Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Facebook censureert eerlijke discussie over HIV

Posted in homo-emancipatie/'homo-kwesties', opinie by Floris Schreve on 23 juni 2015

Het is alweer een tijd geleden dat ik iets op mijn blog heb gepubliceerd. De voornaamste reden is dat ik mijn energie vooral in andere zaken heb gestoken. In de eerste plaats het afmaken van mijn studie, die nu in een BA/MA structuur is omgezet. Op dit moment ben ik bezig om alsnog mijn masters Arts & Culture in Leiden te halen. Een intensief, maar ook buitengewoon inspirerend programma. Dit vraagt wel mijn gehele intellectuele focus. Het bloggen daarnaast heb ik om vooral om die reden wat op de lange baan geschoven.

Verder is er nog iets in mijn persoonlijke leven gebeurd. Hoewel ik zeker van plan was om daarover schrijven, wilde ik het eerst laten bezinken en zelf alles goed op een rijtje krijgen. Dit speelt sinds augustus 2014. Als seksueel actieve (bi)homoman met, het is niet anders, wisselende contacten, is het een goed gebruik om je regelmatig te laten testen op Seksueel Overdraagbare Aandoeningen, oftewel SOA’s. Hoewel ik mij vrij goed aan de Safer Seks regels heb gehouden (redelijk consequent gebruik van condoom bij anale seks, of het nu actief of passief is—‘top of bottom’  in het jargon- laat ik het maar expliciet zeggen) heb ik in de loop der jaren best wel eens iets kleins opgelopen. Een paar keer een kleine SOA, die met een antibioticum injectie weer was verholpen (Gonoerroe, Chlamydia, niets ernstigs, zie verder dit nummer van Najib Amhali, zeker herkenbaar). Alleen kwam het slechte nieuws in de zomer van 2014 dat ik helaas toch HIV had opgelopen.

Tegenwoordig is, in de westerse wereld althans, HIV geen dodelijke ziekte meer. Het is zelfs goed te behandelen met HIV remmers,  zonder al te ernstige bijwerkingen (al zijn die er wel). Maar er valt goed mee te leven. Al kom je er, althans, volgens de huidige stand van zaken, nooit meer van af. Er is nog geen genezing.

Wel  is het mogelijk dat, mits je altijd je medicijnen inneemt, met virus zo wordt teruggedrongen dat je het niet meer kunt overdragen. Het is dan ook niet meer in je bloed aantoonbaar en bij een test is de uitslag dan ook negatief. Dit blijft alleen zo als je consequent je remmers slikt. Als je daarmee zou stoppen komt het virus onherroepelijk terug.

Toen het virus bij mij ontdekt werd ben ik door de GG&GD Amsterdam meteen doorverwezen naar de HIV poli van het OLVG. Daar is door mijn HIV consulent en internist een behandelprogramma opgesteld, dat buitengewoon goed aanslaat. Ik zit op de nieuwste combinatietherapie. Aanvankelijk twee pillen per dag (Kivexa en Tivicay), nu samengevoegd in een pil (Triumeq). Hoewel het wel twee maanden duurde voordat de pillen beschikbaar waren- onze minister was een beetje langzaam met het zetten van de noodzakelijke handtekening die deze therapie in Nederland van start kon laten gaan (bedankt Edith Schippers, dat je alsnog een krabbeltje hebt gezet, ik heb daar nu veel profijt van), lagen de medicijnen eind oktober 2014 in de Nederlandse apotheken.

Toen ik met de medicatie begon had ik een hoge viral load, wat normaal is in de eerste periode na de besmetting. Gelukkig was mijn afweer (mijn cd4 cellen) nog nauwelijks aangetast. Nadat ik aan de pillen was begonnen en ik twee weken later terug moest komen voor controle, bleek het virus al ondetecteerbaar te zijn. Dat betekent dat mijn viral load zo laag was geworden, dat ik voor een HIV test als negatief uit de bus zou komen. Het belangrijkste is om dat nu zo te houden. Het enige wat je daarvoor moet doen is om iedere dag je medicijnen te nemen (in mijn geval dagelijks een Triumeq pil).

Misschien is er nog iets belangrijks om te vermelden. Nu ik inmiddels al maanden ondetecteerbaar ben, is het eigenlijk vrijwel uitgesloten dat ik het virus kan overdragen- de kans is in ieder geval zeer klein (minder dan 1: 1000). Dat kan dus niet via bloedcontact of via sperma, de enige twee mogelijkheden voor een HIV transmissie. Zo lang je je medicijnen neemt is het dus alsof je HIV negatief bent en ben je de facto onbesmettelijk (niet onprettig voor je sekspartners- en je eigen gemoedsrust).

Wellicht is het zinvol om dit verband het zg Zwitserse Standpunt ter sprake te brengen (de artsen van de Zwitserse Aids Hilfe waren de eersten die dit standpunt hebben geformuleerd). Het Zwitserse Standpunt houdt in dat als je geruime tijd ondetecteerbaar bent, je medicijnen consequent inneemt (therapietrouw bent) en geen andere seksueel overdraagbare aandoeningen hebt, de situatie niet anders is dan als je HIV negatief zou zijn, met als consequentie, dat je geen condoom meer hoeft te gebruiken om veilige seks te hebben. De Nederlandse gezondheidsautoriteiten willen overigens nog niet aan het Zwitserse standpunt, al is er tegenwoordig wel veel beweging en is er ook in Nederland onder artsen een toenemende welwillendheid naar deze grondhouding. Dit is me uit verschillende hoeken duidelijk geworden, al is de discussie in Nederland nog steeds in volle gang.

Ik ben zelf overigens zeker voor condoomgebruik (en pas het ook toe), alleen maak ik soms weleens een uitzondering als ik goede redenen heb om aan te nemen dat het met een Hiv positieve maar verder SOA vrije partner is. En ook de setting veilig is. Soms zijn er genoeg indicaties om daar inderdaad vanuit te gaan. Al staat veiligheid bij mij wel voorop.

Hoewel ik wel enige tijd nodig had om alles op een rijtje te zetten- je krijgt best wel een klap- valt leven met HIV in de praktijk nogal mee. Althans in mijn geval- ik heb gelukkig geen extra complicaties en ik bevind me in de gelukkige positie dat de verzekering mijn dure medicatie vergoedt (waar ook premie voor is betaald, dus dat is niet meer dan terecht, voordat er daar weer discussies over komen).

Al jaren, ook toen ik nog HIV negatief was, de ziekte nooit ver weg was uit mijn dagelijkse omgeving- ik heb, omdat ik mij toch vrij veel in het homoseksuele milieu begeef, al jaren relatief veel vrienden die HIV positief zijn- is het nu een deel van mijn leven geworden. Ik heb me er zelf ook bij neergelegd en er valt goed mee te leven. De wetenschap dat ik het niet meer kan overdragen heeft mij zeker rust gebracht, je hebt dan echt een zorg minder. Kortom, het valt best mee. In delen van de wereld waar goede, toegankelijke en betaalbare medicatie voorhanden is het leven met HIV niet heel anders dan zonder.

Tot zover mijn eigen situatie.

Zeer onlangs (23 juni 2015) besteedde het NOS Journaal aandacht aan een nieuw HIV medicijn, waarmee binnenkort een proef van start gaat in Amsterdam. Helemaal nieuw is het medicijn trouwens niet, het gaat om de HIV remmer Truvada, die al een paar jaar in de roulatie is. Was wel nieuw is, althans in Nederland, is de toepassing.  Naast een werking als Hiv remmer heeft Truvada nog een andere eigenschap. Het kan, bij regelmatige inname, bij een HIV negatief persoon  een HiV besmetting voorkomen. Het werkt dus ook als een preventief medicijn, althans in meer dan 80% van de gevallen. Het kan dus een krachtig middel zijn ter voorkoming van nieuwe Hiv  besmettingen. In die zin is het middel een mijlpaal.

In het NOS journaal komt Pieter Cleays aan het woord, alweer een paar jaar een bekend gezicht van de Amsterdamse gay-community, vooral van de leatherscene (hij was Mr. Leather Amsterdam, Mister Leather Europe , dat soort dingen). Hij is ook nauw betrokken bij diverse feesten, waar ik zelf als vrijwilliger bij ben betrokken (in en rond Club Church, hier in Amsterdam). Zodoende kennen we elkaar al een poosje. Zie hier trouwens zijn blog.

In het NOS journaal bepleit Pieter het gebruik van Truvada als PrEP (Pre Exposure Profilaxis), als preventief medicijn  tegen HIV dus. Zelf sta ik daar overigens gematigd positief tegenover. Wel ben ik een voorstander van condoomgebruik, nog altijd de simpelste en meest effectieve preventie, maar ik zie ook dat er in de gayscene een afnemende bereidheid is om het condoom consequent te gebruiken. Een belangrijke reden is natuurlijk het ondetecteerbaar worden van HIV patiënten, waardoor de besmettingskans afneemt. Plus dat het geen dodelijke, maar een chronische ziekte is geworden.

Dit is een issue dat natuurlijk veel discussie uitlokt. Hoewel ik zeer voor het promoten van condooms ben, zie ik ook wel dat PrEP een belangrijke aanvulling kan zijn, al weet ik niet of ik de zorg kan onderschrijven dat daardoor een zorgvuldig en consequent condoomgebruik nog meer zal afnemen. Maar dat is iets waar je over zou moeten kunnen discussiëren. Móeten inderdaad, daarvoor is het onderwerp te belangrijk.

Om deze reden plaatste ik een topic op mijn facebookpagina, met een link naar de bijdrage van Pieter Claeys in het journaal. Ook verwees ik naar een buitengewoon relevante uitzending van de VPRO radio, een tijdje terug, over hetzelfde onderwerp. Het ging om de radio-documentaire Kan dat condoom nu wel af? van 26 oktober 2014. In de uitzending kwamen oa aan het woord Gert Hekma en Laurens Buijs, gespecialiseerd in homostudies en verbonden aan de UvA, Richard Keldoulis, oprichter van Club Church en Stichting Gala, de eerder genoemde Pieter Claeys, Leo Schenk, oprichter van Poz & Proud, de afdeling voor homomannen van de HIV Vereniging Nederland en twee stellen waarvan een van de partners HIV positief is en de ander HIV negatief.  Alle relevante aspecten van deze discussie kwamen wel aan bod. Dus alle reden om een link op Facebook te plaatsen, nav de actualiteit en wat er in het journaal aan de orde was geweest.

Binnen de kortste keren hadden er zo’n twintig mensen gereageerd en waren er meer dan 100 bijdragen aan de discussie geplaatst. De meningen over Truvada blijken zeer verdeeld. De een is bang dat PrEP een pretpil kan worden en vindt een zwaar medicijn als Truvada niet geschikt voor dit soort gebruik, terwijl de ander dit een noodzakelijk middel vindt om de HIV epidemie in te dammen. Voor beide standpunten valt overigens iets te zeggen en beide visies zijn hoe dan ook legitiem.

Maar, wat doet Facebook? Nadat er een levendige discussie was ontstaan, waarin de meest uiteenlopende meningen alle ruimte had gekregen, verwijderde Facebook opeens het topic van mijn wall. De reden? Er zou sprake zijn van pornografisch materiaal. Wat was dan de steen des aanstoots?

De site van de VPRO toont als beeldmateriaal bij de radiodocumentaire van  oktober 2014 op haar site een foto van Rene Zuiderweld geplaatst, binnen de Amsterdamse homoscene een zeer bekende fotograaf. Zijn werk is zeker niet vrij van erotiek, maar vooral bijzonder esthetisch. Bijna altijd staat het naakte mannelijk lichaam in zijn werk centraal. Zeker seksueel getint, maar niet aanstootgevend. Zie zijn website http://renezuiderveld.tumblr.com/ .  De bewuste foto wordt hier trouwens getoond.

Wat bij de VPRO kan, kan bij Facebook echter niet. Zelfs zo verschrikkelijk niet, dat ook de toch best actuele en, al zeg ik het zelf, ook relevante en zeker kwalitatief goede discussie moest worden verwijderd. Goed, het is maar facebook, maar aan de andere kant pretendeert Facebook wel een sociaal medium te zijn, waar informatie vrij kan worden uitgewisseld. IS, allerlei extreemrechtse groepen en andere politiek zeer controversiële clubs hebben daar alle gelegenheid om een platform te creëren. Waarom mogen dan homomannen geen discussie voeren over een onderwerp dat hun eigen gezondheid, maar ook die van anderen aangaat? Je zou zelfs kunnen zeggen dat in dit verband het algemeen belang is gediend bij een vrije informatie-uitwisseling. Maar vanwege een ingetogen en esthetische foto van een fotograaf die regelmatig in serieuze galeries exposeert, wordt het hele item gecensureerd. Ik had de hoop dat Facebook graag een boegbeeld wilde zijn van de vrije gedachte, van de vrijheid van meningsuiting en een vrije ruimte wil zijn voor diverse geluiden. Maar op deze manier lijkt het helemaal nergens op.

Zeer geachte Mark Zuckerberg, of wie hem vertegenwoordigt, zoek de discussie terug en kijk er nog eens naar. En kom dan op je schreden terug, al dan niet met het spreekwoordelijke schaamrood op de kaken. Want om uit een misplaatst puritanisme een kunstwerk en een bijzonder relevante discussie over een issue dat ons allemaal aangaat te censureren, zoiets mag niet kunnen en is een vrij platform, wat Facebook graag wil zijn, absoluut onwaardig. Vandaar mijn oproep, kom hierop terug en herstel de stomme fout die jullie hebben begaan. Want, hoe afgezaagd het ook klinkt, dit is namelijk wel een principiële kwestie. Niets meer, maar zeker ook niets minder!

Floris Schreve

Hieronder nog wat materiaal dat in de gecensureerde discussie aan de orde kwam, te beginnen de webpagina van de uitzending van de VPRO met de wondermooie foto van Rene Zuiderveld!

radio documentaire VPRO over HIV

Klik op afbeelding om naar de site te gaan en de uitzending te beluisteren

Zie hier de website van Poz & Proud, de sectie voor homomannen van de HVN

Zier hier het item in het NOS journaal over Truvada van maandag 22-6-2015

Een, zeker wat mij betreft, niet onbelangrijk tegengeluid in de Volkskrant van 24-6, van huisarts Adri Heijnen, die een praktijk op de Wallen houdt en veel homoseksuele mannen uit de desbetreffende doelgroep onder zijn patiënten heeft (hij is bovendien ook mijn eigen huisarts, maar dat terzijde). Het type homoman dat hij beschrijft herken ik zeker, al weet ik niet of ik (geheel) in die categorie thuishoor.

Hoewel niet helemaal actueel meer, is de tweedelige film HIV and Me (BBC, 2007), van de Britse acteur Stephen Fry wat mij betreft nog altijd bijzonder de moeite waard. Hier deel 1, daarna doorklikken naar deel 2

Update 30 december 2015:

In actie voor PrEP in Amsterdam met een aantal mensen van het COC, de HIV Vereniging, Poz&Proud en vrijwilligers van Club Church/Stichting Gala:

PrEPnu

Gisteravond, in de kelder van de Schreierstoren in Amsterdam, kwamen deze mannen bij elkaar om te praten over wat de beste acties zijn om druk op de minister te zetten om PrEP zo snel als mogelijk beschikbaar te maken, en om plannen te maken over hoe de homogemeenschap klaar te stomen voor de PrEP-revolutie.

Het was een inspirerende avond met veel actiebereidheid. De komende weken, maanden zullen we de vruchten zien van dit initiatief! #PrEPNu

Foto: Remon van den Kommer

zie ook het Britse Prepster, http://prepster.info/

Floris Schreve

 

Putins hetze tegen homoseksuelen

Posted in homo-emancipatie/'homo-kwesties', politiek by Floris Schreve on 30 augustus 2013

foto blogitem Putin homo's

Miss Tina Tampax op de Amsterdam Gaypride (botenparade van 3-8-2013), De vertaling van de Russische tekst luidt: “Lieve vrienden en vriendinnen, jullie zijn niet alleen!”

(foto: Floris Schreve)

Afgelopen week (8-8-2013) verscheen er een hartenkreet van de Britse acteur en schrijver Stephen Fry, bekend van oa zijn indrukwekkende vertolking van Osacar Wilde in de film Wilde (1998), in diverse media (in Nederland oa in de Volkskrant). De open brief van Fry, gericht aan David Cameron en aan de leden van het IOC, stond niet op zichzelf. Hier in Amsterdam bijvoorbeeld stond de Gaypride van deze maand voor een belangrijk deel in het teken van protest tegen Putins krankzinnige ‘anti-homo-propagandawet’. Ook op dit blog wil ik stilstaan bij de protestacties, die ik van harte ondersteun. Hieronder de open brief van Stephen Fry en verder een kleine compilatie van foto’s en ander materiaal van de protestacties gedurende het Amsterdamse Gaypride weekend.

Open brief aan David Cameron en het IOC (de Volkskrant, 8-8-2013):

Geachte minister-president, geachte leden van het IOC,

Ik schrijf u in de oprechte hoop dat allen die de sport en de olympische gedachte een warm hart toedragen, willen nadenken over de smet die op de Vijf Ringen werd geworpen toen in 1936 de Olympische Spelen in Berlijn werden gehouden, met als beschermheer een jubelende tiran die twee jaar daarvoor een wet had ingevoerd waardoor een minderheid, wier enige misdaad het feit van haar geboorte was, het slachtoffer werd van bijzondere vervolging. Hitler weerde de Joden uit de academische wereld en uit openbare functies, liet de politie de andere kant opkijken als Joden mishandeld, bestolen of vernederd werden en hij verbande en verbrandde alle door Joden geschreven boeken. Hij beweerde dat zij de puurheid en traditie van alles wat Duits was ‘vervuilden’, dat ze een gevaar vormden voor de staat, voor de kinderen en voor de toekomst van het Rijk.

Tegelijk gaf hij hun, hoe tegenstrijdig ook, de schuld van de misdaden van het communisme en van het in handen hebben van het internationale kapitaal en de banken. Hij beschuldigde hen van het verwoesten van de cultuur, met hun liberalisme en anders-zijn.

Destijds schonk de olympische beweging totaal geen aandacht aan dit kwaad en ging de beruchte Berlijnse olympiade gewoon door. Die bood een opgewekte Führer een podium waardoor hij zijn status zowel in eigen land als in het buitenland kon verhogen. Het gaf hem zelfvertrouwen, daarover zijn alle historici het eens. En wat hij daarmee deed, weten we allemaal.

Poetin is deze krankzinnige misdaad op griezelige wijze aan het herhalen, dit keer tegen Russen die lesbisch, homo- of biseksueel of transgender zijn. De politie negeert dat ze mishandeld, vermoord en vernederd worden. Iedere verdediging van of zinnige discussie over homoseksualiteit is bij wet verboden. Iedere uitspraak, bijvoorbeeld dat Tsjaikovski homo was en dat dat in zijn kunst en leven tot uitdrukking kwam en andere homoseksuele kunstenaars inspireerde, kan iemand op gevangenisstraf komen te staan.

Het volstaat niet om te zeggen dat homoseksuele olympiërs al dan niet veilig zijn in het Olympisch Dorp. Het IOC moet absoluut namens de menselijkheid die zij verondersteld wordt te vertegenwoordigen een ferm standpunt innemen tegen de barbaarse, fascistische wet die Poetin er bij de Doema heeft doorgedrukt. Laten we niet vergeten dat de olympische nummers ooit niet alleen atletiek betroffen, maar dat het ook ging om culturele ontmoetingen. We moeten ons ervan bewust zijn dat sport in feite cultuur is. Sport bestaat niet onder een glazen koepel, geïsoleerd van samenleving en politiek. Het idee dat sport en politiek los van elkaar staan, is erger dan dom, het is kwaadaardig en moedwillig fout. Iedereen weet dat politiek met alles verbonden is, want het is afgeleid van het Griekse begrip ‘met de mensen te maken hebbend’.

Een totale boycot van de Russische Winterspelen van 2014 in Sochi is van het allergrootste belang. Hou ze maar ergens anders, in Utah, in Lillehammer, waar dan ook. Ten koste van alles moet de indruk worden vermeden dat Poetin de goedkeuring van de beschaafde wereld kan wegdragen.

Hij maakt homoseksuelen tot zondebok, net zoals Hitler met de Joden heeft gedaan. Daar mag hij niet mee wegkomen. Ik weet waarover ik het heb. Ik ben in Rusland geweest en ben de confrontatie aangegaan met de politicus die in Sint Petersburg de eerste van dergelijke wetten heeft ingevoerd. Ik heb de man recht aangekeken en voor het oog van de camera geprobeerd een redelijk gesprek met hem te voeren, hem weerwoord te geven en hem te doen inzien waar hij mee bezig was.

Het enige wat ik van hem terugkreeg, was wat Hannah Arendt zo treffend ‘de banaliteit van het kwaad’ heeft genoemd. Ik stond tegenover een domme man, maar wel een man die, als zoveel tirannen, een feilloos instinct heeft voor het manipuleren van verbitterde mensen door zondebokken aan te wijzen.

Poetin kan dan wel beweren dat de Rusische ‘waarden’ niet die van het Westen zijn, maar dat is wel in lijnrechte tegenspraak met het gedachtegoed van tsaar Peter de Grote en met datgene waarop miljoenen Russen hopen. Russen die niet in de greep zijn van dat giftige mengsel van skinheadgeweld en intolerante religie. Russen die gebukt gaan onder het terugschroeven van de democratie en de opkomst van een nieuwe autocratie in hun moederland, dat al zoveel geleden heeft (en waarvan ik de muziek, de literatuur en het toneel zo hartstochtelijk liefheb).

Ik ben homoseksueel. Ik ben een Jood. Mijn moeder heeft meer dan tien familieleden verloren door Hitlers antisemitisme. Iedere keer dat er in Rusland een homoseksuele tiener tot zelfmoord wordt gedreven, een lesbische vrouw ‘corrigerend’ wordt verkracht, homo’s worden doodgeslagen door neonazituig, terwijl de Russische politie erbij staat en niets doet, wordt de wereld een stukje slechter en ik ben een van die mensen die weer moeten wenen als ze zien hoe de geschiedenis zich herhaalt. ‘Het enige wat nodig is om het kwaad te laten zegevieren is dat goede mensen niets doen’, schreef Edmund Burke. Worden jullie, mannen en vrouwen van het IOC, die ‘goede mensen’ die het kwaad laten zegevieren?

De Olympische Zomerspelen van 2012 waren voor mij en voor mijn land absoluut een glorieus moment. Als er echter Russische Winterspelen komen, is de beweging voor altijd bezoedeld en zou veel van die glorie teniet worden gedaan. Dan zouden de Vijf Ringen voor altijd besmeurd en beklad zijn, en voor het oog van de beschaafde wereld in duigen liggen.

Ik vraag u met klem weerstand te bieden aan de druk van pragmatisme, geld en van de glibberige lafheid van diplomaten, en vastberaden en trots op te komen voor de hele mensheid, iets wat uw beweging gezworen heeft te doen. Zwaai met trots met uw olympische vlag, zoals wij homoseksuele mannen en vrouwen met trots met onze regenboogvlag zwaaien.

Wees zo dapper om u te houden aan de geloften en protocollen van uw beweging, waaraan ik u hieronder letterlijk herinner.

Artikel 4 – Werk samen met competente publieke of private organisaties en overheden bij het streven om de sport in dienst te stellen van de mensheid en zo de vrede te bevorderen.

Artikel 6 – Treed op tegen iedere vorm van discriminatie die de Olympische Beweging schade berokkent.

Artikel 15 – Moedig initiatieven die sport vermengen met cultuur en onderwijs aan en ondersteun deze.

Ik doe met name een beroep op u, de premier, voor wie ik het grootst mogelijke respect heb. Als leider van een partij waartegen ik mij zowat mijn hele leven heb verzet en waaraan ik intuïtief een hekel heb, hebt u een vastberaden, hartstochtelijke en duidelijk eerlijke betrokkenheid getoond door op te komen voor de rechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders. U hebt u ingezet om het homohuwelijk door zowel het Lagerhuis als het Hogerhuis geaccepteerd te krijgen, terwijl zovelen in uw eigen kamp zich daar fel tegen hebben verzet. Daarvoor zal ik u altijd bewonderen, ook al zijn we het over zoveel andere dingen niet eens. Maar ik denk dat u, als puntje bij paaltje komt, heel goed weet wat goed is en wat slecht. Vertrouw nu alstublieft op uw gevoel.

Hoogachtend, wanhopig hopend voor de mensheid,

Stephen Fry.

Stephen Fry is een Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator.
Vertaling Leo Reijnen

Tot zover Stephen Fry. Hieronder nog een paar foto’s, die ik maakte gedurende het afgelopen gaypride-weekend. Ook wil ik wijzen op de facebook-actie From Amsterdam with Love, zie HIER

From Amsterdam with Love

Van de Botenparade van 3/8:

2

The Diamond Divas

boot Amnesty 1 boot Amnesty 2

de boot van Amnesty stond in het teken van de LGBT rechten in Rusland

boot Amnesty 3

Hermitage ad Amstel

De Hermitage Amsterdam had zich voor deze dag ook met een grote regenboogvlag getooid. Een duidelijk statement.

Putins anti-homo beleid, wat houdt het in? Een gesprek met een Russische Nederlander over de achtergronden

Er is de afgelopen tijd in veel verschillende media ruime aandacht besteed aan de anti-homo propagandawet van Putin. Wat ik soms een beetje miste, ook om er zelf een goed beeld van te krijgen, was het verhaal van de mensen om wie het gaat, de Russische homoseksuelen zelf. Daarom leek het mij zinvol om in ieder geval een van hen hier aan het woord te laten.

Onderstaand verhaal is voornamelijk gebaseerd op een gesprek dat ik voerde met iemand van Russische afkomst, die inmiddels geruime tijd in Nederland woont maar nog altijd zeer geëngageerd is met de positie van homoseksuelen in zijn geboorteland. Het gaat hier om de persoon achter de Amsterdamse Drag Queen Letty Libresse, overigens ook degene die achter het initiatief van de boot van de Diamond Divas op de gaypride zat (zie foto aan het begin van dit artikel) en uiteraard ook de Russische tekstbordjes heeft verzorgd.

‘Letty’ ontmoet ik ergens in augustus in de Amsterdamse Balie, waar hij mij uitgebreid vertelt over de positie van de homoseksuelen in Rusland. Hieronder een kleine samenvatting van ons gesprek.

De recente door de Russische staat gestuurde campagne heeft alles te maken met de malaise en de algehele identiteitscrisis, waarin de Russische Federatie in terecht is gekomen sinds de val van het communistische systeem. Nadat de Sovjet Unie ontmanteld was, is Rusland er niet in geslaagd om met een nieuw eigen verhaal te komen. Ook gaat het immense gebied gebukt onder een economische crisis en spelen er ook verschillende regionale/etnische conflicten. Het teruggrijpen op de mythe van het imperium en het ophemelen van traditionele ‘Russische’ waarden (wat die ook zijn mogen) moeten de nieuwe leegte voor een deel compenseren. Het regime van President Putin probeert hierop in te spelen op allerlei manieren. Het zoeken naar zondebokken is hierbij een effectieve methode gebleken. Tot een van deze zondebokken behoren nu ook de Russische homoseksuelen, of, in de gedachtegang van de Russische staatscampagne: de (buitenlandse) propaganda die de Russen blootstelt aan decadentie, met, als grootste kwaad, homoseksualiteit.

De terreur tegen homo’s in Rusland geschiedt op twee verschillende manieren. In de eerste plaats is er de formele wettelijke component, die direct onder de verantwoordelijkheid van de Russische overheid valt. Het ‘verbod op homo-propaganda’ betekent dat er geen informatie mag worden gegeven over seksuele diversiteit. Het is niet eens zo dat homoseksualiteit is ‘verboden’, maar door een verbod op voorlichting, of het zelfs ter sprake brengen van homoseksualiteit, wordt ieder zichtbaar initiatief effectief de kop in gedrukt.

Onder het communisme was iedere vorm van homoseksualiteit bij wet verboden. In 1993 zijn deze bepalingen echter uit het wetboek van strafrecht gehaald. Met Putins anti-homo propagandawet beschikt de regering weer over een wettelijk middel, dat, juist vanwege de onduidelijke omschrijving, willekeurig kan worden ingezet, wat als terreurmiddel misschien nog effectiever is, omdat daardoor niemand echt weet waar de grens ligt.

Daarnaast, wellicht nog belangrijker voor de repressie van homoseksualiteit, is er de informele component. Geweld tegen homoseksuelen wordt oogluikend toegestaan, of zelfs subtiel of heimelijk door de overheid gestimuleerd. Homo’s zijn op die manier vogelvrij geworden en kunnen ieder moment ten prooi vallen aan willekeur, zonder dat er enige wettelijke bescherming is.

Terreur tegen homoseksuelen geschiedt ogenschijnlijk informeel en de daders zijn officieel niet gelieerd aan de Russische overheid. Maar dat betekent niet dat er geen georganiseerd verband bestaat. Ogenschijnlijk los van elkaar staande bendes van Kozakken, bikers en skinheads worden wel degelijk aangestuurd. Een belangrijke sleutelfiguur is de beruchte crimineel en neonazi Maxim Tesak (zie hier wiki ). In 2007 belandde hij in de gevangenis, maar in 2011 kwam hij vrij. Sinds die tijd is hij ook gesignaleerd in de entourage van de Russische president, voor wie hij nu als een soort boeman fungeert en op informele basis de vuilste kanten van zijn politiek uitvoert. De knokploegen van Tesak vormen de ruggengraat van het Russische terreurbeleid naar homoseksuelen. Er circuleren verschillende (overigens goed bekeken) filmpjes op het internet hoe Tesaks bendes al dan niet vermeende homoseksuelen mishandelen, waaronder, of vooral ook tieners. Eea is op youtube te vinden, wie het wil zien moet het maar googlen. Ik wil wel waarschuwen dat ze te walgelijk zijn om aan te zien, wat mij betreft ook als er geen zichtbaar fysiek geweld gebruikt wordt (de verbale intimidatie van de vaak jonge slachtoffers is al weerzinwekkend genoeg). Deze ‘stoottroepen’ hebben al vele ernstige mishandelingen of erger op hun geweten, maar worden door de Russische justitie volledig vrij gelaten. Mishandelingen die gefilmd zijn vinden trouwens ook overdag in de openbare ruimte plaats en worden door omstanders gezien, zonder dat iemand actie durft of wil ondernemen. De terreur en zeker ook die filmpjes hebben een belangrijke functie en zijn essentieel om iedere vorm van protest of insubordinatie tegen Putins anti-homo wetten de kop in te drukken. Als de formele wetgeving niet doeltreffend is om iemand het zwijgen op te leggen, is er nog altijd de informele methode van Tesak, die volledig zijn gang kan gaan.

Een andere methode om homo’s dwars te zitten zijn bepaalde facebookpagina’s, die zijn opgezet als een soort dating-netwerk (zoals hier bijvoorbeeld gayromeo, of gay.nl, of zoals het Amerikaanse Grindr). De bedoeling is echter om homo’s in de val te lokken. Een aantal van die facebookpagina’s zijn al aangegeven als ongepast -de Russische LGBT beweging, ook vanuit het buitenland, voert hier permanent campagne tegen, maar het probleem steekt steeds weer de kop op. Tesak zou al zo’n 500 van dit soort groepen hebben opgezet.

Zie meer over deze Tesak hier en hier. Wie op internet zoekt kan overigens veel meer vinden. Er zijn ook veel (informele) netwerken die deze informatie en achtergronden over de sociale media verspreiden. Binnen het Nederlandse taalgebied heb ik er overigens nog (te) weinig over teruggevonden (eigenlijk alleen dit artikel uit Trouw), maar het is mijns inziens essentieel dat deze informatie bekend is en onder een breed publiek verspreid wordt. Ook de politiek zou zich dit moeten aantrekken. De aankondiging van burgemeester Eberhard van der Laan om een statenklacht in te dienen tegen Rusland, verdient mijns inziens alle ondersteuning. Zie meer hierover op de website van het COC, of teken hier een petitie om zijn initiatief te steunen.

Verder natuurlijk alle dank aan ‘Letty’ voor het delen van deze informatie. Hoe meer dit soort kennis verspreid wordt hoe beter. Dit is natuurlijk van wezenlijk belang om de gure homofobe storm die nu in Rusland woedt te begrijpen en, als het mogelijk is, in te dammen of het liefst te stoppen.

Floris Schreve

Amsterdam, augustus 2013

 

 

Letty Libresse op de Amsterdamse Gaypride van 2012 (foto Esther van de Molen)

Letty goes 20s

 

Nog wat extra documentatie (bron https://www.allout.org/ ) :

 

Brutal videos fuel Russian anti-gay campaign – BBC, 1 September 2013 www.bbc.co.uk/news/world-europe-23901290

Gay teenager kidnapped and tortured by Russian homophobes claimed to have died from injuries – Pink News, 6 August 2013 www.pinknews.co.uk/2013/08/06/gay-teenager-kidnapped-and-tortured-by-russian-homophobes-believed-to-have-died-from-injuries/

Russian anti-gay law prompts rise in homophobic violence – The Guardian, 1 September 2013 www.theguardian.com/world/2013/sep/01/russia-rise-homophobic-violence

Russian Law Isolates Gay Teenagers, Washington Post, 1 September 2013 www.washingtonpost.com/world/russias-gay-law-isolates-lgbt-teenagers/2013/09/01/9eec54fc-0c19-11e3-89fe-abb4a5067014_story_1.html

Russian LGBT Network: Anti-gay laws have increased homophobic violence in Russia – Pink News, 2 September 2013 www.pinknews.co.uk/2013/09/02/russian-lgbt-network-anti-gay-laws-have-increased-homophobic-violence-in-russia/

First Russian Gay Activist To Be Convicted Under Propaganda Law – Gay Star News, 2 September 2013 www.gaystarnews.com/article/first-russian-gay-activist-be-convicted-under-%E2%80%98propaganda%E2%80%99-law020913

Gay Russian Teens Avoid Propaganda Law – The Guardian, 10 August 2013 www.theguardian.com/world/2013/aug/10/gay-russian-teens-avoid-propaganda-law

Gay rights activists protest Russia law – Agence France-Presse, 3 September 2013 www.globalpost.com/dispatch/news/afp/130903/gay-rights-activists-protest-russia-law-0

Foreign Office confirms David Cameron will raise Russian anti-gay laws with Putin at G20 – PinkNews, 3 September 2013 www.pinknews.co.uk/2013/09/03/foreign-office-confirms-david-cameron-will-raise-russian-anti-gay-laws-with-putin-at-g20/

Obama invites Russian rights activists to meeting alongside G20 summit – Reuters, 3 September 2013 www.reuters.com/article/2013/09/03/us-g20-russia-obama-rights-idUSBRE9820PZ20130903

 

 

 

De Drag Queen Olympics van 2/8:

Drag Olympics 1

De Amsterdamse Queen Vicki Leaks voert actie

Drag Olympics 2

Vooraan (vlnr): de Amsterdamse Drag Queens Windy Mills, Vicki Leaks, Jennifer Hopelezz en Viola Volt van The House of Hopelezz. Achter: Miss Baksel (België)

Foto’s: Floris Schreve, tenzij anders aangegeven

Dolly Bellefleur tijdens het bezoek van Prsesident Putin aan Nederland, afgelopen voorjaar

Update (http://amsterdam.gaycities.com/events/259577-from-russia-with-love):

From Russia, with Love

Sunday Aug 25, 2013 7:30PM-10:30PM in Amsterdam

(Nederlandse versie, naar beneden scrollen)***From Russia, with Love***On sunday the 25th of august from 8pm, The Rossotrudnichestvo, part of the Russian Ministry of Foreign Affairs, organises the festival “Constellation of Russia” on the Museumplein in Amsterdam.
On this free festival the public can experience the Russian culture ‘in all its beauty and diversity’.On july 1st a law was adopted that forbids visible homosexuality.
This law stands in stark contrast to the message that the festival wants to wear out.
Currently a normal life, as we are common with, is being made impossible for LGBT’s by intimidations, threats, violence, torture and murder.We therefore call on everyone to illuminate the darker side of the Russian culture with us. By confronting people, including visitors to this festival, with the harsh reality, we want to give an alarm signal.We want the repression and violence against LGBT’s to stop!Come in great numbers and show what could happen to you if you lived in Russia.
To do so, imitate injury, use dramatic amounts of fake blood or paste a band-aid.
Join us in making the suffering visible!
Of course, the rainbow in any form can support the statement.We do not have intentions on disturbing the festival with noise.
The performing artists are not responsible for the policies of Russia.Sander & Sandor*******From Russia, with Love***Het Rossotrudnichestvo, onderdeel van het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken, organiseert op zondag 25 augustus vanaf 20.00u het festival ‘Constellation of Russia’ op het Museumplein in Amsterdam.
Op dit gratis festival kan het publiek de Russische cultuur ‘in al zijn schoonheid en diversiteit’ beleven.De op 1 juli aangenomen wet die zichtbare homoseksualiteit verboden maakt, staat in schril contrast met de boodschap die het festival uit wil dragen.
Op dit moment wordt LGBT’s een normaal leven, zoals wij dat kennen, door intimidaties, bedreigingen, geweldplegingen, martelingen en moord onmogelijk gemaakt.Wij roepen daarom iedereen op om met ons de schaduwzijde van de cultuur van Rusland te belichten.
Door zoveel mogelijk mensen, dus ook de bezoekers van het festival, te confronteren met de harde realiteit, willen wij een noodsignaal geven.Wij willen dat de repressie en het geweld tegen LGBT’s stopt!Kom massaal en laat zien wat jou aangedaan kan worden als je in Rusland zou wonen. Dus boots verwondingen na, gebruik dramatische hoeveelheden nepbloed of plak een pleister.
Geef samen met ons een gezicht aan het leed!
Natuurlijk kan de regenboog in elke vorm het statement ondersteunen.Wij zijn niet uit op het luidruchtig verstoren van het festival.
De artiesten zijn namelijk niet verantwoordelijk voor het beleid van Rusland.Sander & Sandor
No to constellation Russia

Van der Laan spreekt op anti-Ruslandconcert

19/08/13, 16:46 − bron: ANP/BuzzE
© anp.

Burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam ondersteunt het initiatief voor het To Russia With Love-concert dat homobelangenorganisaties COC en Pride United op 25 augustus organiseren op het Museumplein. Hij zal zelf ook spreken op de bijeenkomst voorafgaand aan het omstreden Russische galaconcert Constellation of Russia, dat daarna plaatsvindt.

  • © ANP.

Dat hebben het COC en Pride United maandag na een gesprek met Van der Laan laten weten. De twee organisaties hadden de burgemeester eerder gevraagd de vergunning voor het concert in te trekken, als protest tegen de omstreden nieuwe Russische wetten die de homoseksuele gemeenschap in Rusland zwaar treffen. Het Russische galaconcert is bedoeld om de schoonheid en diversiteit van het land tot uiting te brengen. Maar COC en Pride United vinden dat dat flink botst met de toegenomen agressie en intolerantie jegens homo’s in Rusland.

De homobelangenorganisaties spraken Van der Laan op zijn eerste dag na de vakantie. Op het To Russia with Love-concert willen COC en Pride United Rusland de schoonheid en diversiteit van Nederland en de homoseksuele gemeenschap tonen. De organisaties roepen het publiek op massaal regenboogvlaggen mee te nemen naar de bijeenkomst. Aan de verdere invulling van het concert wordt op dit moment gewerkt.

Het concert vindt zondag tussen zes en acht uur ‘s avonds plaats op het Museumplein. Op Facebook hebben al 6000 mensen aangegeven te komen

Je eigen twibbon op facebook en twitter?

COC voorzitter Tanja Ineke en Pride United voorzitter Frank van Dalen gingen je samen met honderden anderen al voor. Doe jij ook mee? Laat je wereld weten dat we de LHBT’s in Rusland niet vergeten. Klik hier voor je persoonlijke twibbon.
trwl_banner_animated

Persberichten

Update manifestatie Museumplein

Posted on 24 Aug 2013
Op Facebook worden veel vragen gesteld over de manifestatie To Russia With Love die COC Nederland en Pride United komende zondag op het Museumplein in Amsterdam organiseren. Die vragen en opmerkingen willen we hieronder van een antwoord voorzien. De manifestatie heeft twee duidelijke

‘Zee van regenboogvlaggen tijdens To Russia With Love’

Posted on 24 Aug 2013
Pride United en COC Nederland roepen op morgen met regenboogvlaggen naar het Museumplein in Amsterdam te komen. De twee organiseren daar tussen 18.00 uur en 20.00 uur ‘To Russia With Love’, een manifestatie van schoonheid en diversiteit. Het evenement waar onder andere Mathilde Santin

Kleurrijk protest rondom Russisch Galaconcert in Amsterdam

Posted on 19 Aug 2013
Pride United en COC Nederland organiseren een demonstratie voorafgaand aan het galaconcert ‘Constellation of Russia’, zondag 25 augustus om 18.00 op het Museumplein in Amsterdam. Doel van het protest is de toenemende onderdrukking van minderheden in Rusland aan de kaak te stellen en d

Pride United en COC kondigen tegengeluid aan

Posted on 09 Aug 2013
Pride United en COC Nederland zijn teleurgesteld dat de gemeente Amsterdam heeft besloten de vergunning voor het galaconcert ‘Constellation of Russia’ niet in te trekken. Pride United en COC Nederland riepen burgemeester Van der Laan hiertoe eerder deze week op. Ook riepen beide organ

Trek vergunning Russisch galaconcert in Amsterdam in

Posted on 08 Aug 2013
Het Russische galaconcert ‘Constellation of Russia’ mag niet doorgaan. Pride United en COC Nederland roepen de Amsterdamse burgemeester Van der Laan op de vergunning voor dit concert op 25 augustus op het Amsterdamse Museumplein in te trekken. Volgens de organisaties hoort zo’n evenem

Programma

Opening om 18.00 uur met een spectaculair optreden van Simon Feenstra met 18-koppige bandPresentatoren: Peter van der Vorst en Zarayda GroenhartDJ GinaCoalitie van Human Right Fighter Coalition – Amnesty International, Netherlands Helsinki Committee, Free Press Unlimited, Aids Foundation East West, United Against Racism en Aids Fonds. Marc Beaugendre van Introdans voert special voor deze gelegenheid een moderne bewerking uit van De stervende zwaan Pride United voorzitter Frank van Dalen en COC voorzitter Tanja Ineke Message “To Russia with Love”Mathilde Santing met een speciaal nummer voor deze gelegenheidBariton Maarten Koningsberger treedt op met pianist Nico van der LindenBurgemeester van der Laan met wethouders Carolien Gehrels en Andrée van EsSimon Feenstra met 18-koppige band ondersteund door Zo! Gospel ChoirDJ Gina

Afsluiting Dolly Bellefleur

Mars naar Constellation-podium

Bijwonen galaconcert met spandoeken, posters en regenboogvlaggen, heel veel regenboogvlaggen

Organising partners

foto-verslag manifestatie ‘To Russia with Love’

(foto’s Floris Schreve, tenzij anders aangegeven)

Verzamelen bij de Trut

Verzamelen bij de Trut 2 Verzamelen bij de Trut 3 Verzamelen bij de Trut

De rouwstoet vertrekt

de stoet vertrekt 1 de stoet vertrekt 2 de stoet vertrekt 3

De stoet vertrekt 4

bovenstaande foto door Mark Bennett

Aankomst Museumplein

aankomst Museum Plein aankomst Museumplein 3

Uganda

Onze vrienden uit Uganda. Ook hun zaak verdient alle aandacht, zie http://www.amnesty.org/en/appeals-for-action/uganda-anti-homosexuality-bill

aankomst Museumpplein 2

Het ritueel wordt uitgevoerd

het ritueel 1 het ritueel 2 het ritueel 3

het ritueel 4

Opblaas-Putin…Propaganda?😉

opblaas Putin 2 opblaas Putin

Ook Russisch Protest

Russisch Protest

De regenboog ontvouwt zich

de regenboog wordt uit de kast gehaald de regenboog wordt uit de kast gehaald2 een paar vrienden van mij

een paar vrienden van mij van de donderdagkerk

roze in blauw

Roze in Blauw

roze in blauw anders

Roze in Blauw anders (op z’n Russisch)

De manifestatie begint

het programma begint 1 het programma begint 2 het programma begint 3 het programma begint 4 het programma begint 5 het programma begint 6

Mark Bennett en Gerrit Jan Wielinga

Mark Bennett (van oa Club Church) en Gerrit Jan Wielinga (van het COC) voor de foto-actie (voor Facebook, zie HIER) ‘From Amsterdam with Love’

Mijn bijdrage aan de actie

Mijn bijdrage (foto Mark Bennett)

Love is No Propaganda

Mathilde Santing

Mathilde Santing treedt op

publiek

Burgemeester van der Laan

Burgemeester Eberhard van der Laan

de enige echte Dolly Bellefleur

de enige echte Dolly Bellefleur

ikzelf-in-actie-verpakking Floris Schreve

ikzelf in actie-verpakking

publiek 2 publiek 3

Het gezelschap verplaatst zich naar het officiële gebeuren van Constellation of Russia, een manifestatie georganiseerd door de Russische staat

museumplein 1 Museumplein 2 Museumplein 3 museumplein 4 museumplein 5 Museumplein 6 Museumplein 7 Museumplein 8

De afgesloten tribune voor ‘het echte publiek’ (hooguit 500 man) is omringd met een zee van regenboogvlaggen. Volgens de berichten bestaat het ‘regenboogpubliek’ uit zo’n 2500 man

publiek constellation of Russia 1 publiek constellation of Russia 2

het omsingelde publiek

het omsingelde publiek😉

De Show begint.

Constellation optreden 1 constellation optreden 2

het programma begint 7

doorkijkje surrealisme 2

Een verkitschte Russische Pastorale of een regenboogvlag: welke van de twee lijkt het meest op propaganda?

surrealisme 3 surrealisme

echte en vermeende propaganda in een beeld

Het ‘concert’ (eigenlijk meer een show) was geen presentatie van Russische topmusici (laten we niet vergeten, op dat gebied heeft Rusland veel te bieden- bovendien zou ik er dan enigszins moeite mee hebben gehad om te demonstreren tegenover musici die ik ook bewonder) en ook geen lofzang op de grote Russische kunst. Het was vooral een verzameling volksdansgroepen, waar overigens niets mis mee is, want ook op dat gebied kent het immense gebied dat onder Russische Federatie valt, een bloeiende en rijke traditie. Waar wel wat mis mee was, was de presentatie en de algehele setting. Het was een soort ode aan het Russische Imperium. Het meest schrijnend was dat er maar liefst drie Tjetjeense dansgroepen optraden (toch veel naar verhouding, als je weet hoeveel verschillende volkeren er binnen de Russische Federatie leven). Het doel was duidelijk politiek. Overduidelijke propaganda. Het was eigenlijk alsof we in een live-uitzending waren beland van een soort Stalinistische staatsomroep. Wie nu de beelden kent van Noord Koreaanse of Syrische staatstelevisie (en zeker tot een tijdje terug de Libische staatstelevisie) zou veel overeenkomsten zien. Wat mij betreft een symptoom dat er ook buiten de kwestie van de anti-homo propagandawet op dit moment veel mis is in Rusland.

Maar het mooiste was toch dat dit festijn was omringd door regenboogvlaggen, het ultieme symbool van ‘homo-propaganda’. Dat gaf het geheel een onbedoelde, maar fascinerende surrealistische lading.

En toen… Matroosjes! Homo’s zijn er dol op! Een pandemonium brak uit…

matroosjes 1 matroosjes 2

matroosjes 3

Propaganda😉 Onbedoelde camp op meta-niveau!

De belangrijkste slogan van de dag was:

Putin Putout

En tot slot:

slot

De Nederlandse vertaling van de tekst het slotkoor op groot scherm. Toepasselijker kon deze afsluiting van dit door de Russische staat georganiseerde gebeuren niet zijn!

foto’s Floris Schreve (tenzij anders aangegeven)

artikel Volkskrant demonstratie 25-8-2013 (foto)

artikel Volkskrant demonstratie 25-8-2013 (tekst)

de Volkskrant van 26 augustus 2013, zie ook deze foto-reportage van de Volkskrant

To Russia with Love from Eline Verdonk on Vimeo.

Ikzelf tijdens de Pride 2013 (Op de Drag Olympics, bij het homo-monument en Pink Point, naast de Westerkerk)

Floris Schreve, Amsterdam, augustus, 2013

No To Constellation of Russia, Floris Schreve, Letty Libresse, Tina Tampax, Jennifer Hopelezz, Vicky Leaks, Vladimir Putin, Putin Putout, COC, To Russia with Love, Amsterdam Gaypride, Poetin, Stephen Fry, Tesak, Homorechten in Rusland, Dolly Bellefleur, Eberhard van der Laan, Statenklacht, Rusland, Gaypride 2013, Constellation of Russia, Simon Feenstra, Mathilde Santing, Drag Olympics, de Trut, Club Church, Amnesty International, Winterspelen 2013 Sochy

Discussiëren op Hoeiboei 2, oftewel het bewijs van de geldigheid van Edward Saids ‘Orientalism’ tot op de dag van vandaag

Afgelopen winter publiceerde ik op dit blog Discussiëren op Hoeiboei, de anonieme afwerkplek van islamofoob extreemrechts. Daar heb ik wat mij betreft ook deze site al voldoende geïntroduceerd.  Het is het platform waar Hans Jansen, Annelies van der Veer en soms ghostwriter Barry Oostheim hun anti-islam/ pro rechts-Israël/pro Wilders pamfletjes lanceren, toegebruld door een horde in regel anonieme ‘reaguurders’ (deze van de website GeenStijl afkomstige kwalificatie, lijkt mij een effectieve omschrijving), die er vaak nog een schepje bovenop doen. Expliciet racisme is in het forum van Hoeiboei volkomen geaccepteerd (voor vrijheid van expressie zijn wij immers allemaal), alleen wanneer er tegengeluiden komen, die niet zo makkelijk zijn af te doen, of waar het lastig om een goed antwoord op te formuleren, worden die soms weg gemodereerd, of wordt de discussie gesloten.  Om die reden leek het mij aardig om de discussie hier in ieder geval te publiceren (en daarmee vast te leggen). Er valt, net als de vorige keer, weer veel te lachen, maar ook deze discussie is weer buitengewoon onthullend over hoe islamofoob rechts (of domrechts, beide begrippen vallen overigens niet noodzakelijkerwijs samen, maar overlappen elkaar soms wel, zie verschillende bijdragen aan de discussie hieronder) naar de wereld kijkt. Al met al bijzonder leerzaam materiaal, ook al is het wederom een nogal burlesque geheel geworden. Door verschillende participanten wordt regelmatig de onderbuik geleegd, maar dat is nu eenmaal eigen aan de tribale groepering der Hoeiboei reaguurders. 

Dan nog iets. Een van de merkwaardigste aspecten van de weblog Hoeiboei is dat daar het idee leeft dat men mede namens Harry Potter en Gerard Reve spreekt. Ik vind het ook een beetje vreemd, maar als je de site opent, zie je linksboven de tekst ‘Hoei Boei, de enige site met zowel Gerard Reve als Harry Potter aan haar zijde’. Juist…. Dat van Harry Potter kan ik niet beoordelen. Zijn domein is immers het bovennatuurlijke. Net als het dragen van een hoofddoek, lijkt mij de Harry Potter cultus een hoogst particuliere geloofszaak en wie ben ik om mij daarin te mengen, dus dat laat ik maar verder voor wat het is. Maar waarom in Godsnaam (zeg dat wel) Gerard Reve? Zijn Annelies van de Veer en Hans Jansen Zijn Boodschappers, die, aangevuld met Ghostwriter Barry Oostheim als Heilige Geest, een soort Reviaanse drieëenheid vormen? (dus niet met de Maagd Maria, want dan zou Annelies van der Veer een hoofddoek moeten dragen en, voor de goede orde, dat doet ze dus niet). Maar ik dacht altijd dat dit met met Teigetje en Woelrat was. Misschien heb ik iets gemist, maar dat roept bij mij wel hele vreemde beelden op. Het kost mij iets minder moeite om bij bepaalde reaguurders het beeld op te roepen van Matroos Vos (zeker zoals hij er nu uitziet). Sterker nog, als je daar met bepaalde types in discussie gaat, moet je gewoon het beeld van Joop Schafthuizen voor de geest halen. Meestal klopt dat wel met de algemene sfeer van de conversatie. Zie bijvoorbeeld ene Van het Goor (what’s in the name), alhoewel die naar eigen zeggen de grootste heteroseksuele schuinsmarcheerder van Harderwijk is, zie hier, – wisten jullie trouwens dat de Donkerstraat aldaar de ultieme cruiseplek is? Alhoewel ik toch mijn twijfels heb bij van het Goors claims en ik mij afvraag of hij niet eerder een licht ontvlambare, hoe zou ik het zeggen, viezeman is (naar de creatie van Kees van Kooten), gezien een andere reactie op Hoeiboei (zie hier). Dat ‘trillen van kwaadheid, praten met speeksel in de Harderwijkse Donkerstraat’ vind ik wel weer een mooi beeld, Matroos Vos zeker passend. Maar verder vind ik dat Reve-gedweep op die site maar een rare toestand. Annelies van der Veer die zich een Reviaan noemt (zie hier). Of Hans Jansen, die zich volgens Michiel Leezenberg bezondigt aan Reviaanse stijlbloempjes (zie hier). Ik wil niets afdoen aan de daar kennelijk gepraktiseerde reviaanse voorkeur (wat die ook moge inhouden, of hoe je daar invulling aan geeft- zeker in combinatie met Harry Potter?!), maar ik vind het een beetje een wonderlijk gebeuren. Vandaar dat ik in de discussie, al was het enigszins off topic, daar toch een opmerking over heb gemaakt. En misschien was het nog nodig ook, want, al claimt de site de zegen van Reve te hebben, een aantal reaguurders snapt er spreekwoordelijk geen hol van. Waaronder ene Hpax, zie hier, al schrijft die naar eigen zeggen nog zulke geleerde boeken, zie de onderstaande discussie. Uitgegeven in eigen beheer, dat dan weer wel.

Hieronder de discussie. Ongeredigeerd, met helaas dus onvermijdelijke type-fouten, inclusief die van mijzelf (dat is nu eenmaal moeilijk te voorkomen als je snel in een klein vakje moet typen), maar het ruwe materiaal (waarin vooral goed tegenwicht werd geboden door de tot voor kort mij onbekende blogger Max Goedblick, met een veel bescheidener rol voor mijzelf) is wederom fascinerend en daarom de moeite waard om te tonen en te bewaren. Daarna volgt nog een kleine nabeschouwing, plus wat bonusmateriaal. Ter leeringh ende vermaeck:

 

Van: http://hoeiboei.blogspot.nl/2013/07/egypte-begeert-het-juk-van-de-sharia-af.html

Egypte begeert het juk van de sharia af te schudden

Al sinds de Farao’s zijn de Egyptenaren als weinig anderen erin getraind om politieke narigheid gelaten te ondergaan. Maar nadat één jaar lang de politieke islam aan de macht is geweest, is het toch ook deze geharde ervaringsdeskundigen te veel geworden. (Niet dat zoiets een waarschuwing zal zijn voor Nederlandse politici die er een hobby van hebben gemaakt de islam ruim baan te geven in het lands-, stads- en schoolbestuur. Immers, alleen de bevolking heeft er last van, dus voor de meeste politici is het dan niet echt een punt.

Strategisch is en blijft het voor de groei van de politieke macht van de islam op de lange termijn het beste zo veel mogelijk sharia-enclaves te stichten. Maar waar? In het Westen kost dat weinig moeite, daar hebben de autoriteiten immers niet door wat er onder hun neus gedaan wordt. Hetzelfde te doen in de islamitische wereld, waar haast iedereen, en zeker de politie, doorheeft wat er gaande is en waartoe dat leiden zal, zoiets is een veel riskantere onderneming. Van heel Egypte een sharia-enclave maken is zelfs met de steun van Obama niet geluk.

De Nederlandse staatsmedia en de Nederlandse beleidsmakers, blijkt nu, zijn niet op de hoogte van de elementaire basics van de politieke orde in de islamitische wereld. Met droge ogen vertellen ze dat ze het als een ernstig probleem zien dat een wettig gekozen president door het leger is uitgeschakeld. Dat de verkiezing van die president met fraude tot stand is gekomen, is al weer vergeten. Dat die wettige president de mensenrechten van zijn onderdanen schendt, speelt geen rol. Er zijn in het Midden-Oosten nu eenmaal maar twee smaken beschikbaar: een dictatuur van de islam, of een halve dictatuur die zijn macht ontleent aan het leger.

