirplein. AFP baseert haar cijfers op gegevens van de medische instanties.

    17.25 uur: In de tweede stad van Egypte, Alexandria is het vandaag niet tot confrontaties gekomen, zo meldt CNN.

    17.14 uur: De waterkanonnen zijn inderdaad gebruikt om de vlammen van vier brandbommen,  te doven, meldt Reuters. CNN spreekt van Molotov cocktails.

    17.04: Reactie Catherine Ashton, de hoge vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken van de EU op Al Jazeera:

    ‘Het is essentieel dat er geen geweld wordt gebruikt. Mubarak moet een plan laten zien. Hij moet in contact komen met de Egyptenaren, zodat er een ordentelijke transitie kan plaatsvinden. Het moet weer kalm worden.  Als het volk verandering wil, moet de regering daar naar luisteren.’

    16.58 uur: Er worden waterkanonnen ingezet, Het is nog niet duidelijk of ze worden gebruikt om het plein schoon te vegen of om kleine brandjes te blussen.

    16.46 uur: Voor het eerst proberen ambulances het plein te bereiken. Al Jazeera spreekt inmiddels van vijfhonderd gewonden.

    16.42 uur: Terwijl de duisternis invalt op het Tahrirplein duurt de chaos voort. Supportest van Mubarak zouden grote stenen blokken vanaf daken van gebouwen gooien, meldt persbureau AFP. Al Jazeera heeft beelden laten zien van een brandend object dat van een gebouw werd gegooid.

    16.39 uur: De VS roepen beide partijen nogmaals op om geen geweld te gebruiken.

     
    16.34 uur: Oppositieleider ELBaradei roept het Egyptische leger op om in te grijpen. ‘Ze moeten Egyptische levens beschermen’, aldus ELBaradei.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

     
    16.27 uur: Volgens nieuwszender Al Jazeera rollen er tanks het Tahrirplein op. Het leger blijft ontkennen dat er schoten zijn gevuurd, maar een verslaggever ter plaatse kan ze horen.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

     
    16.03 uur: Amerika laat in een officiële reactie weten dat het ‘bezorgd is dat journalisten worden aangevallen’. Premier David Cameron van het Verenigd Koninkrijk stelt dat het ‘gebruik van geweld door het regime onacceptabel is’.
    Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-moon laat weten dat hij ‘ernstig bezorgd is om het geweld in Egypte’.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

     
    16.00 uur: Terwijl de avondklok ingaat en de chaos onverminderd doorgaat, ontkent het leger schoten te hebben gelost. Andere media melden dat het gaat om waarschuwingsschoten.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

     
    15.54 uur: RTL-correspondent in Caïro Roel Geeraerdts meldt dat de neergestoken journalist van Al-Arabiya zou zijn overleden. Geeraerdts en zijn cameraman zijn ook belaagd, toen ze in een buitenwijk van de Egyptische hoofdstad aan het filmen waren.
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     

     

     
    15.48 uur: Er lijkt nu nu ook met traangas te worden geschoten. Volgens Al Jazeera doet het leger dit, omdat het mensen wel bewegen naar huis te gaan. Over een kwartier gaat de avondklok in, er cirkelt een helikopter boven het Tahrirplein. Er zijn enorme witte traangas-wolken.

     

    15.47 uur: Ook de Egyptische staatstelevisie doet nu verslag van het Tahrirplein.

    15.29 uur Verslaggever Rob Vreeken

     ‘Ik hoorde zojuist geweerschoten op het Tahrirplein. Het geluid komt uit de buurt van Talaat Harb. Er is heel veel gejoel en geschreeuw. Er is geen sprake van traangas.

    ‘De anti-Mubarakmensen staan nog steeds op het plein. Ik sta nu op mijn balkon met uitzicht op het plein. Het is buiten te gevaarlijk.

    ‘Over een uur valt de duisternis over het plein. Dan wordt de sfeer vaak nog grimmiger.’

    15.25 uur: Reuters meldt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van Egypte niet wil dat de Verenigde Staten zich met de interne politieke aangelegenheden bemoeien.

    15.17 uur: Een vrouwelijke anti-Mubarakbetoger vertelt aan Al Jazeera: ‘De hele week zijn er geen gewonden geweest en ging alles goed. Nu is het zo chaotisch. Er zijn hier duizenden vrouwen en kinderen. Ze proberen ons af te sluiten, maar wij geven niet op. We gaan door.’

    Update:

    Nu zouden de drie legervoertuigen weer door anti-Mubarakbetogers zijn overgenomen. Dat geeft maar weer aan hoe diffuus en chaotisch de situatie is.

    15.11 uur: De Egyptische overheid ontkent dat er politiemannen in burger actief zijn onder de pro-Mubarakbetogers.

    15.05 uur: Er lijken geweerschoten te klinken op het Tahrirplein. Dat zouden waarschuwingsschoten kunnen zijn. Drie legervoertuigen zijn overgenomen door pro-Mubarak activisten, meldt Al Jazeera.

    15.01 uur: De EU roept Mubarak op om de transitie van de macht ‘zo snel mogelijk’ te starten.

    14.56 uur: De Moslim Broederschap laat weten ‘niet toe te staan dat Mubarak tot september aanblijft als staatshoofd’. ElBaradei noemt de huidige chaos ‘criminele daden door een crimineel regime’.

    14.50 uur: Ook CNN praat weer over gevechten. Al Jazeera stelt zelfs dat supporters van Mubarak machetes bij zich hebben. Het leger grijpt nog steeds niet in.

    14.45 uur: Volgens CNN wordt er niet meer met stenen gegooid op het Tahrirplein, maar zingen de verschillende groeperingen samen ‘we zijn allen één’. Andere media bevestigen dit nog niet.

    14.44 uur: Sterverslaggever Anderson Cooper van CNN zou een aantal keer op zijn hoofd zijn geslagen door pro-Mubaraksupporters, meldt The Guardian.

    14.36 uur: Het kabaal op en rond het Tahrirplein is oorverdovend. Verslaggevers komen maar moeilijk boven de herrie uit. Mensen schreeuwen, er klinken toeters. Iedereen rent woedend achter elkaar aan.

    14.33 uur: Volgens de oppositie bevinden zich veel politie-agenten in burger onder de aanhangers van Mubarak. Het leger grijpt nog steeds niet in.

    14.27 uur: Reuters spreekt inmiddels van tientallen gewonden. Al Jazeera houdt het op ‘minstens honderd in het afgelopen uur’.

    14.23 uur: Ondertussen zendt de Egyptische staatstelevisie beelden uit van vreedzame pro-Mubarak betogingen.

    14.22 uur: Al Jazeera meldt dat een verslaggever van Al Arabya is neergestoken. Ook zouden de pro-Mubarakbetogers op zoek zijn naar verslaggevers van Al Jazeera. Volgens The Guardian zijn een aantal Spaanse journalisten omsingeld door aanhangers van Mubarak.

    14.16 uur: Tweets van verslaggever Dan Nolen van Al Jazeera:

    ‘Acht mannen op een paard + één op een kameel reden net in op de muur van anti-regeringsbetogers. Geschifte toestanden die ik nog nooit heb meegemaakt!’ ‘De regeringstroepen grijpen nog niet in.’

    14.11 uur: Oppositieleider ELBaradei heeft zijn oproep herhaald dat Mubarak nu moet opstappen. Hij beschuldigt de regering van het ‘bang maken van de bevolking’.

    14.10 uur: Inmiddels is op beelden te zien dat de situatie steeds verder uit de hand loopt. Overal raken mensen slaags met elkaar. Het is vaak onduidelijk wie bij welke groepering hoort. Overal rennen mensen, het lawaai is enorm, de sfeer enorm opgewonden.

    14.00 uur: Reuters meldt dat er tien gewonden zijn gevallen op het Tahrirplein, waar rookbommetjes zijn afgegaan.  Inmiddels rijden demonstranten op zo’n vijftig kamelen en paarden het plein op. Al Jazeera meldt dat het om gewapende pro-Mubarak aanhangers gaat, die ‘joden en leugenaars’ naar journalisten schreeuwen.

    13.54 uur: Rob Vreeken:

    ‘De aanhangers van Mubarak zijn weer van het Tahrirplein verdwenen. Er waren schermutselingen en ze waren ver in de minderheid.

    ‘De sfeer is totaal anders dan gisteren, toen het eigenlijk één groot feest was.’

    13.45 uur: Ook in de zijstraten van het Tahrirplein zijn voor- en tegenstanders slaags geraakt.

    13.38 uur: Al Jazeera spreekt van chaotische toestanden op het Tahrirplein. Volgens een verslaggeefster wordt er volop met stenen naar elkaar gegooid en is er sprake van een paniekerige situatie, waarbij honderden mensen opeens in paniek probeerden weg te vluchten.

    Veiligheidstroepen laten zich vooralsnog niet zien, hoewel er wel geruchten zijn dat de politie de pro-Mubarakgroepen steunen.

    13.29 uur Correspondent Rob Vreeken vanaf het Tahrirplein:

    ‘De sfeer hier is uiterst gespannen. Opeens is er van alles aan de hand. Een klein half uur geleden kwam een groepje van zo’n 200 pro-mubaraksupporters het plein om marcheren. Ze staan met z’n allen op een verhoging, roepen leuzen en dragen foto’s van Mubarak.

    ‘De anti-Mubarak’ers staan daar in grote getale omheen. De mensen zijn slechts gescheiden door een ring van vrijwilligers. De politie is nergens te bekennen. Het is een uiterst opgefokte situatie.

    ‘In tegenstelling tot gisteren zijn er nu wel een aantal gewonden, die worden weggedragen naar de moskee. Ook worden er onruststokers uit de menigte geplukt. Nu liggen er zo’n vijf arrestanten op een hoopje voor me in een zijstraatje.

    ‘Dit moet wel uit de hand lopen. Er is een grote kans op provocaties.’

    13.22 uur: De Britse premier David Cameron roept op tot een ‘snelle transitie van de macht’ in Egypte. ‘De transitie moet snel en geloofwaardig zijn en het moet nu starten’, zo zei Cameron tegen het Britse parlement. ‘Hoe sneller het tijdspad, hoe meer kans op stabiliteit.’

    13.19 uur: Voor- en tegenstanders van de Egyptische president Hosni Mubarak zijn vandaag op het Tahrir-plein in Caïro met elkaar slaags geraakt. Een fotograaf van AP zag dat mensen elkaar te lijf gingen met stokken. Er is een onbekend aantal gewonden gevallen.

    //

    http://nos.nl/journaal24.html

    Journaal 24

    Maar beter (meer op locatie en sneller up to date):

    Al-Jazeera English live

     

    Palestinian Authority closes Al-Jazeera office

    klik op bovenstaand logo

    De inmiddels alweer tachtig jaar oude beroemde Egyptische arts, schrijfster, feministe en voormalig presidentskandidate Nawal al-Saadawi heeft zich bij de demonstranten gevoegd. Ze wordt door het NOS journaal geïnterviewd, al heeft heeft men bij het journaal niet door met welke prominent ze te maken hebben, althans het wordt niet verder uitgelegd (zie ook Stan van Houcke)

    Nicholas D. Kristof/The New York Times
    Recommend

    Dr. Nawal El Saadawi, a leading Arab feminist, with protesters in Tahrir Square (http://www.nytimes.com/imagepages/2011/02/04/opinion/04kristofnawalimg.html )

    Hieronder wat informatie over Kefaya, een Egyptische beweging/actiegroep, die al een aantal jaar actie voert om Mubarak weg te krijgen:

    Understanding Kefaya: the new politics in Egypt

    Arab Studies Quarterly (ASQ), Wntr, 2007 by Manar Shorbagy

    THE EGYPTIAN MOVEMENT FOR CHANGE (EMC) also referred to as Kefaya (enough) was announced in 2004. Almost immediately its importance to Egyptian political life was recognized, though not understood. Both Egyptian and Western analysts have mischaracterized the movement. Interpretations have been either too narrow, focusing on specific details and ignoring the movement’s broad vision or too broad, mistaking Kefaya for a generic social movement in the Western mode. All such approaches fail to grasp Kefaya’s real contribution. This paper argues that Kefaya’s significance lies in its transformative potential as a broad political force of a new type that is uniquely suited to the needs of the moment in Egypt. It is at once a cross-ideological force that has the potential, in the long run, of creating a new mainstream and, at the same time, a movement of a new kind that is creating a distinctive and promising form of politics for Egypt.

    Related Results

    At the beginning of the twenty-first century, Egypt’s political system has reached a dead end. The opposition political parties are locked in their headquarters, unable to communicate with the public. Virtually acquiescing to the siege of an arsenal of restrictive laws, those political parties have for years suffered from an increasingly diminishing membership, lack of operational funds, and internecine internal feuds.

    The “illegality” of the Muslim Brothers (MB) has paradoxically liberated that organization from restrictions that come with governmental licensing. However, the ideology, posture, secrecy and political tactics of the grassroots-based MB all engender the mistrust of many political forces, including some Islamists. At the same time, the secularist-Islamist polarization hinders the possibility of reaching any meaningful consensus on critical issues. This blockage is not lost on the regime, the clear beneficiary of such divisions among its adversaries, and it does not augur well for the future of the Brotherhood in a lead role in shaping Egyptian political life.

    With seething political discontent on the one hand and ideologically based mistrust among oppositional political forces on the other, Egypt needs today, more than ever, a new form of politics that pulls together diverse forces from across the political spectrum to forge a new national project. Amidst this political disarray, a new generation of Egyptians holds the promise for transforming politics in Egypt. They have found a home and an instrument in Kefaya and, in the process have invented a new form of politics. Their innovations are historically grounded in the specifics of Egypt’s political life in recent decades. Unique Egyptian circumstances have shaped their experiences, aspirations, and vision for the future.

    Throughout more than a decade, this group of activists and intellectuals have interacted across ideological lines to reach common ground. Kefaya emerged as one manifestation of these efforts and an important illustration of the possibilities of this new politics. While such collaborative work across ideological lines is not unique in democratic experiences around the world, Kefaya represents the first successful effort of that new kind of politics in modern Egyptian history.

    This essay is based on primary sources including open-ended interviews, statements, newspaper articles and reports, as well as unpublished documents, is composed of three main parts. The first part explains in more detail the reasons why Kefaya has been widely mischaracterized; the second illustrates why and how Kefaya represents a new force with the potential of creating a new mainstream; and the third explores the new politics invented by Kefaya.

    In any assessment of Kefaya, analysis must proceed on two levels. The first deals with Kefaya as a protest movement and the second looks at it as a manifestation of a more important phenomenon, namely the new form of interactive politics across ideological lines that is behind it. This paper argues that only by taking into account the innovative dimensions of the Kefaya experience, highlighted by the second level of analysis, can an accurate measure of Kefaya’ s real contribution be made.

    MISUNDERSTANDING KEFAYA

    Since its early days, there have been various critical interpretations of Kefaya by politicians and intellectuals alike, at times citing deficiencies in the movement’s profile, actions and approach, while at other times dismissing the movement outright as being a “foreign puppet” or the past-time of “a bunch of kids”. The most serious and widely noted critique of Kefaya is that it has been essentially an “elitist” protest movement targeting President Mubarak personally without putting forward an alternative candidate or articulating a constructive vision for political transformation. (1)

    The critique along these lines has gained more momentum after the 2005 Presidential Election. Since Kefaya’s main slogan was the rejection of a fifth term for Mubarak as well as the succession of his son, the argument goes, Kefaya lost its raison d’etre with the end of the election. “Except for rejecting the election results, symbolized by the slogan of “Batel” (invalid) nothing new was produced.” When Kefaya played a leading role in the formation of the National Front for Change on the eve of the subsequent parliamentary elections, it was criticized as “passing the torch to the old opposition parties, the very same entities whose inaction it has been formed to face.” (2) The EMC has been “dragged into sitting together with the leaders of the tamed opposition, instead of putting forward a demand for changing the electoral system.” (3)

    verder lezen op: http://findarticles.com/p/articles/mi_m2501/is_1_29/ai_n27223613/

     

    De twee kampen op het Tahrirplein in Caïro vanmorgen» De twee kampen op het Tahrirplein in Caïro vanmorgen APTN Toegevoegd: donderdag 3 feb 2011, 10:33

    Update: donderdag 3 feb 2011, 12:47

    Voor de tiende dag op rij wordt in Egypte gedemonstreerd tegen president Mubarak. Het Tahrirplein, dat de afgelopen dagen in handen was van de demonstranten, lijkt nu te zijn overgenomen door de voorstanders van Mubarak. Overzicht van de gebeurtenissen van vandaag (een kaart van het centrum van Caïro staat onderaan deze pagina).

    12.44 uur: NOS Cameraman nog niet in hotel

    Egyptische autoriteiten meldden eerder dat NOS cameraman Eric Feijten door de douane is en al in het hotel is aangekomen. Maar de NOS ploeg ter plaatse heeft nog geen contact met hem gehad, Eric Feijten is nog niet in het hotel gesignaleerd.

    12.34 uur: ‘Buitenlandse journalisten doelwit’

    NOS correspondent Nicole le Fever meldt dat buitenlandse journalisten doelwit zijn van aanhangers van president Mubarak. “Ze worden hard aangepakt”, zegt ze.

    http://s.nos.nl/swf/embed/nos_audio_embed.swf?tcmid=tcm-5-893279

    12.21 uur: NOS cameraman terecht

    NOS cameraman Eric Feijten is terecht. Feijten werd vannacht rond twee uur op het vliegveld van Caïro tegengehouden, zijn apparatuur werd in beslag genomen en enkele uren lang was er geen contact met hem. Feijten is inmiddels door de douane en onderweg naar het NOS team bij het Tahrirplein.

    12.20 uur: ‘Tanks in actie’

    De Arabische televisiezender Al Jazeera en persbureau Reuters melden dat tanks van het Egyptische leger in actie zouden zijn gekomen. Volgens berichten die bij Al Jazeera binnenkomen, duwen de tanks aanhangers van Mubarak weg van het Tahrirplein, waar de tegenstanders zich hebben verschanst.

    12.05 uur: ‘Militairen vormen keten’

    Een verslaggever van Al Jazeera meldt dat Egyptische militairen een menselijke keten hebben gevormd tussen de groepen betogers. Het leger probeert voorstanders van Mubarak te beletten bij de tegenstanders op het Tahrirplein te komen. Toch houden tegenstanders van Mubarak rekening met geweld, ze hebben barricades opgeworpen.

    11.51 uur: Hezbollah-gevangen ontsnapt

    Een groep van 22 Hezbollah-gevangenen in Egypte heeft gebruik gemaakt van de chaos in Egypte: ze zijn ontsnapt. Dat meldt de Egyptische krant al Rai. De mannen waren veroordeeld voor het plegen van aanslagen in Egypte. Ze zijn inmiddels terug in Libanon, de thuisbasis van Hezbollah.

    11.39 uur: Mubarak-aanhang snijdt aanvoer af

    Gewapende aanhangers van president Mubarak proberen de bevoorrading van de betogers op het Tahrirplein af te snijden. Getuigen melden op de Arabische zender Al Jazeera dat groepjes Mubarak-aanhangers op alle wegen die naar het plein leiden mensen tegenhouden die voedsel en water naar het plein proberen te brengen.

    11.34 uur: EU wil snelle overgang

    Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, Italië en Spanje hebben in een gezamenlijke verklaring opgeroepen tot een onmiddelijke overgang naar een nieuwe regering in Egypte. De EU-landen maken zich zorgen over het geweld in Egypte.

    11.31 uur: Premier geeft persconferentie

    De Egyptische premier Shafiq geeft ‘zometeen’ een persconferentie, meldt de Arabische televisiezender Al Jazeera.

    11.20 uur: Oppositieleiders willen niet praten

    Mohamed ElBaradei en de Islamitische Broederschap hebben een uitnodiging van premier Shafiq om te onderhandelen, afgewezen. Ze willen pas gaan praten met de regering als Mubarak is opgestapt en er een einde is gekomen aan het geweld op het Tahrirplein. Andere, kleinere oppositiebewegingen zouden wel op de uitnodiging zijn ingegaan.

    11.16 uur: VN personeel geëvacueerd

    Volgens persbureau AP gaat de VN 350 personeelsleden uit Egypte evacueren. De VN zet twee toestellen in om het personeel naar Cyprus over te brengen. De eerste vlucht komt naar verwachting om 13.00 uur aan op het vliegveld van Larnaca.

    11.03 uur: ‘Premier biedt excuses aan’

    De Arabische televisiezender Al Jazeera meldt dat de Egyptische premier Ahmed Safiq zijn excuses heeft aangeboden voor het geweld van afgelopen nacht rond het Tahrirplein in Caïro. De premier heeft een onderzoek naar de gebeurtenissen beloofd.

    10.54 uur: cameraman NOS aangehouden

    Cameraman Eric Feijten van de NOS is vannacht op het vliegveld van Caïro aangehouden. Zijn apparatuur is in beslag genomen. Sinds vijf uur vanmorgen heeft de NOS geen contact met hem kunnen krijgen.

    10.49 uur: Gewapende aanhangers Mubarak onderweg

    Persbureau Reuters meldt dat een groep gewapende aanhangers van Mubarak onderweg is naar het Tahrirplein. Ze zouden messen bij zich hebben.

    10.34 uur: Leger scheidt betogers

    Persbureau Reuters meldt dat het Egyptische leger voor het eerst sinds het begin van het geweld rond het Tahrirplein in actie is gekomen. Militairen hebben zich opgesteld tussen aanhangers en tegenstanders van Mubarak, in een poging een bufferzone te creëren. De twee groepen staan nu op ongeveer tachtig meter afstand van elkaar.

    09.23 uur: Journalisten mishandeld

    Buitenlandse journalisten op en rond het Tahrirplein zijn mishandeld door Mubarak-aanhangers. Sommige journalisten werden gearresteerd nadat ze waren mishandeld. Ook GPD-correspondent Harald Doornbos werd aangevallen. “We werden in een taxi opeens omsingeld en door aanhangers van Mubarak uit de taxi gesleurd. Ze zetten ongeveer letterlijk machetes op onze keel. Het zag er heel slecht uit. We zijn door een soldaat gered, hij probeerde ons te beschermen en we zijn uiteindelijk door het leger ontzet. Ik zit al lang in dit vak van crisisverslaggeving, maar dit is me nog nooit overkomen.”

    http://s.nos.nl/swf/embed/nos_audio_embed.swf?tcmid=tcm-5-893158

    08.51 uur: Schoten op Tahrirplein

    Op het Tahrirplein in Caïro hebben aanhangers van president Mubarak vannacht geschoten op anti-regeringsbetogers. In de rechtstreekse uitzending van de Arabische nieuwszender al-Jazeera waren minutenlang schoten te horen.

    http://s.nos.nl/swf/embed/nos_video_embed.swf?tcmid=tcm-5-893103

    08.42 uur: Gewelddadige nacht

    Bij ongeregeldheden op het Tahrirplein zijn volgens de minister van Gezondheid de afgelopen nacht vijf doden en dertien gewonden gevallen. “De meeste slachtoffers vielen toen er gegooid werd met stenen en mensen met stokken en metalen buizen werden aangevallen. Vanmorgen rond het ochtendgloren werd ook geschoten op het plein.” Volgens de minister zijn er in totaal 836 mensen gewond geraakt bij de protesten. Daarvan liggen nog 86 mensen in het ziekenhuis.

    http://s.nos.nl/swf/embed/nos_video_embed.swf?tcmid=tcm-5-893105

    http://s.nos.nl/swf/embed/nos_video_embed.swf?tcmid=tcm-5-893682

    De beroemde schrijfster en feministe, de inmiddels tachtigjarige Nawal al-Saadawi, heeft zich aangesloten bij de demonstranten (NOS Journaal)

    Ondertussen in Jemen:

    Uit de Huffington Post:

    First Posted: 02/ 2/11 04:40 AM Updated: 02/ 2/11 01:09 PM

    Yemeni President Ali Abdullah Saleh, a key U.S. ally against al Qaeda, said on Wednesday he will not seek to extend his presidency in a move that would end his three-decade rule when his current term expires in 2013.

    Eyeing protests that brought down Tunisia’s leader and threaten to topple Egypt’s president, Saleh also vowed not to pass on the reins of government to his son, but asked the opposition to hold down on protests.

    “I present these concessions in the interests of the country. The interests of the country come before our personal interests,” Saleh told his parliament, Shoura Council and members of the military.

    “No extension, no inheritance, no resetting the clock,” he said, making reference to ruling party proposals to institute term limits that had been seen as allowing him to run again.

    His remarks came a day before a planned large rally, dubbed a “Day of Rage,” organized by the opposition that was seen as a barometer of the size and strength of the Yemeni people’s will to follow Egypt and Tunisia in demanding a change of government.

    “I call on the opposition to freeze all planned protests, rallies and sit-ins,” Saleh said.

    verder lezen op http://www.huffingtonpost.com/2011/02/02/ali-abdullah-saleh-yemen-_n_817311.html

     

    Media in the line of fire in Egypt

     
    Domestic and foreign journalists have come under siege amid the turmoil in Egypt.
    Al Jazeera’s online producer Last Modified: 03 Feb 2011 13:34 GMT
    As the situation intensifies in Egypt, journalists are increasingly targeted [AFP] 

    Journalists in Egypt – domestic and foreign – are increasingly under siege, with Egyptian authorities detaining reporters and gangs of young men roaming the streets looking for anyone with camera equipment.

    Some of the pressure has come from the government: Six Al Jazeera journalists were detained for several hours earlier this week, and while they were eventually released, their equipment remains with the police.

    Two New York Times reporters were reportedly arrested – or “taken into protective custody”, as the government termed it.

    Spotters stand outside many hotels, watching balconies with high-powered binoculars. When they see balconies with camera equipment or photographers, they use radios to call in the details.

    Egyptian police sources say that information from those spotters has been used to conduct several raids on journalists’ hotel rooms in recent days.

    And the government has reportedly pressured several hotels not to extend the reservations of foreign journalists.

    But most of the intimidation and violence has come from unofficial sources: Young men loiter outside the hotels where many reporters are staying, shouting at (and sometimes attacking) anyone with equipment.

    Hotel lobbies are filled with journalists and camera crews wearing bandages, and many have been restricted to watching the events in Tahrir Square from their hotel balconies.

    Egyptian state television has actively tried to foment the unrest by reporting that “Israeli spies” have infiltrated the city – which explains why many of the gangs who attack reporters shout “yehudi!” (“Jew!”).

    The area around Tahrir Square has become a virtual no-go zone for camera crews, which were assaulted on Wednesday almost as soon as they entered the area controlled by supporters of Egyptian president Hosni Mubarak.

    Several of them were mistaken for Al Jazeera crews, and were chased off by young men wielding sticks and chanting, “Jazeera! Jazeera!”.

    CNN anchor Anderson Cooper said his crew was also assaulted on Tuesday night after being mistaken for an Al Jazeera crew.

    A reporter for the Al Arabiya network was kidnapped for several hours during Wednesday’s protest.

    The violence has come exclusively from the Mubarak supporters: There have been no reports of pro-democracy demonstrators attacking or intimidating the media.

    Egyptian journalists, too, have been the victims of angry mobs, all of them affiliated with the pro-Mubarak crowd. Sarah El Sirgany, an editor with the Daily News Egypt, tweeted that her brother was assaulted while trying to protect a group of reporters attacked by an angry mob.

    An Al Jazeera reporter was held at knifepoint by a group of young men on Thursday morning. One man’s face was still bloodied from the previous night’s fighting.

    Bloggers, too, have become targets: The popular Egyptian blogger Sandmonkey has reportedly been arrested (it’s unclear by who).

     
    Source:
    Al Jazeera
     

     The Economist http://www.economist.com/blogs/newsbook/2011/02/egypts_revolt

    The regime sends in the thugs Feb 2nd 2011, 21:29 by M.R. | CAIRO

     IN MEDIEVAL times, Egypt’s sultans recruited tough guys from the ranks of Cairo’s poorest. These barefoot gangs acted as a second-tier police force. In times of social peace the harafeesh, as they were known, could be enlisted to cheer the sultan during his parades. If some rival upstart threatened the ruler’s sleep, he would send in this rabble to wreck their wedding parties or sack their palaces. And if one of the city’s quarters acted rebellious the harafeesh would invade, smash its shops and deliver a good hiding to the inhabitants.The charge upon protesters in Cairo’s Tahrir Square today by pro-Mubarak mobs looked rather like a similar tactic. After the failure of Mr Mubarak’s regular police to stanch the protests, and the refusal of his army to do the job, the president’s men appear to have resorted to a hired mob, bolstered by trained police thugs, to make a last try. In one episode of a battle that lasted from the early afternoon into the evening, a dozen horse and camel riders made the mistake of charging into the anti Mubarak crowd. It turned out they had been hired by a member of Mr Mubarak’s party representing the district near the Giza pyramids. These men apparently blame the pro-democracy folk for causing unrest, and interrupting the tourist traffic that is their livelihood.There are other medieval aspects to Cairo these days. The citizens’ patrols that now man local barricades, in the absence of police, arms themselves with sticks, knives and clubs. In the posh district of Zamalek, these are as likely to be golf clubs or cricket bats as two-by-fours. For extra measure, local Harley Davidson enthusiasts patrol around on their expensive motorbikes, looking mean in leather and barking into walkie talkies. As one banking executive sighed, while doing his volunteer three-hour shift to guard his building, “So this is the primitive state this regime has reduced us to, standing in front of our houses with sticks to guard our property?”

    Opinion

     

    Tahrir: Shock and awe Mubarak style

     
    Pro-Mubarak thugs weren’t enough to deter the calls of democracy from the crowds gathering in Tahrir square.
    Al Jazeera writer in Cairo Last Modified: 03 Feb 2011 14:29 GMT
    Pro-Mubarak activists clashed with pro-democracy supporters yesterday, with many in the pro-Mubarak camp accused of working for government ministries, including police forces [Getty] 

    Between the Monday of January 31 until Hosni Mubarak’s quaint speech late in the night night (1 February), the pro-democracy protest in Tahrir Square was the most diverse gathering that I have ever witnessed in Egypt.

    In normal times, Cairo is devoid of socially porous spaces where people of all classes can mix comfortably. The crowds in Tahrir Square, larger each night since the ministry of interior’s security force was broken on January 28th, created a spontaneous Bohemia.

    As befits the label given to the uprising – thaurat al-shabab (revolt of the youth) – there were plenty of mid-teens to early 30s men and women in the pro-democracy camp. But with them were children, the elderly, the ultra-pious and the slickest cosmopolitans, workers, farmers, professionals, intellectuals, artists, long-time activists, complete neophytes to political protest, and representatives of all political persuasions outside the National Democratic Party, whose headquarters were sacked and burned last Friday, and still emitting a faint ashy smell by Monday.

    A well-adjusted mob

    The behaviour of the crowd was impeccable. Volunteers manned all entry points to the Square, checking the identity cards of everyone who entered. Egyptian identity cards state the profession of their holders, hence anyone whose card indicated that he worked for the ministry of interior was barred from entering the Square.

    The goal was to prevent government-sponsored incitement, ensuring that the atmosphere would remain purposeful and free of violence. That goal was entirely fulfilled up to the moment of Mubarak’s speech.

    Until Mubarak offered his dubious “concessions”, the crowd was euphoric, but at the same time firmly grounded in its mission to effect deep-rooted changes to Egyptian political practise.

    There is no doubt that Egyptians were substantially united in their conviction that the Mubarak regime must end; in the current environment, remaining support for Mubarak is motivated more by material interests than by conviction.

    As the world knows very well, immediately after Mubarak’s speech his supporters began to attack the demonstration.

    Releasing the hounds

    The attacks were already underway by the early hours of Wednesday morning (February 1, 2011), and as all news sources – save Egyptian state media – have reported, attacks on the pro-democracy protesters have increased in intensity throughout Wednesday (2 February) and continuing on into Thursday.

    The regime’s shock troops have certainly used “white weapons” – knives and other sharp objects, chains or other bits of metal that can maim – but there are also reports that they have used propane gas tanks, Molotov cocktails, tear gas and possibly even live ammunition.

    What the army is doing is unclear, but there is no doubt that it has not protected the pro-democracy demonstrators.

    It is true, as many news sources have reported, that the pro-Mubarak forces include an element of criminals that have long been employed by the regime to break up demonstrations and intimidate elections.

    There is also no doubt that members of the defeated Central Security Forces were among the shock troops used by the regime in its counterattack against the pro-democracy movement.

    But the waves of pro-Mubarak demonstrators marching through downtown Cairo toward Tahrir Square on Wednesday were not entirely devoid of ordinary Egyptian citizenry. It is likely that not all of these citizens are acting out of conviction. There are reports that government ministries have told public-sector employees that their jobs depend on supporting the regime.

    Aside from these semi-coerced supporters of Mubarak, there are people who have always regarded the pro-democracy movement as troublemakers on the grounds that the order maintained by the regime’s security apparatus is more valuable than the cost paid in curtailed civil liberties.

    It must be emphasised that the sum of all these elements of pro-Mubarak sentiment is remarkably more socially homogeneous than the pro-democracy movement.

    Cunning and motives

    Of course there are tacitly pro-regime supporters witnessing events from afar. But of those who are willing to put their bodies on the line – as the pro-democracy movement has done – the social profile is overwhelmingly male and lower to lower-middle class.

    The bottom line is that while it may be true that support for the regime has a broader social base than the stereotype of “criminals and semi-coerced public sector employees” suggests, there is at the same time no political philosophy animating the pro-regime supporters.

    If the rule of Mubarak and/or the National Democratic Party survives the pro-democracy uprising, it will be purely through force.

    The motivations of the pro-democracy movement, by contrast, are undoubtedly more diverse than the euphoric atmosphere of Monday and Tuesday suggest.

    The elephant in the room though is the Muslim Brotherhood. The MB has thus far played a skillful political game of supporting the pro-democracy movement without trying to lay claim to it – far more skillful, for example, than Mohamed ElBaradei’s relatively amateurish interventions.

    In truth the driving force of the pro-democracy movement is emphatically not the Muslim Brotherhood. As everyone knows, the Muslim Brotherhood is a powerful force in Egyptian politics, but there are generational and social divisions within the movement which may in fact make a Muslim Brotherhood power grab unfeasible, assuming that it actually aspires to such a goal.

    The pro-democracy uprising was propelled by a non-partisan coalition of young activists, who at long last tapped into a current of popular revulsion at the police-state techniques that the regime used to maintain its grip on power.

    Whose public interest?

    The opposition parties have a role to play in creating an alternative to Mubarak’s rule. They are not necessarily well prepared to play this role after decades of hopeless marginalisation by the ruling NDP.

    In order to bring about structural change to Egyptian politics they will have to focus not on the social context that makes regime’s downfall possible (police state suppression, unemployment and poverty), but on Egypt’s laws and constitution.

    An end to torture as a primary tactic for maintaining the regime’s power will require reforms in a legal system that combines powers of criminal prosecution with police investigation. These two functions are separate in the legal systems of Europe and the United States, but combined in Egypt and in many socialist countries.

    The result in Egypt is that the office of public prosecutor (al-niyaba al-‘amma) has the authority to gather evidence in the criminal cases that it pursues. This would be considered an obvious conflict of interest in the United States.

    In Egypt it means that a prosecutor who represents “the public interest” (aka the state) possesses powers of police investigation. This leads to systematic torture justified on grounds of it being “in the public interest”.

    It is no coincidence that when the power of the state was broken on the “day of rage” (January 28th), the pro-democracy protesters attacked many police stations throughout the country.

    Police stations, not just the ministry of interior’s Central Security Forces, were targeted because the Egyptian public has been subject to systematic torture by a police-judiciary nexus throughout the 30 years of Mubarak’s rule.

    The minimum demands of the pro-democracy movement must include that the prosecution function be separated from the function of police investigation. The rule of law executed by an independent judiciary would be the best guarantor of civil liberties in Egypt.

    Assembling a new future

    After that, more obvious demands follow.

    The current People’s Assembly (maglis al-sha’b) must be abolished on the grounds that its election was blatantly fraudulent; it cannot under any circumstances be allowed to direct the course of reform.

    Mubarak’s speech on Tuesday in fact called for the “reform” of the constitution by the People’s Assembly. This is impossible while the People’s Assembly consists entirely of representatives “elected” in the hopelessly compromised elections held just a few weeks ago at the end of 2010.

    The only feasible exit from the current confrontation between Mubarak’s thugs and the pro-democracy movement is the appointment of a national unity government constituted from a broad spectrum of the opposition parties, on the condition that articles 76 and 77 of the Egyptian constitution be reformed (specifically, the articles stipulating that the president can run for successive terms and narrowing the conditions under which a candidate can stand for the presidency to the point that almost nobody can mount a campaign against the party in power).

    In practical terms, the current parliament must be dismissed, and the constitution must essentially be re-written.

    The validity of the old constitution is in any case dubious in light of the experience of thirty years of living under the “emergency law” that was in force since the assassination of Anwar Sadat in 1981.

    Egypt’s laws must be reconstituted from scratch. If, that is, the pro-democracy movement survives the regime’s crude attempts to snuff it out by force.

    The next big demonstration by the pro-democracy forces is scheduled for Friday. The army could stop it if the regime orders it to and the soldiers obey their orders – I doubt the regime’s thugs are strong enough to do the job by themselves.

    The views expressed in this article are the author’s own and do not necessarily reflect Al Jazeera’s editorial policy.

     
    Source:
    Al Jazeera
     http://english.aljazeera.net/indepth/opinion/2011/02/20112310224495606.html

     

     http://www.nytimes.com/2011/02/04/world/middleeast/04brotherhood.html?_r=1&ref=egypt&pagewanted=all

    As Islamist Group Rises, Its Intentions Are Unclear

    By SCOTT SHANE
    Published: February 3, 2011

    WASHINGTON — After maintaining a low profile in protests led largely by secular young Egyptians, the Muslim Brotherhood, the country’s largest opposition force, appeared to be taking a more assertive role on Thursday, issuing a statement asking for President Hosni Mubarak to step aside for a transitional government.

     

    Multimedia

    Related

    Related in Opinion

    “We demand that this regime is overthrown, and we demand the formation of a national unity government for all the factions,” the Brotherhood said in a statement broadcast by Al Jazeera.

    The Obama administration has spoken cautiously about the future role of the Brotherhood, which has long been banned by Mr. Mubarak’s government, saying only that all parties must renounce violence and accept democracy. But one of the few near certainties of a post-Mubarak Egypt is that the Muslim Brotherhood will emerge as a powerful political force.

    The unanswered question, according to experts on the region, is whether that will prove a manageable challenge for the United States and Israel or a catastrophe for American interests in the Middle East.

    The Brotherhood, founded in Egypt in 1928, is the oldest and largest Islamist movement in the world, with affiliates in most Muslim countries and adherents in Europe and the United States.

    Its size and diversity, and the legal ban that has kept it from genuine political power in Egypt for decades, make it hard to characterize simply. As the Roman Catholic Church includes both those who practice leftist liberation theology and conservative anti-abortion advocates, so the Brotherhood includes both practical reformers and firebrand ideologues.

    Which of those tendencies might rise to dominance in a new Egypt is under intense discussion inside the Obama administration, where officials say they may be willing to consult with the Brotherhood during a political transition.

    Bruce Riedel, a veteran observer of the Muslim world at the Brookings Institution, said the United States had no choice but to accept the group’s role.

    “If we really want democracy in Egypt, the Muslim Brotherhood is going to be a big part of the picture,” said Mr. Riedel, who was the Egypt desk officer at the Central Intelligence Agency when Mr. Mubarak came to power in 1981. “Rather than demonizing them, we ought to start engaging them now.”