In Turkije bestond, voordat Europa daar ingreep, een subtiel evenwicht tussen islam en leger. Europa heeft het evenwicht dat daar bestond verbroken, ten gunste van de islam, omdat militaire regimes nu eenmaal niet voldoen aan de hoge Europese normen. Dat in islamitische landen als Turkije en Egypte het leger een minimale burgerlijke orde garandeert en de haatbaarden op afstand van de macht houdt – als de Nederlandse praat- en schrijfelite dat al mocht weten, dan houden ze er stijf hun mond over dicht. Ze telefoneren liever met hun dinnetjes in Beiroet. Minister Timmermans, Petra en Monique: Ga toch koken.
De overheidsmacht in Egypte is al duizenden jaren in handen van de hoogste militair van het land. Alleen tijdens de periode van Britse bemoeienis, van ± 1888 tot ± 1952, lag het anders, tenzij je de rol die de Britten toen hebben gespeeld gelijk wilt stellen met die van de opperbevelhebber van de Egyptische strijdkrachten. Dan is ook 1888-1952 toch een normale periode geweest. In 1952 kwamen de militairen weer gewoon direct aan de macht: Nasser.
Inderdaad was de constructie waaronder de Britten zich met Egypte hebben bemoeid wat eigenaardig, het was geen gewone kolonie, wat bijvoorbeeld daaruit blijkt dat niet Engels maar Frans in 1952 in Egypte de meest gesproken buitenlandse taal was. Egypte had in de Britse tijd een eigen sultan, later koning, met eigen bevoegdheden. Wij in Nederland hebben daar weinig van meegekregen, behalve dat de laatste koning, Farouq, aan overgewicht leed. Studenten denken meestal dat Egypte ‘gewoon’ door de Engelsen gekoloniseerd is geweest.
Het falen van de Moslimbroederschap in Egypte wil niet zeggen dat de Broederschap niet nog steeds kansen heeft in landen waar anders dan in Egypte geen millennia-oude traditie van militair bestuur bestaat. In Jordanië en Syrië liggen er nog steeds mogelijkheden. Het Mursi-drama zal de Broederschap er bovendien eens te meer van overtuigd hebben dat de macht alleen door geweld in handen te krijgen is, en dat het democratische spel de moeite van het meedoen niet waard is. Het kan nog leuk worden in de islamitische wereld waar het delen van de staatsmacht een onbekend concept is.
De nieuwe machthebbers in Egypte hebben niet de steun van Obama, want die gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia en onder Mursi. De Egyptenaren wisten dat, en getuigden van die kennis, en van hun afschuw van Obama, door middel van in het Engels gestelde spandoeken die in Europa en Amerika op de tv goed zichtbaar zijn geweest. Raar dat het westen die voorkeur van Obama voor de islam zo gelijkmoedig opneemt.
Maar mogelijk zijn er toch instanties in Amerika die wat minder gelijkmoedig zijn, en die tegen de zin van het Witte Huis en zonder het Witte Huis precies op de hoogte te houden, de Egyptische legerleiding gesteund hebben, met geld, raad en daad. Of ondersteunt Saoedi-Arabië de nieuwe militaire machthebbers? Het is in ieder geval haast ondenkbaar dat een groep militairen de macht overneemt zonder steun van anderen, en ook nog eens tegen de zin van Obama en de zijnen.
De nieuwe machthebbers verwachten, net als de Nederlandse legendarische Arabist Snouck Hurgronje aan het begin van de vorige eeuw, dat als je de haatbaarden er tussenuit vist, het verder allemaal wel los zal lopen. Het leger zegt driehonderd arrestaties te hebben verricht. Kennelijk is dat getal voor veel Egyptenaren (die anders dan Nederlanders weten wat de politieke islam is) min of meer geloofwaardig. Zelfs al zijn het er drieduizend, dan is dat nog steeds weinig. Ja, voor Nederland zou het te veel zijn. Wij laten liever af en toe een van de onzen afschieten en onthoofden in de Linnaeusstraat. Maar voor Egypte is drieduizend arrestaties een gebeurtenis van niks.
Hoe zal het nu verder gaan met Egypte? Vanaf de jaren veertig tot nu toe, langer dan een halve eeuw, heeft er in Egypte een vaak bloedige maar beperkte strijd gewoed tussen de Moslimse Broederschap en de Regering/het leger. Daarbij vielen er nu en dan doden, werden er nu en dan mensen, mogelijk onschuldig, gevangen gezet of geëxecuteerd, plus af en toe een aanslag op een politicus, en er waren af en toe bloedige rellen. Ik heb wel (per ongeluk) in Cairo door een straat gereden, langs een hotel, op een plek waar de politie net het bloed van de stoep en de trappen aan het dweilen was.
Heel erg allemaal, en dat zal allemaal terugkomen als het leger in Egypte aan de macht blijft. Toch is die toestand om rekenkundige redenen te verkiezen boven een langdurige echte burgeroorlog in Syrische, Irakese of Libanese stijl waarbij elke paar maanden duizenden slachtoffers vallen.
Dat de Egyptenaren het juk van de sharia hebben afgeschud, en dat mogelijk ook nog op eigen kracht voor elkaar hebben weten te krijgen, is het bemoedigendste bericht over de islam sinds de staatsgreep van Khomeini in Iran in 1978-1979.
Categorieën:

131 opmerkingen:

  1. Werken die veiligheidsdiensten, cia, aivd, dan toch echt van acht tot halfvijf en tijdens Zon- en feestdagen gesloten, of bent u zo bijzonder goed geïnformeerd ?
    Bij de politieke elite twijfel ik voortdurend tussen dom en crimineel.

    BeantwoordenVerwijderen

  2. Het is geen optie. Er bestaat geen mogelijkheid dat de islam de gehele mensheid zal verzieken. Net als een teek, een luis, het hiv-virus of een kankergezwel heeft de islam een gastheer nodig. Het slechte van de wereld kan niet overleven zonder het goede. De islam kàn niet op zichzelf staan, omdat het alleen kan bestaan ten koste van een ander. Dat is het unieke van een parasiet.

    Er bestaat ook geen kans dat de islam tot het einde der tijden blijft voortbestaan, net als heb bewind van Stalin, Pol Pot en Hitler heeft de islam ook tegenwoordig in Nederland meelopers. Stalin werd gesteund door de communisten, Hitler door de NSB en Pol Pot door Paul Rosenmöler. De islam word gesteund door een combinatie van àl die groepen samen met hun trawanten en collaborateurs. Onderandere Anja Meulenbelt en Dries van Agt.

    De islam loopt op haar laatste benen, de islam is op sterven na dood. Omdat de islam verzonnen is kan ik er een eind aan verzinnen, en niets of niemand houdt mij tegen. Het einde van de islam staat hoe dan ook gepland op 31 December 2013 ‘s-middags om vier uur. Zeg maar dat Vanhetgoor het gezegd heeft. Vervolgens moeten overal ter wereld alle moskeeën worden afgebroken, evenals de islamitische scholen. Dan moeten alle ex-moslims worden gedéprogrammeerd. En tot slot moeten de schuldigen worden bestraft.

    Het is geen optie, er is maar één manier om de wereld te behouden voor de beschaafde mensen; de islam zal ten einde komen. Dit jaar nog!

    BeantwoordenVerwijderen

  3. Goed verwoord vanhetgoor, Zoisut!

    Verwijderen

  4. Heb ik ook vaak aan gedacht, alleen waar moet de wereld nog doorheen. De islam heeft het kiem van zijn eigen ondergang in zich. Er zit zo weinig integriteit in het systeem. Naar elkaar en zeker naar hun “tegenstanders”. Hoe groter het wordt, hoe meer het onhoudbaar wordt. Dit geldt eigenlijk voor alle door de mens gevormde systemen. Of het systeem nou door een geloof wordt geïnspireerd of door een ideologie of door een kapitalistisch systeem of een product (bedrijf) of een politiek idee (EU) of het gras van de buren. Er is een punt waar het niet meer werkt. En het ene systeem zal sneller onderuit gaan dan het andere en de islam heeft dan ook alles in zich om onderuit te gaan. De islam past zich niet aan de omstandigheden (gelukkig anders hadden we pas echt een probleem) maar of ik het nog ga meemaken…

    Verwijderen

  5. Hoera voor Vanhetgoor ! Echt waar.

    Verwijderen

  6. Nu ik hier toch bezig ben (een eind verderop in de discussie), ook hier maar een opmerking. Van het Goor, als ik het goed begrijp vind jij het opkomen voor de rechten van de Palestijnen (die niet eens allemaal Moslim zijn)’collaboreren’ met ‘de islam’? Los van of er überhaupt zoiets bestaat als ‘collaboreren’ met ‘de islam’, ben je in staat afzonderlijke problemen helder te analyseren, of is het voor jou allemaal een grote brei? Snap je zelf wat er allemaal aan de hand is, of maak je er bewust zo’n hutspot van? Toon maar eens aan waarin bijvoorbeeld de door en door Katholieke van Agt een steentje bijdraagt aan een evt islamitische wereldheerschappij. Ben benieuwd of je dat kan en vooral of je dat ook op een serieus forum kunt slijten. Hier maak ik me geen illusies, hoewel ook ik verbaasd zou zijn als je hierin bijvoorbeeld Hans Jansen meekrijgt. Nu hij toch op dit forum bezig is, ben ik best wel benieuwd wat hij hiervan vindt. Zou daar graag wat meer van willen vernemen😉

    Verwijderen

  7. Het is niet de islam die momenteel een flinke greep in onze portemonnee doet, onze vrijheid afpakt, maar de ‘Bovenonsgestelden’.

    BeantwoordenVerwijderen

  8. Bedankt voor het linkje..

    Verbluffend, en alle respect voor het bewustzijn van deze knaap…
    Welkom in de 21ste eeuw

    Persoonlijk (of weet het eigelijk wel zeker) denk ik dat internet hier een bewonderende en bemoedigende rol in speelt.
    Op vragen hoe deze `jongen` dat allemaal wist, noemt hij diverse malen “Internet” !!

    Bewoners van de islamitische staten zien nu met eigen ogen hoe mensen leven in het vrije westen, en hoe het anders kan.
    Zonder voorgelogen te worden door achterlijke islamisten en schriftgeleerden.
    Dankzij sociale media..

    Deng Xiaoping, de “vader des vaderland” van China wederopstanding, was jaren lang dom gehouden door de buitenlandpoliticologen van zijn “socialistische partij”
    En dacht dat ze in het buitenland nog in de middeleeuwen leefden.
    Toen hij in het ´buitenland´ kwam (pre-internet tijdperk) keek tie zijn ogen uit.

    Sociale media helpt de evolutie een handje..

    En Geert Wilders heeft weer gelijk…`moslims !! werp het juk van die achtelijke islam van U af, en er is zoveel mogelijk`

    Een sprankelend zonnestraaltje van bemoediging in die inktzwarte duisternis van de islam.
    Hup.. de mastodonten van de islam naar het museum.

    Verwijderen

  9. Het kan dus wel in die krant. Je hoeft het er niet mee eens te zijn maar het zet wel tot nadenken: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3471059/2013/07/06/Er-is-geen-moraal-zonder-God.dhtml

    BeantwoordenVerwijderen

  10. Mbt tot moraal raakt het kant noch wal🙂

    Verwijderen

  11. Toch vraag ik me af in hoeverre de oppositie tegen Morsi iets te maken had met het dictatoriale islamisme van de moslimbroeders. Op TV zag ik ook Egyptenaren die boos waren omdat het brood 5 x zo duur was geworden vanwege afschaffing van subsidies op brood. De meeste opstanden draaien om armoede, werkloosheid en voedselprijzen; zo begon de Arabische “lente”.

    Ook onder Mubarak waren niet-moslims een zondebok om het falen van de overheid te verdoezelen. Bij aanslagen en pogroms tegen die minderheden grepen politie en leger vaak niet in, of deden zelfs mee. Er is geen reden om aan te nemen dat het leger nu ineens die minderheden gaat beschermen. Ook de volgende regering zal zondebokken nodig hebben; Egypte ligt economisch op haar gat en ik zie niet hoe dat heel snel kan veranderen.
    De volgende Egyptische regering zal de subsidies op brood evenmin kunnen handhaven.

    BeantwoordenVerwijderen

  12. Dandruff heeft gelijk.

    Verwijderen

  13. en paardenbonen uit Frankrijk. Schijnt voedsel voor armelui te zijn.

    Verwijderen

  14. Als je dit als gegeven neemt (en ja ik denk ook dan Dandruff gelijk heeft) dan heeft het geen zin om naar democratie te streven als het land daar niet aan toe is. De middenklasse moet groot genoeg zijn en dat betekend dat de economie redelijk goed moet draaien en ondernemerschap lonend is. En natuurlijk vergeet ik nu heel veel belangrijke zaken. Ook de cultuur en aanwezige ideologiën bepalen veel. In china kan een democratie wel eens f.. verkeerd uitpakken omdat ze nogal een beetje alleen aan zichzelf denken en dat werkt niet zo goed in een democratie. Egypte en de rest van de arabische landen is er (ook) niet aan toe en wat je in turkije ziet gebeuren is dat een ideologie een prille (wat heet) democratie om zeep wil helpen. (of mag ik dat niet zeggen). Raak de mensen in de portemonnee en de democratie is snel overboord. (of als er veel te verdienen is, is de democratie ook snel overboord).

    Verwijderen

  15. Recente omwentelingen in Egypte worden in termen van Democratie, Arabische Lente en gekuip van de locale Moslim Broederschap verslagen, maar terecht wijst Dandruff [7.07.13/13.29u] op de explosieve stijging van de broodprijs. En die van de spijsolie zal er denk ik ook wel zijn en tellen, en dan heb je zo een opstand in Egypte (Caïro).

    Over het alledaagse leven van de ‘gewone Egyptische man’ worden we slecht geïnformeerd. Hoe die moet leven, kan beslissender / voorspellender zijn voor het ontstaan van een politieke agitatie dan Verheven slogans’’

    Bestaat over die ‘Mohammed Hasan de Egyptenaar’ recente, toegankelijke literatuur? Vele jaren geleden las ik enige pagina’s uit een publicatie van een Noorse anthropologe over haar participerend onderzoek bij een gewoon Caïrees gezin. Een boeiend verhaal over een afschuwelijk, gewoon Egyptisch leven. Met dat participeren hield ze naar ik mij herinner maar op.
    Ik had graag haar artikel of boek helemaal uitgelezen, maar kreeg die niet te pakken. En ook niet iets dergelijks. De naam van de anthropologe ken(de) ik niet. Wie weet!

    BeantwoordenVerwijderen

  16. “Dat de Egyptenaren het juk van de sharia hebben afgeschud, en dat mogelijk ook nog op eigen kracht voor elkaar hebben weten te krijgen, is het bemoedigendste bericht over de islam sinds de staatsgreep van Khomeini in Iran in 1978-1979.”

    Hier zal men het mogelijk interpreteren als een overwinning van de goede islam over de slechte ?
    islam, zo slecht nog niet.

    BeantwoordenVerwijderen

  17. “In Turkije bestond, voordat Europa daar ingreep, een subtiel evenwicht tussen islam en leger. Europa heeft het evenwicht dat daar bestond verbroken, ten gunste van de islam, omdat militaire regimes nu eenmaal niet voldoen aan de hoge Europese normen”

    Ik hier toch met een paar ernstige vragen…..

    Verwijderen

  18. Niet te vroeg juichen. Obama heeft namelijk een plan B om de Moslimbroederschap weer aan de macht te helpen. Journalist Daniel Greenfield(aka Sultan Knish) daarover:

    http://frontpagemag.com/2013/dgreenfield/baracks-plan-b-for-the-brotherhood/

    BeantwoordenVerwijderen

  19. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen

  20. “De nieuwe machthebbers in Egypte hebben niet de steun van Obama, want die gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia en onder Mursi.”

    Ik begrijp heel goed dat de Amerikaanse Republikeinen elke gelegenheid aangrijpen om een Democratische president in een kwaad daglicht te plaatsen. Dat is politiek.

    Ik begrijp ook heel goed dat Europeanen met een rechtse kijk op de wereldpolitiek graag meedoen aan een partijtje Obama bashen. Dat is vriendjespolitiek.

    Wat ik echter niet begrijp dat is waarom Obama er belang bij zou hebben dat Egypte een Moslimstaat wordt! Waarom zou Obama er belang bij hebben dat de Joodse staat Israël langzaam maar zeker wordt ingesloten door vijandige Islamitische regimes, met legers en atoombommen en Arabieren die een broertje dood hebben aan Amerikanen en Joden?

    In Amerika wonen heel veel Joden. Een deel van hen is Republikein, een ander deel stemt Democraten. Maar als het om de Joodse zaak gaat en het belang van de staat Israël dan vormen zij één front. Als Obama zou willen dat de Moslimbroederschap de macht in Egypte krijgt, zijn de Democraten alle steun van alle Joodse kiezers kwijt. Welk belang heeft Obama daarbij?
    Dat de Republikeinen daar belang bij hebben is evident; als zij de wereld ervan kunnen overtuigen dat Obama een Crypto-Islamiet is met een verborgen agenda om de wereld te Islamiseren dan hebben de Republikeinen op voorhand alle verkiezingen voor de eerstkomende 30 jaar gewonnen. Maar ja, wie trapt daar nu in?

    Zou iemand mij daarom hier eens kunnen uitleggen waar voor Obama en Amerika het voordeel te halen valt als de Amerika-hatende Moslims in steeds meer landen aan de macht komen?

    BeantwoordenVerwijderen

  21. Wat is jouw belofte nog waard ?

    Verwijderen

  22. @sirik

    A- Uw vraag is off-topic.
    B- Ik kan mij niet herinneren dat ik u ooit iets heb beloofd.
    C- Indien Egypte een Islamitische staat wordt onder de dictatuur van de Sharia, en alszodanig zich natuurlijkerwijs zal gaan ontpoppen als een aartsvijand van het buurland Israël (en van Europa & Amerika), wat heeft Obama daar dan voor zichzelf en zijn partij mee gewonnen? In de politiek gaat het namelijk altijd om belangen, en ik zie hier niet het belang van Obama. U misschien wel?

    Verwijderen

  23. A JA.

    B Kan kloppen, maar ik help je met: “Tijd om dit gekkenhuis te verlaten.”

    C Tussen Obama en Bush is er nauwelijks verschil. Evenzo betreffende de Democraten en Republikeinen. Bij ons thuis hebben we hetzelfde probleem: PVDA=VVD=CDA met een af en toe klein pikkie Peggold. Gelukkig valt er nu wel iets te kiezen. En dat is niet SP.

    Verwijderen

  24. “Zou iemand mij daarom hier eens kunnen uitleggen waar voor Obama en Amerika het voordeel te halen valt als de Amerika-hatende Moslims in steeds meer landen aan de macht komen?”

    Voor een antwoord op je vraag lees het het volgende blog van Barry Rubin.

    http://rubinreports.blogspot.nl/2013/07/at-last-secret-of-president-barack.html

    BeantwoordenVerwijderen

  25. Beste Anoniem,

    Barry Rubin blaast aan het eind van zijn blog zijn eigen beweringen over het beleid van Obama op met de opmerking:

    “It should be emphasized that aside from everything else, this is a ridiculous U.S. strategy….

    Precies, echter niet de strategie van Obama is ridicuul, maar de onzinnige theorie die Barry Rubin hierover heeft verzonnen is volstrekt belachelijk. Als Rubin gelijk had gehad dan was Obama al jaren geleden gestopt met de drone-aanvallen op Islamitische doelen en had hij Bin Laden nooit geliquideerd. Overigens zegt Rubin nergens dat Obama een “voorkeur” voor de Islam zou hebben, zoals de heer Jansen hierboven beweert, maar alleen maar dat Obama de strijd tegen de Islam zou hebben opgegeven. Dus Rubin beantwoord ook niet mijn vraag waarom Obama graag zou willen dat Egypte een Islamitische dictatuur zou worden.

    Als Hans Jansen en zijn vaste lezers hier beweren dat Obama een fan van de Moslimbroeders zou zijn dan weten zij vast ook wel waarom, en dan zou ik dat graag uit hun pen willen vernemen.

    Verwijderen

  26. “Als Hans Jansen en zijn vaste lezers hier beweren dat Obama een fan van de Moslimbroeders zou zijn dan weten zij vast ook wel waarom, en dan zou ik dat graag uit hun pen willen vernemen.”

    Omdat Obama denkt dat hij met de steun aan de Moslimbroeders, de z.g.n. gematigden steunt, die de Salafisten onder de duim zullen houden en Al Qaida
    op die manier ook minder succesvol kan zijn.

    BeantwoordenVerwijderen

  27. Hoe het in de NL media staat, weet ik niet precies maar ik vrees het ergste, denk weer aan Petra en Monique, maar internationaal wordt toch wel gedacht dat Obama de MB steunt.

    Zeker in Egypte wordt dat door velen gedacht, zie de teksten op de spandoeken die op de tv zichtbaar geweest zijn. Waarom Obama de MB steunt, weet ik niet, mensen doen nu eenmaal dingen waarvan ze zelf niet weten waarom ze die doen – zouden anderen het dan wel moeten weten?

    Overigens zitten er ook sharia-fundamentalisten in de anti-MB coalitie.

    BeantwoordenVerwijderen

  28. Egypte is een kruitvat en een potentiële vijand van Israël. Het horrorscenario voor Israël, en daarom ook het horrorscenario voor elke Amerikaanse president, is dat de MB via een staatsgreep aan de macht komen, en van Egypte een Islamitische dictatuur maken.

    Obama is een diplomaat die daarvoor een oplossing zoekt langs diplomatieke weg. Een diplomaat die als conflictbemiddelaar wil optreden moet daarbij altijd een paar zaken in acht nemen:

    A- Hij moet zelf boven de partijen blijven staan, en mag dus niet een van de partijen meer sympathie tonen en meer steun geven dan een andere partijen. Als hij die fout begaat wordt hij niet meer als onpartijdig ervaren en wordt hij zelf onderdeel van het conflict. Dit is vaak erg lastig, vooral als er partijen zijn die de onpartijdigheid van de diplomaat interpreteren als sympathie voor de vijand.

    B- Een oplossing kan alleen worden bereikt als alle partijen de oplossing ook als een oplossing ervaren. Dat betekent dat alle partijen het idee moeten hebben dat zij met de geboden oplossing ook voor zichzelf een voordeel hebben behaald. Als een partij er met een onevenredig deel van de buit vandoor gaat terwijl de andere met lege handen blijft staan, dan is het conflict niet opgelost want dan zal de benadeelde partij zich daar niet bij neerleggen en zijn strijd voortzetten.

    Zou het niet zo kunnen zijn dat de beschuldigingen aan het adres van Obama dat hij een vriendje van de Moslimbroeders zou zijn berusten op een misverstand? Als Amerika zelf geen partij wil worden in het binnenlandse conflict, zodat zij als een onpartijdige bemiddelaar de zaak in goede banen kan leiden, dan kan Obama zich niet op voorhand uitspreken tegen de Moslimbroeders. Uiteraard zullen tegenstanders van de MB dit ten onrechte kunnen uitleggen als sympathie voor de Moslims, iets waar de Republikeinen natuurlijk graag misbruik van maken om Obama in een kwaad daglicht te plaatsen als Crypto-Islamiet.

    Verwijderen

  29. Er is nagenoeg geen enkele zin waar in het bovenstaande stuk van ‘Max Goedblick’. Bij ‘waar’ denk ik aan de ouderwetse betekenis die dat woord had in de dagen van weleer, voordat het postmodernisme als fatsoenlijk ging gelden.

    Egypte is geen ‘potentiële vijand’ van Israël, maar gewoon een vijand.

    ‘Horrorscenario’? Egypte is militair niet tot veel in staat. Denk aan 1948, 1956, 1967, 1973.

    Obama is geen ‘diplomaat’, maar een politicus.

    Een diplomaat staat niet ‘boven’ de partijen. Hij vertegenwoordigt één van de partijen.

    Wat Obama is of denkt, weet niemand. Feit is dat zijn acties steeds uitpakken in het voordeel van de politieke islam. Dat leidt tot allerlei wilde fantasieën waarvan het onzeker is of een daarvan juist zal blijken. Maar wie weet.

    Verwijderen

  30. In Syrië de Russen wegtreiteren ?

    BeantwoordenVerwijderen

  31. Obama praat de stasi-praktijken van de NSA goed.
    Dat zegt mij genoeg, als democraat.
    Overigens is Guantánamo Bay, volledig legaal, nog steeds open. Een loze belofte.
    Obama vecht o.a. in Libie, Irak, Afghanistan, Jemen, en honderden andere plaatsen.
    Nixon + Bush = Obama.

    BeantwoordenVerwijderen

  32. Je overschat de macht van een president schromelijk sirik, en je onderschat de tegenwerking die Obama krijgt nog meer. Verder hebben je argumenten niets met Egypte te maken.

    Verwijderen

  33. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    Verwijderen

  34. Ten tijde van Bush kwamen uit de linxe kerk andere geluiden.
    Hmmm, wat voor de ene geldt, geldt niet voor de ander, Bakens verzetten ? Zoiets ?

    Blijft staan:
    “president said he will meet soon with a privacy and civil liberties oversight board to discuss ways to balance the need for U.S. surveillance while respecting people’s right to privacy.”

    Het Newspeak-woord van de dag is “Balance”.

    Iemand afluisteren zonder de privacy te schenden….? Dat is afluisteren met bloemkooltjes in je oren.
    Yes, we can !

    Verwijderen

  35. De president zit hooguit acht jaar in het Witte Huis. In het Pentagon en de CIA zitten ambtenaren hun hele carriere en voeren een beleid op basis van lange termijn planning. Wat die daar allemaal uitspoken weet vaak de president niet eens. Die afluisterpraktijken zouden daarom best nog wel eens op verzoek van Bush kunnen zijn opgestart. In elk geval zou het onder een Republikeinse president niet anders zijn gegaan.

    En terwijl jij je daar druk over zit te maken heb jij niet in de gaten dat jij al meer dan 10 jaar wordt afgeluisterd door de Mossad:

    http://tweakers.net/nieuws/24562/e-spionage-via-achterdeur-aftapsoftware-aivd-en-politie.html

    Verwijderen

  36. “Die afluisterpraktijken zouden daarom best nog wel eens op verzoek van Bush kunnen zijn opgestart. In elk geval zou het onder een Republikeinse president niet anders zijn gegaan.”

    Daar zou ik het best mee eens kunnen zijn.
    Echter.
    Obama is en blijft verantwoordelijk.

    En wat nog erger is, is dat hij het goed praat.Kortom hij ontkent niet maar vind het geen bezwaar dat de grondrechten van de Amerikanen geschonden wordt.
    Hij heeft als president, niet Bush, de verkoop van ‘1984’ bij Amazon. met 700% doen stijgen.
    Je bent toch wel bekend met Orwell, Max ?


    In het Pentagon en de CIA zitten ambtenaren hun hele carriere en voeren een beleid op basis van lange termijn planning. Wat die daar allemaal uitspoken weet vaak de president niet eens.”

    Gezien je, kennelijk, uitstekende contacten in het witte huis, stel ik voor dat je Obama daarover inlicht.

    Verwijderen

  37. Het is niet zo moeilijk om Obama te begrijpen meneer Jansen. U hoeft daarvoor alleen maar even uw rechtse vooroordelen over deze linkse president te laten varen, en gewoon even nuchter naar de Egyptische situatie te kijken. Dan gaat u vanzelf zien hoe Obama rollt.

    Natuurlijk meneer Jansen is Obama een politicus, daar heeft u 100% gelijk in. Maar behalve politicus is hij óók een diplomaat, in die betekenis van het woord dat hij probeert om de situatie in Egypte middels diplomatie in goede banen te leiden.

    En ja, als president van Amerika vertegenwoordigt Obama ook belanghebbende partijen, namelijk Amerika, Israël, en iedereen die er geen belang bij heeft dat het in Egypte niet uitdraait op een burgeroorlog alla Syrië. Daarom probeert Obama m.b.t. het conflict in Egypte om als “conflictbemiddelaar” en adviseur boven de betrokken Egyptische partijen te staan, en de democratie haar heilzame werk te laten doen. Dat doet Obama ook, en wie dit begrijpt en ziet die begrijpt ook heel goed welk plan Obama heeft, hoe hij te werk gaat en waarom hij “not amused’ was toen het Egyptische volk veel te vroeg om het aftreden van Morsi begon te roepen.

    De bedoeling van Obama en de Egyptische machthebbers in en achter de legertop was namelijk dat de MB niet in 2011 maar wél bij de eerstvolgende verkiezingen een democratische nederlaag zouden gaan lijden. Een overgrote meerderheid van het Egyptische volk wil namelijk absoluut geen Islamitische dictatuur in dat land, maar een democratie met vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie.

    De harde kern van de Moslimbroeders zijn echter anti-democratisch omdat democratie in strijd is met hun geloofsovertuiging. Daarom was het voorspelbaar dat als de MB aan de macht zijn zij stapje voor stapje de democratie weer zouden gaan ontmantelen met de bedoeling om van Egypte een Sharia-dictatuur te maken. Daardoor zullen zij echter wel heel veel sympathie en en steun van de bevolking verliezen, want de meerderheid wil dat beslist niet. Dit alles had zich ook al in gang gezet zoals u weet.

    Als Morsi nu niet was afgezet dan hadden de MB tegen de tijd van de volgende verkiezingen voor een onmogelijke keus gestaan: ofwel eerlijke verkiezingen maar dan zelf een verpletterende nederlaag leiden en de macht verliezen, ofwel geen verkiezingen meer.

    Kiezen zij voor het eerste, dan hebben de MB zichzelf langs democratische weg buiten spel gezet. Hoera.

    Kiezen ze voor de tweede optie, dan heet dat een staatsgreep, en kan het leger ze met steun van de bevolking, Amerika en de hele internationale gemeenschap afzetten en de MB als een staatsgevaarlijke anti-democratische partij opnieuw verbieden. Hoera! Hoera!

    Daarom wilde Obama graag dat de MB de eerste verkiezingen zouden gaan winnen, want daarmee zijn ze namelijk op een dood spoor gezet! Ze zijn namelijk anti-democratisch, maar moesten eerst nog hun ware gezicht nog tonen alvorens ze konden worden weggestemd. Een andere of betere optie was er niet in 2011.

    Daarom delen Obama en ik ook niet uw blijdschap over het feit dat Morsi nu reeds op ondemocratische wijze is afgezet. De MB hebben nu nog teveel aanhang en bij de volgende verkiezingen een stok om de hond te slaan en en dus zijn ze in Egypte voorlopig nog niet van hen af.

    Als u bovenstaande niet gelooft meneer Jansen, kan u dan vertellen wat voor Egypte het beste scenario zou zijn geweest om van de MB af te komen en welke rol de Amerikaanse president daar dan in had moeten spelen? Gewoon niet praten maar doodschieten zoals cowboy Bush dat in Irak en Afghanistan heeft gedaan, waar het nu nog steeds een politieke teringbende is?

    BeantwoordenVerwijderen

  38. Leuk al die desinformatie-bullebakkerij van de nog steeds anonieme ‘Max Goedblick’. ‘Cowboy Bush’; Jansen moet zijn ‘rechtse vooroordelen’ laten varen; er bestaan kennelijk mensen ‘die er belang bij hebben’ dat het een burgeroorlog wordt in Egypte en Syrië. U heeft goed opgelet, beste ‘Max Goedblick’, maar tijdens de lessen van wie?

    Maar pas echt leuk wordt zijn laatste bijdrage bij de zinsnede ‘Obama en ik’. Het wachten is op Obama die het heeft over ‘Goedblick en ik’.

    En ja, Egypte is zoals u schrijft voorlopig nog niet van de MB af, je kunt goed merken dat u er verstand van heeft. Dit heeft u wis en waarachtig goed gezien.

    Verwijderen

  39. HansJansen Mijn bijdrage van 10-07 heb ik enigszins gehaast geschreven, daarom zijn daar wat tikfouten in achtergebleven. Maar een welwillende lezer kan uit de strekking van mijn verhaal wel opmaken dat in de zinsnede “en iedereen die er geen belang bij heeft dat het in Egypte niet uitdraait op een burgeroorlog alla Syrië.” een dubbele ontkenning staat die daar niet thuis hoort.
    Wat de hoogleraren betreft die mij in hun colleges aanwezig hebben gezien kan ik u verzekeren dat die allen voor hun lesmateriaal gebruik maakten van literatuur dat te boek stond als “wetenschappelijk verantwoord” en zij zich beriepen op feiten die waren gecheckt en konden worden gedubbelcheckt, of anders op zijn minst als redelijk aannemelijk konden worden beschouwd.

    U doet in uw artikeltje hierboven een aantal nogal boute uitspraken zoals o.a.:

    “Van heel Egypte een sharia-enclave maken is zelfs met de steun van Obama niet gelukt.”

    of

    “want die [Obama] gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia en onder Mursi”

    Met deze uitspraken beweert u feitelijk dat president Obama de staat Israël graag een kalifaat van Moslimbroeders als buurman cadeau wil doen, waarvan het huidige opperhoofd in 2012 nog over de Joden zei: “The Jews have dominated the land, spread corruption on earth, spilled the blood of believers and in their actions profaned holy places, including their own”, waarna hij, Mohammed Badie, de Arabische wereld opriep tot een heilige jihad tegen de staat Israël.

    Misschien heeft u gelijk maar mij komt dit tamelijk ongeloofwaardig en onlogisch over. Waarom dat heb ik in mijn eerste reactie duidelijk gemaakt. Er zijn ook personen de beweren dat Obama een aliën is die met een vliegende schotel in Amerika is afgezet met de bedoeling de aarde te koloniseren. Dit soort aluhoedjes komen bij mij echter even ongeloofwaardig over.

    Maar, als je het gedrag van iemand wil duiden, dan moet je zijn motief kennen, dus heb ik u gevraagd welk belang Obama er bij zou hebben dat Israël wordt omringd door anti-zionistische, anti-semitische en anti-Amerikaanse kalifaten. (Want zoals u weet willen de MB niet alleen Egypte maar het liefst van de hele Arabische wereld een groot kalifaat maken.)

    Op deze niet alleen redelijke maar zelfs noodzakelijke vraag hebt u tot nu toe nog geen zinnig antwoord kunnen formuleren. Daardoor zou zo’n uitspraak in de ogen van mijn voormalige professoren en hun studenten niet het niveau overstijgen van ongefundeerde kretologie zonder enig wetenschappelijk gehalte.

    Verder beroept u zich daarbij op leuzen die u hebt gelezen op spandoeken in een anti-Amerikaanse demonstratie. Indien ik in mijn studententijd een analyse van de Amerikaanse buitenlandpolitiek zou hebben gebaseerd op louter dergelijke in demonstraties meegedragen lectuur, dan zou ik van mijn professoren geen lof doch louter hoon hebben ontvangen.

    Maar desalniettemin meneer Jansen, als u mijn kijk op de Egyptische zaak en de rol van Obama daarbij verwerpt, dan zie ik halsreikend uit naar een betere analyse die meer recht doet aan de feiten dan slechts de volstrekt ongegronde suggestie dat Obama en crypto-islamiet zou zijn die de wereld onder het juk van de Sharia wil brengen. Zo’n stelling zou ik dan toch graag wat beter wetenschappelijk verantwoord onderbouwd willen zien, gebaseerd op wetenschappelijk verantwoord bronnenmateriaal, want anders heeft uw theorie voor mij niet meer overtuigingskracht dan de theorie dat Obama van een andere planeet komt.

    Wat mijn anonimiteit betreft, ik bevind mij hier op een blog waar vrijwel iedereen zich achter een niet te controleren identiteit verschuilt. Het stoort u blijkbaar ook niet dat diegenen die u louter lof en hulde toewuiven dat doen met gefingeerde namen, dus zou het u ook niet moeten storen dat iemand die uw teksten wat kritischer leest niet eerst een kopie van zijn paspoort overhandigt alvorens te reageren.

    Verwijderen

  40. Goed gedaan Maxi, de professor haakt af…wederom grandioos deze polemiek gewonnen…

    Fenomenaal repliek..

    Daarom een 10plus (hoera)

    Je bovenmeester JaapJan

    Verwijderen

  41. @Max Goedblick,
    een staatsgreep verdient niet de schoonheidsprijs, maar ik denk dat soms met een coup er heel veen mensen het leven bespaard kan worden. Daarnaast moet men ook aan de kwaliteit van het leven denken, voor héél het land. Niet alleen die kleine groep. Als steeds maar weer opnieuw de beschaving er onder moet lijden, dan is het een keer genoeg geweest. Dan maakt tijdelijk het plegen van kleine beetje extra geweld eventjes niet meer uit, als daardoor er netto meer mensen mee in leven blijven. Dus even de principes opzij om hogere principes voor te laten gaan.

    Democratie is een luxe. Als een gedeelte van het land geen verstandige keuze kan maken dan heeft het ook geen zin. Door eerst die mensen te dwingen om zich te bevrijden kun je later gaan discussiëren dat de manier waarop dat is bereik niet goed is geweest.

    BeantwoordenVerwijderen

  42. Aan van het Goor 1:26

    U schrijft dat een staatsgreep geen prijs van schoonheid verdient.
    Marx dacht daarover anders .
    Men leze De 18e Brumaire van Napoleon.
    Andere interessante lectuur omtrent staatsgrepen en hun schoonheid:
    Technique du coup d’état van de duits-italiaanse schrijver Curzio Malaparte alias Kurt-Erich Suckert.

    Verwijderen

  43. Helemaal waar vanhetgoor, misschien was het afzetten van Morsi op dat moment wel noodzakelijk, maar het is helaas ook een gemiste kans voor Egypte om voor eens en voor altijd af te rekenen met de politieke ambities van de Moslimbroeders.

    De Moslimbroeders zijn namelijk een permanente bedreiging voor de democratie in Egypte en het is een sterke anti-Zionistische en anti-Semitische beweging, waar ook Israël en Obama niet blij van worden.

    Volgens het handvest van het Moslimbroederschap streven zij ernaar om een in hun ogen rechtvaardig islamitisch Rijk en soennitisch Kalifaat te stichten dat de hele islamitische wereld omspant, met het plan om stapsgewijs de islamisering van in meerderheid islamitische naties na te streven met alle wettelijke middelen die daartoe ter beschikking staan.

    Hun motto is: “Allah is ons doel, de Koran is onze grondwet, de Profeet onze leider, strijd onze weg, en dood voor Allah onze hoogste aspiratie.”

    Dit soort religieuze en politieke ideologieen gaan niet samen met democratie maar kan alleen in een theocratie.

    Officieel hebben ze geweld afgezworen zodat ze niet als een terroristische organisatie kunnen worden aangemerkt en bestreden.

    Om de moslimbroeders geen kans te geven om als een politieke beweging via democratie aan de macht te komen zijn in Egypte politieke partijen op godsdienstige basis verboden. Daarom kunnen de MB zich niet voordoen als een politieke partij met de ambitie om van Egypte een theocratie te maken, of een partij oprichten die deze religieuze aspiraties van de MB in haar programma heeft staan.

    Wat individuele leden van de MB wel kunnen is politieke partijen oprichten die zich voordoen als seculiere partijen die zeggen de democratie te respecteren. Dergelijke partijen kunnen niet worden verboden en van de verkiezingen worden uitgesloten, en via deze sluiproute kunnen dus wel Moslimbroeders aan de macht komen. Komen op deze manier genoeg Moslimbroeders in de regering dan weet je dat ze hun “geheime politieke agenda” zullen gaan uitvoeren en dat is de deuren openzetten voor het broederschap om uiteindelijk van Egypte een kalifaat te maken.

    De Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid van Morsi is in 2011 opgericht voor dit doel. Zolang deze partij in de oppositie zit zullen ze hun ware aard niet tonen en zich voor blijven doen als een seculiere partij met louter democratische ambities. Geef je ze de macht dan ontneem je ze de mogelijkheid om verstoppertje te spelen want dan zullen ze om de politieke ambities van het MB te realiseren uit de kast moeten komen.

    Daarom is het jammer dat Morsi al zo snel en feitelijk in strijd met de democratische spelregels is afgezet. Nu kunnen de MB zich er op gaan beroepen dat in Egypte de democratie niet werkt en dit in hun eigen voordeel gaan gebruiken. Veel beter zou het zijn geweest dat ze bij de volgende verkiezingen massaal zouden zijn weggestemd nadat duidelijk zou zijn geworden dat het Moslimbroederschap, inclusief de door hen opgerichte politieke partijen nog steeds uit zijn op het stichten van een Kalifaat.

    Verwijderen

  44. “Verder beroept u zich daarbij op leuzen die u hebt gelezen op spandoeken in een anti-Amerikaanse demonstratie. Indien ik in mijn studententijd een analyse van de Amerikaanse buitenlandpolitiek zou hebben gebaseerd op louter dergelijke in demonstraties meegedragen lectuur, dan zou ik van mijn professoren geen lof doch louter hoon hebben ontvangen.”

    Dit is wat Caroline Glick er twee weken geleden over schreef en dat maakt het duidelijker, waarom er tegen Obama zijn politiek van het steunen van de MB werd gedemonstreerd.

    Obama’s default position in the Muslim world is to support the Muslim Brotherhood. Egypt’s Muslim Brotherhood is the wellspring of the Sunni jihadist movement. And Obama is the Brotherhood’s greatest ally. He facilitated the Brotherhood’s rise to power in Egypt, at the expense of the US’s most important Arab ally, Hosni Mubarak.

    He even supported them at the expense of American citizens employed in Egypt by US government- supported NGOs. Forty-three Americans were arrested for promoting democracy, and all the administration would do was facilitate their escape from Egypt. Robert Becker, the one US aid worker who refused to flee, was abandoned by the State Department. He just escaped from Egypt after being sentenced to two years in prison.

    The Obama administration supports the Morsi government even as it persecutes Christians. It supports the Muslim Brotherhood even though the government has demonstrated economic and administrative incompetence, driving Egypt into failed state status. Egypt is down to its last few cans of fuel. It is facing the specter of mass starvation. And law and order have already broken down entirely. It has lost the support of large swathes of the public. But still Obama maintains faith.

    ———–

    You might think that this pile-on of fiascos would lead Obama and his advisers to reconsider their behavior.

    But you’d be wrong. If Obama were asked his opinion of his foreign policy he would respond with absolute conviction that his foreign policy is a total success – everywhere. And by his own metrics, he’d be right.

    Obama is a man of ideas. And he has surrounded himself with men and women who share his ideas. For Obama and his advisers, what matters are not the facts, but the theoretical assumptions – the ideas – that determine their policies. If they like an idea, if they find it ideologically attractive, then they base their policies on it. Consequences and observable reality are no match for their ideas. To serve their ideas, reality can be deliberately distorted. Facts can be ignored, or denied.

    Obama has two ideas that inform his Middle East policy. First, the Muslim Brotherhood is good. And so his policy is to support the Muslim Brotherhood, everywhere. That’s his idea, and as long as the US continues to support the Brotherhood, its foreign policy is successful. For Obama it doesn’t matter whether the policy is harmful to US national security. It doesn’t matter if the Brotherhood slaughters Christians and Shi’ites and persecutes women and girls. It doesn’t matter if the Brotherhood’s governing incompetence transforms Egypt – and Tunisia, and Libya and etc., into hell on earth. As far as Obama is concerned, as long as he is true to his idea, his foreign policy is a success.

    http://www.jpost.com/Opinion/Columnists/Column-One-Obamas-war-of-ideas-318036

    BeantwoordenVerwijderen

  45. “For Obama it doesn’t matter whether the policy is harmful to US national security. It doesn’t matter if the Brotherhood slaughters Christians and Shi’ites and persecutes women and girls. It doesn’t matter if the Brotherhood’s governing incompetence transforms Egypt – and Tunisia, and Libya and etc., into hell on earth.”

    En jij gelooft dit Robin? Waarom Robin, waarom in vredesnaam zou het Obama geen reet interesseren dat de MB straks iedereen gaan lopen uitmoorden en van hun wereld een hel op aarde zullen gaan maken? Omdat Obama de vleesgeworden duivel in eigen persoon is? Omdat Obama nog kwaadaardiger en wreedaardiger is dan Hitler, Stalin en Pol Pot bij elkaar opgeteld? Dat is in elk geval wel wat sommige extreemrechtse tegenstanders van Obama graag willen dat jij gaat geloven, daar hebben zij belang bij dat je dit gelooft. Maar is het ook geloofwaardig?

    Denk eens even na Robin. Als de MB met hulp van een Amerikaanse president in de landen rond Israël aan de macht zouden komen, dan is dat einde verhaal voor de staat Israël! Dan laten de Moslimbroeders van Israël geen spaan heel, en dat weten ze in Israël ook. Dus als deze onzin over Obama waar zou zijn geweest, dan stonden Israël en de V.S. nu op voet van oorlog met elkaar. Dan zouden Peres en Netanyahu op hoge poten het onmiddellijk aftreden van Obama eisen. Dan zouden alle Joden in Amerika, ook de Democraten van Joodse huize, het onmiddellijk aftreden van Obama eisen. Dan zou Obama als president volstrekt onhoudbaar zijn. President Nixon is gevallen en moest aftreden vanwege een afluister schandaaltje. Wat denk je dat er met Obama zou gebeuren als dit soort onzin over hem waar zou zijn. Dan had hij minder dan 24 uur de tijd gekregen om het Witte Huis te verlaten. Maar allen al uit het feit dat Obama mag blijven en zijn werk mag blijven doen in Egypte en Syrië kan je de conclusie trekken dat:

    Shimon Peres dit niet gelooft.
    Bibi Netanyahu dit niet gelooft.
    De Knesset dit niet gelooft.
    De Mossad dit niet gelooft.
    De CIA dit niet gelooft.
    Het Pentagon dit niet gelooft.
    De Democraten dit niet geloven.
    De Amerikaanse Joden dit niet geloven.
    En zelfs de Republikeinen dit niet geloven m.u.v. een kleine extreemrechtse minderheid uit de Tea-party ofzo.

    En waarom geloven die dit niet? Omdat het slechts extreem-rechtse anti-Obama propaganda is met nulkommanul werkelijkheidswaarde.

    Alleen Hans Jansen gelooft het. Maar die is dan ook Arabist. Maar gelukkig geloven Benjamin “Bibi” Netanyahu, de Knesset, de Mossad, de CIA, het Pentagon, de Democraten en de Amerikaanse Joden onze Hans Jansen weer niet. Want als ook maar een van hen Hans Jansen of Caroline Glick wel zou geloven dan was Obama al lang geen president meer geweest.

    Dus laat je niet van alles op de mouw spelden Robin, gewoon effe je koppie erbij houden en nuchter blijven.

    Verwijderen

  46. Putin leest tijdens de G8 enkele collega’s de levieten

    Putin, de Russische president gaf, volgens een artikel uit een Libanese krant, van katoen tijdens de laatste G8 vergadering op een zeer nuchtere en realistische manier, toen hij de Amerikaanse en Europese staatsleiders verweet een onsamenhangende Midden-Oosten en Islam gerelateerde politiek te voeren.

    De politiek correcten hapten naar adem toen achteraf ook Merkel de visie van Putin ondersteunde.

    http://www.paulcraigroberts.org/2013/07/10/putin-dresses-down-the-group-of-eight/

    Verwijderen

  47. Nou max, de glazen bol-kijkert,

    Licht toe dat het volgende waar is :

    “Als de MB met hulp van een Amerikaanse president in de landen rond Israël aan de macht zouden komen, dan is dat einde verhaal voor de staat Israël! Dan laten de Moslimbroeders van Israël geen spaan heel, en dat weten ze in Israël ook.”

    Verwijderen

  48. “Dus als deze onzin over Obama waar zou zijn geweest, dan stonden Israël en de V.S. nu op voet van oorlog met elkaar.”

    Dus geef je Jansen gelijk.

    Als Obama MB steunt én een bedreiging zou zijn voor Israël. (Je erkent twee voorwaarden)

    Verwijderen

  49. Heeft niets te maken met glazen bollen sirik alleen maar met een beetje snappen hoe de vork in de steel zit en jezelf niet laten verblinden door al te rechtse politieke praatjes. Als Israël en de V.S. de “harde lijn” blijven volgen zoals die is ingezet onder cowboy Bush en zijn “War on Terror” dan haalt de staat Israël het einde van deze eeuw niet.

    En nee, Jansen heeft niet gelijk, want als hij gelijk zou hebben gehad dan was Obama al lang geen president van Amerika meer geweest.

    Verwijderen

  50. “Dus laat je niet van alles op de mouw spelden Robin, gewoon effe je koppie erbij houden en nuchter blijven.”

    Ik heb een paar biertjes op, maar ik hou mijn koppie erbij hoor.😉

    Hier nog wat leesvoer voor je, van een week geleden:

    Obama’s incompetence:

    http://www.israelhayom.com/site/newsletter_opinion.php?id=4895

    BeantwoordenVerwijderen

  51. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen

  52. Het is een oude techniek: een lijst van personen en instellingen opsommen die iets zouden denken, dan een individu apart zetten die vermoedt dat het ander zou kunnen zijn, en dan roepen dat die aparteling geen gelijk kan hebben.

    De techniek heeft altijd goed gewerkt in de Linkse Kerk, bij de Alinsky-aanhang en in de voormalige Sovjet-Unie. Ook in Nederland kom je hem vaak tegen. Maar, hooggeschatte technici, één van mijn mooiste eigenschappen is dat ik niet intimideerbaar ben.

    En dan die lijst van instellingen.. De CIA en de Mossad bestaan uit vele individuen, en reken maar dat die het niet eens zijn. Plus dat u mijn opvatting niet correct weergeeft. Die hele lijst is dus overbodig en misleidend. Waarom zou u lezers van uw stukken willen misleiden? Of doet u dat per ongeluk?

    Een andere oude truuk is dat als je iets uit wilt leggen, je soms op je hurken gaat zitten om je gesprekspartner te bereiken. Om te overtuigen verwijs je, in die positie, dan liever niet naar obscure pamfletten en boeken in rare talen, of naar wat Al-Jazeera aan het berichten is, maar naar voor iedereen controleerbare tv-beelden of Google-resultaten. Rustige waarneming daarvan zou immers een goed begin kunnen zijn van twijfel aan een onjuist standpunt. Maar dan begint de stoutste kleuter te roepen dat de juf geen beter argument heeft dan Google en de tv, en dus haar kleuterkweekacte kennelijk onterecht gekregen heeft.

    Maar hoe het ook zij en waardoor het ook komt, wat Obama zegt en doet, versterkt de positie van de politieke islam. In Egypte, in Syrië, in Libië, in Iran, in Turkije, en mogelijk ook in Jordanië, Libanon en andere landen. De vijanden van de politieke islam maakt hij daarmee boos, en de leiders van de politieke islam kan hij daarmee niet voor Amerika winnen.

    Nu ga ik weer mijn tuin verzorgen, want iemand moet het doen.

    BeantwoordenVerwijderen

  53. Enkel snoeien dus, het onkruid heeft al een wortelbehandeling gehad.

    BeantwoordenVerwijderen

  54. Om te beginnen moeten jullie gaan beseffen dat Obama geen dictator of alleenheerser is die in z’n eentje kan bepalen welk beleid hij voert. De buitenland politiek van de V.S. is geen privézaak van de president zelf, waar Obama mag doen en laten wat hij zelf wil. De buitenland politiek van de V.S is geen privé hobby van de president. Wat Obama doet daar zit “beleid” achter dat het resultaat is van studie, analyse en overleg van héél véél mensen en instellingen van zowel binnen als buiten Amerika en overleg met héél véél belanghebbende zowel binnen als buiten Amerika. Obama kan helemaal niets doen inzake Egypte als dat wat hij doet geen onderdeel zou zijn van “beleid” dat wordt gedragen en gesteund door miljoenen Amerikanen en als Amerika daarvoor geen groen licht krijgt van een meerderheid van haar bondgenoten.

    Dat er altijd ook kritiek is op elk beleid, dat is omdat er m.b.t. dit soort complexe politieke problemen geen beleid denkbaar is waar iedereen het mee eens zal zijn. Voor elk beleid geldt dat het voor- en nadelen heeft, dus elk beleid kent voor- en tegenstanders.

    Daarom is heeft het denkbeeld dat Obama een vriendje van de Moslimbroeders zou zijn en hij daarom de Moslimbroeders helpt om eerst van Egypte en daarna van de rest van de Arabische wereld een kalifaat te maken feitelijk te dom voor woorden.

    Dat deze theorie kant nog wal raakt blijkt uit het feit dat de aanhangers van deze theorie niet in staat zijn om een zinnig antwoord te geven op de twee meest essentiële vraag die deze domme theorie oproept:

    1. Waarom zou Obama als Christen en president van Amerika de Moslimbroeders “goed” vinden en sympathie hebben voor hun politieke idealen?

    2. Wat is het belang van de V.S. dat de Moslimbroeders in Egypte en daarbuiten aan de macht komen.

    Zolang op deze twee vragen geen zinnig antwoord kan worden gegeven is elke theorie die er van uitgaat dat Obama zou willen dat Egypte een kalifaat wordt een onzinnige theorie, nog onzinniger dan de theorie dat Obama van een andere planeet komt.

    Daarom heb ik hierboven laten zien dat je de buitenland politiek van de V.S. inzake Egypte ook anders kan interpreteren, een interpretatie dat veel meer recht doet aan de feiten en waarvoor je geen krankzinnige theorie over Obama nodig hebt om alle vragen die dit beleid oproept te kunnen beantwoorden.

    Helaas voor sommige mensen laat deze theorie zien dat Obama een verstandig politicus is en een slimme diplomaat, iets wat zijn politieke tegenstanders niet graag willen weten waardoor deze politieke tegenstanders van de Democraten liever kiezen voor een volstrekt belachelijke theorie om Obama, en daarmee de Democraten in een kwaad daglicht te plaatsen.

    En als meneer Jansen het daar niet mee eens is dan moet meneer Jansen maar eens een zinnig antwoord gaan geven op de vraag waarom de Amerikaanse Democraten graag willen dat het buurland van Israël een kalifaat wordt van Moslims die hebben opgeroepen tot een heilige jihad tegen de staat Israël.

    Want wat ook een oude techniek is die het goed doet in de “rechtse kerk” is boute, domme en demoniserende uitspraken doen over je politieke tegenstander, om daarna niet thuis te geven als wordt gevraagd om die uitspraken nader te onderbouwen en geloofwaardig te maken.

    BeantwoordenVerwijderen

  55. “De buitenland politiek van de V.S is geen privé hobby van de president.”

    Mag ik van jou zijn telefoonnummer ? Lijk me enig om eens bij te praten.

    Verwijderen

  56. Niet alleen Egypte (slechts twee smaken), maar ook Nederland is heel simpel. Aan de ene kant heb je hier de links politiek-correcte elite, die dweept met Obama en lachend toekijkt hoe de moslims de echte Nederlanders verdringen en het leven zuur maken. Aan de andere kant zijn er de fatsoenlijke Henk en Ingrids, die wel zicht hebben op de realiteit. Zij vinden bijval van moedige denkers als Bat Ye’or, Robert Spencer, Pamela Geller en Andrew Bostom, al zijn Henk en Ingrid zich daar in regel niet bewust van, want ze hebben nog nooit iets van deze mensen gelezen. De in regel anonieme Hoeiboei reaguurder, die heel soms misschien wat van deze denkers heeft gelezen, vervult een belangrijke functie als intermediair. Zij is als geen ander in staat om dit gedachtegoed, in bondige, zij het wat soms wat emotionele taal, bij Henk en Ingrid te doen landen. Maar verder is het allemaal ontzettend simpel, zowel Egypte als Nederland. Het is daarom heel juist om de gebeurtenissen vanuit dit soort schema’s te duiden. Het geeft goed de kern van de zaak weer. ‘Essentialisme’ noemen we dat met een duur woord. Maar misschien is het politieke discours (van zowel Egypte als Nederland) iets complexer. Mijn excuses voor het gebruik van het woord ‘discours’. Dat ruikt teveel naar postmodernisme, de moeder aller relativismen. Dat moeten we niet willen in dit land.

    BeantwoordenVerwijderen

  57. “Aan de ene kant heb je hier de links politiek-correcte elite, die dweept met Obama en lachend ….”
    En aan de andere kant heb je hetzelfde. CDA=PvdA=VVD met af en toe kereltje Peggold die zich druk maakt dat hij niet serieus genomen wordt door de ,voormalige, grote drie.
    Links= rechts en rechts is links. zo moeilijk is dat toch niet, “Floris”.
    De in de regel anonieme reaguurder te hoeiboei is geen intermediair voor Henk en Ingrid. Henk en Ingrid weten door dagelijkse ervaring hoe de elite rolt. Zíj ontmoeten hun allochtone buurman met al zijn ellende. De buurvrouw ziet men niet, want opgesloten, desnoods aan de ketting zodat ze de deur niet open kan doen.
    De ellende, genegeerd door zowel links, linx, rechts als vroom Nederland, zoveel is zeker, neemt alleen maar toe. Dat wordt gezien. Ook door mensen die tweemaal nadenken voordat ze wat zeggen, zij zullen geen stem uitbrengen op diegenen die deze ellendige situatie veroorzaakt hebben. Dus Floris zet je schrap voor een aanstaande ‘Brain Drain’ bij de ‘grote drie’.
    De aankondiging(en) van een op handen zijnde grote niet alleen Europese maar ook Noord-Amerikaanse omwenteling is op hoeiboei.nl gedaan en niet op SP.nl. Daar geloven ze nog altijd dat vrijheid en socialisme samen kunnen gaan. Ondanks Russische en Chinese lessen.

    Verwijderen

  58. Blijf nou gewoon eens even bij de les sirik en probeer niet stiekem van onderwerp te veranderen. Bewijs eens dat er in die PVV van jou nog ergens “brains” te vinden zijn door deze vragen te beantwoorden:

    1. Waarom zou Obama als christen en president van de V.S. de Moslimbroeders “goed” vinden en sympathie hebben voor hun politieke idealen?

    2. Welk belang heeft de V.S. erbij dat de Moslimbroeders in Egypte en daarbuiten aan de macht komen.

    3. Waarom is er in Israël en de VS nog niet de pleuris uitgebroken omdat de V.S. als wij Hans Jansen moeten geloven, een een totaal gestoorde gek als president heeft die de Moslimbroeders helpt om van Arabië een groot anti-zionistisch kalifaat te maken.

    Verwijderen

  59. @sirik Weet je waar wij linkse kerkmenschen zo ontzettend op zitten te hopen? Dat Wilders een keer bij de verkiezingen zo veel zetels wint dat hij niet anders meer kan dan minister president worden. Vindt hij niet leuk, Wilders, want als hij in het torentje komt te zitten, dan moet hij iets gaan doen wat hij heel erg naar vindt. Als Wilders m.p. is dan moet hij namelijk zelf ook “politiek correct” worden, en dan moet hij vanuit zijn verantwoordelijkheid als m.p. de in Nederland wonende moslims gaan beschermen tegen de dwaze streken van zijn eigen PVV! Je snapt natuurlijk wel dat wij van de linkse kerk dan dijenkletsend van plezier voor de t.v. zullen zitten om naar die soap te kijken!

    Want wat jullie voor “politiek correct” aanzien is in werkelijkheid niets anders dan de grondwet respecteren, de rechtsstaat handhaven en de scheiding van kerk en staat bewaren.

    Maar wat Geert Wilders vanuit de oppositiebankjes zijn achterban voortdurend voorschotelt is “politiek niet-correct” omdat dit niet in politiek beleid valt om te zetten zonder dat dit beleid in strijd zal zijn met art. 1 en art. 6 van de grondwet en de scheiding van kerk en staat. Daarom nemen de zogenaamd “politiek correcten” het geblaat van Wilders over de Islam ook niet serieus, omdat ze weten dat hij dat alleen maar roept en twittert om zijn achterban te lijmen.

    Het wordt daarom hoogtijd dat de PVV eens uit die oppositiebankjes komt en eens regeringsverantwoordelijkheid gaat nemen, zodat de aap uit de mouw komt en zijn stemvee gaat inzien wat ze werkelijk aan die club hebben als Wilders moet gaan doen wat hij steeds belooft. Als Wilders m.p. wordt dan zal een groot deel van zijn achterban eerst in totale verwarring zijn en dan binnen een jaar op het malieveld staan te demonstreren en het aftreden van Wilders eisen.

    President Obama en het Egyptisch leger wisten dat dit ook het geval zou zijn met Morsi en zijn “PVV & G” (Partij Voor Vrijheid en Gerechtigheid). Dat als Morsi president zou zijn een overgrote meerderheid van het Egyptisch volk zich massaal tegen Morsi, en daardoor ook tegen de MB zou gaan keren was voorspelbaar. Daarom wilde Obama ook graag Morsi als president, niet om Egypte onder het juk van de Sharia te brengen, maar zodat het volk dat democratie wil zich tegen de Moslimbroeders zouden gaan keren. Dat is ook gebeurd. Alleen jammer dat Morsi nu net iets te vroeg ondemocratisch is afgezet. Het was beter geweest als hij bij de volgende verkiezingen verpletterend was verslagen.

    Verwijderen

  60. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    Verwijderen

  61. “Bewijs eens dat er in die PVV van jou nog ergens “brains” te vinden zijn door deze vragen te beantwoorden:…”
    Dat heb ik niet beweerd.
    De stelling was dat, gegeven het verleden, getalenteerde mensen niet warm zullen lopen voor bestaande partijen. De selectiecriteria zijn nogal desastreus.

    Verwijderen

  62. “3. Waarom is er in Israël en de VS nog niet de pleuris uitgebroken omdat de V.S. als wij Hans Jansen moeten geloven, een een totaal gestoorde gek als president heeft die de Moslimbroeders helpt om van Arabië een groot anti-zionistisch kalifaat te maken.”

    Dat heeft Jansen nooit beweerd. Als ik hem goed begrepen heb heeft hij geconstateerd dat het doen en laten van O nogal gunstig is geweest voor MB. Voor zover ik het begrepen heeft, heeft hij toeval nooit uitgesloten en opzettelijkheid niet genoemd. Tenslotte weet Jansen ook niet alles, in tegenstelling tot Goedblick die denkt te weten wat er in de Grote Leider, heil zij met Hem, omgaat. Zelfs zijn prive.
    Zoals eerder gezegd. Er zijn twee componenten nodig voordat ‘de pleuris’ in usa of Israel uitbreekt. Nu, maar ook historisch gezien is militair Egypte een hoopje zand.

    “2. Welk belang heeft de V.S. erbij dat de Moslimbroeders in Egypte en daarbuiten aan de macht komen…”

    Bel hem op !!!

    Verwijderen

  63. sirik Als Jansen beweert dat Obama een voorkeur heeft voor een Egypte onder de Sharia en onder de MB Morsi, dan staat zo’n bewering politiek gezien gelijk aan de bewering dat Obama een totaal gestoorde gek is, want zoiets wensen en nastreven zou politieke zelfmoord zijn voor Obama en zijn partij de Democraten.

    Jansen weet inderdaad niet alles, hij weet blijkbaar niet eens dat het winnen van de verkiezingen door Morsi in 2012 alleen maar ongunstig is geweest voor Morsi en de MB. Daarom is zijn theorietje over Obama ook complete nonsense gebaseerd op een onjuiste waarneming en onjuiste interpretaties van feiten, het niet toetsen van zijn theorie aan de werkelijkheid en blijkbaar een groot gebrek aan kennis van zaken.

    Dus laat Jansen zelf maar Obama bellen, want niet ik maar Jansen krijgt zijn theorietje over Obama niet rond omdat hij geen antwoord kan geven op de vraag: “Waarom willen Obama en de Democraten zo graag politiek zelfmoord plegen?” Dan zal Obama de heer Jansen wel laten weten dat hij als emeritus hoogleraar beter een hengeltje kan gaan kopen.

    Verwijderen

  64. Een prachtig stukje proza Floris Schreve, maar het geeft geen enkel antwoord op de nog openstaande vragen met betrekking tot het vermeende verlangen van Obama om de Arabische wereld onder het juk van de Sharia te brengen, en Israël op te zadelen met bloeddorstige anti-zionistische kalifaten als buren. Met de door u zojuist gegeven anamnese van het probleem wekt u bij mij de verwachting dat het voor u geen moeilijke opgave moet zijn om aan de hard studerende maar helaas politiek correcte elite uit te leggen wat de volgens u onbelezen Henk en Ingrid van nature wel snappen.

    Wat uw leermeester Jansen nog onderbelicht heeft gelaten is dat Obama in Egypte geen reet te vertellen heeft, en dat het daarom ook niet Obama is geweest die Morsi de kans heeft geboden om de verkiezingen van 2012 te winnen, maar dat dit is gebeurd onder supervisie van het Egyptisch leger. Waargenomen is dat met de verkiezingen van 2012 de daadwerkelijke machthebbers in Egypte en Obama als spreekbuis van de V.S zich gedroegen als twee handen op één buik. De wetten van de logica verplichten ons daarom om op basis van deze waarneming tot de conclusie te komen dat indien de uitspraken van Hans Jansen over Obama waar zijn, diezelfde uitspraken ook van toepassing zouden moeten zijn op het Egyptisch leger:

    “Het Egyptisch leger gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia en onder Morsi”

    en

    “Van heel Egypte een sharia-enclave maken is zelfs met de steun van het Egyptisch leger niet gelukt.”

    Wij hoeven er niet lang over te redetwisten dat de twee bovenstaande stellingen niet te verdedigen zijn omdat ze in strijd zijn met alles wat wij kunnen weten over Egypte en de politieke kleur en machtspositie van het Egyptisch leger. Maar hoe denkt u dan te kunnen verdedigen dat het Egyptisch leger en de V.S. in elk geval tot aan het afzetten van Morsi dezelfde politieke koers hebben gevaren, terwijl ze volgens meneer Jansen altijd elkaars opponenten zouden zijn geweest?

    Ofwel; niet Obama maar het Egyptisch leger was verantwoordelijk voor het laten meedoen en winnen van de verkiezingen door Morsi. Niet Obama, die heeft slechts laten weten dat de V.S. geen bezwaar had tegen deze gang van zaken.

    Om dit door meneer Jansen zelf veroorzaakte maar niet door hem op te lossen probleem toch op een kinderlijk eenvoudige wijze op te lossen hoeven wij niet meer te doen dan slechts één woord weglaten dat in zijn betoog volstrekt niet op z’n plaats is, en dat is het woord “Sharia”. Als wij stellen:

    “Obama gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder Morsi”

    dan kunnen wij hier ongestraft de naam “Obama” vervangen door “Het Egyptisch Leger” waarmee het logisch bewijs is geleverd dat wij de hele gang van zaken in Egypte probleemloos kunnen verklaren zolang wij niet de fout begaan om de Verenigde Staten er valselijk van te beschuldigen dat zij (i.t.t. het leger) graag het volk van Egypte gebukt wilden laten gaan onder het juk van de Sharia.

    Dat zowel de V.S. als het Egyptisch leger er in 2012 de voorkeur aangaven dat Morsi en zijn partij de verkiezingen zouden gaan winnen valt politiek gezien namelijk heel goed te verklaren, zolang je maar niet de onnozele fout begaat om te denken dat Morsi president laten worden hetzelfde is als wensen dat Egypte een kalifaat wordt. Dat wilde het Egyptisch leger niet en Obama evenmin. Maar om dat te kunnen snappen vrees ik dat de volgens u “laaggeletterde Henk en Ingrid” te weinig kaas hebben gegeten van zaken als politiek en diplomatie, en kunnen zij het begrijpen van de Amerikaanse en Egyptische politiek ook maar beter overlaten aan de wat meer belezen politiek correcte elite die dit soort politieke spelletjes wel doorzien.

    BeantwoordenVerwijderen

  65. “Wat uw leermeester Jansen nog onderbelicht heeft gelaten is dat Obama in Egypte geen reet te vertellen heeft, ….”

    Obama moet slechts één keer niet de maandelijks miljarden naar Egypte te sturen……. en de verhoudingen zijn voor eenieder duidelijk.

    Verwijderen

  66. Amerikaanse dollars naar Egypte sturen, of dit weigeren, is geen privézaak van de Amerikaanse president, dus daar heeft Obama in z’n eentje niets over te zeggen. Egypte krijgt deze steun in ruil voor de afspraak dat zij geen politieke en militaire bedreiging worden voor Israël. Zolang Egypte zich houdt aan die afspraak moet de V.S. zich ook aan die afspraak houden.

    Dat betekent dus dat indien Egypte die steun niet wil kwijtraken zij moeten voorkomen dat de MB zodanig aan de macht kunnen komen dat ze er een anti-zionistisch Kalifaat van kunnen maken. En zover was Morsi nog lang niet, en zover zouden Obama en het Egyptisch leger hem ook nooit laten komen. Waarom zou Obama dat willen? Gelazer met Israël en onrust in die regio kost de Amerikaanse belastingbetaler veel meer dan dat beetje financiele steun aan een Egypte dat Israël met rust laat.

    Verwijderen

  67. FCAL bedankt voor de link:
    “Putin addressed US President Obama specifically, saying: “Your country sent its army to Afghanistan in the year 2001 on the excuse that you are fighting the Taliban and the al-Qa‘idah Organization and other fundamentalist terrorists whom your government accused of carrying out the 11 September attacks on New York and Washington. And here you are today making an alliance with them in Syria. And you and your allies are declaring your desire to send them weapons. And here you have Qatar in which you [the US] have your biggest base in the region and in the territory of that country the Taliban are opening a representative office.”

    Het wachten is op de Duitse herverkiezing van Frau merkel.

    Putin turned to the President of France [François Hollande] to ask, “How can you send your army to Mali to fight fundamentalist terrorists on the one hand, while on the other you are making an alliance with them and supporting them in Syria, and you want to send them heavy weapons to fight the regime there?”

    British Prime Minister David Cameron came in for some of Putin’s sharpest remarks, when the Russian President told him: “You are loudly demanding that the terrorists in Syria be armed and yet these are the same people two of whom slaughtered a British soldier on a street in London in broad daylight in front of passers by, not caring about your state or your authority. And they have also committed a similar crime against a French soldier in the streets of Paris.”

    BeantwoordenVerwijderen

  68. Reageerde alleen op de blogtekst van Hans Jansen, maar zie dat er een interessante discussie is ontstaan, waar ik midden in viel. Max Goedblick, altijd boeiend om hier het gesprek aan te gaan. Beetje vreemd dat jij het verwijt krijgt dat je hier onder een alias de dialoog zoekt. Ik geloof dat niemand dat ooit de meute Sirikjes, Dandruffjes, of hoe dat soms bijna Oost Europees van voor 1989 aandoende klapvee zich verder ook noemt, heeft verweten. Ik volg het gesprek met interesse,

    Floris Schreve (zo heet ik echt en, net als Hans Jansen wellicht, geef ik er zelf de voorkeur aan om het debat onder mijn eigen naam aan te gaan- al vind ik verder dat ieder dat voor zichzelf moet uitmaken)

    BeantwoordenVerwijderen

  69. Maar toch een serieuze toevoeging aan de discussie (over het stuk van Hans Jansen). Het lijkt natuurlijk ontzettend interessant om aan de lange geschiedenis van Egypte allerlei wetmatigheden te ontlenen, maar het is natuurlijk onzin. Dat geldt voor de historische wetenschap in het algemeen, maar natuurlijk ook voor de oriëntalistiek. Misschien erg ouderwets om weer met Edward Said aan te komen zetten (die discussie hebben we toch al lang gehad?), maar blijkbaar is het toch een beetje nodig, hoezeer Hans Jansen het daar ook mee oneens is (dat durf ik wel met enige zekerheid te zeggen).
    Edward Said over de vier dogma’s die hij onderscheidt in de traditionele oriëntalistiek:

    “Let us recapitulate them here: one is the absolute and systematic difference between the West, which is rational, developed, humane, superior, and the Orient , which is aberrant, undeveloped, inferior. Another dogma is that abstractions about the Orient, particularly those based on texts representing a ‘classical’ Oriental civilization, are always preferable to direct evidence drawn from modern Oriental realities. A third dogma is that the Orient is eternal, uniform, and incapable to defining itself; therefore it is assumed that a highly generalized and systematic vocabulary from describing the Orient from a Western standpoint is inevitable and even scientifically ‘objective’. A fourth dogma is that the Orient is at bottom something either to be feared (the Yellow Peril, the Mongol hordes, the brown dominions) or to be controlled (by pacification, research and development, outright occupation whenever possible)”.

    Edward Said, Orientalism; western conceptions of the orient, Londen 1978 (reprint 1995), p. 300-301

    Je voelt hem al aankomen, het gaat mij in dit verband vooral hierom: “A third dogma is that the Orient is eternal, uniform…”. Verloopt de Egyptische geschiedenis volgens een wetmatigheid? Rijden de mensen daar dan nog uitsluitend in paard en wagen? Rijden er dan geen auto’s in Cairo? Hoe kan het dat daar computers staan met internetaansluiting? Het klinkt heel diepzinnig allemaal, van die historische wetmatigheden, die zouden bestaan sinds de tijd van de Farao’s, maar het zegt helemaal niets. Frankrijk was ook altijd een monarchie, totdat de revolutie uitbrak. Nederland is een eeuwig door pragmatisme ingegeven tolerant land (zie de verschillende bijdragen en vooral reacties op deze site als bewijs). Geen misverstand, ik weet ook niet hoe het verder zal gaan in Egypte en ik zeg ook niet dat daar het democratische paradijs zal aanbreken (dat weet ik gewoon niet), maar het is natuurlijk, vanuit de historische wetenschap, volkomen onjuist om zulke absolute uitspraken te doen. De laatste jaren is er van alles in het Midden Oosten gebeurd, wat niemand ooit verwacht had. Dus om het Egyptische politieke systeem in zulke absolute categorieën in te delen lijkt mij niet echt zinvol (en ook onjuist). Hoe het gaat aflopen weten we niet, maar de gebeurtenissen van de afgelopen jaren hebben laten zien dat er toch meer smaken zijn dan twee. Spannend blijft het in ieder geval wel.

    BeantwoordenVerwijderen

  70. Dan wil ik er nog aan topevoegen dat ik mij geheel aansluit bij Max Goedblick, dat het een brij idiote gedachte is dat Obama een beleid zou voeren, of een agenda zou hebben, om de islamisten aan de macht helpen. In het geval van de Areabische opstanden is het eerder geweest: het Witte Huis stond erbij en keek ernaar en ze hadden aanvankelijk geen idee hoe ze moesten reageren. De eerste reactie (kwam van Hilary clinton) was: ‘We want Omar Suleyman, our trusted friend and allie, to take charge’. Deze Omar Suleyman was nu juist een trouwe bondgenoot in het (met nogal onorthodoxe/clandestiene methodes) bestrijden van het militante islamisme. Een aantal bewoners van Guantanamo is, voordat zij hun bestemming bereikten, nog bij hem langs gestuurd voor een sessie. Om deze, maar ook om vele andere redenen, klopt daar werkelijk helemaal niets van.
    Het is wel een fantasie/ propaganda-campagne van iemand als Pamela Geller tegen Obama. Maar dat Obama pro-moslimbroeders zou zijn is net zulke agitprop als het geageer toentertijd tegen John F. Kennedy, die het wereldcommunisme zou bevorderen. Heeft meer met binnenlandse ideologische oorlogsvoering te maken dan met de realiteit.

    BeantwoordenVerwijderen

  71. ER WORDT NIET BEWEERD DAT OBAMA PRO-MOSLIMBROEDER ZOU ZIJN — ALLEEN GOD KAN IMMERS IN DE HARTEN KIJKEN — MAAR DAT ZIJN BELEID VOOR DE MB GUNSTIG UITPAKT. MAAR JA, IEMAND DIE NOG MET DE EGYPTISCHE NAAR AMERIKA GEËMIGREERDE POSTMODERNE AUTEUR EDWARD SAID BEZIG IS…

    O JA, DAT WILDE IK ALTIJD AL EENS IEMAND DIE ER VERSTAND VAN HEEFT VRAGEN: DE MEESTE ORIËNTALISTEN WAREN DUITSERS, EN WAT VINDT SAID EIGENLIJK VAN DE DUITSE ORIËNTALISTIEK? IN ZIJN BOEK ORIENTALISM KON IK DAT NIET VINDEN.

    BeantwoordenVerwijderen

  72. HansJansen “De nieuwe machthebbers in Egypte hebben niet de steun van Obama, want die gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia en onder Mursi.”

    Dit zijn letterlijk uw woorden. Let hier op het woord “publiekelijk”. Nu ontkent u in feite uw eigen stelling door te beweren dat alleen God in de harte van mensen kan kijken en wij dus niet kunnen weten wat Obama wil. Waar is dan uw uitspraak op gebaseerd dat Obama “publiekelijk” te kennen heeft gegeven dat hij een Egypte onder de Sharia van Mursi wil? Blijkbaar een hersenschim, een fata morgana, omdat volgens u nu alleen God dit zou kunnen weten, en Hans Jansen is God niet.

    Nu probeert u wanhopig uw huid te redden met de uitspraak:

    “MAAR DAT ZIJN BELEID VOOR DE MB GUNSTIG UITPAKT.”

    De werkelijkheid ondergraaft deze stelling echter volledig. De MB hadden voor de verkiezingen van 2012 door een combinatie van factoren heel veel sympathie en vertrouwen gewonnen bij een groot deel van de Egyptische bevolking, ook onder Egyptenaren die geen Kalifaat met Sharia maar een democratie met vrijheid van Godsdienst wensten. Het jaar dat Morsi en zijn partij van Moslimbroeders aan de macht zijn geweest is voor de MB echter heel schadelijk gebleken. Zo schadelijk zelfs dat niet enkel steeds meer Egyptenaren zich uitspraken tegen de MB, maar na een jaar een woedende menigte het aftreden van Morsi eiste. Deze realiteit toont dus aan dat de adviezen die de Egyptenaren kregen van de V.S. (in strijd met uw bewering), niet gunstig maar juist heel ongunstig uitpakten voor de MB. Uw stelling dat het beleid van Obama gunstig zou zijn geweest voor de MB wordt dus gelogenstraft door de feiten waardoor uw theorie over Obama met dit argument vanuit wetenschappelijk oogpunt gezien volstrekt onhoudbaar wordt.

    Uw theorie is dus gebaseerd op twee stellingen die aantoonbaar onjuist zijn:

    1. Obama heeft publiekelijk de voorkeur uitgesproken voor een Egypte onder de Sharia en onder Mursi is dus “ONWAAR” want in strijd met de feiten.

    2. Het beleid dat Obama voorstond pakt gunstig uit voor de MB is “ONWAAR” want in strijd met de feiten.

    Verwijderen

  73. HansJansen In de wetenschap is het zo meneer Jansen, dat wetenschappers hun theorieën toetsen aan de werkelijkheid. Dat doen zij door aan de hand van een theorie voorspellingen te doen om daarna middels veldonderzoek of experimenten te zien of de voorspellingen uitkomen. Deze voorspellingen hebben niets met koffiedikkijken te maken maar met logisch nadenken in termen van oorzaak en gevolg, actie/reactie. Komen de voorspellingen uit dan blijft de theorie wetenschappelijk verantwoord overeind. Komen de voorspellingen niet uit dan weet de wetenschapper dat zijn theorie zo lek is als een mandje en dat hij op zoek moet gaan naar een betere theorie om de werkelijkheid te verklaren. Dat geldt ook voor uw theorie over Obama. Als deze zou kloppen dan is het voorspelbaar hoe daar door de internationale politiek op zal worden gereageerd, namelijk zeer afwijzend, met name door Israël en de Joodse lobby in de V.S. Dat weet u niet alleen, u heeft zelfs al vastgesteld dat de Internationale gemeenschap volstrekt anders reageert dan zij had moeten doen op basis van uw theorie over Obama. Ik citeer uw woorden: “Raar dat het westen die voorkeur van Obama voor de islam zo gelijkmoedig opneemt.” Na deze constatering bent u echter als wetenschapper ernstig nalatig geweest; u heeft verzuimd deze waarneming nader te onderzoeken en te verklaren.

    Elke wetenschapper die zijn vak serieus neemt behoort namelijk na zo’n waarneming onmiddellijk zijn eigen theorie in twijfel te trekken en behoort zich onmiddellijk de vraag zou stellen: “Heeft Obama wel een voorkeur voor de Islam, of heb ik de feiten verkeerd geïnterpreteerd”. Geen enkele wetenschapper zou dan ook de blunder begaan om met een dergelijke onhoudbare theorie voor schut te gaan door deze te publiceren voordat hij zelf een antwoord heeft gevonden voor de vragen die zijn theorie oproept.

    Daarom had u voordat u deze boute uitspraken over Obama publiceerde eerst als wetenschapper uw huiswerk moeten doen, en eerst een antwoord moeten vinden op vragen als:

    1. Waarom reageert de wereld niet afwijzend op Obama’s vermeende voorkeur voor de fundamentalistische Islam en een Egypte onder de Sharia?

    2. Waarom zou Obama als christen en president van de V.S. een voorkeur hebben voor anti-Amerikaanse en Anti-zionistische Moslimfundamentalisten? Welk belang heeft hij daarbij?

    3. Waarom zou de partij van Obama, en alle overige Amerikaanse overheidsinstellingen, het toelaten dat hun president heult met de vijand, en hebben ze Obama niet inmiddels afgezet wegen staatsgevaarlijke activiteiten en landverraad?

    Indien u op deze vragen geen zinnige en wetenschappelijk verantwoorde antwoorden kan geven is uw theorie over Obama volstrekt onhoudbaar en vanuit wetenschappelijk oogpunt bezien niet eens een theorie, doch slechts een hersenspinsel, een fata morgana zonder enig wetenschappelijk gehalte.

    Daarom blijf ik op het standpunt staan dat eenieder die een dergelijke theorie over Obama aanhangt en verdedigt is in te delen in twee categorieën:

    A. Mensen die lijden aan politieke waanvoorstellingen omdat ze het contact met de werkelijkheid zijn kwijtgeraakt. Aluhoedjes dus die geloven in onzinnige complottheorieën,

    of

    B. Mensen die vanuit een politiek belang zich moedwillig schuldig maken aan anti-Obama propaganda door willens en wetens valse en misleidende informatie over Obama te verspreiden.

    Mijn vraag aan u, tot welke van deze twee categorieën wenst u te behoren? Indien u noch bij A. noch bij B. wenst te worden ingedeeld, dan zult u toch met een zodanige theorie over het beleid van Obama moeten komen dat daardoor de vragen 1 t/m 3 niet hoeven worden gesteld, of deze vragen moeten door u op een realistische en geloofwaardige wijze worden beantwoord.

    Dit alles is uiteraard geen kritiek maar een vriendelijke uitnodiging aan uw adres mij ervan te overtuigen dat uw theorie over Obama klopt door alle vragen en problemen die uw theorie oproept wetenschappelijk verantwoord te beantwoorden en op te lossen.

    Verwijderen

  74. “Deze voorspellingen hebben niets met koffiedikkijken te maken maar met logisch nadenken in termen van oorzaak en gevolg, actie/reactie. Komen de voorspellingen uit dan blijft de theorie wetenschappelijk verantwoord overeind. Komen de voorspellingen niet uit dan weet de wetenschapper dat zijn theorie zo lek is ….”

    Tijdje geleden alweer dat Obama bejubeld werd als de verlosser, na de donkere jaren van Bush.
    De hysterie was toen enorm.

    Met de mededeling van Obama dat hij afluisteren niet zo heel erg vond, dat de grondwet van de Amerikanen best overtreden konden worden, voor uw veiligheid, is het tijd voor wat veldonderzoek.

    Verwijderen

  75. “Deze voorspellingen hebben niets met koffiedikkijken te maken maar met logisch nadenken in termen van oorzaak en gevolg, actie/reactie”

    Aldus onze dure (anonieme) zelfbenoemd wetenschapper en schoolmeester Max Coekblick.. Vooral dat “logisch nadenken” is een goeie..

    Wanneer betrek je deze stelling eens op jezelf ? Of sta je daarboven ?
    Volkomen afgedroogd in de discussie over economie..en dan een opmerking naar zijn opponenten over “logisch nadenken AUB”
    (nooit van bescheidenheid, terughoudendheid gehoord ?)

    “Mijn vraag aan u, tot welke van deze twee categorieën wenst u te behoren?”

    Typisch een (multiple choice) vraag van een doorgerotte en raaskallende socialist, die denkt dat de wereld om hem en zijn waanvoorstellingen draait…(de uitslag staat al vast…..volgens het lijstje van de partij)

    En helaas, door deze ‘klote’ socialisten (en samen met/door hen geïmporteerde klote religieuzen/stemmers) is de westerse maatschappij nu dermate verziekt, en balanceert op de rand van een economisch collaps, (en wereldoorlog), dat “wij” de vrije westerse mens, (die vrijheid en een goed leven kunnen waarderen, het “goede” leven conserveren) VERPLICHT een keuze moeten gaan maken.

    Gek hé ! al die stemmers op Geert Wilders ! Gek hé !! al die anonieme bloggers en reaguurders… De gedachte politie heeft de treinen al klaar staan…
    “Gutmensch Coekblick, zijn autisch gespuis en medekrankzinnigen, maken wel uit wat goed en slecht is..

    Zolang arme moslims en die arme inboorlingen hun levensbeschouwing van “Wereld Egoïsten” aanhangen, kan je 1 triljard “koekblikken” opsturen, en veranderd er nooit iets.

    Droom lekker verder van “Wereldheerschappij” en standbeelden van “Max Coekblick”

    “Dit alles is uiteraard geen kritiek maar een vriendelijke uitnodiging aan uw adres”

    Imbeciel !

    Verwijderen

  76. Beste (anonieme) Pete Hou eens op met dat domme en ordinaire gescheld. Met het soort proza als hierboven maak je alleen maar jezelf belachelijk en laat je zien dat je over geen enkele kennis en inzicht beschikt om iets zinnigs aan deze discussie toe te voegen. Probeer je tijd en energie maar eens te gebruiken om het betoog van Hans Jansen over Obama geloofwaardig te maken door een zinnig antwoord te geven op deze vragen die zijn theorie oproept:

    1. Waarom reageert de wereld niet afwijzend op Obama’s vermeende voorkeur voor de fundamentalistische Islam en een Egypte onder de Sharia?

    2. Waarom zou Obama als christen en president van de V.S. een voorkeur hebben voor anti-Amerikaanse en Anti-zionistische Moslimfundamentalisten? Welk belang heeft hij daarbij of welk belang heeft de V.S. daarbij?

    3. Waarom zou de partij van Obama, en alle overige Amerikaanse overheidsinstellingen, en met name de Israëllobby, het toelaten dat hun president heult met de vijand, en hebben ze Obama niet inmiddels afgezet wegen staatsgevaarlijke activiteiten en landverraad?

    4. Waarom verwijten de MB nu Obama dat hij het Egyptisch leger steunt die Morsi ondemocratisch heeft afgezet?

    Als het jou niet lukt om hier “wetenschappelijk verantwoorde” antwoorden op te vinden, (dus geen krankzinnige complottheoriën waar jou wereldbeeld blijkbaar uit bestaat) dan doe je er verstandig aan je mond te houden. Tot nu toe ben je er alleen nog maar in geslaagd om mij er van te overtuigen dat niet de Islam, zoals Geert Wilders beweert, de grootste bedreiging is voor onze samenleving maar de stupiditeit van domrechts waar jij een exponent van bent.

    O ja, en zet even een aluhoedje op je hoofd, dat beschermt je tegen “de gedachtenpolitie die de treinen al klaar heeft staan. Waar gaan die treinen trouwens naar toe? Walibi of de Efteling?
    Dan maar hopen dat ze daar niet de Fyra voor hadden willen gebruiken want dan gaat je schoolreisje niet door.

    Verwijderen

  77. sirikje Je dwaalt weer af schat, we hebben het hier niet over het bejubelen van Obama noch over de afluisterpraktijken van de CIA, maar over de stelling van Hans Jansen dat Obama de moslimfundamentalisten zou willen steunen om van Egypte een kalifaat te maken. Kan jij uitleggen waarom Obama dat zou willen en waarom niemand hem dan tegenhoudt, zelfs Israël niet?

    Verwijderen

  78. Sorry Pete, ik ga nu je eigen woorden gebruiken, maar dan moet je niet huilen!

    Ben me van geen kwaad bewust dat IK de westerse maatschappij nu dermate verziek?
    Dat IK de economie op de rand van een collaps laat balanceren?

    Verwijderen

  79. @ Pete: “… door deze ‘klote’ socialisten (en samen met/door hen geïmporteerde klote religieuzen/stemmers) is de westerse maatschappij nu dermate verziekt, en balanceert op de rand van een economisch collaps(en wereldoorlog), dat “wij” de vrije westerse mens, (die vrijheid en een goed leven kunnen waarderen, het “goede” leven conserveren) VERPLICHT een keuze moeten gaan maken.”

    hmmm, klopt dat wel?

    Verder:

    “Gek hé ! al die stemmers op Geert Wilders ! Gek hé !! al die anonieme bloggers en reaguurders… De gedachte politie heeft de treinen al klaar staan…”

    Zo expliciet heb ik het nog nooit iemand zien verwoorden, maar eerder heb ik weleens opgemerkt dat het anonieme reageerdersvolk hier (en elders) de kiem in zich draagt van het toekomstige verzet van Nederland. Zelden zulks een heldendom mogen aanschouwen. Blijf dat beeld vooral koesteren. Goed voor je gevoel voor eigenwaarde lijkt me.

    Verwijderen

  80. @Coekblick
    Ja… ik doe wel eens schelden.. maar… als je goed leest …er staan ook argumenten bij…(met wetenschappelijke theorieën onderbouwd, getoetst aan de werkelijkheid, middels gedegen veldonderzoek en experimenten)

    @ Scheve…Vooral uit het daglicht blijven, dat schijnt niet zo gezond te zijn voor je bloedsomloop… En als we toch een politiek “lijder” (verplicht) moeten kiezen, waarom dan niet eentje die de waarheid zegt en zijn nek uit durft te steken. Iemand met echte oplossingen…
    En reken maar dat je “de kiem” blijft tegenkomen. Zo gaat dat al eeuwen lang mijn beste..
    “De kiem” moeten het weer opknappen na een zoveelste socialistisch debacel.

    @ El Houssain.. Gelijk heb je gozer !!

    Ik doe hier duidelijk tekort aan al die hardwerkende “moslims” die vanuit verpauperde en verwaarloosde panden in prachtwijken, hier in Holland, maar ook in de prachtwijken van de rest of Europa, hun duurverdiende centjes (en uitkeringen) investeren in de thuislanden met 2 of 3 appartementen en prachtige villa’s. (met zwembad)
    Ja.. ik weet het, ze betalen ook belasting, (soms) maar Nederland (of het westen) intresseert ze geen hol. (5 man Fiod (24/7) in de nek van elke moslim met een bedrijf)

    Misschien eens googlen op “wat kost een moslim” ?
    En dan de kosten voor “veiligheid” ?? 5 man AIVD (24/7) in de nek van elke moslim die een potentieel gevaar kan zijn voor de westerse samenleving (terugsturen AUB, ga maar lekker “mohammedje” spelen in de thuislanden)

    Las vandaag (al)weer dat de pensioenen gekort gaan worden. . Onontkoombaar om de crisis de kop te bieden..! rest my case..
    Gezagsgetrouwe onderdanen, heel hun leven hard gewerkt.. zien het voor hun ogen gebeuren..verdampen…
    Wat zegt U ? Nationaal Egoïsten….PVV’ers natuurlijk.. haha… we plukken ze gewoon… Spaarrekening ? Prachtig !! gaat nog makkelijker. (5 socialisten (24/7) in de nek van elke PVV’er)
    “Onze” multicultidroom zal overleven, zo staat het namelijk in het partijprogram..
    En die heeft altijd gelijk..

    Maar wat nu als de centjes opzijn ??? En we zien het nu al…racistisch gerelateerd geweld dóór moslims, all over Europe…(en stilgezwegen door de MSM van de “linxe kerk”)

    Sorry voor jouw, ik kan moslims, socialisten en de economische collaps niet los zien van elkaar… Moslim Osama gaat toch gelijk krijgen (Let op de ‘s’ !!) Maar hij snapte als geen ander hoe de islamitische en westerse wereld in elkaar steken (stak voor hem)

    Eigenlijk geen sorry !!! Na “jullie” aardse bestaan, en diverse eeltplekken op het voorhoofd en ellebogen, wacht “jullie” het Allahu Akbar-paradijs.
    Ik moet mijn paradijs hier proberen maken..(en tot nu toe lukte dat aardig)

    (Opgepast..! Wij nemen bij voorbaat alles terug en hebben ook overal al spijt van)

    Verwijderen

  81. Ja… ik doe wel eens schelden.. maar… als je goed leest …er staan ook argumenten bij…(met wetenschappelijke theorieën onderbouwd, getoetst aan de werkelijkheid, middels gedegen veldonderzoek en experimenten)

    Nou Pete kom dan maar eens met 1 of 2 wetenschappelijke theorieën om te verklaren waarom een Amerikaanse president graag het Egyptische volk onder het juk van de Sharia zou willen brengen, en waarom de Israëllobby daar dan geen bezwaar tegen aantekent.

    Ik wacht…….. of zit je al met je aluhoedje op in de trein van de fantasiepolitie naar Fantasialand?

    Las vandaag (al)weer dat de pensioenen gekort gaan worden. . Onontkoombaar om de crisis de kop te bieden..! rest my case..

    Wordt tijd dat die Moslims eens gaan opschieten met het Islamiseren van Nederland. Dan kunnen wij zo gauw als de Islam onze staatsgodsdienst is die 2 miljoen halve zolen die op de PVV hebben gestemd als slaven aan rijke oliesjeiks verkopen. Zeg 1000 euries per slaaf is toch goed voor zo’n twee miljard. (PVV’ers die door brievenbussen pissen halve prijs) Kunnen we een aardig gat in het begrotingstekort mee dichten, geen werkeloosheid meer en gelijk een stuk gezelliger in Nederland.

    Verwijderen

  82. Of je een kameel berijdt of een auto stuurt, of je het zwaard hanteert dan wel een Kalashnikov, het een of het ander is effectiever, bloediger, maar behoeft in termen van religie, ideologie en andere culturele passies geen verschil te maken.

    Dit begrepen kun je in H. Philipse’s (Utrecht) ‘Stop de tribalisering’, dd 2003, de Oriënt herkennen zoals hij vanouds was, en nog is:
    ‘Het gebruik van geweld’ (schrijft Ph.) ‘- in tribale samenlevingen – is een wezenlijk onderdeel van conflictoplossing. […..]. Regerende klieks in Arabische landen zijn tribaal van aard en moeten hun onderdanen wreed onderdrukken omdat ze voortdurend worden uitgedaagd door concurrerende groepen, zodat een dialectiek van machtsverwerving en uitdaging het geweld gaande houdt. Nederland is het Madurodam van dergelijke groepsconflicten geworden. Alleen de Hollander die door onwetendheid de onderliggende groepsmoraal niet doorgrondt, spreekt hier van ‘zinloos geweld.’ Juist doordat dit geweld door de betrokkenen als zinvol, ja zelfs als onvermijdelijk voor het behoud voor eer wordt ervaren, is het moeilijk tegen te gaan.’ (bold v.s.d.).
    Bij dit verhaal past een foto van de ondergang van Khadaffi.

    Oriëntalisme! Is Azië een masker, de Oriënt verholen en onverholen haat, luidruchtige masculine vriendschap, permanent toneel van bitter verraad. Je kunt er – Kethelby – romantisch over doen, maar: het spuien van lawaaierige emoties op het hysterische af, hitte, stof en vliegen, het afranselen van overbeladen ezels door hun meesters, het benauwend gebrek aan ‘privacy’, dát is de Oriënt. Overbevolkte! Said heeft dat willen verbloemen, het dagelijks Nieuw ontmaskert hem dagelijks

    Wat hier de Arabische lente wordt genoemd, kan ceteris paribus op niets beters uitlopen dan wat er aan vooraf ging. Zelfs wat primitieve filmbeelden hier over de opstanden in Libië, Egypte vertoond, konden dat duidelijk maken: een gruwelijk anti-feminisme, een stupide anti-semitisme annex anti-Israelisme, de verkrachting van Khadaffi, de daden van geweld tegen Christenen.

    Initieel kunnen bij enkelingen democratisch gevoelens bij het ontstaan van de Arabische lente een rol hebben gespeeld, maar niet doorslaggevend. Vox populi in de Oriënt weet niet wat democratie is, zij heeft daarvoor uitsluitend de Islam als ervaring. Zij zal die op god uitbrengen, Allah. En de ellende begint opnieuw. Ahmad denkt daar dat democratie is wat hij Ahmad wil, en Yusuf wat Yusuf wil; daarna gaan ze vechten en moet er een dood. Wie wint is de dictator. Logisch. En o ja, Mina of Ayesha moeten altijd zwijgen.

    BeantwoordenVerwijderen

  83. Of je een kameel berijdt of een auto stuurt, of je het zwaard hanteert dan wel een Kalashnikov, het een of het ander is effectiever, bloediger, maar behoeft in termen van religie, ideologie en andere culturele passies geen verschil te maken.

    Dit begrepen kun je in H. Philipse’s (Utrecht) ‘Stop de tribalisering’, dd 2003, de Oriënt herkennen zoals hij vanouds was, en nog is:
    ‘Het gebruik van geweld’ (schrijft Ph.) ‘- in tribale samenlevingen – is een wezenlijk onderdeel van conflictoplossing. […..]. Regerende klieks in Arabische landen zijn tribaal van aard en moeten hun onderdanen wreed onderdrukken omdat ze voortdurend worden uitgedaagd door concurrerende groepen, zodat een dialectiek van machtsverwerving en uitdaging het geweld gaande houdt. Nederland is het Madurodam van dergelijke groepsconflicten geworden. Alleen de Hollander die door onwetendheid de onderliggende groepsmoraal niet doorgrondt, spreekt hier van ‘zinloos geweld.’ Juist doordat dit geweld door de betrokkenen als zinvol, ja zelfs als onvermijdelijk voor het behoud voor eer wordt ervaren, is het moeilijk tegen te gaan.’ (bold v.s.d.).
    Bij dit verhaal past een foto van de ondergang van Khadaffi.

    Oriëntalisme! Is Azië een masker, de Oriënt verholen en onverholen haat, luidruchtige masculine vriendschap, permanent toneel van bitter verraad. Je kunt er – Kethelby – romantisch over doen, maar: het spuien van lawaaierige emoties op het hysterische af, hitte, stof en vliegen, het afranselen van overbeladen ezels door hun meesters, het benauwend gebrek aan ‘privacy’, dát is de Oriënt. Overbevolkte! Said heeft dat willen verbloemen, het dagelijks Nieuw ontmaskert hem dagelijks

    Wat hier de Arabische lente wordt genoemd, kan ceteris paribus op niets beters uitlopen dan wat er aan vooraf ging. Zelfs wat primitieve filmbeelden hier over de opstanden in Libië, Egypte vertoond, konden dat duidelijk maken: een gruwelijk anti-feminisme, een stupide anti-semitisme annex anti-Israelisme, de verkrachting van Khadaffi, de daden van geweld tegen Christenen.

    Initieel kunnen bij enkelingen democratisch gevoelens bij het ontstaan van de Arabische lente een rol hebben gespeeld, maar niet doorslaggevend. Vox populi in de Oriënt weet niet wat democratie is, zij heeft daarvoor uitsluitend de Islam als ervaring. Zij zal die op god uitbrengen, Allah. En de ellende begint opnieuw. Ahmad denkt daar dat democratie is wat hij Ahmad wil, en Yusuf wat Yusuf wil; daarna gaan ze vechten en moet er een dood. Wie wint is de dictator. Logisch. En o ja, Mina of Ayesha moeten altijd zwijgen.

    BeantwoordenVerwijderen

  84. Waarmee HPax zichzelf als het vleesgeworden bewijs toont dat de vier dogma’s die Edward Said onderscheidt in de traditionele oriëntalistiek nog alle vier staan als een huis.

    En als alles wat u hier over de Oriënt schets waar is HPax, hoe verklaart u dan deze uitspraak van Arabist Hans Jansen:

    “Van heel Egypte een sharia-enclave maken is zelfs met de steun van Obama niet gelukt.”

    Als de Arabieren zelfs met de steun van Amerika hun volk nog niet eens onder de Sharia krijgen, hoe zou dat dan moeten lukken zonder de hulp van het almachtige en superieure westen?

    Vox populi in de Oriënt weet niet wat democratie is, zij heeft daarvoor uitsluitend de Islam als ervaring”

    Ach ja natuurlijk, de Arabier is dom, achterlijk, heeft nooit een boek gelezen en gebruikt internet alleen maar om naar plaatjes van blote christenen te kijken, dat was ik even vergeten. Dogma 1 volgens Said.

    Verwijderen

  85. “Ach ja natuurlijk, de Arabier is dom, achterlijk, heeft nooit een boek gelezen en gebruikt internet alleen maar om naar…”

    Ooit daar eens geweest ?

    Verwijderen

  86. “Bij dit verhaal past een foto van de ondergang van Khadaffi. “

    Met daarnaast een foto van Tony Blair in één van zijn dure huizen en aan de andere kant een foto van de begrafenis van US ambassadeur Stevens.
    Einde Clinton-“dynastie”.
    Ondertussen in de oost:
    Na een Israëlisch bombardement opeen Russische voorraad raketten vanuit Turkije en open zee: “The re-creation of a historical alliance between Israel and Turkey against a “common enemy” would be seen as “bad news” across the Arab world, political analyst Chris Bambery told ”

    rt.com/op-edge/proxy-war-syria-conflict-110/

    Verwijderen

  87. Zo sprak Pakistan’s (ex-)president Pervez Musharaf: ‘Bij de gedachte aan de rol van de moslims in de huidige wereld breekt mijn hart. We zijn ver achtergebleven in de sociale, morele en economische ontwikkeling (…) en hebben geweigerd van anderen te leren. We moeten de barre realiteit on-der de ogen zien.’

    Verwijderen

  88. sirik Als een Nederlander vastgeroest zit in neo-kolonialistische denkpatronen en racistische of neo-fascistische uitspraken doet, dan hoef ik niet eerst de Oriënt te bezoeken om dat waar te nemen. Zo’n constatering kan ik ook in Nederland doen. Ook om waar te nemen dat er achterlijke en domme mensen zijn die nooit een goed boek hebben gelezen en internet alleen gebruiken om naar plaatjes van blote christenen te kijken hoef ik de Oriënt niet te bezoeken, daarvan kom ik er dagelijks genoeg tegen onder autochtone Nederlanders.

    Verwijderen

  89. Heb even een paar dagen niet op de site gekeken, maar idd. omdanks de reactie van Hans Jansen (IN KAPITALEN) komt er een of andere HP Pax langs, die het gelijk van Edwards Said op zon grandioze’wijze bevestigd, dat ik er ook even van achterover sla.Hoe is het mogelijk??? En ik maakte nog het voorbehoud “Misschien erg ouderwets om weer met Edward Said aan te komen zetten (die discussie hebben we toch al lang gehad?), maar blijkbaar is het toch een beetje nodig..” (zie mijn reactie van 12 juli 2013 20:08). Meneeer Jansen, daarom dus. Ik schreef ‘blijkbaar is het toch een beetje nodig….’. Voorzichtigjes dus. Maar het had wel iets minder voorzichtig gekund, gezien het commentaar van HP Pax. Het in hoofdletters geponeerde “MAAR JA, IEMAND DIE NOG MET DE EGYPTISCHE NAAR AMERIKA GEËMIGREERDE POSTMODERNE AUTEUR EDWARD SAID BEZIG IS” komt, met dank aan HP Pax, toch wel een beetje grappig over. Een inkopper zonder weerga, al heeft HP Pax dat zeker niet zo bedoeld😉
    Overigens, dat van die Duitse oriëntalistiek vind ik zeker een interessante kwestie. Zou ik nog wel een keertje willen nalezen. Maar Said heeft het over de verstrengeling van wetenschapsbeoefening met koloniale/imperialistische machtsuitoefening en over hoe die koloniale machtsuitoefening het frame van de Engelse, Franse en later Amerikaanse oriëntalistiek heeft beïnvloed. Duitsland neemt daarin natuurlijk een andere positie in. Vind het zeker interessant om nog een keertje uit te zoeken (het is ook voor mij weer een tijdje terug dat ik orientalism heb gelezen), maar voor deze discussie is het wel een beetje off topic. Voor een ander keertje misschien.

    BeantwoordenVerwijderen

  90. Zie hier. Toch nog verbluffend actueel, zeker na het bovenstaande: https://www.youtube.com/watch?v=fVC8EYd_Z_g

    BeantwoordenVerwijderen

  91. Wil verder nog opmerken dat ik het wel typisch vind voor de voeten geworpen te krijgen dat ik ‘nog met Edward Said kom aanzetten’ van iemand die Snouck Hugronje aanhaalt (die de Nederlandse regering adviseerde in het koloniale beleid in Nederlands Indië! lang geleden- weten Henk en Ingrid en de participanten aan deze discussie dat nog?) om de hedendaagse gebeurtenissen in Egypte te duiden. Zie artikel van Jansen hierboven. Heel relevant. Overigens, misschien is het Hans Jansen ontgaan, maar Indië zijn we inmiddels kwijt. Maar goed Snouck Hugronje (en Bernard Lewis) achterhaald? Hoe kom je op het idee.

    BeantwoordenVerwijderen

  92. Eigenlijk zou je bovenstaand artikel (met bijbehorende discussie) als volgt kunnen duiden:

    1. De islamitische wereld, of het nu Egypte of Indonesië (pardon, Indië, immers Snouck Hugronje!) is eeuwig en onveranderlijk. Er zijn militairen, die nuttig zijn, als zij zich een beetje voegen naar onze belangen (hoe zij de binnenlandse oppositie tot de orde roepen is hun zaak). En er zijn haatbaarden, die kort gehouden moeten worden door die militairen. Verder is er niks. Dat was zo, dat is zo en dat zal altijd zo blijven.

    2. De westerse wereld is wel veranderlijk. Helaas, want dat heeft ertoe geleid dat we nu zitten opgescheept met een politiek correcte elite. En die luisteren niet meer naar de Snouck Hugronje van deze tijd, Hans Jansen. Zijn allemaal van die kereltjes Pechtold, die zelf een beetje wijsneuzerig gaan doen, mede dankzij het destructieve werk van Edward Said en dat verfoeide postmodernisme. Gelukkig is er in een partijtje dat dapper weerstand biedt. Dat is de PVV van Geert Wilders. Samen met Henk en Ingrid en met het heldhaftige anonieme reaguurdersleger van deze site bieden zij dapper weerstand. Aan Hans Jansen de ondankbare taak om de rol van Snouck Hugronje voor dit gezelschap te vervullen. Ondankbaar, want werkte Snouck Hugronje nog voor de rijksoverheid in de overzeese gebiedsdelen, Jansen is veroordeeld tot de soms wat mallotige PVVers (Dion Graus, die rare meneer van dat uitgekotste stuk halal-vlees en nog een paar van dat soort types). Maar ja, het is niet anders. We leven in moeilijke tijden….

    BeantwoordenVerwijderen

  93. Een hoog “Snouck Hugronje & ik”-gehalte.

    Verwijderen

  94. Ruud de Vries16 juli 2013 20:41

    Haha, dat is lachen! Nu Floris Schreve niet kan verklaren waarom Edward Said de Duitse oriëntalistiek buiten beschouwing laat is Said opeens off topic volgens hem. Nadat hij er zelf mee aan kwam zetten!!! Zou Floris Schreve weten wat het begrip trollen inhoudt? Tja, Engelse en Amerikaanse oriëntalisten kan je makkelijk wegzetten en demoniseren als “kolonialisten” maar dat lukt niet zo makkelijk met de Duitsers. Dan zul je je toch inhoudelijk in hun moeten verdiepen. Iets waar zowel Said als Schreve een broertje dood aan hebben.

    BeantwoordenVerwijderen

  95. Geachte heer Jansen,

    Ik doe een beroep op u als emeritus hoogleraar om eens het goede voorbeeld te geven door uw lezers op dit blog te laten zien hoe een wetenschapper op zijn vakgebied op een wetenschappelijk verantwoorde wijze kritiek weerlegt, of hoe een wetenschapper op zijn vakgebied een theorie die onhoudbaar is gebleken met wetenschappelijk verantwoorde argumenten terzijde schuift. De discussie spitst zich toe met name op de volgende twee stellingen van u:

    1. “Van heel Egypte een sharia-enclave maken is zelfs met de steun van Obama niet geluk.”

    2. “De nieuwe machthebbers in Egypte hebben niet de steun van Obama, want die gaf publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia en onder Mursi. De Egyptenaren wisten dat, en getuigden van die kennis, en van hun afschuw van Obama….”

    Beide beweringen hebt u m.b.t. de door u vermeende voorkeur van Obama voor het moslimfundamentalisme in de discussie helaas nog niet kunnen onderbouwen omdat uw opmerking dat het beleid van Obama positief uitpakt voor Morsi en de MB wordt tegengesproken door feiten, zoals de voorspelbare volksopstand tegen Morsi en zijn partij en de juridische vervolgingen van partijleden, die het tegendeel bewijzen. Daarom hebt u uw stelling dat Obama “publiekelijk de voorkeur aan een Egypte onder de sharia” gaf nog slechts kunnen verdedigen met het in kapitalen uitgedrukte argument:

    “ALLEEN GOD KAN IMMERS IN DE HARTEN KIJKEN”

    Als wetenschapper doet u hier een beroep op God en zegt u met deze uitroep feitelijk dat alleen God kan weten dat u over Obama de waarheid hebt gesproken. Een theoloog kan uw uitspraak dan vervolgens deduceren tot de vaststelling dat Jansen zijn kennis over Obama blijkbaar van niemand anders dan God zelf moet hebben ontvangen, waardoor Jansen niet meer acteert als wetenschapper maar als profeet.

    Een beroep doen op God is mijn inziens een uiterst teleurstellend argument indien afkomstig uit de mond van een emeritus hoogleraar die geacht wordt op zijn vakgebied geen religie doch wetenschap te bedrijven. Zolang u uw theorie over de politiek van de V.S. verdedigt met een verwijzing naar goddelijke kennis spreekt u niet als hoogleraar, maar als hogepriester van een anti-Obama religie.

    Deze constatering levert m.i. dan ook een verklaring op waarom uw volgelingen op Hoeiboei zich niet gedragen als studenten, maar als slaafse en goedgelovige sekteleden die in u niet een leraar maar een profeet menen te herkennen waarvan zij elk woord kritiekloos slikken alsof het God zelf is die door het woord van Jansen oreert, waarna zij elke ongelovige die de woorden van hun profeet ter discussie stelt op een haast Breivikiaanse, dus meer paranoïde dan op rationele wijze, verketteren en vervloeken.

    Het is uiteraard volledig aan u of u wil worden herinnerd als de profeet van een valse religie, (omdat de leer die u verkondigt over Obama en de Islam aantoonbaar onjuist is), of dat u wil worden herinnerd als een man van de wetenschap die zijn stellingen met wetenschappelijk houdbare argumenten weet te onderbouwen en te verdedigen.

    Kiest u voor dit laatste dan verwacht ik van u zinnige en wetenschappelijk verantwoorde antwoorden op mijn aan u gestelde vragen en een wetenschappelijk verantwoorde weerlegging van mijn kritische opmerkingen over het onderwerp Obama en de Arabische wereld. Van een academisch opgeleide arabist mag dit worden verwacht.

    Mocht u aan dit verzoek wederom geen gehoor willen geven dan vrees ik dat academici opnieuw tot de conclusie moeten komen dat arabist Jansen voor de wetenschap verloren is gegaan, ditmaal omdat zijn wetenschappelijke kennis en inzichten, alsook zijn wetenschappelijke methode, hebben plaatsgemaakt voor een politieke religie waarvan hij zichzelf blijkbaar als profeet en hogepriester is gaan beschouwen.

    Met vriendelijke, doch bezorgde groet,

    Max Goedblick.

    BeantwoordenVerwijderen

  96. @Ruud de Vries, Grappig dat jij opeens zo komt opduiken als ik zeg dat ik iets niet helemaal weet (wat volgens mij geen schande is). Lachuh zeg. En Edward Said had een broertje dood aan het zich inhoudelijk in iets verdiepen? Net als ikzelf? Dat je mij zo een op een noemt met Edward Said zal ik maar als een compliment opvatten. Maar vind het zeker leuk om nog dat nog een keertje rustig uit te zoeken. Alleeen doet dat mijns inziens niets af aan zijn betoog. Zie ook mijn eerdere reactie hierboven (16 juli 2013 01:24). Maar goed dat jij wel zo inhoudelijk bent. Net als de rest van de soms bijna Oost Europees van voor 1989 aandoende applaus-machine, die hier in regel het forum vult.

    BeantwoordenVerwijderen

  97. Aan Ruud de Vries 20:41

    U schrijft dat men Britse en (Noord-) Amerikaanse oriëntalisten gemakkelijk kan wegzetten.
    Zulks versta ik niet gans.
    Een tas koffie zet men weg, maar een (on-)menselijk wezen als een engelse intellectueel…
    (phrase en suspens).
    Duitsers hebben zekerlijk een koloniaal verleden.
    Men denke aan Zuid-West Afrika met Windhoek.
    In Togo zijn steeds dankbare negers die zich verenigen in de Togo-Verein.
    Voorts hadden de Duitsers invloed in het muzelmaanse sultanaat Zanzibar.
    Ze ruilden dit in 1890 met de Britten voor het friese eiland Helgoland.
    Koloniale avonturen genoeg.
    Men denke aan het optreden in de Oekraine van 1941 tot 1944. En aan de kolonisatie van het Wartheland.
    Een deel van Antarctica heet Neu-Schwabenland.

    BeantwoordenVerwijderen

  98. Er zijn overigens nog wel wat meer kritiekpunten op Orientalism (en de latere werken van Edward Said), waar ik me wel in kan herkennen. Hans Jansen, ik heb daar nog een keer een tijdje met u over gepraat (bij het toenmalige LAK, nu Lipsius, in Leiden). Het is zelfs zo dat ik kort daarna een artikel vond van een van de meest uitgesproken critici van Said, Kanan Makiya, dat ik nog voor u heb gekopieerd (of doorgemaild, kan me niet meer precies herinneren), waar u erg blij mee was en ook daar hebben we elkaar daarna nog over gesproken. Maar in die tijd was u wel een stuk genuanceerder. Het was toen nog meer Laurie Mylroie (al is dat misschien niet zo’n gelukkig voorbeeld, weet je wat, laat maar zitten😉 ) en (nog) niet zo Bat Ye’or.