    American politicians and pundits have used the Brotherhood as a sort of boogeyman, tagging it as a radical menace and the grandfather of Al Qaeda. That lineage is accurate in a literal sense: some Qaeda leaders, notably the terrorist network’s Egyptian second-in-command, Ayman al-Zawahri, have roots in the organization. But Qaeda leaders despise the Brotherhood because it has renounced violence and chosen to compete in elections.

    “The Brotherhood hates Al Qaeda, and Al Qaeda hates the Brotherhood,” said Shadi Hamid, director of research at the Brookings Doha Center in Qatar. “So if we’re talking about counterterrorism, engaging with the Brotherhood will advance our interests in the region.”

    Mr. Hamid said the Muslim Brotherhood’s deep hostility to Israel — which reflects majority public opinion in Egypt — would pose difficulties for American policy. Its conservative views on the rights of women and intolerance of religious minorities are offensive by Western standards. But he said that the group was far from monolithic and that it was divided between those who would never accept Israel’s right to exist and those who accepted a two-state solution in which Israel and Palestine exist side by side.

    “Yes, in their heart of hearts, they hate Israel,” Mr. Hamid said. “But they know they have to live in this world and respect the geopolitical scene.”

    The Muslim Brotherhood was founded by an Egyptian schoolteacher and imam, Hassan al-Banna, as a grass-roots association whose goal was to promote the reform of Muslim society by a greater adherence to Islam, through preaching, outreach and the provision of social services.

    “It was a bottom-up, gradual process, beginning with the individual and ultimately reaching all of society,” said Carrie Rosefsky Wickham, a political scientist at Emory University and the author of “Mobilizing Islam,” a 2002 book on Egypt and the Muslim Brotherhood. “It’s roughly analogous to the evangelical Christian goal of sharing the gospel. Politics were secondary.”

    But Mr. Banna did speak of jihad, too, as a struggle against colonialism and Zionism, Ms. Wickham said. Quotations from the Brotherhood’s founder have been highlighted in recent years by Western critics who portray the movement as a militant threat.

    In the 1970s, after years of brutal repression by the state, the Egyptian president at the time, Anwar el-Sadat, permitted the Brotherhood to operate quietly and to open a Cairo office, and the Brotherhood formally renounced violence as a means of achieving power in Egypt. The group did not, however, reject violence in other circumstances, and its leaders have endorsed acts of terrorism against Israel and against American troops in Iraq.

    A prominent Brotherhood thinker, Sayyid Qutb, who was imprisoned by the Egyptian government and executed in 1966, was an important theorist of violent jihad and a spiritual progenitor of Osama bin Laden, the founder of Al Qaeda, and Anwar al-Awlaki, the American-born radical preacher now hiding in Yemen. But the Brotherhood took a different direction after Mr. Qutb’s death, and Qaeda leaders came to hold the organization in contempt.

    A milestone in the Brotherhood’s evolution in Egypt came in 1984, when its leaders decided to compete in parliamentary elections. Since then, it has been alternately tolerated and repressed in Egyptian politics, where most estimates of its actual support begin at 20 percent of the electorate.

    “The paradox has been that the better the Brotherhood performs, the more repression it has attracted,” Ms. Wickham said. After it won 88 seats in Parliament in the 2005 elections, Mr. Mubarak’s government responded with a new crackdown.

    In an interview just before the current wave of protests began in Egypt, Essam el-Erian, a leading figure in the Brotherhood, said the group did not seek to monopolize power. “We want an atmosphere for fair competition now that can allow us to compete for power in the future,” Mr. Erian said. “And we want stability and freedom for people, not chaos.”

    The Brotherhood, whose leaders are mostly much older than the protest organizers, joined the demonstrations only after they were under way. The hesitancy may reflect in part the grim history of the state’s ruthlessness, said Abdel Halim Qandil, the general coordinator of Kifaya, a secular opposition movement.

    Graphic

    Overview of the Brotherhood

    White House, Egypt Discuss Plan for Mubarak’s Exit (February 4, 2011)

    Mubarak: ‘If I Resign Today There Will Be Chaos’

    In an Exclusive Interview, Egypt’s President Says He’s Fed Up and Wants to Resign, “But Cannot for Fear of the Country Falling into Chaos.”

    147 comments

    REPORTER’S NOTEBOOK

    By CHRISTIANE AMANPOUR

     

    Christiane Amanpour (ABC) interviews President Hosni Mubarak

    I’ve just left the presidential palace in Cairo where I sat down for an exclusive 30-minute interview with President Hosni Mubarak.

    //
    More Video
    1 2 3 4 5

    PreviousNext

    //

    He told me that he is troubled by the violence we have seen in Tahrir Square over the last few days but that his government is not responsible for it. Instead, he blamed the Muslim Brotherhood, a banned political party here in Egypt.

    I asked President Mubarak about the violence that his supporters launched against the anti-government protesters in Liberation Square.

    Tune in for a special one-hour “Nightline” with ABC News’ Christiane Amanpour reporting from Cairo TONIGHT at 11:35 p.m. ET.

    He told me, “I was very unhappy about yesterday. I do not want to see Egyptians fighting each other.”

    I asked how he felt after giving the speech Monday night, saying he would not run for president again, and he told me he felt relief.

    ABC News’ Christiane Amanpour with 

    When I asked him what he thought seeing the people shouting insults about him and wanting him gone, he said, “I don’t care what people say about me. Right now I care about my country, I care about Egypt.”

    The interview took place on day when the mood here is getting increasingly tense. This afternoon, my ABC News team and I left our offices in three cars and started a drive to the Presidential Palace.

    • 1 |
    • 2 |
    • 3

    NEXT >

    <!– REMOVE

    –>

    White House, Egypt Discuss Plan for Mubarak’s Exit

    By HELENE COOPER and MARK LANDLER
    Published: February 3, 2011

    WASHINGTON — The Obama administration is discussing with Egyptian officials a proposal for President Hosni Mubarak to resign immediately, turning over power to a transitional government headed by Vice President Omar Suleiman with the support of the Egyptian military, administration officials and Arab diplomats said Thursday.

    Even though Mr. Mubarak has balked, so far, at leaving now, officials from both governments are continuing talks about a plan in which, Mr. Suleiman, backed by Sami Enan, chief of the Egyptian armed forces, and Field Marshal Mohamed Tantawi, the Defense Minister, would immediately begin a process of constitutional reform.

    The proposal also calls for the transitional government to invite members from a broad range of opposition groups, including the banned Muslim Brotherhood, to begin work to open up the country’s electoral system in an effort to bring about free and fair elections in September, the officials said.

    Senior administration officials said that the proposal is one of several options under discussion with high-level Egyptian officials around Mr. Mubarak, though not him directly, in an effort to convince him to step down now.

    The officials cautioned that the outcome depended on several factors, not least of all the mood of the protesters on the streets of Cairo and other Egyptian cities and the dynamics within the Egyptian government. Some officials said there was not yet any indication that either Mr. Suleiman or the military were willing to abandon Mr. Mubarak.

    The Egyptian government will be tested again by massive new protests on Friday, which the demonstrators were calling the “day of departure” for Mr. Mubarak, when they plan to march on the presidential palace. The military’s pledge not to fire on the Egyptian people will be tested as well.

    The discussions about finding a way out of the crisis in Cairo comes amid new questions about whether American spy agencies, after the collapse of the Tunisian government, adequately warned the White House and top lawmakers about the prospects of an uprising in Egypt.

    During a Senate hearing on Thursday, both Democrats and Republicans pressed a senior Central Intelligence Agency official about when the C.I.A. and other agencies notified President Obama of the looming crisis, and whether intelligence officers even monitored social networking sites and internet forums to gauge popular sentiment in Egypt.

    “At some point it had to have been obvious that there was going to be a huge demonstration,” said Dianne Feinstein, the California Democrat who is chairwoman of the Senate Intelligence Committee. She said that intelligence agencies never sent a notice to her committee about the growing uprising in Egypt, as is customary for significant global events.

    Stephanie O’Sullivan, the C.I.A. official, responded that the agency has been tracking instability in Egypt for some time and had concluded that the government in Cairo was in an “untenable” situation. But, Ms. O’Sullivan, “We didn’t know that the triggering mechanism would be.”

    Even as the Obama administration is coalescing around a Mubarak-must-go-now posture in private conversations with Egyptian officials, Mr. Mubarak himself remains determined to say until the elections in September, American and Egyptian officials said. His backers forcibly pushed back on Thursday against what they viewed as American interference in Egypt’s internal affairs.

    “What they’re asking cannot be done,” one senior Egyptian official said, citing clauses in the Egyptian constitution that bars the vice president from assuming power. Under the constitution, the speaker of Parliament would succeed the president. “That’s my technical answer. My political answer is they should mind their own business.”

    In an interview with Christiane Amanpour of ABC News, Mr. Mubarak said that he was “fed up” with being president but that he could not step down for fear of sowing chaos in the country. Because of the fervor in Egypt, one Obama administration official said, Mr. Mubarak’s close aides expressed concern that they weren’t convinced that Mr. Mubarak’s resignation would satisfy the protesters.

    “The worry on Mubarak’s part is that if he says yes to this, there will be more demands,” said Leslie H. Gelb, president emeritus of the Council on Foreign Relations. “And since he’s not dealing with a legal entity, but a mob, how does he know there won’t be more demands tomorrow?”

    A number of high-level American officials have reached out to the Egyptians in recent days. While administration officials would not give details of alternative scenarios, they made it clear that their preferred outcome would be Mr. Suleiman as the transitional figure.

    Vice President Biden spoke by phone to him on Thursday, the White House said in a statement, urging that “credible, inclusive negotiations begin immediately in order for Egypt to transition to a democratic government that addresses the aspirations of the Egyptian people.”

    Mr. Biden’s phone call came after a mission by Mr. Obama’s private emissary, Frank G. Wisner, was abruptly ended when Mr. Mubarak, angry at Mr. Obama’s toughly worded speech Tuesday night, declined to meet with the envoy a second time, official said.

    Defense secretary Robert M. Gates has made three calls since the weekend to Egypt’s powerful defense minister, Field Marshal Tantawi, who served on the coalition side in the 1991 Gulf War. Pentagon officials declined on Thursday to describe the specifics of the calls, but indicated that Mr. Gates’ messages were focused on more than urging the Egyptian military to exercise restraint.

    “Officials familiar with the dialogue between the administration and Cairo say that American officials have told Egyptian officials that if they support another ‘strong man’ to replace Mr. Mubarak — but without a specific plan and timetable for moving toward democratic elections — the U.S. Congress might react by freezing military assistance. On Thursday, the Senate passed a resolution calling on Mr. Mubarak to begin the transfer of power to an “inclusive, interim caretaker government.”

    American officials have pointed to the Anthony H. Cordesman, an expert on the Egyptian military at the Center for Strategic and International Studies in Washington, said that a transition government of Mr. Suleiman and the military, with pledges to move toward democratic elections, was in his mind “the most probable case.” But he said the administration had to proceed with extreme caution.

    “Everybody working this issue knows that this is a military extremely sensitive to outside pressure,” he said.

    , adding that Even as the administration ratcheted up the pressure on Egypt, it has reaffirmed its support for other Arab allies facing popular unrest. The White House released a statement saying that President Obama called President Ali Abdullah Saleh of Yemen on Wednesday to welcome Mr. Saleh’s recent “reform measures” –the Yemeni President promised not to run again in 2013.

    And on Thursday, Secretary of State Hillary Rodham Clinton called King Abdullah of Jordan to say the United States looked forward to working with his new Cabinet—recently announced–and to underline the importance of the relationship between Jordan and the United States.

    Philip J. Crowley, the State Department spokesman, declined to say whether Mrs. Clinton had enlisted him in an effort to ease out Mr. Mubarak. But he praised the king for responding to the unrest in Jordan. “He’s doing his best to respond to this growing aspiration,” Mr. Crowley said. “And we appreciate the leadership he’s shown.”

    Endit

    Elisabeth Bumiller, Mark Mazzetti and Thom Shanker contributed reporting

    President Hosni Mubarak

    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/4936/VK-Dossier-Onrust-in-het-Midden-Oosten/article/detail/1831373/2011/02/04/6-April-Beweging-is-motor-achter-strijd-tegen-Mubarak.dhtml

    6 April Beweging is motor achter strijd tegen Mubarak

    Van onze verslaggever Rob Vreeken − 04/02/11, 07:46

    //

    Egyptische demonstranten gooien stenen © epa

    CAÏRO – De 6 April Beweging werd in 2008 opgericht op internet om stakende arbeiders in de industriestad Mahalla al-Kubra te helpen. Een beweging van jongeren uit de Egyptische middenklasse, die plots strijden om de macht in het land.

    De ‘Facebookgeneratie’ die de drijvende kracht is achter de democratische opstand in Egypte, is in werkelijkheid een losvaste groep, met een lemma op Wikipedia en een naam die bij voorbaat geschiedenis lijkt te willen schrijven: de 6 April Beweging.

     Deze groep deed, samen met een Facebooknetwerk dat zich ‘Wij zijn allen Khaled Said’ noemt, de oproep uitgaan voor de eerste betoging op het Tahrirplein, dinsdag 25 januari. Het was bedoeld als een soort flashmob ­- waarbij een grote groep personen uit het niets bij elkaar lijkt te komen -, maar het pakte veel groter uit dan de organisatoren hadden gedacht. Het gaf deze jongeren uit de middenklasse, maar weldra burgers van alle leeftijden en standen, plotseling het idee: wat de Tunesiërs konden, kunnen wij ook.

    Verantwoordelijkheid

     De 6 April-jongens zagen hun kans, maar beseften meteen hun verantwoordelijkheid. Binnen een etmaal was hun actie veranderd in een acute uitdaging aan het regime van Hosni Mubarak. Voor vrijdag de 27ste werd een grote demonstratie aangekondigd, opnieuw op het Tahrirplein. Er moest razendsnel een volwassen alternatief voor de regering-Mubarak worden gesmeed.

    Oppositiegroep na oppositiegroep haakte, het momentum voelende, in na die cruciale dinsdag. Vorige week donderdag al vond het eerste beraad plaats tussen vertegenwoordigers van de 6 April Beweging en leiders van de belangrijkste oppositiegroepen – zowel oude partijen als de nieuwe National Association for Change (NAC) van Nobelprijswinnaar Mohamed ElBaradei.

    Het gezicht
    Meteen al werd bepaald dat hij het gezicht zou worden van de zich uitkristalliserende anti-Mubarak-coalitie. De jongeren blijven echter een hoofdrol spelen in de beweging.
    Volgens een reconstructie in The New York Times is al een schaduwparlement samengesteld en is een lijst opgesteld met tien namen van personen die zouden kunnen deelnemen aan een regering van nationale eenheid, die een nieuwe Grondwet en verkiezingen moet voorbereiden.
     
     
     
     
     
     

     

    Gastauteur

    Steun de Arabische bevolking!

    Arjan El Fassed, 02-02-2011 16:44

     

    eg_edited2_300Voor de Westerse wereld lijken stevige Arabische regimes een belangrijker doel om eigen belangen te dienen dan dat er wordt geluisterd naar de angst, onvrede en belangen van gewone burgers.
    Er is een politieke aardbeving gaande in het Midden-Oosten. Hoewel het lastig is voorspellingen te doen, is een ding zeker, recente ontwikkelingen zullen blijvende impact hebben op de regio en het beleid van Westerse landen, inclusief de VS en Europa ten aanzien van de Arabische wereld.

    Angst

    Voor de Westerse wereld lijken stevige Arabische regimes een belangrijker doel om eigen belangen te dienen dan dat er wordt geluisterd naar de angst, onvrede en belangen van gewone burgers. Zij leefden tussen een sociaal-economisch minimum dat net voldoende was om geen honger te hebben en de angst voor repressief optreden van hun machthebbers. Het is een Westers sprookje om te denken dat jonge mensen dit blijven accepteren en toont een gebrek aan lange termijn visie.

    Door de financiële en economische crisis en oplopende voedselprijzen is dat veranderd. Met behulp van nieuwe technologieën, het falen van officiële censuur en een hele jonge boze bevolking is de angst voor repressie doorbroken. Het betrekkelijke gemak waarmee in Tunesië de belangrijkste machthebber het land moest verlaten, toonden hen dat doorzetten resultaat oplevert. Bovendien inspireert de kracht van gewone mensen, hele volksstammen die gekluisterd achter de laptop of de TV deze ontwikkelingen nauwgezet volgen.

    Voorbeeld

    De opkomst van mobiele technologieën, sociale media die formele censuur omzeilen, en de aandacht van satelliet zenders voor de gewone man of vrouw, maakte Tunesië een voorbeeld voor omringende landen.

    Dezelfde trends zijn ook waarneembaar in Egypte, Algerije en Jordanië. En zijn niet onopgemerkt in andere Arabische landen als Libië, Marokko en Syrië. Met de onthulling van de slaafsheid van de Palestijnse Autoriteit na het uitlekken van onderhandelingsmemo’s via Al-Jazeera, de zogenaamde Palestine Papers, werd nog eens het onvermogen getoond van regeringsleiders om te luisteren naar haar eigen jonge bevolking. Zwart op wit viel te lezen op welke wijze de Palestijnse Autoriteit in hun handelen afhankelijk zijn van hun donoren ten koste van hun eigen mensen.

    Om meteen een einde te maken aan een ander Westers sprookje: Democratie gaat niet uitsluitend om verkiezingen maar om de mogelijkheid van gewone mensen verantwoording af te dwingen. Regeringsleiders moeten uitleggen waarom hun land ervoor staat zoals het ervoor staat en de keuzes maakt, die het maakt. De enorme financiële en militaire steun die deze regimes de afgelopen decennia hebben mogen ontvangen van Westerse landen, maakte deze regimes niet verantwoordingsplichtig aan hun eigen mensen maar aan hun bondgenoten.

    Schamel

    Terwijl de Amerikaanse overheid met flinke sommen geld en militaire steun regimes als Egypte ($ 2 miljard per jaar) zonder randvoorwaarden blijvend ondersteunt, maakt de EU zich vooral druk over immigratie en terrorismebestrijding en gaf wat politieke hervormingen betreft niet thuis. Zo had de EU bijna een miljard beschikbaar voor het tegengaan van immigratie en een schamele tien miljoen ter bevordering van mensenrechten in de regio. Ook als het gaat om diplomatie en politieke druk waren Europese regeringsleiders vooral bezig met migratie, terrorisme en het mislukte vredesproces en was het volledig stil als het ging om het repressieve karakter van Arabische regimes.

    Arabische mensenrechten activisten denken dat Europese retoriek over hervormingen meer te maken heeft met het dienen van een Amerikaanse agenda dan dat het echt gaat om de steun van bewegingen van onderop. Vooralsnog betekent het gebrek aan Westerse zelfkritiek ten aanzien van dit buitenlandse beleid weinig concrete verandering.

    Islamisten

    Het is niet verwonderlijk dat als het om de toekomst van Egypte gaat, de Amerikaanse president eerst praat met spelers als Saudi Arabië, Turkije en Israël om opvolging te organiseren, in plaats van echt te begrijpen waarom de gewone Egyptische man of vrouw, de straat opgaat. Hoewel het Westen vooral bang is dat islamisten aan de macht zouden kunnen komen, heeft juist die angst er voor gezorgd dat de diversiteit aan meningen de afgelopen decennia in de Arabische wereld de kop is ingedrukt.

    Het is daarom in het belang van mensenrechten en stabiliteit dat de politiek meer zijn oor te luisteren legt bij de gewone man en vrouw in de Arabische straten. Het is niet genoeg om als Nederlandse overheid een paar mensenrechten organisaties te steunen in het Midden-Oosten. We moeten de mensen daar versterken om hun wens voor verantwoording en inspraak gehoord te krijgen en te realiseren. Wat het gevolg ook moge zijn voor ons. Op de lange termijn is dit het beste voor iedereen.

    Arjan El Fassed is Tweede Kamerlid en woordvoerder buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking van GroenLinks

    Egypt’s ‘final push’ protests begin

     
    Protesters flood Tahrir Square, for ‘Day of Departure’ against a president who has said he is ready to go but not yet.
    Last Modified: 04 Feb 2011 12:58 GMT
    The government has called opposition parties, including the Muslim Brotherhood, for talks [AFP] 

    Chants urging President Hosni Mubarak to leave are reverberating across Cairo’s Tahrir Square, the focal point of protests in Egypt, where hundreds of thousands have gathered for what they have termed the “Day of Departure”.

    As the country entered its eleventh day of unrest, mass demonstrations commenced after Friday prayers.

    Thousands gathered in the city of Alexandria, holding up placards and chanting “He must go!” an Al Jazeera correspondent there reported. Three thousand people also joined demonstrations in Giza.

    “The feel here is that today is the final day for Mubarak, it’s time for him to go,” Gigi Ibrahim, a political activist told Al Jazeera from Tahrir [Liberation] Square.

    “This whole process has been about who is more determined and who is not willing to give up. And everyday [the protesters] get more and more determined,” Ibrahim said.

    Mohamed Hussein Tantawi, Egypt’s defence minister, also visited the square earlier on Friday. He talked with the protesters and other military commanders.

    Amr Moussa, Egypt’s former foreign minister and current secretary-general of the Arab League, also visited the square.

    Earlier, Ahmed Shafiq, Egypt’s new prime minister, said the interior minister should not obstruct Friday’s peaceful marches. And Mubarak, on his part said he wanted to leave office, but feared there will be chaos if he did.

    Speaking to America’s ABC television he said, “I am fed up. After 62 years in public service, I have had enough. I want to go.”

    But he added: “If I resign today, there will be chaos.”

    Mubarak’s government has struggled to regain control of a nation angry about poverty, recession and political repression, inviting the Muslim Brotherhood – Egypt’s most organised opposition movement – to talks and apologising for Wednesday’s bloodshed in Cairo.

    Transition government

    Protesters chanted ‘He must go!’ 

    In a bid to calm the situation, Omar Suleiman, the vice-president, said on Thursday that the banned Muslim Brotherhood, Egypt’s largest opposition political movement, and others had been invited to meet the new government as part of a national dialogue.

    An offer to talk to the banned but tolerated group would have been unthinkable before protests erupted on January 25, indicating the gains made by the pro-democracy movement since then.

    But sensing victory, they have refused talks until Mubarak goes.

    Opposition actors including Mohamed ElBaradei, the former UN nuclear watchdog head, and the Muslim Brotherhood said again that Mubarak, who wants to stay on until elections scheduled for September, must go before they would negotiate with the government.

    “We demand that this regime is overthrown, and we demand the formation of a national unity government for all the factions,” the Muslim Brotherhood said in a statement broadcast by Al Jazeera.

    The government’s overture came after Shafiq, the prime minister, apologised for Wednesday’s violence and the breakdown in law and order.

    Shafiq also said he did not know who was responsible for the bloodshed, blamed by protesters on undercover police.

    In an important move, Mohammed Al-Beltagi, a leading member of Muslim Brotherhood, told Al Jazeera on Friday that his organisation has no ambitions to run for the presidency.

    The developments come as the New York Times reports, quoting US officials and Arab diplomats, that the US administration is discussing with Egyptian officials a proposal for Mubarak to resign immediately and hand over power to a transitional government headed by Omar Suleiman, the newly appointed vice-president.

    This report, though unconfirmed by the White House, comes after Mubarak’s statements on Tuesday this week, where he agreed to give up power in September at the end of his current term.

    Mohamed Talaat El-Sadat, brother of the late Egyptian president Anwar El-Sadaat has backed Suleiman for the top post. He told Al Jazeera on Friday that he supported the youth revolution but did not want Egypt to go to civil war.

    “We don’t want chaos and call for meeting [the] demands of demonstrators who should stay at Tahrir Square,” he said, adding “I expect Mubarak will voluntarily and openhandedly step down and transfer power to Omar Suleiman.”

    Bloody clashes

    Click here for more on Al Jazeera’s special coverage. 

    At least 13 people have died and scores were injured, most over the last two days when Mubarak loyalists launched a counter-revolution on pro-democracy protesters.

    The army took little action while the fighting raged in Tahrir Square over the past two days. However, there was a more visible military presence on Thursday; but this did not prevent new clashes.

    The interior ministry has denied it ordered its agents or officers to attack prior pro-democracy demonstrations.

    Vice president Suleiman told ABC Television that the government would not forcefully remove protesters. “We will ask them to go home, but we will not push them to go home,” he said.

    Ahead of Friday’s mass protests, eyewitnesses told Al Jazeera that thugs, with the assistance of security vehicles, were readying to attack Tahrir Square. They said protesters were preparing to confront them.

    Protesters also reported finding petrol bombs on security personnel dressed in civilian clothes.

    An Al Jazeera correspondent, who spent Thursday night in Tahrir Square, said “the numbers did not die down one bit” through the night. He added that there was an atmosphere of defiance among all the protesters he had spoken to.

    The army’s role in shaping events is crucial. Only on Thursday did soldiers set up a clear buffer zone around the square to separate factions after having stood by. That did not prevent new clashes as opposing groups pelted each other with rocks.

    Though less numerous than earlier in the week, there were demonstrations on Thursday in Suez and Ismailia, industrial cities where inflation and unemployment have kindled the sort of dissent that hit Tunisia and which some believe could ripple in a domino effect across other Arab police states.

     
    Source:
    Al Jazeera and agencies
     

    King Moves to Widen Outreach in Jordan (February 4, 2011)

    Crackdown in Egypt Widens but Officials Offer Concessions (February 4, 2011)

    Nicholas D. Kristof: We Are All Egyptians (February 4, 2011)

    Zie verder Deel 2

    Roger Cohen: Hosni Mubarak Agonistes (February 4, 2011)

    Timothy Egan: Bonfire of American Vanities (February 3, 2011)

    Editorial: Egypt’s Agonies (February 4, 2011)

    Op-Ed Contributor: An Exit Plan for Mubarak (February 4, 2011)

    Op-Ed Contributor: Egypt’s Brotherhood (February 3, 2011)

    “The Brotherhood was rebuilt over the last three decades as a social religious movement,” Mr. Qandil said. “They are having difficulty transforming that into a political movement.”

    Mr. Qandil nonetheless estimated that in a free election, the Brotherhood would win about a third of the seats in Parliament, support that he suggested might ebb as competing parties gained attention.

    Asked about the Muslim Brotherhood, Robert Gibbs, the White House spokesman, said Monday that the United States would work with any group that showed “adherence to the law, adherence to nonviolence, and a willingness to be part of a democratic process, but not use that democratic process to simply instill yourself into power.” Some experts on the Brotherhood say the group has met the requirements of nonviolence and participation in elections in Egypt for decades.

    But even among specialists, the degree of uncertainty about the Brotherhood’s future is striking. Several admitted they could not say for sure whether participation in government would have a moderating effect on the group, or whether moderation might prove to have been a convenient false front to be cast off if the group attained real power.

    Skeptics point to the example of the Palestinian group Hamas, the Brotherhood offshoot that has often used terrorism. Ms. Wickham, of Emory, said Hamas was a national resistance that was fighting Israeli occupation and thus was not a model for a future Egyptian Brotherhood.

    But she admitted that after 20 years of studying the group, whose internal deliberations are secret, she found it difficult to predict what it might do after Mr. Mubarak left power. Is the Brotherhood willing to be one party among equals in Egyptian politics, or is it merely biding its time before seeking a monopoly?

    The answer is elusive, Ms. Wickham said, even though the Brotherhood “has a 30-year behavior as actors in a competitive political process.” That is why it is crucial, she said, that Egypt’s electoral laws and Constitution be rewritten during a transition, as widely discussed, to prevent any party from seizing absolute control.

    “Institutional checks and balances are critical,” she said.

    David D. Kirkpatrick contributed reporting from Cairo, and Michael Slackman from Berlin

     

    Inleiding en toelichting op mijn eigen positie in het Midden-Oosten conflict

    Nu het zg Midden-Oosten conflict een van de belangrijkste thema’s van mijn blog is geworden en er ook al enige ‘discussie’ is ontstaan, althans, ik me genoodzaakt voelde om scherp positie te kiezen (zie het vorige bericht), is het misschien toch goed om een keer mijn eigen uitgangspositie toe te lichten. Daarom zal ik alvast het inleidende stukje publiceren van een veel langere verhandeling die ik nu aan het schrijven ben over hoe het complexe geheel mijns inziens in elkaar zit. Een eerder fragment, over de drie monotheïstische godsdiensten, publiceerde ik al hiervoor op dit blog, hier te raadplegen. Maar hier dus alvast het inleidende gedeelte. Het geheel zal later verschijnen.
    In dit verband vind ik het vooral belangrijk om mijn eigen vertrekpunt duidelijk te maken. Normaal schrijf ik op dit blog wat minder persoonlijke stukken, maar in dit geval lijkt het me niet verkeerd om toch iets over mijn eigen achtergrond te vertellen en waarom ik gaandeweg steeds meer affiniteit met die regio  en dus ook met deze penibele kwestie heb gekregen. Bij deze:

    Mona Hatoum Greater Divide
    Mona Hatoum, Greater Divide, object/ staal, 2002. Mona Hatoum is een wereldberoemd kunstenares van Palestijnse afkomst. Haar werken, veelal installaties en video’s, zijn vaak meerduidig te interpreteren. Zowel ‘kleinere’ persoonlijke thema’s spelen bij haar een rol als grotere politieke kwesties. In dit verband lijkt me dit werk redelijk toepasselijk.

    Een koloniale oorlog uit Europees schuldbesef;

     De bijna onontwarbare kluwen van ‘het Midden Oosten conflict’

    De bovenstaande titel lijkt een paradox. Hoe kan er kolonialisme bestaan uit naam van Europees schuldbesef? Toch is dit mijns inziens de kern van de kwestie Israël/Palestina. Overigens is dit niet de enige paradox. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog, t/m de jaren zeventig was het heel progressief om voor Israël te zijn. ‘Links’ was er maar al te zeer op gebrand om de schandvlek van de Holocaust uit te wissen. Bij ons gold dat zeker voor bijvoorbeeld de PvdA, zoals het kabinet Den Uyl in de jaren zeventig, dat zelfs in het geheim wapens aan Israël leverde voor de Yom Kippoer oorlog. In Amerika was het lange tijd meer gebruikelijk om sympathie te uiten voor Israël bij de Democraten dan bij de Republikeinen. Tegenwoordig is het bijna omgekeerd. Het zijn nu de neo-conservatieven die Israël als grote bondgenoot zien, terwijl de sympathie voor de Palestijnen meer te vinden is aan de linkerkant van het politieke spectrum dan aan de rechterkant.
    Als er een ingewikkelde kwestie is, die de hele wereld bezig houdt en waar maar geen eind aan lijkt te komen, dan is het wel het Palestijnse/Israëlische ‘conflict’ (zeg maar een voortdurende staat van latente dan wel oplaaiende oorlog). Het is ook een zaak waar zo’n beetje alle grote werkelijke en vermeende conflicten bij elkaar komen. De Tweede Wereldoorlog, zelfs de Eerste Wereldoorlog (het Sykes/Picot accoord en de Balfour declaratie), de dekolonisatiestrijd, gedurende een bepaalde tijd de Koude Oorlog, de al dan niet bestaande ‘clash of civilizations’, ‘het westen’ versus ‘de islam’, een vorm van apartheid, vermeend of echt antisemitisme in verschillende vormen, Amerikaans imperialisme en neoconservatieve visioenen, de aanjager voor de ‘radicale islam’, een bliksemafleider voor Arabische dictaturen, een excuus voor interventies in het Midden Oosten door internationale grootmachten om hun belangen veilig te stellen, enz. enz.
    Om het nog ingewikkelder te maken; bij vrijwel iedere analyse of mening over deze kwestie speelt een of meer van de bovengenoemde zaken wel een rol, al is het op de achtergrond. Dat maakt ook dat iedere discussie over dit onderwerp al snel een heikele zaak. Alles wat met dit conflict samenhangt is historisch, ideologisch of zelfs religieus beladen. Het is bijna onmogelijk om deze kwestie terug te brengen tot een volkenrechtelijk conflict, al is dit mijns inziens de enige juiste weg om tot een uiteindelijke oplossing te komen.
    Laat ik meteen beginnen om uiteen te zetten hoe ik zelf tegen deze materie aan kijk, al heeft mijn ‘denken’ ( of mening) hierover wel een ontwikkeling doorgemaakt. Niet omdat mijn mening er zoveel toe doet of omdat ik zelf zo interessant ben, maar als ik aan deze zaak mijn vingers wil branden, lijkt het me wellicht zinvol om zo helder mogelijk te zijn over mijn eigen vertrekpunt, dan bestaat er geen enkel misverstand over mijn intenties. En het blijkt keer op keer toch weer noodzakelijk te zijn om je positie duidelijk te maken; voor je het weet krijg je met het ‘a-woord’ naar je hoofd geslingerd, zoals besproken in het vorige bericht (al was dat wel een bijzonder excessief voorbeeld).
    Tot ongeveer halverwege de jaren negentig was ik min of meer pro-Israëlisch. Ik baseerde mijn mening vooral op wat ik in de kranten las, op het nieuws zag en verder op wat ik uit mijn omgeving meekreeg. Om het maar meteen helemaal persoonlijk te maken; ik heb zelf een gedeeltelijk Joodse achtergrond (om precies te zijn, mijn grootmoeder van vaderskant was joods), al ben ik daar zeker niet mee opgegroeid en speelde bij mijn directe familie het Jodendom eigenlijk geen rol. Ik ben ook zelf gaan ontdekken hoe dat precies met mijn eigen familie zat, want er werd zelfs niet over gepraat (overigens is mijn eigen familie seculier, dus ik ben zonder een religie opgegroeid). Wel hadden er verschillende, zij het wat verdere familieleden veel in de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en hebben sommigen het niet overleefd, maar dat was geen gespreksonderwerp, althans niet voor de generatie die het had meegemaakt en aanvankelijk ook niet voor de generatie daarna, die was opgevoed met het idee dat je over bepaalde zaken beter niet kunt spreken. Dat is eigenlijk alles wat ik er over kwijt kan of wil zeggen. Het bovenstaande is overigens niet een echt onbekend fenomeen.
    Wel had een ander nabij familielid (de broer van mijn Opa, overigens niet van Joodse afkomst) in diverse concentratiekampen van de Nazi’s gezeten. Dit omdat hij Engelandvaarder was en later, toen hij als geheim agent in Frankrijk was gedropt, door de Duitsers werd gearresteerd. Hij werd naar Kamp Buchenwald gedeporteerd en later naar Kamp Dora, waar hij te werk werd gesteld als ‘Nacht und Nebel Arbeiter’ in de beruchte V2 fabrieken. Hij overleefde dit alles en keerde na de oorlog terug. De reden waarom ik dit vertel is dat hij, na ook jarenlang te hebben gezwegen, aan mij, toen ik zestien was, zijn hele verhaal heeft verteld. Hij woonde toen gedurende de zomers in Zuid Frankrijk, bij Aix en Provence en ik heb daar een keer gelogeerd om wat aan mijn Frans te doen, want de afspraak met mij (en vooral mijn ouders) was dat hij en zijn Franse vrouw vooral Frans met me zouden spreken. Daar is niets van terecht gekomen. Hij was net bezig om zijn herinneringen op te schrijven (is later als boek uitgegeven 2 ) en heeft mij eigenlijk iedere dag (en nacht want onze gesprekken duurden soms tot 3 a 4 uur in de ochtend) verteld over zijn tijd als geheim agent en wat hij had meegemaakt in de Nazi kampen. Dit heeft een grote indruk op me gemaakt (ik was toen ook pas zestien, maar dan nog). Maar het is iets dat ik nooit meer zal vergeten en zijn verhaal heb ik vaak in mijn achterhoofd gehad, ook toen ik vanaf die tijd steeds meer ben gaan lezen over de Tweede Wereldoorlog, de Nazi kampen en over antisemitisme of zelfs racisme in het algemeen. Ook toen ik Primo Levi’s ‘meesterwerk tegen wil en dank’ las, Is dit een mens, kon ik dit niet lezen, zonder te denken aan de verhalen over de concentratiekampen die deze broer van mijn opa mij verteld had.
    Ik vertel deze persoonlijke geschiedenis alleen maar om duidelijk te maken wat mijn uitgangspunt was (of eigenlijk nog steeds is, als we het naar het algemeen menselijke trekken), niet om iets anders. Het verhaal van de broer van Opa over de Nazi kampen en de constatering dat ik wel degelijk  ‘Joodse roots’  heb (al waren die zogenaamd non-existent, want het onderwerp werd altijd gemeden), hebben er aanvankelijk voor gezorgd dat mijn sympathie enigszins overhelde naar  ‘de Joodse zaak’ (als er zoiets bestaat). Geen wonder dat ik, mij ook baserend op wat er voor ‘Oslo’ zoal in de Nederlandse kranten stond, gematigd pro-Israëlisch was. Dat ben ik eigenlijk tot halverwege de jaren negentig gebleven.
    Gedurende mijn verblijf in Leiden kreeg ik steeds meer interesse voor kunst en cultuur uit de niet-westerse gebieden. Ik schreef een stuk over de kunst en de geschiedenis van Indiaans Noord Amerika (als er een geval van brute koloniale misstanden is geweest, is het deze geschiedenis wel. Dit stuk is later tot een artikel omgewerkt en heb ik ook hier gepubliceerd) en begon me zodoende steeds meer te interesseren voor andere voormalig gekoloniseerde gebieden in de wereld. Dankzij mijn stage bij een fonds dat kunst en cultuur in de niet-westerse gebieden ondersteunt (voornamelijk ontwikkelingslanden, maar doet ook veel in het Midden Oosten) kwam voor mij ook de Arabische wereld in beeld. Uiteindelijk heb ik ook mijn scriptie geschreven over kunstenaars uit de Arabische wereld in Nederland, waarvan vele van deze kunstenaars zich zeker niet in ‘vrijwillige ballingschap’ bevonden (een paar fragmenten hier en hier). Zodoende breidde mijn kennis van de wantoestanden van diverse Arabische dictaturen, maar zeker ook van de Israëlische bezetting van de Palestijnen, zich steeds meer uit. Een niet onbelangrijke bron is het denken van de Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said geweest. Naast zijn algemene verhaal over stereotypen van vroeger gekoloniseerde of niet-westerse volkeren, zoals hij uiteen heeft gezet in zijn belangrijke werken Orientalism (1978) en Culture and Imperialism (1993) heb ik natuurlijk ook kennis genomen van wat hij over zijn eigen achtergrond heeft geschreven, zijn bestaan als Palestijnse balling (zie overigens hier een fascinerende serie korte interviewfragmenten, waarin zijn visie helder naar voren komt). Al was ik ruim voor die tijd al veel genuanceerder tegen de Palestijnse kwestie gaan aankijken en had hun zaak al veel meer mijn sympathie dan de Israëlische bezettingsmacht, het bestuderen van Edward Said, zijn bewonderaars maar ook zijn scherpste critici (waaronder Kanan Makiya, wiens kritiek ik op belangrijke punten zelfs kan onderschrijven), heeft mijn standpunt echt doen veranderen in het voordeel van de Palestijnen. Daarmee zeg ik niet dat ik sympathiseer met een Palestijnse partij of met bepaalde Palestijnse politici, maar wel dat ik van mening ben dat de Palestijnen een groot onrecht is aangedaan en dat het einde van de Israëlische bezetting wel het minste is wat er moet gebeuren om vrede te stichten maar ook om recht te doen. Met de nadruk op het minste.
    Mijns inziens staat het vanzelfsprekend buiten kijf dat de Joden een gruwelijke misdaad is aangedaan, vooral gedurende de Tweede Wereldoorlog, maar ook in de eeuwen daarvoor en zelfs daarna (zoals in de Sovjet Unie). De vraag is echter of de Palestijnen de prijs voor deze misdaden moeten betalen. Naar mijn mening is daarmee een groot onrecht geschied. En dan heb ik het niet over wat sommige Palestijnse leiders allemaal doen, of de middelen die sommige Palestijnen toepassen wel de juiste zijn (vaak verre van), noch over wat zogenaamde sympathisanten van de Palestijnen allemaal uitkramen, van verschillende Arabische dictators, de huidige Iraanse president, t/m sommige zeer dubieuze sympathisanten in het westen (ik bedoel vooral de op zich marginale groep van Holocaust ontkenners, die ook populair zijn in sommige kringen in het Midden Oosten, zoals bij de huidige Iraanse president 2). Het gaat er mij ook niet om het Palestijnse leed uit te vergroten ten opzichte van het leed van de Koerden, de Tibetanen of de Christenen van Darfur. Dat gebeurt namelijk ook, hoewel je in het laatste geval weer ziet dat Israël voorop staat om te pleiten voor de rechten van de Darfur Christenen (en ze zelfs op grote schaal wil opvangen om het eigen ‘demografische probleem’ tov de groeiende Arabische bevolking op te lossen), die weer als een bliksemafleider gebruikt worden van het Palestijnse probleem. Ze ook het enorme lawaai dat door Israël supporters wordt gemaakt over Israëls ruimhartige hulp aan de slachtoffers van de aardbeving in Haïti, bijvoorbeeld op de site van de eerder besproken extremistische pro-Israël activiste Ratna Pelle, zie hier. Let vooral op haar opmerking over ‘degenen die geen zin hebben in de Novib & co, kunnen geld storten op…’ (de ‘Novib & co’ zijn natuurlijk te kritisch naar Israëls ‘ethische politiek’, zoals naar het blokkeren van hulpgoederen voor Gaza. Misschien is het voor Ratna Pelle een ideetje om een keurmerk op te zetten, zoiets als Max Havelaar, of ‘proefdiervrij’, maar dan anders;).
    Maar dit probleem bestaat op minstens net zo’n schaal, zoniet nog veel groter, aan de Arabische zijde.  Een korte passage uit het werk Verzwegen Wreedheid van de Iraakse schrijver Kanan Makiya, dissident van het Saddam regime, zegt misschien genoeg: ‘Er zijn door Arabische intellectuelen miljoenen woorden geschreven over dat Israël honderden Palestijnse dorpen verwoestte en terecht. Toch besloten deze zelfde intellectuelen te zwijgen toen een Arabisch regime duizenden Koerdische dorpen met de grond gelijk maakte’.3 Deze constatering van Makiya, overigens zelf een Arabier, is wellicht terecht. Maar ook in deze kun je niet het ene leed tegen het andere wegstrepen. En dat geldt voor beide partijen. De ramp voor de Palestijnen wordt er niet minder op door er een omvangrijker humanitaire ramp tegenover te zetten. Net zo goed als het in Zuid Afrika ook nogal potsierlijk was als verdedigers van de apartheid naar Idi Amin verwezen. Omgekeerd waren de opmerkingen van Idi Amin over de apartheid net zo grotesk, net als Saddams gebral over het ‘bevrijden van de Palestijnen’.
    Het ergst heb ik altijd de pro-Saddam leuterpraatjes van sommige westerlingen gevonden, alleen omdat ze ook heel kritisch zouden zijn op Israël, dus zijn alle Arabieren goed. Het slechtste voorbeeld op dit gebied dat ik ken is dit Belgische reisverslag, als boek verschenen, maar ook online beschikbaar. 4 Maar verder heb ik helaas ook wat meer meegemaakt en gezien van dit soort zaken (fellowtravellers dus), gedurende mijn onderzoek naar de kunst van de Iraakse diaspora. Heel interessant om als ‘progressieve West Europeaan’ zo modieus anti-westers, Israël en het embargo te zijn (alle redenen tot kritiek overigens), maar om dan Saddam te vergoeilijken heb ik altijd een vorm van dommige dweepzucht gevonden. Ik bedoel hier dus niet de kwestie voor of tegen de Amerikaanse aanval zijn, maar vooral beweringen als: ‘Het is daar allemaal niet zo erg, want Amerikaanse propaganda’, etc. Nog nooit met een Iraki gepraat die het regime aan den lijve had ondervonden, of uitsluitend met Iraki’s die of voor het regime werkten of in Irak ‘vrijuit konden praten’, met het mes van de Mukhabarat (Saddams geheime dienst, NB getraind door de Oost Duitse Stasi) op de keel. En dan wel beweren solidair te zijn met het Iraakse volk. En kennelijk ook vergeten dat Saddam in de jaren tachtig door het westen gesteund werd en wellicht nog saillanter (maar bijna vergeten) dat gedurende de Koude Oorlog men de Ba’thpartij niet eens zo’n slechte buffer vond tegen het communisme. Irak had namelijk een grote communistische partij, waar de Ba’thi’s uitermate vijandig tegenover stonden. Maar goed, geen enkel misverstand dus, allemaal fout en hypocriet.
    Maar om dan opeens voor Israëls ‘ethische politiek’ naar de Palestijnen te zijn? Als Israël pretendeert ‘de enige democratie van het Midden Oosten’ te zijn, kan het zich een systeem van apartheid niet permitteren (werd er tot in de jaren tachtig in sommige kringen niet beweerd dat Zuid Afrika ‘de enige democratie van Zuidelijk Afrika’ was?). En bovendien, Israël was toch gesticht met het doel om een veelal elders gediscrimineerde bevolkingsgroep een veilig tehuis te bieden? Zie hier weer een van de wrange paradoxen van dit vrijwel uitzichtloze conflict.
    Aan de hand van deze beschouwing zal ik proberen mijn standpunt toe te lichten. Ik zal vooral een historische beschrijving geven (het onderstaande betoog is chronologisch opgebouwd). Wellicht is het verre van volledig, maar ik heb getracht de belangrijkste kwesties mee te wegen.

    Floris Schreve

    Tot zover de inleiding. Het direct hierop volgende stukje wordt het fragment over de monotheïstische godsdiensten, al eerder hier verschenen. Het geheel volgt dus later.

    Noten

    1. Guido Zembsch Schreve (opgetekend door Eddy de Roever), Operatie Pierre Jaques; Geheim agent, comando en gevangene van de Gestapo, Uitgeverij Hollandia, Baarn, 1990. In het Engels verschenen als Pierre Lalande: special agent, Leo Cooper, Londen, 1996. Zie ook deze uitzending van het geschiedenisprogramma Andere Tijden over Kamp Dora, http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/39391235/, waarin hij overigens geen rol speelt (hij is in 2003 overleden).

    2. Aan een paar van deze Holocaustontkenners (David Irving, Robert Faurrisson en Ernst Zündel) heb ik aandacht besteed in een serie andere artikelen op dit weblog. Bij een Belgisch antroposofisch tijdschrift dat ik hier kritisch heb besproken, zijn deze lieden nogal populair, zie https://fhs1973.wordpress.com/category/antroposofie-en-holocaust-negationisme/

    3. Kanan Makiya, Verzwegen wreedheid; nationalisme, dictatuur en opstand in het Midden Oosten, Bulaaq/Kritak, Amsterdam/Antwerpen, 1993, p. 209. Aan deze publicatie heb ik elders op dit blog ook uitgebreide aandacht besteed, zie https://fhs1973.wordpress.com/2008/05/11/edward-said-orientalism-en-de-kritiek-van-kanan-makiya/.

    4. Charles Ducal (red.), Rendez vous in Bagdad, Epo, Antwerpen, 1994. Verslag van een groepje ‘kritische’ Belgische intellectuelen, die zich door het toenmalige Iraakse regime  lieten uitnodigen om de gevolgen van het embargo ‘kritisch’ te onderzoeken. Hun gastvrouw was de Iraakse journaliste en functionaris van het ministerie van informatie, Nasra as-Sadoon, gehaat en gevreesd door de Iraakse ballingen die ik ken, al wordt er in het boek stellig beweerd dat zij géén lid zou zijn van de Ba’thpartij en onafhankelijk was (net alsof dat mogelijk was). Om dit met een voorbeeld te illustreren; hier in Nederland sprak ik een inmiddels gevluchte Iraakse kunstenaar die in eigen land een grote faam genoot; hij werd ook herhaaldelijk positief gerecenseerd in het niet meer bestaande Engelstalige internetkrantje van deze Nasra as-Sadoon, The Daily Iraq. Toen ik hem over dit boek sprak, wist hij me te vertellen: ‘Zij zou niet voor het regime werken? Zij is het regime’.
    Dit gezelschap sprak ook met een andere kunstenaar in Bagdad, die later ook naar Nederland is gevlucht en die ik persoonlijk goed heb leren kennen. Geheel overbodig om te zeggen dat wat hij toentertijd in Irak aan deze delegatie vertelde niet overeenkwam met zijn werkelijke opvattingen en deze kunstenaar was echt geschokt om jaren later terug te lezen hoe dit gezelschap zich door het regime heeft laten inpakken. Het boek is in zijn geheel te lezen op http://www.irak.be/ned/index.htm

    Een repliek aan Ratna Pelle, beroepspropagandiste, hysterische Zioniste en Palestijnenbasher

    Ook verschenen op Stop de Bezetting, zie verder Stan van Houcke en De Israël-Lobby

    ‘De ‘aldoor zegevierende staat Israël’ kan niet eeuwig steunen op de sympathie voor slachtoffers’ (Wiesenthal). Wiesenthal lijkt te bedoelen dat het voor de staat Israël, nu het ‘aldoor zegeviert’, niet meer nodig is om zich als slachtoffer op te stellen, maar zijn kracht ten volle kan laten gelden. Dat mag waar zijn, mits je daaraan toevoegt dat die nieuwe positie nieuwe verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Het probleem op dit moment is dat de staat Israël, hoewel het ‘permanent zegeviert’, nog steeds steunt op het beeld van de Joden als slachtoffers om zowel zijn machtspositie te legitimeren, als om zijn critici te hekelen als verhulde Holocaustsympathisanten’.

    Slavoj Žižek (filosoof, verbonden aan de universiteit van Ljubljana, Slovenië, en gasthoogleraar aan vele andere universiteiten in Europa en de VS), in Geweld; zes zijdelingse bespiegelingen, Boom, Haarlem, 2008, p. 119

    ‘One must admit, however, that all liberals and even most ‘radicals’ have been unable to overcome the Zionist habit of equating anti-Zionism with anti-Semitism. Any well-meaning person can thus oppose South African or American racism and the same time tacitly support Zionist racial discrimination against non-Jews in Palestine. The almost total absence of any handily available historical knowledge from non-Zionist sources, the dissemination by the media of malicious simplifications (e.g. Jews vs. Arabs), the cynical opportunism of various Zionist pressure groups, the tendency endemic to university intellectuals uncritically repeat cant phrases and political clichés (this role of Gramsci assigned to traditional intellectuals, that being ‘experts in legitimation’), the fear of treading upon highly sensitive terrain of what the Jews did to their victims, in an age of genocidal extermination of Jews-all this contributes to the dulling, regulated enforcement of almost unanimous support for Israel. But, as I.F. Stone recently noted, this unanimity exceeds even the Zionism of most Israelis’

    Edward Said (hoogleraar literatuurwetenschappen aan de Columbia University en prominent Palestijns intellectueel, overleden in 2004, zie ook dit eerdere artikel op dit blog), in The Question of Palestine, 1978 (geciteerd uit Moustafa Bayoumi & Andrew Rubin, The Edward Said Reader, Vintage, New York, 2000, p. 118). Inmiddels is er wel het een en ander veranderd, in Europa en ook in Amerika, maar voor hetgeen wat er hier besproken gaat worden is deze passage van Edward Said nog altijd schokkend actueel, zoals snel zal blijken.

    Hasbara of hysterische soliste?

    Een repliek aan Ratna Pelle, beroepspropagandiste, dolgedraaide Zionistische veelblogster en Palestijnenbasher

      Elders op het web schreef de eerder ter sprake gekomen radicale pro-Israël activiste Ratna Pelle (zie mijn vorige bijdrage over het Israëlische Palestijnse conflict) op een van haar vele blogs ( http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000413.html ): De methoden van de anti-Israellobby (1) IMO Blog, 11 december 2009:

    ‘Een van de dingen die me opviel toen ik me in discussies met felle tegenstanders van Israël begaf, is hoezeer men op de man speelt. Jaap Hamburger (van ‘Een Ander Joods Geluid’, FS) is hier een kei in, en kleineert zijn tegenstanders continu. De minachting spat er vanaf. Je zou zeggen dat de voorzitter van een in zijn ogen respectabele club die geregeld in de media verschijnt dergelijke methoden niet nodig heeft. Het blijkt echter nog erger te kunnen, en radikale antiziosemieten zoals ene Sonja (of Janneke), Stan van Houcke en het groentje Floris Schreve (hij wil graag carrière maken in de antizionistische blogosfeer), proberen hun tegenstanders te intimideren. Stan van Houcke, die zelfs officieel journalist is, spant de kroon. Honderden blogs wijdt hij aan zijn opponenten, waarbij alles wat zij ooit hebben geschreven tegen hen wordt gebruikt, al heeft het helemaal niks met Israël of de Palestijnen te maken’.

    Ratna Pelle, in haar woorden: ‘Ik ben Ratna Pelle, een academica uit Nederland, en ben actief geweest in diverse linkse bewegingen voor vrede, milieu en derde wereld. Ik ben noch Joods noch Palestijns noch Israëlisch noch Arabisch’, vindt mij, waarschijnlijk op grond van dit ene blogitem, een ‘anti-ziosemiet’ (alhoewel, ik moet nog carrière maken). Tja, wat moet je hiermee? ‘Antiziosemitisme’ is een neologisme, wellicht afkomstig van Ratna zelf, althans het is de eerste keer dat ik heb kennis genomen van deze Orwelliaanse kwalificatie. Maar als ik het goed begrijp zou het dus een soort antisemitisme zijn. Interessant om dat van de niet-Joodse (maar misschien wannabe Joodse, in ieder geval hysterische Zionistische) Ratna te mogen vernemen. Is kritiek op Ratna Pelle al een vorm van antisemitisme? Zoiets als kritiek op Stalin een schoffering van het proletariaat betekende? Boeiend. Bovendien, wat weet ze verder van mij, of van mijn achtergrond? Kan nog heel interessant gaan worden.

    Je zou verder natuurlijk boos kunnen worden om zo’n kwalificatie (en dat zou volkomen terecht zijn), maar als je ziet wat ze in een bericht daaronder schrijft, denk ik niet dat ze erg overtuigend is. Ik kan iedereen aanraden om het verder te lezen. Ze valt vanzelf door de mand. Bovendien bevind ik me in goed gezelschap, gezien de anderen die ze noemt.

    Maar wat moet je ermee? Want wat je er ook van mag vinden, er valt genoeg over te zeggen. Wat wel fascinerend is dat zij over Stan van Houcke schrijft: ‘Honderden blogs wijdt hij aan zijn opponenten, waarbij alles wat zij ooit hebben geschreven tegen hen wordt gebruikt, al heeft het helemaal niks met Israël of de Palestijnen te maken’. Interessant om dat van Mevrouw Pelle te mogen vernemen. Ratna Pelle schrijft namelijk duizenden blogitems (niet overdreven, vandaag waren het maar liefst 6.860 hits), waarin zij de halve wereld voor antisemiet uitmaakt. Als je haar naam googlet zal dat in een oogopslag duidelijk worden.

    Haar mooiste quote vind ik nog altijd:

    ‘Pr werkt sowieso vooral wanneer zij zelf onzichtbaar is, en het lijkt alsof authentieke mensen spontaan hun verhaal vertellen, onderzoekers en wetenschappers met nieuwe ‘onthullende feiten’ naar buiten komen, er spontaan opeens allerlei artikelen verschijnen en reportages worden gemaakt die jouw kant van de zaak naar voren brengen’,

    aldus Ratna Pelle, in haar recensie van Het zijn net mensen van Joris Luyendijk, in een zeldzame vlaag van (onbewuste?) openhartigheid, http://www.israel-palestina.info/hetzijnnetmensen.html. Haar spelling van de afkorting ‘P.R.’ (als ‘Pr’) lijkt hier (alweer onbewust?) eerder een afkorting te zijn van ‘Propaganda’ dan van ‘Public Relations’. Bovenstaande ‘ontboezeming’ geeft mijns inziens de kern van haar doelstellingen en strategieën weer, althans haar vele pogingen daartoe. De overstelpende kwantiteit van haar bijdragen op het internet is daar het resultaat van.

    Het ‘probleem’ Ratna Pelle is niet zo zeer haar radicale opvattingen (er zijn in het Nederlandse taalgebied genoeg van dit soort bloggers te vinden met soortgelijke extreme standpunten), maar het zit hem er vooral in hoe zij zich manifesteert. In de eerste plaats probeert zij zich als ‘neutraal’ of ‘onafhankelijk’ te presenteren. Haar website Israël-Palestina info heeft bijvoorbeeld als logo een Israëlisch en Palestijns vlaggetje. Op het eerste gezicht staan er allerlei ‘neutrale’ (of ‘objectieve’) achtergrondartikelen op. Maar als je deze nader bekijkt dan blijken deze er vooral op te zijn gericht dat Palestijnen geen aanspraken kunnen maken op het gebied ten westen van de Jordaan en dat de Palestijnen eigenlijk helemaal geen volk zijn, maar Arabieren, die al genoeg nationale staten hebben. Sinds wanneer is dat een argument? Is net zoiets als alle Nederlanders kunnen best verhuizen als er hier Chinezen moeten worden gehuisvest, want er zijn al genoeg Europese landen voor ‘Europeanen’. En bovendien, je zou dan net zo goed kunnen stellen dat ‘de Joden’ eigenlijk geen volk zijn, maar een religie, met diverse nationale achtergronden. Hadden zij daarom het recht om de Palestijnen te verdrijven? Pardon, in de ogen van Ratna zijn dat de ‘Arabieren’ (Palestijnen bestaan niet), die trouwens niet verdreven zijn, maar zelf het land hebben verlaten, omdat hun leiders daartoe zouden hebben opgeroepen. Deze ietwat nationalistische mythe van de Staat Israël, die nog steeds door Ratna wordt uitgedragen, is inmiddels allang ontkracht, niet in de laatste plaats door diverse Israëlische historici zelf (de ‘New Historians’ als Ilan Pappé, Benny Morris, Avi Schlaim, Tom Segev ea), zij het dat deze historici over de ‘beoordeling’ van deze etnische zuivering sterk van mening verschillen (vooral Pappé en Morris, die tegenwoordig weer het ultra-zionistische standpunt uitdraagt, zie dit recente interview met de Groene Amsterdammer, al ontkent hij deze gebeurtenissen niet, hij ‘rechtvaardigt’ ze slechts). Wellicht is het aardig om nog een keer de parabel van Joris Luyendijk aan te halen (waar Ratna overigens woedend over is):

    ‘Stel: in de Verenigde Staten wordt een gek de baas die alle mensen met een Friese grootvader laat oppakken en afmaken. Het wordt een moordpartij van ongekende omvang en als het Anti-Friese bewind eindelijk ten val komt, is duidelijk dat de Friese overlevenden niet meer in Amerika willen wonen. Dus komt er een plan: de Friezen krijgen een eigen staat. En wat is een logischer plek dan het land dat volgens de oude teksten Fries is? Ondanks Nederlands verzet stemmen de Verenigde Naties met het plan in en uit de hele wereld trekken mensen met een Friese grootouder richting de nieuwe Friese staat, royaal gesubsidieerd door Amerika. De overige Nederlanders protesteren: ”Wij hadden toch nooit problemen met de Friezen?’ Maar in de internationale opinie overheerst het medelijden met de Friezen. Er komt een voorstel: de helft van Nederland wordt Frisia, en in de andere helft kunnen de Nederlanders blijven wonen.
    De Nederlanders pikken dit niet en er komt een oorlog die de Friezen, met Amerikaanse hulp, winnen en een nog groter deel van Nederland valt in Friese handen. Miljoenen niet-Friese vluchtelingen overstromen de grote Nederlandse steden en de spanningen lopen op, vooral omdat kleine groepjes Nederlanders een guerrilla zijn begonnen tegen de Friezen. ‘Terrorisme!’, roepen Friese voorlichters op CNN: ‘They are killing innocent Frisians!’ Intussen vraagt het Nederlandse volk: ‘Wat hebben wij voor leiders?’
    Er volgt een militaire coup en wanneer Nederland probeert in het buitenland wapens te kopen, verovert de jonge Friese staat met een ‘preventieve aanval’ de rest van Nederland, plus stukken van Duitsland en België. Drommen niet-Friese Nederlanders vluchten de grens over naar Duitsland en België, waar ook coups volgen: we moeten voorkomen dat de Friezen ons pakken! Intussen regeert het Friese leger met harde hand over de bezette Nederlandse provincies, wurgt de economie en confisqueert de mooiste stukjes voor nederzettingen en speciale wegen van die nederzettingen naar Frisia.
    Dan komt er een vredesproces en krijgt Nederland Limburg, een stukje Brabant en een Zeeuws eiland aangeboden. Die brokjes mogen geen Nederland heten, Nederland mag geen leger hebben en alle grenzen worden bewaakt door Friese troepen’.
    (Joris Luyendijk, Het zijn net mensen; beelden uit het Midden Oosten, Uitgeverij Podium, 2006, p. 145-146)

    Ratna hierover: ‘Welke twintig zaken kloppen er niet in deze vergelijking? Het is overigens niet de eerste keer dat ik hem tegenkom. Ik kom hem vaker tegen in discussies en ik moet altijd erg mijn best doen niet boos te worden en vriendelijk uit te leggen waarom hij totaal niet opgaat. Het begint al met de aanname dat er dus, voor Israëls stichting, een Palestijnse staat was waar pas na de Holocaust opeens een hoop Joden naartoe kwamen en de VN hun dit gebied toewees ‘op grond van oude teksten’. Niet omdat zij er altijd hadden gewoond, zoals in Jeruzalem, Safed, Tiberias en Hebron, er voor de Holocaust al een Joodse staat in wording was in Palestina die praktisch alle zaken zelf regelde, niet omdat Joden altijd een fysieke, religieuze en spirituele band met het land hebben gehad, en dit centraal staat in zowel religie als nationale identiteit. Vervolgens wordt alle Arabische vijandigheid tegenover de Joden ontkend, pas toen zij het land praktisch wilden overnemen kwam er verzet. In de praktijk waren er figuren als de moefti, die Hitlers oplossing van het Joodse probleem in Palestina wilde toepassen en vanaf de jaren ’20 de Arabische bevolking tegen de Joden opzette, werden de Joden geregeld aangevallen en wezen de Arabieren ieder compromis en iedere samenwerking met de Joodse gemeenschap af. Deze en talloze andere zaken laat niet alleen Luyendijk weg, maar de media überhaupt en dat is waarom we deze vergelijking zo dikwijls te horen krijgen’. (http://www.israel-palestina.info/hetzijnnetmensen.html)

    Wat klopt er niet aan Ratna’s ‘weerlegging’? Natuurlijk dekt deze analogie niet de hele situatie, maar in Friesland hebben er toch altijd Friezen gewoond? Lijkt me duidelijk. En dat er veel wrijvingen zijn geweest gedurende het interbellum tussen de Palestijnse bevolking en de Joodse nieuwkomers, ook waar. Maar er waren ook Joodse terreur organisaties die vele bloedige aanslagen pleegden, zowel op Palestijnse als Britse doelen. Het opblazen van het King David Hotel door de Irgun militie in 1946, waarbij 91 doden vielen, is hier een goed voorbeeld van. Dat ook de Palestijnen (pardon Arabieren) zich aan soortgelijke zaken schuldig maakten, ook waar. Maar mochten ze daarom massaal hun land uit gedreven worden? Elders in dit artikel zegt ze dat er nooit een Palestijnse staat was. Nee, want het hele gebied was een onderdeel van het Osmaanse Rijk. Er was dus ook geen Joodse staat. Maar rechtvaardigt dit de exclusieve claim (want daar gaat het hier om) van de Joden op het gebied Palestina, waar voor Palestijnen, pardon Arabieren, geen plaats meer was? Enz. enz.

    Maar het ‘probleem Ratna Pelle’ is naast de ‘kwaliteit’, vooral de kwantiteit. Er is op dit onderwerp niemand zo actief in het Nederlandse taalgebied op internet als zij. Haar productie is werkelijk van een maniakale omvang. Psychologisch ongetwijfeld bijzonder interessant, maar wat hier belangrijker is, is dat het er bijna de schijn van heeft dat zij probeert het digitale Nederlandse taalgebied dicht te slibben met haar soms verhulde, soms openlijke propaganda (want dat is het). Wie de woordcombinaties ‘Israëlisch Palestijns conflict’, of ‘Israël Palestina’ googlet stuit vrijwel zeker op een of meer van de vele sites van Ratna Pelle en haar kleine entourage (voornamelijk Wouter/Wil Brassé en heel af en toe een zekere Abby). Daarom lijkt het mij niet verkeerd om een keertje het licht te laten schijnen op dit ‘fenomeen’ en een keer goed zichtbaar te maken wie of wat zij eigenlijk is en vooral hoe zij te werk gaat.

    ‘Wouter’

    Een paar van haar hoogtepunten, met wat kanttekeningen van mijn hand. Deze zijn eerder gepasseerd in mijn korte discussie met haar ‘rechterhand’ Wouter/ Wil Brassé, overigens net zo’n wannabe en dan niet alleen in dit opzicht, zie zijn ietwat bizarre homepage en dan vooral op het sub itempje ‘Wie ben ik?’. Ik weet het wel. Het lelijke eendje dat graag een zwaan wil zijn. Of de hulp-Sinterklaas, zie op de homepage, iets naar beneden scrollen en dan de vierde foto van links. Maar los van zijn wat aandoenlijke liefhebberij (hij vindt zichzelf in opgepimpte staat ‘om te zoenen’, al kunnen zijn drag creaties moeilijk als erg geslaagd gekenschetst worden, maar misschien bekijk ik het iets te hoofdstedelijk en leg ik de lat wat hoog), is ook Wouter een doorgedraaide Israël aanbidder en Palestijnenbasher, met een zelfde productiviteit als Ratna. Met hem zet Ratna overigens ook ‘spontane ingezonden brievenacties’ op, zoals dit bijna lachwekkende bericht van het CIDI duidelijk laat zien. Daarin staat oa vermeld: ‘De Nijmeegse GroenLinks-publiciste Ratna Pelle schreef op 16 september onderstaand opinieartikel in De Gelderlander waarin zij Van Agt in felle bewoordingen beschuldigde van misleiding en het creëren van vijandbeelden. Een vergelijkbaar artikel van GroenLinks-lid Wouter Brassé verscheen in De Limburger van 17 september’. Hoe spontaan. Zie wederom Ratna’s uiteenzetting over PR/ propaganda: ‘Pr werkt sowieso vooral wanneer zij zelf onzichtbaar is, en het lijkt alsof authentieke mensen spontaan hun verhaal vertellen, onderzoekers en wetenschappers met nieuwe ‘onthullende feiten’ naar buiten komen, er spontaan opeens allerlei artikelen verschijnen en reportages worden gemaakt die jouw kant van de zaak naar voren brengen’. De vraag is alleen of dit ook zo effectief is wanneer dit soort operaties gerund worden door het tweemansbedrijf Ratna en Wouter. Lijkt me iets te doorzichtig. Dat mag best wat professioneler. Overigens schijnt niemand bij Groen Links Ratna en Wouter te kennen, zie http://stanvanhoucke.blogspot.com/2009/01/de-raciste-ratna-pelle.html, of http://empire.blogsome.com/2008/03/07/karel-van-broekhoven-reageert. Aangetekend moet worden dat Ratna, naar eigen zeggen althans, kennelijk wel in het Groen Links Magazine zou hebben gepubliceerd over het Midden Oosten conflict, zie dit artikel van maart 2005, opnieuw geplaatst op een van haar vele blogs, Ratna.nl. Hoewel zij in dat artikel het Groen Links standpunt hekelt als te eenzijdig, is ze in dit stuk aanzienlijk gematigder. Maar het is wel opmerkelijk dat er zo’n radicale, of zelfs extremistische Zionistische roeptoeter bij een partij als Groen Links rondloopt, die haar minachting voor de rechten van de Palestijnen zo luidkeels naar buiten brengt. Netjes van Groen Links dat ze zoveel diversiteit de ruimte geven, maar ik zou er wel iets kritischer op zijn, zeker in dit geval. Zie overigens ook deze merkwaardige bijdrage van haar en Wouter over de positie van Groen Links, waarin ze opeens een beetje beginnen te draaien. Een erg komische reactie daaronder overigens, waarschijnlijk van een Christen-Zionist.

    Maar hier nogmaals de kleine bloemlezing, oorspronkelijk uit mijn korte discussie met ‘Wouter’. Eerst wat passages van Ratna, dan mijn commentaar:

    ‘De campagne heeft in totaal tot aan het unilaterale staakt-het-vuren op 17-18 januari 3 weken geduurd, waarbij naar verluid zo’n 1.300 Palestijnen zijn omgekomen en 13 Israëli’s. Over het aantal burgerslachtoffers en strijders verschillen beide partijen sterk van mening. Volgens sommige bronnen is eenderde van de Palestijnse doden kind, volgens andere is dat aantal veel lager. Het maakt ook uit of je 16- en 17-jarigen die soms al volwaardig meedoen in de strijd als kind definieert, en we moeten niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd in Gaza 17 jaar is’.(http://www.israel-palestina.info/gaza_oorlog.html)

    Mijn commentaar:

    ‘…en we moeten niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd in Gaza 17 jaar is’ Erg hé, van die Palestijnen, dat ze zoveel kinderen krijgen althans. Ook onverantwoordelijk, want dat levert vervelende statistieken op als er weer eens op dichtbevolkt gebied moet worden geschoten. Natuurlijk is het vooral niet goed voor de beeldvorming, want dit soort zaken maken het er niet makkelijker op om het product Israël op de markt te zetten. Alhoewel, je kunt het ook als een kans zien. Want het is in die omstandigheden wel een uitdaging om het dan op te nemen tegen ‘Gretta’, ‘EAJG’(Een Ander Joods Geluid, FS) en een ‘pro-Palestijnse’ krant als NRC Handelsblad (Ratna is dus boos op alledrie, zoals elders in mijn stuk zal worden uitgelegd). Zie hier de logica en de ethiek van mevrouw Pelle, samengebald in een bijzin.

    Nog een stukje. Eerst een passage van Ratna:

    ‘Mensen wonen om verschillende redenen over de Groene Lijn, uit (religieuze) verbondenheid met het land, of omdat het er rustig en mooi is en bovendien goedkoop wonen, of omdat men vindt dat Israël dit gebied moet houden, of omdat men denkt dat de nederzettingen een geschikt drukmiddel zijn om de Palestijnen zover te krijgen om Israël echt te erkennen en de daarvoor noodzakelijke concessies te doen’. http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000403.html

    Mijn commentaar:

    ‘Omdat het er rustig en mooi is en bovendien goedkoop wonen’. Ratna, mag ik je herinneren aan je summiere statement over jezelf: ‘Ik ben Ratna Pelle, een academica uit Nederland, en ben actief geweest in diverse linkse bewegingen voor vrede, milieu en derde wereld’. Als je ook zo over hulp aan de derde wereld denkt, denk ik dat het goed is dat er geen ontwikkelingshulp volgens het recept Ratna wordt gegeven. Hoe kun je dit dan in overeenstemming brengen met die idealen waar je zelf voor zegt te staan? Bovendien, wat is er mooi aan de muur? Maar los daarvan, ook zo mooi wonen op die heuveltoppen, met die opeengepakte verpauperde Palestijnen aan je voeten, waarvan zelfs het water wordt weggepompt om aan een eerste levensbehoefte te voldoen als bijvoorbeeld het vullen van een zwembad. Lang leve de vrede, het milieu en de derde wereld! Lijkt me ook heerlijk wonen op gestolen land, terwijl de rechtmatige eigenaren als bedelaars aan je voeten leven, vooral voor je eigen gemoedsrust. Heel rustig en mooi! Lijkt me dat je geen ‘academica’ hoeft te zijn om te snappen dat dit niet helemaal spoort’. En wat bedoel je met concessies? Dat het Palestijnse geweld stopt? Dan zou je juist die nederzettingen moeten ontmantelen. Als je andere concessies zou bedoelen, hoeveel concessies moeten de Palestijnen nog doen? Nog meer land opgeven? Ik vrees dat de bodem wel is bereikt.

    ‘links’

    Nu het communisme (Stalin) toch ter sprake is gekomen, neem zeker kennis van deze passage. Het is zo’n beetje het enige statement van Ratna over zichzelf, waarin ze iets vertelt over haar eigen achtergrond:

    ‘Veel mensen ter linkerzijde vragen zich tegenwoordig af hoe ze indertijd zo lang sympathie konden blijven houden voor de Sovjet Unie en voor China. In een discussie hierover meende ik onlangs dat de CPN zich rond 1980 officieel distantieerde van de Sovjet-Unie. “Toen al?”, vroeg mijn gesprekspartner. “Al?”, zei ik, “ik noem dat pas, want voor een ieder die het wilde zien was toen toch allang duidelijk dat het systeem niet deugde, en dissidenten en een ieder die ook maar enige kritiek durfden te uiten werden opgesloten of naar een werkkamp gestuurd?” Ik was toen nog erg jong, maar ik liep enthousiast mee in de grote vredesdemonstraties van begin jaren ’80 en scandeerde de leus: “liever een Rus in de keuken dan een raket in de tuin”. In feite betekent dat dat je liever in een dictatuur wilde leven dan je te bewapenen. Een absurd idee. Als 15 jarige mag je dat roepen, maar als 25 of 36 jarige zou je beter moeten weten. Voor de duidelijkheid: dit was niet de algemene opvatting van de vredesbeweging, en de vragen die men stelde bij de wapenwedloop waren volkomen legitiem. Het geeft echter wel een bepaald sentiment weer van een deel van de beweging, en de kritiekloze houding van velen jegens de Sovjet Unie. Het feit dat ze tegen Amerika zijn en haar macht en moraal ter discussie stellen, is toen en nu de rechtvaardiging gewelddadige duistere ondemocratische bewegingen of regimes te steunen. Het zijn helaas niet alleen tieners die koketteren met Hamas en Hezbollah, en Israël een racistische Apartheidsstaat noemen. Collectieve blindheid komt in alle lagen van de bevolking voor en onder alle leeftijden. Het is tijd voor een paradigma switch’. (http://www.zionism-israel.com/blog/)

    Wat mij betreft een zeldzaam obligaat (truttig) verhaal en ook nog een manke vergelijking. Ik denk dat dit verhaal meer hout zou snijden als: ‘Tot in de jaren tachtig stond vrijwel heel Nederland onvoorwaardelijk achter Israël, niet geheel los te zien van onze terechte schaamte dat wij wel erg veel Joodse landgenoten hadden verloren in de periode 40-45, zeker als je het vergelijkt met Denemarken, België en Frankrijk. Na de slachting van Sabra en Shatila in 1982, gedurende de Libanonoorlog, begon dit heel langzaam te veranderen. ‘Toen al?’ ‘Al?’ Ik noem dat pas, want iedereen kon toen al zien dat de bezetting van de Palestijnse gebieden….’ etc. Lijkt me duidelijk. Die paradigma switch heeft ze overigens gepikt van Anja Meulenbelt, zie http://anjameulenbelt.sp.nl/weblog/2004/07/28/de-paradigmastrijd-1/ . Al met al een wat kreupele poging om het verhaal van Meulenbelt om te draaien (met wie ze overigens een paar heftige confrontaties heeft gehad, zie http://anjameulenbelt.sp.nl/weblog/2008/07/27/geen-apartheid/ of op een van Ratna’s blogs: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000226.html).