    Maar goed, los van het punt van de Duitse oriëntalistiek (wat me zeker interessant lijkt, dus daar ga ik nog wat meer van lezen), ik vind uw bovenstaande verhaal toch een treffend voorbeeld van klassiek oriëntalistisch denken. U heeft alles uit de kast gehaald om Said te bevestigen. Ik had het zelf niet kunnen verzinnen.

    BeantwoordenVerwijderen

  99. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen

  100. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen

  101. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen

  102. HPax
    De laster van Greve over PVV-ers is niet ´ad rem´ (´off topic´?), maar Freudiaans
    geredeneerd wel in harmonie met zijn algemene stellingname. Geen leugens en smaad zonder een verradend onbewuste. Leer dat liever niet, Greve.

    BeantwoordenVerwijderen

  103. HPax, Eigenlijk zou ik hier niet eens op moeten reageren, maar toch, voor de lol dan. Altijd leuk als je opponenten zich met veel misbaar op Freud gaan beroepen. Heel diepzinnig. Maar dan vind ik jouw eerdere fantasie (poëtische oprisping wellicht?) over afgeranselde ezeltjes (reactie van 13 juli 2013 17:37) pas echt interessant:

    “Oriëntalisme! Is Azië een masker, de Oriënt verholen en onverholen haat, luidruchtige masculine vriendschap, permanent toneel van bitter verraad. Je kunt er – Kethelby – romantisch over doen, maar: het spuien van lawaaierige emoties op het hysterische af, hitte, stof en vliegen, het afranselen van overbeladen ezels door hun meesters, het benauwend gebrek aan ‘privacy’, dát is de Oriënt”

    Vind het allemaal een beetje hijgerig. Broeierig zelfs. Ook Freudiaans?

    Verwijderen

  104. “Het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten is een grote mislukking geworden. Tussen de zandstormen zie ik een wankelende Amerikaanse vlag. Egypte is het symbool geworden van het faillissement van Barack Obama’s islambeleid.”

    “En wat Egypte betreft, hebben ze nooit oud-president Morsi gekritiseerd. Morsi mocht van Amerikanen gewoon zijn gang gaan. Ook was Amerika volstrekt passief toen de alliantie van Hamas, Moslimbroeders en Erdogan tot stand was gekomen. Erdogan organiseerde in Ankara een grote bijeenkomst waar de echte vrienden van hem en zijn partij voor de eerste keer bijeen mochten komen. President Obama zweeg over deze nieuwe en gevaarlijke alliantie.

    De regering Obama is meester in het zwijgen, terwijl de Amerikaanse regering behoort te praten en standpunten moet innemen.”

    http://www.elsevier.nl/Buitenland/blogs/2013/7/Het-Midden-Oostenbeleid-van-Barack-Obama-is-totaal-mislukt-1312235W/

    BeantwoordenVerwijderen

  105. “Egypte is het symbool geworden van het faillissement van Barack Obama’s islambeleid.”

    Kan jij dit onderbouwen Anoniem, met een paar concrete aanwijzingen? Weet jij wat het huidige Islambeleid van de V.S. is? Beschrijf het eens? En hoezo is dat volgens jou failliet en waarom is Egypte daar het symbool van? Omdat de dictator Hosni Mubarak op verzoek van het volk door het leger is afgezet? Omdat daarna op advies van de V.S. democratische verkiezingen zijn uitgeschreven? Omdat het in Egypte verboden is om politieke partijen op te richten die een godsdienstig doel nastreven? Omdat de “Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid” een seculiere partij was zonder Islamitische doelstellingen? Omdat de “Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid” van Morsi daarom niet kon worden verboden zonder dat dit tot een volkswoede en misschien wel tot een burgeroorlog zou hebben geleid? Omdat de “Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid” van Morsi na 1 jaar regeren zoveel krediet en vertrouwen had verspeeld dat ze opnieuw zijn aftreden hebben geëist? Is dat de schuld van Obama?

    ‘At the same time, we firmly reject the unfounded and false claims by some in Egypt that the United States supports the Egyptian Muslim Brotherhood or any specific Egyptian political party or movement. The United States has always been and remains committed to the democratic process, not to any party or personality. We want Egyptians to make their democracy work for the good of all Egyptians.’

    Die laatste zin, daar leest rabiaat rechts altijd graag overheen: “DEMOCRATIE”! Haatbaarden en fundamentalisten die een Shariadictatuur of kalifaat willen die moeten daarvoor eerst de democratie opzij schuiven. Maar zolang het democratisch proces in stand blijft, WAT OBAMA WIL, kunnen de moslimbroeders van Egypte GEEN kalifaat maken met de Sharia als GRONDWET. Daarom hamert Obama erop dat de regels van de DEMOCRATIE moeten worden gerespecteerd. Doet men dat niet, dan geef je de haatbaarden en moslimbroeders óók een goed excuus om dat óók niet te doen, en dan is een democratie niet mogelijk. Democratie is de beste bescherming tegen een (Islam)dictatuur. Maar dat willen ze in de rechtse kerk liever niet snappen, de rechtse kerk verkoopt liever bommen en granaten aan die (volgens hen ‘achterlijke’) moslims, en willen daarom liever een cowboy als Bush dan een vredestichter als Obama aan het roer. Liever schieten dan praten, liever wapens verkopen dan nadenken is het credo van domrechts. Weet je wel hoeveel mensenlevens en geld die “heilige oorlog” van Bush in Irak heeft gekost? En heeft dat iets opgelost? NEEN! De al 10 jaar durende burgeroorlog die ruziemaker Bush daar heeft veroorzaakt zal nog vele jaren door blijven gaan. Over mislukkingen gesproken.

    Verwijderen

  106. Democratie is iets anders dan soevereiniteit.
    Eerst heb je dat laatste nodig om vervolgens mogelijk tot het eerste te komen.
    Zo is Irak ook tot democratie gebombardeerd. Libië moet de klus zelf verder af maken.
    Obama of Bush… wat is het verschil ?

    Verwijderen

  107. “Zo is Irak ook tot democratie gebombardeerd”

    Irak tot democratie gebombardeerd? Irak is door cowboy Bush willens en wetens een burgeroorlog in gebombardeerd, en ik denk niet dat wij het nog gaan meemaken dat daar ooit vrede komt onder een democratische regering. Dit soort fatale fouten van bomber Bush wil Obama niet maken.

    Maar laten we even in Egypte blijven. Wat had Obama daar anders en beter moeten doen volgens jou? Eerst alle MB met bommen en granaten uitroeien alvorens verkiezingen toe te laten? Een concreet en zinnig antwoord graag.

    Verwijderen

  108. Ach ja Afshin Ellian overschreeuwt zichzelf weer eens. ‘Een wankelende Amerikaanse vlag tussen de zandstormen’. Ook Ellian moet niks van Edward Said hebben, maar als hij zulke tranen plengt bij zijn eigen poetische beeld (de man is ook dichter), dan is er (in zijn eigen hoofd in ieder geval) toch sprake van enig Amerikaans imperialisme? Toch weer een puntje voor Edward Said. Over die treurige opmerking over ‘Palestijns tuig’ hoeven we het denk ik niet te hebben. Een rechtvaardige vredesregeling met een levensvatbare staat zou misschien een constructieve oplossing zijn. Maar ik vrees dat Ellian inmiddels zo ideologisch gedeformeerd is (herkenbaar voor sommige deelnemers aan dit gesprek?) dat deze voor de hand liggende gedachte niet meer in zijn hoofd opkomt. Teveel volgepompt met neocon-propaganda.

    BeantwoordenVerwijderen

  109. ´HPax, Eigenlijk zou ik hier niet eens op moeten reageren, maar toch, voor de lol dan.`´

    Hm, ik denk dat ook nu weer Freud je parten speelt Je moet wel. Tegenspartelen helpt niet, de waarheid moet eruit. Pas als je die gaat uitspreken,kun je worden verlost. Van jezelf.

    Verwijderen

  110. @HPax: ik blijf erbij, jouw visioen van die masculiene vriendschap en dat afgeranselde ezeltje (reactie van 13 juli 2013 17:37) doet het hem helemaal. Daar kun je mee voor de dag komen, op een site die claimt Gerard Reve aan haar zijde te hebben (we kunnen de grote volksschrijver helaas niet meer vragen of die claim terecht is). Freud zal ik er deze keer maar buiten laten😉 Arme jongen, volgens mij heb je geen idee. Ga toch lezen. Misschien een linkse hobby, maar dat het je horizon moge verbreden.

    Verwijderen

  111. Het is me trouwens opgevallen dat net dat ene aspect van het werk van Reve hier wat onderbelicht blijft, althans, ik heb er bij de vele Reve- dweperijen op Hoeiboei nooit iets van kunnen terugvinden. Terwijl dat nu juist zo in het oog springt. Maar misschien is dat reaguurdersvolk daar er gewoon nog niet aan toe, dat zou ook kunnen, en wil men hier de brave aanhang tegen een al te groot zedenbederf beschermen. Want wat moet de gemiddelde Hoeiboei-reaguurder met teksten als:

    “Waarom moest een seksslaaf van Tijger een Duitse jongen van Poolse afkomst zijn die in Zwitserland werkte, en kon het niet gewoon een jongen in Amsterdam van een paar straten verder wezen, van eigen volk en eigen bodem, die men op Tijger zijn verlangen slechts even behoefde aan te schrijven of op te bellen om hem te ontbieden, en die men terstond meedogenloos kon tuchtigen als mocht blijken dat hij rondhoereerde en het waagde zich nog door een ander dan Tijger te laten bezitten”

    Gerard Kornelis van het Reve, De Taal der Liefde, Atheneum- Polak & van Gennep, Amsterdam, 1972, p. 33

    Een Duitse jongen van Poolse afkomst moet natuurlijk meteen aan de PVV meldpunt gerapporteerd worden (al is een ‘(seks)slaaf’ misschien een twijfelgeval, ook een lelijke PVVer moet immers discreet aan zijn trekken kunnen komen). Maar in algemeen, als je het doet, doe het dan met ‘een jongen van eigen volk en eigen bodem’, dat zullen ook de Henk en Ingrid en de Hoeiboei-reaguurdertjes wel kunnen beamen. Of:

    “Weet je wat voor stuk hij had Woelrat? Hij had een stuk dat net zo groot en hard en schaamteloos was als van een jongen die zich aan een meisje had vergrepen, samen met vriendjes, in een lege trein, en dan niet wil bekennen en dan voor zijn stuk krijgt, tot hij bekent… net zo lang totdat hij gaat bekennen… Toen ik in Indië bij de polietsie was, kregen we vaak zulke arrestanten, heel geile mooie jongens van 19, of zo. Als je een jongen strafte of ondervroeg, dan moest je het lichaaamsdeel tuchtigen, waarmee hij het vergrijp gepleegd had. Dat leerden wij zo, dat stond in de instruksies”

    Idem p. 171.

    Ik kan me overigens wel voorstellen dat er wat raakvlakken zijn met PVV achtig publiek. Jongens die zich in een lege trein aan een meisje hadden vergrepen, de polietsie in Indië, tuchtigen, zo stond dat in de instruksies. Ook elementen van de door Jansen hierboven aangehaalde Snouck Hugronje zijn in deze passage zeker herkenbaar. Zie Snouck Hugronjes aanbeveling om Imams ‘gevoelig te slaan'(vaak door Jansen geciteerd). Maar waar dan? vraag ik me, na dit stukje Reve, toch af. Om met Matroos Vos (aka Joop Schafthuizen) te spreken: ‘Op z’n pielemuisje’.

    Verwijderen

  112. (vervolg)
    Of (deze gaat er bij het Hoeiboeivolkje zeker in als koek😉 ):

    “Ik kan het niet helpen Woelrat. Ik heb iets van een dichter, ik weet het. Maar als jij in die kooi gelegen had, dan was je zowat gek geworden van geilheid. Ik deed snel de dingen die nodig waren, Woelrat, en toen… toen trok ik zijn billen uit elkaar. Ik trok zijn geheime vallei open… net zoals ik voor jou de blonde jongensgleuf open zal trekken van iedere jongen en man die jij wilt hebben, beest: soldaten…matrozen…Voor jou”,

    Idem p. 173

    Vies hé, Henk en Ingrid? Ik heb zo’n vermoeden dat ongeveer de helft van de reaguurders op dit forum zelfs geen idee heeft van dit aspect van het werk van Reve (Reve, wie is dat?). Inderdaad, om met Pim te spreken (zie ook Jansen hierboven): “Ga toch koken”.

    Ik denk niet veel Hoeiboei-reaguurdertjes hier iets mee kunnen, laat staan waarderen en bovendien, soldaten voor de Jihad voor het Avondland moet je niet aan al te veel decadentie blootstellen en al helemaal niet aan zaken waar een beroep moet worden gedaan op iets als tolerantie- dat maakt immers de harten week voor de nakende ‘Eindstrijd’. Voor Hans Jansen trouwens geen loos begrip, gezien de bundel die hij samenstelde met bijdragen van de usual suspects uit de internationale anti-islambeweging (zie http://hoeiboei.blogspot.nl/2009/03/eindstrijd.html). En werd er in het forum niet al ergens melding gedaan van ‘de komende Grote Omwenteling’? Zie hierboven in het forum een bijdrage van Sirik, die schrijft: “De aankondiging(en) van een op handen zijnde grote niet alleen Europese maar ook Noord-Amerikaanse omwenteling is op hoeiboei.nl gedaan” (reactie van 12 juli 2013 18:51). Kortom, revolutie! Ontwaakt verworpenen der Aarde, maar dan een beetje anders. Misschien is het eerder een contra-revolutie. Het tegenovergestelde van wat de demonstranten willen, die in diverse Arabische landen strijd aangingen of gaan met hun eigen regimes. Ideologisch stuivertje wisselen wellicht? Als jullie die regimes niet meer willen, mogen wij ze dan?

    Verwijderen

  113. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen

  114. Ruud de Vries19 juli 2013 00:01

    Nee hatertje Floris, je hebt geen antwoord op de vraag waarom Edward Said de Duitse oriëntalistiek negeert. Moet je je eerst zogenaamd eerst even in verdiepen. Dat ie het negeert zegt al genoeg over de door jou aanbeden Said.

    Hans Jansen heeft een mooi stuk over Said geschreven met deze uitsmijter:

    “Zonder Arabisch te kennen, blijft het onmogelijk om zowel de goede als de slechte kanten van de islam in perspectief te krijgen. Oriëntalistiek is, Simon Leys heeft in een reactie op Edward Said iets dergelijks geschreven, niet meer dan een voorzichtige Westerse voetnoot bij de bestudering van de Oriënt door de ‘Oriëntalen’ zelf.

    Geen oriëntalist zou overigens voor zijn rekening willen nemen wat Edward Said schrijft op blz. 323 van zijn Orientalism, editie 1994: ‘De Arabische en islamitische wereld blijft een tweederangs macht als het gaat om het voortbrengen van cultuur, kennis en wetenschap.’ Dankzij hun training zijn oriëntalisten niet zo etnocentrisch en provinciaal, en minder dan Amerikaanse professoren geneigd tot pseudo- geleerde humbug.”

    http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/archief/article/detail/1775657/2003/10/11/Edward-Said.dhtml

    En enkele jaren geleden kwam Ibn Warraq met het boek “Defending the West
    A Critique of Edward Said’s Orientalism”. Hier enkele passages uit een bespreking daarvan:

    Deconstructing Edward Said

    It is now five years after the death of Edward Said, the man who made it cool to hate the West, and the reevaluation of his thought and work is thankfully well underway. Said forged a career out of revisiting the past, “deconstructing” what he found and writing it anew. Defending the West: A Critique of Edward Said’s Orientalism by Ibn Warraq, founder of the Institute for the Secularisation of Islamic Society, reveals just how massive a fabrication Said’s version of history is. The book spells out in great detail Said’s deeply flawed writings and his legacy: the modern academic fetish for examining microscopically the flaws and failings (real and imagined) of the West while simultaneously portraying an ever-peaceful East perpetually victimized by the technologically superior but, of course, morally benighted West. This is the fashionable narrative in the humanities departments of virtually every college and university in America, if not in all of Western academia.

    Those who perpetuate it Ibn Warraq calls “Saidists.” Among them, Said has achieved cult-like status as a prophet who (in the tired cliché of the Left) “spoke truth to power.” They see it as their mission to reveal cracks in the deception foisted on the world by an older generation of historians whose work attempts to disguise an aggressive, dominating West. A corollary, more covert mission is to erect their own wall to insulate the East from the kinds of attacks they themselves make on the West. And the Saidists have been so successful that many people now see colonialism and empire as creations of the West and symptoms of a Western moral inferiority that (especially for Western scholars) must be atoned for in many ways. Saidism, one might say, is a way to atone.

    (…)

    Will Ibn Warraq’s new book end forever the deleterious effects of more than thirty years of petulant, dishonest, self-loathing Saidism? Probably not. But any honest acolytes of Edward Said who read this book will either be forever relieved of their knee-jerk faith in the simple dichotomy of Western guilt and Eastern victimhood that is at the core of Said’s thought, or they will be forced to participate in their own hoodwinking. Ibn Warraq’s critique of Said’s thought and work is thorough and convincing, indeed devastating to anyone depending on Saidism. It should do to Orientalism what Mary Lefkowitz’s Not Out of Africa[3] did to Martin Bernal’s Black Athena.[4] And it should force the Saidists to acknowledge the sophistry of their false prophet.

    http://www.meforum.org/2069/defending-the-west

    BeantwoordenVerwijderen

  115. “Weet jij wat het huidige Islambeleid van de V.S. is? Beschrijf het eens?”

    Doe deze test en kom er vanzelf achter.

    In this test, find which entry does not belong on this list.

    1917: President Woodrow Wilson allies with Britain and France to fight autocracy in World War One and “make the world safe for democracy.”

    1941: President Franklin Roosevelt allies with Britain, France, and the USSR to fight fascism and destroy it.

    1947: President Harry Truman allies with the Free World to fight Communist aggression and liberate captive nations.

    1950: President Harry Truman confronts Communist aggression in South Korea with the UN as allies.

    1991: President George Bush leads an international alliance to repel an Iraqi invasion of Kuwait.

    2001: President George W. Bush leads the American people in retaliating to the September 11 attacks on America in Afghanistan against totalitarian Islamist groups.

    2013: President Barak Obama forms an alliance with the Muslim Brotherhood to install an anti-American Islamist state in Syria to join such U.S. “allies” as Egypt, Tunisia, Lebanon and Turkey on behalf of the Sunni Sharia World; to make the world safe for authoritarian religious dictatorships, antisemitism and those who would wipe Israel off the map, unrepentant Nazi allies, jihad against Christianity, subjecting women to second-class status, and murdering of gay people. Then to forge these ties stronger he defends an overthrown Egyptian Islamist regime insisting that it should at least participate in a coalition government earlier just to make sure that it has a share of power so that, no doubt, American values should be represented.

    BeantwoordenVerwijderen

  116. Ben diep onder de indruk van deze ‘test’/ ‘samenvatting van de betrekkingen tussen Amerika en het Midden Oosten’. Wat een goed verhaal!🙂

    Verwijderen

  117. “Democratie is de beste bescherming tegen een (Islam)dictatuur.”

    Net zoals in Gaza?

    BeantwoordenVerwijderen

  118. ” Een rechtvaardige vredesregeling met een levensvatbare staat zou misschien een constructieve oplossing zijn.”

    Heel misschien over een jaar of 20 à 30.
    De tijd is er nu gewoon nog niet rijp voor vanwege div omstandigheden.
    Alleen Kerry en zijn baas geloven in dat sprookje.

    BeantwoordenVerwijderen

  119. @anoniem, de tijd nog niet rijp voor? Je mag hopen dat het niet te laat is. Israël had dit al lang moeten regelen. Overigens, ik weet niet of een beetje op de hoogte bent van de demografische situatie van Israël. De mensen die daar echt verstand hebben maken zich daar grote zorgen over.
    Ik weet niet of je onlangs de documentaire The Gatekeepers gezien hebt? Zeer verontrustend. Alle voormalige hoofden van de Mossad zijn het achteraf overeens: uiteindelijk zal Israël op deze manier de oorlog gaan verliezen. Je mag ook voor Israël hopen dat het van de huidige koers afziet en dat er op een gegeven moment (dat niet te lang meer mag duren) een tweestatenoplossing komt, of een binationale staat (waar Tony Judt een pleitbezorger voor was)

    Verwijderen

  120. Ruud de Vries20 juli 2013 10:12

    Nee Floris, je hebt geen antwoord op de vraag waarom Edward Said de Duitse oriëntalistiek negeert. Moet je je eerst zogenaamd eerst even in verdiepen. Dat ie het negeert zegt al genoeg over de door jou aanbeden Said.

    Hans Jansen heeft een mooi stuk over Said geschreven met deze uitsmijter:

    “Zonder Arabisch te kennen, blijft het onmogelijk om zowel de goede als de slechte kanten van de islam in perspectief te krijgen. Oriëntalistiek is, Simon Leys heeft in een reactie op Edward Said iets dergelijks geschreven, niet meer dan een voorzichtige Westerse voetnoot bij de bestudering van de Oriënt door de ‘Oriëntalen’ zelf.

    Geen oriëntalist zou overigens voor zijn rekening willen nemen wat Edward Said schrijft op blz. 323 van zijn Orientalism, editie 1994: ‘De Arabische en islamitische wereld blijft een tweederangs macht als het gaat om het voortbrengen van cultuur, kennis en wetenschap.’ Dankzij hun training zijn oriëntalisten niet zo etnocentrisch en provinciaal, en minder dan Amerikaanse professoren geneigd tot pseudo- geleerde humbug.”

    http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/archief/article/detail/1775657/2003/10/11/Edward-Said.dhtml

    En enkele jaren geleden kwam Ibn Warraq met het boek “Defending the West
    A Critique of Edward Said’s Orientalism”. Hier enkele passages uit een bespreking daarvan:

    Deconstructing Edward Said

    It is now five years after the death of Edward Said, the man who made it cool to hate the West, and the reevaluation of his thought and work is thankfully well underway. Said forged a career out of revisiting the past, “deconstructing” what he found and writing it anew. Defending the West: A Critique of Edward Said’s Orientalism by Ibn Warraq, founder of the Institute for the Secularisation of Islamic Society, reveals just how massive a fabrication Said’s version of history is. The book spells out in great detail Said’s deeply flawed writings and his legacy: the modern academic fetish for examining microscopically the flaws and failings (real and imagined) of the West while simultaneously portraying an ever-peaceful East perpetually victimized by the technologically superior but, of course, morally benighted West. This is the fashionable narrative in the humanities departments of virtually every college and university in America, if not in all of Western academia.

    Those who perpetuate it Ibn Warraq calls “Saidists.” Among them, Said has achieved cult-like status as a prophet who (in the tired cliché of the Left) “spoke truth to power.” They see it as their mission to reveal cracks in the deception foisted on the world by an older generation of historians whose work attempts to disguise an aggressive, dominating West. A corollary, more covert mission is to erect their own wall to insulate the East from the kinds of attacks they themselves make on the West. And the Saidists have been so successful that many people now see colonialism and empire as creations of the West and symptoms of a Western moral inferiority that (especially for Western scholars) must be atoned for in many ways. Saidism, one might say, is a way to atone.

    (…)

    Will Ibn Warraq’s new book end forever the deleterious effects of more than thirty years of petulant, dishonest, self-loathing Saidism? Probably not. But any honest acolytes of Edward Said who read this book will either be forever relieved of their knee-jerk faith in the simple dichotomy of Western guilt and Eastern victimhood that is at the core of Said’s thought, or they will be forced to participate in their own hoodwinking. Ibn Warraq’s critique of Said’s thought and work is thorough and convincing, indeed devastating to anyone depending on Saidism. It should do to Orientalism what Mary Lefkowitz’s Not Out of Africa[3] did to Martin Bernal’s Black Athena.[4] And it should force the Saidists to acknowledge the sophistry of their false prophet.

    http://www.meforum.org/2069/defending-the-west

    BeantwoordenVerwijderen

  121. “Ach ja natuurlijk, de Arabier is dom, achterlijk, heeft nooit een boek gelezen en gebruikt internet alleen maar om naar plaatjes van blote christenen te kijken, dat was ik even vergeten”

    Blij dat je je het toch nog herinnert. Muv een zeer kleine elite is ‘de arabier’ inderdaad grootdeels achterlijk en leest geen boeken. Dom zijn ze niet daarentegen, wel bevangen door een dogmatische ideologie die geen ruimte laat voor verbetering.

    Hier een mooi voorbeled van een ‘intelligente, hoogopgeleide arabier’ http://petrossa.me/2012/08/07/islam-and-science-bad-marriage/

    Dat is dus de elite. Veel achterlijker kun je het niet krijgen.

    BeantwoordenVerwijderen

  122. Aan Petrossa.me 7:54

    Een nieuwe ster aan het firmament van dit paneel.
    U verdiept zich in het fenomeen “Arabier”.
    Dit woord is zeer oud.
    Ik ontmoette het onlangs in het boek Jesaja van het Oude Testament.
    Ongelukkig lees ik geen hebreeuws, derhalve weet ik niet of de Statenvertaling een vervalsing is van het oorspronkelijke hebreeuwse woord.
    In de eerbiedwaardige Al-Qorân heeft Arabier de betekenis van bedoeïen.
    Het woord bedoeïen op zijn beurt komt van bâdiyye, hetgeen woestijn betekent.
    Een Arabier is derhalve van oorsprong een woestijnbewoner.
    Het leven aldaar is hard.
    Het is daarom dat de Arabier niet gemakkelijk zwicht voor de westerse leefstijl.
    Die als belangrijkste adagium heeft: economische groei.

    Verwijderen

  123. Ik ekn overigens een heleboel zeer goed opgeleide en zeer belezen idividuen, afkomstig uit de Arabische wereld. Echt heel veel. Kunstenaars, schrijvers, dichters, journalisten. Hele intelligente mensen. Ken trouwens ook heel veel intelligente Nederlanders. Maar wordt ook weleens geconfronteerd met de spreekwoordelijke Henk en Ingrids😉 Die heb je natuurlijk zowel daar als hier. Overigens ben ik van mening dat de grootte van de PVV aanhang zeker iets zegt over het beschavingspeil van de Nederlander. Het oude sociaaldemocratische ideaal van volksverheffing was zo slecht nog niet.

    Verwijderen

  124. Zie hier, Jansen over Said:
    ‘Het kernbezwaar van Said tegen de oriëntalistiek is dat de oriëntalistiek approaches a heterogenous, dynamic and complex human reality from an uncritically essentialist standpoint (p. 333). Waarschijnlijk heeft Said, ook in Nederland, het merendeel van de professionele beoefenaars van de vakgebieden waar hij over schrijft weten te overtuigen, of anders op zijn minst diep beïnvloed.
    De moderne oriëntalistiek en de oriëntalisten, zo meent Said, zijn een product van, en staan ten dienste van, het Westerse imperialisme. Zijns inziens diskwalificeert dit de oriëntalistiek zowel maatschappelijk als moreel- hoewel het natuurlijk in principe mogelijk is dat slechte mensen goede wetenschappers zijn. Oriëntalisme, aldus Said, is niet een gewone academische discipline, maar een ideologische discourse die onlosmakelijk met de Europese machtspolitiek over het Midden Oosten verbonden is. De kennis die de oriëntalistiek heeft voortgebracht was daarom flawed, distorted en soms zelfs racistisch. De oriëntalistiek, aldus Said, wil niet zozeer beschrijven als wel beheersen.
    Deze veroordeling van de oriëntalistiek heeft allerwegen grote indruk gemaakt, misschien niet het minst door de combinatie van duistere en modieuze taal waarin Said zijn aanklacht stak. Ook in Nederland gingen wetenschappers druk op zoek naar sporen van racisme in elkaars wetenschappelijke producten en werk van eerdere generaties. Zulke sporen moesten, zo werd haast a priori aangenomen, er zijn- anders zou Said immers mogelijk ongelijk kunnen hebben. Een en ander heeft tot rare polemieken en onverkwikkelijke persoonlijke conflicten geleid.
    Desalniettemin, the Arab and Islamic World remains a second-order power in terms of production of culture, knowledge and scholarship- weinig oriëntalisten zouden zo’n etnocentrisch oordeel willen uitspreken of onderschrijven, zelfs niet als het van Edward Said afkomstig is (Orientalism, ed. 1994, p. 323, 13 regels van onderen).
    Oriëntalistiek, aldus Said, die daarmee een oordeel uitspreekt over wellicht wel 60.000 boeken die tussen 1800 en 1950 in het Westen over het Midden Oosten verschenen zijn- om nog maar te zwijgen over de stortvloed van publicaties die na 1950 zijn verschenen- is agressie: Orientalism is all agression, p. 204’.
    Hans Jansen, Nieuwe inleiding in de islam, uitgeverij Coutinho, Bussum, 1998, p. 255-256
    Tot zover deze toch wel geestige parodie van Jansen. Hij heeft er vooral een leuke karikatuur van gemaakt. Als persiflage is het meer dan geslaagd. Heel grappig allemaal, maar als je echt Said wil weerleggen moet je toch met degelijker werk komen. Dat er soms sprake is van onverkwikkelijke persoonlijke conflicten onder de Nederlandse arabisten, helemaal waar, maar ik vraag me af of je daar Edward Said voor nodig hebt. Daar heb je namelijk met Hans Jansen zelf al een hele goeie aan, zeker de Hans Jansen van nu (de Hans Jansen van toen was vele malen redelijker persoon dan hoe hij zich nu manifesteert).

    Verwijderen

  125. (vervolg)
    Maar hoe dan ook, dezelfde Hans Jansen na de millenniumwissel:
    “Het enige medicijn is dan ook tegen-consternatie. Niet, zoals bij oorlogvoering gebruikelijk, streven naar een overwinning met proportionele middelen die voor het doel dat bereikt moest worden net voldoende zijn, maar streven naar een totale verplettering met overdreven zware middelen en overmacht. Het gaat immers niet om een rationele oorlog maar om een irrationele strijd.
    Angst aanjagen, en ruim voldoende reden geven om angstig te blijven, is van groot belang. Niet bang zijn zelf af te zakken tot het niveau van de terroristen. Voor minder doen ze het immers niet. Het is in de propaganda-oorlog bovendien van groot belang de terroristen als loosers voor te stellen die op allerlei manieren, ook seksueel, niet aan hun trekken zijn gekomen. Omdat dat meestal waar is, kan het niet zo moeilijk zijn.
    De methoden die het strafrecht toestaat bij de bestrijding van wangedrag en misdaad gaan minder ver dan de veel ruwere methoden die door een oorlogsituatie worden opgedrongen. Het strafrecht is dan ook niet geschikt voor terrorismebestrijding. Hoe het ook tegen onze natuur en ons systeem ingaat, indien mogelijk moeten (curs. FS) terroristen sneuvelen tijdens hun zelfgekozen acties. Het is niet nodig om bang te zijn ‘martelaren te maken’. Beter tien dode martelaren in de hemel dan één levende, gewapende terrorist op straat. Martelaren zijn immers geen bedreiging van de openbare orde, terroristen wel.
    Laten we ons bij de bestrijding van terrorisme dat gepleegd wordt in de naam van de islam, alsjeblieft geen zorgen maken over wat de moslims er van vinden. Ook het raadplegen van moslims over wat de ‘ware’ islam hier voorschrijft, is uit den boze. Als de terroristen eenmaal zijn vernietigd, is dat voor de andere, niet-vernietigde moslims voldoende bewijs dat de terroristen er ook theologisch naast zaten, anders had God hen immers wel gespaard. Vernietigen gaat dus voor.
    Wanneer er een grote terroristische aanval op een Nederlands doel wordt gepleegd, door terroristen die zich op de islam beroepen, zou dat kunnen leiden tot spontane acties van de bevolking waarbij bijvoorbeeld moskeeën in brand worden gestoken. Dat zal de moslims in Nederland er eerder toe brengen zich van de terroristen af te keren dan hen te steunen. De overheidsreacties op zulke spontane pogingen tot tegenterreur dienen daar dan ook mee rekening te houden.”

    ‘Orientalism is all agression’, zeg dat wel. Misschien had Edward Said toch een beetje gelijk met die door Jansen zo gewraakte oneliner. In dit geval neemt Jansen het oriëntalisme, zoals het door Edward Said is omschreven wel heel letterlijk: de oriëntalistiek in dienst van de macht. In Jansens eigen woorden: ‘De oriëntalistiek, aldus Said, wil niet zozeer beschrijven als wel beheersen’. Zie hier. Klopt in dit geval helemaal (al heeft dit weinig meer met beheersen, maar vooral met wild erop los slaan te maken). Ik wil zeker niet zeggen dat dit tegenwoordig nog steeds voor de ‘oriëntalistiek’ geldt, maar Jansen doet wel erg zijn best. En niet op een erg subtiele manier, zacht uitgedrukt.

    Verwijderen

  126. @Ruud de Vries, ik heb gezegd dat ik zeker geen krtiekloze bewonderaar van Edward Said ben. Als je ooit een blik op mijn blog zou hebben geworpen had je dat meteen kunnen zien, waar ik ruime aandacht heb besteed aan kritiek op Orientalism, bijv. van Kanan Makiya. Ibn Warraqs Defending the West heb ik grotendeels gelezen. Alleen heb ik daar ook weer een probleem mee. Want als er iemand is met een agenda, dan is het Ibn Warraq wel. Dat is pas echt een activist, die absoluut niet vies is van duistere figuren als Pamela Geller.
    Maar het is mijns inziens goed mogelijk om tegenover Orientalism de andere kant van de medaille te laten zien, zoals Makiya dat heeft gedaan in Cruelty and Silence (Hans Jansen is hier zeker bekend mee).
    Verder leuk dat je die passage van Hans Jansen aanhaalt. Dat grapje heeft hij vaker uitgehaald. Heel geestig, maar het is wel een beetje mager als je Orientalism wilt weerleggen. Zou best weleens wat nieuws van hem willen horen. Wist je trouwens dat Hans Jansen vroeger Ibn Warraq nogal vond doorgeslagen? Dat schrijft hij in zijn ‘Nieuwe Inleiding in de Islam’. Maar dat was echt vroeger, want als je de bundel Eindstrijd leest (door Jansen samengesteld) is de bijdrage van Ibn Warraq het meest gematigd van allemaal. Ik zou overigens best van Jansen willen vernemen wat hij ziet in die duistere mystieke beschouwing van Monica Papazu. Haar beschouwing in een band met die van Paul Clietur vind ik bijna surrealistisch, maar dat terzijde.
    Over Said en de Duitse Orientalistiek (ik weet idd niet alles, gelukkig dat verder iedereen hier wel zo goed op de hoogte is😉 ), vond ik dit interessante artikel:

    Jennifer Jenkins, ‘German Orientalism; Introduction’, verschenen in Comparative Studies of South Asia, Africa and the Middle EastVolume 24, Number 2, 2004 (Duke University Press, zie http://muse.jhu.edu/journals/cst/summary/v024/24.2jenkins.html ):

    “Edward Said famously claimed that Germany did not have a “protracted sustained national interest in the Orient” and thus no Orientalism of a politically motivated sort. With this statement he omitted Germany and German scholarship from his exploration of the power/knowledge nexus that legitimated and sustained the project of European colonial empire. “There is a possibly misleading aspect to my study,” he writes, “where, aside from an occasional reference, I do not exhaustively discuss the German developments after the inaugural period dominated by [the Arabist Silvestre de] Sacy. Any work that seeks to provide an understanding of academic Orientalism and pays little attention to scholars like Steinthal, Müller, Becker, Goldziher, Brockelmann, Nöldeke—to mention only a handful—needs to be reproached, and I freely reproach myself.”

    BeantwoordenVerwijderen

  127. (vervolg) Said writes that German Orientalism was interested in the professional study of texts rather than in the exercise of colonial power. Lacking a direct “national interest,” Germany’s Orientalist scholarship existed at one remove from colonial practice and administration. Germany “had in common with Anglo-French and later American Orientalism … a kind of intellectual authority over the Orient,” Said writes; yet “there was nothing in Germany to correspond to the Anglo-French presence in India, the Levant, North Africa. Moreover, the German Orient was almost exclusively a scholarly, or at least a classical, Orient: it was made the subject of lyrics, fantasies, and even novels, but it was never actual, the way Egypt and Syria were actual for Chateaubriand, Lane, Lamartine, Burton, Disraeli, or Nerval.” In short, Said’s definition of Orientalism seems to leave no room for an exploration of the German case, which has consequently remained both underexplored and undertheorized until recently.

    The question, however, can and should be posed: Did Germany develop an Orientalist tradition of the sort described by Said? As the articles in this issue demonstrate, the answer is yes and no. In Said’s own words, Germany shared “a kind of intellectual authority” over the Orient, and it is well known that German Orientalists filled prominent university positions in a number of European countries where they engaged directly in the work of empire building. Tuska Benes’s article in this issue, for example, sets out the case for German Orientalists in Russia. The presence and international reputation of German philologists, linguists, historians, philosophers, and archaeologists in the world of nineteenth-century Oriental studies is also beyond dispute. So how can this tradition of scholarship be assessed in a way that productively connects it to histories of imperialism and the exercise of power? Possible approaches include an inquiry into the flexibility of Said’s definition on the one hand, and an exploration of the distinctive characteristics of German Orientalism on the other. Can Said’s definition of Orientalism be thought through in a way that allows for an analysis of German developments? Alternatively, which aspects of Orientalism become visible if the German case is analyzed? As scholarship has recently highlighted the presence of a variety of Orientalisms—Polish, Ottoman, Persian, and Japanese—a general broadening and rethinking of the topic seems to be in order.

    Said’s definition of Orientalism is conceptually broad but historically specific. Orientalism is “the corporate institution for dealing with the Orient—dealing with it by making statements about it, authorizing views of it, describing it, by teaching it, settling it, ruling over it.” Said ties this definition to the creation and maintenance of a colonial empire on the model of the British and French. Beginning with the work of Sacy, Said outlines a structure of thought and feeling in which scholarship aided and abetted territorial acquisition and provided crucial service to the creation of European hegemony over the East. Representations of the Orient gained currency through their portrayal of non-European realities and from their role in colonial…”

    Kwestie opgelost lijkt mij. Rest mij nog de te vermelden (eigenlijk nogmaals te benadrukken) hoewel ik zeker geen kritiekloze bewonderaar van Edward Said ben, Jansens bovenstaande artikel de sterkst mogelijke bevestiging vind van Edward Saids Orientalism. Jansen heeft erg zijn best gedaan om Said te bevestigen. Ik heb zelfs een vermoeden dat de meeste van zijn collega’s dat kunnen beamen. Over sommige andere bijdragen in dit forum hoeven we het denk ik niet te hebben.

    BeantwoordenVerwijderen

    • Over Hans Jansen:

      “Eén ding dat onmiddellijk opvalt is dat Jansen grotendeels de discussie met vakgenoten uit de weg gaat. Zo is hij in vaktijdschriften bij herhaling gewezen op vertaalfouten en andere gebreken, maar daar heeft hij nooit op gereageerd. Het enige wat hij aan dergelijke kritiek lijkt over te houden is een blijvende wrok tegen degenen die hem geuit hebben.”
      Michael Leezenberg, Onwetendheid of Oplichterij, ZemZem.

      “Sinds Jansen zich mag tooien met de hoogleraarstitel, maar vooral sinds de moord op Theo van Gogh, heeft hij alle wetenschappelijke scrupules opzij gezet. Hij is een anti-islam polemist geworden die er geen moeite mee heeft willens en wetens een verkeerde voorstelling van zaken te geven.”
      Martin van Bruinessen, in: Hans Jansen wekt irritatie bij collega islamologen, Wereldomroep, 24 april 2008.

      “Jansen haalt bepaalde koranverzen aan om te bewijzen dat de islam geweld tegen ongelovigen predikt. Maar hij gaat volledig voorbij aan het feit dat de meeste moslims die teksten heel anders lezen. Hij gedraagt zich niet als een wetenschapper maar als een schriftgeleerde, een ayatollah die vindt dat hij anderen kan vertellen hoe je de Koran moet uitleggen.”
      Dick Douwes, in: Hans Jansen wekt irritatie bij collega islamologen, Wereldomroep, 24 april 2008.

      Het is bij vakgenoten van Jansen, en ook andere academici, al jaren bekend dat Jansen zijn positie als wetenschapper heeft opgeofferd voor het voeren van politieke anti-islam propaganda. Ook ik heb hierboven opgemerkt dat Jansen zich niet gedraagt als een wetenschapper, maar als de hogepriester van een anti-islam religie.

      Deze keuze van Hans Jansen verklaart waarom hij niet meer uit de voeten kan met het werk van collega Edward Said, die dit soort politiek gedreven wangedrag in de westerse oriëntalistiek aan de kaak heeft gesteld.

      Het staat de heer Jansen vrij om middels propaganda de anti-Islam politiek van Wilders te steunen, het is alleen niet fair dat hij zijn status als emeritus hoogleraar misbruikt om bij de achterban van Wilders de schijn te wekken dat zijn negatieve uitlatingen over de Islam en de Arabier wetenschappelijk zijn onderbouwd, want dat is “volksverlakkerij”. Jansen is een sprookjesverteller geworden, en zo moeten zijn teksten ook worden gelezen, als sprookjes en niet als wetenschappelijk verantwoorde literatuur.

      BeantwoordenVerwijderen

    • Ik denk dat de arabist Jansen het juist ziet; zijn tegenstanders niet.
      HPax

      BeantwoordenVerwijderen

    • U mag denken dat arabist Jansen het juist ziet.
      Alleen heeft arabist Jansen zijn stellingen nooit kunnen bewijzen aan de hand van de tekst waar hij meent uit te putten.

      Wat doet Jansen wanneer er kritiek op zijn beweri9ngen komt?
      Juist! Deur hard dicht slaan en nergens op reageren. Want: arabist Jansen ziet het juist!

      Verwijderen

    • Deze reactie is verwijderd door de auteur.

      BeantwoordenVerwijderen

    • “Ik denk dat de arabist Jansen het juist ziet; zijn tegenstanders niet.”

      Dus dan weet jij HPax welke kritiek andere academici hebben op het latere werk van arabist Jansen en kan jij ons ook uitleggen waarom zijn tegenstanders in hun kritiek op jouw idool er naast zitten. Nou, dan zou ik zeggen steek van wal en overtuig ons, leg uit waarom zijn tegenstanders het fout hebben want Jansen zelf doet dat niet. Dus als jij dat kan dan heb je de primeur.

      BeantwoordenVerwijderen

    • Hpax, dat kun je natuurlijk wel ‘denken’ (of vinden) en in theorie zou het heel goed mogelijk kunnen zijn dat de kudde op een verkeerd spoor zit en dat er in eerste instantie slechts een enkeling dat in de gaten heeft. Zou kunnen.
      Maar ik heb toch zo langzamerhand wel wat redenen om te denken dat het in dit geval een beetje anders zit. Tot zo’n tien jaar geleden (of tot net iets daarna), was Jansen geheel into de omstreden Midden Oosten watcher Laurie Mylroye (zie hier wiki: http://en.wikipedia.org/wiki/Laurie_Mylroie ). In 2001 heb ik me, op aanraden van Jansen, zelfs geabonneerd op haar electronische nieuwsbrief en ontving ik dagelijks een (of meer) alarmistische mails over het chemische en biologische wapenarsenaal van Saddam Hussein. Bovendien kon zij ‘bewijzen’ dat Saddam achter 9/11 zat (in ieder geval dat Saddam achter de eerste WTC aanslag zat en Ramzy Yusuf zou een Iraakse geheim agent zijn geweest). Bijna niemand nam haar serieus. Jansen was echt een van de weinigen. Na de Amerikaanse invasie is gebleken dat deze mevrouw Mylroie er werkelijk op alle fronten naast zat. Niet een klein beetje, maar in alle opzichten en dan ook nog totaal. Hoewel Jansen nog in 2004 naar haar verwees, is zij na die tijd vrijwel geruisloos ingeruild voor mevrouw Littman (Bat Ye’or). Er staat ook nog een interview met haar op deze site trouwens. Een paar jaar geleden heb ik haar boek gelezen en nog van alles daar omheen (zowel andere bijdragen van mevrouw Littman, van haar medestanders en haar critici). Eerlijk gezegd denk ik dat dit minstens, zo niet nog erger is dan Laurie Mylroie. Dat deze vreemde uitstapjes van Jansen ertoe hebben geleid dat hij wat minder serieus wordt genomen, kan ik daarom wel begrijpen. In theorie is het natuurlijk mogelijk dat Jansen en die twee dames gelijk hebben (alhoewel, bij Laurie Mylroie klopte er aantoonbaar helemaal niets van en dat er bij Bat Ye’or weinig van klopt kun je afleiden uit de interne logica van haar eigen boek en bovendien meteen beamen als je ook maar enige basale kennis hebt van de geschiedenis van het Midden Oosten en de internationale politieke verhoudingen van de afgelopen decennia). Dan kun je natuurlijk wel ‘vinden’ dat dit allemaal wel klopt (dit is nu eenmaal mijn mening, en daarom even waar als alle andere meningen), maar dan ben je natuurlijk wel een grotere relativist dan al die zg cultuurrelativisten en ‘politiek-correcten’ bij elkaar. Dan is er pas echt sprake van doorgeschoten postmodernisme en dat kan nooit de bedoeling van bijv. iemand als Hans Jansen zijn. Denk daar nog maar eens over na🙂

      BeantwoordenVerwijderen

      • piet-hein nelissen27 juli 2013 22:14

        Wat een ongedisciplineerde zijwaartse bokkesprongen van iedereen de hele tijd! Gelukkig heeft Max Goedblick zijn vragen diverse keren herhaald en ons zo bij de les gehouden. Het is, althans voor mij, duidelijk dat HJ een antwoord verschuldigd is op tenminste de vragen 1. en 2., zie boven. Die zijn de belangrijkste. De antwoorden hierop moet HJ paraat hebben en in één of twee zinnen kunnen geven, omdat die funderend zijn voor zijn visie, dus waar blijven ze meneer Jansen?

        BeantwoordenVerwijderen

      • Hans Jansen, wees zo vriendelijk om ons althans uw antwoorden op MG’s vragen nrs. 1 en 2 te geven. U hebt ze paraat en kunt ze in een of twee zinnen per vraag geven. Dus voor de draad ermee. Uw onversneden (en door deze geweldige discussie geenszins ontmoedigde) bewonderaar, Piet-Hein Nelissen uit Middelburg.

        BeantwoordenVerwijderen

      • Okee meneer Jansen, nu u u weer. Graag beknopt en toch diep stekend antwoord op ten minste de vragen nrs. 1 en 2 van MG, hierboven op diverse plaatsen herhaald.

        BeantwoordenVerwijderen

      • Hans Jansen, wees zo vriendelijk om ons althans uw antwoorden op MG’s vragen nrs. 1 en 2 te geven. U hebt ze paraat en kunt ze in een of twee zinnen per vraag geven. Dus voor de draad ermee. Uw onversneden (en door deze geweldige discussie geenszins ontmoedigde) bewonderaar, Piet-Hein Nelissen uit Middelburg.

        BeantwoordenVerwijderen

      • Het moet gemakkelijk zijn voor Hans Jansen om de vragen nrs. 1 en 2 van Max Goedblick dd 12 juli, 11:56 uur, beknopt te beantwoorden? Die antwoorden moet hij paraat hebben, in zoverre geef ik MG gelijk. Piet-Hein Nelissen

        BeantwoordenVerwijderen

      • 1] De arabist H. Jansen (HJ) heeft in juni 2013 op Weblog Hoeiboei vrij snel na elkaar twee opstellen geplaatst: 1HJ = ´Ontwikkelingshulp en massa-immigratie: Cui bono?´en 2HJ = ´Egypte begeert het juk van de sharia af te schudden´.
        Beide bijdragen hebben een stroom van reacties verwekt van een omvang kwantitatief voor artikels op Hoeiboei ongewoon. Daarvan laat ik de positieve hier buiten beschouwing, ten gunste van de negatieve. Die laatste zijn steevast en monotoon van 3 personen, te weten: 1. Goedblick, 2. Schreve, en – ook dat nog – van 3. El Housaini. De laatste fungeert als HJ´s belager (Nederlands: ´stalker´).

        Ik schuif 1HJ en 2HJ in elkaar, maar doe dit met twee proviso´s, te weten: 1* Schreve komt alleen in 2HJ voor, en 2* wat ik vanaf hier verder ga typen, is naar aanleiding van de reacties
        van Schreve en Goedblick op die van mij in 2HJ, ´HPax, 25 juli 2013, 14.28u´. Daarin staat:

        IK DENK DAT DE ARABIST JANSEN HET JUIST ZIET, ZIJN TEGENSTANDERS NIET. HPax.´

        Dit vonnis had ik net zo goed in 1HJ kunnen vellen of om logistieke reden zelfs daar beter, maar hoe ook slaat hij op beide artikels van HJ, cum reacties daarop. Schreve komt dan formeel wel iets te kort, maar wie kan dat wat schelen?

        2] Nu waarom het direct gaat.

        1) AD Goedblick in 2HJ, ´comment´ 2HJ, dd25.07.13/ 20.33u. Daarin komt G. met: ´leg eens uit waarom zijn tegenstanders het fout hebben want Jansen zelf doet dat niet. Dus als jij het kan, dan heb je een primeur´.

        Welnu, G. vraagt mij het onmogelijke. Want op 1HJ staat in één (= G.´s ´comment´ 15.07.13 / 15.59u) van zijn stortvloed aan reacties: ´Studeren is niets dan woordjes leren. Dat geldt voor elke theoretische opleiding, ook voor de economie´. Met welke overtuiging G. voor mij intellectueel onbereikbaar is geworden. Ik ben geen woordenboek, ik ga hem niet nieuwe woorden leren.

        Om hem toch wat van dienst te zijn, verwijs ik G. naar mijn c 1HJ 28.06.13 / 12.16u. Laat G dat nou eens lezen – voor de eerste keer? – en blijk geven dat hij mijn ´woordjes´ begrijpt. Dan zien we verder. Maar als dat al te moeilijk is!?

        Ten slotte heb ik G. in mijn 1HJ 28.06.13 / 22.45u een brandende vraag gesteld, naar aanleiding van zijn c 1HJ 28.06.13 / 21.26u. Daarin verwittigt hij ons van het feit dat hij met het opvissen van rottende lijkjes van babies bezig is geweest. Waarom doet G. dat, waarom vertelt hij dat? Op mijn vraag heeft G. niet gereageerd.

        2) AD Schreve. Ik kan om praktisch-materiële reden S. niet zo afhandelen als G. en volsta ik in S´s geval met die naar mijn boek te verwijzen: De allochtonen en wij, Gigaboek, ed 2012.
        Ik wil liever niet dat G. mijn boek leest. Het is te moeilijk – veel te veel nieuwe woordjes – en vrees ik dan het gevolg waarvoor Plato bij monde van Sokrates waarschuwde. Sokrates ontraadde zijn leerlingen met ongetrainde mensen te debatteren. In de discussies die de laatsten niet aankunnen, ontaarden of ontpoppen ze zich als misanthropen, Ze worden gemeen en gaan vieze zeggen, zoals G. in c 1HJ 17.19u: ´Je praat poep sirik iets waar struisvogels hun anus voor gebruiken.´ G. lijkt van een onreine klasse te zijn. Neem ook zijn ´rottende baby-lijkjes´. HPax.

        BeantwoordenVerwijderen

      • @HPax,

        U schreef een boek, maar weet de betekenis van stalker niet?!

        Stalker volgens van Dale:

        stalker [stalkər] (de; m,v; meervoud: stalkers)
        1
        iemand die een ander (bv. een ex-echtgenote, een popster) hinderlijk achtervolgt, bedreigt enz.

        Ik achtervolg Jansen niet en bedreig hem ook niet.

        Als u plaats mag nemen op de stoel van van Dale, dan mag u de betekenis van woorden veranderen!.

        Ik achtervolg niemand, ik zit, zoals nog enkelen hierboven met een paar vragen, waaronder:

        “1. Waarom zou Obama als Christen en president van Amerika de Moslimbroeders “goed” vinden en sympathie hebben voor hun politieke idealen?

        2. Wat is het belang van de V.S. dat de Moslimbroeders in Egypte en daarbuiten aan de macht komen.”
        (Goedblick 12 juli, 11:56)

        Piet-Hein Nelissen wees er ook al een aantal keer op.

        Dus als Jansen hierop een gedegen antwoord weet te formuleren, zijn ‘G’, ‘EH’, PHN en ‘S’ grotendeels uitgepraat.

        Verwijderen

      • @ Hpax, ik begrijp dat bovenstaand codebericht eigenlijk een boekpromotie is? Nu ben ik best bereid om in tijden van crisis wat neer te leggen om uw dappere initiatief te steunen en bovendien heb ik ook een aardige collectie boeken, die recht tegen mijn persoonlijke overtuigingen ingaan. Ik vind het dapper van u dat u een boek publiceert (kon u er trouwens geen uitgever voor vinden?) dus daarvoor alle lof. Alleen zou u mij van dienst willen zijn en in begrijpelijk Nederlands een kleine synopsis hier in dit forum neer te pennen? Dan kan ik een eerlijke afweging maken of het de moeite waard is om daadwerkelijk tot aanschaf over te gaan. Of is het boek ook als een code-bericht opgesteld en alleen te ontcijferen door de ingewijden van Het Verzet? Helaas behoor ik niet tot die uitverkorenen, dus dan vrees ik dat uw werk voor een simpele ziel als ik ontoegankelijk zal blijven. Maar mocht u uw boekwerk wel in begrijpelijk Nederlands hebben geschreven, zou u dan zo vriendelijk willen zijn om in even helder Nederlands toe te lichten waar het in grote lijnen over gaat? Bij voorbaat dank.

        BeantwoordenVerwijderen

         
        EXCUUS, allereerst aan Jansen. Wat hierboven lijkt op een reeks boodschappen van mijn hand met ongeveer dezelfde strekking (‘herhaalde verzoeken’ volgens El-Houssein), is allemaal tijdens één sessie ingestuurd. Ik maakte de beginnersfout te denken dat mijn berichtjes niet overkwamen, en probeerde telkens opnieuw hetzelfde te plaatsen met bijna dezelfde tekst. Ik rekende buiten de verwerkingstijd die de webmaster nodig heeft om mijn bijdragen te verwerken… en droeg zo flink bij aan de rommeligheid. Het is niet mijn bedoeling almaar te zeuren om een snel antwoord op die 2 gestelde vragen. Allen excuus, ik zal herhaling voorkomen, PHN.
        • Piet-Hein Nelissen, je hebt volkomen gelijk. Dit zijn idd de kernvragen. Dat het hier weleens ontspoort komt omdat de meeste reaguurders hier graag komen praten over ‘wat doet dit allemaal met mij (en mijn eigen onderbuik)’. Tamelijk navelstaarderig. Heel postmodern eigenlijk. Alleen maar over die ‘bibelobonse beeldvorming’, om met Hans Jansen te spreken (zo heb ik hem ooit een keer de discussies rond Edward Saids Orientalism horen omschrijven). Maar het is wel aardig om te zien dat zelfs een discussie over het politieke systeem in Egypte en de internationale politieke verhoudingen hier meteen worden gerelateerd aan belangrijke persoonlijke vraagstukken als ‘de islam en ik’ (zie bijv. de bovenstaande cryptische boekpromotie van HPax). Men is hier veel meer door het postmodernisme beïnvloed en gevormd dan men zelf in de gaten heeft.
          Maar ook ik ben nog altijd er benieuwd naar een afdoend antwoord op de bovenstaande twee vragen. Dus zie er naar uit.

          BeantwoordenVerwijderen

        • Maar meneer Jansen, in een recenter blogbericht op deze site schrijft u (http://hoeiboei.blogspot.nl/2013/07/zomergast-anders.html?showComment=1375273674008):

          “Als het Westen wat het Midden Oosten betreft een beetje naar Mosaddeq had geluisterd. hadden we de rest van die namen waarschijnlijk niet gekend”.

          Al is waarschijnlijk bijna iedereen hier op dit forum dit stukje geschiedenis vergeten (zeker degenen die u hier alle lof toewuiven, omdat ze alles wat er in het Midden Oosten gebeurt relateren aan hun eigen subjectieve beleving van Moslims in Nederland), dit is wel zo verpletterend waar, dat ik me niet kan voorstellen dat u geen zinnig antwoord heeft op de openstaande twee vragen. Dus als u nou zo vriendelijk wil zijn om daar een helder antwoord op te formuleren? Uw opmerking over de episode Mosaddeq bewijst voor mij dat u daar zeker toe in staat bent.

          BeantwoordenVerwijderen

Tot  slot nog het een en ander ter verduidelijking, hier een paar youtube-filmpjes waarin Edward Said zijn werk nader toelicht. Bekijk en vergelijk met de bovenstaande bijdrage van Jansen en de daarop volgende discussie. Voor meer achtergronden (oa de invloed van Said in Nederland en de positie die Hans Jansen inneemt tov zijn collegae) lees zeker Leon Buskens, Islamonderzoek in de publieke sfeer (2010).
 
Zie hieronder Edward Saids voordracht ‘The Myth of the Clash of Civilizations’, waarin hij het werk van Huntington behandelt:
  1.  

Nawal el-Saadawi over de tweede omwenteling in Egypte

Hoewel het misschien nog te vroeg is om de ‘tweede fase’ van de revolutie in Egypte te duiden (is het een contra-revolutie en een terugkeer naar de oude situatie of een correctie op een dreigende ontsporing?), hier een interview met Nawal al-Saadawi (Kafr Tahla, 1931), arts, schrijfster en zo’n beetje de belangrijkste feministe van de Arabische wereld. Iemand voor wie ik een grote bewondering heb. Bij de demonstraties op het Tahrirplein die leidden tot de val van dictator Mubarak, stond zij daar als ‘Grootmoeder van de Revolutie’, samen met de jongeren. Met een lang verleden als dissdent en als politieke gevangene, was zij nergens bang voor. Ook daarna niet.
Hoe het verder zal gaan weet niemand zeker. Maar zij is in ieder geval hoopvol. Zie interview hieronder (filmpje van de site van de Guardian)

Biografie (van haar website http://www.nawalsaadawi.net/ )

A SHORT BIOGRAPHY:

Nawal El Saadawi is a world renowned writer. She is a novelist, a psychiatrist, and author of more than forty books, fiction and non fiction. She writes in Arabic and lives in Egypt. Her novels and her books on the situation of women have had a deep effect on successive generations of young women and men over the last five decades.

As a result of her literary and scientific writings she has had to face numerous difficulties and even dangers in her life. In 1972, she lost her job in the Egyptian Ministry of Health because of her book “Women and Sex” published in Arabic in Cairo (1969) and banned by the political and religious authorities, because in some chapters of the book she wrote against Female Genital Mutilation (FGM) and linked sexual problems to political and economic oppression. The magazine Health, which she founded and had edited for more than three years, was closed down in 1973. In September 1981 President Sadat put her in prison. She was released at the end of November 1981, two months after his assassination. She wrote her book “Memoirs” from the Women’s Prison on a roll of toilette paper and an eyebrow pencil smuggled to her cell by an imprisoned young woman in the prostitutes ward. From 1988 to 1993 her name figured on death lists issued by fanatical religious political organizations.

On 15 June, 1991, the government issued a decree which closed down the Arab Women’s Solidarity Association over which she presides and handed over its funds to the association called Women in Islam. Six months before this decree the government closed down the magazine Noon, published by the Arab Women’s Solidarity Association. She was editor-in-chief of the magazine.
During the summer of 2001, three of her books were banned at Cairo International Book Fair. She was accused of apostasy in 2002 by a fundamentalist lawyer who raised a court case against her to be forcibly divorced from her husband, Dr. Sherif Hetata. She won the case due to Egyptian, Arab and international solidarity. On 28 January, 2007, Nawal El Saadawi and her daughter Mona Helmy, a poet and writer, were accused of apostasy and interrogated by the General Prosecutor in Cairo because of their writings to honor the name of the mother .

They won the case in 2008. Their efforts led to a new law of the child in Egypt in 2008, giving children born outside marriage the right to carry the name of the mother. Also FGM is banned in Egypt by this law in 2008. Nawal El Saadawi was writing and fighting against FGM for more than fifty years.

Her play “God Resigns At the Summit Meeting” was banned in Egypt during November 2006 and she faced a new trial in Cairo court raised against her by Al Azhar in February 2007, accusing her of apostasy and heresy because of her new play. She won the case on 13 May 2008.

Nawal El Saadawi had been awarded several national and international literary prizes, lectured in many universities, and participated in many international and national conferences.

On May 3, 2009, in New York she presented the Arthur Miller Lecture at the Pen International Literary Festival.
Her works have been translated into more than thirty languages all over the world, and some of them are taught in a number of universities in different countries.

Exhibition of Mahmoud Sabri in London (25th June – 6th July, La Galleria Pall Mall)

محمود صبري

M.Sabri_1[1]

Mahmoud Sabri (1927-2012)

This summer (25th June – 6th July) a very unique and special exhibition will be held in London: ‘Mahmoud Sabri; a retrospective’. Mahmoud Sabri (1927-2012) was one of the leading artists of Iraq, for many one of ‘the big three’ who were crucial for the Iraqi modern art movement, as mentioned by the Iraqi artist Ali Assaf (Rome), in the introduction of ‘Acqua Ferita’ (‘Wounded Water’), the catalogue of the Iraqi Pavilion at the Venice Biennial of 2011 (see also here on this blog). Unless the other two, Jewad Selim and Shakir Hassan al-Said (also discussed a few times on this blog, like here) the role of Mahmoud Sabri seems almost being erased from history. In most literature he isn’t even mentioned, or at least as a footnote, without showing one of his works. Also for me it was not easy to find a proper reproduction of one of his works, till around 2010, when his daughter Yasmin Sabri (working as a computer scientist based in London) launched a website with many of his works and writings.

The main reason that Sabri seems to be forgotten is that he was a dissident of the regime of the Ba’thparty from the very first moment. When the Ba’thists for the first time came to power, in 1963 , Sabri wrote a manifesto in which he stipulated the fascist nature of the new regime. Immediately after he went into exile. For decades he lived in Prague, during the years of the Cold War, so out of sight of Western critics and exhibition-makers, who started gradually to pay some interest in the modern art of the Middle East. Also later he became for many too much an outsider or exile, to be discussed in the history of the modern art movement of Iraq or the Middle East in general. Although he lived the last decade of his live in London, where many initiatives took place in the field of contemporary art of the Middle East, both in literature as in several exhibitions, his importance for the Iraqi modern art and contemporary art wasn’t really recognised.

He was never forgotten by many Iraqi artists. Very often I heard, when I was interviewing the Iraqi artists in exile here in the Netherlands, that Sabri was one of the greatest pioneers and an important key-figure, in pushing the Iraqi modern art forward. Many of them consider Sabri as a symbolic teacher and a source of inspiration. For example, when in 2000 thirty Iraqi artists, based in the Netherlands, came together to held a group exhibition in The Hague, they dedicated this initiative to Mahmoud Sabri.

For me it is a great pleasure to announce this wonderful initiative by Yasmin Sabri and Lamice el-Amari, professor theatre studies based in Berlin. Later this month I will visit this exhibition myself and will write an extensive article on Mahmoud Sabri, in which I also will discuss this exhibition.

From http://www.lagalleria.org/section697199.html:

 97percent_human[1]

Mahmoud Sabri, 97 percent Human

Mahmoud Sabri

Mahmoud Sabri – A Retrospective

An exhibition of the pioneering Iraqi artist Mahmoud Sabri
25th June – 6th July

The exhibition features the work of the pioneering Iraqi artist Mahmoud Sabri (1927 – 2012) and takes us through his lifetime journey, from his early work that reflected the suffering of the Iraqi people to his pursuit of a new form of art that represented the atomic level of reality revealed by modern science which he termed “Quantum Realism”.
At the age of forty, Sabri started working on the relationship between art and science, and its link to social development. In 1971 he published his Manifesto of the New Art of Quantum Realism (QR). QR is the application of the scientific method in the field of art and graphically represents the complex processes in nature. In his words, “Art is now the last area of human activity to which the scientific method is still not applied”.
His Quantum Realism collection is displayed for the first time in the UK. The exhibition presents a unique opportunity to see a comprehensive collection of Sabri’s work spanning over 4 decades.
Mahmoud Sabri was born in Baghdad in 1927, he studied social sciences at Loughborough University in the late forties. While in England, his interest in painting developed and he attended evening art classes. Following university, he worked in banking and at the early age of 32 he became the deputy head of the largest national bank in Iraq, the Al-Rafidain Bank. He resigned from the bank to take the responsibility for establishing the first Exhibitions Department in Iraq and to set up the first international exhibition in Baghdad in 1960. Following that, he decided to focus on painting, resigned from his job and went to study art academically at the Surikov Institute for Art in Moscow 1961-1963. After the Baathist coup d’état in Iraq (1963), he moved to Prague to join the Committee for the Defence of the Iraqi People. His paintings during that period reflected the suffering of the Iraqi people under that regime. From the late 60s he started working on Quantum Realism and continued to develop it until his death in April 2012 in the UK.
Mahmoud Sabri was a member of the Iraqi Avant-garde artists group. He was a founder member of the Society of Iraqi Artists. He had several publications on art, philosophy and politics (in Arabic and English). He lived most of his life in exile. (More info on QR on www.quantumrealism.co.uk )

Events
29th June, 14:00 – 15:30: Artist Satta Hashem will give a lecture and a guided tour of Sabri’s work
3rd July, 18.00 – 20.00: Symposium – Mahmoud Sabri and art in Iraq. Includes a panel discussion and documentary films

The exhibition is open 25th June – 6th July, 2013
Mon -Saturday: 11:00 – 19:00
Sunday 30th Jun: 12:00 – 18:00
Saturday 6th Jul: 11:00 – 17:00

 

La Galleria Pall Mall
30, Royal Opera Arcade
London SW1Y4UY

Extract_from_Watani_My_Country-60s[1]

Mahmoud Sabri, extract from ‘Watani’ (My Country), 1960’s

Mother[1]

Mahmoud Sabri, ‘Mother’

Hydrogen_Atom_-_1990s[1]

Mahmoud Sabri, Hydrogyn Atom (1990’s)

Air_-2[1]

Mahmoud Sabri, Air- 2

Water_._Salt_and_Vinegar[1]

Mahmoud Sabri, Water, Salt and Vinegar

More is coming after I visited the exhibition myself. See for more information: http://www.lagalleria.org/section697199.html

More on Mahmoud Sabri: www.quantumrealism.co.uk

Update (2-7-2013): An impression of the exhibition (more details will follow later)

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

Mahumoud Sabri, The Hero, oil on canvas, 1963

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

 

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE Exif_JPEG_PICTURE

photos by Floris Schreve

De culturen en de geschiedenis van Amerika’s oorspronkelijke bewoners deel 2

Vervolg van de belangrijkste cultuurgebieden van Noord Amerika (zie voor het begin deel 1)

De Plains

De culturen van het gebied van de centrale plains van het Noord Amerikaanse continent zouden uiteindelijk het meest bekend worden. De stereotype indiaan lijkt nog het meest op een nomadische bewoner van de plains. Met de nadruk op ‘lijkt’, want totempalen bijvoorbeeld, kwamen op de plains niet voor. Wel weer aan de noordwestkust, maar de bewoners uit dat gebied leken verder in werkelijk niets op het gevederde prototype van Hollywood. De bewoners van de Noordwestkust leefden niet in tipi’s en de bewoners van de plains kenden geen totempalen. Nu is ook Hollywood tegenwoordig niet meer wat het geweest is (althans, lang niet meer zo erg) en worden er tegenwoordig films over indianen gemaakt waarin zelfs de authentieke talen worden gesproken, maar het beeld is wel stevig verankerd in onze populaire cultuur, zie bijv. de onderstaande foto van de indianengadgets van playmobil (tipi en totempaal broederlijk bijeen in een landschap waarvan de rotsformaties sterk lijken op die van Monument Valley, aan het begin van de Grand Canyon). Dus nogmaals, de combinatie van een tipi en een totempaal was in de negentiende eeuw of daarvoor met grote zekerheid uit te sluiten; daar lag immers een paar duizend kilometer tussen. Monument Valley ligt weer stukken zuidelijker, in het hart van het gebied van de Pueblo culturen. Kortom, het playmobil tableau toont ons een echte ‘multiculturele utopie’.

playmobil

Het Westernpretpakket van Playmobil (bron: bol.com). 

De vraag is natuurlijk waarom de bewoners van de plains meer het beeld van ‘de indiaan’ hebben bepaald dan de bewoners van de Pueblo’s uit het zuidwesten, de maisboeren van het oosten of de vissers en walvisjagers van het noordwesten. Daar is wel een verklaring voor. De bewoners van de plains behoren tot de indianen die het laatst door het Amerikaanse leger zijn onderworpen en ook misschien het langst en het meest hardnekkig verzet hebben geboden (net als de Apaches, eigenlijk slechts de verzamelnaam voor de nomadische Na Dene volkeren uit het zuidwesten, maar die zijn achteraf ook legendarisch geworden). Maar ook de namen ‘Sioux’ (staat voor de Lakota, Nakota en Dakota), ‘Blackfoot’, ‘Pawnee’ en ‘Comanche’ doen wel ergens een lichtje branden en behoren tot het (inmiddels weer wat gezonken) erfgoed van de populaire cultuur van de twintigste eeuw.

Dan nu de echte culturen van de plains. Tot tenminste de zeventiende of de achttiende eeuw waren de plains niet eens een heel dichtbevolkt gebied. Het was (en is) niet de meest  vriendelijke plek om je te vestigen, gezien de soms extreme natuurlijke omstandigheden. Doordat de bergketens op het Amerikaanse continent vooral van noord naar zuid lopen, in plaats van naar oost en west, zijn de klimatogische verschillen bijzonder groot. De zomers zijn er heet en de winters extreem koud. Ook is dit het gebied waar de befaamde Amerikaanse tornado’s voorkomen. De iets oostelijke prairies, de vlakten met het hoogstaande gras, hebben dan nog een vriendelijke klimaat dan de dorre westelijke plains, die slechts doorsneden wordt door diepe rivierdalen met steile kliffen.

Voor de komst van de Europeanen waren vooral de oevers van de Missouri en sommige van haar zijrivieren bewoond. De bevolking was in regel sedentair,  leefde van de maïsbouw en woonde in nederzettingen bestaande uit koepelvormige woningen, bedekt met aarde of plaggen. Gedurende de zomermaanden ging men waarschijnlijk soms te voet op jacht. Op dat gebied had het plainsgebied een groot voordeel te bieden; er liepen enorme bergen vlees rond, in de vorm van bizons. De jacht op deze grote oerrunderen was overigens nog niet zo simpel en ook niet geheel zonder gevaar. Het was natuurlijk mogelijk om na lang onderweg te zijn een paar bizons te doden, maar veel zal het niet hebben opgeleverd. Een andere jachttechniek was om een kudde bizons in een keer een ravijn in te jagen. Deze jachtmethode kwam al sinds de prehistorie voor . Het nadeel hiervan was dat bij regelmatige beoefening de wildstand drastisch omlaag ging. En vlees kun je niet lang bewaren, dus het meeste ging verloren.

Curtis Mandan_lodge  

Edward S. Curtis, Mandan Earth Lodge, 1908

Karl Bodmer, Mandandorp op klif

Karl Bodmer, Mih-Tutta-Hangjusch, a Mandan village, aquatint op papier, uit ‘Maximilian, Prince of Wied’s Travels in the Interior of North America, during the years 1832–1834’

Image-Mandan_lodge_interior

Karl Bodmer, Interior of a Mandan House, aquatint op papier, uit ‘Maximilian, Prince of Wied’s Travels… (idem)

Er hebben waarschijnlijk altijd kleine groepjes nomaden op de plains geleefd, maar de meeste bewoners leefden in vaste nederzettingen langs de rivierdalen. Zoals de Mandan, de Arikara, de Hidatsa, maar ook de Pawnee nog deden toen de Europeanen arriveerden (dat is ook uit opgravingen gebleken, hun culturen bestonden al eeuwen).

Met de komst van de Europeanen naar de Nieuwe Wereld veranderde er echter iets. Dat was de introductie van het paard. Voor  die tijd gebruikte de bevolking van de plains alleen de hond als lastdier. Deze trok in regel de ‘travois’, een van de palen van de tipi’s gemaakte slee, met daarop de complete huisraad in bundels verpakt. De tipi’s in die tijd waren om die reden dus veel kleiner, om de simpele reden dat een hond niet zulke lange palen kan meeslepen als een paard. Door het paard veranderde er dus veel. Het jagen op bizons en het nomadische leven in het algemeen werd opeens veel aantrekkelijker. Zo aantrekkelijk zelfs dat er ook stammen in de aangrenzende gebieden van de plains waren, zowel ten oosten als ten westen van de plains, die hun sedentaire leven opgaven, om een nomadisch leven op de grote vlaktes te gaan leiden. Er zou een compleet nieuwe plainscultuur ontstaan. De cultuur van de nomadische indiaan te paard, die in tipi’s leefde en op bizons jaagde was dus een cultuur die pas na de komst van de Europeanen was ontstaan.

Blackfoot Travois, Vrutis, 1925

Edward S. Curtis, Blackfoot travois, 1925. Voor de komst van het paard waren de travois (en dus ook de tentpalen) veel kleiner, omdat die door honden werden voortgesleept. Ook in dat opzicht betekende de komst van het paard een vooruitgang 

De chronologie van het ontstaan van deze nieuwe plainscultuur verliep ongeveer als volgt. In 1541 trok een expeditieleger van Spaanse conquistadores, onder leiding van Francisco Vásquez de Coronado de zuidelijke plains op. Zij waren op zoek naar ‘De Zeven Steden van Cibola’, waarvan zij hadden gehoord dat die nog meer schatten zouden herbergen dan de hoofdsteden van de Azteken en de Inca’s. Achteraf weten we dat deze Zeven Steden van Cibola de Pueblo’s van de Zuni in Arizona waren en dat dezen hoe dan ook interessant waren, maar dat er geen grammetje goud te vinden was. Maar dit terzijde.

Van Coronado’s expeditie kennen we ook de eerste Europese ooggetuigenverslagen van de bewoners van de Plains, nomaden die te voet de bizonkuddes volgden. Maar het omgekeerde was ook het geval. De bewoners van de plains maakten voor het eerst kennis met het paard. Uit het kampement van Coronado zijn waarschijnlijk ook een paar paarden ontsnapt. Dat is die paarden zeker niet slecht bevallen, want de omgeving bleek ideaal te zijn om als wild paard te overleven. Deze paarden plantten zich ook snel voort en binnen de kortste keren zwierf de eerste kudde wilde paarden over de plains. Het zouden er snel meer worden.

hi_assiniboine_camp_near_rocky_mtns_curtis_a2zcds1 - kopie

Edward S. Curtis, Assiniboin-camp near the Rocky Mountains

Het ontstaan van de ruitercultuur gebeurde iets later, in de eerste decennia van de achttiende eeuw. Aan het eind van de zeventiende eeuw hadden Spaanse kolonisten zich gevestigd langs de Rio Grande, tegenwoordig de Mexicaans/Texaanse grens. De Apaches uit dat gebied, die met deze kolonisten handel dreven, verkregen van hen de eerste paarden en ontwikkelden al snel hun eigen ruiterkunst. Rond 1700 hadden de Comanches zich op de zuidelijke plains gevestigd en waren zij volledig te paard. Daarna ging het heel snel. In 1750 reden de Noordelijke Plains Cree in het huidige Canada  op paarden (bron: John E. Lewis (ed.), The Mammoth Book of Natve Americans, Londen, 2004). Als je bedenkt dat de typische ‘plainscultuur’ in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw ten einde kwam, toen alle stammen uit dit gebied werden onderworpen en tot een gedwongen sedentair bestaan in reservaten, heeft deze cultuur, iconisch geworden voor het beeld van ‘de indiaan’, maar heel kort bestaan. Niet meer dan honderdvijftig à tweehonderd jaar, waarvan de laatste fase (1860-1890) vooral werd bepaald door een reeks bittere oorlogen met de snel groeiende grootmacht, de Verenigde Staten van Amerika.

Het leven op de plains, voorheen vooral een strijd om te overleven, werd opeens veel eenvoudiger en daarom aantrekkelijk. Er trokken steeds meer stammen naar de plains, om hun geluk als nomadische ruiter en bizonjager te beproeven. De Lakota/Dakota groep leefde oorspronkelijk veel oostelijker, net als de Algonquin sprekende Cheyenes en Arapaho’s. Van de Soshones uit de Rocky Mountains splitste zich een groep af, die bekend zou worden als de Comanches en een aantal inwoners van de Tewa Pueblo’s uit het huidige New Mexico vestigden zich op de plains en zouden bekend worden onder de naam Kiowa.    

Plains

De belangrijkste stammen van het plainsgebied

Toen rond 1850 de eerste Amerikaanse kolonisten de westelijke plains binnendrongen, kregen zij te maken met de volgende nomadische volkeren (de sedentaire volkeren van de oostelijke plains/prairies of de oevers van de Missouri sla ik in dit rijtje over). Helemaal in het noorden, ver in Canada hadden de Na-Dene sprekende Sarsi de nieuwe plainscultuur geadapteerd. Iets ten zuiden van hen waren dat een deel de Algonquin sprekende Cree, oorspronkelijk woudbewoners en pelsdierjagers. Het grootste gebied van de noordelijkste plains, ongeveer totaan de grens met de Verenigde Staten werd gedomineerd door de Blackfeet (eigenlijk ‘Nitsitapi’), verdeeld over vier substammen: de noordelijke Piegan, de zuidelijke Piegan, de Kalinai (Blood Blackfoot) en de Siksikawa (‘The Real Blackfoot’).

Op de grens met Canada en de VS (aan de noordkant van de bovenloop van de Missouri) leefden de Siouanisch sprekende Atsina (ook bekend als ‘Gros Ventre’, al noemden zij zichzelf ‘Nakoda’) en de Assiniboin (die zichzelf ‘Nakota’) noemden. Aan de andere kant van de Missouri, vooral in het stroomgebied van de Yellowstone leefden de Siouanisch sprekende Crow (Apsarokee), die zich hadden afgesplitst van de sedentair levende Hidatsa, die in vaste dorpen leefden langs de oevers van de noordelijke Missouri. Dit waren de aartsvijanden van de ‘echte Sioux’ (de Teton Sioux, eigenlijk ‘Lakota’). Hun vijandschap zat zo diep dat zij, gedurende de lange reeks oorlogen van de Lakota met het Amerikaanse leger, zij altijd de kant van de blanke bezetter hebben gekozen en vaak als verkenner hebben gediend in het Amerikaanse leger.

curtis020_sJPG_950_2000_0_75_0_50_50_sJPG_-693x533

Edward S. Curtis, Village Herald, Lakota, 1909 (bron)

Sioux Camp Pine Ridge

Lakota Kamp in het Pine Ridge reservaat, 1891. Het plaatje ziet er vrij ‘ongerept’ uit, het zou zo een scene uit Dances with Wolves kunnen zijn. Toch was dit minder dan een jaar na de massa-slachting van Wounded Knee (december 1890)

Ten zuiden van de Yellowstone, in het land van de Powder River en de Black Hills lag het kerngebied van de Lakota, oftewel de Teton Sioux, verdeeld in zeven substammen, vaak bekende namen uit diverse ‘indianenlectuur’, van populaire westerns tot historische overzichtswerken. Dat zijn de Oglala, de Hunkpapa, de Brulé (Sichangu), de Mininconjou, de Sans Arcs (Itazipcho), de Blackfoot (eigenlijk Sihasapa, niet te verwarren met de Algonquin Blackfoot) en de Two Kettle (Oohenonpa).  Zij deelden dit gebied overigens met hun belangrijkste bondgenoten, de gezamenlijk optrekkende Algonquin-sprekende Noordelijke Cheyene en Arapaho (er was ook nog een zuidelijke groep).

Overigens behoorden ook tot de echte Sioux de ten oosten van de Missouri levende groepen, die zichzelf  Dakota noemen (daar komt dus de naam van de twee staten North en South Dakota vandaan). Zij waren opgesplitst in de Yankton (bestaande uit de eigenlijke Yankton en de Yanktonai) en de Santee, de bewoners van de rand van het prairiegebied in Minesota. De Santee waren verdeeld in de Mdewakanton, de Sisseton, de Wapeton en de Wahpekute. De namen van de laatsten zouden bekend worden van de korte maar bloedige oorlog van 1862. Het op dit blog eerder besproken werk van de kunstenaar Tommy Canon ‘Andrew Myrick’ verwijst naar deze oorlog (zie mijn artikel Hedendaagse kunst van Indiaans Amerika).

Ten zuiden van de Platte River, tot en met het stroomgebied van de Arkansas (in de huidige staten Nebraska en het oosten van Colorado), leefden de zuidelijke Cheyene en Arapaho. Iets oostelijker lag het gebied van de Pawnee (behorend tot de Hokan-Caddo taalfamilie), die voornamelijk sedentair leefden, maar soms ook een nomadisch bestaan leden. Dit waren eveneens bittere vijanden van de Lakota en hun bondgenoten en ook zij dienden vaak in het Amerikaanse leger (in de film Dances with Wolves zijn zij de ‘hanenkamdragende’ vijanden van de Lakota).

1985.66.99.tif

George Catlin, Portrait of Horse Chief (Pawnee), olieverf op doek, 1832. De schilder George Catlin (1796-1872) reisde in de jaren dertig van de negentiende eeuw door het Amerikaanse westen en bezocht de meeste volkeren in het Plainsgebied, in een periode dat de echte kolonisatie nog niet begonnen was (in regel werd hij ook hartelijk ontvangen en sloot hij snel vriendschap met zijn gastheren, die vaak bijzonder geïntrigeerd waren door zijn portretkunst). Hij schilderde taferelen uit het dagelijks leven en portretteerde een flink aantal leiders van toen, in een in ieder geval zeer persoonlijke stijl (over de artistieke kwaliteit wordt verschillend gedacht, ik heb er overigens wel een zwak voor). Het grootste deel van zijn hoe dan ook unieke oeuvre (dat van grote historische waarde is, net als het werk van Karl Bodmer en helemaal het immense oeuvre van Edward Curtis) bevindt zich in het Smithonian Institute in New York (zie hier).

Ten zuiden van de Arkansas, tot en met het stroomgebied van de Red River en nog iets meer naar het zuiden lag het leefgebied van de Kiowa en de Comanche, beiden behorend tot de Uto Azteekse taalfamilie. De Kiowa waren afgesplitst van de Tewa Pueblo uit New Mexico en de Comanche waren afgesplitst van de Soshones uit de Rocky Mountains. Gedeeltelijk in hun gebied, of iets ten westen daarvan lag, tenslotte, het gebied van de plains Apache, het roemruchte nomadenvolk van het zuidwesten (Na-Dene), dat in vele kleine subgroepen was verdeeld. Op de plains leefden de Kiowa Apache (danken hun naam omdat ze veel met de Kiowa optrokken) en de Lipan Apache. In het dal van de Rio Grande leefden de Mescalero-Apache, wereldberoemd dankzij de Winnetou-boeken van Karl May (al hebben die weinig met de realiteit te maken). De meeste andere substammen van de Apache leefden westelijker, in New Mexico en Arizona. De Apaches zullen nog uitgebreid aan bod komen bij de behandeling van het Zuidwestelijke cultuurgebied. 

Qanah Parker

Quanah Parker, de laatste leider van de nog in vrijheid levende Comanches. In Nederland is zijn naam vooral bekend uit de roman van Arthur Japin, De Overgave. Bron http://www.npr.org/2011/05/20/136438816/the-rise-and-fall-of-the-comanche-empire, overigens een interview met de Amerikaanse schrijver S.C. Gwyne, die een geschiedenis van de Comanches schreef, The Rise and the Fall of the Comanche Empire, 2010 

Tot zover de nomadenvolkeren van de plains. In de meer oostelijke gebieden leefden, met name langs de grote rivieren, een aantal sedentaire stammen (vooral maisboeren). Dat waren, van noord naar zuid langs de Missouri: de Hidatsa (Siouanisch, nauw verwant aan de Crow), de Mandan (Siouanisch), de Arikara (Hokan-Caddo), Ponca (Siouanisch), Omaha (Siouanisch), Iowa (waar de staat Iowa naar is genoemd, Siouanisch) , Oto (Siouanisch), Missouri (Siouanisch) en Kansa (waar de staat Kansas naar is genoemd, Siouanisch). Op de prairiegebieden ten zuiden van de Missouri leefden de sedentaire Osage (Siouanisch), Quapaw (Siouanisch) en Wichita (Hokan-Caddo).

Catlin1

George Catlin, Buffalo hunt under wolfskin-masks, jaren 1830

Catlin2

George Catlin, Buffalo Hunt, a surround by the Hidatsa, jaren 1830

Catlin3

George Catlin, Buffalo Hunt, 1844

bizonhuid detail

Cadzi Cody (Charlie Codsiogo, 1866-1912), beschilderde huid met uitbeelding van de bizonjacht en de zonnedans (detail), ca 1900 (Wind River Soshone). Het fenomeen ‘Zonnedans’, komt hieronder nog ter sprake. Nu te zien in de Nieuwe Kerk

Voor de nomaden van de plains draaide het grootste deel van het leven om de bizon. De bizon leverde zo’n beetje alles wat men nodig had; vlees, materiaal voor kleding, tenten, t/m lijm, dat uit de botten werd gedestilleerd. De bizon werd dan ook als een heilig dier vereerd.

Men was voor het bestaan afhankelijk van een hoge wildstand. Vandaar dat de bewoners van de plains daar ook heel bewust mee omgingen. Het wegschieten van duizenden  bizons door de Europeanen, slechts voor de tong en de huid was voor de indianen dan ook een gruwel. De laatste Comanche-oorlog (die van 1874) was dan ook mede een strijd om het behoud van de bizon, zoals Dee Brown het in zijn grote klassieker ‘Bury my heart at Wounded Knee’ (1873) omschreef. Uit dit werk haal ik ook de woorden van Satanta (Witte Beer) aan, een van de belangrijkste leiders van de Kiowa: ‘Is de blanke man een kind geworden, dat hij zo onbekommerd doodt zonder te eten? Als rode mannen wil doden doen zij dat om van te leven en niet te verhongeren.’ (Dee Brown, Begraaf mijn hart bij Wounded Knee, Hollandia, Baarn, 1971, p. 212)

Catlin_BuffaloDance1

George Catlin, Buffalo Dance, 1831

De bewoners van de plains hielden er in het algemeen (per volk waren er natuurlijk verschillen) een holistisch religieus wereldbeeld op na. Holistisch in de ware zin van het woord dan. Zij geloofden dat alles in de natuur met elkaar verbonden was.  Om de Lakota mysticus en religieus leider Black Elk (1860-1953) aan te halen, die dit prachtig heeft verwoord: ‘In alles wat de Indiaan doet vindt U de cirkelvorm terug, want de Kracht van de Wereld werkt altijd in cirkels en alles tracht rond te zijn…De bloeiende boom was het levende middelpunt van de kring en de cirkel van de vier windstreken deed hem gedijen…De hemel is rond en ik heb gehoord dat ook de aarde rond is als een bal en de sterren eveneens. De wind draait rond als hij op zijn allersterkst is. Vogels bouwen ronde nesten omdat hun geloof gelijk is aan het onze. De zon komt op en gaat onder in een boog. De maan doet hetzelfde en beide zijn rond’ (geciteerd uit Ton Lemaire, ‘Wij zijn een deel van de Aarde’, Utrecht, 1988, p. 22 ).

De religie van de volkeren van de plains werd omlijst met verschillende initiatieriten. Jonge mannen moesten zich vaak een tijdje  zonder eten of drinken eenzaam in de wildernis terugtrekken om tot volwassen  man te worden ingewijd. Er bestonden ‘zweethutten’ waarbij met verschillende technieken visioenen trachtte op te wekken. Er zijn veel verhalen bekend van machtige sjamanen of ‘medicijnmannen’ die over magische vermogens beschikten en bijvoorbeeld bizonkoppen konden laten spreken. Magie maakte een belangrijk onderdeel uit van het religieuze leven.

Een van de meest tot de verbeelding sprekende ceremonies was de zonnedans. In het midden werd een grote paal geplaatst, waar aan de top een aantal lijnen waren bevestigd. De andere uiteinden van die lijnen werden met benen pinnen in het borstvel van de dansers aangebracht, in regel jonge mannen. Zij moesten, met die pinnen in hun vlees en hangend aan de touwen rond de paal dansen tot ze erbij neer vielen. Aan de visioenen die zij hadden werd vaak een belangrijke betekenis toegekend.

Black Elk en Sitting Bull

Twee van de bekendste spirituele leiders van de Lakota. Links: Black Elk (1860-1953), mysticus en dichter. Rechts: de beroemde Lakota-leider Tatanka Yontanka, oftewel Sitting Bull (1831-1890), onder wiens leiding de grote overwinning op het leger van Generaal Custer bij de Little Bighorn werd behaald. Sitting Bull was vooral ook een religieus leider (op deze foto, die gemaakt moet zijn in de jaren tachtig van de 19e eeuw, dus nadat hij zich al had overgeven en in Pine Ridge leefde, is hij te zien in zijn uitrusting als sjamaan). Hij zou voor de grote overwinning een visioen hebben gehad, waarbij de blanke soldaten uit de hemel vielen en een stem tot hem zei ‘Ik geef u dezen, want zij hebben geen oren’. Toen het zevende Cavelerie Regiment van het Amerikaanse leger, olv generaal Custer het kamp van de verenigde Lakota, Cheyene en Arapaho aan de Little Bighorn wilde aanvallen, gingen zijn krijgers in tegenaanval en werd het complete regiment tot de laatste man vernietigd.
Hieronder: twee registraties van de roemruchte ‘Sundance’ ceremonie. Hier direct onder: een verbeelding van George Catlin, Indian Sundance, 1850. Daaronder: Een zeldzame fotografische registratie van deze ceremonie bij de Arapaho uit 1893 (toen deze ceremonie in de reservaten uiteraard al verboden was)

Sundance compilatie

Oscar Howe Sundance aquarel 1949

Oscar Howe, Sundance, aquarel, 1949, nu te zien op de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk. Oscar Howe (1915-1983, Yanktonai Dakota) was een van de kunstenaars die werd opgeleid aan de Studio School in Santa Fe (Arizona). Deze opleiding voor ‘Native American Art’, zou iets ook de belangrijkste vertegenwoordigers van de ‘New Indians’ voortbrengen, een groep Native American artists die met ironsische werken hun geschiedenis becommentarieerden en de positie van de Native in de moderne Amerikaanse samenleving verbeelden. Aan hun belangrijkste representant, Fritz Scholder (1937-2005), die ook aan dit instituut werd opgeleid heb ik eerder op dit blog uitgebreid aandacht besteed, zie Moderne kunst van Indiaans Noord Amerika 

pipe (Oglala)

‘Vredespijp’, met bijbehorende attributen (Oglala Lakota, bron). De rode steen, waarvan de pijpenkoppen zijn gemaakt, kwam al eeuwen lang uit een groeve bij Minesota en werd over zo’n beetje het hele continent verhandeld. Ook de Moundbuilders gebruikten deze steensoort, van de plek die nu bekend staat als Pipestone National Monument.

 Arikara Shield

Schild (Arikara), ca 1850 (bron)

Coupstick Crow

‘Coupstick’ van de Crow (Apsarokee). Soms betraden krijgers slechts bewapend met een volstrekt ongevaarlijke coupstick als deze het slagveld. Het was dan een sport om je vijand aan te tikken en dan weer de vijandelijke meute heelhuids te verlaten. Daar viel meer eer aan te behalen dan aan het doden van de vijand.

Louter vreedzaam waren de nomaden van de Plains overigens zeker niet, al  hadden de afzonderlijke volkeren en verschillende reputatie. De Comanches van de zuidelijke plains waren berucht om hun wreedheid. Noordelijker hadden ook de Lakota een stevige reputatie, al gold dit ook voor hun grootste tegenstanders, de Crow en de Pawnee. Toch heerste er in het algemeen (excessen zijn er natuurlijk genoeg geweest) een vrij strenge moraal rond het beoefenen van de krijgskunst. Het was eervoller om je tegenstander te verslaan en niet te doden (omdat je dan ook nog veilig weg moest komen, wat natuurlijk ook een kunst is). Of om je vijand, op eigen grondgebied een tik te geven met een ‘coupstick’, dat werd eigenlijk gezien als de hoogste vorm van krijgsmoed. ‘Oorlog’ werd in regel als een ruwe (en wellicht riskante) sport gezien, waaraan veel eer viel te behalen. Vaak gingen opstootjes tussen stammen om wie de meeste paarden kon buitmaken. Eer viel dan ook te behalen om zoveel mogelijk tegenstanders te vlug af te zijn of uit te schakelen, zonder te doden, al gebeurde dat wel geregeld. Maar dat was niet de norm. Een krijger verdiende op die manier de nodige onderscheidingen, vaak in de vorm van arendsveren, die op het (achter)hoofd werden gedragen.  Of, bij degenen die een uitzonderlijke staat van dienst hadden en leiders, verwerkt in een tooi (de nu bij ons zo bekende ‘indianentooi’).

Curtis Cheyene Warriors 1908

Edward S. Curtis, Cheyene Warriors, 1908

Scalperen kwam ook voor (net als in het oosten van de VS), al lopen de meningen zeer uiteen of dit een bestaande traditie was, of na de komst van de Europeanen werd geïntroduceerd. Europese kolonisten scalpeerden ook. Zeker in het begin van het ontstaan van de Verenigde Staten en later in het ‘anarchistische Wilde Westen’ stond er zelfs prijzengeld op geleverde indiaanse scalps. Premiejagers gingen vaak met ongekende wreedheid te werk, want soms kon ook de scalp van een kind worden verzilverd, zoals in Texas, maar ook op sommige andere plaatsen. Hier zijn een aantal  gruwelijke voorbeelden van bekend. Het meest huiveringwekende voorbeeld is misschien wel het bloedbad bij de Sandcreek uit 1864, toen Kolonel Chivington met zijn regiment van ‘de Colorado vrijwiligers’ uit Denver in de vroege ochtend een kamp van de zuidelijke Cheyene  (die niet in oorlog waren) overviel en zonder onderscheid des persoons aan het moorden sloeg. De scalpen van mannen, vrouwen en kinderen werden als trofeeën meegenomen, net als andere afgesneden lichaamsdelen. Het is bijna niet op te schrijven, maar toen Chivington (de man was overigens ook deeltijd predikant) en zijn mannen triomfantelijk Denver werden binnengehaald, bungelden er aan de hoeden van een aantal van zijn mannen oa de geslachtsdelen van baby’s. Toen Chivington daar toch door iemand over werd bevraagd, zou hij geantwoord hebben: ‘Neten maken luizen’ (lees over deze geschiedenis het hele hoofdstuk uit Dee Browns Begraaf mijn hart bij Wounded Knee ’De oorlog bereikt de Cheyenes’ , pp. 67-96). De recente geschiedenis van Amerika’s oorspronkelijke bewoners is vaak  een gruwelijke.  ‘Sand Creek’ was helaas geen uitzondering.  In het gedeelte over de confrontatie met de Europese veroveraars zullen er nog meer van dit soort voorbeelden volgen.  

documentaire over de lange geschiedenis van oorlogen tussen de Native Americans en de Europese nieuwkomers, met de nadruk op de oorlogen van de plains tussen 1860 en 1890. De documentaire is aardig. Bijna alle grote gebeurtenissen worden correct, zij het niet altijd even volledig verteld (sommige essentiële informatie is soms weggelaten). Ook bevat deze film wat storende fouten. Die gaan vooral over de herkomst van bepaalde volkeren, zoals de Kiowa. Die komen niet uit het Soshone-gebied (dat zijn de Comanches), maar zijn verwant aan de Tanoa-sprekende Pueblo-volkeren, waar zij zich in de achttiende eeuw van hebben afgesplitst (bij de Kiowa bestaan nog levendige verhalen over de tijd van de Pueblo’s). In de tekst hierboven zijn deze zaken wel correct weergegeven. Voor een globaal beeld van de oorlogen op de Plains is deze film echter zeker het bekijken waard.

De strijd van de Lakota, Cheyene, Arapaho, Kiowa en Comanche met het Amerikaanse leger, met als inzet hun vrijheid, hun recht op het behoud van hun leefgebied, leefwijze en cultuur was een lange en vond plaats in de laatste fase van de Europese veroveringsoorlogen. Beroemde veldslagen als Little Bighorn, maar ook de meest gruwelijke excessen, zoals Sandcreek en Wounded Knee, maken deel uit van deze geschiedenis.  In het laatste deel zal ik hier nog uitgebreid op terugkomen.

Canyon_de_Chelly_White_House

Anasazi woningen (‘White house complex’) in Canyon de Chelly, Arizona

Het Zuidwesten

Het droge woestijnachtige gebied in het zuidwesten van de Verenigde Staten (van de Grand Canyon tot de Mexicaanse grens en van het dal van de Rio Grande tot de westoever van de Colorado en de grens met Californië) is al eerder ter sprake gekomen in de bespreking van de Anasazi-cultuur ( in het eerste deel). Hier wil ik me focussen op de Pueblo-culturen, zoals die door de Europese nieuwkomers werden aangetroffen en zoals die nu nog voor een deel bestaan. Ook zal ik aandacht besteden aan de Na-Dene sprekende Apache en Navaho en de agrarische culturen van de Pima en de Papago (de nazaten van de eerder besproken Hohokam-cultuur).

Nadat de Spanjaarden het Azteekse rijk (1521) en het Incarijk (1532) hadden verwoest en leeggelunderd, ging er in de kolonie Mexico het gerucht rond dat er nog een verborgen rijk in het noorden zou bestaan, waar zich immense voorraden goud en zilver zouden bevinden. Het zou gaan om de ‘Zeven Steden van Cibola’, een onbekend El-Dorado. Waarschijnlijk is de legende van Cibola oorspronkelijk uit Spanje zelf afkomstig (de steden van Cibola zouden geheime steden zijn geweest, gesticht door bisschoppen, die gevlucht waren voor de Moorse veroveraars), maar deze legende leefde sterk op in een nieuwe vorm in de Spaanse kolonie in Mexico. Zo sterk zelfs dat er in 1541, onder leiding van Francisco Vasquez de Coronado een expeditie vetrok naar het Zuidwesten van Noord Amerika. Coronado stuitte op de pueblo’s van de Zuni’s. De pueblo’s van de Zuni’s (de steden van Cibola) en die van de Hopi’s en de Keres en de Tewa volkeren bestonden uit op elkaar gestapelde stenen wooneenheden. Itt de nederzettingen van hun waarschijnlijke voorouders, de Anasazi’s, waren de complexen die ten tijde van de komst van de eerste Europeanen bewoond waren op de mesa’s gebouwd, ipv in de  rotswanden of op de bodem van de canyons. De meesten waren versterkt, vermoedelijk tegen mogelijke overvallen van de omringende Na-Dene sprekende nomadenvolkeren (die wij als Apaches kennen), die zich in de eeuwen daarvoor in het gebied hadden gevestigd.

Montezuma_Castle_Arizona_USA

Montezuma’s Castle (Arizona). Anasazi-ruïne door de Spanjaarden ten onrechte vernoemd naar de laatste Aztekenkeizer

Pueblo Aztec

ruïnes van Pueblo Aztec (New Mexico), Anasazi/Chaco-cultuur. Wederom, ondanks de naam heeft dit complex uit de twaalfde eeuw niets met de Azteken te maken

De Pueblo’s  die door de Europeanen werden aangetroffen en die ook nu nog bewoond zijn, zijn te verdelen in de volgende groepen:

  • De oostelijke groep langs de Rio Grande (Taos, Picuris, Santa Clara, San Ildefenso, Nambe, Cochiti, ea). De bevolking van deze pueblo’s spreekt het Tanoa, overigens een subgroep van het Uto-Azteeks. De stammen van deze Pueblo-bewoners worden veelal aangeduid als Tewa, Tiwa en Pecos.
  • De Pueblo’s ten westen van de Rio Grande (Acoma, Laguna, Jemez, Zia, ea). Dit zijn de Keres sprekende Pueblo’s, eveneens een subgroep van het Uto-Azteeks.  De stammen worden vaak aangeduid als Keres en Piro.
  • De Zuni (iets  ten westen van de Keres-Pueblo’s). De Zuni, het volk van ‘De zeven steden van Cibola’, spreken een taal die aan geen enkele andere Amerindische taalfamilie verwant is.
  • De Hopi-Pueblo’s (Oraibi, Walpi, Hotevilla, Bacavi, ea) van de ‘Second Mesa’ in Arizona. De Hopi’s behoren tot de Uto-Azteekse taalfamilie.

map_pueblos_today_bg

Overzicht van de nu nog bewoonde Pueblo’s

South West

Stammenkaart van het zuidwestelijk cultuurgebied

 

Naast de Pueblo-volkeren kent het zuidwesten nog een aantal andere volkeren en culturen, waar ik ook aandacht aan zal besteden. Dat zijn de eerder genoemde Na-Dene groepen, de nomadische Apaches en de sedentair levende Navaho’s.  De Apaches  bestaan uit een aantal subgroepen, waaronder de Lipan, de Mescalero, de Coyotero, de Mimbreno en de Chiricahua (verdeeld in  verschillende groepen als de Benedonkohe, de Aravaipa, de Tonto, de White Mountain ea). De Chiricahua zijn beroemd geworden om hun langdurige verzet en door allerlei boeken en films. Apache-leiders als Cochise, Nana, Victorio en natuurlijk Geronimo, behoorden tot deze groep.

Verder werd en wordt het zuidwestelijke cultuurgebied door een aantal andere volkeren bewoond, zoals de Pima en de Papago (Oodham), de nazaten van de Hohokam-cultuur (beiden Uto-Azteeks). Verder nog verschillende kleinschalige lanbouwculturen en jagers en verzamelaars, zoals de Yavapai, de Havasupai, de Yuma, de Mojave en de Hualapai (de meesten behoren tot de Hokan-Cohuilteekse taalfamilie).

De Pueblo-indianen waren de directe afstammelingen van de Anasazi’s en de Chaco-cultuur (zie deel 1). Toen Coronado met zijn leger het gebied binnentrok bestonden er ongeveer negentig bewoonde Pueblo’s (tegenwoordig zijn dat er dertig).  Itt de wooncomplexen van de Anasazi en de Chaco-Canyon bouwden de Tewa, Keres, Hopi en Zuni hun nederzettingen niet in de canyonwanden (zie bijv. Mesa Verde of Canyon de Chelly), of op de bodem van de canyon (zie bijv. Pueblo Bonito en Pueblo Aztec), maar op de mesa’s, de oorspronkelijke hoogvlaktes, die door de rivieren uitgesleten canyons vaak de vorm hebben van een soort tafelbergen. In sommige gevallen waren het goed versterkte vestingen, waarbij de canyonwanden een natuurlijke  verdedigingsbarrière vormden, zoals de indrukwekkende en nog altijd bewoonde Pueblo Acoma (zie hieronder). Waarschijnlijk omdat de oude nederzettingen vanaf de twaalfde eeuw een makkelijk doelwit waren geworden voor de Na Dene nomadenvolkeren uit het noorden, die zich vanaf dat moment in het gebied hadden gevestigd. Toen de Europeanen arriveerden waren de Apaches en de Navaho de grootste vijanden van de Pueblo’s.

Acoma Pueblo 2

De nog altijd bewoonde en indrukwekkende vesting Acoma, die bijna versmelt met de rotsen in de omgeving. Het hoge gebouw links is overigens een katholieke kerk, die na de komst van de Spanjaarden is gebouwd. De bewoners van de Pueblo’s zijn voor het grootste deel nominaal katholiek, maar hebben veel van hun oude tradities behouden. bron: http://www.smithsonianmag.com/travel/da-ancient-citadel.html#

Acoma Pueblo 1

Acoma Pueblo, New Mexico

De Pueblo’s van de Tewa, Keres, Hopi en Zuni bestonden of bestaan uit afzonderlijke rechthoekige wooneenheden, die als blokken trapsgewijs op elkaar gestapeld lijken te zijn, soms zo’n vier a vijf verdiepingen hoog. Voor de komst van de Europeanen hadden de wooneenheden geen deuren, alleen kleine raamgaten; men ging naar binnen via een ladder door een gat in het plafond.  De gemetselde muren werden bepleisterd met een laag adobe, die de architectuur zo kenmerkend maakt, zoals de zacht bruingele kleur en de enigszins afgeronde hoeken, die doorbroken worden door de uiteinden van de houten balken die het dak steunen. Op de pleinen en op de hogere platforms duiken telkens de cilindervormige broodovens op, eveneens bepleisterd met een laag adobe. Net als bij hun voorouders, de Anasazi, gebruikten de bewoners van de Pueblo’s voor hun ceremonies grote ronde  ruimtes, de kiva’s,  die half ondergronds gebouwd werden.

Tegenwoordig zijn de wooneenheden van de Pueblo’s wel voorzien van ramen en deuren. Ook zijn er andere gebouwen bijgekomen, zoals kerken (de meeste Pueblo’s zijn katholiek geworden, zij het dat de katholieke rituelen vaak versmolten zijn met hun eigen tradities en ceremonies).  

Taos Pueblo

Het hedendaagse Taos Pueblo, New Mexico. Taos is de meest toegankelijke van alle Pueblo’s. In de jaren zestig werd het een soort hippie-kolonie. In ‘Brave New World’, de beroemde Science Fiction roman van Aldous Huxley uit 1931, wordt Taos opgevoerd als de laatste plek (reservaat), waar mensen op een nog natuurlijke wijze ter wereld komen. Tegenwoordig is deze Pueblo een belangrijke toeristische attractie (itt. de meeste andere Pueblo’s, die isolement verkiezen boven een, overigens lucratieve, openstelling voor toeristen).

De Pueblo’s leefden voornamelijk  van de landbouw. Zij verbouwden maïs, pompoenen, bonen en katoen. Itt de landbouwvolkeren uit het oosten van Amerika, waar de voornamelijk de vrouwen de akkers onderhielden,  was bij de Pueblo’s de landbouw een taak van de mannen. De landbouwgrond was dan ook in regel het bezit van de man, terwijl het huis het eigendom van de vrouw  was.

De Pueblovolkeren kenden een matriarchaal systeem.  Bij een huwelijksvoltrekking trok de man bij de (familie van ) de vrouw in en werd daarmee ok lid van de clan van de vrouw. Clanmoeders speelden (net als bij de Iroquois, zie deel 1) een belangrijke rol in het bestuur van de gemeenschap. Vrouwen hadden ook het laatste woord bij een echt scheiding. Een man die zijn spullen buiten voor de woning zag opgestapeld, restte slechts de optie om te vertrekken.

Curtis Grinding meal (Hopi)

Edward S. Curtis, Grinding Meal (Hopi), Arizona, 1907 (bron). Let op de haardracht van deze vrouwen. Hopi vrouwen en meisjes die (nog) ongehuwd waren, staken hun haar op deze kenmerkende manier op.

Curtis A vsitor (Hopi)

Edward S. Curtis, A visitor (Hopi), Arizona, 1921 (bron)

Curtis Hopi architecture

Edward S. Curtis, Hopi architecture, Arizona, 1921 (bron)

Curtis a Housetop (Walpi) 1906

Edward S. Curtis, A Housetop at Walpi (Hopi), Arizona, 1906 (bron)

Curtis a cornfield (Hopi)

Edeard S. Curtis, A Cornfield (Hopi, Second Mesa, Arizona), 1906 (bron)

Curtis Oraibi Plaques 1921

Edward S. Curtis, Oraibi Plaques (Hopi, Arizona), 1921 (bron)

Curtis East Mesa Pottery 1906

Edward S. Curtis, East Mesa Pottery (Hopi), 1921 (bron)

Acoma feest vab San Estevan (over syncretisme)

Edward S. Curtis, Fiesta of San Estevan, Acoma, New Mexico,1904 (bron)

De Pueblo-volkeren hadden (en hebben) een rijk religieus leven. Hun pantheon werd bevolkt door talloze goden, geesten en krachten, die later samenvloeiden met het Katholicisme (en de daarbij horende  heiligenverering) dat door de Spanjaarden in de zestiende eeuw werd geïntroduceerd . Ook kenden zij een uitvoerige mythologie, waarvan vooral die van Hopi’s enige bekendheid heeft. Overigens geniet  de mythologie van de Hopi’s vooral in New Age kringen een zekere populariteit, zozeer zelfs dat deze een eigen leven is gaan leiden en dat het tegenwoordig lastig is om de oorspronkelijke mythen van latere verdichtsels te onderscheiden, ook voor de Hopi’s zelf.

De Hopi’s  (en de andere Pueblo-volkeren) geloofden dat de wereld een aantal keren geschapen en weer vernietigd was. De mens was geschapen tijdens de eerste wereld en had zich voor de ondergang van de eerste wereld teruggetrokken onder de grond. Hetzelfde gold voor de tweede en de derde wereld. Volgens de Hopi’s gaan wij nu door de vierde cyclus, die op een gegeven moment zal eindigen. Wat vooral opvalt is de sterke overeenkomst met de mythologische tradities van de verschillende beschavingen van Meso Amerika, zoals die van de Azteken en de Maya’s.  Het idee dat de Hopi’s een profetie kennen die voorspelt dat de huidige wereldorde ten onder zal gaan aan ecologische of zelfs morele crises is buitengewoon populair in diverse New Age kringen of andere neo-religieuze bewegingen.  Net als bij de Maya-kalender, is het oorspronkelijke verhaal zo langzamerhand vermengd geraakt met allerlei ‘ruis’ uit de New Age hoek. Wie op internet zoekt, zal veel boektitels, websites of youtube-filmpjes tegengekomen met allerlei speculaties over de ‘Hopi- profetieën’.  Het meeste heeft echter weinig te maken met de oorspronkelijke religieuze tradities. De Hopi’s zitten overigens ook  nog met een ander probleem, dat misschien nog veel vileiner is dan  annexatie door  de New Age beweging; de verstikkende omarming van de Mormoonse kerk, die de Hopi’s tot de tien verdwenen stammen van Israël heeft verklaard. De Mormonen zijn met grote sommen geld grondig op missie-werk geweest en niet zonder resultaat -wat verwacht je anders bij de bevolking van een verpauperd indianenreservaat? Zo heeft de Kerk van de Heiligen der Laatste Dagen (zoals de Mormoonse beweging officieel heet) stevig wortel kunnen schieten en is een belangrijke machtsfactor geworden in de Hopi-gemeenschap,  wat tot de nodige problemen heeft geleid. Ik kom daar later nog op terug.

 Kachina 1   Kachina 2  Kachina 4

Kachina-poppen van de Pueblo’s. vlnr ‘Maïs-wolk meisje’, ‘Modderhoofd’, ‘Wolf-Kachina’. Onder: ‘Adelaars-Kachina’ (bron: National Geographic, 1978) 

Blue Star Kachina

The_mask_of_Kachina_(Hopi_Indians_rain_maker),_village_of_Shonghopavi,_Arizona-single_image

Kachina optocht in Shonghopavi (Hopi), foto tussen 1870 en 1900. Let ook op de Europese carnavalsmaskers en de monnikspij. De katholieke elementen zijn op een natuurlijke wijze versmolten met de eigen tradities.

De Hopi’s, de Zuni’s, de Keres en de Tanoa volkeren kenden uitgebreide ceremonies en feesten, die nauw samenhingen met de kalender, overigens cruciaal voor iedere landbouwcultuur. Van de Anasazi zijn sporen teruggevonden van een uitgebreid kalendersysteem en is gebleken dat zij de loop van de hemellichamen nauwgezet in kaart brachten.  Ook voor hun nazaten, de Pueblo-volkeren, was de jaarkalender van groot belang. Belangrijke momenten, zoals het tijdstip dat er gezaaid of geoogst moest worden, werden omlijst met uitgebreide ceremoniële feesten, veelal bedoeld om de goden gunstig te stemmen.

De Pueblo’s geloofden dat de Goden, of de geesten die elk voor een natuurkracht of element stonden, in de bergen woonden. Voor de Hopi’s waren dat bijvoorbeeld de San Francisco Mountains, waarvan de besneeuwde toppen te zien zijn vanaf de Second Mesa in Arizona. Voor de meer oostelijke Pueblo’s waren dat de San Juan Mountains. Een keer per jaar zouden de goden de hoge bergen verlaten zich onder de mensen begeven, om geschenken in ontvangst te nemen en om gunsten te verlenen. Dit werd gevierd met de zg Kachina-ceremonies. De mannen van het dorp trokken zich terug in de bergen en keerden terug, verkleed als een van de vele goden. Zij begaven zich onder de mensen om geschenken in ontvangst te nemen en om hun smeekbedes aan te horen.  De Pueblo’s geloofden overigens dat deze verklede mannen uit het dorp daadwerkelijk op dat moment waren bezield door een goddelijke kracht. De goden namen dan tijdelijk bezit van het lichaam van een gewone sterveling. Iedere Kachina gedroeg zich dan ook werkelijk zoals die werd voorgesteld in de religieuze belevingswereld van de Pueblo-indianen. Er waren allerlei soorten Kachina’s, van goden tot godinnen, van geesten die door een dier werden gepersonifieerd, tot en met figuranten die een soort clownsfunctie vervulden (‘modderhoofden’).

De Kachina-optochten hebben zich moeiteloos vermengd met de Katholieke processies en de oude feestdagen zijn nog vaak in tact gebleven, maar dan onder het masker van de katholieke heiligenverering. Tegenwoordig worden er in verschillende Pueblo’s ook Kachina-optochten voor toeristen opgevoerd, al worden de belangrijkste ceremonies in besloten stamverband gehouden. Ook de Kachina-poppen, wel degelijk een authentieke traditie, worden tegenwoordig ook voor de toeristenindustrie gemaakt.