    In de wereld van Ratna Pelle ligt de vijand altijd en overal op de loer. Haar visie op Israël druipt van de Asterix en Obelix romantiek, waarin een klein dorpje dapper weerstand bood tegen de omringende agressors. Iedereen die haar getroubleerde blik op de werkelijkheid niet deelt is zo’n beetje een antisemiet, die met alle middelen bestreden dient te worden. Palestijnen zijn voor haar volkomen ontmenselijkt, zie haar uitspraken over het grote percentage minderjarige slachtoffers in Gaza. Dan hebben we het nog niet over de Nakba, die volgens Ratna nooit heeft plaatsgevonden, zie deze bijdrage, of een artikel dat ze een keer in Trouw geplaatst heeft weten te krijgen, waarin ze de prominente Israëlische historicus Ilan Pappé tracht aan te vechten, die een standaardwerk over de Nakba schreef (The ethnic cleansing of Palestine, 2006). In die zin is ze ook een ‘Nakba-negationist’. ‘Er was geen sprake van etnische zuivering’, aldus mevrouw Pelle. Toch is in deze recensie in Trouw haar toon aanmerkelijk gematigder dan wanneer ze in haar eigen territorium opereert, waar zij alle remmen los gooit en zich lekker laat gaan. Over Pappé schrijft zij op een van haar eigen sites, www.zionism-israel.com:

    ‘Pappé minacht feiten niet alleen zelf, hij draagt dit ook over op zijn leerlingen. In 2005 was een leerling van hem, Teddy Katz, door oud-soldaten aangeklaagd nadat deze in zijn proefschrift had beweerd dat zij massaslachtingen hadden aangericht in het Palestijnse dorp Tantura. Het bleek dat hij de tekst van de opgenomen interviews met de soldaten op essentiele punten had veranderd in zijn proefschrift. Katz zag zich gedwongen delen van zijn proefschrift aan te passen, maar Pappe bleef hem verdedigen, en beweerde dat zowel hij als Katz werden vervolgd om politieke redenen en de universiteit hem wilde ontslaan. Vervolgens riep hij academici van over de hele wereld op om zijn universiteit – de universtiteit van Haifa – te boycotten. Onnodig te zeggen dat dit alles voor een aanzienlijke publiciteit heeft gezorgd en hem beroemd gemaakt tot ver buiten Israël. Vooral initiatiefnemers van boycot-acties tegen Israël vonden in hem een dankbare bondgenoot – wie kan ze nu nog van antisemitisme beschuldigen? Zijn gesjoemel met feiten, en zijn rancuneuze en kinderachtige gedrag jegens zijn eigen universiteit schijnt er voor deze groeperingen niet toe te doen. Iedereen die hen helpt in hun kruistocht tegen Israël is welkom. EAJG en UCP zijn geen vredesorganisaties (????? Dit zijn dus ‘Een Ander Joods Geluid’ en ‘United Civilians for Peace’, FS); zij dragen niet bij aan vrede en verzoening tussen Israël en de Palestijnen. Zij praten aanslagen tegen Israël goed als ‘legitiem verzet’ en hebben meermaals sprekers op door hen georganiseerde bijeenkomsten of demonstraties uitgenodigd die Hezbollah en Hamas verdedigen, zoals Abu Jahjah van de Arabisch Europese Liga. Ook hebben woordvoerders van beide organisaties meermaals een vergelijking gemaakt tussen de bezetting van de Palestijnse gebieden en de bezetting van Nederland door de Nazi’s, en Israël vergeleken met de Nazi’s, zoals bijvoorbeeld tijdens de recente toespraak van EAJG-lid Max Wieselman bij kamp Westerbork. Zulke vergelijkingen zijn onjuist, kwetsend en dragen slechts bij tot polarisatie (gelukkig predikt Ratna Pelle louter verzoening, en is het ‘bijdragen aan polarisatie’ wel het laatste dat je haar in de schoenen kunt schuiven, FS). Dat weten deze organisaties ook wel, net als dat zij de ideeën van Jahjah kennen, en kiezen dus bewust voor deze aanpak. Daarom vind ik het nogal vreemd dat zij door velen nog steeds als vredesorganisaties worden gezien. Een Ander Joods Geluid betekent allerminst een beter Joods geluid, en je hoeft geen groter-Israël aanhanger te zijn om je tegen hen te keren’. (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000116.html)

    Een paar kanttekeningen. Eerst de kwestie Katz. Over de zaak Teddy Katz is veel geschreven. Katz studeerde bij Pappé af aan de Universiteit van Haifa met een scriptie over de massaslachting van het Palestijnse dorp Tantura, in de nacht van 22 op 23 mei 1947 (volgens enkele bronnen is het overigens een misverstand dat Pappé zijn eerste begeleider was, dit zou Kais Firro geweest zijn, zie http://www.counterpunch.org/amit05112005.html). Aanvankelijk waren Pappé en een aantal coreferenten zeer lovend over het onderzoek van deze afstuderende historicus, dat hij had gedaan op basis van interviews met ooggetuigen. Ook de pers had er belangstelling voor: de krant Ma’ariv publiceerde een interview met Katz over zijn scriptie-onderzoek. Academica Ratna Pelle blijkt overigens het verschil tussen een scriptie (MA) en een proefschrift (PhD) niet te kennen, maar dat terzijde. Of ze kent de details van deze zaak niet zo goed en gaat alleen maar af op een artikeltje, vermoedelijk afkomstig uit betrouwbare Zionistische bron, dat zou natuurlijk ook kunnen. Maar hoe dan ook, na dit interview begonnen de problemen; Katz werd aangeklaagd door veteranen die aan militaire acties hadden deelgenomen. Pappé heeft zijn student altijd verdedigd, maar de enorme druk werd Katz uiteindelijk teveel en hij gaf in het openbaar toe dat hij ‘fouten’ zou hebben gemaakt. De zaak werd geschikt toen Katz een advertentie plaatste met de verklaring: ‘Vandaag verklaar ik dat er in Tantura geen slachting heeft plaatsgevonden. Ik geloof de Alexandroni (zo heette de desbetreffende brigade) veteranen die elke betrokkenheid bij een dergelijke slachting uitdrukkelijk ontkennen. En ik herroep de in mijn scriptie impliciet verpakte conclusie dat er onder ongewapende of weerloze mensen een bloedbad is aangericht’ (geciteerd uit Chris van der Heijden, Israël, een onherstelbare vergissing, uitgeverij Contact, 2008, p. 15). Kort na deze verklaring kreeg Katz spijt en verklaarde alsnog achter zijn eigen onderzoek te staan. Hij poogde de zaak te heropenen, maar deze werd ook door het Israëlische Hooggerechtshof niet ontvankelijk verklaard. Pappé, die altijd achter de eerdere versie van Katz had gestaan, was diep verontwaardigd door het gebrek aan steun van zijn eigen universiteit voor deze student en verliet Israël om hoogleraar te worden in Exeter. Zijn oproep tot boycot van zijn vroegere universiteit moet ook in dat licht worden gezien. Pappé legt het zelf overigens duidelijk uit in zijn artikel Academic Freedom under assault, zie http://ilanpappe.com/?p=23#more-23 . Duidelijk wordt dan ook dat de zaak Katz niet het enige was dat er speelde, uit het artikel blijkt ook dat er meer aan de hand was op de Universiteit van Haifa. Verder vermeldt wikipedia het volgende over de kwestie Katz (http://en.wikipedia.org/wiki/Ilan_Papp%C3%A9): Pappé publicly supported an M.A. thesis by Haifa University student Teddy Katz, which was approved with highest honors, that claimed Israel had committed a massacre in the Palestinian village of Al-Tantura during the war in 1948, based upon interviews Arab residents of the village and Israeli veteran of the operation.[20] Neither Israeli nor Palestinian historians had previously recorded any such incident. Meyrav Wurmser describes it as a “made-up massacre,”[21] but according to Pappe “In fact the story of Tantura had already been told before, as early as 1950 . . . It appears in the memoirs of a Haifa notable, Muhammad Nimr al-Khatib, who, a few days after the battle, recorded the testimony of a Palestinian.”[22] In December 2000, Katz was sued for libel by veterans of the Alexandroni Brigade and after the testimony was heard, he retracted his allegations about the massacre. Twelve hours later, he retracted his retraction. Following the trial the university appointed a committee to reexamine the thesis, which decided to overturn the original decision and fail it.[23][24] Pappé continues to defend both Katz and his thesis.[25][26] Tom Segev and others[25] argued that there is merit or some truth in what Katz described.[24] According to the Israeli new historian Benny Morris, although war crimes were committed, there’s “no unequivocal proof of a large-scale massacre.”[27]

    Los van of Katz nu wel of niet gelijk had in de kwestie Tantura, dit is het volledige verhaal. Het lijkt mij vooral een bijzonder tragische geschiedenis voor Teddy Katz en ik zou niet graag in zijn schoenen hebben gestaan. Als ik er toen van had geweten zou ik met liefde een handtekeningenactie of een steuncomité voor hem zijn begonnen, want los of zijn beweringen klopten, dit had in de academische arena moeten worden uitgevochten en niet voor de rechter door belanghebbende veteranen die zelf onderwerp van onderzoek waren. Is net zoiets als een scriptie onderzoek over de politionele acties in Indonesië laten beoordelen door de veteranen van de speciale commando troepen van de missie op Celebes, die onder bevel stonden van ene kapitein Raymond P.P. Westerling. Maar als we zien wat Ratna van dit verhaal heeft gemaakt, in het midden latend of het onderzoek van Katz correct was of niet, dan is het wel stuitend hoe academica Ratna lak heeft aan de academische vrijheid en kiest voor botte propaganda en militaire intimidatie. We zullen hier nog een paar krasse staaltjes van zien. En dan de bewering dat Een Ander Joods Geluid en United Civilians for Peace geen vredesorganisaties zijn. Wat betreft de ‘Holocaust-vergelijkingen’, waarschijnlijk doelt Ratna op het boek van Hajo Meijer, oprichter van Een Ander Joods Geluid en overlevende van Auschwitz. Hajo Meijer heeft in zijn boek ‘Het einde van het Jodendom’ (hij bedoelt hier overigens mee: het einde van de grote humanistische traditie van het Jodendom, waar hij mee vertrouwd is) wel een soort vergelijking gemaakt met de politiek van de Nazi’s. Hij heeft de situatie in Israël en de houding naar de Palestijnen vergeleken met de situatie van de Duitse Joden aan het begin van de Nazi tijd, voordat er sprake was van massale vervolging, deportatie en uitroeiing. Hij stelt dat de manier waarop de Israëlische politiek omgaat met de Arabieren hem doet denken (is dus iets anders dan ‘gelijk aan’) aan de situatie in Duitsland in de jaren dertig, zoals hij die zelf heeft ervaren. Dat is voor hem ook een belangrijke persoonlijke drijfveer om de Israëlische politiek af te keuren. Maar hij zegt expliciet dat er geen vergelijking is met de ‘Endlösung’. Je kan erover twisten of deze vergelijking legitiem is (mijns inziens overigens wel en Meijer weet deze vergelijking, puttend uit zijn persoonlijke ervaringen, goed te beargumenteren), maar Meijer gaat hier zeker buitengewoon gewetensvol mee om. Over het uitnodigen van Abu Jahjah kun je twisten (Jahjah zegt overigens een felle antizionist te zijn, geen antisemiet), maar dat de eem rechtse politicus en voormalig uitsmijter in een nachtclub maar nu minister en vice premier Avigdor Lieberman door het CIDI vriendelijk wordt onthaald vind ik wellicht nog iets ernstiger. En dat wordt weer door Ratna met vuur verdedigd. Een kleine greep uit de verschillende uitspraken van de voorman Israëlisch extreem rechts (bron):

    “It would be better to drown these prisoners in the Dead Sea if possible, since that’s the lowest point in the world.” (Deputy PM Avigdor Lieberman on a potential amnesty to be offered to 350 Palestinian prisoners, 7 July 2003)

    “We must continue to fight Hamas just like the United States did with the Japanese in World War II. Then, too, the occupation of the country was unnecessary.” (Foreign Minister Avigdor Lieberman, January 2009)

    “They have no place here. They can take their bundles and get lost” (Foreign Minister Avigdor Lieberman on Arab Israelis, May 2004)

    Maar dat deze man met alle égards wordt behandeld vindt Ratna de normaalste zaak van de wereld, waarna ze nog een paar ontstellende mededelingen doet:

    ‘Lieberman wordt ook zwaar aangerekend dat hij in een nederzetting woont. Dit zou zijn ware intenties tonen en laten zien hoe extreem hij is. Niet alleen actiegroepen gebruiken dat tegen hem, ook de NRC gebruikt dit in een bijzonder suggestief artikel over hem, waarin hij wordt neergezet als de grote voorman van de kolonisten, die voor het behoud van ‘Judea en Samaria’ zal strijden en dan niet alleen met vreedzame middelen. In werkelijkheid heeft hij gezegd met de evacuatie van zijn nederzetting, Nokdim, te zullen instemmen in het kader van een vredesverdrag. Je kunt natuurlijk twijfelen aan de oprechtheid daarvan, maar uitspraken van medebewoners van Nokdim gebruiken om aan te tonen dat Lieberman geen vrede wil, is niet minder onbetrouwbaar. Ik vind deze ‘kritiek’ dan ook niet geheel terecht. Wonen in een nederzetting is geen misdaad, al laat het, zeker buiten de grote blokken en Jeruzalem, wel zien dat hij niet staat te springen om een Palestijnse staat. Mensen wonen om verschillende redenen over de Groene Lijn, uit (religieuze) verbondenheid met het land, of omdat het er rustig en mooi is en bovendien goedkoop wonen, of omdat men vindt dat Israël dit gebied moet houden, of omdat men denkt dat de nederzettingen een geschikt drukmiddel zijn om de Palestijnen zover te krijgen om Israël echt te erkennen en de daarvoor noodzakelijke concessies te doen’. (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000403.html, het laatste stukje was al gepasseerd in mijn eerdere discussie met Wouter)

    Ratna laat hier een wel zeer reactionaire kant van het Zionisme zien, zoals het ook in Israël door velen niet gepruimd wordt. Ik zal iets verderop haar bijdragen over de Gaza oorlog bespreken, maar vergelijk het geloei van haar eens met deze oproep van in Nederland wonende Israëli’s? Met hen heb ik het echt te doen. Zij keuren de politiek van hun land onomwonden af. Maar misschien zijn dat in Ratna’s ogen ook ‘antiziosemieten’. In die zin is Ratna eerder extreem rechts dan de progressieve Zioniste waarvoor zij zich tracht uit te geven. Heerlijk die vrede en het millieu en het creëren van een utopisch paradijs, zolang die Palestijnen maar en enkeltje Jordanië krijgen. Een zoetsappige Kibboetz idylle, waar ook meer Nederlanders lange tijd in geloofden. Alleen is dat kitscherige beeld gelukkig aan het veranderen en dat zit Ratna dwars, vandaar haar tirades. Zo komt ze in ieder geval op me over. Naar haar motieven kan ik slechts gissen, maar het lijkt op de pure dweepzucht van een wannabe of een fanatieke bekeerling. Verder is wonen in een nederzetting is voor de Israëlische wet niet illegaal, maar die nederzettingen zijn natuurlijk wel illegaal naar het internationale recht, dat door de staat Israël met voeten getreden wordt.

    Wie ook ‘links’ is, is Wouter, al uit hij zich op een andere manier dan Ratna (zijn pennenvruchten zijn in regel iets minder geraffineerd). Een kleine passage uit een statement over zichzelf:

    ‘Gek op Israël en Joden”, zo werd ik al snel omschreven door een Jood die ik een eindje verder had geholpen met zijn Joodse voorouders. Moet je gek zijn om het in deze tijd als linkse jongen voor Israël op te nemen, of je te interesseren voor het lot van de Joodse gemeenschappen die in hedendaags Limburg zo pijnlijk afwezig zijn? Ik maak me vooral kwaad om al die linksen en pseudo-linksen die menen dat het om tegen Israël en het aan te trappen. Ik kots van al die mensen die verontwaardigd roepen dat Hamas toch democratisch gekozen was – Nou, dat was Hitler ook! En ik walg al helemaal van de boycot Israël aktivisten. Goede, eerlijke en progressieve mensen in Israël en hier, die hun tijd en aandacht liever zouden geven aan het weer op gang krijgen van het vredesproces in het Midden-Oosten, moeten nu hun tijd verdoen met het verdedigen van het bestaansrecht van Israël tegen de leugens en haatzaaierij van die achterlijke anti-Zionisten’ (http://sittard.blogspot.com/2007/08/gek-op-isral-en-joden.html).

    Dit is ongeveer de huisstijl van Wouter (hij is in regel wat directer dan Ratna). ‘Gek op Joden…’ Over ‘filosemitisme’ gesproken. Ik zou er bijna een beetje bang voor worden. We zullen hier later nog wat meer van dit soort statements zien. Overigens wil ik in deze Wouter wel een serieuze reactie geven. Ik ben het wel met Wouter eens dat de verkiezing van Hamas problematisch is (het lijkt me overigens niet hetzelfde als de NSDAP, al was dat in het begin ook nog niet zo zichtbaar, tenminste het definitieve besluit tot de ‘Endlösung’ kwam pas in begin 1942, op de Wannsee Konferenz, al had Hitler ruim daarvoor al genoeg toespelingen gemaakt, zelfs al in Mein Kampf). Maar als je een voorzichtige historische parallel kunt trekken dan lijkt me deze meer toepasselijk: dat de NSDAP groot kon worden in de Weimar Republiek was natuurlijk een gevolg van het systematisch afknijpen van de Duitsers na de Eerste Wereldoorlog. Ik vergoelijk het daarmee niet, maar het was wel de oorzaak. Maar als je nu ziet onder wat voor omstandigheden de inwoners van Gaza leven (over afknijpen gesproken), dan lijkt het mij de beste manier om Hamas te bestrijden vooral het geven van enig perspectief aan de Palestijnen. Tot op heden heeft Israël dat nog nooit gedaan. Zie hier de kern van het probleem Hamas, al heeft het ook te maken met falend Palestijns leiderschap. Maar het hoofdprobleem is de onderdrukking door Israël. En dat is nu juist hetgeen waar Wouter en Ratna niets van willen weten. Misschien heb ik wat betreft Gaza een goede literatuurtip. Lees zeker Drinkend uit de Zee van Gaza (in Nederland uitgegeven door de Balie, 2002), van de Israëlische journaliste Amira Hass, correspondente van de Ha’aretz. Om meteen de aanprijzing van de grote Israëlische schrijver David Grossman erbij te halen: ‘In deze donkere tijden heb ik regelmatig het gevoel dat het werk van Amira Hass een van de zeldzame tekenen van gezond verstand, moed en menselijke waardigheid is’. Of willen Ratna en Wouter soms beweren dat Amira Hass en David Grossman ook anti…(vul zelf maar in) zijn? Ik ben het wel weer met Wouter eens dat er ook goede en progressieve mensen in Israël zijn (zoals bijvoorbeeld Amira Hass). Alleen hebben die in regel niet dezelfde extremistische of wat mij betreft zelfs gestoorde standpunten over de rechten van de Palestijnen als Ratna en Wouter. Want die lijken meer op die van Avigdor Lieberman.

    ‘gekleurd’

    Echt bont maakt Ratna Pelle het met haar agitatie-campagne tegen het rapport van de Commissie Goldstone, de commissie die namens de VN eventuele mensenrechtenschendingen gedurende de laatste Gaza Oorlog onderzocht. Israël weigerde overigens vantevoren om mee te werken aan dit onderzoek en wilde de commissie zelfs Gaza niet binnenlaten (de commissie kwam uiteindelijk Gaza binnen via Egypte). De conclusies van dit rapport waren vernietigend. Israël schreeuwde achteraf moord en brand en Ratna leent zich graag uit om de rol van Mohammed Said al-Sahaf op zich te nemen, de vroegere Iraakse minister van Informatie onder wijlen Saddam Hoessein (‘There were no warcrimes and human rights violations in Ghaza!’). Voorbeeld, Ratna in Trouw (20 mei 2009):

    ‘Het pas verschenen VN-rapport over het Israëlische militaire optreden in de Gaza-strook liegt er niet om. De onderzoekscommissie verwijt het Israëlische leger ’roekeloze onachtzaamheid’ jegens VN-personeel en de Palestijnse burgerbevolking. Hierdoor zijn veel slachtoffers gevallen. Het beeld dat Israël buitensporig geweld heeft gebruikt, zonder veel bereikt te hebben, wordt door dit VN-rapport nog eens bevestigd. Toch is dat beeld niet juist. De drastische Israëlische interventie heeft inderdaad burgerslachtoffers geëist, maar dat was bijna onvermijdelijk gezien de stedelijke omgeving waarin de Palestijnse strijders zich moedwillig verschansten met hun raketwerpers (daar gaan we weer , FS). Operatie Cast Lead heeft echter ook tot een ernstige verzwakking van Hamas geleid. Dankzij superieur inlichtingenwerk, een uitstekende samenwerking tussen de krijgsmachtdelen, en zeer geavanceerde doelgeleidingsmethoden, werd het gevechtsvermogen van Hamas een enorme klap toegediend. En dit zonder noemenswaardige verliezen aan Israëlische zijde’ (en burgerslachtoffers aan Palestijnse zijn dus niet noemenswaardig? Het is maar wat je voorbeeldig noemt, FS) .

    Elders heeft ze het volgende te melden:

    In een opiniestuk in NRC Handelsblad op 3 november hekelde Dries van Agt het feit dat Nederland in de VN Mensenrechtenraad op 16 oktober tegen een resolutie stemde die de conclusies van het Goldstone rapport over de Gaza Oorlog onderschreef. Volgens de Nederlandse stemverklaring is de resolutie ‘niet bevorderlijk met het oog op de inspanningen om het vredesproces nieuw leven in te blazen’, waarmee Nederland volgens Van Agt een ‘onzalige tegenstelling tussen recht en vrede’ suggereert. De Nederlandse tegenstem tegen de resolutie over het Goldstone rapport zou indruisen tegen Nederlands eigen beleid om straffeloosheid van oorlogsmisdaden tegen te gaan, en tegen Verhagens eigen uitspraak dat er geen vrede mogelijk is zonder gerechtigheid. Het rapport van de commissie Goldstone is volgens hem gedegen, accuraat, en uitgevoerd op basis van een evenwichtig mandaat en “onder leiding van één van ‘s werelds meest gezaghebbende juristen wiens integriteit boven iedere twijfel is verheven.”

    Op de gedegenheid en objectiviteit van de commissie Goldstone en haar rapport valt wel wat af te dingen. Eén van de commissieleden sprak al voor het onderzoek begon een oordeel uit over de ‘Israëlische agressie’ in Gaza. De commissie kreeg haar mandaat van de VN Mensenrechtenraad, die zelfs door Ban Ki-Moon is gehekeld voor haar sterke focus op Israël in vergelijking met andere landen en misstanden. Terwijl Israël ritueel op iedere zitting wordt veroordeeld, en er voor de bezette gebieden een speciale mensenrechtenrapporteur is, worden notoire mensenrechtenschenders als Soedan, Zimbabwe en Wit-Rusland doorgaans ontzien, en tot een veroordeling van een Arabisch of islamitisch land komt het sowieso nooit. Met Libië als voorzitter en leden als Iran en Saoedi-Arabië is natuurlijk ook geen recht te verwachten. De opdracht van de Mensenrechtenraad hield in om alleen Israëlische oorlogsmisdaden te onderzoeken, en Goldstone heeft zijn opdracht zelf verruimd om ook oorlogsmisdaden van Hamas mee te nemen.

    Ondanks deze uitbreiding is het rapport zeer gekleurd (je meent het, net als NRC Handelsblad, kom ik later op terug. Gelukkig maar dat jij dat niet bent, FS). Het is voor een groot deel op Palestijnse bronnen gebaseerd, zoals het Palestinian Center for Human Rights (PCHR) en TWATHEQ, een organisatie die door Hamas is gecreëerd en direct onder haar toezicht staat. Uit vergelijkingen van de lijsten van omgekomen Palestijnen die het Goldstone rapport als burgers classificeert, met de dodenlijsten van strijders op de websites van Hamas en Islamitische Jihad, blijkt dat honderden namen op beide lijsten voorkomen. Op de weblog Elder of Ziyon is een lijst gepubliceerd van liefst 349 namen van Palestijnen die als ‘burgers’ op de lijst van slachtoffers staan van het PCHR, maar die ook voorkomen op diverse lijsten van Palestijnse gewapende groeperingen. Zo wordt de politiemacht, die op de eerste dag zwaar was getroffen, als civiel beschouwd, ondanks duidelijke bewijzen dat minstens driekwart van hen ook bij een van de gewapende groeperingen, meestal de Al Qassam Brigades, was aangesloten. Volgens de definitie die sommige organisaties geven van een strijder en een burger is een ieder een onschuldige burger die niet op het moment dat hij door Israël wordt getroffen oorlogshandelingen verricht. Dat maakt het welhaast onmogelijk voor Israël (en voor ieder ander land) om tegen een guerrillaleger of terroristen te vechten, omdat zij de vijand niet openlijk tegemoet treden en vaak geen uniformen dragen.

    Lees verder op http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000400.html

    Het aardige is dat Ratna een cruciaal detail niet vertelt. Uit alles wat ze opsomt laat ze een ding weg, wat doorslaggevend is (dit soort omissies behoren standaard tot Ratna’s repertoire, zoals we langzamerhand wel gezien hebben). Dat is dat Israël bij voorbaat niet aan het Goldstone rapport wilde meewerken. De commissie werd zelfs de toegang tot Israël ontzegd (de commissie kon Gaza binnenkomen via Egypte). Dat is vreemd: van tevoren proberen zoveel mogelijk een onderzoek te saboteren, in plaats van de gelegenheid gebruik te maken om de eigen kant van het verhaal te doen en achteraf de commissie van van alles en nog wat te beschuldigen. En daar zat nu juist de cruciale fout: Israël wilde geen onderzoek naar Gaza. Je kunt je afvragen waarom. Omdat het teveel te verbergen had? Daarna is er veel ingezet om de commissie zwart te maken en Ratna, hijgerig als ze is, biedt zich graag aan om de Israëlische informatiepolitiek welwillende lippendienst te bewijzen. Maar de kern was dat Israël van tevoren iedere medewerking weigerde, terwijl er alle reden toe was om tenminste een onderzoek in te stellen. Het enige wat Ratna daarover heeft te zeggen is: ‘Ondanks deze uitbreiding is het rapport zeer gekleurd. Het is voor een groot deel op Palestijnse bronnen gebaseerd’. Heel goed Ratna, maar zoiets noemen we gewoon sjoemelen, oftewel propaganda. Israëlische bronnen werden door namelijk door Israël zelf achtergehouden. Eerst medewerking weigeren en dan roepen dat je niet gehoord bent. Dat is precies wat Israël gedaan heeft en Ratna hoereert graag met het Israëlische spel mee. Overdrachtelijk, want nee, Ratna, ik ben nog steeds niet geïnteresseerd in je bedpartners, zoals je suggereerde in onze eerdere kleine woordenwisseling (op http://www.standejong.nl/2009/10/02/nrc-verloochent-principes-bij-berichtgeving-israel/, bericht 66 en 67, helemaal onderaan, maar kom er later nog uitgebreider op terug). Waarom zou ik? Hoe kwam je op het idee? Maar wat heeft Ratna zelf over de Gaza oorlog te melden? Als je dit hebt gelezen begrijp je ook meteen waarom ze zo op dat rapport is gebrand. Op een van haar andere blogs gooit ze het over een andere boeg en probeert ze de door Goldstone bekritiseerde daden van Israël niet te ontkennen maar recht te praten. Want zie de eerder aangehaalde smaakvolle passage over de Palestijnse kinderslachtoffers:

    ‘De campagne heeft in totaal tot aan het unilaterale staakt-het-vuren op 17-18 januari 3 weken geduurd, waarbij naar verluid zo’n 1.300 Palestijnen zijn omgekomen en 13 Israëli’s. Over het aantal burgerslachtoffers en strijders verschillen beide partijen sterk van mening. Volgens sommige bronnen is eenderde van de Palestijnse doden kind, volgens andere is dat aantal veel lager. Het maakt ook uit of je 16- en 17-jarigen die soms al volwaardig meedoen in de strijd als kind definieert, en we moeten niet vergeten dat de gemiddelde leeftijd in Gaza 17 jaar is (curs. FS). http://www.israel-palestina.info/gaza_oorlog.html

    Eerder heb ik er al op gewezen dat dit niet bepaald de manier is om deze misdaden recht te praten. Het blijven oorlogsmisdaden. En het Goldstone rapport heeft nu net deze zaken aan de kaak gesteld. Is het daarom dat ze zo op dat rapport is gebrand? Het lijkt me duidelijk dat Ratna echt de meest betrouwbare persoon is om een verhaal over de Goldstone commissie te houden, zoals ze op haar andere blog doet, waar ze de schijn van degelijkheid probeert op te houden. Maar met deze al eerder besproken passage valt ze wel lelijk door de mand. Als tegenwicht haal ik hier Conny Mus aan, correspondent van het RTL nieuws. Op de website van RTL nieuws schreef hij een uitstekende column over deze kwestie. Bij deze de complete tekst (bron):

    ISRAEL PLEEGT OORLOGSMISDADEN

    De joodse rechter Richard Goldstone neemt geen blad voor zijn mond: Israёl heeft zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden en heeft mensenrechten geschonden. Het VN rapport , dat onder Goldstone tot stand kwam, is het meest vernietigende wat Israёl ooit heeft moeten slikken sinds de oprichting van de joodse staat.

    Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en het Internationale Rode Kruis kwamen eerder al tot dezelfde conclusie. En ook de 100 procent Israёlische club Breaking the Silence concludeerde dat Israёl oorlogsmisdaden heeft begaan. Met Nederlands overheidsgeld interviewden zij 26 Israёlische militairen die tijdens de Gaza oorlog dienden. En ook zij beaamden wat eerdere rapporten, en nu ook het vernietigende VN rapport weer duidelijk maakt.

    Goldstone: Jood, zionist en VN rechter Ondanks het feit dat het VN rapport onder leiding van een jood en zionist tot stand kwam weigerde Israёl alle medewerking. Sterker nog, er werd van alles aan gedaan om Goldstone en zijn medewerkers buiten Gaza te houden. Maar uiteindelijk kwamen ze via Egypte toch binnen om hun gedegen onderzoek uit te voeren.

    Vernietigend Nu het rapport op tafel ligt, is het dan ook als een bom ingeslagen. Israёl wist dat er een kritisch rapport zou komen – uiteindelijk weten zij als geen ander wat er zich afgespeeld tijdens hun militaire offensief in Gaza – maar dat het zo vernietigend zou zijn, daar hadden ze niet op gerekend. Nooit eerder werd Israёl keihard en duidelijk aangeklaagd voor oorlogsmisdaden.

    Israёl’s antwoord op het rapport – net als op al die andere rapporten – is vrij simpel; Het rapport is eenzijdig, het klopt niet en het is allemaal politiek gekleurd door mensen die Israёl in een slecht daglicht willen zetten. Dat is min of meer het antwoord dat Israёl altijd kant en klaar heeft liggen als er kritiek is op het beleid en of militair optreden van het land.

    Diplomatiek offensief Nu wordt er een diplomatiek offensief, eentje zonder wapens natuurlijk, geopend door Israёl om de mogelijke gevolgen van het rapport te ondermijnen. Want die gevolgen kunnen grote problemen gaan opleveren. Als de Verenigde Naties het rapport gaat bespreken tijdens haar algemene vergadering, dan zou het kunnen gebeuren, dat ze het Internationaal Gerechtshof in Den Haag opdracht geven Israёl aan te klagen. Dat betekent dat Israёlische officieren, generaals, maar ook Israёl’s premier en andere ministers verantwoordelijk voor deze oorlog, zich moeten verantwoorden voor het Internationaal Gerechtshof in onze regeringsstad Den Haag. Zo niet, dan lopen zij het risico gearresteerd te worden zodra zij buiten Israёl op reis gaan.

    Minister Verhagen

    Minister Verhagen in Sderot Israёl doet er dus alles aan om dit rapport zo snel mogelijk te laten verdwijnen. Wat Nederland betreft hebben ze geen problemen. Onze minister Verhagen staat bekend als een vriend van Israёl. Hier wordt hij de pro-Israёl minister uit Nederland genoemd. Minster Verhagen was het niet eens met de commissie Goldstone toen deze haar opdracht kreeg en antwoordt nu dat hij het jammer vindt, dat het rapport over de oorlog gericht is op Israёl en niet op Hamas. Jammer, oke dit is ook het Israёlische standpunt. Maar dan heeft minister Verhagen het rapport niet gelezen, want ook Hamas heeft volgens het rapport zich schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden en moet zich ook verantwoorden. Ja, minister Verhagen, dat staat erin.

    Hebben we iets verkeerd gedaan? De Israёlische media is eensgezind, maar toch zie je verrassende artikelen. Natuurlijk vraagt iedereen zich af, hoe het kan dat een joodse rechter, nota bene een zionist, wiens dochter elf jaar uit joods idealistische overtuiging in Israёl woonde, met zo’n harde conclusie komt. Niemand vraagt zich af: was er iets mis met ons militaire optreden? Eerder in de geschiedenis heeft Israёl zelf onderzoek gedaan naar misstanden. Zowel in Libanon als in de Palestijnse gebieden. De conclusies van die onderzoeken waren ook vaak vernietigend. De Libanonoorlog in 2006, heeft Israёl zelf onderzocht en de Israёlische rechter die aan het hoofd van dat onderzoek stond, was net zo vernietigend in zijn eindconclusie als Goldstone met zijn VN onderzoek. Overigens traden Israёl’s minister van defensie en de opperbevelhebber van het leger af, naar aanleiding van Israёl’s eigen onderzoek naar de Libanonoorlog.

    Het verschil is echter, dat dit een internationaal onderzoek is. De gevolgen daarvan kunnen verschrikkelijk zijn voor Israёl. Niet in Nederland hoor, daar kunnen de verdachten uit Israёl rustig met vakantie blijven gaan. Ze hebben uiteindelijk minister Verhagen als vriend en reisleider. Maar verder in de wereld zullen ze zeker in de problemen komen.

    Nieuw jaar – Shana tova De rechtse Israelische krant, hier ook wel de spreekbuis van de joodse kolonisten genoemd, verraste mij volledig met een artikel van Larry Derfner. Hij maakt gehakt van Israёl´s reactie op het rapport . Dit schreef hij over Israёl’s opdracht aan alle ministers en ambassades in de wereld om een diplomatiek informatie offensief te openen:

    “ Het heeft geen zin. We kunnen de informatie oorlog niet winnen, en de reden is dat wij geblinddoekt zijn. We hebben die blinddoek zelf opgedaan. We deden dat, omdat we niet willen zien wat we in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever doen.

    Maar verder ziet iedereen het.

    Onze vriend, de Obama regering, probeert het ons te vertellen en we willen niet luisteren. Nu heeft onze vriend rechter Goldstone het ons verteld, alleen wat minder voorzichtig. Zal dit helpen? Zal deze waarschuwing ons wakker schudden. Zal dit het keerpunt zijn. Ik weet het niet. Maar ik weet wel, dat deze man voor ons een mitzva (goede daad) heeft gedaan, en een dappere. Uit de naam van in ieder geval enkele Israeliёrs, wil ik zeggen, Dank rechter, Shana Tova (gelukkig joods nieuw jaar) ook voor U.”

    Joden vieren nu het begin van het nieuwe jaar 5770. De traditie volgens het joodse geloof is, dat je God dan vraagt je zonden te vergeven en zo met een schoon geweten het nieuwe jaar in te gaan. Maar ook volgens de joodse traditie neemt God nooit overhaaste beslissingen. En ook hij zal wel enige tijd nodig hebben om al die rapporten over de Gaza oorlog te bestuderen.

    Conny Mus Correspondent RTL Nieuws Jeruzalem

    Ik denk dat ik hier niets aan heb toe te voegen. 100% mee eens! Rest mij nog om Ratna’s meest bizarre opmerking over het Goldstone Rapport aan te halen. Zeer onlangs schreef ze het volgende:

    ‘Ter vergelijking: er is de laatste tijd veel kritiek op het klimaatrapport van het IPCC, het klimaatpanel van de VN. Ook zij zou haar bronnen niet goed checken, en bijvoorbeeld de onjuiste claim hebben overgenomen dat de gletsjers van de Himalaya binnen 25 jaar gesmolten zullen zijn. Deze kritiek haalt de media en de TV wel, en de IPCC zelf zit hierdoor duidelijk met een probleem. Waarom dringt de kritiek op het Goldstone rapport niet en deze kritiek wel door? Waarom hoeft de commissie Goldstone zich niet te rechtvaardigen en wordt hen niet verweten vooringenomen te zijn geweest, waardoor men niet meer objectief de feiten kon onderzoeken en aan een tunnelvisie leed? Ligt dat aan het feit dat Israël een merendeels rechtse regering heeft of is er iets anders aan de hand?’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000431.html).

    Antwoord: Israël wilde niet eens meewerken en maakte de commissie al bij voorbaat verdacht. Verder commentaar is denk ik niet nodig.

    Verder wil ik wijzen op Breaking the Silence, een initiatief van gewetensbezwaarde Israëlische (oud) militairen die op een moedige en niets ontziende manier getuigenis doen over operatie ‘Cast Lead’ in Gaza, in de ogen van Ratna ‘een geslaagde campagne’. Deze veteranen denken daar toch een beetje anders over dan de ‘Groen Linkse’ activiste Ratna Pelle. Het aardige is dat Ratna ook aan Breaking Silence weliswaar een lang blogartikel heeft gewijd (ze had het ook kunnen doodzwijgen, dus dat valt me nog mee van haar), maar dat ze er niet goed raad mee weet. Ze orakelt wat over misdragingen van jonge militairen (er waren dus toch misdragingen? Zou Goldstone dan toch ergens niet een klein beetje gelijk hebben?). Ook doet ze het IDF een paar ‘aanbevelingen’ en kakelt ze over ‘hormonen van jonge militairen’ en lijkt het haar beter dat er ‘oudere en meer ervaren miliairen’ worden ingezet. Ze kabbelt verder met: ‘Enerzijds moet men om tegen een vijand te strijden, diens menselijkheid soms vergeten, anders kan men een terrorist, die ook ouders heeft en wellicht kinderen, niet doden, en anderzijds moet men zich zijn menselijkheid steeds bewust zijn, om onnodig geweld en excessen te voorkomen’ en meer van dat soort retorisch behang, als: ‘Een oplossing van het conflict zonder vuile handen is niet mogelijk. Iedere oplossing is onrechtvaardig, ieder compromis brengt risico’s met zich mee. Voor de zoveelste keer laten zien wat fout gaat is makkelijker dan je in het wespennest te begeven van mogelijke oplossingen, verbeteringen, en alle implicaties van dien’. Bovendien verwijt ze Breaking the Silence ‘niet bij te dragen tot een oplossing’. Interessant. Wat dacht je van stoppen met de bezetting en vooral de Palestijnen een vooruitzicht te bieden op een levensvatbare staat? (Gaza is natuurlijk officieel niet meer ‘bezet’, maar wel omsingeld en geïsoleerd). Maar zoiets past simpelweg niet in Ratna’s denkkader. Ze concludeert met: ‘Breaking the Silence’ doorbrak geen taboe, maar vertelde een vertrouwd verhaal. Men verbreekt niet de stilte, maar voegt een stem toe aan het koor van criticasters van Israël’. Valt me nog mee. Meestal is ze wat ‘pittiger’, om het voorzichtig uit te drukken.

    Om dit stukje over het Goldstone Rapport af te sluiten, plaats ik hier met volledige instemming een oproep van de Britse/Joodse historicus Tony Judt, die Joden wereldwijd vraagt het Goldstone rapport te steunen, als een principiële stem tegen het schrille geluid van de Israëlische overheid en haar fanatiekste supporters, waar Ratna zonder meer toe gerekend kan worden:

    By Tony Judt, The Huffington Post – 29 Oct 2009 www.huffingtonpost.com/tony-judt/justice-goldstone-and-the_b_339077.html

    We Jews should be very proud of Richard Goldstone. In an ancient tradition of Jewish self-questioning and uncomfortable truth-telling, the author of the recent report from the UN Fact Finding Mission on the Gaza Conflict has braved personal vilification and institutional mendacity to describe the crimes committed by Israeli forces in the course of their invasion of Gaza in December 2008.

    To be sure, the Goldstone Report also itemizes the crimes of Hamas, notably in its campaign of rocket-firing into Israel. But the scale of human rights abuses by Israel vastly outdoes anything Hamas could hope to have achieved: Israeli civilian victims of Hamas rocket attacks numbered less than ten. The attack on Gaza by the IDF resulted in at least 1,100 Palestinian civilian deaths. The major perpetrator of human rights abuses in this conflict is without question the State of Israel, and Justice Goldstone records as much.

    That the Israel of Benjamin Netanyahu has chosen to conduct an international campaign against Justice Goldstone and his report need not surprise us. Israel refused to cooperate with the UN investigation; long before its conclusions were published, Netanyahu had set in motion a campaign to deny and denigrate them. More dispiriting, and of greater political consequence, is the pitiful and humiliating response of the Obama Administration. The “fierce urgency of now” apparently required that Washington join Tel Aviv in discrediting the Goldstone Report, and with it the UN inquiry.

    This response is of course in keeping with America’s long-standing determination to protect Israel against the consequences of its actions at home and abroad; but the universal international condemnation of the destruction of Gaza renders the Obama Administration’s response peculiarly self-defeating — everyone knows what happened in Gaza, so Washington’s collusion in covering it up merely draws further attention to the discrediting of U.S. foreign policy and moral standing brought about by our unhealthy relationship with Israel.

    There is a special irony to the public slandering of Justice Goldstone now under way. In the first place he is not only Jewish but has close family links to Israel and the Zionist ideal. Secondly, Richard Goldstone has an impeccable resumé as a critic of racism, prejudice and repression — most notably as an active opponent for many years of the apartheid regime in his native South Africa. During the ’90s he served as Chief Prosecutor at the United Nations International Criminal Tribunals dealing with human rights abuses, crimes and genocide in the former Yugoslavia and for Rwanda. It would be hard to fictionalize a more convincing biography for an engaged and ethically uncompromising jurist in the great tradition of Jewish political activism. Goldstone’s standing in the world will only rise as a consequence of Israel’s short-sighted attempts to discredit the man, the report and the facts. That our own government has chosen to join in this unworthy exercise should be a source of deep embarrassment and shame.

    Please join me and Jews from all over the world in signing the Jewish Appeal Letter in Support of the Goldstone Report written by Jews Say No an organization in NY. Go to: http://www.petitiononline.com/UNreport/petition.html

    Nogmaals, al was dit allang duidelijk: ‘That the Israel of Benjamin Netanyahu has chosen to conduct an international campaign against Justice Goldstone and his report need not surprise us. Israel refused to cooperate with the UN investigation; long before its conclusions were published, Netanyahu had set in motion a campaign to deny and denigrate them’.

    Ratna Pelle is met haar vele blogs over het Goldstone rapport niets anders dan een (wellicht vrijwillige) uitvoerdster van Netanyahu’s campagne, tenminste, daar heeft het alle schijn van. Hoezo ‘linkse Zioniste’?

    ‘Waar’

    Uit een bericht op de site van het CIDI zou blijken dat Ratna ‘onderzoek’ zou hebben gedaan naar de handel en wandel van NRC Handelsblad. Zij zou hebben aangetoond dat NRC Handelsblad een eenzijdige positie zou hebben ingenomen gedurende de laatste Gaza Oorlog. Hier overigens de link naar dit ‘onderzoeksverslag’ zelf. Dat onderzoek is alweer een klucht op zich, waar je een heel nieuw artikel over zou kunnen schrijven. Dat zal ik hier achterwege laten. Ik geef hier een stukje van Ratna zelf weer over haar ‘onderzoek’:

    ‘Het idee was simpel: nadat mijn tigste ingezonden brief aan de NRC (! dat zal wel een bombardement geweest zijn, FS) was afgewezen en nadat ik de zoveelste fout ten nadele van Israël zag staan, besloot ik dat een systematisch onderzoek op zijn plaats zou zijn. Ik wilde weleens weten of mijn indruk klopte, dat mensen met een pro-Israël visie en pro-Israëlische bronnen geen ruimte krijgen in deze krant, terwijl er wel om de haverklap een domme brief van Gretta of EAJG (Een Ander Joods Geluid, FS) of iemand anders in stond met een uitgekauwde gemeenplaats of zelfs regelrechte leugen over Israël. Immers, de keren dat je je aan een brief ergert onthoud je wellicht beter dan de brieven die je wel goed vind, en de keren dat er een onjuistheid ten nadele van Israël in de krant staat blijven je beter bij dan de keren dat men wat kort door de bocht was over de Palestijnen. Ik meen dat psychologen hebben onderzocht dat mensen negatieve ervaringen beter onthouden dan positieve ervaringen of dingen die ze normaal vinden (dus een ingezonden brief van Gretta Duisenberg onthouden we omdat we dan een stoot adrenaline te verwerken krijgen, maar een ingezonden brief van Ronnie Nafthaniël weer niet, want dat vinden we normaal. Dat is psychologisch best wel interessant : ) Overigens ben ik wel benieuwd hoe jij de krant leest, FS ).

    Nou is het in de wetenschap (! FS) niet de bedoeling dat mensen voor ze aan een onderzoek beginnen al een duidelijke visie op de zaak hebben, of een bepaalde uitkomst prefereren of daar belang bij hebben, want dat zou de resultaten kunnen beïnvloeden (je meent het??? FS). Maar ik hoopte ergens juist dat mijn idee erover onjuist zou blijken te zijn (dat jok je, FS). Ik had graag gezien dat nader onderzoek uitwees, dat ook mensen die het voor Israël opnemen ruimte kregen, en dat in artikelen aan beide kanten evenveel aandacht werd besteed, en alle bronnen met gepast wantrouwen werden bejegend. Ik had ook gehoopt dat het vertrek van correspondent Oscar Garschagen een reële verbetering zou inhouden. Hem vond ik altijd bijzonder eenzijdig en suggestief. Hij schetste consequent een beeld van Hamas als redelijk en Israëlische politici als haviken. Het lag alleen aan Israël dat er nog geen vrede was, en Palestijns geweld werd altijd van context voorzien zodat het begrijpelijk werd, een reactie was, waar het slinkse Israël vervolgens handig gebruik van maakte. Het werd niet of nauwelijks beter toen hij wegging. Salomon Bouman, die het tijdelijk min of meer van hem overnam, was niet beter, al had ik van tevoren wel die hoop. Ook Bouman bagatelliseerde het geweld en de extremistische ideologie van Hamas, ook hij maakte steeds suggestieve opmerkingen, en legde Palestijns geweld en compromisloosheid altijd uit als logische of begrijpelijke reactie op wat Israël deed. Guus Valk die daarna kwam paste naadloos in deze traditie. Het ligt dus niet aan de verslaggever, maar aan de krant’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000394.html ).

    Haar bevindingen vatte ze als volgt samen:

    ‘De in totaal 83 artikelen in NRC zijn aan een aantal criteria getoetst. Dit waren: hoor en wederhoor, het geven van context, suggestief woord- en taalgebruik, de gebruikte illustraties en koppen, de gebruikte bronnen, wie er werden geciteerd en geïnterviewd, feitelijke onjuistheden en het algehele perspectief dat uit een artikel spreekt. De totaalscore werd uitgedrukt in licht gekleurd, gekleurd en sterk gekleurd ten nadele van Israël dan wel de Palestijnen of neutraal. De uitkomsten hiervan zijn vergeleken met de eigen journalistieke principes van NRC Handelsblad, waarin diversiteit van meningen en ideeën en de scheiding van feiten en de visie van de krant centrale elementen vormen. Daarnaast onderschrijft NRC uiteraard algemene journalistieke principes als hoor en wederhoor en gebruik van alle relevante beschikbare bronnen.

    Meer dan de helft van de artikelen in de onderzochte periode, namelijk 45, bleken (sterk) gekleurd ten nadele van Israël en/of ten voordele van de Palestijnen. Nog eens 18 artikelen zijn enigszins gekleurd ten nadele van Israël of ten voordele van de Palestijnen, en 16 artikelen zijn neutraal te noemen. Terwijl in verschillende artikelen, vooral de achtergrondartikelen en reportages, duidelijk een Palestijns perspectief naar voren komt, en hun problemen, wanhoop en frustraties centraal staan, geeft geen enkel artikel vooral de Israëlische visie weer. Op alle criteria bleek de berichtgeving in NRC gekleurd te zijn ten nadele van Israël, het meest op context (51 artikelen), suggestieve en ongefundeerde beweringen (47 artikelen) en perspectief (ook 47 artikelen); 28 artikelen bevatten in totaal 56 feitelijke onjuistheden, allemaal ten nadele van Israël’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000394.html ).

    Wat ik bij dit soort ‘beeldvorming/media onderzoeken’ overigens altijd interessant vind hoe je vaststelt of iets ‘gekleurd’ kan zijn qua ‘context’ en qua ‘perspectief’. Dat laatste snap ik nog wel, maar dan ga je ervan uit dat de verslaggever vanuit een gekleurd perspectief de waargenomen gebeurtenissen registreert. Maar is dan het ene artikel meer gekleurd qua perspectief dan een ander van dezelfde auteur? Lijkt me een beetje vreemd. En dan vooral dat je daar vervolgens een precieze kwantitatieve bewering over kunt doen, maar dat terzijde. Wat mij betreft regelrechte kul, maar misschien ben ik een beetje conservatief in dat opzicht. Maar los van hoe ik tegen (sommige) van dit soort onderzoeken aankijk, is dit eigenlijk wel een onderzoek? Wat mij betreft is het al op een geestige manier afgedaan door een zekere Ozymandias, in het forum van de weblog ‘loorschrijft’ van een zekere Loor (‘Loor’/Laurence Blik), een geestverwante van Ratna (Ratna’s bijdragen worden daar regelmatig instemmend aangehaald). In een bericht in het forum schreef deze Ozymandias:

    Persbericht voor o.n.m.i.d.d.e.l.i.j.k.e. publicatie:

    Vervolgstudie stichting J.O.P.I.E. bewijst antisemitische karakter van NRC!

    Lutjebroek – Naar aanleidingen van de bevindingen van stichting W.A.A.R. heeft Prof Dr. De Vries van de volledig objectieve stichting J.O.P.I.E. een vervolgstudie gedaan. Stichting J.O.P.I.E. heeft 5 krantenberichten van het NRC Handelsblad vergeleken met de informatie op wikipedia.nl en het ook volledig objectieve cidi.nl. In de berichtgeving van het NRC waren maar liefst 5 meldingen gemaakt van mishandeling van Palestijnse burgers door Israëlische soldaten, 2 meldingen van vernieling van Palestijnse roerende zaken door Israëlische soldaten, en 3 gevallen van intimidatie van Palestijnen door Israëlische kolonisten. ln al die gevallen was daarvan niets terug te lezen op wikipedia.nl of cidi.nl. De Vries concludeert daaruit dat het NRC een anti-Israëlische krant is. Stichting J.O.P.I.E. heeft deze bevindingen gewogen aan de hand van objectieve en wetenschappelijke criteria voor het herkennen van antisemitisme. De stichting J.O.P.I.E. objectieve en wetenschappelijke kenmerken van antisemitisme: – De krant vermeldt mishandeling van Palestijnse burgers door Israël – De krant vermeldt vernieling van Palestijnse roerende zaken door Israël – De krant vermeldt intimidatie van Palestijnen door Israël Aan de hand van deze criteria heeft stichting J.O.P.I.E. met grote zekerheid weten vast te stellen dat het NRC een antisemitische krant is. Op de vraag hoe het mogelijk is dat stichting W.A.A.R. niet eerder het antisemitische karakter van het NRC niet heeft weten bloot te leggen, reageert de Vries twijfelend. ‘Het is mogelijk dat de blik van stichting W.A.A.R. vertroebeld is omdat die zelf ook zelf lichtelijk geïnfecteerd is met antisemitische sentimenten. Maar dat durf ik niet met grote zekerheid te zeggen. Voor je het weet heb je namelijk een proces aan je broek vanwege beweringen die je niet hard kunt maken.’ Het onderzoeksverslag is na te lezen op het gloednieuwe home.hetnet.nl/~stichtingjopie

    http://loorschrijft.web-log.nl/verwondering_is_het_begin/2009/10/nrc-komt-eigen.html#comment-25741259

    Hiermee zou je dat ‘onderzoek’ van Ratna wel kunnen afdoen (ook op www.pimfortuyn.nl wordt dit werkje aangeprezen, http://www.pim-fortuyn.nl/pfforum/topic.asp?TOPIC_ID=64540, waarschijnlijk met het motief ‘zie je wel, ze blijven demoniseren en dat doen ze ook nog samen met de moslims’. Moet je vooral een fake onderzoek aanhalen om Professor Pim te eren, goed zo jongens). Zoveel interessants bevat dat onderzoek namelijk niet. De bovenstaande parodie van Ozymandias volstaat wel. De enige echt belangrijke vraag die je kunt stellen is waarom de onderzoekers en hun opdrachtgevers zelf zo mysterieus zijn over hun uitgangspunten en uitblinken in hun totale gebrek aan transparantie. Als je het gelijk aan je kant hebt, leg dan alle kaarten op tafel. Maar dat schijnt dan weer niet mogelijk te zijn. Niet erg geloofwaardig als je NRC Handelsblad dit soort verwijten maakt. Alleen dat al maakt dit hele rapport onwetenschappelijk en wekt de schijn dat het om een niet al te elegante vorm van propaganda gaat. Dat NRC Handelsblad, tot Ratna’s woede en teleurstelling, geen zin had om op dit ‘onderzoek’ in te gaan, begrijp ik wel. Lijkt mij het meest verstandige dat je in zo’n geval kunt doen. Over de Stichting W.A.A.R. (‘Waarheidsvinding, Accuratesse en Authenticiteit in Reportages’) is op internet nauwelijks iets te vinden, of het is op de vele blogs van Ratna zelf. Toch meen ik te weten dat deze club bestaat of in ieder geval bestaan heeft. (update 4-8-2011: zie hier inmiddels een, overigens anonieme en daarom buitengewoon betrouwbare en transparante website van de Stichting W.A.A.R., met daarop de ‘onderzoeksverslagen’ van Ratna) Alweer meer dan zes jaar geleden zond het Vara programma Zembla een aflevering uit getiteld ‘Zwijgen over Israël’ (23 oktober 2003). Hierin werd onderzocht hoe het kwam dat Nederland zo lang zo eenzijdig Israël steunde (o.m. interviews met de oud-ministers Vredeling, Stemerdink, van den Broek en van Mierlo) en hoe de pro-Israëlische lobby in Nederland werkt. Uitgebreid aan het woord kwamen de toenmalige ambassadeur van Israël in Nederland Eitan Margalith, Rabbijn Evers, Ronnie Naftaniel van het CIDI, (oud) Midden Oosten correspondenten Maarten Jan Hijmans en Conny Mus, classicus Anton van Hooff van de Universiteit van Nijmegen (die zich in zijn column in de Gelderlander weleens kritisch heeft uitgelaten over Israël, kom ik later nog op terug) en een groepje jongeren van de Stichting W.A.A.R. Kees Schaap, redacteur van Zembla, herinnerde zich dit clubje als volgt: ‘De “Stichting Waar” (indertijd “Waarnet”) heb ik van dichtbij leren kennen toen ik de Zembla uitzending “Zwijgen over Israel” maakte. Het is helemaal geen objectieve “factchecker” maar een lobby-club die van te voren strategieën bedenkt om critici van Israel monddood te maken. Tijdens deze opnames maakte ik kennis met een joodse bekeerling die in de redactie van “Stichting Waar” zat. Deze man liet zich zonder schroom uit over hoe hij dacht over Palestijnen. “Palezwijnen” noemde hij ze, zelfs nog op ons Zembla-forum’ (http://zembla.vara.nl/fileadmin/uploads/VARA/be_users/documents/tv/pip/zembla/2009/Reactie_zembla_op_kritiek_gaza.doc ). Uit de uitzending bleek ook dat de Israëlische ambassade deze club, net als het CIDI, uitgebreid steunde, zoals ambassadeur Eitan Margalith het openhartig vertelde. Over de Stichting W.A.A.R. heb ik een keer een kleine wat onvriendelijke woordenwisseling met Ratna gehad. Ik geef onze wat bitse woordenwisseling hier integraal weer (op http://www.standejong.nl/2009/10/02/nrc-verloochent-principes-bij-berichtgeving-israel/comment-page-2/):

    Gepost door: Floris Schreve op: 19 november , 2009 om 6:36 pm

    ‘Zie voor wat die Stichting W.A.A.R. is deze uitzending van Zembla http://redir.vara.nl/tv/zembla/welcome2.html?20031023/zembla Zoals blijkt is WAAR niets meer dan een PR bureautje dat lippendienst probeert te bewijzen aan de Israëlische zaak, daarbij gesteund door de ambassade. Verder is dat ‘onderzoek’ van deze Ratna flinterdun. En inderdaad, waarom zo geheimzinnig doen over je eigen achtergrond? ‘Ik ben Ratna Pelle, academica en publiciste’. O ja, waarin dan? Overigens vraag ik me zelfs af of deze Ratna een echt rapport heeft geschreven voor de Stichting W.A.A.R. Over W.A.A.R. is verder niets meer terug te vinden, behalve in die uitzending van Zembla en verder op de talloze blogs van Ratna zelf. En google voor de grap “Ratna Pelle” maar eens een keer (paar duizend hits). Maar ik ben benieuwd of iemand daar wijzer van wordt. Dat er iets niet helemaal deugt lijkt me duidelijk. Ondanks de verpletterende kwantiteit van haar bijdragen is er niets te vinden over wie deze mevrouw is. Er zijn een paar aanwijzingen, maar die worden al snel heel erg vreemd. Maar goed, zelf zal ik nog wat aandacht aan dit ultra zionistische en Palestijnen hatende fantoom besteden.

    Floris Schreve

    Gepost door: Ratna Pelle op: 20 november , 2009 om 12:37 am

    Wat een ondermaats ad hominem commentaartje van ene Floris Schreve. Ik doe nergens geheimzinnig over, en schrijf altijd met naam en toenaam of minstens mijn initialen. Vandaar dat je zoveel hits krijgt als je mijn naam opgoogelt. Of bedoel je dat je wilt weten welke maat schoenen ik heb, wie mijn kleuterjuffrouw was, hoeveel exen ik heb en wie ik in een vorig leven was? Het hele rapport staat op de website Israel-Palestina Info ( http://www.israel-palestina.info/krantenonderzoek_nrc.html ) en is bepaald niet flinterdun te noemen. De beide delen en de artikelenlijst zijn bij elkaar ruim over de 100 pagina’s, waarin meer dan 200 artikelen tegen het licht worden gehouden en aan 10 verschillende criteria getoetst. Kun je nog eens precies uitleggen wat je met ‘flinterdun’ bedoelt? Of bedoel je dat de uitkomsten je niet aanstaan en je daarom maar wat tegen mij en Stichting WAAR (ingeschreven bij de Kamer van Koophandel) gaat lopen trappen? En waar komt eigenlijk je haat tegen mij vandaan? Je hebt natuurlijk alle recht met mij van mening te verschillen, maar waar slaat ‘dit ultra zionistische en Palestijnen hatende fantoom’ op? Zou je je misschien niet eens laten nakijken? Even voor de duidelijkheid: de huidige stichting WAAR is iets anders dan het oude WAARnet, waarvan enkele mensen in die Zembla uitzending aan het woord kwamen, waarbij de boel naar goed Zembla gebruik waarschijnlijk flink werd verdraaid (zie over Zembla ook: http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000359.html ) Niemand van de huidige leden was daar bij. En nee, stichting WAAR wordt niet gesteund door de Israelische ambassade en ook niet door andere vage duistere en o zo machtige geheime zionistische netwerken’.

    Tot zover de enige ‘conversatie’ die ik tot nu toe met Ratna gevoerd heb. Ik was zelf ook niet erg vriendelijk, om eerlijk te zijn, dus het zij haar in dit geval enigszins vergeven. Ik verwacht ook niet dat dit zal veranderen na dit artikel. Dat ze wat mij betreft nog steeds een soort fantoom is, lijkt me duidelijk. Overigens was het niet eens een echt ad hominem, want ik zou niet weten hoe ik tegen het fantoom Ratna zou moeten ‘ad hominemen’. Dat is ook mijn punt. Buiten de duizenden bijdragen op internet ter meerdere glorie van de Staat Israël en haar ethische politiek naar de Palestijnen, is ieder spoor van Ratna Pelle onzichtbaar. Dus ‘ad hominem’, wellicht, maar het blijft een oppositie tegen opvattingen, niet tegen de mens daarachter, waar ik oprecht niets zinnigs zou weten te zeggen, zelfs niet als ik het zou willen. En of ze grote, kleine, of platvoeten heeft, of met wie ze het allemaal wel of niet gedaan heeft vind ik niet zo interessant. Waarom zou ik? Wat ik vreemd vind dat er achter deze bak propaganda slechts iemand zit die zich ‘academica, actief in de linkse beweging voor vrede en het millieu’ noemt en zegt op te komen voor ‘zowel het Joodse als het Palestijnse recht op zelfbeschikking’, maar in de praktijk alleen maar het meest extreem rechtse standpunt inneemt vanuit Israëlisch perspectief. Ze is dus niet helemaal recht door zee, vandaar mijn vraagtekens. Lijkt me wederom een open deur. De uitzending van Zembla, Geen geld voor Gaza, waar Ratna het over heeft en waar ze een link naar haar commentaar plaatste, kan ik overigens ook van harte aanbevelen, hier te bekijken. Wederom ontluisterend. Bekijk hem zeker en weeg het af tegen Ratna’s commentaar. Is zeker interessant. En voor alle duidelijkheid, de Stichting W.A.A.R. die in Zembla figureerde werd gesteund door de ambassade. De Israëlische ambassadeur zegt het zelfs expliciet (‘We are in permanent interaction’, in zijn woorden). Hoe duidelijk moet je het dan hebben? Lijkt me dus moeilijk te ontkennen. Hoewel Ratna dus zelf ontkent dat het dezelfde club was die in in 2003 in een uitzending van Zembla aan het woord kwam (bij deze ter kennisgeving aangenomen, al is het natuurlijk puur toeval dat haar clubje dezelfde naam heeft , lijkt het erop dat er weinig verschillen zijn tussen de Stichting W.A.A.R. die aan het woord komt in Zembla en de club waarmee Ratna een onderzoek zou hebben verricht. Uit berichten, gepubliceerd op de site van Zembla, blijkt dat deze stichting zou zijn gevestigd in Eemnes (!) en gerund wordt door een zekere mevrouw MS Slager-Sijs (zie hier en zeker ook hier). Zij zou nauw samenwerken met de organisatie Israel Facts, die gerund wordt door Yochanan Visser (Jan Visser), een tot het Jodendom bekeerde Nederlandse aannemer die zich op de Westbank heeft gevestigd (voornamelijk actief in de illegale nederzettingenbouw en hij woont in de eveneens illegale nederzetting Efrat), die vanaf daar de Nederlandse media monitort op ‘onzorgvuldige’ (lees ‘kritische’) geluiden naar Israël (zie ook dit bericht op de site van Stan van Houcke). Is iets waar je even over moet nadenken: je woont in een illegale nederzetting en draagt substantieel bij aan illegale activiteiten en gaat vervolgens de Nederlandse pers inspecteren op eventuele kritische opmerkingen. Dan heb je dus, neem me niet kwalijk, of een plaat voor je hoofd, of je bent een superproleet, of beide, om het maar een keer diplomatiek te zeggen. Dat lijkt mij dus geen nette meneer, al zal hij dit ongetwijfeld uit oprechte overtuiging doen. Dit bedoel ik dus met dolgedraaide fanatici. Zie ook dit artikel op ‘De Israel-lobby’, De waanzinnige wereld van Yochanan Visser. Wie op dit gebied ook hun steentje bijdragen zijn Ron en Rosa van der Wieken, de vroegere boze buren van Gretta Duisenberg in Amsterdam Zuid. Ook zij houden een site bij die de Nederlandse media monitort op anti-Israëlische tendenzen, die zij, waar nodig, kloek aan de schandpaal nagelen. Hun stekje ‘Ironcomb’ (wel een heftige naam trouwens, maar ja, Amsterdam Zuid is ook heftig) is hier te vinden. Daar valt een heleboel interessants te lezen, zoals: ‘Israel zou -binnen de grenzen van de realiteit- niets liever willen dan een bevriende vreedzame Palestijnse buurstaat waarmee zaken gedaan kunnen worden. De Palestijnse macho-heroische mentaliteit, de clanstructuur, de vermeende voordelen van het slachtofferschap en de irreële onderhandelingseisen maken het tot stand komen van een eigen staat schier onmogelijk’ (http://www.ironcomb.nl/?pageAlias=Artikelen&curId=16). Dus de Palestijnse ‘volksaard’ leent zich niet voor een onafhankelijke staat? Een stukje culturele antropologie van de koude grond met een vies koloniaal smetje, lijkt mij tenminste. Zo werd er vroeger ook over ‘de Javaan’ in ‘ons Indië’ gesproken. Wel een beetje stigmatiserend, nietwaar? Dat zouden meneer en zeker mevrouw van der Wieken, die met een vergrootglas een profielensite als hyves onderzoekt op antisemitische uitlatingen van scholieren (zie hier, overigens in samenwerking met de club van de eerder genoemde Yochanan Visser), zich wel enigszins mogen aantrekken. Edward Said, op dit blog vaak ter sprake gekomen, had in bepaalde opzichten toch wel ergens gelijk, om het maar voorzichtig uit te drukken. En bovendien, sinds wanneer zou Israël ‘niets liever willen dan een bevriende vreedzame Palestijnse buurstaat waarmee zaken gedaan kunnen worden’? Als Israël een ding heeft gedaan in de afgelopen decennia, is het wel het met man en macht voorkomen van zo’n levensvatbare Palestijnse staat. Kortom, een beetje schaamteloos om dat zo monter te beweren. Met dit soort verhaaltjes staat die site vol. Een optreden van Ron van der Wieken in Buitenhof is hier te bewonderen, samen met Jessica Durlacher en Milo Anstadt, in de uitzending van 9 juni 2002 (met een bijzonder verstandige en wat mij betreft bewonderenswaardige bijdrage van Milo Anstadt, al geldt dat helaas niet voor die andere twee). De uitzending van Zembla van 23 oktober 2003, oa over de Stichting W.A.A.R., is overigens nog steeds erg de moeite waard, hier terug te zien. Ook het fenomeen ‘spontane ingezonden brieven’, zo’n beetje de core business van Ratna en Wouter, komt hierin uitgebreid aan de orde. Onder hen aantal critici van Israël dat ons overijverige duo herhaaldelijk in de pen doet vliegen om weer de zoveelste ‘spontane reactie’ te produceren, zoals de Nijmeegse classicus Anton van Hooff, zie overigens hier zijn correspondentie met Wouter op de site van Wouter. Vooral lachwekkend. Van Hooff legt heel precies uit wat er hier aan de hand is (waarom stuurt iemand uit Sittard een brief nav een stuk uit de Gelderlander?), waarop Wouter niets meer kan uitbrengen dan wat brallerige stoplappen. En dan toch op zijn site geplaatst. Je kunt Wouter veel verwijten, maar niet dat hij last van enige gêne heeft. En verder legt ook dit akkevietje weer genadeloos het blinde fanatisme bloot van het bizarre tweetal Ratna & Wouter (Wil).

    Update maart 2010: zie ook hoe ze haar rommel in Israël zelf probeert te slijten (http://www.israel-palestina.info/modules.php?name=News&file=article&sid=1162, oorspronkelijk op de website van de Haaretz).

    ‘antisemitisme’

    En dan Ratna’s antisemitisme beschuldigingen. Mij is het nu een keer overkomen, maar anderen nog wel iets vaker. Zie ook hoe zij Dries van Agt ‘subtiel’ in die hoek probeert weg te zetten. In haar recensie van zijn boek Een schreeuw om recht, in Trouw, stelt ze: ‘Van Agt is niet voor vrede op basis van twee staten voor twee volken. Tekenend is zijn afwijzing van onderhandelingen tussen beide partijen om tot vrede te komen, en het feit dat hij in het comité van aanbeveling zit van Stop de Bezetting. Dat pleit voor ‘Palestina en Israel voor de Palestijnen’, en bagatelliseert de Holocaust’ (citaat triomfantelijk aangehaald op de site van het Cidi, http://www.cidi.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=522&Itemid=55, de recensie in zijn geheel te lezen op een van de vele sites van Ratna, http://www.israel-palestina.info/modules.php?name=News&file=article&sid=1059 ). Echt achterbaks is deze bespreking van het werk van van Agt (op http://www.israel-palestina.info/driesvanagt_israel_palestijnen.html), overigens niet ondertekend, dus het is niet duidelijk of het van Ratna of Wouter is:

    ‘Dries van Agt studeerde aan het Gymnasium Augustinianum, een rooms-katholieke middelbare school in Eindhoven, die bekend stond om haar conservatieve opvattingen. Zo hield zij lange tijd vast aan het antisemitische gebed over de Judaei Perfides, de ‘valse joden’, dat formeel werd afgeschaft door het Tweede Vaticaanse Concilie van 1962-65. Sommigen brengen deze achtergrond in verband met Van Agts huidige felle anti-Israël retoriek, evenals een aantal incidenten tijdens zijn ministerschap en premierschap, waaronder zijn beruchte ‘ariër opmerking’ rond de discussie over de vrijlating van de Drie van Breda (tot levenslang veroordeelde oorlogsmisdadigers), en zijn weifelende optreden wat betreft de oorlogsmisdadiger Pieter Menten’.

    Over Thomas von der Dunk: ‘Waar komt de collectieve woede en emotie waar het Israël betreft toch vandaan? En hoe komt het dat intellectuelen daar zo hard aan meedoen? Waarom laten zij al hun verstand, kennis, nuance en beheerstheid varen en gaan ze volledig op in een collectieve waanzin die zij juist van een afstand zouden moeten waarnemen en analyseren, in plaats van er middenin te staan en het vuurtje nog wat op te stoken? Ik ga daar hier nu geen uitgebreid antwoord op geven, maar laat het bij de verwondering, verbijstering is misschien een beter woord, over het totale gebrek aan kritisch vermogen bij Von der Dunk en andere (goed opgeleide en zogenaamde weldenkende) Israëlhaters. De proporties die de anti-Israël propaganda aanneemt doet overigens wel aan een zekere periode en ideologie denken….Von der Dunk schrijft…’enz. (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000356.html). ‘Een zekere periode en ideologie’, ze probeert het echt met Thomas von der Dunk.

    Bijna hilarisch is deze passage van Ratna (gaat weer over iemand anders, die ze van antisemitisme heeft beschuldigd, voor die persoon vind ik het overigens niet hilarisch): ‘Ik drukte mij in eerste instantie nog voorzichtig uit, omdat ik weet dat je met het a-woord voorzichtig moet zijn, en legde uit hoe dicht bij elkaar antizionisme en antisemitisme vaak liggen, en dat als iemand de hele week van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat achter de computer zit om Israël, de enige Joodse staat, zwart te maken, dat toch wel te denken geeft’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000295.html). Gelukkig zit Ratna Pelle niet van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat achter de computer. Het idee al. Dit laatste voorbeeld lijkt mij een aardig staaltje projectie. En dat je ‘voorzichtig met het a-woord moet zijn’, dat meent ze niet. Lijkt mij wat haar betreft een gevalletje van ‘een beetje jokken’. Dat geldt overigens ook voor deze verklaring: ‘Ik wordt trouwens erg moe van dat constante geklaag van Israel critici dat ze voor antisemiet worden uitgemaakt. Ik doe dat zelf nooit, al vind ik de Israelhaat die sommige van deze ‘critici’ spuien behoorlijk verdacht.’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000402.html). Commentaar lijkt me niet echt nodig. Maar wat ze over de journalist Stan van Houcke schrijft slaat alles (vooral bekend van de VPRO). Ratna heeft een hele serie aan hem gewijd, waarin zij hem voor antisemiet uitmaakt. Nu is Stan van Houcke verre van kinderachtig naar Israël, maar is dat antisemitisch? In zijn boek De Oneindige oorlog (Uitgeverij Atlas, Amsterdam, 2009) heeft hij verschillende Israëli’s geïnterviewd over het voortdurende conflict met de Palestijnen, waaronder de prominente schrijver Amos Oz, overigens iemand die ook vrij kritisch naar zijn eigen land kijkt. Ik ben het niet altijd helemaal met van Houcke eens, maar dit boek wil ik bij deze warm aanbevelen (het zijn vaak prachtige interviews, ondanks de akeligheid van het onderwerp). Maar, is het erg waarschijnlijk dat iemand van de statuur van Amos Oz zich (meerdere keren!) zou laten interviewen door een structurele antisemiet, maw door iemand die een racistische haat tegen Joden koestert (de werkelijke betekenis van het begrip ‘antisemitisme’)? Het lijkt me zelfs buitengewoon onwaarschijnlijk, zoniet uitgesloten, tenzij Oz totaal niet op de hoogte zou zijn van wat van Houcke allemaal verder schrijft. Maar daar schat ik Amos Oz en al die anderen die hij heeft geïnterviewd, zoals Abraham Yehoshua, Eitan Bronstein, of Idith Zertal, toch iets te hoog voor in. Dus laten we het er op houden dat de veel gebruikte en daardoor nogal aan inflatie onderhevige antisemitisme riedel van Ratna Pelle vooral iets over haar zelf zegt en haar aangenomen rol van ‘frontsoldaat in een vuile propaganda-oorlog’. Ik denk dat ze daarmee wel afdoende is getypeerd. Wie het helemaal bont maakt is Wouter, zoals blijkt uit deze potsierlijke pagina op de ‘neutrale website’ Israël-Palestina Info. Werp hier zeker een blik op. Zomaar een passage:

    ‘Critici van het Israëlische regeringsbeleid roepen al jaren op om Israël te boycotten. Het Nederlandse en het nog radikalere Vlaamse Palestina Komitee hebben er zelfs een aparte website voor opgericht, waarin ad absurdum eenzijdige eisen aan Israël worden gesteld. Temidden van alle wrede dictaturen die nog steeds bestaan op de wereld, menen zij juist de enige Joodse staat te moeten boycotten, terwijl haar dictatoriale buurlanden ongehinderd het geweld tegen Israël blijven steunen. Hierbij past maar 1 vergelijking:

    (foto van een bruinhemd die een plakkaat ‘Kauft nicht bei Juden’ tegen een winkelruit plakt. Bekijk maar via de link, want ik heb geen zin om dat soort plaatjes open en bloot op mijn blog te plaatsen) Duitsland, 1933

    Dit is dus ongeveer Wouter. Je vraagt je af welke eisen er aan Israël worden gesteld (‘ad absurdum’!). Het probleem is dat Israël juist overal mee weg kan komen, zie de onvoorwaardelijke rugdekking van de VS en een paar Europese landen, vooral Nederland. Hooguit begint hierdoor, ook in Nederland, de publieke opinie enigszins te schuiven. Dit is niet enige wat er niet klopt aan Wouters ‘statement’, om het maar voorzichtig te zeggen. Maar waar moet je beginnen? Staat kritiek op Israël gelijk aan het woord en het handelen van ene meneer AH? Wat moet Israël nog meer doen, voordat er van Wouter en Ratna kritiek mag worden geleverd? Kernwapens inzetten tegen de Palestijnen, zoals de extreem rechtse leider Avigdor Lieberman heeft geopperd? Maar dat zou ook het einde zijn van Israël zijn, dus misschien dat dit zelfs voor Ratna en Wouter een brug te ver is. Alhoewel, niet voor het CIDI, want die nodigen Lieberman zelfs uit om een lezing te komen geven in Amsterdam. Dat de houding naar verschillende Arabische dictaturen ‘pragmatisch’, opportunistisch, inconsequent en cynisch is geweest, of nog steeds is, helemaal waar. In die zin eens met Wouter. Heeft alles te maken met Realpolitik. Tijdens de Koude Oorlog was het al erg en nu, tijdens de ‘strijd tegen het terrorisme’ eveneens, misschien nog wel erger. Volledig juist. En ook naar deze regimes zou je een zo gepast mogelijke politiek moeten voeren, al is het hoe een niet zo simpele kwestie, net als hoe om te gaan met Israëls politiek naar de Palestijnen. Maar als de boycot tegen de apartheid legitiem was, dan zou ik een boycot van Israël nog niet een zo gek vinden (al ben ik meer voor de kritische dialoog, desnoods onder voorwaarden, met evt het inzetten van sancties als drukmiddel). Maar om dit met de politiek van de Nazi’s te vergelijken is regelrecht belachelijk. Wouter zou gelijk hebben als er zou worden opgeroepen om ‘Joden’ wereldwijd, vanwege hun afkomst te boycotten. Maar dat is hier geenszins het geval. Dit is geen oproep tot een boycot van Joden, ook niet een boycot van ‘Joden’, die uit Israël komen, dit is de boycot van een staat, zolang deze vasthoudt aan een bezettingspolitiek. Dit heeft niets met antisemitisme of racisme te maken. Bovenstaande reactie op Wouters stelling is natuurlijk een open deur van jewelste, maar laat ik het maar heel duidelijk uitleggen. Voor je het weet worden er weer allerlei zaken verward, zoals antisemitisme met kritiek of zelfs afwijzing van de politiek van de staat Israël. Je kan het dus maar beter uitleggen op een manier dat iedere simpele ziel het kan begrijpen. Misschien snapt Wouter het nu ook.

    Rest mij nog om op het onderschrift van Wouter te wijzen: ‘© Dit artikel is copyright Wouter Brassé 2005 (afgezien van de foto).’ Goh Wouter, je meent het?

    Toch zijn de wonderen de wereld nog niet uit. Hoewel ik eerder heb gesteld dat Ratna’s meeste uitlatingen eerder bij extreem rechts thuishoren dan bij links, heeft ze zich, zeer onlangs, verrassend anders geuit:

    ‘In de generaliserende manier waarop de PVV zich uitlaat over de islam en de moslimgemeenschap herkennen velen van de Joodse gemeenschap zich niet. Integendeel. De grootste vijanden van de Joodse gemeenschap zijn altijd die stromingen geweest die geen onderscheid wensten te maken tussen mogelijke misstanden die individuen veroorzaken, net zoals binnen iedere gemeenschap van mensen, en de grote groepering daarom heen. Het klassieke antisemitisme is daar een voorbeeld van. De Joodse gemeenschap weet maar al te goed waartoe dat kan leiden’. (http://israel-palestijnen.blogspot.com/2010/01/wilders-geen-bondgenoot-joodse.html)

    Dit is echt Een Ander Ratna Geluid. Ze neemt hier zelfs het anti-essentialistisch standpunt in. Verrassend positief. Als ze mijn blog goed had bestudeerd of gezien zou hebben wat ik verder heb geschreven (ook over antisemitisme) had ze kunnen weten dat ik precies dezelfde opvatting heb. Ik heb niet de illusie dat we ooit qua standpunten nader tot elkaar zullen komen, maar in dit geval geheel eens. Nu nog iets minder stigmatiserend over de Palestijnen (hou je deze zeldzame zinnige quote in je achterhoofd als je bijvoorbeeld weer het verhaal van de Groot Mufti van stal haalt). Voor een enkele keer zijn we het toch eens.

    Lobby

    Volgens Ratna is er geen sprake van een Israël-lobby. In een artikel dat haar lukte om geplaatst te krijgen in De Gelderlander (vast een betere krant dan de NRC, alhoewel, Anton van Hooff is daar columnist), getiteld Machtige Israël lobby is een mythe (de titel heeft wederom een hoog Mohammed Said al-Sahaf gehalte), stelt ze:

    ‘Complottheorieën zijn nog steeds populair in sommige kringen. Zo meent Jan Wijenberg (oud-ambassadeur in oa Saoedi-Arabië en prominent lid van Stop de Bezetting van Gretta Duisenberg, FS) in De Gelderlander van 12 februari, dat hij continu over zijn schouder moet kijken, en durven zijn kennissen hun mening niet te uiten over het recente Israëlische geweld in Gaza. Allemaal de mond gesnoerd door de almachtige Israël-lobby (…) Wijenberg draagt met zijn complottheorieën bij aan een sfeer van angst en verdachtmakingen. Dergelijke opruiing tegen de zogenaamd zo machtige Israël-lobby vergiftigt het gepolariseerde debat over Israël en de Palestijnse kwestie nog verder. Veelvuldig zijn ik en anderen die zich puur op persoonlijke titel in dit debat mengen, ervan beschuldigd deel uit te maken van deze duistere lobby, die erop uit zou zijn met alle middelen anderen de mond te snoeren. Niet alleen Jan Wijenberg of Gretta Duisenberg, maar ook mensen die het voor Israël opnemen ontvangen geregeld haat mail en bedreigingen. Heimelijk zouden wij betrokken zijn bij het Internationale Zionistische Complot, dat tot doel heeft de wereld te overheersen door media, financiële en politieke instellingen in handen te krijgen, en dat mensen tegen elkaar opzet en oorlogen veroorzaakt om daar de winsten van op te strijken. Waren niet ook de Eerste en Tweede Wereldoorlog door dit Complot veroorzaakt, de VN erdoor gecreëerd, en de Russische Revolutie erdoor ontketend? Ook de kredietcrisis staat nu op haar conto. Uit een recent onderzoek van de Amerikaanse Anti Defamation League blijkt dat ruim 30% van de Europeanen meent dat Joden in de financiële wereld achter de kredietcrisis zitten, en 40% vindt dat Joden teveel macht in de zakenwereld hebben (dat lijkt mij sterk, maar misschien vergis ik me. De Anti-Defamation League is overigens meer een club met een politieke agenda dan een betrouwbare ‘onderzoeksinstelling’, FS). Ook is er een forse toename in het aantal antisemitische incidenten. De vele antisemitische reacties op internetfora, ook van gerenommeerde kranten, liegen er niet om. Joden worden daarin geregeld bedreigd en gesommeerd onmiddellijk en publiekelijk afstand te nemen van Israëls (vermeende) daden. Vergelijkingen van Israël met de nazi’s zijn bon ton geworden. De antisemitisme beschuldiging draagt inderdaad een zware lading, maar het toenemende antisemitisme moet juist vanwege het verleden zeer serieus worden genomen’.