Een van de meest beroemde (of beruchte) ceremonies van de Pueblo-indianen is de ‘Snakedance’. Hier wordt een dans uitgevoerd met levende ratelslangen, waarbij de slang zelfs in de mond wordt genomen. Dit slangenbezwerings-ritueel is vaak met tussenpozen verboden geweest, maar wordt nog uitgevoerd tot op de dag van vandaag.  

De Pueblo-indianen geloofden dat de slangen boodschappers van de goden waren. Voorafgaand aan de ceremonie werden de ratelslangen in de woestijn gevangen en in manden naar het dorp gebracht. Daar werden zij besprenkeld met heilig maïsmeel. Vervolgens namen de priesters de slangen in hun handen en in hun mond en zongen zij al dansend de slangen gebeden toe. Daarna werden de slangen weer vrijgelaten in de hoop dat zij de hymnen en de smeekbeden zouden overbrengen naar de goden. Bij mijn weten gebeurden of gebeuren er bij dit zorgvuldig uitgevoerde ritueel geen ongelukken; de Pueblo’s schijnen op de een of andere manier een methode te hebben dat de slangen of in een bepaalde bewustzijnstoestand worden gebracht, of zich op hun gemak voelen dat ze niet bijten.

Snakedance

Hopi Priest with a snake in his mouth (Library of Congress, bron )

Film van de Snakedance van de Hopi in Walpi, uit 1913, toen Theodore Roosevelt met zijn twee zoons dit ritueel bijwoonde

Ook de materiële cultuur van Pueblovolkeren was/is rijk en veelvormig. Turkooizen sieraden, fijn geweven katoen en religieuze objecten (zoals de eerder getoonde Kachina-poppen) maken hier deel van uit. Maar het meest beroemd is hun aardewerk. De Pueblo’s waren en zijn  de meester-keramisten van Indiaans Noord Amerika.

De kunst van het pottenbakken kende in het zuidwestelijke cultuurgebied al een lange traditie (ong. vanaf 300 voor Chr.), die het meest was verfijnd door de Mimbres cultuur inde twaalfde eeuw (zie deel 1). De Pueblo’s erfden deze traditie en zetten die voort.  De vorm werd aangebracht met slierten klei, die spiraalsgewijs werd aangebracht (de Pueblo’s gebruikten geen draaischijf) en gepolijst met gladde stenen.  De tekeningen werden aangebracht in sierlijke lijnen, vaak geabstraheerde plant en diermotieven. Voor kleuren werden verschillende  mineralen of planten gebruikt.  Het geheel werd uiteindelijk gebakken in een open vuur.

aardewerk Pueblos

Keramiek van de Pueblo-culturen (bron: National Geographic, 1978)

In 1541 kwamen de bewoners van de Pueblo’s voor het eerst in aanraking met de Europeanen; het Spaanse expeditie-leger van Coronado. In 1598 begon de werkelijke Spaanse verovering van het gebied, onder leiding van Juan de Onate, die met een medogenloze campagne de ene na de andere Pueblo tot onderwerping dwong. Dat ging niet zonder een slag of stoot, maar uiteindelijk moest ook de vesting Acoma zich, na een lang beleg, neerleggen bij het Spaanse gezag.

Toen de Spanjaarden vanuit Mexico de gebieden van de Pueblo’s hadden onderworpen, begon er een grote kerstenings-campagne. Er werden Franciscaner monniken naar het gebied gestuurd om de Pueblo-bevolking te bekeren. In 1630 werd er gemeld dat er tenminste dertig kapellen waren gebouwd bij de verschillende Pueblo’s. Het Spaanse juk werd steeds meer voelbaar en uiteindelijk verenigden de afzonderlijke pueblo’s zich in de grote opstand van 1680. Meer dan de helft van de Spaanse monniken werd om het leven gebracht en de Pueblo’s slaagden erin om voor een korte periode zich geheel van het Spaanse gezag te bevrijden. In 1694 herstelde de nieuwe gouverneur Diego de Vargas het Spaanse gezag, maar dit werd nooit meer zo onderdrukkend als daarvoor. Het door de Spanjaarden geïntroduceerde Katholieke geloof bleef echter en wist in de daarop volgende jaren langzaam wortel te schieten, zij het dat het werd vermengd met de eigen religieuze tradities (hiervoor al besproken).

Ook de latere kolonisator, de Verenigde Staten van Amerika, hebben de Pueblo’s vaak links laten liggen en de bevolking relatief met rust gelaten. Toch is de invloed van de nieuwkomers langzaam maar zeker steeds sterker geworden. Het bestuur van de Pueblo’s werd administratief ondergebracht in het reservaatsysteem en in de loop der tijd hebben de Pueblo’s zich daarnaar geschikt.

Problemen hebben zich genoeg voorgedaan, al zijn er nooit complete oorlogen uitgevochten, zoals dat wel gebeurde met de directe buren van de Pueblo’s, de Apaches. Zoals eerder genoemd is er wel een probleem met de Mormoonse kerk. De Mormonen hebben de Hopi’s tot de tien verdwenen stammen van Israël verklaard en zijn in het Hopi-gebied grondig op missiewerk geweest. Nu is ook de Second Mesa, het kerngebied van de Hopi’s, bijzonder rijk aan steenkool. Dit is vooral door de Mormonen (en hun Hopi-stromannen) geëxploiteerd, waarvan de winst voornamelijk ‘afvloeide’ naar het Mormoonse hoofdkwartier in Salt Lake City. Behalve de Mormoonse Hopi’s, die lange tijd de belangrijkste sleutelposities bekleedden in het reservaatbestuur, is de bevolking vooral met de nadelen (zoals vervuiling) opgezadeld en niet met de winsten. Om deze kwestie is een lange politieke strijd gevoerd, die tot op de dag van vandaag nog steeds voortsuddert. De ‘traditionelen’ hebben veel macht verloren aan de Mormoonse factie. Het is nog steeds een splijtzwam in de Hopi-gemeenschap.

Ook de andere Pueblo’s zijn nu reservaten, die voornamelijk leven van de toeristenindustrie, of, bijna onvermijdelijk, het uitbaten van casino’s. Sinds de jaren zestig, toen Taos een bekende hippie-kolonie werd, zijn er veel niet-indianen naar deze eeuwenoude vestiging getrokken. Tegenwoordig is Taos, ook vanwege de makkelijke toegankelijkheid,  een populaire toeristische attractie. Andere Pueblo’s, zoals Acoma, maar ook de Hopi’s van Old Oraibi en Walpi, kiezen voor een meer geïsoleerd bestaan. Hoewel de Pueblo-bevolking het zeker niet makkelijk heeft (armoede en verslaving zijn ook daar een groot probleem), hebben zij, misschien nog wel het meest van alle Native Americans op het grondgebied van de Verenigde Staten, hun traditionele leefwijze weten te behouden.

Curtis Pima Home

Edward S. Curtis, A Pima Home, 1907 (bron)

Curtis Casa Grande Ruins

Edward S. Curtis, Casa Grande Ruins, 1907 (bron)

Zoals aan het begin van dit gedeelte werd aangestipt, waren de Pueblo’s niet de enige landbouwcultuur in het Zuidwesten. In deel 1 is de Hohokam-cultuur al ter sprake gekomen. Het volk van de Hohokam legde een netwerk van irrigatiewerken  aan in het zuiden van Arizona. Hun belangrijkste nederzetting was Casa Grande, een groot complex van vijf verdiepingen hoog (zie deel 1).  De directe nazaten van deze cultuur zijn de Pima en de Tohono O’odham (in de oudere literatuur bekend als ‘Papago’), beiden behorend tot de Uto-Azteekse taalfamilie. Toen de Europeanen deze twee stammen aantroffen woonden zij inmiddels niet meer in de monumentale bouwwerken van hun voorouders. Wel maakten zij nog altijd gebruik van het kanalennetwerk dat door de Hohokam was aangelegd. De O’odham en de Pima woonden in hutten die bedekt waren met rieten matten, vergelijkbaar met die van andere landbouwers uit het gebied die niet tot de Pueblo-volkeren behoren, zoals de Yavapai, de Havasupai, of de Hualapai ten noorden van hen. Wel waren het net zulke bekwame keramisten als de Pueblo-volkeren, een traditie die zij, net als de Pueblo’s, aan de Mimbrescultuur ontleenden. Net als de Pueblo’s waren het maïsboeren.

Vergelijkbare kleinschalige landbouw/jagers en verzamelaarsculturen  zijn te vinden bij de andere volkeren van het huidige Arizona, die ten westen van het Pueblo-gebied leefden. Het gaat hier om de Yavapai, de Havasupai, de Hualapai uit het Grand Canyongebied (de Havasupai woonden oorspronkelijk zelfs op de bodem van de Grand Canyon en het heeft lang geduurd voordat zij voor het eerst met de Europeanen in contact kwamen, vanwege de moeilijke toegankelijkheid van hun leefgebied), maar ook de Yaqui en de Yuma (behorend tot Cohuilteekse taalfamilie, waar ook veel volkeren uit Californië en direct over de Mexicaanse grens deel van uitmaken).

Tot de bekendste volkeren van het Zuidwesten behoren relatieve nieuwkomers uit het noorden. Zo’n driehonderd jaar voordat de Spanjaarden het gebied vanuit Mexico begonnen te koloniseren, vielen nomaden, waarvan de oosprong in West Canada lag, het land van de Pueblo’s en de Hohokam binnen. Zij spraken het Na-Dene, de omvangrijke taalfamilie van West Canada en Alaska. De pueblo’s noemden hen ‘Apache Nabahu’ (in het Tanoa ‘Vijanden van de Bebouwde Velden’).  Van deze kwalificatie zijn de stamnamen ‘Apache’ en ‘Navaho’ afgeleid. Zelf noemden zij zich (in verschillende varianten) ‘Dene’,’ Dine’, of ‘Tineh’, wat ‘mensen’ betekent.

De Na Dene die het zuidwesten binnentrokken waren zonder enige twijfel ruwe klanten en meedogenloze krijgers en plunderaars. In relatief kleine stam en familieverbanden trokken ze door het gebied en overvielen geregeld de Anasazi en de latere Pueblo’s.  Na de komst van de Spanjaarden vielen de Na Dene geleidelijk in twee groepen uiteen. De nomaden die zich ophielden in het westelijke Pueblo-gebied (vooral rond het leefgebied van de Hopi’s) begonnen elementen uit zowel de Pueblo-cultuur als die van de Mexicaanse Spanjaarden over te nemen. Zij vestigden zich in sedentaire nederzettingen in het noordoosten van Arizona, als kleinschalige boeren en vooral als veehouders. Schapen en runderen (en paarden) verkregen zij van de Spanjaarden. Van hen leerden zij ook de kunst van het zilversmeden, die zij tot grote hoogte wisten te brengen. Van de Pueblo’s namen zij de weefkunst over en wisten die ook te verfijnen in een geheel eigen stijl. Ook vermengden zij elementen uit de religie van de Pueblo’s met hun eigen tradities. De cultuur van de Navaho’s was geboren, een synthese van de oorspronkelijke Na Dene tradities en de cultuur van de Pueblo’s en de Spaanse Mexicanen.

Edward S Curtis the blaket weaver

Edward S. Curtis, The blanket weaver (Navaho), 1904

Curtis navaho still life

Edward S. Curtis, Navaho still-life, 1907 (bron)

Curtis Jetitoh Navaho

Edward S. Curtis, Jeditoh Navaho, 1904 (bron)

Curtis Hastin Yazhe Navaho

Edward S. Curtis, Hastin Yazhe (Navaho), 1906 (bron)

Navajo_hogan

Een traditionele Navaho-hogan bij Canyon de Chelly (Arizona). Deze sedentaire woningen werden in regel gebouwd in de vorm van een achthoek

De Navaho’s leerden het verbouwen van katoen van de Pueblo’s, maar gebruikten voor hun weefkunst ook schapenwol. In de korte periode dat deze cultuur opbloeide werden Navaho-dekens over een groot gebied verhandeld.  Zelfs op de noordelijke plains doken Navaho-dekens op. De weefkunst van de Navaho’s is een nog altijd levende traditie en wordt tot op de dag van vandaag beoefend.

Navaho weefpatroon 1

Omslagdoek (detail), Serape-stijl, Navaho, 1860-1870 (Bron: Indianen tussen mythe en realiteit, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 2013)

Navaho weefpatroon 2 

Eye Dazzler, omslagdoek (detail), Navaho, 1890-1900 (Bron: Indianen tussen mythe en realiteit, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 2013)

Navaho weefpatroon 3

Ella Rose Perry (1929), Tapijt (detail), Navaho, 1985 (Bron: Indianen tussen mythe en realiteit, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 2013)

De meest unieke kunstvorm van de Navaho’s was en is de zandschilderkunst. Deze werd in regel beoefend om ziektes of boze geesten uit te bannen.  Wanneer er iemand ziek was kon de medicijnman besluiten om middels een zandschildering de krachten van de goden in te roepen.  Op de grond werd een schets aangebracht, meestal een cirkelvormig motief, gelardeerd met allerlei symbolen die elk hun eigen rituele betekenis hebben. Vervolgens werden de kleuren aangebracht met zand, dat vermengd was met verschillende natuurlijke kleurstoffen, zoals oker, zandsteengruis, stuifmeel en houtskool. De patient kon in de voorstelling gaan zitten om zo met behulp van de opgeroepen krachten geheeld te worden.  Bij zonsondergang moest de voorstelling weer worden vernietigd, omdat deze anders boze geesten zou oproepen.

Tegenwoordig worden er wel permanente zandschilderingen gemaakt. Van met lijm gefixeerd op paneeltjes voor de toeristen, t/m grote werken die als zelfstandig kunstwerk dienen. De bekendste kunstenaar is Joe Ben Jr. (al eerder besproken op dit blog, zie mijn eerdere artikel Hedendaagse kunst van Indiaans Noord Amerika).  Joe Ben Jr maakte ook een grote zandschildering voor de beroemde tentoonstelling Magiciens de la Terre in het Centre Pompidou in Parijs in 1989, van Jean Hubert Martin. 

 navajo-sandpainters

Zandschilderkunst van de Navaho

Joe Ben jr four arrow people

Joe Ben Jr., The Four Arrow-people, sand and pigment on earth (http://www.tribalexpressions.com/painting/ben.htm)

Joe Ben Jr op Magiciens de la Terre

Joe Ben Jr in het Centre Pompidou in Parijs, op de tentoonstelling ‘Magiciens de la Terre’ (Jean Hubert Martin, 1989, zie http://magiciensdelaterre.fr//home.php)

De Navaho’s hebben een belangrijke confrontatie met het Amerikaanse leger gehad. In 1864 trok een regiment onder leiding van generaal Kit Carson door het gebied om de indiaanse bevolking te straffen voor een paar kleine overvallen en wat kleine schermutselingen met kolonisten. Carson besloot (willekeurig) om vooral de Navaho en de Mescalero Apache te treffen. Met veel militaiir geweld dreef hij ze uit hun oorspronkelijke leefgebied en dwong hij de complete populatie om te vertrekken naar het dorre Bosque Redondo in het zuiden van New Mexico, vijfhonderd kilometer van hun land verwijderd. Tijdens de barre tocht, de ‘Lange Mars’, zoals die bij de Navaho’s bekend staat, kwamen er een paar honderd mensen om het leven.  Vier jaar verbleven de Navaho daar, geteisterd door honger en ziektes. Hun leider, Manuelito, besloot de blanke overheersers via hun eigen procedures te bevechten en spande een rechtszaak aan, een heikele strategie, omdat de rechten van de oorspronkelijke bewoners in het Amerikaanse westen in die tijd meestal met voeten werden getreden. Maar tot veler verrassing wisten Manuelito en de zijnen deze zaak te winnen en mochten de Navaho’s terugkeren naar hun leefgebied in noordoost Arizona. Daar leven zij nu nog, in het grootste reservaat op het grondgebied van de Verenigde Staten.

De Navaho’s zijn tegenwoordig de meest omvangrijke van alle First Nations van de VS. Problemen hebben zij genoeg, net als de inwoners van andere reservaten. Er is nauwelijks werk, de armoede is groot en de meeste jongeren trekken weg, als zij de kans hebben. Toch is het nu een van de best georganiseerde stamverbanden van Amerika en hebben zij hun identiteit, tegen de klippen op, weten te behouden. De stam heeft recent besloten dat de opbrengsten van het casino worden geïnversteerd in het stichten van een eigen universiteit, zodat zij ook daar de jongeren perspectief kunnen bieden.

reservaten zuidwestelijk cultuurgebied

De hedendaagse reservaten van Arizona en New Mexico. De Navaho’s bezitten het grootste stuk grond. De Hopi’s hebben een enclave in het Navaho-reservaat. De kleinere reservaten ten oosten daarvan zijn meestal afzonderlijke Pueblo’s. In dit gebied is relatief veel grond in handen van de Native Americans gebleven, en leven betrekkelijk veel stammen op of dichtbij hun oorspronkelijke territorium, zeker in vergelijking met andere regio’s. Uitzondering zijn wellicht de Apaches. Hoewel nog steeds in dezelfde regio zijn zij vaak wel uit hun oorspronkelijke kerngebieden verbannen en hebben de slechtste stukken land toegewezen gekregen. Het reservaat ten oosten van de Rio Grande (rechtsonder op de kaart) van de Mescalero Apaches is overigens Bosque Redondo, waar aanvankelijk ook de Navaho’s naar werden werden verbannen.

De andere Na Dene groepen van het zuidwesten , die als nomaden beleven rondtrekken en zich niet permanent vestigden, zijn bekend geworden onder de naam ‘Apache’. Het betreft hier echter verschillende groepen, verspreid over een groot gebied. Sommigen van hen trokken de plains op om op bizons te jagen en namen de plainscultuur geheel over (zoals de Kiowa Apache, die vooral samen met de Kiowa optrokken). Anderen vestigden zich semi-permanent en kenden nauwelijks een krijgscultuur (zoals de Aravaipa-Apache in Arizona).  Het meest bekend zijn de centrale Apaches geworden van New Mexico en Arizona, die vanaf de komst van de Spanjaarden in de zestiende eeuw, tot in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, bijna voortdurend in strijd waren met de Europese nieuwkomers en die zich door niets of niemand lieten onderwerpen of de wet voorschrijven. Vooral de Chiricahua Apaches en hun roemruchte leiders als Cochise en Geronimo hebben hun stempel gedrukt op de geschiedenis van het Amerikaanse zuidwesten.

kaart Apaches

De Apache-stammen in het zuidwestelijke cultuurgebied (en de zuidelijke plains). De Tonto (noord en zuid), de Cibecue, de San Carlos, de Aravaipa, de White Mountain (Coyotero), de Pinal Coyotero, de Chiricuahua (die ook weer waren opgedeeld in kleinere groepen, zoals de Benedonkohe van Geronimo, maar ook de Chokonen van Cochise, de Chihenne en de Nedhni of Bronco Apaches), de Mimbreno, de Mescalero, de Jicarilla, de Lipan en de Kiowa Apache zijn allen substammen en groepen van de Apaches (de nomadisch levende Na Dene van het zuidwesten). Detail van de grote kaart van National Geographic (zie deel 1)

Het beeld van de Apaches is verder, in de populaire cultuur althans, sterk bepaald door de Winnetou/Old Shatterhand boeken van Karl May. Die geven, zacht uitgedrukt, niet een erg juist beeld van de cultuur van de Apaches. Hoewel de Apaches na de komst van de Europeanen ruiters waren, verschilde hun cultuur beslist van die van de volkeren van de Plains. Behalve de Kiowa Apaches, joegen de nomadische Na-Dene niet op bizons, leefden niet in tipi’s en droegen zij in regel geen veren. Zij trokken rond in kleine groepjes, meestal jagend op klein wild en leefden in ‘wickiups’, hutten van gevlochten takken. In een enkel geval waren het ook kleine boeren (zoals de Aravaipa). Het haar werd niet in vlechten gedragen, maar los. Zij droegen verder hoofdbanden, die soms als een soort tulband om het hoofd geknoopt was. Ook droegen zij geen mocassins, zoals de bevolking van de plains, maar hoge hertenleren laarzen.

Apache scout (Curtis 1903)

Edward S. Curtis, Apache scout (datum onbekend)

Apache_Wickup_1903

Edward S. Curtis, Apache Wickiup, 1903

Curtis Typical Apache

Edward S. Curtis, ‘Typical Apache’, 1906 (bron)

De Apaches hadden weinig bezittingen. Hun huisraad werd compact verpakt in waterdichte manden, geheel toegerust op een permanent zwervend bestaan. De opvoeding van jonge mannen was Spartaans te noemen. Zij moesten van jongs af aan kilometers hardlopen met de mond vol water, dat niet mocht worden doorgeslikt. Als zij rond de zestien waren en hun moed hadden bewezen door paarden van de Navaho’s of de Mexicanen te stelen, traden zij toe tot een van de vele krijgsgenootschappen, elk met hun eigen rituelen en codes. Overigens was ook de Apache-samenleving matriarchaal. Mannen trokken in bij de schoonfamilie, waarvan de oudste vrouw familiehoofd was. Zaken als oorlog en vrede waren wel weer het domein van de man.

Overigens schijnt dit niet bij alle Apache-stammen het geval te zijn geweest. Een Spaanse missionaris schreef in de zeventiende eeuw over de Jicarilla: “Ze zijn gewoon zoveel vrouwen te hebben als ze kunnen onderhouden. Vrouwen die overspel plegen straffen zij volgens hun wet met het afsnijden van neus en oren”.

De jacht was voorbehouden aan de man, de vrouwen namen de taak van het verzamelen op zich. Dat bestond vooral uit het oogsten van de toppen van de Amerikaanse agave, de mescalplant. Deze werd op vuur geroosterd. Ook werd er een alcoholische drank van bereid, mescalbier (mescal is overigens ook het hoofdingrediënt van tequilla). Een grote uitzondering, want alcoholhoudende dranken kwamen verder nauwelijks voor op het Amerikaanse continent, eigenlijk alleen bij de Apaches en bij de Azteken.

De Apaches hadden een rijke mythologie, met vele verhalen. Er waren ook verschillende religieuze genootschappen. Een groot deel van hun cultussen waren geheim, ook is er niet veel van bekend (en veel is waarschijnlijk ook verloren gegaan). Bekend zijn hun berggeestdansen. De mannen waren over hun hele lichaam beschilderd en droegen enorme hoofddeksels en maskers. Bij de Mescalero’s zijn deze dansen tegenwoordig trouwens openbaar en trekken veel toeristen (zie onderstaand filmpje)

Hoewel de Apaches vooral bekend stonden om hun meedogenloze krijgskunst, was hun eerste confrontatie met de Europeanen ook niet echt vriendelijk te noemen. Al vanaf Coronado stonden de Spaanse Mexicanen bekend om hun wreedheid. Vanaf het begin betaalden de Apaches hen met gelijke munt terug. Hoewel zij niet groot in aantal waren, waren zij in staat om enorme gebieden onder controle te houden. De onzekerheid of zij misschien dodelijk zouden toeslaan was lange tijd hun kracht. Gebieden waar zij heer en meester waren werden lang door de Europese nieuwkomers gemeden. Een Spaanse missionaris zou in 1669 hebben verklaard: “Het ganse gebied is in oorlog met het overal verspreide heidense volk der Apache Indianen. Geen weg is veilig, iedereen reist met levensgevaar”.

Met de latere nieuwkomers, de Verenigde Staten van Amerika, schijnen de eerste contacten niet eens zo vijandig geweest te zijn. De Chiricahua’s  van het stamhoofd Cochise, hadden vriendschappelijke contacten met de eerste leger post op de Apache Pass. Zij werkten zelfs als houthakker voor de soldaten, in ruil voor goederen. In 1861 werd Cochise door de plaatselijke commandant van de Apache Pass, zoals later bleek, ten onrechte beschuldigd van het ontvoeren van een zoon van een van de kolonisten en trachtte hij hem gevangen te nemen. Cochise wist te ontkomen en de Chiricahua belegerden dagenlang de Apache Pass. Dit zou het begin worden van een vijfentwintig jaar durende oorlog, waarbij de Apaches soms voor korte tijd in een reservaat werden  weggestopt, maar dat dan toch niet accepteerden, uitbraken en opnieuw een slopende guerilla-oorlog begonnen tegen het Amerikaanse leger.

Edward_S__Curtis_Geronimo_Apache_cp01002v

Edward S. Curtis, Geronimo, 1905

In deze oorlog zou een aanvoerder boven komen drijven; Geronimo, of Goyathlay, zoals hij echt heette. Geronimo had  als jongeman meegemaakt hoe zijn vrouw en twee jonge kinderen voor zijn ogen waren vermoord door Mexicaanse soldaten die het kamp van de Benedonkohe overvielen. Vanaf dat moment stond zijn leven slechts in het teken van de strijd tegen de Spaanse Mexicanen en later tegen de nieuwe indringer, de Verenigde Staten van Amerika. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw zouden uiteindelijk vijfduizend soldaten, een kwart van het toenmalige Amerikaanse leger, jacht maken op ‘the most wanted man of America’, met een groepje van dertig volgelingen. In 1886 gaf hij zich over, waarna hij prompt (tegen de afspraak in) naar een gevangenis in Florida werd overgebracht, een paar jaar later naar Fort Sill in Oklahoma. Daar zou hij blijven tot zijn dood in 1909. Al voor 1900 was Geronimo geen schurk of staatsvijand meer, maar een levende legende.  In 1905 werd hij zelfs uit de gevangenis gehaald, om mee te rijden in een optocht voor de verkiezingscampagne van Theodore Roosevelt (genoeg publiek gegarandeerd). Het was de dag voor deze optocht dat Edward Curtis het bovenstaande indrukwekkende portret van Geronimo maakte, die, volgens Curtis memoires, zich zeer vereerd voelde dat hij mee mocht doen aan deze manifestatie. Maar hij had er toen al een lang leven van strijd opzitten. Na de optocht ging de ‘levende legende’ weer terug naar de gevangenis, waar hij een paar jaar later overleed.

Geronimo is een begrip geworden in de Amerikaanse geschiedenis, van grootste staatsvijand tot nationale held. De recente operatie in Pakistan, waarbij Amerikaanse comando’s Osama Bin Laden liquideerden is naar hem genoemd. Pikant, vanuit welk perspectief je het ook bekijkt.

In het laatste deel van deze serie zal nog uitgebreid worden teruggekomen op de oorlogen van de Apaches met de Europese veroveraars.

Early-Native-American-Tribes-in-Western-United-States-Historical-Map

de stammen van de westelijke helft van de Verenigde Staten (klik op kaart voor vergrote weergave)

Het Westen

Het Westen omvat eigenlijk drie cultuurgebieden, die ik hier in een blok bespreek. Het gaat om de volkeren van het Grote Bekken (the Great Basin, het woestijnachtige land van Utah, Nevada en het westen van Colorado, tussen de Rocky Mountains en de Sierra Nevada), het Plateau (het vruchtbare hoogland van de huidige staten Idaho en het oosten van Oregon en Washington, het westen van Montana en het zuidelijke binnenland van de Canadese staat British Columbia) en Californië (het cultuurgebied ten westen van de Sierra Nevada, dat min of meer samenvalt met de huidige staat Californië).

Great Basin

De stammen van het Grote Bekken. De aanduiding ‘Numic’ verwijst naar een subgroep binnen de Uto-Azteekse taalfamilie, waartoe alle stammen van het Grote Bekken behoren, net als de Comanche van de plains (die zich in de 18e eeuw van de Soshone hebben afgesplitst). Zie hier een uitgebreide toelichting

We beginnen met de volkeren van de streek ten noorden van het hiervoor besproken zuidwestelijke cultuurgebied, the Great Basin. Dit is een van de meest onherbergzame gebieden van Noord Amerika. Het is een relatief laag gelegen ‘kom’, doorsneden door een paar bergketens en omsloten door de Rocky Mountains en de Sierra Nevada. Het bestaat grotendeels uit woestijn en de meest vruchtbare gedeeltes zijn droge steppen, waar slechts gras en doornige struiken groeien. Rivieren, die uit de omliggende bergen stromen, monden uit in zoutmeren (het bekendste voorbeeld is Great Salt Lake in Utah, waar nu Salt Lake City ligt), of drogen letterlijk op in de woestijn. In de zuidwesthoek van dit gebied, net over de grens van Nevada in Californië, ligt de beroemde Death Valley, de heetste plek op aarde en de droogste plek van het Noord Amerikaanse continent. Toch zijn ook daar sporen van menselijke bewoning gevonden, waarschijnlijk van de Paiutes, het volk dat zich als geen ander heeft aangepast aan deze extreme klimatologische omstandigheden.

Het dunbevolkte Grote Bekken kende de meest basale jagers en verzamelaars-culturen van Noord Amerika, vergelijkbaar met sommige Aboriginal-culturen uit de meest woestijnachtige binnenlanden van Australië. De belangrijkste stammen zijn de Paiute, de Bannock, de Soshone (die gedeeltelijk in dit gebied leefden) en de Utes (waar de staat Utah naar genoemd is, hoewel zij, net als de Soshone, grotendeels in de Rocky Mountains leefden en veel hebben overgenomen van de cultuur van de Plains). Al deze stammen behoren tot de Uto-Azteekse taalfamilie.

De meest uitgesproken representanten van de cultuur van het Grote Bekken zijn de Paiute. Hun leefgebied strekte zich uit over het hele gebied, van Oost Californië in het westen, tot Utah en Colorado in het oosten, van de noordrand van de Grand Canyon in het zuiden tot het zuidelijke helft van Idaho in het noorden. Hoewel hun leefgebied dus zeer uitgestrekt was, waren zij zeker niet talrijk. Zij trokken meestal rond in kleine familie-verbanden. De belangrijkste reden dat zij zo verspreid leefden was natuurlijk de permanente voedselschaarste.

Paiutes

Paiute kamp (Utah State Historical Society, bron)

Paiute Life

‘Paiute Life’ (Utah State Historical Society, bron)

De bewoners van het Grote Bekken werden soms denigrerend ‘diggers’ genoemd (‘digger Indians’). De reden voor deze bijnaam is dat zij altijd de grond afspeurden naar eetbare wortels (die bovendien ook vocht bevatten). Dat was het belangrijkste basisvoedsel van deze mensen. Dit werd aangevuld met insekten, vooral sprinkhanen, die op een ingenieuze manier met netten werden gevangen, om vervolgens geroosterd te worden. Er werd ook gejaagd op klein wild, vooral konijnen en ratten. En op de Amerikaanse antilope, het grootste diersoort dat in deze omgeving voorkomt. Ook aten zij pinon-noten van de Amerikaanse pijnboom, alleen draagt deze boom niet ieder jaar vrucht, dus ook dat was schaars.

Er bestaat een bekende anekdote over deze ‘digger Indians’. In 1869 stuitte een eenheid van het Amerikaanse leger, dat het gebied in kaart moest brengen, op een kamp van de Soshone. De leider van deze eenheid, kapitein Simpson, vroeg hen of zij ‘in een goed land leefden’. Hij kreeg als antwoord dat dit gebied beter was welk ander land. Toen Simpson naar de reden vroeg, kreeg hij als antwoord: ‘omdat er zoveel ratten leven’.

De materiële cultuur van de Paiutes en hun buren was beperkt, maar er was een kunstvorm waarin zij excelleerden. Dat was (en is) de kunst van het manden vlechten. Samen met die van de mandenmakers van Californië, behoren hun creaties tot de meest verfijnde en vernuftigste van Indiaans Amerika. Riet en vele verschillende grassoorten waren genoeg voorhanden op de iets minder droge plekken van de Great Basin. De manden werden geweven in verschillende kleuren, met complexe patronen.

Mono Lake Paiute Basket 1

Mono Lake Paiute Basket (Cain Collection), ca 1925 (bron)

Mono Lake Paiute Basket 2

Mono Lake Paiute Basket by Tina Charlie (Cain Collection), ca 1920 (bron)

Paiuete Seed Jar with net

Paiute seed jar with net, ca 1910 (bron)

Toen in de jaren vijftig van de negentiende eeuw de Goldrush naar Californië uitbrak werden de Paiute onder de voet gelopen door de hordes goudzoekers, die op hun jacht naar het Californische goud, door het Grote Bekken trokken. Later kwam het leger, die de Paiute en anderen in reservaten dreef. Alleen de Utes boden fel verzet, maar werden in de oorlog van 1879-1880 verslagen.

De bekendste Paiute is een van de meest omstreden figuren uit de geschiedenis van de indianenoorlogen geworden. In de tweede helft van de jaren tachtig van de negentiende eeuw, toen alle stammen waren onderworpen en in reservaten waren ondergebracht (de laatsten, Sitting Bull van de Lakota en Geronimo van de Chiricahua Apaches, hadden zich inmiddels overgegeven), kwam een Paiute mysticus/spiritueel leider, Wovoka, met een nieuwe religieuze beweging. Wovoka was in een blank gezin opgegroeid, maar was teruggekeerd naar zijn stam en in de leer gegaan bij de shamaan/mysticus Tavibo. Beïnvloed door zijn leringen, maar zeker of vooral door Christelijke elementen, begon Wovoka een nieuwe cultus, de Ghost Dance. Het kwam erop neer dat de indianen zich niet langer gewapend tegen de blanke overheerser moesten verzetten, maar wel alle opgelegde gebruiken moesten verwerpen. Ghostdancers kwamen bij elkaar op massa-bijeenkomsten en voerden een rituele dans uit, die velen in trance bracht. Wovoka beweerde dat als alle indianen zouden gaan dansen, de hogere machten de blanken met een stortvloed zouden wegspoelen. De Ghostdancers zouden worden opgetild en wanneer zij weer op aarde zouden nederdalen, zouden zij de gereddenen zijn en zouden de blanken zijn verdwenen. In dit verhaal ziin zowel elementen van de Zondvloed, als het Laatste Oordeel duidelijk herkenbaar.

De Ghostdance beweging sloeg massaal aan, niet alleen bij de Paiute en hun directe buren, maar verspreidde zich al snel over het Plainsgebied, ook bij de net onderworpen Lakota. Wovoka reisde per trein door het Amerikaanse westen en overal werd hij door massa’s wanhopige reservaatsbewoners opgewacht en werden vervolgens zijn leringen nagevolgd. In het Pine Ridge reservaat van de Lakota raakten de autoriteiten in paniek en vreesden zij een opstand. In december 1890 werd Sitting Bull, die overigens sceptisch was en zich tegen de massale overgave aan de Ghostdance had uitgesproken, gearresteerd en toen hij zich probeerde te verzetten, meteen geëxecuteerd. Er kwam echter geen opstand, want de Ghostdance-beweging was volstrekt geweldloos. Men ging alleen maar meer dansen. Uiteindelijk raakten de autoriteiten zo in paniek dat het leger met kanonnen een compleet kamp aan de Wounded Knee kreek, waarvan de bewoners eerst ontwapend waren, wegvaagde, op 29 december 1890. Bij deze massa-executie kwamen zo’n driehonderd ongewapende mannen, vrouwen en kinderen om het leven. Dit bloedbad betekende het einde van de Ghostdance-beweging en het wordt ook gezien als het slotstuk van de onderwerpingsoorlogen door de blanke veroveraars.

Wovoka is daarna afgeschilderd als een bedrieger en een oplichter, die handelde in valse hoop. Toch zou je kunnen zeggen dat hij niets anders deed dan het principe van geweldloze non-coöperatie toepassen, waarin Ghandi wel succesvol was. Alleen kwam Wovoka’s oproep op het verkeerde moment en op de verkeerde plaats en is hij zo een van de meest verguisde figuren uit de geschiedenis van de Native Americans geworden. Op de geschiedenis van de Ghostdance zal ik nog uitgebreid terugkomen in het laatste deel.

Plateau

De stammen van het Plateau

Flathead

Paul Rane, Flathead mother and child, ca 1847. Hier is te zien hoe de Flathead aan hun naam kwamen. Om hun schoonheidsideaal te bereiken werd er bij pas geboren baby’s een spalk op het voorhoofd gespannen, waardoor de schedel met een terugwijkend voorhoofd uitgroeide. Dit gebruik kwam voor op het Plateau, maar ook bij sommige volkeren van de Noordwestkust

Ten noorden van het Grote Bekken ligt een veel vruchtbaarder gebied. Het Plateau, tussen de Rocky Mountains in het oosten en het Cascade-gebergte in het westen, wordt doorsneden door groene dalen en is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Het was een gastvrije omgeving voor nomadische en seminomadische jagers en vissers.

Het Plateau kende eigenlijk twee dominante taalfamilies (met een paar kleinere geïsoleerde groepen, waarvan de grootsten het Cayuse en het Kutenay zijn). Het zuidelijke deel sprak het Plateau-Penutisch, een taalgebied dat ook een uitloper naar het zuidwesten kent, tot in Californië. Het centrale en noordelijke deel werd gedomineerd door het Salish, een taalfamilie waartoe ook verschillende volkeren van de Noordwestkust toe behoren. In het noordelijkste deel begint het grote Na Dene gebied van West Canada en Alaska.

De culturen van het Plateau zijn misschien wel het meest een smeltkroes van alle Noord Amerikaanse cultuurgebieden. De invloeden van de aangrenzende culturen was groot, zodat er een soort mengcultuur was ontstaan. Invloeden van het zuidelijk gelegen Grote Bekken en Californië, maar ook van de Plains in het Oosten, als van de zeevaarders van de Noordwestkust, kwamen samen in de culturen van het Plateau. Hoewel de combinatie ‘tipi en totempaal’ daar zeker niet voorkwam (zie het het playmobil-plaatje helemaal hierboven, aan het begin van dit deel), zou het nog bijna hebben gekund. De volkeren die van de zalmvangst leefden en verschillende elementen uit de culturen van de Noordwestkust hadden overgenomen, zoals het gebruik van de grote zeekano’s (de Chinook), leefden bijna naast jagers, die na de komst van het paard de ruitercultuur hadden overgenomen en zich zelfs de beste paardenfokkers van de Native Americans hadden ontwikkeld (de Nez Percé). Maar ook de invloed van de pelsdierjagers van het noorden en de mandenvlechtkunst van het Grote Bekken en Californië zijn manifest in de culturen van het Plateau.

Curtis Salmon Fishing

Edward S. Curtis, Salmon Fishing (Wishram, State of Washington), jaren 1900 (bron)

De stammen van het Plateau leefden voornamelijk van de jacht en de visvangst. Landbouw kwam in dat gebied niet voor. Een belangrijke bron van voedsel waren de zg camassia-planten (‘Camas’ betekent ‘zoet’ in de taal van de Nootka en is verwerkt in de Latijnse naam van deze plant Camassia Leichtlinii). De camassia is een lelie -achtige plant waarvan de bol op verschillende manieren werd bereid. Soms werd deze gebakken en soms tot een soep verwerkt. Dit was het belangrijkste basisvoedsel van de Plateau-indianen.

De woningen waarin deze volkeren leefden leken sterk op die van de aangrenzende cultuurgebieden. Zowel het type hutten uit Californië als tipi’s van de plains kwamen voor. Met de komst van het paard werden er door een paar stammen meer elementen uit de plains overgenomen. De Nez Percé legden zich toe op het fokken van paarden en slaagden erin om uit de wilde mustangs (de verzamelnaam voor de vaak bont gekleurde en gevlekte noord Amerikaanse paarden, die een kruising van allerlei verschillende rassen zijn) een geheel nieuw paardenras te fokken, de appaloosa, het beroemde en elegante witte paard, met zwarte stippen.

appaloosa1

de appaloossa, het beroemde paard van de Nez Percé

De bewoners van het Plateau kwamen in een laat stadium in contact met de Europeanen, eigenlijk voor het eerst met de expeditie van Lewis en Clarke, die vanaf de Missouri een doorgang naar de Grote Oceaan zochten. De kolonisatie van het westen van Montana, Idaho en het oosten van Washington kwam pas in de tweede helft van de negentiende eeuw op gang en was ook minder intensief dan in andere gebieden. Toch hebben de stammen van het Plateau het nodige voor hun kiezen gehad.

Het bekendst is de geschiedenis van de Nez Percé en hun Chief Joseph (zijn echte naam was Hinmatówyalahtqit , de ’Donder die over het land rolt’). De Nez Percé (‘Doorboorde Neuzen’ in in het Frans), hadden altijd op voet van vrede geleefd met de kolonisten, die zich in het gebied gingen vestigen. Ze gingen er zelfs prat op dat er nog nooit iets van een gewapend incident was geweest tussen hen en de blanke nieuwkomers. Totdat in 1877 er opeens het bevel kwam dat zij hun land, de vruchtbare Walowa vallei, moesten verlaten om zich op een stuk afgedankt land te vestigen, elders in Idaho. De Nez Percé weigerden zich hierbij neer te leggen. Er volgde een reeks incidenten over en weer. Toen het leger uitrukte voor een strafexpeditie besloot Chief Joseph dat het voor zijn volk beter was om naar het noorden, naar Canada te vertrekken, waar betere gebieden waren te vinden dan het reservaat dat ze was toegewezen. Er volgde een exodus, waarbij de stam een tocht van drieduizend kilometer aflegde, zigzaggend tussen de Amerikaanse legerposten, om de Canadese grens te bereiken. Ze moesten een grillige route kiezen, want het Amerikaanse leger zat ze van alle kanten op de hielen, al slaagde het er niet in om de Nez Percé te stoppen. Tot zo’n zestig kilometer voor de grens. Daar werden zij uiteindelijk tegengehouden door de troepen van generaal Nelson Miles. Chief Joseph gaf zich over, al wisten een paar jongeren te ontkomen, die wel de Canadese grens bereikten en zich aansloten bij de groep vrije Lakota, onder leiding van Sitting Bull, die ook in ballingschap was gegaan. Toen de Nez Percé onder leiding van Joseph gestopt en gevangen waren genomen, kregen zij geen reservaat in Idaho, maar werden zij als straf naar Indian Territory in Oklahoma gedeporteerd. Velen kwamen om, waaronder uiteindelijk ook Joseph. Pas de generatie daarna kreeg een reservaat in Idaho, waar hun nazaten nog steeds leven. Ook op deze geschiedenis kom ik nog terug in het laatste deel.

Californië

de stammen van Californië. Zie voor de taalfamilies de grote kaart van het westen, aan het begin van dit gedeelte

Dan nu de volkeren van Californië. Voor de komst van de Europeanen was het gebied tussen de Sierra Nevada en de westkust waarschijnlijk het dichtst bevolkte deel van het westelijke cultuurgebied. Het is een vruchtbaar land, met een mediterraan klimaat en vele afwisselende landschappen. Toch is er van de culturen van het gebied waar nu de staat Californië ligt vrij weinig overgebleven. Al in een vroeg stadium kwam de bevolking al in contact met de Europese nieuwkomers, de Spanjaarden, die oprukten vanuit Mexico. Die hebben daar behoorlijk huisgehouden, al hebben zij nooit het hele gebied volledig gekoloniseerd. De grote klap kwam in de jaren vijftig van de negentiende eeuw, toen Amerika in de ban raakte van de goudkoorts. Van die totale gekte en de volstrekte anarchie die toen in dat gebied heerste, zijn velen slachtoffer geworden, maar niemand zo erg als de indianen. Er is ook veel uit dat gebied verloren gegaan.

Wat we wel weten is dat dit gebied ooit een lappendeken was vele talen en culturen. De belangrijkste taalfamilies waren het Hokan-Cohuilteeks en het Penutisch, maar er waren vele andere minderheidstalen, die geen verwantschap vertonen met andere taalfamilies, zoals het Yuki en nog een paar kleinere groepen. En er waren een paar kleine enclaves waar ook het Na Dene werd gesproken, wellicht nazaten van dezelfde migratiestroom waar ook de Apaches en de Navaho in het zuidwesten uit zijn voortgekomen. Gezien de grote taaldiversiteit hebben de oorspronkelijke bewoners van Californië voor lange tijd grotendeels vreedzaam naast elkaar geleefd, waarbinnen er geen enkele groep was die de dominantie opeiste (een bekende ‘wet’ in de linguistische antropologie). Het was overigens geen gebied waar echte agrarische culturen van de grond kwamen; het land leverde vaak genoeg op. Maisbouw vond alleen in het zuiden plaats en op beperkte schaal. De meeste stammen en volkeren waren jagers, verzamelaars en vissers.

Curtis Principal female shaman of the Gupa 1923

Edward S. Curtis, Principal Female Shaman of the Hupa, 1923 (bron)

chumash mand

Mand met deksel (Chumash, Zuid Californië), ca 1850 (Bron: Indianen; kunst & cultuur tussen mythe en realiteit, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 2013)

Chumash, foto jaren 1850-1860 bron 500 Nations

Chumash, jaren 1850-1860 (Bron: 500 Nations)

De belangrijkste bron van voedsel, die eigenlijk de meeste landbouw overbodig maakte, was de vrucht van de Californische eik, die overal in grote aantallen voorkwam. De eikels werden ieder jaar in grote hoeveelheden verzameld. Ze werden gepeld en de bittere looistof werd er met water uitgespoeld. Wat overbleef was een buitengewoon voedzaam zetmeel, dat zich goed leende voor het bakken van brood. Dat was eigenlijk het voornaamste basisvoedsel van de Californische indianen en waarschijnlijk de verklaring waarom zo weinig maïsbouw voorkwam (eigenlijk alleen in de droge randwoestijnen, die grenzen aan het zuidwestelijke cultuurgebied, waar natuurlijk geen eiken groeien).

Net als de bewoners van het Grote Bekken waren de Californische indianen meester mandenvlechters. Op de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk waren daar een paar prachtige voorbeelden van te zien. Overigens werden er niet alleen manden gevlochten van gras en riet, maar ook kleding. Hoofddeksels, maar ook complete gewaden werden geweven van riet of gras. Dit kwam in het hele gebied voor, van het zuiden tot het noorden. Ook aan de noordwestkust (het hierna te bespreken cultuurgebied) zien we dit gebruik terug.

De geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners van Californië is een dramatische. In 1602 werd het gebied ingelijfd door de Spanjaarden. Zij stichtten een aantal Franciscaner missieposten. De indianen die daar in de buurt woonden werden gekerstend, maar dienden ook meteen als lijfeigenen. Daarbuiten werden de ‘wilde indianen’ wreed vervolgd. Ook werd het gebied geteisterd door epidemieën van uit Europa geïmporteerde ziektes. De ‘missie-indianen’ die een paar generaties als lijfeigenen hadden geleefd, hadden een probleem toen de missie-poten in de negentiende eeuw werden ingetrokken. Zij hadden hun oude manier van overleven verleerd en velen stierven van de honger.

In 1848 werd het gebied overgedragen aan de Verenigde Staten van Amerika. In datzelfde jaar ontdekte een bouwvakker, James Marshall, in de buurt van Sacramento goud. Het gevolg was een complete massa-hysterie. In de daarop volgende jaren trokken Amerikaanse kolonisten, van boeren tot dominees, van dagloners tot artsen, en masse naar het nieuwe goudland. Het leger, dat het ‘proces in goede banen moest leiden’ hielp een stevig handje mee; complete dorpen van de inheemse bewoners werden van de kaart geveegd. In de paar jaar van de Goldrush ‘verdween’ ongeveer 85% van de Californische indianen.

In 1852 werden er vier kleine reservaten ingericht, die alle indianen uit het gebied van Californië zouden moeten herbergen. Ook de menselijke transporten naar deze oorden waren gruwelijk. Kleine kinderen en ouderen, die de lange marsen niet aankonden, werden achtergelaten langs de weg en kwamen van de honger om. Driekwart van alle stammen hielden als entiteit op te bestaan; hooguit waren er wat losse overlevenden, die zich bij een ander reservaat moesten aansluiten. Alleen in de meest afgelegen gebieden van Californië, vooral in het noorden en het oosten, konden sommige stammen zich nog een tijd handhaven, maar ook dat bleek niet voor eeuwig. De Goldrush betekende vrijwel de doodklap voor de Indiaanse bevolking.

Een van die stammen die zich wisten te handhaven waren de Modocs uit de noordelijke binnenlanden van Californië, tegen de grens met Oregon (cultureel worden ze soms tot de indianen van het Plateau gerekend, zie ook de stammenkaart hierboven van dat gebied). De Modocs kregen een dwangbevel opgelegd om zich bij de Klamath in Oregon in een reservaat te vestigen. Het leven daar was zo slecht (mensen kwamen om van honger en ziekte), dat hun leider, Kintpuash, maar die door de blanken Captain Jack genoemd werd, in 1872 met een groep getrouwen terugkeerde naar zijn geboortegrond. Vandaar werden zij met harde hand verdreven. Captain Jack trok zich terug in de Lavabeds, een woest vulkanischg land, waar de vulkaanstructuren een soort natuurlijke vesting vormen. Na maanden strijd met het Amerikaanse leger werden alle Modocstrijders gearresteerd, waarvan een deel, waaronder Captain Jack, ter dood werd veroordeeld en opgehangen. Dat was het laatste militaire treffen in het Californische cultuurgebied. De Lavabeds, waar zich deze laatste strijd heeft afgespeeld zijn tegenwoordig een National Monument (zie hier). Het is een prachtig park met een betoverend mooi landschap. Het ligt wel ver weg van alle highways en het is niet eens zo makkelijk te vinden. Ik ben er ooit geweest (toen ik veertien was met mijn ouders) en het is absoluut een bezoek waard. Vanwege de schoonheid van het landschap en de geschiedenis van die plek. Ik kan het iedereen aanraden, maar dat terzijde.

Ishi

De eerste foto van Ishi uit 1911, kort nadat hij ‘gevonden’ was

Ishi poserend voor hut

Ishi tentoongesteld bij een traditionele Yahi-hut met verklarende bordjes

ishi-auto

Ishi in 1916, poserend in een auto, kort voor zijn dood

Een van de meest schrijnende gebeurtenissen uit de tragische geschiedenis van de Californische indianen vond enkele decennia later plaats. Hoewel het vooral een persoonlijk drama is, is het veelzeggend voor de geschiedenis van dit gebied. In 1911 betrapte een boer, uit Oroville, aan de voet van de Lassen Peak, een verwilderde man die probeerde zijn kippen stelen. De man, duidelijk van indiaanse afkomst, bleek geen woord Engels te spreken en sprak een volkomen vreemde taal. De autoriteiten wisten ook niet wat ze met hem aanmoesten. Uiteindelijk werd de hulp ingeroepen van een antropoloog van de Stanford University, Alfred Kroeber. Die kwam tot de conclusie dat deze man een Yahi-indiaan was, waarvan men dacht dat die, buiten een handjevol overlevenden in een reservaat, waren uitgestorven. Kroeber nam hem onder zijn hoede en de onbekende man, die zeer intelligent bleek te zijn, leerde in een hoog tempo Engels. De ‘gevondene’ wilde zijn naam niet noemen. Iedereen die hem onder zijn naam had gekend was dood en aangezien een naam iets is dat je wordt gegeven door je naaste verwanten, was voor hem ook zijn naam gestorven. Kroeber noemde hem Ishi, wat ‘man’ betekent in het Yahi. De Yahi waren praktisch uitgeroeid tijdens de Goldrush. Ishi was met een paar familieleden op de vlucht geslagen en had al die jaren weten te overleven. De mensen met wie hij was waren of vermoord door settlers, of door de honger omgekomen en uiteindelijk was hij alleen overgebleven. Toen hij in 1911 werd ‘gevangen’, was hij een man van 49 jaar oud.

Toen het nieuws zich verspreidde dat er een ‘wilde indiaan’ was ontdekt, wilden velen dit ‘natuurverschijnsel’ met eigen ogen bekijken. Ishi werd een attractie, werd uitgenodigd om allerlei evenementen bij te wonen en vaak (tegen betaling) tentoongesteld. Kroeber heeft hem hiertegen proberen te beschermen en nam hem uiteindelijk aan als ‘wetenschappelijk medewerker’ en zorgde voor een beschutte woonomgeving op de campus van Stanford. Lang heeft het niet geduurd want in 1916 was Ishi dood. De man die zijn naam verloren had en enkele decennia in de wildernis en in een vijandig gezinde omgeving alleen had weten te overleven, viel uiteindelijk ten prooi aan tuberculose. Zijn hersenen werden op sterk water gezet en bewaard in het Smithonian Institute. In 2000 procedeerden de Yahi van het reservaat om de stoffelijke overblijfselen van Ishi terug te krijgen. Zij slaagden daarin en gaven hem, vierentachtig jaar later, alsnog een waardige begrafenis, volgens de tradities van zijn volk.

Er zijn een paar kleine geïsoleerde reservaten in Californië. De overgrote meerderheid van de ooit omvangrijke indiaanse bevolking is in de tweede helft van de negentiende eeuw ‘verdwenen’.

…………………………………….To Be Continued (wordt vervolgd)………………………..

Bekijk hier alvast de hele PBS serie ‘500 Nations’ (6 uur en 14 min.)

Tagged with: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

My Beautiful Enemy; Farhad Foroutanian & Qassim Alsaedy (exhibition Diversity & Art, Amsterdam)

Flyer/handout exhibition (pdf)

قاسم الساعدي و فرهاد فروتنیان

Qassim en Farhad

Farhad Foroutanian and Qassim Alsaedy (photo: Nasrin Ghasemzade)

My Beautiful Enemy  –  دشمن زیبای من  –  عدوي الجميل

Farhad Foroutanian &  Qassim Alsaedy

Mesopotamia and Persia, Iraq and Iran. Two civilizations, two fertile counties in an arid environment. The historical Garden of Eden and the basis of civilization in the ancient world. But also the area were many wars were fought, from the antiquity to the present.The recent war between Iraq and Iran (1980-1988) left deep traces in the lives and the works of the artists

The artists Qassim Alsaedy (Iraq) and Farhad Foroutanian (Iran) both lived through the last gruesome conflict. Both artists, now living in exile in the Netherlands, took the initiative for this exhibition to reflect on this dark historical event, which marked the recent history of their homelands and their personal lives. Neither Farhad nor Qassim ever chose being eachother’s enemies. To the contrary, these two artists make a statement with ‘My Beautiful Enemy’ to confirm their friendship.

Farhad 1

 Farhad Foroutanian, Untitled, acrylic on canvas, 2013

Farhad Foroutanian

Farhad Foroutanian (Teheran 1957) studied one and a half year at the theatre academy, before he went to the art academy of Teheran in 1975. At that time the Iranian capital was famous for its hybrid and international oriented art scene. Artists worked in many styles, from pop-art till the traditional miniature painting, a tradition of more than thousand years,  in which  Foroutanian was trained.

After his education Foroutanian found a job as a political cartoonist at a newspaper. During that time, in 1978, the revolution came, which overthrew the regime of the Pahlavi Shah Dynasty. For many Iranian intellectuals and also for Foroutanian in the beginning the revolution came as a liberation. The censorship of the Shah was dismissed and the revolution created a lot of energy and creativity. A lot of new newspapers were founded. But this outburst of new found freedom didn’t last for long; in the middle of 1979 it became clear that the returned Ayatollah Khomeiny became the new ruler and founded the new Islamic Republic. Censorship returned on a large and villain scale and, in case of the cartoonists, it became clear that they could work as long as they declared their loyalty to the message and the new ideology of the Islamic Republic.

Farhad 2

 Farhad Foroutanian, Untitled, acrylic on canvas, 2013

The artistic climate became more and more restrictive. In the mid eighties Foroutanian fled his homeland. In 1986 he arrived with his family in the Netherlands.  Since that time Foroutanian manifested himself in several ways, as an independent artist, as a cartoonist and as actor/ theatre maker (most of the time together with his wife, the actress Nasrin Ghasemzade Khoramabadi).

Farhad 3

 Farhad Foroutanian, Untitled, acrylic on canvas, 2013

In his mostly small scaled paintings and drawings Foroutanian shows often a lonely figure of a man, often just a silhouette or a shadow, who tries to deal with an alienating or even surrealistic environment. This melancholical  figure, sometimes represented as a motionless observer, sometimes involved in actions which are obviously useless or failing, represents  the loneliness of the existence of an exile. Foroutanian:

“If you live in exile you can feel at home anywhere.  The situation and location in which an artist is operating, determines his way of looking at theworld. If he feels himself at home nowhere,  becomes what the artist produces is very bizarre.

The artist in exile is always looking for the lost identity. How can you find yourself in this strange situation? That is what the artist in exile constantly has to deal with. You can think very rationally and assume that the whole world is your home, but your roots- where you grew up and where you originally belong-are so important.It defines who you are and how you will develop. If the circumstances dictates that you can’t visit the place where your origins are, that has serious consequences. You miss it. You are uncertain if you have ever the chance to see this place again. The only option you have is to create your own world, to fantasize about it. But you can’t lose yourself in this process. You need to keep a connection with the reality, with the here and now.  Unfortunately this is very difficult and for some even something impossible. You live in another dimension. You see things different than others ”.

Farhad 4

 Farhad Foroutanian, Untitled, acrylic on canvas, 2013

In his works the lonely figures are often represented with a suitcase. Foroutanian:

“A case with everything you own in it. Miscellaneous pieces of yourself are packed. And the case is never opened. You carry it from one to another place. And sometimes you open the trunk a little and do something new. But you never open the suitcase completely and you never unpack everything. That’sexile”.