    Dat het antisemitisme serieus moet worden genomen, daarmee ben ik het eens. Waar ik het niet mee eens ben is dat de machtige Israël lobby een mythe is. Zie bijvoorbeeld eea van het voorgaande dat hier al ter sprake is gekomen. Ook de door Ratna aangehaalde Amerikaanse Anti Defamation League maakt deel uit van die zelfde Israël Lobby. Dit alles heeft niets te maken met antisemitische complottheorieën over de Protocollen van de Wijzen van Zion en meer van dat soort onzin, maar met hele concrete zaken, zoals Israël bijvoorbeeld haar PR heeft georganiseerd. En een aantal Joodse organisaties, in Nederland maar ook elders, zeker in Amerika, zijn daar bijzonder goed in, zo goed, dat ze ook veel macht hebben verworven. Wellicht zijn ook Ratna en Wouter bekend met het boek The Israel Lobby, van John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt, twee gerenommeerde Amerikaanse politicologen. Hun boek wordt in brede kring als baanbrekend gezien, behalve wellicht in de kring van de Israël Lobby zelf. Ik zal hier niet op dit omvangrijke werk in gaan. Hier volstaat het wel om te verwijzen naar een documentaire van VPRO’s Tegenlicht, waarin de auteurs, medestanders (waaronder Tony Judt) en critici (waaronder Richard Pearle) werden geïnterviewd. Absolute aanrader, meer dan het kijken waard, zie hier de link (engelstalige versie).

    En verder bestaat er ook de zogenaamde Hasbara Fellowship, een organisatie die vooral studenten recruteerd om Israël op campusses te promoten (‘hasbara’ zou ‘uitleggen’, of ‘voorlicchting’ in het Hebreeuws betekenen). Ik moet zeggen dat ik in eerste instantie aan de Hasbara dacht toen ik kennis nam van Ratna’s blogs. Alleen als je het handboek (gewoon op internet beschikbaar, zie hier of hier) leest dan is er een schokkend verschil met Ratna. In het handboek wordt voordurend benadrukt dat er niet een Israëlisch standpunt is en dat er een pluralistische kijk bestaat. Wat je ook van zo’n Hasbara handboek mag denken (het is bedoeld om de publieke opinie te beïnvloeden en Israëls verdedigers argumenten te geven waarmee zij hun tegenspelers zouden kunnen aftroeven), zo genuanceerd en gedifferentieerd als de Hasbara instructies zijn, zo schril en eendimensionaal zijn Ratna’s tirades. Als Ratna een Hasbara fellow zou zijn is ze zeker geen goeie. Een echte Hasbara fellow zou, volgens de instructies althans, nooit Israëlische mensenrechtenorganisaties zo koeioneren en zo’n beetje voor landverraders uitmaken, zoals Ratna regelmatig doet (Uri Avnery, B’thselem, maar ook Ilan Pappé). Het Hasbara handboek is op het eerste gezicht meer een moderne PR instructie dan een duistere handleiding voor het produceren van propaganda. Het heeft een erg hoog ‘laten we blij zijn met elkaar gehalte’ en probeert ook nog politiek correct uit de hoek te komen. Voorbeeld: ‘Jewish students in the Diaspora are not unconditional supporters of Israel, just as Israelis have different political preferences. Unfortunately, many Jewish students express their dissatisfaction with some government action or other by ignoring Israel, giving up on her just when she needs the most help and support. In our Hasbara Handbook we have rejected the old-fashioned position which states that every Jewish student must support everything that Israel does. Rather, we believe, Israel is an imperfect country, invariably run by imperfect governments. Mistakes are made, approaches are taken that are hard to understand, but one thing remains constant – the Jewish state has a right to exist, and her citizens have a right to safety’Voor veel mensen zal het misschien aanslaan, persoonlijk krijg ik altijd een beetje jeuk van voorschriften hoe je zou moeten reageren als er een complex vraagstuk aan de orde komt. Het is allemaal vrij sjablonerig en heeft bijna iets truttigs, zoals: ‘Practically speaking, this Hasbara Handbook has attempted to show that different positions exist on issues, and that the pro-Israel banner is very wide indeed. In general we have presented a fairly centrist line, in an attempt not to offend anybody, but we have included other opinions too, and attempted to remain aware of the subtleties of the debates. We have also explicitly tackled some of the dilemmas facing Jewish activists, and talked about when it’s legitimate to criticize Israel, what to do about policies one doesn’t agree with… and so on. We hope that the product is something that Jewish students feel comfortable with’. Maar dan, Ratna en Wouter let goed op:

    ‘Not everybody who attacks Israel is antisemitic. It is legitimate for those who oppose Israeli policies to express this opposition in public, just as it is legitimate for Israel activists to defend Israel. It is important to defend the right of those who disagree with Israeli policies to express their opinions, and to be clear that this is a legitimate part of public debate’. En vooral deze:’Where an act might have been motivated by antisemitism, but this is unclear, it is often worth expressing some form of disapproval, but refraining from leveling public charges of Antisemitism. Depending upon the local situation, it is often worth expressing personal upset, saying that one was “hurt, as a Jew” by the controversial act. Wrongly accusing people of Antisemitism can cheapen the charge, as well as being quite unfair. Expressing public disapproval helps to let people know that Jews care about what is said in pubic, and serves to maintain a red line of clear Antisemitism that respectable public figures know not to cross’. Knoop dat goed in je oren, Wouter en Ratna.

    Het Hasbara handboek is over de gehele linie tamelijk politiek correct. Heel anders dan Ratna’s blogs, die vaak uitmunten in hysterische toonzetting en waar alles en iedereen die het niet met haar eens is wordt beschuldigd van antisemitisme. Het zelfde geldt voor Wouter, al is die in regel iets minder geraffineerd. Dus of het hier besproken duo nu echt de meest fantastische Hasbara leerlingen zijn? Ik heb zo mijn twijfels, al is de website http://www.hasbara.us/ weer wel een stukje vuiler, met banners als: ‘Tell Children the Truth’, waar de beeltenis van de Groot Mufti Haj Amin al-Husseini prijkt (die inderdaad korstondig met de Nazi’s heeft geflirt, zal ik in een nog te verschijnen artikel uitgebreid op in gaan maar zie ook mijn eerdere historisch overzicht van Irak. Maar zijn daarom alle Palestijnen fout en hebben ze daarom minder recht op hun land? Dezelfde redenering van Saddam Hoessein was een Iraki dus zijn alle Iraki’s fout. Het verhaal van de Groot Mufti wordt ook vaak door Ratna ingezet om de Palestijnen zwart te maken). Zie verder ook deze site, dit zou de ‘officiële’ Hasbara site zijn. Overigens zijn er vaak fragmenten van het Hasbara Handboek op internet terug te vinden, maar dan veelal zonder bronvermelding. Een passage, overigens met bronvermelding, maar met weglating van het beladen woord ‘Hasbara’ staat op de site van Rosa van der Wieken ‘No Antisemitism’, zie http://www.noantisemitism.org/?pageAlias=argumenten&curId=15. Je kunt je afvragen of dit bezwaarlijk is. Mijns inziens is dit wel degelijk problematisch. De strijd tegen antisemitisme lijkt me een serieuze zaak. Wat er dus wat mij betreft niet aan deugt is dat deze op zich goede zaak wordt vermengd met ‘sluikreclame’, of propaganda voor de Staat Israël. Deze site is natuurlijk een privé initiatief, maar het zou erg problematisch zijn als bijvoorbeeld de Anne Frank Stichting hetzelfde zou doen. Een grote aanrader is verder de documentaire Peace, Propaganda & the Promised Land (BBC, 2004), hier te bekijken. De geschiedenis en het systeem van de Hasbara worden hier uitgebreid doorgelicht. Met bijdragen van een aantal interessante experts, waaronder de beroemde Midden-Oosten correspondent Robert Fisk. Maar ook met Hanan Ashrawi en Noam Chomsky. Verder ook veel kritische Israeli’s, geluiden die je op Ratna’s blogs niet snel zult aantreffen. Ook een organisatie als Camera, vaak door Ratna aangeprezen, komt hier uitgebreid aan de orde en wordt kritisch tegen het licht gehouden. Maar itt in ieder geval het Hasbara Handbook druipen Ratna’s sites van de pathos. Voorbeeld, wat moet je met Ratna’s jankerige nieuwjaarswens?:

    ‘Wat zal 2010 brengen? Meer gemiste kansen, meer oorlogen, meer antizionistische leugens en meer ad hominem aanvallen op mensen die het voor Israël opnemen? (gelukkig doe jij niet aan ad hominem aanvallen, jij beschuldigt slechts iedereen die het niet met je eens is van antisemitisme, FS) Het zit er dik in (…) In Nederland stond in 2009 Dries van Agt wederom herhaaldelijk in de schijnwerpers, hoewel hij absoluut niks nieuws te melden had. Met een boek en een nieuwe organisatie kwam hij weer in alle kranten met uitgebreide en kritiekloze interviews, en natuurlijk kon hij ook bij Pauw en Witteman niet ontbreken, waar antizionisten een geliefd podium hebben. Hopelijk raken mensen en media in 2010 eindelijk eens uitgekeken op Van Agt, Von der Dunk, Van den Broek, Van Hooff en al die andere antizionisten met hun grote en kleine leugens over een klein land dat ze nooit wat heeft aangedaan. Het wordt hopelijk een jaar waarin kranten- en journaalredacties zich realiseren dat het boeiend is tegenover een pro-Palestijnse visie een stuk van Israëls kant te plaatsen, en dat na een reportage vanuit Gaza of een interview met een Palestijnse cameraman of een lid van de Goldstone commissie (dat is wel heel erg benedenmaats, je zou ze eigenlijk moeten weren, FS), een interview met iemand van het Sderot Media Centrum of iemand van Camera (zie je wel, FS) op zijn plaats zou zijn. Het wordt hopelijk ook een jaar waarin aansprekende publieke figuren zich eens voor Israël of in ieder geval tegen de huidige hetze gaan uitspreken’ (http://www.zionism-israel.com/blog/archives/00000421.html).

    Tsja, wat moet je hier nu op zeggen? Verder roept ze links op om toch vooral ook naar de Israëlische kant van de zaak te kijken, zodat Wilders en co niet het monopolie hebben op het pro-Israëlische geluid. Maar ik vrees dat daar nu juist het probleem zit. De bezettingspolitiek van Israël valt niet meer te verdedigen, dus ook de mainstream begint zich heel langzaam een andere richting uit te bewegen (al is het natuurlijk nog lang niet zo ‘dramatisch’ als Ratna het voorstelt). Het probleem is meer dat Ratna zelf een extremist is geworden (en Wouter natuurlijk). En al kan ze nog zoveel dreigende antisemitisme beschuldigingen uiten, de geloofwaardigheid van het voor Israël zijn ten koste van alles (en vooral ten koste van de burgerrechten van de Palestijnen) is steeds meer op zijn retour. Gelukkig maar, al valt er nog veel te doen. Wat er niet deugt aan Ratna Pelle is dat ze niet recht door zee is en met haar blogs op een beetje een smoezelige manier probeert het internet in het Nederlandse taalgebied te vervuilen. Natuurlijk is het haar goed recht om het web vol te plempen; het internet is daar immers een fantastische vrijplaats voor. Een grote charmante anarchie, hoewel het ook verschrikkelijk veel bagger oplevert. Vroeger colporteerden de Jehova’s langs de deuren, nu slibben ze de google zoekmachines dicht. Israël Palestina info, met een Israëlisch en Palestijns vlaggetje. Zal wel een neutrale website zijn. Zowel recht op zelfbeschikking voor de Joden als de Palestijnen. Nee hoor, een bak propaganda. Om een laatste voorbeeld te geven; op de homepage van Israël-Palestina Info staat linkerkant een serie links, waaronder naar ‘United Civilians for Peace’. Wie echter achter die link kijkt, komt niet op de site van de vredesorganisatie zelf maar wordt getrakteerd op een serie verdachtmakingen tegen United Civilians for Peace, zie hier, waar wij oa kunnen lezen: ‘Het geld wordt verder besteed aan dure advertenties tegen Israël in landelijke dagbladen, opinie-onderzoeken onder de Nederlandse bevolking, glossy brochures, manifestaties met buitenlandse gasten zoals de antizionistische en zeer omstreden historicus Ilan Pappe (O ja, is dat zo? FS) en een rondreis door Nederland met een replica-muur’. Als je dit allemaal zo ziet, rijst toch de vraag of dit bizarre duo werkelijk denkt dat hun lezers zo dom zijn dat ze echt geloven dat het hier om een ‘info-blog’ gaat. Want het bovenstaande voorbeeld is wel een beetje van het niveau Mohammed Said al-Sahaf. Maar blijkbaar wel, want Ratna Pelle, ‘academica en publiciste en medewerkster van de website Israël-Palestina Info’ kan nog steeds publiceren in serieuze kranten als Trouw en de Volkskrant, of een fatsoenlijke regionale krant als de Gelderlander. Wat zij produceert is echter niets meer dan platte propaganda. Het kan dus geen kwaad om daar een keer stevig tegenin te gaan. Vandaar deze noodzakelijke dosis tegengif.

    Verder rijst toch weer de vraag: Wat bezielt haar (en Wouter)? Door anderen (zoals Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid, in een surrealistische discussie met Ratna en Wouter en een zekere mevrouw Sijs (wellicht dezelfde als mevrouw Sijs van de Stichting W.A.A.R., blijkens de correspondentie met Zembla, zie hier en hier?), is al eerder geopperd dat Ratna Pelle vooral een epigoon zou zijn van Ami Isseroff, van www.mideastweb.org. Zie ook Isseroffs handleiding om Israël te verkopen, Justice for Jews and Israel; Making the case for Israel; An Introduction to Israel Advocacy, Activism and Information, dat grote gelijkenissen vertoont met het Hasbara handboek. Zij haalt Isseroff inderdaad regelmatig aan. In een bijdrage, met de veelzeggende titel De Hasbara Paradox, geeft zij deze lange passage weer:

    ‘But every Israeli and every Zionist and every Israel advocate must recognize that we are, and have been engaged in a media war for several years, that we are losing that war, and that the decline in Israel’s image is not a side issue to be handled only by some talking heads. The decline in Israel’s image is a strategic threat, perhaps as serious as, or more serious than, the Iranian nuclear threat, the Hamas and the Hezbollah. Those who do not yet understand that this issue is a strategic threat should consider for example, that a single mistake by the IDF or even the rumor of a mistake spread by the enemy, like the UNRWA school shelling that never was, can stop a war much more effectively than an armored division. Or consider that the effect of the constant barrage of demonization, left unanswered and uncorrected, may be to bring to power the supporters of Jimmy Carter, Lyndon Larouche and Professors Walt and Mearsheimer in the USA, and their even more vicious counterparts in Europe. The threat is not limited to “war crimes” allegations and distortions of human rights, nor is it confined to the UN or to political media. We are faced with everything from attempts to write the Jews out of history, to expressions of outrage about harmless Israeli tourism advertisements. And if you say anything about it, you are a neocon hardline Jew Zionist member of the Israel lobby. The propaganda appears in travel guides and travel magazines, literary reviews and just about everywhere you can imagine. Israel-Bashing has become embedded in world culture, just as anti-Semitism was once a cultural staple’. ( Israeli war crimes allegations: Doing our patriotic duty )

    Dit is de kern van wat zij gelooft, althans als ik af moet gaan op haar enkele duizenden bijdragen op internet. De vraag of Israël misschien echt oorlogsmisdaden zou plegen, om maar een voorbeeld van Isseroff te noemen, komt niet in haar hoofd op. Het is allemaal maar ‘beeldvorming’, al kan ik me nauwelijks iemand bedenken die meer lijdt aan ‘beeldvorming’ dan Ratna Pelle zelf. Een plaat voor haar hoofd met een slechts een kijkgaatje met een bijzonder gekleurde lens, lijkt me het meest in de buurt komen. Haar ‘beeld’ van Israël is het beeld dat tot ruim in de jaren tachtig in Nederland bestond, dat van David en Goliath. Dat dit beeld is veranderd ziet zij niet als een correctie van de realiteit, maar als morele zwakte, waarin twijfel de boventoon voert. Vandaar haar agressieve stellingname en wat mij betreft haar griezelige blikvernauwing. En iedereen die niet met haar mee strijdt is al snel een verdachte ‘antizionist’, een ‘antiziosemiet’ of een ‘antisemiet’.

    Toch wil ik bij wijze van afsluiting nog een opmerking van Isseroff aanhalen, waar ik mij verrassend goed in kan vinden:

    ‘Anti-Semitism applied only when appropriate and when its use can be defended. A person who is opposed to the Israeli occupation is not an anti-Semite unless they use anti-Semitic terminology and ideas. A person who claims “Zionists” control the world or the U.S. government really is an anti-Semite. Like the Holocaust, anti-Semitism has been overused and abused’.

    uit Justice for Jews and Israel; Making the case for Israel; An Introduction to Israel Advocacy, Activism and Information, p. 14

    100% mee eens! Dus, Ratna en Wouter, blijf wel bij de les. Jullie ’leermeester’ zegt het zelf. En als jullie verder antisemitisme willen bestrijden, mijn zegen hebben jullie. Maar richt je dan wel op echte antisemieten. Misschien sta ik dan nog wel aan jullie kant. Heb daar een tijdje terug ook het nodige aan bijgedragen zie hier, maar ook hier (en ook op dit blog, zie hier). En nogmaals, wat weten jullie van mijn eigen achtergrond . Het zou voor mij wel heel vreemd zijn als ik antisemitische denkbeelden zou koesteren (daarmee bedoel ik dus een racistische haat tegen Joden). Dus net zo goed tegen antisemitisme als jullie. Maar als het jullie meer gaat om een bezetting en wat mij betreft een apartheidspolitiek in stand te houden, dan sta ik lijnrecht tegenover jullie. Maar dat hadden jullie neem ik aan zelf al wel gemerkt,

    verder vriendelijke groet, Floris Schreve

    Tot zover Ratna en Wouter. Zij zijn echter niet de enige representanten van de Israël-Lobby in Nederland. Een goed overzicht werd gemaakt door J. Jan Willem van Waning, kapitein ter Zee bd en oud kamerlid voor D66. Zeer de moeite waard, hier te vinden: http://jjwvanwaning.wordpress.com/2007/08/25/de-zionistische-groot-israel-lobby-in-nederland-een-noodzakelijke-inventarisatie/

    Ratna en Wouter in feestverpakking

    Update 2015: een zeldzaam kiekje van Ratna en Wouter samen, in feestverpakking, oudjaar 2014 (andere twee personen onherkenbaar gemaakt). Bron: Facebook Tot zover Ratna en Wouter. Zij zijn echter niet de enige representanten van de Israël-Lobby in Nederland. Een goed overzicht werd gemaakt door  J. Jan Willem van Waning, kapitein ter Zee bd en oud kamerlid voor D66. Zeer de moeite waard, hier te vinden: http://jjwvanwaning.wordpress.com/2007/08/25/de-zionistische-groot-israel-lobby-in-nederland-een-noodzakelijke-inventarisatie/

    Tagged with: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

    Drie tot nadenken stemmende artikelen over de brandende kwestie Israël/Palestina

    Ook geplaatst op de site van Stop de Bezetting

    Hoewel ik er zelf wel mijn eigen ideeën over heb, heb ik er nooit echt mijn vingers aan durven branden: de kwestie Palestina/Israël. Het schrijven van een goed stuk over deze materie is lastig en kent zoveel dilemma’s en gevoeligheden, dat het risico groot is dat je op allerlei tenen trapt, ook als je het niet zo bedoelt.
    Ik ben van plan het toch te doen; in ieder geval een grondige historische uiteenzetting en ook hard te maken dat de Palestijnen een groot onrecht is aangedaan, waar lange tijd niemand oog voor had vanwege de grootste genocide uit de geschiedenis, de Holocaust. Maar de Palestijnen verdienen hoe dan ook hun vrijheid en hun recht op zelfbeschikking en aan de situatie van bezetting en wat mij betreft ook ‘apartheid’ moet hoe dan ook een eind komen.
    Een paar jaar geleden las ik een zeer interessant artikel van de Britse/Joodse historicus Tony Judt (zie biografie). Hoewel het heel veel reacties heeft losgemaakt (veel woedende want Judt zou de ‘opheffing van Israël’ bepleiten) denk ik dat het nog steeds tot nadenken stemt. Het komt in ieder geval dicht bij mijn eigen gedachten over deze materie (zij het dat ik zelf ook nog wat vraagtekens heb ) .
    Heel onlangs vond ik dit stuk terug op internet. Daarom leek het mij interessant om het hier weer onder de aandacht te brengen. En over deze materie volgt later nog veel meer. Maar met name deze passage heeft geheel mijn instemming:

    ‘Today, non-Israeli Jews feel themselves once again exposed to criticism and vulnerable to attack for things they didn’t do. But this time it is a Jewish state, not a Christian one, which is holding them hostage for its own actions. Diaspora Jews cannot influence Israeli policies, but they are implicitly identified with them, not least by Israel’s own insistent claims upon their allegiance. The behaviour of a self-described Jewish state affects the way everyone else looks at Jews. The increased incidence of attacks on Jews in Europe and elsewhere is primarily attributable to misdirected efforts, often by young Muslims, to get back at Israel. The depressing truth is that Israel’s current behaviour is not just bad for America, though it surely is. It is not even just bad for Israel itself, as many Israelis silently acknowledge. The depressing truth is that Israel today is bad for the Jews’.

    Het tweede artikel is van Ilan Pappé, een van de bekendste zogenaamde ‘New Historians’, zoals deze nieuwe generatie Israëlische historici vaak wordt aangeduid. Deze New Historians, hoe verschillend zij ook zijn, hebben met elkaar gemeen dat zij kanttekeningen hebben geplaatst bij de onstaansmythen van de Staat Israël. De notie ‘een land zonder volk voor een volk zonder land’ is uiteraard geheel terzijde geschoven, maar ook het nog steeds veel gehoorde verhaal dat de Arabieren vrijwillig het gebied Palestina zouden hebben verlaten, omdat hun leiders daartoe zouden hebben opgeroepen. De titel van Pappé’s bekendste werk ‘The ethnic cleansing of Palestine’ spreekt wat dat betreft boekdelen. Ik geef hier de biografische beschrijving weer van wikipedia, die wellicht verhelderend genoeg is:

    Ilan Pappé (born 1954 in Haifa, Israel) is professor of history at the University of Exeter in the UK, and co-director of the Exeter Center for Ethno-Political Studies. He was formerly a senior lecturer in political science at Haifa University (1984-2007), and chair of the Emil Touma Institute for Palestinian and Israeli Studies in Haifa (2000-2008).[1] He is the author of The Ethnic Cleansing of Palestine (2006), The Modern Middle East (2005), A History of Modern Palestine: One Land, Two Peoples (2003), and Britain and the Arab-Israeli Conflict (1988).[2]

    Pappé is one of Israel’s “New Historians” who, since the release of pertinent British and Israeli government documents in the early 1980s, have been rewriting the history of Israel’s creation in 1948 and the corresponding expulsion or flight of 700,000 Palestinians in the same year. He has written that the expulsions were not decided on an ad hoc basis, as other historians have argued, but constituted the ethnic cleansing of Palestine, in accordance with Plan Dalet, drawn up in 1947 by Israel’s future leaders.[3] He blames the creation of Israel for the lack of peace in the Middle East, arguing that Zionism is more dangerous than Islam, and has called for an international boycott of Israeli academics.[4][5]

    His work has been both supported and criticized by other historians. Before he left Israel in 2008, he had been condemned in the Knesset, Israel’s parliament; a minister of education had called for him to be sacked; his photograph had appeared in a newspaper at the center of a target; and he had received several death threats.[6]

    (http://en.wikipedia.org/wiki/Ilan_Pappe, zie ook dit interview in Trouw)

    De onderstaande kaarten met toelichting zijn afkomstig van de website van Dries van Agt (http://www.driesvanagt.nl/) , die tegenwoordig een in mijn ogen lovenswaardige campagne voert voor de Palestijnse zaak

    784170380_5_nsF2[1]

    784170393_5_neSP[1]

    784170400_5_kFNM[1]

    784170409_5_qbGU[1]

    784170416_5_V1Is[1]

    784170428_5_wxkQ[1]

    784170436_5_-UTo[1]

    784170444_5_BB0S[1]

    784170464_5_iIRw[1]

     

     

    de muur bij Qalqiliyya

    Hier volgt een fragment uit het onderscheiden boek van Joris Luyendijk,vml correspondent in de Bezette gebieden:

    ‘Stel: in de Verenigde Staten wordt een gek de baas die alle mensen met een Friese grootvader laat oppakken en afmaken. Het wordt een moordpartij van ongekende omvang en als het Anti-Friese bewind eindelijk ten val komt, is duidelijk dat de Friese overlevenden niet meer in Amerika willen wonen. Dus komt er een plan: de Friezen krijgen een eigen staat. En wat is een logischer plek dan het land dat volgens de oude teksten Fries is? Ondanks Nederlands verzet stemmen de Verenigde Naties met het plan in en uit de hele wereld trekken mensen met een Friese grootouder richting de nieuwe Friese staat, royaal gesubsidieerd door Amerika. De overige Nederlanders protesteren: ”Wij hadden toch nooit problemen met de Friezen?’ Maar in de internationale opinie overheerst het medelijden met de Friezen. Er komt een voorstel: de helft van Nederland wordt Frisia, en in de andere helft kunnen de Nederlanders blijven wonen.
    De Nederlanders pikken dit niet en er komt een oorlog die de Friezen, met Amerikaanse hulp, winnen en een nog groter deel van Nederland valt in Friese handen. Miljoenen niet-Friese vluchtelingen overstromen de grote Nederlandse steden en de spanningen lopen op, vooral omdat kleine groepjes Nederlanders een guerrilla zijn begonnen tegen de Friezen. ‘Terrorisme!’, roepen Friese voorlichters op CNN: ‘They are killing innocent Frisians!’ Intussen vraagt het Nederlandse volk: ‘Wat hebben wij voor leiders?’
    Er volgt een militaire coup en wanneer Nederland probeert in het buitenland wapens te kopen, verovert de jonge Friese staat met een ‘preventieve aanval’ de rest van Nederland, plus stukken van Duitsland en België. Drommen niet-Friese Nederlanders vluchten de grens over naar Duitsland en België, waar ook coups volgen: we moeten voorkomen dat de Friezen ons pakken! Intussen regeert het Friese leger met harde hand over de bezette Nederlandse provincies, wurgt de economie en confisqueert de mooiste stukjes voor nederzettingen en speciale wegen van die nederzettingen naar Frisia.
    Dan komt er een vredesproces en krijgt Nederland Limburg, een stukje Brabant en een Zeeuws eiland aangeboden. Die brokjes mogen geen Nederland heten, Nederland mag geen leger hebben en alle grenzen worden bewaakt door Friese troepen’.

    Joris Luyendijk, Het zijn net mensen; beelden uit het Midden Oosten, Uitgeverij Podium, 2006, p. 145-146

    Een grafische uitwerking van Luyendijks parabel door Ruiter Janssen (van de website van Een Ander Joods Geluid, http://www.eajg.nl/)

    Een grote aanrader is de documentaire ‘The Israel Lobby’, naar het gelijknamige boek van John J. Mearsheimer & Stephen M. Walt (Farrar, Strouss, Giroux, New York, 2007). Oorspronkelijk van de redactie van VPRO Tegenlicht, later Engelstalig bewerkt. Ook Tony Judt komt hierin uitgebreid aan het woord. Te bekijken via deze link: The Israel Lobby. Over de vraag waarom de Nederlandse politiek, ook naar Europese verhoudingen, nog altijd zo’n uitgesproken pro-Israël koers vaart, zie deze nog altijd relevante uitzending van Zembla, Zwijgen over Isräel. Aan het woord komen oud ministers als Hans Van Mierlo, Bram Stemerdink en Hans van den Broek, Rabbijn Evers, Ronnie Naftaniël van het CIDI, Hajo Meijer van Een Ander Joods Geluid en vele anderen.

    Hier het volledige artikel van Judt (bron: http://www.nybooks.com/articles/16671 ) :

    New York Review of Books Volume 50, Number 16 • October 23, 2003

    Israel: The Alternative

    By Tony Judt

    The Middle East peace process is finished. It did not die: it was killed. Mahmoud Abbas was undermined by the President of the Palestinian Authority and humiliated by the Prime Minister of Israel. His successor awaits a similar fate. Israel continues to mock its American patron, building illegal settlements in cynical disregard of the “road map.” The President of the United States of America has been reduced to a ventriloquist’s dummy, pitifully reciting the Israeli cabinet line: “It’s all Arafat’s fault.” Israelis themselves grimly await the next bomber. Palestinian Arabs, corralled into shrinking Bantustans, subsist on EU handouts. On the corpse-strewn landscape of the Fertile Crescent, Ariel Sharon, Yasser Arafat, and a handful of terrorists can all claim victory, and they do. Have we reached the end of the road? What is to be done?
    At the dawn of the twentieth century, in the twilight of the continental empires, Europe’s subject peoples dreamed of forming “nation-states,” territorial homelands where Poles, Czechs, Serbs, Armenians, and others might live free, masters of their own fate. When the Habsburg and Romanov empires collapsed after World War I, their leaders seized the opportunity. A flurry of new states emerged; and the first thing they did was set about privileging their national, “ethnic” majority—defined by language, or religion, or antiquity, or all three—at the expense of inconvenient local minorities, who were consigned to second-class status: permanently resident strangers in their own home.

    But one nationalist movement, Zionism, was frustrated in its ambitions. The dream of an appropriately sited Jewish national home in the middle of the defunct Turkish Empire had to wait upon the retreat of imperial Britain: a process that took three more decades and a second world war. And thus it was only in 1948 that a Jewish nation-state was established in formerly Ottoman Palestine. But the founders of the Jewish state had been influenced by the same concepts and categories as their fin-de-siècle contemporaries back in Warsaw, or Odessa, or Bucharest; not surprisingly, Israel’s ethno-religious self-definition, and its discrimination against internal “foreigners,” has always had more in common with, say, the practices of post-Habsburg Romania than either party might care to acknowledge.
    The problem with Israel, in short, is not—as is sometimes suggested—that it is a European “enclave” in the Arab world; but rather that it arrived too late. It has imported a characteristically late-nineteenth-century separatist project into a world that has moved on, a world of individual rights, open frontiers, and international law. The very idea of a “Jewish state”—a state in which Jews and the Jewish religion have exclusive privileges from which non-Jewish citizens are forever excluded—is rooted in another time and place. Israel, in short, is an anachronism.

    In one vital attribute, however, Israel is quite different from previous insecure, defensive microstates born of imperial collapse: it is a democracy. Hence its present dilemma. Thanks to its occupation of the lands conquered in 1967, Israel today faces three unattractive choices. It can dismantle the Jewish settlements in the territories, return to the 1967 state borders within which Jews constitute a clear majority, and thus remain both a Jewish state and a democracy, albeit one with a constitutionally anomalous community of second-class Arab citizens.
    Alternatively, Israel can continue to occupy “Samaria,” “Judea,” and Gaza, whose Arab population—added to that of present-day Israel—will become the demographic majority within five to eight years: in which case Israel will be either a Jewish state (with an ever-larger majority of unenfranchised non-Jews) or it will be a democracy. But logically it cannot be both.
    Or else Israel can keep control of the Occupied Territories but get rid of the overwhelming majority of the Arab population: either by forcible expulsion or else by starving them of land and livelihood, leaving them no option but to go into exile. In this way Israel could indeed remain both Jewish and at least formally democratic: but at the cost of becoming the first modern democracy to conduct full-scale ethnic cleansing as a state project, something which would condemn Israel forever to the status of an outlaw state, an international pariah.
    Anyone who supposes that this third option is unthinkable above all for a Jewish state has not been watching the steady accretion of settlements and land seizures in the West Bank over the past quarter-century, or listening to generals and politicians on the Israeli right, some of them currently in government. The middle ground of Israeli politics today is occupied by the Likud. Its major component is the late Menachem Begin’s Herut Party. Herut is the successor to Vladimir Jabotinsky’s interwar Revisionist Zionists, whose uncompromising indifference to legal and territorial niceties once attracted from left-leaning Zionists the epithet “fascist.” When one hears Israel’s deputy prime minister, Ehud Olmert, proudly insist that his country has not excluded the option of assassinating the elected president of the Palestinian Authority, it is clear that the label fits better than ever. Political murder is what fascists do.

    The situation of Israel is not desperate, but it may be close to hopeless. Suicide bombers will never bring down the Israeli state, and the Palestinians have no other weapons. There are indeed Arab radicals who will not rest until every Jew is pushed into the Mediterranean, but they represent no strategic threat to Israel, and the Israeli military knows it. What sensible Israelis fear much more than Hamas or the al-Aqsa Brigade is the steady emergence of an Arab majority in “Greater Israel,” and above all the erosion of the political culture and civic morale of their society. As the prominent Labor politician Avraham Burg recently wrote, “After two thousand years of struggle for survival, the reality of Israel is a colonial state, run by a corrupt clique which scorns and mocks law and civic morality.”[1] Unless something changes, Israel in half a decade will be neither Jewish nor democratic.
    This is where the US enters the picture. Israel’s behavior has been a disaster for American foreign policy. With American support, Jerusalem has consistently and blatantly flouted UN resolutions requiring it to withdraw from land seized and occupied in war. Israel is the only Middle Eastern state known to possess genuine and lethal weapons of mass destruction. By turning a blind eye, the US has effectively scuttled its own increasingly frantic efforts to prevent such weapons from falling into the hands of other small and potentially belligerent states. Washington’s unconditional support for Israel even in spite of (silent) misgivings is the main reason why most of the rest of the world no longer credits our good faith.
    It is now tacitly conceded by those in a position to know that America’s reasons for going to war in Iraq were not necessarily those advertised at the time.[2] For many in the current US administration, a major strategic consideration was the need to destabilize and then reconfigure the Middle East in a manner thought favorable to Israel. This story continues. We are now making belligerent noises toward Syria because Israeli intelligence has assured us that Iraqi weapons have been moved there—a claim for which there is no corroborating evidence from any other source. Syria backs Hezbollah and the Islamic Jihad: sworn foes of Israel, to be sure, but hardly a significant international threat. However, Damascus has hitherto been providing the US with critical data on al-Qaeda. Like Iran, another longstanding target of Israeli wrath whom we are actively alienating, Syria is more use to the United States as a friend than an enemy. Which war are we fighting?
    On September 16, 2003, the US vetoed a UN Security Council resolution asking Israel to desist from its threat to deport Yasser Arafat. Even American officials themselves recognize, off the record, that the resolution was reasonable and prudent, and that the increasingly wild pronouncements of Israel’s present leadership, by restoring Arafat’s standing in the Arab world, are a major impediment to peace. But the US blocked the resolution all the same, further undermining our credibility as an honest broker in the region. America’s friends and allies around the world are no longer surprised at such actions, but they are saddened and disappointed all the same.
    Israeli politicians have been actively contributing to their own difficulties for many years; why do we continue to aid and abet them in their mistakes? The US has tentatively sought in the past to pressure Israel by threatening to withhold from its annual aid package some of the money that goes to subsidizing West Bank settlers. But the last time this was attempted, during the Clinton administration, Jerusalem got around it by taking the money as “security expenditure.” Washington went along with the subterfuge, and of $10 billion of American aid over four years, between 1993 and 1997, less than $775 million was kept back. The settlement program went ahead unimpeded. Now we don’t even try to stop it.
    This reluctance to speak or act does no one any favors. It has also corroded American domestic debate. Rather than think straight about the Middle East, American politicians and pundits slander our European allies when they dissent, speak glibly and irresponsibly of resurgent anti-Semitism when Israel is criticized, and censoriously rebuke any public figure at home who tries to break from the consensus.

    But the crisis in the Middle East won’t go away. President Bush will probably be conspicuous by his absence from the fray for the coming year, having said just enough about the “road map” in June to placate Tony Blair. But sooner or later an American statesman is going to have to tell the truth to an Israeli prime minister and find a way to make him listen. Israeli liberals and moderate Palestinians have for two decades been thanklessly insisting that the only hope was for Israel to dismantle nearly all the settlements and return to the 1967 borders, in exchange for real Arab recognition of those frontiers and a stable, terrorist-free Palestinian state underwritten (and constrained) by Western and international agencies. This is still the conventional consensus, and it was once a just and possible solution.
    But I suspect that we are already too late for that. There are too many settlements, too many Jewish settlers, and too many Palestinians, and they all live together, albeit separated by barbed wire and pass laws. Whatever the “road map” says, the real map is the one on the ground, and that, as Israelis say, reflects facts. It may be that over a quarter of a million heavily armed and subsidized Jewish settlers would leave Arab Palestine voluntarily; but no one I know believes it will happen. Many of those settlers will die—and kill—rather than move. The last Israeli politician to shoot Jews in pursuit of state policy was David Ben-Gurion, who forcibly disarmed Begin’s illegal Irgun militia in 1948 and integrated it into the new Israel Defense Forces. Ariel Sharon is not Ben-Gurion.[3]
    The time has come to think the unthinkable. The two-state solution—the core of the Oslo process and the present “road map”—is probably already doomed. With every passing year we are postponing an inevitable, harder choice that only the far right and far left have so far acknowledged, each for its own reasons. The true alternative facing the Middle East in coming years will be between an ethnically cleansed Greater Israel and a single, integrated, binational state of Jews and Arabs, Israelis and Palestinians. That is indeed how the hard-liners in Sharon’s cabinet see the choice; and that is why they anticipate the removal of the Arabs as the ineluctable condition for the survival of a Jewish state.
    But what if there were no place in the world today for a “Jewish state”? What if the binational solution were not just increasingly likely, but actually a desirable outcome? It is not such a very odd thought. Most of the readers of this essay live in pluralist states which have long since become multiethnic and multicultural. “Christian Europe,” pace M. Valéry Giscard d’Estaing, is a dead letter; Western civilization today is a patchwork of colors and religions and languages, of Christians, Jews, Muslims, Arabs, Indians, and many others—as any visitor to London or Paris or Geneva will know.[4]
    Israel itself is a multicultural society in all but name; yet it remains distinctive among democratic states in its resort to ethnoreligious criteria with which to denominate and rank its citizens. It is an oddity among modern nations not—as its more paranoid supporters assert—because it is a Jewish state and no one wants the Jews to have a state; but because it is a Jewish state in which one community—Jews—is set above others, in an age when that sort of state has no place.