Foroutanian emphasizes that his political drawings were for him personally his anker that prevented him to drift off from reality. The concept of exile is the most important theme in Foroutanian’s work, in his paintings, drawings, but also in his theatre work, like Babel (2007) or  No-one’s Land (Niemandsland, 2010). In all his expressions  the lonely figure is not far away, just  accompanied with his closed suitcase and often long shadow.

Farhad 5

 Farhad Foroutanian, Untitled, acrylic on canvas, 2013

Foroutanian participated in several exhibitions, in the Netherlands and abroad. He also worked  as a cartoonist for some Dutch magazines and newspapers, like Vrij Nederland, Het Algemeen Dagblad and Het Rotterdams Dagblad. Like Qassim Alsaedy he exhibited at an earlier occasion in D&A.

The quotes of Foroutanian are English translations of an interview with the artist in Dutch, by Floor Hageman, on the occasion of a performance of Bertold Brecht’s ‘Der gute Mensch von Sezuan’ (‘ The Good Person of Szechwan’), Toneelgroep de Appel, The Hague, see http://www.toneelgroepdeappel.nl/voorstelling/153/page/1952/Interview_met_Iraanse_cartoonist_Farhad_Foroutanian

Qassim 1

Qassim Alsaedy, untitled, oil on canvas,  2009

Qassim Alsaedy

Qassim Alsaedy (Baghdad 1949) studied at the Academy of Fine Arts in Baghdad during the seventies. One of his teachers was Shakir Hassan al-Said, one of the leading artists of Iraq and perhaps one of the most influential artists of the Arab and even Muslim world of twentieth century. During his student years in the seventies Alsaedy came in conflict with the regime of the Ba’th party. He was arrested and spent nine months in the notorious al-Qasr an-Nihayyah, the Palace of the End, the precursor of the Abu Ghraib prison.

After that time it was extremely difficult for Alsaedy to settle himself as an artist in Iraq. Alsaedy: “Artists who didn’t join the party and worked for the regime had to find their own way”. For Alsaedy it meant he had to go in exile. He lived alternately in Lebanon and in the eighties in Iraqi Kurdistan, where he lived with the Peshmerga (Kurdish rebels). When the regime in Baghdad launched operation ‘Anfal’ , the infamous genocidal campaign against the Kurds, Alsaedy went to Libya, where he was a lecturer at the art academy of Tripoli for seven years. Finally he came to the Netherlands in the mid nineties.

Qassim 2

Qassim Alsaedy, untitled, mixed media, 2012/2013

The work of Alsaedy is deeply rooted in the tradition of the Iraqi art of the twentieth century, although of course he is also influenced by his new homeland. The most significant aspect of Alsaedy’s work is his use of abstract signs, almost a kind of inscriptions he engraves in the layers of oil paint in his works. Alsaedy:

“In my home country it is sometimes very windy. When the wind blows the air is filled with dust. Sometimes it can be very dusty you can see nothing. Factually this is the dust of Babylon, Ninive, Assur, the first civilisations. This is the dust you breath, you have it on your body, your clothes, it is in your memory, blood, it is everywhere, because the Iraqi civilisations had been made of clay. We are a country of rivers, not of stones. The dust you breath it belongs to something. It belongs to houses, to people or to some texts. I feel it in this way; the ancient civilisations didn’t end. The clay is an important condition of making life. It is used by people and then it becomes dust, which falls in the water, to change again in thick clay. There is a permanent circle of water, clay, dust, etc. It is how life is going on and on. I have these elements in me. I use them not because I am homesick, or to cry for my beloved country. No it is more than this. I feel the place and I feel the meaning of the place. I feel the voices and the spirits in those dust, clay, walls and air. In this atmosphere I can find a lot of elements which I can reuse or recycle. You can find these things in my work; some letters, some shadows, some voices or some traces of people. On every wall you can find traces. The wall is always a sign of human life”.

Qassim 3

Qassim Alsaedy, untitled, mixed media, 2012/2013

The notion of a sign of a wall which symbolizes human life is something Alseady experienced during his time in prison. In his cell he could see the marks carved by other prisoners in the walls as a sign of life and hope.

Later, in Kurdistan, Alsaedy saw the burned landscapes after the bombardments of the Iraqi army. Alsaedy:

“ Huge fields became totally black. The houses, trees, grass, everything was black. But look, when you see the burned grass, late in the season, you could see some little green points, because the life and the beauty is stronger than the evilness. The life was coming through. So you saw black, but there was some green coming up. For example I show you this painting which is extremely black, but it is to deep in my heart. Maybe you can see it hardly but when you look very sensitive you see some little traces of life. You see the life is still there. It shines through the blackness. The life is coming back”.

Qassim 4

Qassim Alsaedy, untitled, mixed media, 2012/2013

Another important element in Alsaedy’s mixed media objects is his use of rusted nails or empty gun cartridges. For Alsaedy the nails and the cartridges symbolize the pain, the human suffering and the ugliness of war. But also these elements will rust away and leave just an empty trace of their presence. Life will going on and the sufferings of the war will be once a part of history.

His ceramic objects creates Alsaedy together with the artist Brigitte Reuter. Reuter creates the basic form, while Alsaedy brings on the marks and the first colors. Together they finish the process by baking and glazing the objects.

Qassim 5

Qassim Alsaedy, untitled, mixed media, 2012/2013

Since Alsaedy came to the Netherlands he participated in many exhibitions, both solo and group. His most important were his exhibition at the Flehite Museum Amersfoort (2006) and Museum Gouda (2012). He regularly exhibits in the Gallery of Frank Welkenhuysen in Utrecht.

Floris Schreve, Amsterdam, 2013

My Beautiful enemy

28 April- 26 May 2013

O P E N I N G op zondag 28 april om 16.00uur – deur open om 15.00 uur
door Emiel Barendsen – Programma Director Tropentheater

logo Diversity & Art

http://www.diversityandart.com/

Diversity & Art | Sint Nicolaasstraat 21 | 1012 NJ Amsterdam | open: do 13.00 – 19.00 | vr t/m za 13.00 – 17.00

عدوي الجميل

قاسم الساعدي وفرهاد فوروتونيان

يسرنا دعوتكم لحضور افتتاح المعرض المشترك للفنانين قاسم الساعدي ( العراق) وفرهاد فوروتونيان ( ايران ) , الساعة الرابعة من بعد ظهر يوم الاحد الثامن والعشرين من نيسان- ابريل 2013

وذلك على فضاء كاليري دي اند أ

الذي يقع على مبعدة مسيرة عشرة دقائق من محطة قطار امستردام المركزية , خلف القصر الملكي

تفتتح الصالة بتمام الساعة الثالثة

Een kleine impressie van de tentoonstelling (foto’s Floris Schreve):

Exif_JPEG_PICTURE

tentoonstelling 2

tentoonstelling 3

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

Exif_JPEG_PICTURE

tentoonstelling 10

tentoonstelling 7

tentoonstelling 6

Opening

Opening 2

Emiel Barendsen (foto Floris Schreve)

Dames en heren, goedemiddag,

Toen Herman Divendal mij benaderde met het verzoek een openingswoord tot u te richten ter gelegenheid van de duo expositie van Qassim Alsaedy en Farhad Foroutanian moest ik een moment stilstaan. Immers, ik ben de man die ruim 35 jaar werkzaam is in de podiumkunsten. Weliswaar altijd de niet-westerse podiumkunsten maar toch…podiumkunsten. Herman vertelde mij toen dat hij graag dit soort gelegenheden te baat neemt om anderen dan de usual suspects hun licht te laten schijnen op de tentoongestelde werken. Mooie gedachte die ik met hem deel.
Als Hoofd Programmering en interim directeur van het helaas opgeheven Tropentheater was ik in de gelegenheid om veel te reizen op zoek naar nieuwe artiesten en producties die wij belangrijk en interessant vonden om aan het Nederlandse publiek voor te stellen. In die queste ben je op zoek naar elementen die aan dat specifieke raamwerk appelleren: nieuwsgierigheid, avontuurlijkheid, vakmanschap en ambachtelijkheid, authenticiteit en identiteit maar bovenal de eigen signatuur van de makers.
Beide kunstenaars hier vertegenwoordigd vertellen ons mede op zoek te zijn naar identiteit, beide zijn gevlucht uit hun moederland , beide delen een gezamenlijk bestaan; een gedwongen toekomst. En identiteit is verworden tot een lastig te hanteren begrip in de Nederlandse samenleving anno nu. Sinds de opkomst van populistische partijen hebben wij de mondvol over dé Nederlandse cultuur en identiteit ; maar waar bestaat die in vredesnaam uit. Ik heb er de canon van Nederland nog een op nageslagen en als je het hebt over kunst en cultuur frappeert de constatering dat het juist de externe influx is geweest – en nog immer is – die ons Nederlands DNA bepaalt. Aan de vooravond van een Koningswisseling constateren we dat na de Duits-Oostenrijkse, Engelse, Franse en Spaanse adel de elite van de nieuwe wereld hun opwachting maakt in de Nederlandse monarchie. De ultieme uiting van globalisering. Argentinië nota bene een land opgebouwd uit door conquistadores verkrachte indianen aangevuld met voor armoe gevluchte Sicilianen, Ashkenazische joden, Duitse boeren , Britse gelukzoekers en nazaten van de Westafrikaanse slaven die – behalve hun ritme – de Rio de la Plata niet mochten oversteken, levert de nieuwe Koningin. Wat is onze Nederlandse identiteit eigenlijk als onze kunsthistorische canon vooral gebouwd is op het –wellicht door pragmatisme ingegeven- asiel dat wij boden aan gevluchte kunstenaars: geen Gouden Eeuw zonder Vlamingen, Hugenoten, Sefardische Joden of Armeniers. ‘Onze’ succesvolste nog levende beeldend kunstenares, Marlene Duma, is van Zuid Afrikaanse oorsprong.
Vanuit mijn vakgebied huldig ik het principe dat men tradities moet begrijpen om het hedendaagse te kunnen duiden. Dit geldt niet alleen voor de podiumkunsten maar in mijn optiek ook voor de beeldende kunst. Traditie als conditio sine qua non voor modernisering.
Over de grenzen kijken betekent vooral eerst jezelf leren kennen; wat vind ik mooi, interessant en vooral waarom? Wat zijn die verhalen die je observeert en hoort en in welke culturele context moet ik die plaatsten?
Je laten leiden door je eigen nieuwsgierigheid levert een grote geestelijke verrijking op.
‘My beautiful enemy’ is de titel van deze expositie en verwijst naar het Irak – Iran conflict uit de jaren tachtig van vorige eeuw. Twee buurlanden gebouwd op de civilisaties en dynastieën die de bakermat van onze beschaving vormen. Een gebied dat een lange geschiedenis van conflicten kent maar waar de culturele overeenkomsten groter blijken te zijn dan de verschillen. In samenlevingen waarin de kunstenaar de mond gesnoerd wordt en waar kritische noten niet meer gehoord mogen worden rest vaak maar één pijnlijke optie: ballingschap. Huis en haard worden verlaten om elders in de wereld een nieuw bestaan op te bouwen. Dit proces is voor iedere balling moeilijk en eenzaam; de geschiedenis verankerd in je geheugen is de basis waar je op terugvalt. Mijmeringen over kleuren, geuren, geluiden en smaken van je geboortegrond bijeengehouden door verhalen.
En dat zie je terug in de hier tentoongestelde werken: als ik de werken van Qassim Alsaedy observeer dan herken ik de vakman die in een beeldende taal abstracte verhalen vertelt die een appèl doen op zijn geboortegrond. Als ik mijn ogen luik verbeeld ik mij het landschap te ruiken en hoor ik bij het ene werk de zanger Kazem al Saher op de achtergrond en bij het andere poëtische werk de oud-speler Munir Bachir zachtjes tokkelen.
Farhad Foroutanian gebruikt een ander idioom en zijn stijl verraadt zijn achtergrond als cartoonist. In ogenschijnlijk een paar klare lijnen zet hij zijn figuren neer in een welhaast surreëel decorum. De man met de koffers doet mij terugdenken aan mijn eigen jeugd die ik doorbracht in Zuid-Amerika. Toen aan de vooravond van de gruwelijke Pinochet-coup in Chili de dreiging alsmaar toenam zetten mijn ouder twee koffers klaar waarin de meest noodzakelijke spullen zaten om eventueel te moeten vluchten. Paspoorten en baar geld, kleding en toiletartikelen. Wij moesten niet vluchten, gelukkig, maar werden wel verzocht het land te verlaten. Onze nieuwe bestemming werd het door een burgeroorlog geteisterde Colombia en hoewel dat geweld voornamelijk in de jungle ver van de grote steden plaatsvond waren er momenten dat dat geweld angstig dichtbij kwam. En weer stonden die twee koffers onder handbereik.
Zo blijkt dat deze werken prikkelen en vragen stellen. Het is aan het individu echter om daar invulling aan te geven . Daarover te praten met anderen levert vanzelf weer nieuwe verhalen op.
In een tijd waarin de overheid net doet of diversiteit niet meer van deze tijd is en moedwillig aanstuurt op ondubbelzinnige eenvormigheid ben ik blij dat er nog een plek in Amsterdam is waar men deze prachtige kunst kan aanschouwen.
Ik besluit met het motto “tegenwind is wat de vlieger doet stijgen” en wens Qassim en Farhad alle goeds toe. En u als publiek veel kijkgenot.

Dank u.
Emiel Barendsen

Exif_JPEG_PICTURE

Farhad Foroutanian en Qassim Alsaedy (foto Floris Schreve)

Exif_JPEG_PICTURE

In Front (left): Qassim Alsaedy, the Dutch/Iraqi Kurdish writer Ibrahim Selman and the actress Nasrin Ghasemzade (the wife of Farhad Foroutanian)

opening 4

Bart Top, Farhad Foroutanian and Ishan Mohiddin

opening 5

The Iraqi Kudish artists Hoshyar Rasheed and Aras Kareem (who exhibited in D&A before, see here and here), Ishan Mohiddin and Jwana Omer (the wife of Aras Kareem)

De Volkskrant (vrijdag 3 mei 2013):

Volkskrant

Antroposofie en racisme 7: De Hokjesman (Michaël Schaap, VPRO) van 21-2-’13…Antroposofen

Zie ook Antroposofie en racisme deel 1, deel 2, deel 3, deel 4 en deel 5. Deel 6, dat vooral (maar niet uitsluitend) hierover zal gaan, verschijnt zeer binnenkort op dit blog, hopelijk nog voor de uitzending

Van: http://programma.vpro.nl/hokjesman/afleveringen/aflevering-7-de-antroposofen.html

Aflevering 7: De antroposofen

Uitzending op donderdag 21-02-2013, om 21.35 op Nederland 3

HERHALING: donderdag 22 augustus, 21.00, Nederland 3

Onze hokjesman onderzoekt deze opmerkelijke combinatie van wetenschap en mystiek en aanschouwt hoe deze zelfbouwpakket-religie-zonder-god leidt tot een worsteling tussen de aanhangers onderling en met de non-believers.

Zoom

Er was er eens een godsdienst die geen godsdienst was…

Antroposofie (van het Griekse anthropos “mens” en sophia “wijsheid”) is een spirituele filosofie en occulte wetenschap gebaseerd op de leer van Rudolf Steiner (1861–1925), die het bestaan postuleert van een geestelijke wereld die toegankelijk zou zijn via innerlijke ontwikkeling.

De antroposofie gaat er vanuit dat de reguliere wetenschap veel te beperkt is, omdat die enkel uitgaat van empirie en deductie. Nee, er is ook een geesteswereld waar de wetenschappelijke wetten niet gelden. En zo is de antroposoof bereid het bestaan te aanvaarden van geesten, onzichtbare wezens; van klein tot groot, van bos tot heelal. En dat alles om te pogen een verklarend systeem te vinden voor de opkomst en ondergang van volken, rassen en beschavingen; want de mens en zijn ontwikkeling staan centraal.

Onze hokjesman onderzoekt deze opmerkelijke combinatie van wetenschap en mystiek en aanschouwt hoe deze zelfbouwpakket-religie-zonder-god leidt tot een worsteling tussen de aanhangers onderling en met de non-believers. Hoe het in pacht hebben van de wijsheid verplicht tot het verspreiden en toepassen ervan op veel terreinen. Zoals vrije schoolpedagogie, heilpedagogie, euritmie, spraakvorming, kunstzinnige therapieen, antroposofische geneeskunde, sociale driegeleiding, en biologische landbouw.
Hoe verder de hokjesman afdaalt in deze geestelijke mijnen van Koning Salomo hoe duisterder de diepten worden.

Is er terugkeer mogelijk als hij zelf de wijsheid eenmaal heeft mogen ontvangen?

<img

Klik HIER om de aflevering te bekijken

de hokjesman 2

Met ‘de Hokjesman’ (Michaël Schaap) tijdens de opnames.

Regie: Jurjen Blick & Michael Schaap
Research: Sigrid Burg, Miek Hehenkamp
Camera: Maarten Kramer, Gregor Meerman, Pim Hawinkels,
Pierre Rezus
Geluid: Frenk van der Sterre, Hens van Rooij
Eindredactie: Robert Wiering
Productie: Malva Blom, Mirjam de Heus
Assistent productie: Iris Fransen
Montage: Jurjen Blick, Paul Delput
Mixage: Jaim Sahuleka
Kleurcorrectie: Richard Laarman
Mediamanagement: Fred ‘t Hart
Stagiair: Floris Koch
Postproductie: Barbara Duives

http://gids.vpro.nl/2013/02/21/in-esoterie/

In Esoterië

De hokjesman

Nederland 3, 21.35-22.30 uur

In de zesde aflevering begeeft de hokjesman zich onder antroposofen.

‘Goethe, kennen jullie die écht niet?’ De antroposofische boer die een klas Achterhoekse pubers rondleidt op zijn biologisch-dynamische bedrijf kan het haast niet geloven. Hij heeft net verteld hoe hij ‘kosmische muziek in de mest brengt’ en waar zijn kennis vandaan komt. Maar hoe meer er wordt uitgelegd over zijn inspiratiebronnen, des te groter de kloof wordt tussen antroposofie en de rest van de wereld. En daar lijkt de hokjesman ook wel een beetje last van te hebben. Want met elke deur die voor hem opengaat, lijkt zijn verbazing te groeien. Het is ook wel wat veel van het esoterische. Bewegend leren rekenen, een bouwstijl die een beetje danst en hemelwater dat eerst gevitaliseerd moet worden voordat het weer door de aderen van moeder aarde mag stromen. En dan blijkt bovengenoemde boer zijn vader ooit als vermist te hebben opgegeven, terwijl die begraven lag in de tuin. De vraag rijst: is het wetenschap of geloof wat Rudolf Steiner heeft nagelaten?

Hugo Hoes

boze geesten antrovista

www.antrovista.com. Boze Geesten😉

Mijn commentaar op de uitzending

Al met al vond het een boeiende en bij vlagen ook hilarische uitzending. Er viel veel te lachen. Ontroerend vond ik het verhaal van de BD boer Erik, die de strijd van zijn vader voor de Biologisch Dynamische landbouw in een vijandige omgeving voortzette. Ook mooi dat hij zijn vader op zijn eigen land heeft begraven. Voor dat soort dwarsheid (en toewijding) heb ik altijd een zwak, hoe maf anderen dit wellicht vinden.

Maf zijn natuurlijk wel allerlei andere zaken die aan bod kwamen. Creatieve vakken zijn vaak het uithangbordje van de vrije school, maar de invulling die eraan gegeven wordt bleek in de loop der jaren niet te zijn veranderd. Net als in mijn eigen tijd op de vrije school (eind jaren zeventig, tot halverwege de jaren tachtig) wordt er voortdurend dezelfde antroposofische esthetische norm gehanteerd, die sinds de beginjaren van de beweging eigenlijk niet is veranderd. Naar mijn smaak een kitscherige aftakking van de Jugendstil/art nouveau. Over ‘decadente aftakking’ gesproken😉 Ook heel versteend, bijna symbolisch voor hoe de woorden van Steiner in steen zijn gebeiteld. Want Steiners inzichten loslaten is in de ‘geesteswetenschap’ een onmogelijkheid, wat Paul Mackay daar ook over beweert. Er is immers geen antroposoof na Steiner geweest, die zo diep kon schouwen als hij, laat staan dat iemand zijn geesteswetenschappelijke inzichten heeft kunnen toetsen, dan wel corrigeren of bijstellen. Dat laatste is toch zo’n beetje de kern van wetenschap. Dat is in de antroposofie niet mogelijk en dat maakt het wat mij betreft meer een levensbeschouwing (voorzichtig geformuleerd). Het is,  naar mijn bescheiden mening althans, vooral een geloof. De antroposofie kent ook zeker sektarische elementen, zij het dat niet iedereen die in een van de werkgebieden van de antroposofie actief is, zich onvoorwaardelijk overgeeft aan het door Steiner doorgegeven wereldbeeld. Mijn ervaring is dat meer dan de helft van de mensen die binnen de antroposofische sector op de een of andere manier actief zijn, vaak nauwelijks op de hoogte zijn van de inhoud van Steiners boeken en voordrachten. Daarover waakt een klein gilde van ‘beroepsantroposofen’. En antroposofen, ze zijn er zeker, al bevindt bijna iedereen die in het programma werd geïnterviewd zich in de ontkenningsfase.

Overigens vind ik niet dat de rassenleer ‘de kern’ van de antroposofie is (dat kwam er in het interview niet helemaal goed uit). Wel dat de rassenleer zich bevindt in de kern van de antroposofie. En dat is het antroposofische idee van de aarde-evolulutie; het grote verhaal van waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe. Binnen dat verhaal is Steiners notie van het begrip ‘ras’ wel een van de cruciale factoren.

Mijn eigen gesprek met Schaap dan (opgenomen in mei 2012, bij het openluchttheater de Lichtenberg, iets buiten Weert, zie hier). Zoals dat nu eenmaal gaat is niet het hele interview uitgezonden. Ik heb nog veel meer passages van Steiner voorgelezen, ook over het ‘zwarte ras’, bijv. uit Vom Leben des Menschen und der Erde (1923, GA 349):

 “Im Neger wird da drinnen fortwährend richtig gekocht, und dasjenige, was dieses Feuer schürt, das ist das Hinterhirn“

oftewel:

“In de ‘neger’ wordt voortdurend gekookt en wat het vuurtje aanwakkert… dat zijn zijn achterhersenen”

De van Baarda-commissie vond dit overigens een categorie 2 uitspraak, dwz. ‘waarbij sprake is van schijnbare discriminatie, maar niet als deze uitspraak wordt beoordeeld vanuit de antroposofie als geheel’….tja
.

En verder ben ik juist uitgebreid op het rapport van de Commissie van Baarda ingegaan, dat er mijns inziens niet in slaagt om de stelling ‘Géén sprake van rassenleer’ hard te maken.  De commissie heeft weliswaar zestien passages van Steiner ‘opgeofferd’, waarin hij echt over de schreef is gegaan, maar heeft Steiners echte rassenleer buiten schot gehouden en proberen weg te moffelen, soms met de meest waanzinnige (en ook hilarische) gelegenheidsargumenten. Ik heb er op dit blog al veel aandacht aan besteed. Zie vooral mijn vijfde bijdrage uit deze reeks, waarin ik, althans dat denk ik, toch flink wat onvolkomenheden van dit rapport heb laten zien.

Tijdens de opnames heb ik daar ruime aandacht aan besteed, maar dat is er niet ingekomen. Achteraf jammer (wat mij betreft), want Mackay kon op die manier wel erg makkelijk zeggen dat met het rapport alles was opgelost.

Nog een opmerking over iets wat in de uitzending naarvoren kwam. De dame in de boekhandel zei dat er geen boeken over de antroposofie beschikbaar zijn van niet niet-antroposofen, althans niet in het Nederlands. Qua Nederland heeft zij bij mijn weten inderdaad gelijk, al zijn er in het verleden best wel wat kritische publicaties verschenen zoals van JD Immeman (over pedagogoek) en Gjalt Zondergeld (over de racisme-kwestie). Kleinere publicaties/brochures zijn er verschenen van Gjalt Zondergeld (samen met Evert van der Tuin en August de Roode), Bram Moerland (hier te raadplegen) en Toos Jeurissen (hier te raadplegen). Maar bestaan wel degelijk studies naar de antroposofie door buitenstaanders. Het belangrijkste standaardwerk van nu is van Helmut Zander, hoogleraar geschiedenis aan de Humboldt Universiteit in Berlijn, al vaak aangehaald op dit blog: Helmut Zander, Anthroposophie in Deutschland; Theosophische Weltanschauung und gesellschaftliche Praxis 1884–1945, Band 1&2, Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, 2007. Maar ik kan ook de boeken van Peter Bierl en Peter Staudenmaier aanbevelen.

Hieronder wil ik in ieder geval mijn eigen aantekeningen weergeven, die ik heb gemaakt voor het interview voor de Hokjesman van mei 2012. Voor de volledigheid. Ter aanvulling van dit verder zeer informatieve en ook zeker mooi gemaakte en vaak erg geestige portret van de antroposofische scene in Nederland.

 Klik HIER om de aflevering te bekijken

antroposofenhokjesman-621x328

Steiner stelt de diagnose

Een van de highlights uit het van Baarda-rapport (het ‘onafhankelijke rapprt’ van ‘antroposofische wetenschappers’, hier de concluderende ‘slotopmerkingen’ van het derde hoofdstuk): Steiner stelt de Diagnose! En natuurlijk hebben ‘zwarte mensen’ andere ‘therapieën’, ‘didactische aanwijzingen’, etc. nodig dan blanken😉 Laat staan de indianen, die in Steiners grootse visie louter de functie hebben om dood te gaan. Deze tekst is maar een voorbeeld, maar het rapport kent veel van dit soort pareltjes. Zie voor een bespreking van het bovenstaande en andere delen van het rapport mijn vijfde antroposofie-artikel. Zie voor een andere soortgelijke uitwerking van Steiners rassenleer een verhandeling van vrije schoolleraar Maarten Ploeger, uit de bundel ‘Antroposofie ter discusssie’ (red. Jelle van der Meulen, Vrij Geestesleven, Zeist, 1985) hier te raadplegen. Zie overigens hier een commentaar van Peter Staudenmaier (Cornell University en een van ‘s werelds toonaangevende experts op dit gebied) op het rapport.

de hokjesman still (met Michael) - kopie

Notities interview voor de documentaire van  Michaël Schaap over de antroposofie (lang niet alles is tijdens het interview gebruikt en daarvan is een kleine selectie uitgezonden)

Wat is antroposofie?

Antroposofie is een levensbeschouwing die is vormgegeven aan het begin van de twintigste eeuw door de Oostenrijkse esotericus Rudolf Steiner. Antroposofie biedt een alomvattend wereldbeeld en pretendeert antwoord te geven op grote vragen als ‘waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe?’ of ‘Heeft de schepping of de evolutie een doel en wat is de rol van de mens daarin?’

De antroposofie heeft ook allerlei uitwerkingen en praktische toepassingen en biedt voor de aanhangers antwoorden op vragen als: ‘waarom word ik ziek?’ ‘Waarom is mijn kind hyperactief?’ Tot en met ‘Wat is gezonde voeding?’

Hoofdconclusie van Baarda-rapport: Géén sprake van rassenleer! Steiner heeft zich slechts zestien keer vergaloppeerd in geísoleerde uitspraken, verspreid over zijn enorme oeuvre. Dus niets aan de hand, volgens het rapport en de AViN (conclusies grotendeels overgenomen in het Frankfurther Memorandum van de Duitse antroposofische Vereniging).

Mijn stelling: de hoofdconclusie van het rapport klopt niet, er is wel degelijk sprake van rassenleer. Steiners opvattingen over rassen horen bij zijn grotere verhaal over de evolutie van de mens

Antroposofische evolutiemodel:

model Poppelbaum 

Poppelbaum (1926)

 

 poppelbaum detail

Poppelbaum detail

 

 

 

Steiner 1907 (GA 100) 1 (is eigenlijk hetzelfde als de bovenstaande uitsnede van Poppelbaum, maar dan van de hand van Steiner zelf):

 

 

 

 

 

 

Steiner 1907 (GA 100) 2:

 

 

Aus der Akasha-Chronik (GA 11, 1907), hoofdstuk 2, Unsere Atlantische Forvahren (cruciaal citaat, niet in het rapport opgenomen);

Nur ein kleiner Teil der lemurischen Menschheit war zur Fortentwickelung fähig. Aus diesen bildeten sich die Atlantier. – auch später fand wieder etwas ähnliches statt. Die größte Masse der atlantischen Bevölkerung kam in Verfall, und von einem kleinen Teil stammen die sogenannten Arier ab, zu denen unsere gegenwärtige Kulturmenschheit gehört. Lemurier, Atlantier und Arier sind, nach der Benennung der Geheimwissenschaft, Wurzelrassen der Menschheit. Man denke sich zwei solcher Wurzelrassen den Lemuriern vorangehend und zwei den Ariern in der Zukunft folgend, so gibt das im ganzen sieben. Es geht immer eine aus der andern in der Art hervor, wie dies eben in bezug auf Lemurier, Atlantier und Arier angedeutet worden ist. Und jede Wurzelrasse hat physische und geistige Eigenschaften, die von denen der vorhergehenden durchaus verschieden sind. Während zum Beispiel die Atlantier das Gedächtnis und alles, was damit zusammenhängt, zur besonderen Entfaltung brachten, obliegt es in der Gegenwart den Ariern, die Denkkraft und das, was zu ihr gehört, zu entwickeln.

Aber auch in jeder Wurzelrasse selbst müssen verschiedene Stufen durchgemacht werden. Und zwar sind es immer wieder sieben. Im Anfange des Zeitraumes, der einer Wurzelrasse zugehört, finden sich die Haupteigenschaften derselben gleichsam in einem jugendlichen Zustande; und allmählich gelangen sie zur Reife und zuletzt auch zum Verfall. Dadurch zerfällt die Bevölkerung einer Wurzelrasse in sieben Unterrassen. Nur hat man sich das nicht so vorzustellen, als ob eine Unterrasse gleich verschwinden würde, wenn eine neue sich entwickelt. Es erhält sich vielleicht eine jede noch lange, wenn neben ihr andere sich entwickeln. So leben immer Bevölkerungen auf der Erde nebeneinander, die verschiedene Stufen der Entwickelung zeigen’

 

 

Citaat Mission GA 121, 1910 4e voordracht:

Nicht nur etwa deshalb, weil es den Europäern gefallen hat, ist die indianische Bevölkerung ausgestorben, sondern weil die indianische Bevölkerung die Kräfte erwerben mußte, die sie zum Aussterben führten.

Noemen: Ploeger en Wiechert hebben het over Wounded Knee

Maarten Ploeger:

‘Er blijkt zelfs een opmerkelijke affiniteit te bestaan tot grensoverschrijding tussen leven en dood. Al in een vroeg leeftijdsstadium vertonen indianen scherp getekende gelaatstrekken. Bij de prairie-indianen werd een belangrijkste krijgers inwijding gevonden in strijdsituaties met een welhaast zeker dood voor ogen (de eer behalen door een gewapende vijand aan te tikken met een stok)…(…) Met deze karakteristieken voor ogen kan Steiners uitspraak in de Volkszielen (vrij weergegeven): ‘De indianen moesten uitsterven en de kolonisten waren het uiteindelijke instrument’, in en juist daglicht worden gesteld. Het is allerminst een excuus voor het botvieren van de blanke moordcapaciteit; die schuld hebben wij hoe dan ook op ons geladen (evenmin kan de nog steeds voortgaande uitroeiing van de Amazone-indianen hiermee op welke wijze dan ook aanvaardbaar worden gemaakt). Zoals een ouder mens aan een op zichzelf niet zo dramatische ziekte licht kan bezwijken, zo betekende de confrontatie met de blanke expansiedrift voor de indianen meer dan een reeks ongelijke oorlogen. De indiaanse cultuur had à priori de bevattelijkheid om hieraan te gronde gaan (zie bijvoorbeeld de Wovoka-episode, uitmondend in de ‘zelfdestructie’ onder leiding van Sitting Bull bij Wounded Knee)’. (Antroposofie ter discussie, p.43-44)

Christoph Wiechert (in het Ikon radioprogramma ‘Het voordeel van de twijfel):

Ik denk dat dit gen beladen uitspraak is. Want als je ziet toen de Europeanen zich met de negers gingen bemoeien. Dat volk is niet te gronde gegaan (..) Terwijl je bij de indianen inderdaad, als je ziet wat er in Wounded Knee gebeurd is, dat is toch een ongelooflijke tragedie, daar zie je echt iets uitgeblust worden, onvoorstelbaar (…)Dus in die zin is de gedachte aannemelijk, gewoon uit de waarneming, ja, dat je ziet, ja, dat eindigt in reservaten. Ongelooflijk tragisch, bij negers zie je: dat eindigt helemaal niet in reservaten, die hadden ook wel kunnen sterven, bij wijze van spreken, want de Europeanen gingen daar ook niet zachtzinnig mee om. (eindrapport, pp. 636-637)

Commissie vergelijkt met Jarett Diamond Guns Germs and Steel

NB Waarom zei Steiner op 10 juni 1910 in Oslo dat de indianen niet zijn uitgestorven ‘omdat de Europeanen het beviel’, maar ‘omdat de indianen zelf de krachten moesten verwerven die tot hun uitsterven zouden leiden’? Ging hij op deze plaats voorbij aan de volkerenmoord op de indianen? Praatte hij die volkerenmoord goed, zoals sommigen beweren, met een zogenaamde ‘karmische noodzaak’? Kennelijk besefte hij dat hij misverstanden kon oproepen, want hij liet de uitspraak over indianen vooraf gaan dor de opmerking: ‘ich bitte das nicht mißzuverstehen, was eben gesagt wird: es bezieht sich nur auf den Menschen, insofern er von den physisch-organisatorischen Kräften abhängig ist, von den Kräften, die nicht  sein Wesen als Menschen ausmachen, sondern in Denen er lebt’. De irreguliere geesten van de vorm bewerkstelligeden in de lichaamskrachten van de indianen een element van ouderdom. Als ras stierven de indianen volgens Steiner daarom uit.

In het verzamelde werk van Steiner zijn in hoofdzaak twee redenen te vinden voor het (gedeeltelijk) uitsterven van indianen. De ene ligt in de verschillende constitutionele eigenschappen van de indianen, zoals beschreven in het onderhavige citaat. En in de lezingen van 27 oktober 1909 (citaat 1353), 12 juni 1910 (citaat 116) en 3 maart 1923 (citaat 130). De andere is de uitroeiing van de indianen door de blanke veroveraars uit Europa. Er zijn talrijke plaatsen te vinden waarin hij deze uitroeiing beschrijft. Hierboven zijn al enkele aangehaald, namelijk citaten 155, 157, 159, 161, 163, en 164. Ook in citaat 166 wordt over uitroeiing van de indianen door de Europeanen gesproken.

Het gebruik van de term ‘uitroeiing’ (‘Ausrottung’, ‘ ausrotten’) geeft aan dat Steiner het doden van de indianen door de Europeanen impliciet veroordeelde. Uit sommige citaten blijkt nog duidelijker hoe hij daarover dacht, zoals in ‘…man die damilgen Amerikaner, die amerikanischen Indianer massakriert hat. Diese Art von Kulturausdehnung, das war die erste Etappe auf dem Wege, auf dem wir dann nach und nach weitergegangen sind’ (citaat 155) en ‘Sehen Sie, die Indianer haben allmählicg kennengelernt die ‘besseren’ Menschen, die über sie gekommen sind, bevor diese sie ausgerottet haben’ (citaat 159). Ook in de opmerking ‘weil es den Europäern gefallen hat’ (citaat 103) klinkt een veroordelende ondertoon ten aanzien van de Europeanen.

Waar het hem in de lezing op 10 juni 1910 om te doen was, was om de aanwezige theosofen te laten zien dat er bij die beslissende historische gebeurtenis niet alleen uiterlijk-fysieke factoren een rol speelden, maar ook innerlijk-geestelijke. Se uitspraak: ‘Nicht nur etwa deshalb, weil es den Europäern gefallen hat’ zou meer in overeenstemming zijn geweest met zijn andere uitlatingen erover.

Het komt bij Steiner vaker voor dat hij innerlijke en uiterlijke oorzaken voor iets aangeeft. Bij belangrijke gebeurtenissen spelen immers altijd verrschillende factoren een rol. Hij drukte het verschijnsel van innerlijk geestelijke en uiterlijk fysieke factoren eens uit als: ‘Es verletzt jemand bei einer Rauferei einen anderen mit einem Messer, er hatte ein altes Rachegefühl, der andere sagt, das Messer war die Ursache. –Beide haben recht. Das Messer war die letzte physische Ursache, aber dahinter liegt die geistige. Wer nach geistigen Ursachen sucht, wird immer die physischen gelten gelassen.’ Uit de laatste zin blijkt dat voor hem de geestelijke oorzaak niet belangrijker is dan de fysieke, of dat daardoor de laatste zou vervallen. In het kader van het uitsterven van indianen betekent dat met zoveel woorden: ook al ligt geestelijk gesproken de oorzaak ervan in het lot van de indianen als ras, de verantwoordelijkheid voor de daad van uitroeiing door de Europeanen op fysiek niveau wordt er daarom op geen enkele manier minder op.

Ook het ontstaan van ziektes spelen zowel innerlijke als uiterlijke oorzaken een rol. Daarover uitte Steiner zich in dezelfde lijn als hierboven als volgt: ‘…daß aber alles, was materiell zum Ausdruck kommt, Seine geistige Hintergründe hat und daß  diese geistigen Hintergründe zum Heile der Menschheit gesucht werden müssen. Diejenigen aber, welche in den Kampf gern einstimmen möchten, die sollen auch daran erinnert werden, daß die geistigen Ursachen nicht immer in derselben Weise aufgelaßt werden dürfen und auch nicht in der gleichen Art bekämft werden können wie die gewöhnlichen materiellen Ursachen. Und man darft auch nicht denken, daß man durch das Bekämpfen der geistigen Ursachen enthoben ware der Bekämpfung der materiellen Ursachen (…). Ook hier wordt niet de geestelijke oorzaak boven de fysieke geplaatst.

In 1997 verscheen onder de veelzeggende  titel Guns, Germs and Steel; The fates of Human Societies, een studie van Jarett Diamond, waarin deze aantoont dat het gemak waarmee de Europese veroveraars het Amerikaanse continent konden bedwingen en de decimering van de locale bevolking niet alleen het gevolg waren van militair overwicht, maar ook nog van hekle andere factoren. Hij maakt aannemelijk, dat de Europeanen een menigte ziekteverwekkende bacteriën met zich meebrachten waartegen de indianen niet bestand waren. De Europeanen waren voor deze bacteriën immuun geworden.  Van oordprong waren het namelijk ziektekiemen van dieren die de bewoners van Europa en Azië in de loop van vele duizenden jaren hadden gedomesticeerd, zodat hun immuunsysteem zich in die tijd daaraan had kunnen aanpassen. Deze domesticatie vond door de geologische gesteldheid in Europa en Azië in veel grotere mate plaats dan in Amerika. Diamond toont met andere woorden aan dat ook geologisch-culturele factoren een rol hebben gespeeld bij de massale sterfte van de indianen in Amerika’  (eindrapport, pp. 422- 423)

Citaat GA 349/7 (1923, voor de arbeiders in Dornach) over ‘der Neger’:

Überall nimmt er Licht und Wärme auf, überall. Das verarbeitet er in sich selber. Da muß etwas da sein, was ihm hilft bei diesem Verarbeiten. Nun, sehen Sie, das, was ihm da hilft beim verarbeiten, das ist namentlich sein Hinterhirn. Beim Neger ist daher das Hinterhirn besonders ausgebildet. Das geht durch das Rückenmark. Und das kann alles das, was da im Menschen drinnen ist an Licht und Wärme, verarbeiten. Daher ist beim neger namentlich alles das, was mit dem Körper und mit dem Stoffwechsel zusammenhängt, lebhaft ausgebildet. Es hat, wie man sagt, ein starkes Triebleben, Instinktleben. Der Neger hat also ein starkes Triebleben. Und weil er eigentlich das Sonnige, Licht und Wärme, da an der Körperoberfläche in seiner Haut hat, geht sein ganze Stoffwechsel so vor sich, wie wenn in seinem Innern von der Sonne selber gekocht würde. Daher kommt sein Triebleben. Im Neger wird da drinnen fortwährend richtig gekocht, und dasjenige, was dieses Feuer schürt, das ist das Hinterhirn.

Manchmal wirft die Einrichtung des Menschen noch solche Nebenprodukte ab. Das kann man gerade beim Neger sehen. Der Neger hat nicht nur dieses kochen in seinem Organismus, sondern er hat auch noch ein furchtbar schlaues und aufmerksames Auge. Er guckt schlau und sehr aufmerksam.

 

Commentaar commissie:

 

‘Samengevat heeft een donkere huidskleur volgens Steiner de volgende betekenis voor de mens: het licht en de warmte uit de omgeving van de mens worden totaal opgenomen. Door de intensieve inwerking op de huid bij een bijna loodrechte zonnestand werd deze zwart (NB Hiermee wordt dus een ander proces beschreven dan de tijdelijke verandering van de huidskleur onder invloed van de zon in de huidige tijd). Het aandeel van de warmte en het licht dat niet door de zintuigen kan worden waargenomen, worden dieper in de mens verteerd door de stofwisseling. De stofwisselingspool en daardoor ook het instinct- en driftleven (het onbewuste wilsleven dat zijn oorsprong heeft in de stofwisselingspool) zijn om die reden extra ontwikkeld. De achterste hersenen spelen daarbij een belangrijke regulerende rol en als gevolg van het feit dat de oogzenuwen in deze hersenen uitmonden kijkt hij ‘schlau’ uit zijn ogen, wat in het Nederlands opmerkzaam en slim, maar ook sluw kan betekenen.

NB De formuleringen van Steiner wekken wel enige bevreemding (??!! FS). Zelf liet hij de volgende opmerking op het bovenstaande volgen: ‘Wenn man das anfängt zu verstehen, so wird einem alles klar. Ber solche betrachtungen, wie wir sie jetzt wieder machen, die macht die heutige Wissenschaft gar nicht. Sie versteht daher nichts von all dem’. Antroposofie gaat zoals gezegd niet alleen over zintuiglijk waarneembare feiten, maar verbindt deze met bovenzinnelijke waarnemingen’.

 ‘Bovenstaande uiteenzettingen over de regulerende werking van de achterste hersenen bij de verwerking van licht en warmte in de stofwisseling beschrijven processen die zich voor een deel in het bovenzinnelijke deel van de mens afspelen en zijn daarom alleen in dat licht te begrijpen. Door fysiologisch onderzoek zou kunnen worden nagegaan of ook op materieel niveau zulke verbindingen te leggen zijn, maar dat valt buiten het kader van dit rapport’.(eindrapport , pp. 383-384)

Steiner GA 349/7:

 Und so ist es ganz wirklich interessant. Auf der einen Seite hat man die Schwarze Rasse, die am meisten irdisch ist. Wenn sie nach Westen geht, stirbt sie aus. Man hat die gelbe Rasse, die mitten zwischen Erde und Weltenall ist. Wenn sie nach Osten geht, wird sie braun, gliedert sich zu viel dem Weltenall an, stirbt aus. Die weiße Rasse ist die zukünftige, ist die am Geiste schaffende Rasse. Wie sie nach Indien gezogen ist, bildete sie die innerliche, poetische, dichterische, geistige indische Kultur aus. Wenn sie jetzt nach dem Westen geht, wird sie eine Geistigkeit ausbilden, die nicht so sehr den innerlichen Menschen ergreift, aber die äußere Welt in ihrer Geistigkeit begreift.

 

Uitleg cultuurperiodes. Na Atlantis ging het blanke/arische ras naar India, om vanuit daar langzaam richting het westen de ene cultuur na de andere stichten (Ariër Mythe). Alle obstakels op die weg moesten verdwijnen, zo ook de Indianen in Amerika

Evt vergelijking Blavatsky Secret Doctrine:

‘(before the Sixth Root-Race dawns), the white (Aryan, Fifth Root-Race), the yellow, and the African negro – with their crossings (Atlanto-European divisions). Redskins, Eskimos, Papuans, Australians, Polynesians, etc., etc. – all are dying out. Those who realize that every Root-Race runs through a gamut of seven sub-races with seven branchlets, etc., will understand the “why.” The tide-wave of incarnating Egos has rolled past them to harvest experience in more developed and less senile stocks; and their extinction is hence a Karmic necessity’.

De ‘waarschuwing’ (juridisch dreigement, zie oa hier) uit het van Baarda-rapport:

‘Geen enkele cultuur of maatschappelijke stroming kan of mag uitsluitend worden beoordeeld aan de hand van bestaande of vermeende onvolkomenheden. De antroposofische beweging is daarop geen uitzondering. De lezer wordt er dan ook aan herinnerd dat elk eenzijdig of selectief gebruik van de in dit rapport genoemde gezichtspunten en bevindingen -inclusief de in dit rapport besproken citaten van Rudolf Steiner- met het doel daaraan conclusies te verbinden die voor de antroposofie in het algemeen gelden, misbruik betekent van dit rapport‘.

Enkele stills uit de uitzending:

Hokjesman still 1 Hokjesman still 2 hokjesman still 3 hokjesman still 4 hokjesman still 5 hokjesman still 6 hokjesman still 7 hokjesman still 8 hokjesman still 9 hokjesman still 10 hokjesman still 11 hokjesman still 12 hokjesman still 13 hokjesman still 14 hokjesman still 15

hokjesman still 16

 

Floris Schreve

Commentaar Driegonaal😉 :

23 februari 2013

Ontdekkingen van De Hokjesman

Het is hier, op deze website, geheel buiten de orde maar het lijkt zo stil in het land van antroposofen sinds de uitzending van De Hokjesman.

Is iedereen blij dat ‘we’ er zó van af gekomen zijn? Had het veel erger kunnen zijn? De antroposofie in Nederland best mooi getroffen?

Helaas zullen we onkundig blijven van het materiaal dat De Hokjesman buiten zijn uiteindelijke uitzending liet. Maar het verslag van zijn expeditie door antroposofenland bevatte een paar leerrijke ontdekkingen:

1. Het is kennelijk onmogelijk in Nederland een mens te vinden die er rond voor uitkomt en die gewoon zegt: “Jawel, ik ben antroposoof”.
2. Voor zover antroposofen van de gelovige soort zijn leiden ze aan een onhebbelijke drang tot bekeren.
3. Voor zover antroposofen van de wetenschappelijke tak zijn, verstoppen ze zich onder een verstikkende deken van wetenschappelijke relativisme: laat 1000 hypotheses bloeien en pluk je eigen boeketje.

De vooruitgang van de antroposofie in Nederland is verleden tijd, dat is mijn conclusie.

Heel anders is het commentaar van Michel Gastkemper (oa bestuurslid van de AViN en  van de blog Antroposofie in de Pers). In de woorden van Michel kan ik me zeker vinden (http://www.facebook.com/hokjesman/posts/397459230349802):

Beste Hokjesman,

Je hebt via Twitter al laten weten dat ik, antroposoof zijnde, zeer te spreken ben over de aflevering over de antroposofen. Dat statement wil ik hier graag ook wel een keer expliciet maken. Vanochtend kwam op mijn weblog een reactie die nogal typerend is voor hoe er vanuit antroposofische hoek naar de uitzending wordt gekeken:

‘Ik had gehoopt dat de antroposofische beweging duidelijker en “hedendaagser” in de wereld zou staan. Het zal wel aan de makers van het programma liggen (?) maar waar was Weleda, het Bolkinstituut, de BD-vereniging, Warmonderhof, de Wervel en de tientallen andere antroposofische initiatieven? Door deze hokjesmankeuze leek het of ik een programma terug zag uit de jaren 80 van vorige eeuw. Niet in deze tijd staand. De “tijdsgeest” verloochenend. En ook jammer dat een aantal geïnterviewden ten stelligst ontkenden antroposoof te zijn… zo leek het alsof men dan “besmet” zou zijn.’

Ik heb hierop net de volgende reactie geschreven, en die wil ik hier graag ook weergeven:

‘De Hokjesman was op zoek naar antroposofen, niet naar antroposofische instellingen of organisaties. Laat staan de antroposofie zelf. Dat heeft hij expliciet buiten beeld gelaten. Anders was het helemaal niet te doen. Nu heeft hij een stuk of drie protagonisten uitgekozen, die niet verschillender van elkaar konden zijn. Er komen nog meer mensen in het programma voor, maar deze drie worden met voor- en achternaam genoemd: achtereenvolgens Erik van Ipenburg, Floris Schreve en Paul Mackay. Die worden volledig in hun waarde gelaten; de Hokjesman gaat uiterst respectvol met hen om en maakt geen van allen belachelijk. Maar laat wel zien hoe verschillend zij zijn en hoe verschillend zij met de antroposofie omgaan. En dat klopt helemaal, want antroposofie is uiteindelijk een zeer individuele aangelegenheid waarin ieder vrij is. De antroposofie is eigenlijk iets heel wonderlijks, want het staat ieder volledig vrij ter beschikking, waarbij iedereen zelf mag weten hoe hij of zij ermee omgaat. Dat vond ik in dit programma meesterlijk in beeld gebracht. En natuurlijk hadden er nog heel andere mensen aan het woord kunnen komen, met een andere instelling, want weer een wat andere indruk had kunnen geven. Maar ja, zo zijn mensen en zo is het leven. Je kunt niet alles in een hokje van drie kwartier stoppen. Het moet ook nog genietbaar en enigszins spannend blijven. Wat dat betreft heb ik voor de makers van het programma de grootste bewondering. Deze aflevering vertelt duidelijk een verhaal, van begin tot eind, met kop en staart. Misschien valt het pas echt op als je het terugziet. Het is eigenlijk heel kunstzinnig (om in antroposofisch jargon te blijven), waar spanning wordt opgeroepen door naast these antithese te stellen, deze verder te volgen en uiteindelijk notabene in het Goetheanum samen te brengen, om niet te zeggen tot een synthese te voeren. Dat wordt in feite ook expliciet zo gezegd op het einde. Kan het mooier? Ik vind het geniale televisie en eigenlijk zouden de makers er een prijs voor moeten krijgen; speciaal voor deze aflevering, want ik vermoed dat die wel de moeilijkst te maken is geweest van alle acht.’

tijdens de opnames

Antroposofie en racisme 6: ‘In het Land der Blinden is Eenoog koning’

Een uitgebreide reactie op Stephan Geuljans ‘Rudolf Steiner; individu versus ras’ (gepubliceerd in De Aardespiegel) en over de ontspoorde koers van een ooit respectabel antroposofisch tijdschrift

Eerste gedeelte. Het artikel is helaas nog niet helemaal af (ik schat ongeveer 2/3). Ik wilde dit materiaal toch publiceren, ivm de uitzending van de Hokjesman van 21/2. De rest volgt zeer spoedig, onderaan dit bericht

Zie ook Antroposofie en racisme deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5 en deel 7

Hoewel het, op dit blog althans, een tijdje stil is geweest rond de kwestie ‘antroposofie en racisme’ zijn er voor mij diverse redenen om, na een pauze van zo’n drie jaar, toch de draad weer op te pakken.

De discussie heeft zeker niet stilgestaan, ook wat betreft mijn eigen betrokkenheid. Er zijn op diverse sites verschillende, soms intensieve debatten gevoerd waarin ik ook zelf participeerde. De belangrijkste was de discussie op de niet meer bestaande Volkskrantblog van de prominente Nederlandse antroposoof Hugo Vebrugh. De originele site bestaat niet meer, maar ik heb wel een kopie bewaard van deze discussie uit de zomer van 2010. Deze kopie, waar verder niets aan is toegevoegd, geredigeerd of weggelaten, is hier als gefixeerd worddocument te downloaden.

Verder hebben er nog wat zaken gespeeld op het LinkedIn forum Vrije School Alumni (zoals hier en hier) , en het eea op de blog van Michel Gastkemper. In het laatste geval  ging het vooral over het Belgische antroposofische tijdschrift de Brug en de website vrijgeestesleven.be, waarin vooral Gastkemper prijzenswaardig stelling nam tegen het regelrechte antisemitisme en het ontkennen van de Holocaust door de Belgische antroposofen Jos Verhulst en Francois de Wit (Lieven Debrouwere, ook verbonden aan de Brug, voerde het woord namens die partij). Zeer lezenswaardig, oa hier en  hier te raadplegen.

Ook op deze site is er wel wat gebeurd. Onder mijn eerste antroposofie-artikel startte een zekere Joost Alfrik (later bleek dat een pseudoniem te zijn van P.W.  een gepensioneerde leraar van de Vrije School uit Den Haag ) een discussie over de canon Flamme Empor, in mijn eigen schooltijd nog een onderdeel van het lied repertoire van de Vrije School, waarvan ik had beweerd dat dit een nogal besmet lied is geworden, omdat het werd gezongen bij boekverbrandingen in het Derde Rijk. ‘Joost Alfrik’ trachtte dat aan te vechten, maar bleek nogal onorthodoxe methodes te hanteren, waardoor ik me genoodzaakt voelde om de orde een beetje te handhaven, enz. De hele geschiedenis is na te lezen onder mijn eerste antroposofie artikel ‘Geloof in Kabouters’ Zie verder Gepensioneerd antroposofisch leraar ontpopt zich tot stalker op de site van Ramon de Jonghe, die overigens de meeste last van dit heerschap heeft gehad. Niet echt een reclame voor de vrije schoolbeweging , die meneer Alfrik.

Maar los van dit soort ruis is er op deze site veel minder op dit gebied  gebeurd, dan in de jaren daarvoor. Dus tijd om de draad weer op te pakken, nu er tenminste twee (eigenlijk drie)  aanleidingen zijn.

De eerste is een artikel van de Nederlandse antroposoof Stephan Geuljans, Rudolf Steiner- Individu versus ras, alweer anderhalf jaar geleden verschenen op de, wat mij betreft, vrij orthodoxe of in ieder geval rechtzinnige antroposofische website De Aardespiegel. Ik heb weleens eerder aandacht aan een andere bijdrage van Geuljans besteed (zie mijn tweede antroposofie-artikel, de Repliek aan Paul Heldens). Het artikel van Geuljans in de Aardespiegel is een hele kluif, maar vraagt om een degelijke behandeling, ook alweer anderhalf jaar na publicatie. Dus bij deze alsnog. Ik neem dan overigens ook zijn vervolgartikel mee, dat hij schreef naar aanleiding van een vraag van Ramon de Jonghe. Ook die bijdrage smeekt om een nadere bespreking.

Verder zal ik aandacht besteden, en dat is de tweede aanleiding,  aan  materiaal dat ik pas later in handen kreeg, al vermoedde ik alweer een tijd het bestaan. Het gaat hier om een aantal zeer ontspoorde bijdragen uit het antroposofische tijdschrift Driegonaal. Met ontspoord bedoel ik dus van hetzelfde kaliber als de op deze stek veelbesproken organen De Brug en vrijgeestesleven.be  (zie vooral in mijn vierde en Engelstalige bijdrage over deze kwestie).  Een klein zoektochtje in de Koninklijke Bibliotheek leverde heel wat op. Bovendien was het materiaal nog veel erger dan ik zelf had verwacht. Driegonaal blijkt zich in de loop der jaren te hebben ontwikkeld tot een platform voor oa de zeer omstreden Russische antroposoof Gennady Bondarew, die vanwege zijn ontkennen van de Holocaust zelfs door het hoofdbestuur in Dornach is geroyeerd en ook bij de Nederlandse Antroposofische Vereniging niet welkom is. Bij Driegonaal is men lyrisch over zijn werk. Ook de Vlaamse antroposoof, politiek activist en pleitbezorger voor allerlei Holocaustontkenners Jos Verhulst (mede oprichter van oa de radicaalrechtse weblog ‘The Brussels Journal’, die vooral buiten de antroposofie bekendheid geniet, oa omdat de aan Anders Breivik verwante Noorse blogger Fjordman er regelmatig publiceerde- kort na de aanslagen in Noorwegen was The Brussels Journal zelfs even wereldnieuws) mag in Driegonaal zijn twijfels uiten over het bestaan van de gaskamers, etc. Zo ernstig is het dus. Maar dat komt hierna allemaal uitgebreid aan de orde.

En dan de derde aanleiding om juist nu met dit stuk te komen. Binnenkort, op donderdag 21 februari as, zal er een aflevering worden uitgezonden van het VPRO programma De Hokjesman, van documentairemaker Michael Schaap, die gewijd is aan de antroposofie. Ikzelf heb daar ook een bijdrage aan geleverd. Voor die uitzending wilde ik in ieder geval klaar zijn met het materiaal dat ik nog had liggen. Dus hoog tijd om er nu werk van te maken.

In de komende verhandeling zullen de bovenstaande zaken, in onderlinge samenhang- want die is er zeker, uitgebreid besproken en/ of gefileerd worden. Het materiaal krijgt de behandeling die het verdient. Bij deze mijn zesde deel uit de serie ‘antroposofie en racisme’.