    For many years, Israel had a special meaning for the Jewish people. After 1948 it took in hundreds of thousands of helpless survivors who had nowhere else to go; without Israel their condition would have been desperate in the extreme. Israel needed Jews, and Jews needed Israel. The circumstances of its birth have thus bound Israel’s identity inextricably to the Shoah, the German project to exterminate the Jews of Europe. As a result, all criticism of Israel is drawn ineluctably back to the memory of that project, something that Israel’s American apologists are shamefully quick to exploit. To find fault with the Jewish state is to think ill of Jews; even to imagine an alternative configuration in the Middle East is to indulge the moral equivalent of genocide.
    In the years after World War II, those many millions of Jews who did not live in Israel were often reassured by its very existence—whether they thought of it as an insurance policy against renascent anti-Semitism or simply a reminder to the world that Jews could and would fight back. Before there was a Jewish state, Jewish minorities in Christian societies would peer anxiously over their shoulders and keep a low profile; since 1948, they could walk tall. But in recent years, the situation has tragically reversed.
    Today, non-Israeli Jews feel themselves once again exposed to criticism and vulnerable to attack for things they didn’t do. But this time it is a Jewish state, not a Christian one, which is holding them hostage for its own actions. Diaspora Jews cannot influence Israeli policies, but they are implicitly identified with them, not least by Israel’s own insistent claims upon their allegiance. The behavior of a self-described Jewish state affects the way everyone else looks at Jews. The increased incidence of attacks on Jews in Europe and elsewhere is primarily attributable to misdirected efforts, often by young Muslims, to get back at Israel. The depressing truth is that Israel’s current behavior is not just bad for America, though it surely is. It is not even just bad for Israel itself, as many Israelis silently acknowledge. The depressing truth is that Israel today is bad for the Jews.
    In a world where nations and peoples increasingly intermingle and intermarry at will; where cultural and national impediments to communication have all but collapsed; where more and more of us have multiple elective identities and would feel falsely constrained if we had to answer to just one of them; in such a world Israel is truly an anachronism. And not just an anachronism but a dysfunctional one. In today’s “clash of cultures” between open, pluralist democracies and belligerently intolerant, faith-driven ethno-states, Israel actually risks falling into the wrong camp.
    To convert Israel from a Jewish state to a binational one would not be easy, though not quite as impossible as it sounds: the process has already begun de facto. But it would cause far less disruption to most Jews and Arabs than its religious and nationalist foes will claim. In any case, no one I know of has a better idea: anyone who genuinely supposes that the controversial electronic fence now being built will resolve matters has missed the last fifty years of history. The “fence”—actually an armored zone of ditches, fences, sensors, dirt roads (for tracking footprints), and a wall up to twenty-eight feet tall in places—occupies, divides, and steals Arab farmland; it will destroy villages, livelihoods, and whatever remains of Arab-Jewish community. It costs approximately $1 million per mile and will bring nothing but humiliation and discomfort to both sides. Like the Berlin Wall, it confirms the moral and institutional bankruptcy of the regime it is intended to protect.
    A binational state in the Middle East would require a brave and relentlessly engaged American leadership. The security of Jews and Arabs alike would need to be guaranteed by international force—though a legitimately constituted binational state would find it much easier policing militants of all kinds inside its borders than when they are free to infiltrate them from outside and can appeal to an angry, excluded constituency on both sides of the border.[5] A binational state in the Middle East would require the emergence, among Jews and Arabs alike, of a new political class. The very idea is an unpromising mix of realism and utopia, hardly an auspicious place to begin. But the alternatives are far, far worse.

    —September 25, 2003

    Notes

    [1] See Burg’s essay, “La révolution sioniste est morte,” Le Monde, September 11, 2003. A former head of the Jewish Agency, the writer was speaker of the Knesset, Israel’s Parliament, between 1999 and 2003 and is currently a Labor Party member of the Knesset. His essay first appeared in the Israeli daily Yediot Aharonot; it has been widely republished, notably in the Forward (August 29, 2003) and the London Guardian (September 15, 2003).
    [2] See the interview with Deputy Secretary of Defense Paul Wolfowitz in the July 2003 issue of Vanity Fair.
    [3] In 1979, following the peace agreement with Anwar Sadat, Prime Minister Begin and Defense Minister Sharon did indeed instruct the army to close down Jewish settlements in the territory belonging to Egypt. The angry resistance of some of the settlers was overcome with force, though no one was killed. But then the army was facing three thousand extremists, not a quarter of a million, and the land in question was the Sinai Desert, not “biblical Samaria and Judea.”
    [4] Albanians in Italy, Arabs and black Africans in France, Asians in England all continue to encounter hostility. A minority of voters in France, or Belgium, or even Denmark and Norway, support political parties whose hostility to “immigration” is sometimes their only platform. But compared with thirty years ago, Europe is a multicolored patchwork of equal citizens, and that, without question, is the shape of its future.
    [5] As Burg notes, Israel’s current policies are the terrorists’ best recruiting tool: “We are indifferent to the fate of Palestinian children, hungry and humiliated; so why are we surprised when they blow us up in our restaurants? Even if we killed 1000 terrorists a day it would change nothing.” See Burg, “La révolution sioniste est morte.”

    Tot zover het artikel van Tony Judd. Hier volgt het artikel van Ilan Pappé

    Fort Israel

    (oorspronkelijk verschenen in The London Review of Books, Nederlandse vertaling in Soemoed, van het NPK, http://www.palestina-komitee.nl/soemoed/36/329 )

    Ilan Pappé

    Het recht op terugkeer van de in de oorlog van 1948 verdreven Palestijnse vluchtelingen is in december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties erkend. Het is verankerd in internationaal recht en stemt overeen met de heersende ideeën over universele gerechtigheid.
    Verrassender wellicht, het is ook in termen van realpolitik van belang: Immers, alle pogingen om het Israelisch-Palestijnse conflict op te lossen, zullen falen zolang Israel niet bereid is de vluchtelingen te repatriëren. In 2000 werd dit opnieuw duidelijk, toen deze kwestie tot het afbreken van het Oslo-proces leidde [dat in 1993 van start was gegaan; red.]. Niettemin is slechts een handjevol joden in Israel bereid het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen te steunen, onder meer omdat de meeste Israelische joden weigeren te erkennen, dat Israel in 1948 etnische zuivering heeft toegepast.
    Het doel van het zionistische project is altijd vestiging en verdediging van een Westers/’blank’ fort in de Arabische/’zwarte’ wereld geweest. De kern van de weigering in te stemmen met het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelngen is de angst van Israelische joden dat zij uiteindelijk in Israel een minderheid temidden van de Arabieren [Palestijnen] zullen gaan vormen. Dit vooruitzicht roept dermate heftige gevoelens op, dat het de Israelische joden niet lijkt te interesseren dat zij zich met hun acties de veroordeling van de hele wereld op de hals halen. Het joodse verlangen naar verzoening is vervangen door vrome arrogantie en zelfrechtvaardiging. Hun positie verschilt nauwelijks van die van de kruisvaarders, toen dezen beseften dat het door hen gestichte Koninkrijk Jeruzalem slechts een eiland in een vijandige islamitische wereld was. Of van die van de blanke kolonisten in Afrika, wier enclaves nog niet zo lang geleden zijn verdwenen en wier pretentie tevens een van de lokale volksstammen te vormen, de bodem is ingeslagen.
    In of rond 1922 is een groep joodse kolonisten uit Oost-Europa – in belangrijke mate dankzij de steun van het Britse Imperium – erin geslaagd een begin te maken met de vestiging van een enclave in Palestina. In dat jaar en nadien zijn de grenzen van Palestina als toekomstige joodse staat uitgestippeld. De koloniale droom was dat massale joodse immigratie hun bolwerk zou gaan versterken. Maar als gevolg van de holocaust was het aantal ‘blanke’ joden gereduceerd en – voor de zionisten een teleurstelling – de overlevenden bleken de Verenigde Staten of zelfs het perfide Europa te verkiezen boven Palestina. Schoorvoetend liet het Oost-Europese leiderschap een miljoen Arabische joden [Mizrachi] tot de enclave toe. Dezen werden vervolgens aan een de-Arabiseringsproces onderworpen, dat goed is gedocumenteerd in post-zionistische en Mizrachi studies. Dit werd gezien als een succes en de aanwezigheid van een kleine Palestijnse minderheid binnen Israel verstoorde niet de illusie, dat de enclave goed was opgebouwd en op een degelijk fundament rustte – zelfs al was de prijs dat de inheemse bevolking als gevolg daarvan van 78 procent van haar land werd beroofd en ontworteld raakte.
    De Arabische wereld en de Palestijnse Nationale Beweging waren krachtig genoeg om duidelijk te maken dat zij zich niet met de Israelische enclave zouden verzoenen. In 1967 kwam het tot een uitbarsting tussen beide partijen, waarbij het zionistische project zijn greep op het grondgebied verder vergrootte, in de vorm van de bezetting van het resterende deel van Palestina [Westelijke Jordaanoever en de Strook van Gaza], samen met delen van Syrië [Hoogvlakte van Golan], Egypte [Strook van Gaza] en Jordanië [Westelijke Jordaanoever]. Deze overwinning smaakte naar meer territorium. In 1982 werd Zuid-Libanon aan het mini-imperium toegevoegd, ter compensatie van het verlies van de Sinaï Woestijn, die in 1979 aan Egypte werd teruggeven. Deze expansiepolitiek werd gezien als noodzakelijk voor de bescherming van de enclave.
    Sinds 2000 is de joodse staat gestopt met de verdere vergroting van zijn grondgebied. In feite kromp hij zelfs in, ten gevolge van de terugtrekking uit Zuid-Libanon. Ook hebben opeenvolgende regeringen de bereidheid getoond om over de terugtrekking uit de Bezette Gebieden te onderhandelen, want de Israelische leiders geloofden niet langer dat land de belangrijkste troefkaart van de staat was. Andere zaken lijken nu meer waarde te hebben, zoals de Israelische nucleaire capaciteit, onvoorwaardelijke Amerikaanse steun en sterke strijdkrachten. Er is opnieuw een zionistisch pragmatisme boven komen drijven, dat gelooft in de mogelijkheid om Israel te beperken tot 90 procent [!] van Palestina, mits het gebied wordt omringd door onder stroom staande hekken en door zichtbare en onzichtbare muren. Een minderheid van fanatiekelingen is het er niet mee eens dat er afstand van grondgebied wordt gedaan. Er wordt zelfs gesproken over een op handen zijnde ‘burgeroorlog’. Maar dat is spel: De grote meerderheid van het publiek steunt de politiek ‘van het gezonde verstand’, die uitgaat van de ‘ontkoppeling’ van de Strook van Gaza.
    Daarmee zou het laatste stadium van de bouw van het fort, waarbinnen zich een door hoge muren omringde enclave bevindt, die met zekere internationale – en zelfs regionale – instemming tot stand is gekomen, wel eens aangebroken kunnen zijn. Maar wat gebeurt er binnen de muren? Niet veel, als je de belangrijkste dagbladen mag geloven. Binnen de muren zijn er dreigende ontwikkelingen, maar daarvoor kunnen oplossingen worden gevonden. Weliswaar zijn er vele niet-joden uit de voormalige Sovjet-Unie gearriveerd [niet-joodse, naaste verwanten van Russische joden; red.], maar dat zijn tenminste ‘blanken’, en dus zijn zij welkom. Niet-joodse arbeidsmigranten zullen ofwel worden gedeporteerd of blijven in Israel om daar als moderne slaven te leven [zie de bijdrage van Rachel Shabi, elders in dit nummer van Soemoed; red.]. De hoofdzaak is echter, dat zij geen Arabieren [Palestijnen] zijn en dus geen ‘demografisch probleem’ vormen. Deze laatste term wordt door die Israelische joden gebruikt, die voorstanders zijn van verdrijving van nog meer Palestijnen en is onderwerp van vele academische conferenties – inclusief een die deze maand op mijn universiteit [Haïfa] is georganiseerd (de hoogleraren en genodigde overheidsfunktionarissen die deze conferentie bijwonen, onderschrijven openlijk een strategie van verdergaande etnische zuivering [zie: ‘Universiteit van Haïfa – institutioneel racisme’ in het vorige nummer van Soemoed; red.]. Arabische joden worden niet als een gevaar voor de zuiverheid van de enclave gezien, omdat zij met succes zijn gede-Arabiseerd. Aangenomen wordt dat de enkelen onder hen, die het wagen hun wortels in de Arabische wereld te zoeken, geen echte bedreiging voor de zionistische consensus zullen vormen.
    Duidelijk is waarom geen enkele doorgewinterde zionist zal voorstellen om onderhandelingen over het recht op terugkeer van meer ‘Arabs’ naar de joodse staat te beginnen, zelfs als dit beëindiging van het conflict tot gevolg zou hebben. De weigering om de terugkeer in overweging te nemen is nochtans bizar – tenminste als je enigszins afstand neemt van het zionistische beeld van de werkelijkheid en beseft dat de staat Israel op dit moment al geen joodse meerderheid meer heeft, door de toestroom van Oost-Europese christenen, het groeiende aantal arbeidsmigranten en het feit dat seculiere joden maar in één enkele betekenis ‘joods’ zijn. Het is echter minder bizar wanneer men zich voor ogen houdt, dat het belangrijkste doel is de staat ‘blank’ te houden (zwarte joden uit Ethiopië wonen in verpauperde delen van Israel en blijven grotendeels buiten beeld). In de ogen van zowel Links als Rechts in Israel gaat het erom, dat de hekken gesloten blijven en de muren hoog zijn, zodat een ‘Arabische’ invasie van het joodse fort kan worden afgeweerd.
    De pogingen van opeenvolgende Israelische regeringen om joodse immigratie aan te moedigen en het joodse geboortecijfer binnen de staat te verhogen, zijn mislukt. Evenmin hebben zij een zodanige oplossing voor het conflict gevonden, dat het aantal ‘Arabs’ in Israel afneemt. Integendeel, al hun oplossingen hebben geleid tot een toename (aangezien zij Groot-Jeruzalem, de Hoogvlakte van Golan en het grote blok nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever beschouwen als deel van Israel). Het Palestijnse geboortecijfer is driemaal hoger dan dat van de Israelische joden, en je hoeft geen demografisch deskundige te zijn om te begrijpen wat dit inhoudt.
    Bovendien zullen de voorstellen van de regering-Sharon/Peres om een einde te maken aan het conflict – met stilzwijgende instemming van de linkse zionisten – wellicht wel sommige Arabische regimes, zoals het Egyptische en het Jordaanse, bevredigen, maar niet de door de radicale islam gepolitiseerde burgerbevolking van die landen. Het Amerikaanse doel tot ‘democratisering’ van het Midden-Oosten – zoals op dit moment [volgens eigen zeggen] de Amerikaanse troepen in Irak voor ogen staat – maakt het leven binnen het ‘blanke’ fort niet minder zorgelijk. De geweldsniveaus zijn nog steeds hoog en de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking daalt gestaag [zie elders in dit nummer van Soemoed; red.]. Hieraan wordt niets gedaan: Het onderwerp staat bijna even laag op de nationale agenda als het milieu en de vrouwenrechten. Waar het om gaat is dat wij – ikzelf inbegrepen, aangezien ik afstam van een Duits-joodse familie – een meerderheid van ‘blanken’ vormen op ons verlichte eiland in een zee van ‘zwarten’.
    Verwerping van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen staat gelijk aan een onvoorwaardelijk pleidooi voor de verdediging van de ‘blanke’ enclave. Dit liedje is vooral populair onder sefardische joden, die oorspronkelijk deel uitmaakten van de Arabische wereld [en van Zuid-Europa; red.], maar sindsdien hebben geleerd dat lidmaatschap van de ‘blanke’ gemeenschap een proces van Hishtakenezut – ‘Ashkenaziëring’ – vereist. Thans zijn zij de meest luidruchtige supporters van het ‘blanke’ eiland, al delen slechts enkelen van hen het comfortabele leven dat hun Ashkenazische medeburgers leiden. Zij kunnen nog zo ijverig proberen te ‘de-Arabiseren’, vroeg of laat botsen zij tegen een glazen plafond.
    Het belangrijkst van alles is, dat het zionistische geloof in Fort Israel ervoor borg staat, dat het conflict met de Palestijnen, hun Arabische buren en moslimgemeenschappen tot aan Zuid-Oost Azië toe, wordt voortgezet. En het zullen niet alleen culturele solidariteit en religieuze affiniteit zijn, die uiteindelijk de formidabele, gecombineerde energie vanuit de Arabische en islamitische wereld bij de strijd tegen Israel zullen betrekken: De wereldwijde, groeiende frustratie en de wil tot bevrijding zullen ooit met elkaar gaan samenvallen, ten behoeve van de redding van Palestina.

    De nauwe relatie tussen joden en Palestijnen die in deze moeilijke tijden zowel binnen als buiten Israel is ontwikkeld, en het gemengde karakter van die delen van de joodse samenleving in Israel, die zich eerder hebben laten vormen door de omstandigheden dan door menselijke manipulaties, belooft verzoening – ondanks de jaren van apartheid, uitzetting en onderdrukking. De mogelijkheid daartoe zal niet eeuwig bestaan. Als de laatste post-koloniale Europese enclave in de Arabische wereld zichzelf niet vrijwillig transformeert in een democratische staat voor al zijn burgers, zal het een land worden vervuld van woede en met door wraakgevoelens, chauvinisme en religieus fanatisme verwrongen trekken. Als dit gebeurt zal van de Palestijnen geen redelijkheid meer geëist of verwacht kunnen worden. Zo zou het wel eens kunnen gaan, en – gegeven alles wat we hebben gezien in andere, gewapenderhand bevrijde Arabische landen – is de kans groot dat dit eerder vroeger dan later het geval zal zijn.

    Degenen onder ons, die het Palestijnse recht op terugkeer steunen geloven dat er nog altijd mogelijkheden bestaan. De Israelische onderdrukking weegt echter nog altijd onwaarschijnlijk veel zwaarder dan de Palestijnse wraakzucht. Maar hoe lang wij nog van dit verschil kunnen profiteren, valt moeilijk te zeggen. Niet erg lang. Ik vrees dat, als steun van buitenaf uitblijft, ons het ergste nog te wachten staat.

    uit: London Review of Books van 19 mei 2005

    Ilan Pappé is een post-zionistische Israelische historicus en verbonden aan de Universiteit van Haïfa.

    vertaling: Aleid Sevenster-Blink

    Tot zover deze twee artikelen. Er zal nog veel meer volgen, in de vorm van een uitgebreide historische beschouwing. Verder zou ik willen wijzen op een bijzonder verhelderende uiteenzetting van Anja Meulenbelt: http://anjameulenbelt.sp.nl/weblog/2004/07/28/de-paradigmastrijd-1/ (grote aanrader!). Zelfs mijn eigen ‘ontwikkeling’ (of ‘denken’, voorzover dat belangrijk is) herken ik in dit verhaal, zij het dat ik er nog nooit geweest ben. Voor mij is deze ontwikkeling vooral een intellectuele geweest en ontstaan door mijn vele contacten met ballingen uit de Arabische wereld (scriptie onderzoek hedendaagse kunstenaars uit de Arabische wereld in Nederlandse ballingschap, maar ook al iets daavoor). Maar de serie artikelen van Anja Meulenbelt (10 delig) geeft precies weer hoe ik in deze kwestie geleidelijk aan van standpunt ben veranderd en waar ik nu sta.

    Zie ook een verstandig artikel van Jaap Hamburger (van ‘Een ander Joods Geluid’), http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/1113/Apartheid_is_meer_dan_rassenscheiding. Dit is een antwoord op een bijdrage van Ratna Pelle, die tracht hard te maken dat Israël een normale democratie is en al helemaal geen apartheisstaat. Haar verschillende websites (http://www.zionism-israel.com/blog/ , http://www.israel-palestina.info/index.html en nog veel meer) kan ik trouwens van harte aanbevelen, al was het maar om uit te zoeken wat er niet aan deugt. Dat is namelijk fascinerend veel, net als de site van het CIDI, http://www.cidi.nl/ , al slaan de sites van mevrouw Pelle werkelijk alles. Waarschijnlijk hebben we te maken met een pseudoniem (een nader onderzoekje naar de identiteit van deze mevrouw Pelle geeft een nogal bizarre en verwarde indruk van de figu ( u )r(en) achter deze naam, zie link, maar goed, ieder zijn of haar eigen identiteitsbeleving). Ze participeert echter wel in veel serieuze discussies, dus ik zal dit radicale geluid in alle ernst meewegen. Haar uitingen zijn nogal extreem (zo niet bizar), maar er wordt haar wel een podium geboden binnen de mainstream (zoals hier), dus reden genoeg om er wat serieuze aandacht aan te besteden.

    Hoe dan ook, wordt vervolgd met een uitgebreider artikel.

    Palestinian loss of land

    Floris Schreve

    Historisch Overzicht Irak

    299223735_5_f-j-[1]

    Saddam Hoessein (uitvoering Khalid al-Rahal en Mohammed Ghani Hikmat), The Victory Arch, Bagdad, 1989.

    Saddams triomfboog voor zijn ‘overwinning’ op Iran. Hoewel uitgevoerd door twee van Iraks prominentste beeldhouwers (die zich hiermee sterk hebben gecompromitteerd aan het regime van Saddam, zeker in de ogen van mijn gevluchte Iraakse vrienden) is het ontwerp van Saddam zelf. Hij maakte hier zelfs een schetsje voor en verraste hiermee iedereen met zijn artistieke ambities (zie afb. hieronder).

    300937317_4_bSnu[1]
    De kolossale armen in de uiteindelijke uitvoering zijn uitvergrotingen op reusachtige schaal van afgietsels van de armen van de dictator zelf. De vreemde ‘pindanetten’ die aan de handvatten van de zwaarden zijn bevestigd, bevatten elk duizenden echte Iraanse oorlogshelmen, meegenomen van het front, veelal voorzien van kogelgat, met de bloedspatten er nog op.

     

    300940630_6_x5FZ[1]

    De boog werd overigens in duplicaat gebouwd. Beide bogen staan aan de uiteinden van een reusachtig paradeterrein, midden in Bagdad. ‘Neurenberg and Las Vegas melted into one’, zo omschreef de dissidente schrijver Kanan Makiya deze bizarre creatie, in buitenissigheid slechts te vergelijken met het paleis van Ceausescu in Boekarest of met de postzegel van Idi Amin, die een drol draait op de kaart van Europa. Zie verder het volgende youtube filmpje. Let vooral op de vele invaliden die als een verplicht nummertje onder de triomfboog (hoger dan de Arc de triomphe in Prijs) van de grote leider, ‘paraderen’. Dit alles voor een overwinning die nooit heeft plaatsgehad, de oorlog eindigde immers in een patstelling. Ik ken veel veteranen uit deze oorlog, maar deze was bij niemand populair. Dat maakt het allemaal nog grotesker. Te zien onder de volgende link:

    http://www.youtube.com/v/NlupjwnoOTo&amp;hl=nl”></param><param

    300937316_4_aihb[1]

     

    de schets van Saddam, op de uitnodiging voor de officiële opening van het monument

    Net zo onthullend is de documentaire ‘Uncle Saddam’, waarvan een fragment hieronder. Naast wederom de overwinningsboog ook een blik in zijn paleizen. Te bekijken onder deze link:

    http://www.youtube.com/v/BOmTDNd8vtE&amp;hl=nl”></param><param

    Over hoe het zover heeft kunnen komen, wat nu eigenlijk de ideologie van Saddam was en de Ba’thpartij (hoor je zelden iets over), welke positie Irak in nam in de Koude oorlog en hoe het zat met de steun van de CIA voor de Ba’thpartij, of de verhoudingen tussen Saddam en het westen altijd zo slecht zijn geweest, hoe het land Irak is ontstaan na de Eerste Wereldoorlog en welke (belangen)afwegingen daarbij een rol hebben gespeeld en hoe het nu precies zit met ‘oliebelangen’ (wel of geen motief voor inavsie), zie het door mij geschreven historisch overzicht, via link naar mijn blog buiten hyves:

    http://florisschreve.blog-s.nl/2008/10/14/historisch-overzicht-irak-tot-2003/

    imagesCAFZRNMD

    De afbeeldingen van het monument zijn afkomstig uit Samir al-Khalil (pseudoniem van Kanan Makiya), ‘The Monument; art, vulgarity and responsibillity in Iraq’, Londen, 1991

    Als er nog misverstanden bestaan over in welke ideologische hoek het Ba’thisme is te plaatsen, bekijk dan zeker deze onthullende Belgische neo-Nazi website. Met veel sympathie voor deze stroming weten ze het daar verrassend goed uit te leggen. Interessant om te zien hoe de betrekkelijk onbekende geestelijke vader van de Ba’th en Saddams ideologische leermeester, de Christelijke Syrier Michel Aflaq, in deze kringen als een held vereerd wordt:

    http://nsalternatief.wordpress.com/2007/11/21/de-pan-arabische-baathpartij-en-het-nationalistisch-verzet-in-irak/

     

     

    Michel Aflaq (Damascus 1910-Parijs 1989), de in het westen betrekkelijk onbekende, maar zeker niet onbelangrijke stichter van de Pan Arabische Ba’thpartij (de Socialistische Leiderspartij van de Arabische Herrijzenis, oftewel al-Hizb al-Ba’th al-Wadah al-Arabi al-Ishtiraqiyyat, Arabic Ba’thist Socialist Leadersparty, ABSLP). In Irak werd hij onder Saddam als een belangrijk persoon geëerd, zie het in Italië geproduceerde monument voor de geestelijke vader van het Ba’thisme (afb. hieronder), door de eveneens in Italië wonende maar voor het het regime werkende kunstenaar Ali al-Jaberi (in de jaren tachtig, toen Saddams Irak nog ‘pro-westers’ was). Citaat: ‘“Nationalism is love before anything else. He who loves doesn’t ask for reasons. And if he were to ask, he would not find them. He who cannot love except for a clear reason, has already had this love wither away in himself and die”. Hoezeer Michel Aflaq was geïnspireerd door het Europese fascisme blijkt uit twee andere citaten: “The Leader, in times of weakness of the ‘Idea’ and its constriction, is not one to substitute numbers for the ‘Idea’, but to translate. numbers into the ‘Idea’; he is not the ingatherer but the unifier. In other words he is the master of the singular ‘Idea’, from which he separates and casts aside all those who contradict it”, en “In this struggle we retain our love for all. When we are cruel to others, we know that our cruelty is in order to bring them back to their true selves, of which they are ignorant. Their potential will, which has not been clarified yet, is with us, even when their swords are drawn against us” (‘Fi sabil al-Ba’th’, Damascus, 1941, bron: Kanan Makiya, ‘Republic of Fear’ University of California Press, 1989, p. 234)

    Monument voor Michel Aflaq, door de in Italie wonende, maar regime-gezinde Iraakse kunstenaar Ali al-Jaberi, geplaatst in Bagdad

    Saddam met rumsfeld in 1983

    Saddam met speciaal gezant van de regering Reagan Donald Rumsfeld in 1983, ten tijde van de Irak Iran oorlog. Later beweerde Rumsfeld zich deze reis naar Bagdad niet meer te kunnen herinneren. Zie ook deze uitzending van Netwerk.

    Abdul Karim Qassem met Abdul Rahman Arif

    De leiders van de eerste republiek na de staatsgreep van 1958, die een einde aan de monarchie maakte. Rechts Generaal Abdul Karim Qasim (president 1958-1963) en links generaal Abdul Rahman Arif (president 1963-1966).

    Koning Faisal I, het eerste staatshoofd van Irak, van 1920 tot 1933 (bekend uit Lawrence of Arabia)

    Faisal II

    De jonge Koning Faisal II (geb. 1935), de laatste koning van Irak, die in 1958 samen met de rest van de koninklijke familie standrechtelijk werd geëxecuteerd, tijdens de staatsgreep van het Iraakse leger.

    Saddam (als vice-president) met Generaal Ahmed Hasan al-Bakr, de eerste Ba’th president van Irak (van 1968 tot 1979)

    Levensloop Saddam Hoessein (al-Awya, 28 april 1937 – Bagdad, 30 december 2006), president van Irak van 1979 tot 2003

    Detailkaart Shatt al-Arab (de samensmelting en monding van de Eufraat en de Tigris, bron: Google Earth) en grensgebied Iran en Koeweit. Duidelijk is te zien dat de vaargeulen van de Shatt al-Arab en Umm Qasr (door de overigens onbewoonde eilanden Warba en Bubiyyan toe te wijzen aan Koeweit) door de respectievelijk Iraanse en Koeweitse territoriale wateren lopen. Deze constructie was het bewuste resultaat van een Brits verdrag en de stichting van Koeweit in 1871, om de uitvoer naar de Perzische golf te controleren en de Osmaanse Mesopotamische provincies de pas af te snijden door de Shatt al-Arab klem te zetten tussen het nieuwe emiraat en het toenmalige Perzische Rijk. Later zou dit de belangrijkste reden voor Saddam (net als President Qasim en zijn poging tot annexatie van Koeweit in 1961) zijn om eerst Iran aan te vallen en daarna Koeweit, om Irak een vrije toegang tot de zee te verschaffen. De vrije afvoer van of de toegang tot olie is de belangrijkste rode draad uit de Iraakse geschiedenis, waar vele oorlogen om zijn gevoerd en talloze slachtoffers zijn gevallen.

    Historisch overzicht Irak

    1920- Val van het Osmaanse Rijk en stichting van de staat Irak onder Brits mandaat. Drie Osmaanse provincies, Mosul (overwegend Koerdisch, Turkomaans en Assyrisch), Bagdad (overwegend Arabisch Soennitisch) en Basra (Arabisch Shiietisch), worden nogal geforceerd bij elkaar gevoegd. Wel omvatten deze gebieden min of meer het historische Mesopotamië (het Arabische woord ‘iraq betekent rivierenland , of eigenlijk tussen oevers wat uiteindelijk op hetzelfde neerkomt als het Griekse meso-potamos, wat tussen rivieren betekent). Irak wordt een monarchie onder de Hashemitische koning Faisal I, de zoon van de Sharif van Mekka en een van de leiders van de Arabische strijd tegen de Turken, maar als koning in feite een zetbaas van de Britten. Hoewel de Britten en de Fransen de steun van de Arabieren min of meer hadden ‘gekocht’ met de belofte van zelfbeschikking voor na hun strijd tegen het Osmaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, wordt de Arabische wereld ‘verdeeld’ tussen Frankrijk en Engeland, middels het geheime Sykes/Picot akkoord uit 1916. Hierin wordt beklonken dat Syrië en Libanon naar Frankrijk gaan, terwijl Palestina, Trans-Jordanië en Irak onder Britse invloed komen te staan (de provincie Basra zou, volgens het oorspronkelijke plan, koloniaal bestuurd worden als bijvoorbeeld India, terwijl de rest van de mandaatgebieden onder sterke Britse invloedsfeer zou komen te staan). Voor de Iraqi’s is dit een hele vreemde ervaring. Bagdad bijvoorbeeld had van oudsher immers meer contacten met het Syrische Aleppo, dan met het Shiietische Basra en het Koerdische noorden. De gewone Iraqi’s in Bagdad, maar ook elders in het land, begrijpen hier dus helemaal niets van en komen meteen in opstand tegen de Britse hegemonie. In 1920 is er sprake van massale betogingen en gewapende acties tegen de Britse bezetters, in de zogenaamde ‘Eerste Intifadah’. Deze opstand wordt met veel geweld door de Engelsen onderdrukt, o.m. door terreurbombardementen uit de lucht en het inzetten van gifgas. Het is voor het eerst in de wereldgeschiedenis dat er gifgas wordt ingezet tegen een burgerbevolking. Een sterk supporter van deze nieuwe methodes is de pas aangetreden Britse minister van koloniën, Sir Winston Churchill.
    Hoe de Britten dachten over het bestuur van Irak blijkt uit de memoires van Getrude Bell (1868-1926), de Britse gezant voor Arabische aangelegenheden (die zich overigens wel, voor zover mogelijk, heeft ingezet voor de werkelijke belangen van de Arabieren, samen met T.E. Lawrence, beter bekend als ‘Lawrence of Arabia’). Zij beschrijft een conversatie tussen drie niet bij naam genoemde Britse diplomaten, op de vredesconferentie van Cairo in 1921, als volgt: “This country will be badly governed”, “Why should it not be badly governed?”, “It ought to be badly governed”. Volgens de kritische Saddam-biograaf Said Aburish vormde deze schandelijk neerbuigende houding (Aburish spreekt zelfs van ‘this criminal attitude’) het begin van een historische kettingreactie die de grote tragedies van het Irak van de twintigste eeuw heeft mogelijk gemaakt, tot en met de Ba’thdictatuur van Saddam Hoessein. Desalniettemin was koning Faisal I (aan de macht gekomen door de grote inzet van Getrude Bell en T.E. Lawrence), itt. zijn twee opvolgers, zeker geen onbekwame leider. Hij had uiteindelijk het beste voor met het Iraakse volk (de kroon accepteerde hij zelfs met tegenzin, zeker omdat hij geen geboren Iraqi was, maar hij vond dat hij uiteindelijk zijn verantwoordelijkheid moest nemen, om nog iets te kunnen betekenen), maar hij had alleen, achteraf gezien, te weinig manoeuvreerruimte voor een eigen politieke koers. Wat hij wel voor elkaar heeft gekregen is dat Irak een sterk leger ontwikkelde, omdat hij oprecht vond dat Irak zichzelf zou moeten kunnen verdedigen, nu het zo’n speelbal was geworden van allerlei buitenlandse belangen. Naderhand beschouwd heeft dit leger voor vele grote rampen gezorgd, maar dat kon de in 1933 overleden Faisal op dat moment natuurlijk niet weten.

    1932-‘Officiele onafhankelijkheid’ van Irak en toetreding tot de Volkenbond. Ondanks de nationalistische maar vrijblijvende retoriek van de in 1933 aangetreden half analfabete, zeer impulsieve en daardoor volstrekt onbekwame koning Ghazi, blijft Irak door ‘vriendschapsverdragen’ sterk aan de Britse belangen gebonden. Zo kan het geen zelfstandige buitenlandse politiek voeren, bezetten de Britten een aantal cruciale legerbases en blijft de olie-industrie in Britse handen, middels de Iraqi Petrolium Company, waarin het Britse Shell het meerderheidsaandeel bezit. Van een werkelijke onafhankelijkheid is dus geen sprake.

    1936- In samenspraak met koning Ghazi pleegt de nationalistische generaal Bakr Sidqi een staatsgreep. Doel is om de Britten te verdrijven. Hikmet Suleiman wordt de premier van de nieuwe nationalistische regering. In 1937 wordt Bakr Sidqi echter vermoord door pro-Britse krachten in het Irakese leger en wordt Hikmet Suleiman afgezet.

    Omstreeks 1937- 1939 Geboorte van Saddam Hoessein in het bedoeienen gehucht Al Awya (awya(t) betekent in het Arabisch ‘kronkelig’ of ‘niet recht door zee’, maar al-awya kan als plaatsnaam zeker vertaald worden als boevengehucht, ‘Crooktown’ volgens Said Aburish), vlakbij de stad Tikrit. Hoewel Soennitisch, vertegenwoordigt Saddam, vanwege zijn afkomst uit de Abdu Nassir clan (geconcentreerd rond Tikrit en Ramadi), de absolute onderklasse van de toen nog sterk tribale en aristocratische Irakese samenleving, in die dagen gedomineerd door een aantal vooraanstaande Soennitische families.Over zijn exacte geboortejaar bestaat onzekerheid, omdat er in die tijd geen ordentelijke burgerlijke stand bestond voor deze ‘achtergebleven’ tribale gehuchten. Waarschijnlijk is de latere dictator van Irak in 1939 geboren, al heeft hij zelf zijn geboortejaar veranderd in 1937. Dit, omdat hij getrouwd was met zijn waarschijnlijk oudere nicht Sayyida Tulfah al-Tikriti (zijn eerste vrouw en moeder van o.m Uday en Qusay), geboren in 1938, en volgens de locale tribale tradities zou het immers buitengewoon vernederend zijn om met een oudere vrouw in het huwelijk te stappen. Saddam heeft later overigens zijn achternaam laten veranderen in ‘al-Tikriti’. Zijn oorspronkelijke en volledige naam: ‘Saddam (Ystidam, Sadmah of as-Siddam in het standaard-Arabisch. Saddam is locaal dialect uit de omgeving van Tikrit) Husayn al-Majid al-Awyat’ betekent letterlijk (naar mijn eigen vertaling, maar met wat hulp van anderen): ‘Hij die verplettert (of ‘de verpulveraar’), zoon van Hoessein al-Majid uit Boevenoord’, een weinig flatteuze en ietwat ‘Don Corleone-achtige’ naam voor een president, al typeert het de persoon wel.

    1939- Koning Ghazi overlijdt bij een auto-ongeluk. Deze doodsoorzaak is nog altijd omstreden. Volgens verschillende anti-koloniale Iraakse krachten (de latere Ba’thi’s, de nationalisten en de communisten) zat de Britse geheime dienst hierachter, vanwege zijn toegenomen populistische nationalisme, waardoor Ghazi een grote populariteit genoot bij de bevolking (zie de affaire Bakr Sidqi). Ghazi wordt opgevolgd door de minderjarige koning Faisal II. De zeer impopulaire maar uitgesproken pro-Britse prins Abd al-Ilah wordt als regent aangesteld.

    1941- Pro-Nazistische staatsgreep van generaal Rashid Ali Al Kailani, en de ‘Gouden vierhoek’, zoals de nazistisch georiënteerde officieren zichzelf omschrijven. Hun belangrijkste steunpilaar is de voor de Britten naar Bagdad uitgeweken Groot-moefti van Jeruzalem Haj Amin al-Husayni, die warme persoonlijke relaties onderhield met Hitler en verschillende Nazi kopstukken als Hermann Goerring en Baldur von Shirach. De monarchie wordt afgeschaft, maar in hetzelfde jaar door de Britten weer hersteld, middels een groot militair offensief. Luchtsteun van Nazi Duitsland blijft uit, waardoor Rashid Ali zonder al te veel moeite verdreven wordt. De Britten bezetten het land. Een klein, maar niet onbelangrijk detail is dat een van de betrokken militairen, Khairallah Tulfah, die ondanks zijn eenvoudige komaf het had gebracht tot onderofficier, na vijf jaar gevangenisstraf oneervol wordt ontslagen uit het leger. Hij wordt onderwijzer in Tikrit en schrijft het nazistisch geïnspireerde pamflet: ‘De drie dingen die door God nooit geschapen hadden mogen worden; Perzen, Joden en vliegen’. Deze marginale randfiguur was de oom, voogd en latere schoonvader van Saddam Hoessein en wellicht de meest vormende persoon uit de jeugd van de latere dictator.
    Ook na de Tweede Wereldoorlog wordt de Britse bezetting min of meer in stand gehouden. De coup van de Gouden Vierhoek is echter een belangrijke inspiratiebron voor de oprichting van de Ba’thpartij in Syrië in 1947 (Ba’th betekent in het Arabisch herrijzenis of Renaissance). Belangrijkste ideoloog is de Syrische christen Michel Aflaq (1910-1989). Aflaq, die in de jaren dertig aan de Sorbonne Universiteit in Parijs studeerde, raakte zeer onder de indruk van Adolf Hitler en Benito Mussolini (zo liet hij zichzelf weleens ‘Il Duce’ noemen), waarop hij zijn latere ideeën baseerde, die hij uiteenzette in Fi Sabil al-Ba’th, Damascus, 1941, het ‘oergeschrift’ van het Ba’thisme. Hierin omschreef hij de kern van zijn ideologie onder meer als volgt: “Nationalism is love before anything else. He who loves doesn’t ask for reasons. And if he were to ask, he would not find them. He who cannot love except for a clear reason, has already had this love wither away in himself and die”. Hoezeer Michel Aflaq was geïnspireerd door het Europese fascisme blijkt uit twee andere citaten: “The Leader, in times of weakness of the ‘Idea’ and its constriction, is not one to substitute numbers for the ‘Idea’, but to translate. numbers into the ‘Idea’; he is not the ingatherer but the unifier. In other words he is the master of the singular ‘Idea’, from which he separates and casts aside all those who contradict it”, en “In this struggle we retain our love for all. When we are cruel to others, we know that our cruelty is in order to bring them back to their true selves, of which they are ignorant. Their potential will, which has not been clarified yet, is with us, even when their swords are drawn against us”. Hoewel er zelfs nu nauwelijks aandacht is besteed, in ieder geval de Nederlandstalige media, aan de ideologische wortels van de Ba’thpartij, laat staan aan een weliswaar intellectuele maar obscurantistische denker als Michel Aflaq (behalve in een recente uitvoerige publicatie van de Vlaamse VRT journalist Jef Lambrecht, De zwarte wieg; Irak, nazi’s en neoconservatieven, uit 2003), blijkt uit vrijwel alle toespraken van Saddam Hoessein hoezeer hij door zijn ideologische leermeester beïnvloed was. “It was Mr. Aflaq who created the party, not I”, zei hij bijvoorbeeld in een van zijn laatste speeches, vlak voor zijn val op 9 april 2003. Veel Iraakse ballingen spreken immers niet voor niets van de ‘Aflaqite Republic’ wanneer zij de ‘Saddamistische staat’ bedoelen. Verder spreken de vele in Bagdad opgerichte groteske monumenten ter ere van Michel Aflaq voor zich.

    1948 en 1952- In 1948 wordt in het Engelse Portsmouth door de Iraakse regering, in de persoon van premier Nuri al Sa’id (de machtigste Iraakse politicus onder de monarchie), een overeenkomst met de Britten gesloten over de olie-industrie. Feitelijk komt het er op neer dat de Britse belangen veilig worden gesteld (en natuurlijk de belangen van de toenmalige heersende elite van Irak). Een grote meerderheid van de Iraakse bevolking accepteert dit niet en komt in opstand, in de zogenaamde al-Wathbah Intifadah. Deze opstand wordt bloedig neergeslagen. Wanneer in 1952 deze overeenkomst wordt verlengd volgt er een nog veel grotere Intifadah (voor de Iraqi’s bekend als De Intifadah). Een jaar lang ligt het hele land plat door algemene stakingen, met name in de olie-industrie en de spoorwegen. De drijvende kracht achter de onlusten is de Irakese Communistische Partij (ICP), die een sterke machtsbasis heeft in het olierijke Shiietische zuiden, vooral in Basra, de tweede stad van Irak. Hoewel officieel verboden (zo werd de oprichter Fahd in 1948 door de Britse geheime dienst vermoord) was deze in 1934 opgerichte partij, ooit de oudste en meest invloedrijke Marxistische beweging van het hele Midden-Oosten. Ook had de ICP een grote aanhang onder de toen nog talrijke Irakese joden, die echter na 1948 en na de latere Ba’threvolutie van 1968 grotendeels naar Israël zijn gevlucht (de van oorsprong Irakese Israëlische filmmaker Samir heeft een indrukwekkende documentaire gemaakt over de vergeten geschiedenis van de Iraakse Joodse communisten, Forget Baghdad, een van de winnaars van het IDFA 2002, Amsterdam).

    1953- Koning Faisal II bestijgt op achttienjarige leeftijd de Irakese troon. Hoewel hij weinig de kans heeft gehad tot zijn zonder meer tragische dood in de revolutie van 1958, blijkt dat hij zich niet weet te ontpoppen tot een goede en verstandige leider van Irak (wat zijn grootvader Faisal I zeker wel was, ondanks de door de Britten opgelegde beperkingen). De machtigste personen van Irak blijven de door het volk gehate prins Abd al-Ilah, de ‘meesterintrigant’ Nuri al-Sa’id en op de achtergrond natuurlijk de Britten.

    1955- Premier Nuri al-Sa’id sluit het zogenaamde ‘Bagdadpact’ met Turkije en Pakistan, onder auspiciën van de Britten en met sterke steun van de VS. Doel is om de invloed van de Sovjet Unie in het Midden Oosten tegen te gaan. De ‘Pan-Arabische’ nationalistische Egyptische president, Gamal Abd an-Nasser (die een sterke steun genoot van de Sovjet Unie), begint een agitatiecampagne tegen het Bagdadpact. Het Iraakse leger en verschillende oppositiekrachten, zowel de ‘rechtse nationalisten’ (waaronder de marginale maar militante Pan-Arabische Ba’thpartij’ van de Syriërs Michel Aflaq, Salah Eddine al-Bitar en Sati Husri), als de ‘linkse’ Irakese Communistische Partij, kunnen zich goed vinden in de retoriek van Nasser.
    Zij zagen hun eigen regeringsleiders als stromannen van de westerse belangen en vijandig tegenover het ideaal van de ‘Pan-Arabische eenheid’, al dan niet volgens socialistisch model (daarover waren de meningen zeer verdeeld). Voorts wil de Irakese oppositie, zowel ‘links’ als ‘rechts’, een eventuele interventie als de coup van 1953 in buurland Iran vermijden. De eerste democratisch gekozen premier van Iran, de liberaal nationalistische Dr. Mohammed Musaddiq, wilde in 1951de olie-industrie nationaliseren, maar werd door een CIA gesteunde staatsgreep in 1953 afgezet. De Shah kon vanuit zijn ballingschap in Londen terugkeren, om zijn autoritaire, antidemocratische, maar pro-westerse bewind weer te herstellen.

    1958- De Iraakse onafhankelijkheidsrevolutie die leidt tot de invoering van de Republiek Irak. Het leger grijpt de macht, middels de groep van de ‘Vrije officieren’, naar voorbeeld van Nasser, die onder de noemer ‘Vrije officieren’ koning Farouk in 1952 van de troon stootte en de Britse invloed eveneens wist uit te bannen. Koning Faisal II, de voormalige regent prins Abd al-Ilah en de pro-Britse premier Nuri al-Sa’id worden op een gruwelijke wijze vermoord. Praktisch de hele koninklijke familie wordt uitgeroeid, op een paar in het buitenland wonende telgen na. De prins en Londense bankier Sharif Ali Bin al-Hoessein, nu actief in het overkoepelende oppositieorgaan INC en aanvoerder van de Irakese ‘Constitutional Monarchy Party’, is bijvoorbeeld een van de weinige overlevenden. De Britten worden verdreven en raken hierdoor Irak voor goed kwijt. Onder leiding van brigadegeneraal Abdul Karim Qasim wordt er een militaire junta geïnstalleerd die sterk op de Sovjet Unie is gericht. Irak treedt uit het Bagdadpact, waardoor dit pact betekenisloos wordt en daarna wordt opgeheven. De toen nog machtige maar clandestiene Irakese Communistische Partij krijgt beperkte politieke vrijheden. De olie-industrie wordt genationaliseerd. Hierdoor bloeit de economie van Irak op. De belangrijkste doelstelling van president Qasim is om Irak te moderniseren, een programma dat hij met keiharde hand uitvoert. Politieke tegenstanders van het regime worden vervolgd, gemarteld en geëxecuteerd. Uit Qasims regeringsperiode dateren ook de eerste gewapende acties tegen de Koerdische separatisten van Mullah Mustafa Barzani. De Irakese intellectuele elite begint, vanwege de toegenomen repressie, geleidelijk aan het land te verlaten. President Qasim is de belangrijkste initiatiefnemer tot de oprichting van de OPEC, iets wat door de westerse mogendheden met lede ogen wordt aangezien. Hoewel Qasim een harde dictator was is hij achteraf gezien wellicht het meest populaire staatshoofd van Irak geweest gedurende de twintigste eeuw.
    Verder doet Qasim in 1961 een poging om het Emiraat Koeweit op te eisen, toen net onafhankelijk geworden van Engeland. Koeweit was ooit door de Britten als een aparte entiteit gevestigd (al in 1871), om het toen nog Osmaanse Irak de toegang tot de Perzische Golf te belemmeren (de monding van Eufraat en de Tigris, de Shatt al-Arab, werd immers gedeeld met Iran, in 1871 nog het Perzische Keizerrijk van de Kadjaren (niet te verwarren met de latere Pahlavi’s, van de laatste Shah. Na het ontstaan van de moderne staat Irak is over de Shatt al-Arab een voortdurende strijd gevoerd, tussen het ‘revolutionaire Perzië’ van de Pahlavi’s en de achtereenvolgende regimes in Bagdad). Door de Britse politiek, inzake Koeweit, werd voorkomen dat het olierijke gebied van Irak, ook als hier in de toekomst een nationale staat zou ontstaan, een regionale economische ‘supermacht’ zou worden, vanwege de olie-export. Hoewel, kijkend naar de kaart ( zie bovenstaande afb.) Irak een vrije toegang tot de Perzische golf lijkt te hebben, behoren alle territoriale wateren en vaargeulen aan Koeweit of Iran (de cruciale eilanden, Warba en Bubiyyan, vlak voor de kust van de Irakese havenstad Umm Qasr, zijn toentertijd welbewust toebedeeld aan Koeweit). Qasim doet een poging om deze blokkade op te heffen maar faalt. De vestiging van een grote Britse troepenmacht in Koeweit (later vervangen door troepen van de Arabische Liga) laten de Irakese president van zijn claim afzien.

    1959- Mislukte moordaanslag op president Qasim. Een van de plegers is de jonge Saddam Hoessein, op dat moment een huurmoordenaar in dienst van de toen nog steeds marginale, maar radicaal nationalistische en vooral zeer anticommunistische Ba’th militie. Hij vlucht achtereenvolgens naar Syrië en Egypte. In deze tijd wordt hij ‘ontdekt’ door de ideologische leider van de Ba’th Michel Aflaq (waarvan hij het een en ander krijgt aan politieke scholing), wat het begin is van zijn weg naar de top van de Pan-Arabische Ba’thbeweging. In Cairo leggen Irakese Ba’thi’s contact met de CIA. De Amerikanen staan hier welwillend tegenover, omdat zij vrezen voor de vorming van een communistische staat in het olierijke hart van het Midden-Oosten. Saddam Hoessein is in die tijd een graag geziene gast op de Amerikaanse ambassade van Cairo.

    1963- Staatsgreep van de Irakese tak van de Ba’thpartij (‘Arabic Ba’thist Socialist Leadersparty’, ABSLP, die toen nog niet meer dan driehonderd leden kende), met behulp van de CIA. President Qasim wordt geëxecuteerd. Met name de communisten worden massaal afgeslacht. In Bagdad worden er vele politieke moorden gepleegd zoals nog nooit tevoren in Irak gezien was, niet in de laatste plaats opgedragen door Saddam Hoessein, toen leider van de Nationale Garde (Haras al-Qawmi), de paramilitaire tak van de Ba’thpartij. Het vroegere koninklijke paleis wordt ingericht als gevangenis. In dit zogenaamde ‘al-Qasr an-Nihayyah’ (het ‘Paleis van het Einde’) sterven vele Iraki’s de marteldood. De terreur van de rechts-radicale Ba’thi’s is echter zo extreem dat het leger, waarin vooral ‘conservatieve’ krachten een rol spelen en dus tegenstander van het radicalisme van de Ba’thpartij, hetzelfde jaar ingrijpt en hen de macht ontzegt. De nieuwe president van Irak wordt de ‘Nasseristische’ generaal Abd Al-Rahman Arif. Prominente Ba’thi’s, zoals Saddam Hoessein, worden gevangen gezet. Arif begint voorzichtige democratische politieke hervormingen. De modernisering van Irak, begonnen onder Qasim, wordt met harde hand voortgezet. In 1966 komt Abd Al-Rahman Arif om bij een helikopterongeluk en wordt opgevolgd door zijn broer Abd as-Salam Arif. Hij ontslaat de liberale premier Abdul Al Bazzaz, waardoor er een einde komt aan het geleidelijke democratiseringsproces.

    1967-Nederlaag tegen Israël. Overal in de Arabische wereld laaien hevige gevoelens van frustratie en nationalisme op. Irak maakt hierop geen uitzondering. Onder druk van de publieke opinie laat president Arif vele radicale Arabische nationalisten vrij, waaronder kaderleden van de Ba’thpartij.

    1968- De tweede Ba’th-coup, de zogenaamde ‘Bloedeloze Revolutie’, of ‘Glorieuze 17 juli Revolutie’, wederom met steun van de CIA (de contactman tussen de Ba’thi’s en de Amerikanen was een zekere Lloyd Anderson, gevierd CIA agent). Zonder al te veel geweld veroveren de Ba’thi’s het presidentiele paleis en wordt Abd as-Salam Arif op een vliegtuig naar het buitenland gezet. Generaal Ahmed Hasan Al Bakr wordt de eerste Ba’th president van Irak. Saddam Hoessein wordt vice-president van de ‘Revolutionaire Commando Raad’ van de Ba’thpartij, maar al snel ook vice-president van het land. Saddams eerste politieke daad in deze functie is de publieke ophanging van dertig Irakese joden in 1969, op grond van vermeende spionage voor Israël. Overigens laten de Ba’thi’s, direct na de coup, hun pro-Amerikaanse koers varen en oriënteren ze zich op de Sovjet Unie. De communisten krijgen een regeringspost aangeboden in het zogenaamde ‘Progressief Nationaal Front’, samen met de Marxistische ‘Popular Union of Kurdistan’ (de Koerdische Volksunie, oftewel PUK). Een aanzienlijk deel van de Communistische Partij weigert echter om met de Ba’th samen te werken. Zij gaan ondergronds en plegen in de loop van de jaren zeventig veel aanslagen op Ba’thistische doelen (voornamelijk de volgelingen van de in 1970 geëxecuteerde dissidente communist Aziz al Hajj, die onder ballingen in Nederland nog steeds een grote aanhang heeft). De coalitie met de ‘pro-Russische’ factie van de communistische partij levert Irak een goede relatie met de Sovjet Unie op, hoewel er in die tijd ook hechte banden zijn met Frankrijk (zo leverde Frankrijk de Mirage vliegtuigen, essentieel voor de Irakese luchtmacht en verschafte het de onderdelen voor de Irakese kerncentrale van Osirak, in 1981 door Israël gebombardeerd). De toenmalige Franse premier Jacques Chirac omschreef in de jaren zeventig Saddam Hoessein overigens als en ‘Arabische de Gaulle’. Dit ingewikkelde gegoochel met koude oorlogsmachten kan voor een buitenstaander vreemd overkomen, maar begrepen moet worden dat Irak in die tijd, samen met Indonesië en India, de voorzitter was van de zogenaamde ‘Unie van Ongebonden Landen’ (gezien in de context van de koude oorlog). Bovendien bestaat er in de Irakese politieke traditie de gewoonte om gelegenheidscoalities te sluiten. Zo sloten bijvoorbeeld de twee belangrijkste Koerdische partijen, de PUK en de KDP, bij tijd en wijle een pact met de Ba’thpartij, om de concurrent dwars te zitten. Verder waren verschillende mogendheden natuurlijk buitengewoon gretig naar goede betrekkingen met Irak vanwege de grote oliereserves, iets wat in de hele geschiedenis van Irak in de twintigste eeuw altijd een belangrijke rol heeft gespeeld.
    De vice-president Saddam Hoessein krijgt in de loop van de jaren zeventig echter steeds meer macht, ten koste van president Hasan Al Bakr. Met name de veiligheidsdiensten staan volledig onder zijn controle, zoals de ‘Mukhabarat’, de beruchte Irakese geheime dienst (vooral opgeleid door de Russische KGB, de Oost-Duitse Stasi en de Roemeense Securitate). Het ‘Paleis van het Einde’ wordt weer in ere hersteld. Overigens begint Saddam in deze tijd al aan zijn gewoonte om binnen een veiligheidsdienst weer een nieuwe op te bouwen, om de bestaande organisatie te controleren. Zo wordt er binnen de Mukhabarat de ‘Amm al-Khass’ opgericht, om naar verloop van tijd weer gecontroleerd te worden door de ‘Amm al-Amm’. De tijdens de afgelopen Irakoorlog veelbesproken ‘Fedayyeen Saddam’ is hier in feite het laatste uitvloeisel van. Uiteindelijk worden de ICP en de PUK uit het Progressief Front gezet. Op last van Saddam Hoessein worden de communisten massaal vervolgd, zelfs tot in het buitenland, waarbij vele kopstukken van de vroegere ICP worden geliquideerd (bijv. in een beruchte moordaanslag in een Londens ziekenhuis). Ook wordt de top van de radicaal Shiietische islamitische ‘Dawa-partij’ (de ‘moeder aller Hizbollahs’) volledig uitgeroeid. De leider van de Dawa, Ayatollah Mohammed Bakr as-Sadr, de oom van de geestelijk leider Muqtada as-Sadr, die tegenwoordig veel van zich doet spreken, wordt vermoord middels het inslaan van een spijker in zijn schedel. Vele Shiieten worden de grens over gezet naar Iran, vanwege hun gebrekkige ‘loyaliteit’ aan de ‘Arabische zaak’. Het zouden immers geen ‘pure Arabieren’ zijn, maar ‘Perzische verraders’. Aangetekend moet worden dat de meeste Iraakse Shiieten volstrekt seculier zijn, tot op de dag van vandaag, althans dat persoonlijke religieuze overtuigingen niet politiek gebruikt mogen worden (de overgrote meerderheid van de Irakese Shiietische clerus deelt deze mening. De in 1991 overleden en waarschijnlijk door Saddam vermoorde Groot Ayatollah Abdel Kassem Al Khoey van Najaf, voorganger van de huidige Groot Ayatollah Ali Seyyed Sistani, stond immers bekend als een zeer verlicht en liberaal denker). Zo hadden de communisten bijvoorbeeld de grootste aanhang onder de Shiietische bevolkingsgroep. Irak verandert in de jaren zeventig echter in een politiestaat, waarin niets anders meer getolereerd wordt dan de ideologie van de Ba’th. Dictatoriaal bestuurde buurlanden, zoals het Saoedi-Arabië van het Wahabitische koningshuis, het Iran van de Shah en het Syrië van president Hafez al-Assad (waar N.B. de Ba’thpartij ook aan de macht is), vallen hierbij in het niet. Kanan Makiya, Iraks belangrijkste dissidente schrijver, heeft al in de jaren tachtig overtuigend aangetoond, in zijn indrukwekkende relaas Republic of Fear (vooralsnog het grote standaardwerk over het Irak van de Ba’thpartij), dat de Irakese Ba’thistische staat veel meer overeenkomsten had met het Duitsland van Adolf Hitler en de Sovjet Unie van Josef Stalin dan met een doorsnee ‘derdewereld dictatuur’.
    Wel maakt Irak in de loop van de jaren zeventig een grote economische bloei door en geldt het als een van de meest ontwikkelde landen van de regio. Verschillende ontwikkelingsprogramma’s zijn buitengewoon succesvol, vooral het grootschalige onderwijsproject. In 1977 ontvangt Saddam Hoessein zelfs een onderscheiding van de UNESCO (de zogenaamde ‘Kropeska Award’) voor zijn strijd tegen het analfabetisme, met name met dat van vrouwen. Er moet echter worden aangetekend dat dit een feitelijke voortzetting is van het beleid van de presidenten Qasim en de gebroeders Arif (de politiek van modernisering middels de ‘ijzeren vuist’).

    1971-1975 Conflict met Iran en de Koerden. De pro-westerse Iraanse Shah, Mohammed Reza Pahlavi, ziet zijn kans schoon en eist van het door de vele revoluties verzwakte Irak de strategische waterweg naar de Perzische Golf op, de Shatt Al Arab, de gedeelde grens met Iran. Voorheen werd deze strategische uitvoerroute van olie min of meer gedeeld. Tegelijkertijd beginnen de Koerden in het noorden, met steun van de Shah en de Verenigde Staten, een guerrillaoorlog tegen het onderdrukkende Ba’thbewind in Bagdad (hoewel de CIA uitgebreide steun had geleverd aan de machtsgreep van de Ba’th waren zij op dat moment weer een beetje uitgekeken op deze beweging, vanwege de steeds betere betrekkingen met de Russen). De Iraakse regering slaagt er niet in om zonder meer de strijd te winnen van de KDP (Koerdistan Democratische Partij, dus niet ‘Koerdische’ omdat er ook veel christelijke groeperingen bij betrokken zijn) van Mullah Mustafa Barzani en zijn ‘Peshmerga’s’ (de Koerdische partizanen). Uiteindelijk weet vice-president Saddam Hoessein een compromis met de Shah te sluiten. Dit wordt beklonken in het ‘Verdrag van Algiers’ in 1975. De rechten over de Shatt al-Arab gaan naar Iran, terwijl Iran en Amerika de Koerdische opstand laten vallen. Vertegenwoordiger van Amerika is Henry Kissinger, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. De Koerden noemen het Verdrag van Algiers nog altijd het ‘Eerste Verraad van Amerika’. Grote delen van de Koerdische bevolking worden gedwongen hun dorpen te verlaten en naar kampen in Zuid Irak gedeporteerd, in de beruchte ‘herhuisvesting programma’s’. Dit ter bevordering van de ‘Revolutionaire Arabiserings-campagne’ van het noorden, waarbij vele Arabische Soennieten (waaronder vooral veel Ba’th loyalisten) op grote schaal gedwongen worden te verhuizen naar overwegend Koerdische steden, als Mosul en Kirkuk.

    1979- Saddam Hoessein wordt president van Irak. Ahmed Hasan Al Bakr wordt, vanwege zijn ‘zwakke gezondheid’, rigoureus met pensioen gestuurd. Er volgt een zuivering binnen de top van de Ba’thpartij, waarbij zo’n driehonderd prominente partijleden het leven laten. De ‘Pan-Arabische’ en ‘linkse’ krachten binnen de Ba’thpartij worden volledig geëlimineerd. Op het voor deze gelegenheid speciaal bijeengeroepen partijcongres, spreekt Saddam Hoessein de historische woorden: “Wij hebben geen Stalinistische methodes nodig om ons van verraders te ontdoen; wij hebben onze eigen Ba’thmethodes”. Videobeelden van dit congres worden, naast uitgezonden op de Irakese staatstelevisie, naar de verschillende Ba’thorganisaties in Arabische landen gestuurd (Syrië, Jordanië, Libanon en Egypte), zodat er geen twijfel meer kan bestaan wie nu de leider van de beweging is. Saddam eist van de zijn getrouwe partijleden dat ze persoonlijk de executies uitvoeren, zodat zij zich geheel aan hem binden en dus medeschuldig zijn. Onder hen bevinden zich o.m. Saddams halfbroers Barazan, Watban en Sabawi, zijn neef en broer van zijn vrouw Adnan Khairallah Tulfah (op last van Saddam in 1989 uiteindelijk vermoord), zijn achterneef Ali Hassan al-Majid (‘Ali Chemicali’), Taha Yassin Ramadan, Izzat Ibrahim al-Dhoury, Mohammed Said as-Sahaf (de laatste Iraakse minister van Informatie) en Tariq Aziz. Rond Saddam Hoessein ontstaat er een persoonlijkheidscultus die in de tweede helft van de twintigste eeuw slechts haar equivalenten kent in het China van Mao Zedong, het Noord Korea van Kim Il Sung en het Roemenië van Nicolae Ceaucescu.

    1980-1988 Irak/Iran oorlog, de eerste golfoorlog. Irak valt Iran binnen. Saddam Hoessein grijpt zijn kans om van het door de Islamitische Revolutie verzwakte Iran de rechten over de Shatt Al Arab weer op te eisen (die Irak was kwijtgeraakt door het verdrag van Algiers in 1975). Voorts wil hij de etnisch Arabische en olierijke provincie Khuzestan ‘bevrijden’ (‘Arabistan’, volgens de Ba’th retoriek). De nieuwe Iraanse ‘islamistische’ revolutionaire leider, de Ayatollah Ruhollah Khomeiny, roept echter een Heilige Oorlog uit tegen het ‘Goddeloze Socialistische Ba’thregime in Bagdad’, waardoor hij de oorlog onnodig lang heeft gerekt. Als legitimatie van zijn kant roept hij op tot de ‘bevrijding’ van de onderdrukte Shiietische bevolking van Zuid-Irak. Aanvankelijk voert Saddam Hoessein zelf het opperbevel over de strijdkrachten uit. Toch blijkt hij zijn strategische gaven sterk te overschatten. Uiteindelijk is Iran steeds meer aan de winnende hand en dwingt een aantal Irakese generaals Saddam om de strategische beslissingen aan hen over te laten, om nog te redden wat er te redden valt. Saddam geeft hier noodgedwongen aan gehoor, hoewel na de oorlog al deze generaals om het leven worden gebracht. Een van de grote helden uit dit conflict is generaal Maher Abdul al-Rashid geweest. Hij dwong Saddam, met getrokken revolver, om het opperbevel naast zich neer te leggen, en de leiding aan hem over te dragen. Dankzij hem hebben zich er minder grote excessen afgespeeld tijdens deze oorlog dan Saddam wellicht van plan was. Generaal al-Rashid is na de oorlog echter vermoord door de Mukhabarat. Zijn positie is in veel opzichten vergelijkbaar met die van Maarschalk Zjoekov van het Rode Leger onder Stalin tijdens WO II, die aanvankelijk ten koste van Stalin het opperbevel voerde, maar later eveneens werd weggezuiverd.
    Overigens waren de meeste van deze generaals afkomstig uit de traditionele officierenklasse van de Irakese samenleving, die ook in de tijd van het Osmaanse Rijk de bestuurlijke elite van Irak vormden (onder de Sultan kwam het ambtelijke apparaat traditioneel uit deze in regel ‘conservatieve’ aristocratische klasse voort). Hoewel Soennitisch Arabisch, had deze maatschappelijke bovenlaag het weinig op met de ‘riool-elite’ (deze term is ontleend aan de Britse historicus Allan Bullock, uit zijn beroemde dubbelbiografie van Hitler en Stalin, maar zeker ook toepasbaar voor het Irak van die tijd) van de Ba’thpartij en de kliek rond Saddam Hoessein, vooral afkomstig uit de ‘achtergebleven’ gebieden van Tikrit, Fallujah, Baquba en Ramadi, in het gebied van de nu veelbesproken ‘Soennitische driehoek’. Er bestond dus nogal een verschil tussen het reguliere leger en gewapende partij activisten, als de ‘Republikeinse Garde,’ de ‘Speciale Republikeinse Garde’ en de latere ‘Fedayyeen Saddam’ (de vergelijking met bijvoorbeeld de aan de Nazi partij gebonden Waffen SS enerzijds en de reguliere Wehrmacht anderzijds gaat in dit geval zeker op).
    Irak wordt , vanwege de steeds groter wordende verliezen, uitgebreid gesteund door Amerika. De VS willen wraak nemen op Iran na de dramatisch verlopen gijzelingsactie van de Amerikaanse ambassade in Teheran, tijdens de islamitische revolutie. Naast het verstrekken van satellietfoto’s van de Iraanse stellingen, ontvangt Irak preparaten voor biologische wapens (bijv. anthrax, hoewel zeventig procent van de basismaterialen van de chemische wapens, zoals de gifgassen tabun en sarin, afkomstig waren uit Duitsland en zelfs voor een klein deel uit Nederland, geleverd door handelaar in chemicaliën Frans van Anraath, maar onder verantwoordelijkheid de toenmalige staatssecretaris van buitenlandse handel Frits Bolkestein, die in 1983 namens het kabinet Lubbers I een lucratieve handelsdeal sloot met het Iraakse Ba’th regime), met goedkeuring van de Amerikaanse regering, in een tijd dat Irak al chemische wapens had ingezet op Iraanse troepen (overigens op expliciet bevel van Saddam Hoessein; de Irakese legertop was hier immers uitgesproken tegen). De speciale gezant van de regering Reagan voor Saddam Hoessein is Donald Rumsfeld, de huidige Amerikaanse minister van defensie. De Irak/Iran oorlog kost een miljoen slachtoffers aan beide kanten. Uiteindelijk leidt deze oorlog slechts tot een patstelling, zonder dat een van beide partijen iets heeft bereikt.
    Wel roept Saddam na afloop de overwinning uit. Hij laat hiervoor zelfs een kolossaal monument oprichten, de zogenaamde Victory Arch, het monument van de gekruiste zwaarden, uitgevoerd door twee van Iraks beroemdste beeldhouwers (Khalid al-Rahal en Mohammed Ghani Hikmet), maar ontworpen door Saddam Hoessein zelf. Een veelzeggend detail is dat er in dit ‘kunstwerk’ echte helmen zijn verwerkt van gesneuvelde Iraanse soldaten, meegenomen van het front en allen voorzien van een kogelgat.

    1988- Het jaar van de ‘Anfal operaties’, de genocide campagne op de Koerden. Saddam Hoessein neemt wraak op de Koerden op ongekende schaal, omdat zij zich de afgelopen jaren grotendeels achter Iran hadden opgesteld. Door de Koerden van Noord Irak wordt de ‘Anfal’ (oorspronkelijk een Soera uit de Koran, door de Ba’thi’s als codenaam gebruikt voor deze genocide) gezien als de ‘Holocaust’ op het Koerdische volk. 180.000 Koerden komen om, de meerderheid door massa-executies, maar een groot gedeelte ook door gifgasaanvallen, waarvan de getroffen stad Halabdja het meest berucht is geworden, omdat dit uitgebreid is geregistreerd door de internationale pers. Dit geschiedde overigens met gas dat uit Duitsland afkomstig was. Hoe belangrijk Halabdja en de minder bekende vergaste stad Goeptapa (waar geen beelden van bestaan, maar slechts enkele getuigenverklaringen) en vele dorpen die ook een gifgasaanval over zich heen hebben gehad ook geweest zijn, blijft de kern van de Anfal toch de massale liquidatie van hele Koerdische gemeenschappen, die de dood vonden in massagraven in het zuiden van Irak. Nadat de inwoners van complete dorpen werden geconcentreerd in militaire forten langs de Iraanse grens (zoals in het beruchte Fort Koratoe, dat als ‘doorgangskamp’ functioneerde), werden deze vervolgens naar de zuidelijke woestijn afgevoerd, vlakbij de Saoedische grens, waar zij de dood vonden in massagraven, met name in de afgelegen woestijngebieden van de provincie al-Muthanna, waar overigens nu Nederlandse militairen zijn gestationeerd. Vreemd genoeg horen wij hier niets over in de Nederlandse media, terwijl juist hier Saddams grootste massagraven liggen. Getuigen zijn er namelijk genoeg. Saoedische grensbewoners hebben inmiddels vele verklaringen afgelegd over het geknal van deze massa-executies. Ook is een Irakese Bedoeienen familie (Arabisch dus) erin geslaagd om een nog levend Koerdisch slachtoffer uit een massagraf te halen, bij wie hij kon onderduiken. Het betrof de toenmalige twaalf jaar oude Koerdische jongen ‘Taimoer’ (pseudoniem), nu een van de belangrijkste getuigen in de kwestie ‘Anfal’.
    Saddam Hoessein benoemt zijn achterneef, ‘Generaal’ Ali Hassan al-Majid (‘Ali Chemicali’, vandaar deze bijnaam, overigens oorspronkelijk slechts een locale politieagent uit Tikrit) tot gouverneur van Koerdistan, om deze volkerenmoord te voltrekken. Een grote tragedie is dat vele Koerden zelf hebben meegewerkt aan deze genocide. Zij vormen de beruchte ‘Djash milities’, loyaal aan de Ba’th, en assisteren in de massamoord op hun eigen volksgenoten (‘Djash’ betekent ‘ezelsveulen’ in het Koerdisch). In het Amerikaanse congres gaan veel stemmen op om Irak, na ‘Halabdja’ (de totale impact van de Anfal was toen nog in het Westen onbekend), te boycotten. Bush senior spreekt echter zijn presidentiele veto uit. Irak is immers een begunstigde handelspartner. Verder schrijft in 1989 het Army War College in Washington een ‘analyse’, waarin getracht wordt aan te tonen dat de vergassing van Halabdja het werk van Iran was.

    1990-1991 De Koeweitcrisis en de tweede golfoorlog. Irak valt Koeweit binnen. Hoofdreden van deze invasie is de Irakese beschuldiging aan Koeweit dat het de olieprijzen zou devalueren, tegen de OPEC afspraken in. Verder zit Irak met een enorme schuldenlast na de desastreuze oorlog met Iran. Ook speelt de oude claim op Koeweit een rol, althans voor de legitimatie van deze inval (zoals die van president Qasim uit 1961, maar ook al eerder door de Hashemitische koningen, om de eilanden Warba en Bubiyyan, die de Irakese kust blokkeren, inzake de vrije afvoer van olie. Saddam stelt Ali Hassan al-Majid aan als gouverneur van Koeweit. Onder zijn leiding wordt het steenrijke oliestaatje binnen een half jaar volkomen leeggeplunderd. Honderden Koeweiti’s worden vermoord. Hoewel Amerika willens en wetens het verhaal de wereld in stuurt dat de Irakezen op grote schaal couveuse baby’s zouden hebben vermoord (dit verhaal bleek achteraf een propagandistische leugen), verklaart een niet onbelangrijke ooggetuige (de Koeweitse mensenrechtenactivist en verzetsstrijder Khalid Nasir as-Sabah, een lid van de koninklijke familie, maar die zich altijd heeft verzet tegen de dictatuur van zijn eigen verwanten en meermalen is opgekomen voor de rechten van bijvoorbeeld de zwaar gediscrimineerde Palestijnse minderheid in zijn land)dat Koeweit binnen de kortste keren was veranderd in een soort bizarre kruising van een ‘slachthuis en een schijthuis’. Internationaal onderzoek heeft aangetoond dat de helft van de Koeweitse bevolking nog steeds lijdt aan ernstige psychologische aandoeningen, veroorzaakt door de trauma’s van de invasie van 1990.
    Hoewel het Ba’thbewind voor die tijd de mensenrechten niet minder schond, is de wereld opeens te klein om Saddam Hoessein scherp te veroordelen. President Bush en de Britse premier Margaret Thatscher staan aan de voorste linies. Onder leiding van Amerika wordt er een mondiale coalitie gevormd ter ‘bevrijding van Koeweit’, hoewel Koeweit voor die tijd zuchtte onder de dictatuur van de Emirdynastie as-Sabah. Saillant is bijvoorbeeld dat de Koeweitse vrouwenbeweging na de golfoorlog hoopvol steun zocht bij de Amerikaanse regering. Zij kregen echter nul op het rekest, omdat de Koeweitse vrouwen simpelweg niet meer interessant waren.
    Met een groot militair offensief verdrijft Amerika Irak weer uit Koeweit. Hoewel Saddam Hoessein de overwinning uitroept in de ‘Umm al-Marik’ (de ‘Moeder aller Veldslagen’), wordt binnen twee maanden het Iraakse leger verpletterend verslagen. Ondanks de suggestie van generaal Norman Schwarzkopf op zijn beroemde persconferenties dat het om een ‘schone oorlog’ gaat, is de gehele infrastructuur van Irak kapotgebombardeerd (ziekenhuizen, elektriciteitscentrales, bruggen over de grote rivieren en waterzuiveringsinstallaties), met rampzalige gevolgen voor de bevolking. Verder is er door de Amerikanen, willens en wetens, verarmd uranium gebruikt. Naast dat vele Amerikaanse golfoorlogveteranen hier nog grote problemen van ondervinden (het zogenaamde ‘golfoorlogsyndroom’), worden er tot op de dag van vandaag in de regio van Basra opvallend veel zwaar gehandicapte kinderen geboren.
    Ook vindt er, na de militaire nederlaag, de zogenaamde ‘Grote Intifadah’ plaats. Deze begint in Basra, op initiatief van het Irakese leger, dat halsoverkop Koeweit is ontvlucht. Het startsein van deze Intifada wordt gegeven door de legendarische tankcommandant Abu Haidar, die zijn mannen de opdracht geeft om het grote portret van Saddam op het centrale Sa’ad plein in Basra aan puin te schieten. Abu Haidar is waarschijnlijk gevallen tijdens de Intifadah. Het Iraakse volk komt massaal in opstand tegen het gehate Ba’thbewind van Saddam Hoessein, aangemoedigd door George Bush sr: “But there is another way to stop the bloodshed. The Iraqi military forces and the civilians have now the chance to get rid of their brutal dictator and force him to step aside. This is the day of the Iraqi people”. De Iraakse bevolking van vooral het noorden en het zuiden, maar zelfs ook in Bagdad, geeft gehoor aan deze oproep, in de veronderstelling dat de Amerikaanse troepen steun zullen bieden. Vijftien van de achttien provincies vallen in handen van de rebellen. Op het laatste moment besluit Amerika echter om zich buiten het conflict te houden. De regering in Bagdad slaat de Intifadah in het zuiden neer, wederom onder leiding van Ali Hassan al-Majid, en onder toeziend oog van de Amerikaanse troepen, die geen vinger uitsteken om de wanhopige bevolking te hulp te schieten. Cruciaal in de onderdrukking van de Intifadah is dat Norman Schwarzkopf de Iraakse autoriteiten toestemming geeft gevechtshelikopters in te zetten. Hiermee geeft hij de helpende hand aan Saddam om zijn eigen burgerbevolking af te slachten. Tienduizenden Iraakse burgers (volgens sommige schattingen zelfs meer dan honderdduizend) worden vermoord. De rottende lijken blijven willens en wetens in de straten liggen van de grote Shiietische steden als Karbala, Najaf, Hilla, Babylon, Amara, Diwanniyyah, Sammawah, Nassiriyah en Basra, als afschrikkingseffect. Een gruwelijk detail is dat de Iraakse staatstelevisie na afloop video-opnames uitzendt, waarop te zien is hoe Ali Hassan al-Majid in Basra persoonlijk gevangenen martelt en executeert (zo laat hij hen een glas benzine leegdrinken om vervolgens een explosieve kogel af te vuren, waardoor zijn gevangenen levend in brand vliegen en hun lichamen exploderen). Dit ter waarschuwing aan de hele Iraakse bevolking.
    Een groot aantal Shiieten slaat op de vlucht en wordt door de Amerikanen naar Saoedie Arabië afgevoerd. Daar worden zij overgedragen aan de Saoedische autoriteiten die hen in gevangenenkampen in de woestijn opsluit (de kampen Rafha en ath-Thawira), onder een gruwelijk regime. Marteling, dwangarbeid, willekeur en hongersnood zijn aan de orde van de dag. Vrouwen worden regelmatig als prostituees verkocht en de Saoedische kampbewakers zien er geen probleem in om voor flessen whisky gevangenen te verkopen aan de Iraakse Mukhabarat. Jarenlang verblijven zij daar, vergeten door de rest van de wereld (voor de VS had deze groep geen prioriteit meer, terwijl zij, samen met de Saoedische regering, als enige op de hoogte waren van het bestaan van deze kampen, alsmede van wat zich daar werkelijk afspeelde). Uiteindelijk weet een van deze ‘gevangenen’ in 1995 te ontsnappen en via het kantoor van BBC World in Riyadh de VN in te schakelen en worden deze 60.000 ‘vluchtelinggevangenen’ bevrijd door de UNHCR en toegewezen aan verschillende westerse landen, hoewel er tot tenminste 2001 nog altijd mensen in deze kampen werden vastgehouden die daar als slaven werden behandeld. Een aantal van deze vluchtelingen verblijft tegenwoordig in Nederland. Overigens is, sinds een paar jaar, een aantal veteranen van