Stephan Geuljans en de kunst van het weglaten

Ongeveer jaar geleden  verscheen er in De Aardespiegel, een digitaal antroposofisch tijdschrift voor, naar eigen zeggen,  ‘Geesteswetenschappelijk Onderzoek’, een uitvoerige beschouwing van de Nederlandse antroposoof Stephan Geuljans (een van de meest uitgesproken vertegenwoordigers van de meer rechtzinnige/conservatieve richting, hij is op dit blog vaker ter sprake gekomen) een beschouwing met de titel ‘Rudolf Steiner-Individu versus ras’ (hier te raadplegen). Recent werd dit stuk opnieuw gepubliceerd, althans weer op de voorpagina van de website, nu gedateerd als van 16 december 2012 (al zijn de reacties daaronder dus van eerder). Opmerkelijk overigens. De dag daarvoor, op 15 december berichtte Michel Gastkemper, op zijn blog Antroposofie in de Pers, over de aanstaande uitzending van de Hokjesman en dat ik daarin iets zou gaan doen, zie hier (hij had de aankondiging en wat foto’s van de opnames op mijn facebookpagina gezien). Zou het opnieuw plaatsen van Geuljans artikel daar iets mee te maken kunnen hebben?😉

Ik had al veel eerder onder Geuljans artikel een korte reactie geplaatst, waarin ik aankondigde dat ik nog uitgebreid wilde terugkomen op zijn verhandeling.  Belofte maakt schuld, dus dat wil ik bij deze alsnog doen. Het lijkt me interessant om Geuljans betoog  punt voor punt na te lopen.

Het stuk begint als volgt:

“Een 21-jarige student, de heer Leon Korteweg vraagt of het waar is dat Rudolf Steiner binnen de antroposofie een rassenleer heeft ontwikkeld. Stephan Geuljans gaat in op deze vraag en zal laten zien dat Steiner geen rassenleer maar het ethisch individualisme ontwikkelde: niet de erfelijkheid, de soort-gebondenheid, maar de individuele verantwoordelijkheid staat centraal in de ontwikkeling van de mens. Juist deze filosofie van de vrijheid vormde het sterkste tegenwicht om de destijds opkomende rassenidealen en de schaduwzijde van het darwinisme te bestrijden. Ook in onze tijd is niet politieke correctheid, maar ethisch individualisme het beste wapen tegen racisme en discriminatie”.

 Antroposofie het beste wapen tegen racisme en discriminatie? Het zal niemand verbazen dat ik daar een beetje mijn twijfels bij heb. Want hoe kan het dogmatisch navolgen van het gedachtegoed van een guru die zich gedurende vrijwel zijn hele loopbaan, in ieder geval van zijn toetreden tot de theosofische Vereniging in 1902, tot zijn overlijden in 1925, zich herhaaldelijk aan racisme heeft bezondigd? Geuljans kan dan wel proberen om alles te relateren aan Steiners begrippenapparaat uit ‘Filosofie der Vrijheid’ uit 1894, maar Steiner begaf zich pas daarna op het esoterische/occulte pad. De rassenleer van Rudolf Steiner is nu juist diep verankerd in zijn esoterische leringen. Steiner verwijst in zijn voordrachten over ‘rassen’ zelf niet eens naar Filosofie der Vrijheid, of de begrippen die hij in dat werk hanteerde. Wel heeft hij het over hele andere zaken, zoals Atlantis, of de na-Atlantische cultuurperiodes. Steiners rassenleer is vooral geworteld in zijn esoterische visie op de zg Aarde -Evolutie.

Steiner ontleende zijn opvattingen over ‘de Aarde-Evolutie’ en zijn daarmee samenhangende rassenleer aan Helena Blavatsky, de grondlegster van de theosofie. Nadat Steiner de Theosofische Vereniging had verlaten en de antroposofische beweging startte, heeft hij de ideeën van Blavatsky over evolutie en ras verder uitgewerkt en aangekleed met typerende antroposofische opsmuk, zoals blijkt uit zijn arbeidersvoordracht uit 1924 (GA 349, derde voordracht, online versie hier). Daarin verkoopt aan zijn toehoorders, de bouwvakkers van het tweede Goetheanum, de meest grove racistische denkbeelden, gegoten in typische antroposofische kaders. Voorbeeld, Rudolf Steiner over ‘der Neger’:

 “Überall nimmt er Licht und Wärme auf, überall. Das verarbeitet er in sich selber. Da muß etwas da sein, was ihm hilft bei diesem Verarbeiten. Nun, sehen Sie, das, was ihm da hilft beim verarbeiten, das ist namentlich sein Hinterhirn. Beim Neger ist daher das Hinterhirn besonders ausgebildet. Das geht durch das Rückenmark. Und das kann alles das, was da im Menschen drinnen ist an Licht und Wärme, verarbeiten. Daher ist beim neger namentlich alles das, was mit dem Körper und mit dem Stoffwechsel zusammenhängt, lebhaft ausgebildet. Es hat, wie man sagt, ein starkes Triebleben, Instinktleben. Der Neger hat also ein starkes Triebleben. Und weil er eigentlich das Sonnige, Licht und Wärme, da an der Körperoberfläche in seiner Haut hat, geht sein ganze Stoffwechsel so vor sich, wie wenn in seinem Innern von der Sonne selber gekocht würde. Daher kommt sein Triebleben. Im Neger wird da drinnen fortwährend richtig gekocht, und dasjenige, was dieses Feuer schürt, das ist das Hinterhirn. Manchmal wirft die Einrichtung des Menschen noch solche Nebenprodukte ab. Das kann man gerade beim Neger sehen. Der Neger hat nicht nur dieses kochen in seinem Organismus, sondern er hat auch noch ein furchtbar schlaues und aufmerksames Auge. Er guckt schlau und sehr aufmerksam”.

Of:

“Gehen wir jetzt vom Schwarzen zum Gelben herüber. Beim Gelben- das ist schon verwandt mit dem Roten- ist es so, daß das Licht etwas zurückgeworfen wird, viel aber aufgenommen wird. Also da ist es schon so, daß der Mensch mehr Licht zurückwirft als beim Schwarzen. Der Schwarze ist ein Egoist, der nimmt alle Licht und Wärme auf”.

Of:

“Der Neger ist viel mehr auf Rennen und auf die äußere Bewegung aus, die von den Trieben beherrscht ist. Der Asiate, der Gelbe, der entwickelt mehr ein innerliches Traumleben, daher die ganze asiatische Zivilisation dieses Träumerische hat. Also er ist nicht mehr so in sich bloß lebend, sondern er nimmt schon vom Weltenall etwas auf. Und daher kommt es, daß die Asiaten so wunderschöne Dichtungen über das ganze Weltenall haben. Der Neger hat das nicht. Der nimmt alles in seinen Stoffwechsel herein und eigentlich verdaut er nur das Weltenall”.

Ik heb deze voordracht integraal besproken aan het slot van mijn vijfde antroposofie-artikel, dus wie het allemaal wil lezen (de integrale tekst is in dat stuk verwerkt) kan ik daarnaar verwijzen. Maar dat antroposofie het beste wapen zou zijn tegen racisme of discriminatie zou ik toch willen betwijfelen, zie de volgende passage uit diezelfde voordracht:

“Und so ist es ganz wirklich interessant. Auf der einen Seite hat man die Schwarze Rasse, die am meisten irdisch ist. Wenn sie nach Westen geht, stirbt sie aus. Man hat die gelbe Rasse, die mitten zwischen Erde und Weltenall ist. Wenn sie nach Osten geht, wird sie braun, gliedert sich zu viel dem Weltenall an, stirbt aus. Die weiße Rasse ist die zukünftige, ist die am Geiste schaffende Rasse. Wie sie nach Indien gezogen ist, bildete sie die innerliche, poetische, dichterische, geistige indische Kultur aus. Wenn sie jetzt nach dem Westen geht, wird sie eine Geistigkeit ausbilden, die nicht so sehr den innerlichen Menschen ergreift, aber die äußere Welt in ihrer Geistigkeit begreift”.

Steiners gehele oeuvre is doortrokken van de notie dat het blanke Arische ras de Drager van de Beschaving is. Na de ondergang van Atlantis zou dit ras eerst de Oer-Indische Cultuur hebben gecreëerd, vervolgens de Oud-Perzische om langzaam naar het westen trekkend de ontwikkeling van de mensheid tot een hoger plan hebben gebracht. Andere rassen zijn gedeformeerde restproducten, waarvoor het soms dodelijk kan aflopen, zie de bovenstaande passage. Dit idee heeft Steiner op verschillende momenten in zijn lange loopbaan uitgedragen, zie zijn beschrijvingen van de menselijke mutaties door de ‘abnormale geesten van de vorm’, uit Die Mission einzelner Volksseelen (GA121, 1910, online versie hier). Ik zal de bewuste passage nog een keer terughalen:

“Da haben Sie zum Beispiel (siehe Figur) einen Punkt, der im Innern von Afrika liegt. An diesem Punkte wirken gleichsam von der Erde ausstrahlend alle diejenigen Kräfte, welche den Menschen namentlich während seiner ersten Kindheitszeit ergreifen können. Später wird der Einfluß solcher Kräfte auf den Menschen geringer; er ist dann diesen Kräften weniger ausgesetzt, aber sie prägen sich ihm mit dem, was aus ihnen kommt, doch in der stärksten Weise auf. So also wirkt jener Punkt auf der Erde, auf dem der Mensch lebt, am allerstärksten in der ersten Kindheitszeit und bestimmt dadurch diejenigen Menschen, die ganz abhängig sind von diesen Kräften, ihr ganzes Leben hindurch so, daß jener Punkt ihnen die ersten Kindheitsmerkmale bleibend aufprägt. Das ist ungefähr eine Charakteristik aller derjenigen Menschen – in bezug auf ihren Rassencharakter -, die sozusagen um diesen Erdenpunkt herum die bestimmenden Kräfte aus der Erde heraus erhalten. Das, was wir schwarze Rasse nennen, ist im wesentlichen durch diese Eigenschaften bedingt.

Wenn Sie nun weiter nach Asien hinübergehen, da haben Sie einen Punkt auf der Erdoberfläche, wo die späteren Jugendmerkmale dem Menschen aus den Erdenkräften heraus bleibend aufgedrückt werden, wo das, was die besonderen Eigenschaften des späteren Jugendzeitalters sind, aus der Erdenwesenheit heraus auf den Menschen übertragen wird und ihm den Rassencharakter gibt. Die hier in Betracht kommenden Rassen sind die gelben und bräunlichen Rassen unserer Zeit.

Wenn wir dann weiter von Osten nach Westen gehen, so finden wir einen Punkt, der von Asien her gegen Europa zu liegt und der die spätesten Merkmale, diejenigen Merkmale, welche gerade in dem späteren, auf die erste Jugendzeit folgenden Lebensalter dem Menschen zukommen, dem Menschen bleibend aufdrückt, den Punkt, wo der Mensch nicht schon in der Kindheit von den Erdenkräften ergriffen wird, sondern dann, wenn die Jugend in das spätere Lebensalter übergeht.

In dieser Art wird der Mensch von den Kräften ergriffen, die von der Erde aus bestimmend für ihn sind, so daß wir, wenn wir diese einzelnen Punkte ins Auge fassen, eine merkwürdig verlaufende Linie erhalten. Diese Linie besteht auch für unsere Zeit. Der afrikanische Punkt entspricht denjenigen Kräften der Erde, welche dem Menschen die ersten Kindheitsmerkmale aufdrücken, der asiatische Punkt denjenigen, welche dem Menschen die Jugendmerkmale geben, und die reifsten Merkmale drückt dem Menschen der entsprechende Punkt im europäischen Gebiete auf. Das ist einfach eine Gesetzmäßigkeit. Da alle Menschen in verschiedenen Reinkarnationen durch die verschiedenen Rassen durchgehen, so besteht, obgleich man uns entgegenhalten kann, daß der Europäer gegen die schwarze und die gelbe Rasse einen Vorsprung hat, doch keine eigentliche Benachteiligung. Hier ist die Wahrheit zwar manchmal verschleiert, aber Sie sehen, man kommt mit Hilfe der Geheimwissenschaft doch auf merkwürdige Erkenntnisse.

Wenn wir dann diese Linie weiterziehen, so kommen wir weiter nach Westen nach den amerikanischen Gebieten hinüber, in jene Gebiete, wo diejenigen Kräfte wirksam sind, die jenseits des mittleren Lebensdrittels liegen. Und da kommen wir – ich bitte das nicht mißzuverstehen, was eben gesagt wird; es bezieht sich nur auf den Menschen, insofern er von den physisch-organisatorischen Kräften abhängig ist, von den Kräften, die nicht sein Wesen als Menschen ausmachen, sondern in denen er lebt -, da kommen wir zu den Kräften, die sehr viel zu tun haben mit dem Absterben des Menschen, mit demjenigen im Menschen, was dem letzten Lebensdrittel angehört. Diese gesetzmäßig verlaufende Linie gibt es durchaus; sie ist eine Wahrheit, eine reale Kurve, und drückt die Gesetzmäßigkeit im Wirken unserer Erde auf den Menschen aus. Diesen Gang nehmen die Kräfte, die auf den Menschen rassebestimmend wirken. Nicht etwa deshalb, weil es den Europäern gefallen hat, ist die indianische Bevölkerung ausgestorben, sondern weil die indianische Bevölkerung die Kräfte erwerben mußte, die sie zum Aussterben führten”.

In het zwarte ras worden de kenmerken van het kind geaccentueerd, in het Aziatische die van een puber. Het blanke ras is ‘gewoon volwassen’ en heeft ten opzichte van andere rassen ‘eigenlijk alleen maar voordelen en geen enkel nadeel’, in Steiners woorden: “…der Europäer gegen die schwarze und die gelbe Rasse einen Vorsprung hat, doch keine eigentliche Benachteiligung”. De Indianen, het mensenras waarvoor Steiner in regel het meest vriendelijk is, vertegenwoordigen de ouderdomsfase en” Nicht etwa deshalb, weil es den Europäern gefallen hat, ist die indianische Bevölkerung ausgestorben, sondern weil die indianische Bevölkerung die Kräfte erwerben mußte, die sie zum Aussterben führten”.

Juist! En laat dit niet de enige keer zijn geweest dat Steiner zich zo over de oorspronkelijke bevolking van Amerika uitliet. Ik zal verderop nog een paar interessante schema’s laten zien van hoe Steiner tegen de evolutie aankeek, waarin de indianen worden afgeschilderd als een ‘decadente aftakking’ van de mensheidsontwikkeling, maar ook in de arbeidersvoordracht van Steiner is het toch vooral van:

“Daher sterben sie als Indianer im Westen aus, sind wiederum eine untergehende Rasse, sterben an ihrer eigenen Natur, die zu wenig Licht und Wärme bekommt, sterben aus dem Irdischen. Das Irdische ihrer Natur ist ja ihr Triebleben. Das können sie nicht mehr ordentlich ausbilden, während sie noch starke Knochen kriegen. Weil viel Asche hineingeht in ihre Knochen, können diese Indianer diese Asche nicht mehr aushalten. Die Knochen werden furchtbar stark, aber so stark, daß der ganze Menschen an seinen Knochen zugrunde geht”.

En, nu ik toch bezig ben, voordat het inmiddels platgetreden argument in stelling wordt gebracht dat Steiners beschrijvingen van ‘de verschillen tussen rassen’ gaan over de situatie in een ver verleden, zoals oa Dieter Brüll beweerde in zijn artikel De Nieuwe Reactionairen (Driegonaal, 1986, nr. 1, hier te raadplegen), of dat de rasverschillen in de huidige tijd (Steiners tijd dus) geen rol van betekenis meer spelen, hier nog een passage uit de zesde voordracht van Die Mission einzelner Volksseelen (hier te raadplegen, bijna tegen het eind):

“Sehen Sie sich doch die Bilder (foto’s!!, dus op z’n vroegst tweede helft negentiende eeuw, FS) der alten Indianer an, und Sie werden gleichsam mit Händen greifen können den geschilderten Vorgang, in dem Niedergang dieser Rasse. In einer solchen Rasse ist alles dasjenige gegenwärtig geworden, auf eine besondere Art gegenwärtig geworden, was in der Saturnentwickelung vorhanden war; dann aber hat es sich in sich selber zurückgezogen und hat den Menschen mit seinem harten Knochensystem allein gelassen, hat ihn zum Absterben gebracht. Man fühlt etwas von dieser wirklich okkulten Wirksamkeit, wenn man noch im neunzehnten Jahrhundert (19e eeuw! FS) sieht, wie ein Vertreter dieser alten Indianer davon spricht, daß in ihm lebt, was vorher für die Menschen groß und gewaltig war, das aber die Weiterentwickelung unmöglich mitmachen konnte. Es existiert die Schilderung einer schönen Szene, bei welcher ein Führer der untergehenden Indianer einem europäischen Eindringling gegenübersteht (In ieder geval na Columbus, FS). Denken Sie sich, was da Herz gegen Herz fühlt, indem sich zwei solche Menschen gegenüberstehen: Menschen, die von Europa herüberkamen, und Menschen, die in frühester Zeit, als die Rassen verteilt wurden, nach Westen hinübergegangen sind. Da haben die Indianer nach Westen hinübergenommen alles, was groß war in der atlantischen Kultur. Was war für den Indianer das Größte? Es war, daß er noch ahnen konnte etwas von der alten Größe und Herrlichkeit eines Zeitalters, das in der alten atlantischen Zeit vorhanden war, wo noch wenig um sich gegriffen hatte die Rassenspaltung, wo die Menschen hinaufschauen konnten nach der Sonne und wahrzunehmen vermochten die durch das Nebelmeer eindringenden Geister der Form. Durch ein Nebelmeer blickte der Atlantier hinauf zu dem, was sich für ihn nicht spaltete in eine Sechs- oder Siebenheit, sondern zusammenwirkte. Das, was zusammenwirkte von den sieben Geistern der Form, das nannte der Atlantier den Großen Geist, der in der alten Atlantis dem Menschen sich offenbarte. Dadurch hat er nicht mit aufgenommen das, was die Venus-, Merkur-, Mars- und Jupiter-Geister bewirkt haben im Osten. Durch dieses haben sich gebildet alle die Kulturen, die in Europa in der Mitte des neunzehnten Jahrhunderts (alweer negentiende eeuw! FS) zur Blüte gebracht wurden. Das alles hat er, der Sohn der braunen Rasse, nicht mitgemacht. Er hat festgehalten an dem Großen Geist der urfernen Vergangenheit”.

Het gaat hier dus over de negentiende eeuw en niet over de situatie van vóór de Christelijke jaartelling, zoals Brüll beweert. Overigens vonden bepaalde hedendaagse antroposofen ook dat Wounded Knee viel te duiden aan de hand van Steiners ideeën (Maarten Ploeger en Christoph Wiechert). Laat ik het precies uitleggen. Steiner sprak deze woorden uit op 12 juni 1910. Wounded Knee vond plaats op 29 december 1890. Dat was dus precies negentien jaar, vijf maanden en veertien dagen daarvoor. Dan is het snel gegaan met die opheffing van de verschillen tussen de rassen. En jammer dat dit net te laat was voor de indianen, althans dat dit dan net in de korte tijd na Wounded Knee (periode december 1890-juni 1910) gebeurd is. Hoe je het ook bekijkt, de antroposofie is niet de meest vriendelijke levensbeschouwing voor de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent, al zijn het slag antroposofie-sympathisanten dat zich beperkt tot BD voedsel, houten speelgoed en de vrije school van de kinderen helpen aankleden met herfsttafels, broodkippen bakken voor Palmpasen en lampionnen maken voor het Sint Maartensfeest zich hier totaal niet bewust van. Die zijn in regel dol op de al dan niet ingebeelde natuurwijsheden van de indianen en hebben meestal geen flauw benul van het feit dat Steiner het wel welletjes vond voor dit ‘decadent geworden ras’.

Tot zover deze remindertjes en wellicht is iedereen weer bij. En voor alle duidelijkheid, hierboven zijn linkjes geplaatst naar de teksten van de complete voordrachten. Dus, wellicht geheel ten overvloede maar voor degene die het niet vertrouwt, of mij ervan verdenkt manipulatief bezig te zijn (je weet maar nooit😉 mochten sommigen, zoals Stephan Geuljans, het over die boeg willen gooien), alles is te checken. Dus aarzel vooral niet om de complete teksten langs te lopen. Voor wie liever een Nederlandse vertaling leest, hier is de Vrij Geestesleven-vertaling te raadplegen van de vierde en de zesde voordracht van Die Mission einzelner Volksselen (‘De Volkszielen’) door W. Jonkers-Driessen, uitgave Vrij Geestesleven, Zeist, 1983.  

Blijft de vraag waarom Stephan Geuljans het gedachtegoed van Steiner ziet als ‘het beste wapen tegen racisme en discriminatie’. Want over deze voordrachten en andere evident racistische werken van Steiner geen woord. Geuljans probeert van alles, maar hier durft hij zijn vingers kennelijk niet aan te branden. Terwijl, als je het hebt over Steiners opvattingen over ‘rassen’, dan bespreek je toch juist de teksten van Steiner die over dat specifieke onderwerp gaan? Tenminste dat lijkt mij het meest logisch. Tenzij het je opzet is om een rookgordijn op te werpen en bepaalde zaken uit het zicht wil houden. Het zou zomaar kunnen dat dit inderdaad de bedoeling van Stephan Geuljans is. Want je maakt mij niet wijs dat Geuljans die teksten niet kent. Ik denk alleen dat hij die niet zijn vrome lezertjes wil voorschotelen. Of het is een vorm van bezwering. Als je doet alsof ze er niet zijn, hoef je jezelf geen pijnlijke vragen meer te stellen, of zien vervelende buitenstaanders hopelijk die teksten dan ook niet meer en houdt het gezeur vanzelf op. Blikvernauwing en zelfbedrog als overlevingsstrategie in de ‘Geesteswetenschap’. In het land der blinden is eenoog koning, dat gaat bijzonder vaak op voor de volgelingen van ‘Herr Doktor’.

Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten

“Niet door het zoeken naar begripsmatige verbanden, maar door het associatief aan elkaar plakken van citaten, construeren deze aanklagers in het werk van Steiner een rassenleer die er helemaal niet in ligt. Je kan je afvragen in hoeverre hierbij sprake is van geschiedvervalsing”.

Zo vat Stephan Geuljans ‘de methode’ samen die ‘alle critici’, of wie verder ook Rudolf Steiner iets van racisme verwijt, zouden hanteren. Op zich is het wel ironisch om het verwijt ‘het associatief aan elkaar plakken’ van een antroposoof te krijgen. Zwarten associëren met kinderen, Aziaten met pubers en indianen met bejaarden… Hé, er blijft er nog eentje over, blanken dus maar met volwassenen, komt dat even leuk uit! Dat heeft natuurlijk niets te maken met associatief aan elkaar plakken, maar alles met authentieke en pure ‘geesteswetenschap’. Want de eigen grootmeester heeft zich nooit ofte nimmer bezondigd aan associatief plakwerk (dat valt trouwens nog op meer manieren uit te leggen, als we ook de plagiaatskwestie erbij betrekken, zie het centrale punt van Helmut Zander).

Geuljans stelt dus dat de rassenleer ‘een constructie is van aanklagers, die (er) helemaal niet in (het werk van Steiner) ligt’.  Zo langzamerhand (zie al mijn vorige bijdragen, waarvan de bronnen meestal direct te controleren zijn) wel een hele boude stelling. En hij suggereert ook nog dat wie het daar niet mee eens is zich schuldig maakt aan ‘geschiedvervalsing’. Dan vrees ik dat hij ook van mijn activiteiten vindt. Ben benieuwd, dus meer dan een goede reden om eens te gaan kijken waarmee Geuljans komt aanzetten. Dat moet dan wel een heel erg goed en doortimmerd verhaal zijn.

Het eerste wat opvalt is dat Geuljans zo’n beetje alles, wat met de antroposofische en theosofische ideeën  te maken heeft. weglaat (althans, hij probeert het, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ook Geuljans ontkomt niet aan antroposofische zweverigheden). Dat is geen onwetendheid, want Geuljans is met recht een door de wol geverfde antroposoof, die tot over zijn oren in Steiners esoterische leringen zit. Kortom Geuljans weet zelf heel goed wat hij weglaat uit zijn betoog. Maar hij weet ook dat dit niet aan iedereen even goed verkoopt, dus daarom probeert hij het over een andere boeg te gooien. Hij probeert Steiner vooral af te schilderen als filosoof en niet als esotericus. De rassenleer wordt veilig buiten beeld gehouden. We kunnen rustig stellen dat Geuljans niet helemaal eerlijk is. Zie ook de bovenstaande passages, waarvan Geuljans doet alsof ze niet bestaan.

De omstreden teksten van Steiner worden dus door Geuljans omzeild; hij durft er duidelijk niet zijn vingers aan te branden. Maar waar heeft Geuljans het dan wel over? Zo schrijft hij:

“Met name in Duitsland ligt het gevoelig te spreken over een “Volksgeist” en alleen al het woord roept associaties op met de ideologie van het nationaal-socialisme in de Tweede Wereldoorlog. Critici voeren graag citaten aan waar Rudolf Steiner spreekt over een “Volksgeist” slepen het nationaal-socialisme erbij en insinueren dat er een relatie is. De vraag is nu: wat laten zij weg? Welke informatie onthouden zij de lezer?
Rudolf Steiner staat met de antroposofie in de traditie van het Christendom. Hij stelt – eenvoudig weergegeven – dat ieder afzonderlijk mens begeleid wordt door een Engel, ieder volk door een Aartsengel of volksgeest en de mensheid als geheel door Christus. In de verbinding van een Aartsengel met een volk of hele beschaving ligt een cultuur-opgave besloten. Voor de Oude Griekse cultuur lag deze in het ontwikkelen van de filosofie, de logica en het denken zoals we dat aantreffen bij Socrates, Plato en Aristoteles. Voor de Romeinen bestond de opgave in het ontwikkelen van het recht waarin ruimte werd geschapen voor een individu, de civitas Romana, waarbij een burger een zelfstandige rechtspositie verwerft tegenover de almachtige staat. In de Duitse cultuur emancipeert het individu zich nog meer tot een individu dat zich vrij maakt door zelf verantwoording te nemen voor zijn leven.
De cultuur-opgave die uitgaat van de “Volksgeist” in Duitsland was en is gelegen in het ontwikkelen van het “Ik”, de vrije individualiteit in de filosofie, de kunst en de wetenschap zoals we dat zien in het Duitse Idealisme. Filosofen en dichters als Goethe, Fichte, Schelling en Hegel staan in deze traditie. De tegenstanders van Steiner laten deze essentiële informatie, Steiner’s opvattingen over de emancipatie van het individu als cultuur-opgave, onvermeld. Het effect is duidelijk; de ware betekenis keert volledig om en nu lijkt het of hij een soort nazi-ideologie er op nahield. De filosofische context, het Duitse Idealisme waarin het individu en het vrije denken centraal staan, wordt expres weggelaten en vervangen door een erbij verzonnen rassenleer. Een lezer zou zich gewoon eerlijk moeten afvragen: staat een cultuur-opgave die de emancipatie van het individu nastreeft, het ontwikkelen van de vrijheid vanuit de geest, in de traditie van het nationalisme of het Duitse Idealisme? Wie ook maar de geringste notie heeft van de geschiedenis van Duitsland, weet dat dat de nationaal-socialisten geprobeerd hebben het Duitsland van Goethe en Schiller te vernietigen*.”

Dan volgt er nog een klein voetnootje (*). Achter die noot zegt hij overigens hele pikante dingen, maar daar kom ik zo nog op terug. Eerst het bovenstaande verhaal.

Wat Geuljans hierboven beschrijft is inderdaad ook in het werk van Steiner te vinden. Sterker nog, huist dit aspect, ‘cultuuropgave’, ‘volksgeesten’ (maar ook ‘rasgeesten’, de zg. gevallen geesten van de beweging’, de Dynameis, of de ‘abnormale geesten van de vorm’, waarom gaat Geuljans trouwens daar niet op in?), maken deel uit van Steiners gedachtegoed en bepalen in een belangrijke mate Steiners visie op de geschiedenis en zelfs op de evolutie. De relatie tussen het gebruik van het begrip ‘Volksgeest’ door Rudolf Steiner en soortgelijke begrippen door de Nazi’s is er overigens zeker, zij het dat die zeer indirect is. Beiden hebben meer dan eens uit dezelfde troebele bron gevist, zij het dat de antroposofie er een andere invulling aan geeft dan bijv. het nationaalsocialisme. Bij de antroposofie zijn dit soort zaken (dus ook de rassenleer) altijd maar een onderdeel van de totaalomvattende visie op de evolutie van mens en aarde.

De ‘Engelenleer’ van Steiner is overigens maar zeer beperkt een Christelijke traditie. Steiner gebruikte weliswaar begrippen, of namen die hij aan ‘Engelensoorten’ gaf- die zijn ontleend aan de vroeg-middeleeuwse mysticus Dionysios de Areopagiet, alleen -en dat is bij Steiner vaker het geval (het Atlantis waar Steiner het over heeft is ook iets heel anders dan het Atlantis van Plato)- de manier waarop Steiner deze begrippen inzette is vooral heel erg negentiende-eeuws. In de middeleeuwen had niemand het over ‘rasgeesten’, of ‘volksgeesten’; dat zijn allemaal negentiende-eeuwse ideeën.  Wat wel weer klopt is dat de obsessie met ‘volksgeesten’, of de notie van ‘een volk als een organische eenheid’ op een bepaalde manier wel in de Duitse filosofische traditie staat. Dat is ook niet zo vreemd; in het versnipperde Duitsland werd er veel nagedacht over hoe de natie weer tot een eenheid te maken. Het denken over volkeren als organische eenheid is inderdaad heel typisch voor het vroege Duitse nationalisme (ik zeg dus niet nationaal socialisme, al heeft het latere nationaal socialisme wel degelijk uit dezelfde bron gevist). Zie bijvoorbeeld de romantische filosoof Johann Gottfried von Herder, die het begrip ‘Volksgeist’ lanceerde. Steiner  gebruikte allerlei negentiende-eeuwse ideeën, ook over mensenrassen (al waren die, ook begin 20e eeuw achterhaald), die hij eclectisch vermengde met allerlei esoterische en vroeg-Christelijke begrippen.  Daarom is de antroposofie ook zo’n typische ‘neo-beweging’ van het Fin du Siècle. Precies eigenlijk zoals Helmut Zander het in zijn omvangrijke standaardwerk Anthroposophie in Deutschland;  Theosophischen Weltanschauung und Gesellschaftlichen Praxis 1884-1945 (Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, 2008) beschrijft, al hebben orthodoxe antroposofen,  zoals Stephan Geuljans, daar enigszins moeite mee.

Overigens ben ik het zeker niet met Geuljans eens dat Steiner in de  traditie van Hegel, Fichte of Schelling staat. Hooguit aan het begin van zijn carrière, de periode dat hij de eerste versie van Filosofie der Vrijheid schreef. Daarna verliet Steiner de filosofie en begaf hij zich op het terrein van de esoterie. De herkomst van zijn opvattingen over de evolutie en de rol die ‘mensenrassen’ in dit verhaal innemen zijn grotendeels te herleiden tot de occulte ‘openbaringen’ van Helena Blavatsky, al wist Steiner, een eclecticus pur sang, ze altijd te ‘samplen’ met verschillende andere elementen, zoals de Duitse filosofie van de decennia daarvoor. Maar mijn probleem met Geuljans uiteenzetting begint al met dat de Rudolf Steiner die een rassenleer ontwikkelde,  wat mij betreft geen wetenschapper, of een filosoof (meer) was. De Steiner van de theosofie en de antroposofie had de wetenschap en de filosofie vaarwel gezegd en was esotericus geworden, een occultist, die zijn eigen versie van de theosofie zou ontwikkelen, de meest invloedrijke ‘neo-religieuze bewegingen’ van de tijd (misschien wel de New Age van het Fin du Siècle). Wel maakte Steiner veel gebruik van allerlei wetenschappelijke theorieën van dat moment, zoals bijvoorbeeld de evolutie-leer, die toen net in opkomst was. De inmiddels als achterhaald beschouwde recapitulatie-theorie van Ernst Haeckel, tegenwoordig door de wetenschap terzijde geschoven ten gunste van Darwin, heeft Steiner wel degelijk diepgaand beïnvloed, zoals ook uit Steiners eigen teksten blijkt. Dat komt nog ter sprake bij de ‘indianentekeningen’ (evolutiemodellen), die Geuljans in zijn tweede artikel (het antwoord aan Ramon de Jonghe) bespreekt.

Maar alleen al het idee van ‘cultuuropgaven’ waar Geuljans mee komt aanzetten. Dat is al niet wetenschappelijk. Want wat is dat eigenlijk? Een cultuur zou ontstaan, omdat die een bepaalde functie heeft te vervullen in een groot evolutionair of universeel plan? En als dat taakje erop zit, wat dan? Dan moet zo’n cultuur onmiddellijk ontbonden worden? Dat zit inderdaad sterk in de antroposofie van Rudolf Steiner. Sterker nog, dat geldt, wat Steiner betreft, ook voor mensenrassen, zie de bovenstaande passages over de Indianen uit Die Mission Einzelner Volksseelen (GA 121). “Mission erfüllt, Verfall Programmiert, lautet die anthroposophische Grundregel”, schrijft de door Geuljans zo gehekelde Peter Bierl (in Wurzelrassen, Erzengel und Volksgeister; die Anthroposophie Rudolf Steiners und die Waldorfpädagogik, Konkret Literatur Verlag, Hamburg, 2005, p. 132) .  Alsof het om een soort historische wetmatigheid gaat.

Wat Geuljans beschrijft is overigens ook een hele typische negentiende-eeuwse manier van denken, of van net iets daarvoor. Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), de historicus en archeoloog die vaak wordt gezien als de grondlegger van mijn eigen vak (kunstgeschiedenis) hanteerde inderdaad een theorie van ‘opkomst’, ‘bloei’ en ‘verval’. Dat was voor hem bijna een soort universele wetmatigheid. Alleen gebruikt niemand binnen de huidige serieuze wetenschap nog dit soort achterhaalde noties. Dit concept vind je wel terug in de antroposofie van Rudolf Steiner, door zijn aanhangers  versteend en aanbeden. Maar het laat ook zien hoe gedateerd veel van Rudolf Steiners ideeën zijn.

Ik vind overigens niet dat Steiner er een soort Nazi-ideologie op nahield. Maar Geuljans pathetische uithaal over een ‘door critici verzonnen rassenleer’ maakt het verhaal er niet geloofwaardiger op. Temeer Geuljans zich iets  later beroept op Jos Verhulst. Als er nu een iemand is die zijn uiterste best doet om een vorm van nationaal socialisme de antroposofie binnen te loodsen is het Verhulst wel. En Geuljans die daar zogenaamd niets van zou weten? In het beste geval heb je dan een plaat van gewapend beton voor je hoofd, of, mocht Geuljans wel op de hoogte zijn (en ik kan me nauwelijks voorstellen dat dit niet zo is) dan ben je bezig de boel te belazeren en is dat artikel van hem niets meer dan  een staaltje propaganda. Als hij over een door critici verzonnen rassenleer begint, heeft het een beetje de schijn van het laatste. Over Jos Verhulst en het verschijnsel ‘neonazisme in de antroposofie’ kom ik nog te spreken.

Dan nu dat voetnootje van Geuljans. Onderaan het artikel staat in het bijschrift het volgende:

“ Aangetoond is dat veel ‘professionele’ critici zoals Helmut Zander en Peter Bierl, deze informatie bewust achterhouden en citaten vervalsen. Lorenzo Ravagli wijst er bijvoorbeeld op dat volgens Zander de SA-Obergutachter Alfred Baeumler als nationaal-socialist de antroposofie omarmde. Als je de historische documenten waar zij zich op beroepen controleert, blijkt juist omgekeerd dat deze nazi de antroposofie afwijst, omdat hij vindt dat de menskunde van Rudolf Steiner onverenigbaar is met het nationaal-socialisme. De Antroposofische Vereniging werd dan ook in 1935 verboden door de nazi’s. Toen de heer Zander door Ravagli op deze geschiedvervalsing werd gewezen, zei Zander dat hij zich had vergist”.

Informatie achterhouden? Citaten vervalsen? Zo’n beschuldiging moet je dan wel goed onderbouwen lijkt me. En als Geuljans zo zeker is, waarom begint hij dan niet, samen met de heren Bader en Ravagli, een klachtenprocedure bij de gerenommeerde Humboldt Universität te Berlijn (waar Helmut Zander hoogleraar is)? Alleen wat is de bron van Geuljans? Hoe sterk is zijn eigen onderbouwing? Ik geef hier een gedeelte weer van de discussie onderaan het artikel, tussen Ramon de Jonghe (geen onbekende op dit blog en in de verschillende antroposofie discussies) en Stephan Geuljans (http://www.aardespiegel.nl/artikelen/rudolf-steiner-individu-versus-ras/):

Ramon DJV op 5 april 2012 om 11:52 schreef:

Ik lees in de richtlijnen voor reacties dat de Aardespiegel niet censureert? (‘Censuur wordt niet toegepast’) Hoe komt het dan dat mijn vraag naar de onderbouwing van enkele van Geuljans beweringen hier niet verschijnt? Ik probeer het dus nog een keer.

Geuljans zegt dat ‘aangetoond is dat veel ‘professionele’ critici zoals Helmut Zander en Peter Bierl, deze informatie bewust achterhouden en citaten vervalsen’.

Ik zou wel eens willen weten waar en hoe is aangetoond dat Zander en Bierl citaten vervalsen.

Geuljans beweert ook dat Zander zou gezegd hebben ‘dat hij zich heeft vergist toen Ravagli hem op geschiedvervalsing wees’. Bedoelde Zander dat Ravagli zich had vergist of had hij het over zichzelf? Dat is niet duidelijk. En ook wat dit betreft zou bronvermelding niet misstaan.

 

  • Beste Ramon, excuses voor de late reactie. Wegens een gebrek aan tijd wil ik hier alleen ingaan op de dingen die direct met het artikel te maken hebben.

    Helmut Zander is selectief in het aanhalen van de nazi SA-Obergutachter Baeumler. Baeumler zegt dat er overeenstemming is tussen nationaal-socialisme omdat volgens Steiner een ras “eine Naturwirklichkeit” ist. Baeumler heeft echter ook een conclusie die Helmut Zander weglaat. Baeumler zegt ook: “Zou men proberen het begrip ras op onze manier [lees: nazi manier] een biologisch gefundeerde betekenis te geven, dan zou men de menskunde van Steiner stuk schieten (“zersprengen”). Want het nationaal-socialisme gaat weliswaar uit van de werkelijkheid van het bloed, maar tegelijk ook van het onderscheid die tussen mensengroepen bestaan. … Vanuit de menskunde van Steiner vinden we geen ingang tot het erkennen van het de idee dat het historische denken door de rasmatige werkelijkheid bepaald wordt. De plaats die wij reserveren voor de mens zoals die zich historisch gezien vanuit het ras ontwikkelt, wordt bij Steiner ingenomen door een boven alle geschiedenis verheven geestmens.”
    Tot zover de nazi Baeumler.
    UIt: ‘Rassenideale sind die Niedergang der Menschheit – Anthroposophie und der Rassismus-vorwurf” door Hans-Jürgen Bader en Lorenzo Ravagli, noot 18 bladzij 18. Daar verwijzen Bader en Ravagli ook naar zijn correspondentie met Zander en waar Zander toegeeft dat hij zich ter zake het oordeel van Baeumler vergist heeft. Ook Peter Bierl gebruikt deze methode van het selectief citeren. De correspondentie tussen Zander en Ravagli kan u altijd opvragen bij Bader en Ravagli.

    Terzijde iets over de onwetenschappelijke methode om antroposofie te willen beoordelen door wat een nazi zegt of wat “men zegt”. Er zijn in de geschiedenis vooraanstaaande bisschoppen te vinden die geloven “dat de joden de holocaust op zich hebben afgeroepen, omdat zij Christus hebben vermoord”. Zegt die bewering iets zinnigs over het Christendom, of over het gebrek aan verstand van die bisschop?

    Ik wil hiermee zeggen ik mijn opvatting over Steiner niet laat afhangen van het oordeel van een of ander onbenul of een of andere nazi die Zander en Bierl aanhalen. Of van zogeheten antiracisten die letterlijk nazi-achtige methodes gebruiken, zoals in 2001 o.a. door Harald Biskup en de gebroeders Grandt. Zo werd Steiner in WO I door mensen belasterd die in de tijd van het nationaal-socialisme lid werden van de SS. Steiner werd toen door deze nazi’s neergezet als “der Sexualmagie verfallene Juden” en Biskup en Grandt nemen dat anno 2001 over. Ik vind het bijzonder ernstig als dit soort ‘kritiek’ (lees: smaad en laster) klakkeloos wordt overgenomen en verder verspreid. Ik wil er echter ook niet te veel tijd aan besteden.

    Met vriendelijke groeten,

    Stephan Geuljans

     

    • Bedankt voor de verduidelijking, Stephan.

      Niet gepubliceerde correspondentie tussen Zander en Ravagli als bron aanhalen vind ik een zwak punt in je betoog. Het zou handiger zijn geweest als die informatie beschikbaar was. Nu vind ik het een niet onderbouwde stelling.

      Ik heb nog een vraag i.v.m. volgende stelling van je:

      (…) Nu wordt het interessant omdat volgens Rudolf Steiner een ras altijd tot de afdalende evolutie of degeneratie behoort. Volgens hem hebben rassen hun oorsprong in de prehistorie en is hun ontstaan afgesloten aan het einde van de laatste ijstijd (10.000 v.Chr.). Hij noemt dat in aansluiting met Plato de Atlantische periode vanaf welke tijd het geen zin meer heeft over rassen als ontwikkelingsprincipe te praten.(…)

      Nu is er natuurlijk die bekende schets uit GA 100, waarin met een opklimmende lijn de ontwikkeling van de mensheid wordt getoond met bovenaan de Europeaan, onderaan de ‘Atlantiër’ en als decadente vertakking het apengeslacht en de indiaan.

      Wanneer nu alle rassen hun ontstaan is afgesloten aan het einde van de Atlantische periode en ze in een afdalende evolutie zouden zitten, waarom zijn dan de indianen na die Atlantische periode een decadente vertakking? Als toch alle rassen degeneren? Of bedoelt Steiner dat weliswaar alle rassen degenereren, maar sommige rassen veel sneller dan andere?

      Mvg.
      Ramon

       

    • Beste Ramon,

      U vroeg mij een bron. Die heb ik u gegeven door zelfs concreet het oordeel van de nazi Baeumler te geven, het oordeel dat Helmut Zander en Peter Bierl bewust hebben weglaten. Laten we elkaar niet voor de gek houden want we weten heel goed dat deze heren niet integer zijn. Uit bron-onderzoek blijkt dat Helmut Zander en Peter Bierl regelmatig geschiedvervalsing plegen. Het is onder historici een doodzonde als men op de manier van Zander en Bierl te werk gaat. Het zou u sieren als u toegeeft dat u, bewust of onbewust, bent mee gegaan in de geschiedvervalsing van deze heren.

      In plaats daarvan verwijt u mij dat ik de correspondentie tussen Bader/Ravagli en Zander niet aan u overleg. Dat is hier niet op zijn plaats en ik zou bijna zeggen, je moet maar durven!

      Het is beter als u zich niet verschuilt achter het feit dat ik geen zin heb om uw huiswerk te maken. Als ik bewijs dat Zander en zijn volgelingen liegen is het aan u om grondig de archieven over WO II na te lezen. Vervolgens kan u zich tot de heren Zander en Bierl richten en hen vragen waarom zij zo te werk gaan. U mag ons eventueel uitleggen waarom u dat nog niet gedaan heeft.

      Ik herhaal dat ik alleen inga op concrete vragen over mijn artikel. Op het indianen-citaten is in 2002 al uitgebreid en voldoende ingegaan, door Bader en Ravagli en vele vele andere antroposofen en onder meer te vinden in de literatuuropgave onder mijn artikel. Ook hier blijkt de zich steeds repeterende methode van critici de uitleg van antroposofen botweg te negeren. Zelfs nu we 10 jaar verder zijn.

      Met groeten

      Stephan Geuljans

Dus als ik het goed begrijp moeten we op basis van een geforwarde e-mail  van Lorenzo Ravagli (die we niet mogen zien) aannemen dat Zander aan  ‘geschiedvervalsing’  doet? Dat hij en ‘zijn volgelingen liegen’? En Geuljans hoeft dat niet te onderbouwen en wie het niet met hem eens is ‘moet zich verantwoorden’? Ach, in de geesteswetenschap gelden andere regels, moeten we dan maar denken.  Overigens, het zou best kunnen dat Zander zich een keer vergist heeft. Maar kan dat niet via de koninklijke weg worden duidelijk gemaakt?  Bovendien weet ik niet of ik Lorenzo Ravagli zo ontzettend betrouwbaar vind. Ravagli is toch een beetje ‘de Rottweiler van de antroposofie’ (om een vergelijking te maken met de bijnaam van de nu scheidende Paus, Joseph Ratzinger, uit de tijd dat hij nog kardinaal was), die vooral in actie komt wanneer er met zwaar geschut propaganda moet worden bedreven. Veel van zijn bijdragen vind ik persoonlijk nogal hilarisch, zie bijvoorbeeld  zijn Negerromane? Was meintte Steiner Wirklich? Alleen de titel is al lachwekkend en dat is de inhoud van dat artikel ook. Wie zin heeft moet het maar via de link raadplegen. Zie dan ook maar zijn Rudolf Steiner und die Überwindung des Rassismus (Institut für Soziale Dreigliederung, 2003, eigenlijk en soort plusvariant van Dieter Brülls ‘De Nieuwe Reactionairen’), ook een vrij grotesk en een wat paranoïde werkstuk (lees vooral de inleiding), al zal Geuljans het wel fantastisch vinden. Het aardige van het laatste voorbeeld is overigens dat Ravagli er per ongeluk ook passages heeft ingestopt die juist wijzen op het tegenovergestelde, dus als propaganda-materiaal (want dat is het) is het niet eens echt geslaagd.   Bovendien, hoe zat dat ook alweer met Lorenzo Ravagli en Andreas Molau, oud-vrije schoolleraar en nu lid van de het parlement van de deelstaat Sachsen voor de Neo-Nazistische NPD? Was een niet helemaal lekker verhaal, dacht ik. Maar goed, er komt hierna nog genoeg op dat gebied, vooral over de handel en wandel van de door Geuljans zo bewonderde Jos Verhulst (waar hij ook blijk van geeft in dit artikel), dus die zaak laat ik hier verder zitten.

Overigens, als een of ander spammailtje van Lorenzo Ravagli (hij zal waarschijnlijk wel zo’n schreeuwerige newsletter hebben, waarop je je kunt abonneren, misschien een ideetje om dat ook maar eens te doen, als het mogelijk is) het enige is wat je tegen Helmut Zanders monumentale werk in stelling kunt brengen, denk ik niet dat je een sterk verhaal hebt. Dit is wel heel armoedig. Maar nogmaals, als het te moeilijk wordt duikt Geuljans weg, of probeert hij het op de smoezelige manier. Dat is zo langzamerhand wel duidelijk geworden. En ik kan nu al verklappen dat er nog meer komt, veel meer zelfs.

Met zijn weglaatkunsten kun je je afvragen of Geuljans zich niet meer schuldig maakt aan ‘geschiedvervalsing’, dan hij Helmut Zander verwijt. Het was niet mijn idee om deze zware term in te zetten, maar nu Geuljans hem heeft ingebracht vrees ik dat het toch vooral op hemzelf van toepassing is. Dus inderdaad, zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten.

Het Darwinisme racistisch of een staaltje projectie?

Na wat omtrekkende bewegingen komt Geuljans uiteindelijk bij de kern van de zaak: Steiners kijk op de evolutie. Na de onderstaande illustratie begint hij als volgt:

plaatje Geuljans 1

“Steiners strijd tegen het toenemende racisme en de rassenidealen  (sic  FS) van zijn tijd bevat meerdere elementen. Ik ga eerst in op de evolutie-biologie van zijn tijd (en het zich daaruit ontwikkelde sociaal-darwinisme) en wat hij daar tegenover heeft gezet”.

Steiner was in zijn tijd een waarlijk antiracistisch activist ;) Wat betreft Geuljans pogingen om sociaal Darwinisme gelijk te stellen aan de moderne evolutie-biologie en dat Steiners esoterische en teleologische kijk op de evolutie het alternatief zou zijn om sociaal Darwinisme uit te sluiten-  mijns inziens maakt Geuljans een wezenlijke denkfout, maar daar kom ik nog uitgebreid op terug. Eerst de positie die Steiner innam tov de evolutie-theorieën van Darwin en van de nu bijna vergeten Ernst Haeckel (wiens evolutie-theorie door de wetenschap is verworpen). Geuljans:

“De biologen Ernst Haeckel en Carolus Linnaeus geloofden in een hiërarchische ontwikkeling van de mens: van onvolmaakt naar volmaakt. Dat is een opvatting die ook nu nog bestaat. Ieder van ons kent de suggestieve plaatjes van een chimpansee die zich via een Neanderthaler, Homo habilis of Homo erectus tot de huidige rechtop lopende mens, de Homo sapiens zou hebben ontwikkeld. De overtuiging dat de mens een rechtop lopende diersoort zou zijn, een “derde chimpansee” versterkt dit vooroordeel. Dit geloof in een stijgende hiërarchie in de menselijke evolutie van “laag” naar “hoog” of van eenvoudig naar steeds complexer leeft nog steeds voort in het darwinisme zoals dat tegenwoordig in veel academische kringen wordt aangehangen. De schaduwzijde van deze opvatting is dat dit een argument geeft om de menselijke gelijkheid te betwisten”.

Hier begint zich zo langzamerhand het typische antroposofische misverstand te ontvouwen. Voor Haeckel gold zeker dat hij in een doelgerichte en een van laag naar hoog  verlopende evolutie geloofde, dat hebben Haeckel en Steiner overigens in een bepaalde mate met elkaar gemeen. Maar Darwin niet.  De biologische theorie van Darwin (en dan heb ik het niet over het sociaal Darwinisme, wat dus niet hetzelfde is, al zegt Geuljans iets anders) gaat uit van toevallige mutaties. Er is bij Darwin, itt Haeckel of Steiner, geen planmatig verloop van de evolutie. Evolutie is bij Darwin niet teleologisch (naar een doel toewerkend). Hoewel ik zeker niet kritiekloos ben naar Richard Dawkins ‘The God Delusion’ wordt dit aspect van de moderne evolutie-biologie daarin goed uitgelegd. Wat bij Darwin wel zo is, is dat er in zijn theorie iets van een schepper, in welke vorm dan ook, wordt uitgesloten. Het klassieke Darwinisme is in wezen atheïstisch. Ik heb soms het idee dat antroposofen daar vooral moeite mee hebben.

De mens is er volgens het echte Darwinisme (dus nogmaals, niet het ‘ Sociaal Darwinisme’) slechts door een toevallige samenloop van omstandigheden, door een gril van het lot. Dat is natuurlijk in de antroposofische gedachtegang een doodzonde (in de antroposofie moet altijd alles zin hebben en is daarmee ook, in essentie, diep religieus).

Een tweede aspect is natuurlijk dat ‘de mens’ dus helemaal niet het middelpunt van de kosmos is, of een uniek wezen, althans niet als je het evolutionair bekijkt. Strikt genomen is de mens, volgens de Darwinistische theorie, een levend wezen net als alle andere levensvormen op aarde. Zie hier het echte probleem dat antroposofen met de moderne evolutie-theorie hebben. Eigenlijk hetzelfde als de Christelijke Kerk. Los van dat het Darwinisme het verhaal van de eenmalige schepping (in zeven dagen) onderuit heeft gehaald, heeft het ook de unieke positie van de mens ondermijnd. Wat voor antroposofen onverteerbaar is (en ook wordt ontkend, niet in de laatste plaats door Steiner zelf) is dat de mens afstamt van aapachtigen (dat blijkt ook uit de bovenstaande passage van Geuljans). De mens is uniek en sommige mensen zijn wat unieker dan anderen (zie de talloze passages van Steiner waarin hij het over ‘gedegenereerde rassen’ heeft, zoals hij bijvoorbeeld de Amerikaanse indianen zag).  Dit is de kern van het antroposofische bezwaar tegen Darwin. Geuljans verzint er verder van alles bij om om de onzinnige stelling hard te maken dat het Darwinisme in zichzelf racistisch zou zijn en de antroposofie niet, maar dit is mijns inziens het echte probleem.

Trouwens, typisch dat Geuljans de bewering dat de mens van aapachtigen afstamt een ‘vooroordeel’ noemt.  Want dat is nou net geen vooroordeel. Dat sommige antroposofen niet snappen wat een vooroordeel is kan ik begrijpen, zie alleen al het immense complex aan vooroordelen van hun voorman, alhoewel die er ook weleens blijk van heeft gegeven dat hij zich daar best bewust van was. Hij was daar enkele keer zelfs heel openhartig over. Op een bijzonder helder moment, in een vlaag van diep zelfinzicht, verklaarde Rudolf Steiner eens:

‘Aber jeder Geheimwissenschafter weiß, daß von solchen Dingen viel mehr abhängt als von der Erweiterung der Intelligenz und von dem Anstellen künstlicher Übungen. Insbesondere kann leicht ein Mißverständnis darüber entstehen, wenn manche glauben, daß man sich tollkühn machen solle, weil man furchtlos sein soll, daß man sich vor den Unterschieden der Menschen verschließen soll, weil man die Standes-, Rassen- und so weiter Vorurteile bekämpfen soll. Man lernt vielmehr erst richtig erkennen, wenn man nicht mehr in Vorurteilen befangen ist. Schon in gewöhnlichem Sinne ist es richtig, daß mich die Furcht vor einer Erscheinung hindert, sie klar zu beurteilen, daß mich ein Rassenvorurteil hindert, in eines Menschen Seele zu blicken’

Aldus Rudolf Steiner in zijn Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten, GA 10, 1909, hoofdstuk 3: ‘Praktische Gesichtspunkte’, zie link

Ik denk dat ik het in deze roerend met Steiner eens ben😉

Verder met Geuljans. Hij vervolgt met:

“Hoewel Steiner de ideeën over evolutie een belangrijke verworvenheid voor onze cultuur vond en bewondering had voor de moed van Charles Darwin en Haeckel – hij heeft Haeckel zelfs verdedigd tegen allerlei aanvallen – is hij geen darwinist en geen aanhanger van Haeckel. Hij bestreed de opvatting van Haeckel en Darwin door te stellen dat de menselijke ontwikkeling niet plaatsvindt vanuit één evolutie maar van twee evolutie-lijnen: een opgaande en een afdalende evolutie. Hij noemde dat ontbrekende element in de theorie van Haeckel een bedenkelijke vergissing.
Steiner: “Want, als je gelooft dat ontwikkeling altijd in een opgaande lijn zou moeten plaatsvinden, dan verwijder je je van de ware werkelijkheid, dan praat je zoals Haeckel onder invloed van een zekere verwarringswaan heeft uitgesproken: eerst de eenvoudige wezens, dan verdere ontwikkeling, weer gecompliceerdere wezens enzovoorts enzovoorts tot in het oneindige door, steeds gecompliceerder, steeds volkomener. Dat is onzin. Elke ontwikkeling die voorwaarts schrijdt, slaat ook weer een terugweg in. Al het opstijgen wordt gevolgd door een afdalen, en al het opstijgen draagt de kiem tot afdalen in zich. Dit behoort tot de bedenkelijkste vergissingen van de moderne mensheid, dat deze moderne mensheid de samenhang tussen evolutie en devolutie is kwijtgeraakt, opgaande ontwikkeling en weer neergaande ontwikkeling. Want waar opstijgende ontwikkeling is, daar zal zich ook de kiem tot afdalende ontwikkeling voordoen. Dan gaat op het moment waar een opstijgende lijn terug begint te lopen fysieke- in spirituele ontwikkeling over. Want zodra het fysieke begint terug te lopen, ontstaat voor spirituele ontwikkeling de ruimte.”

Zie hier wederom het antroposofische misverstand over de moderne evolutie-biologie. Of er sprake is van een opgaande lijn is maar zeer de vraag. Omstandigheden op aarde zijn in de loop der tijd meermalen veranderd en het leven daarmee ook. Voor antroposofen moet altijd alles een zin of een doel hebben, of het nu gaat om hoe culturen zich ontwikkelen, hoe een individueel mens zich ontwikkelt, t/m de complete evolutie. Zie hier weer het ‘opkomst-bloei-verval’ denken (oa Winckelmann), al verwijt Geuljans het Darwinisme dat het geen oog heeft voor verval. Maar in het Darwinisme is er geen sprake van ‘iets’, bijv.  een hogere macht of een aansturend principe, dat deze ontwikkelingen bedenkt en uitvoert. Dus strikt genomen ook geen ‘opgaande lijn’ en dan ook geen ‘afdalende lijn’. Dat is vooral de projectie van mensen die hun zingeving zoeken in de ontstaansgeschiedenis van het leven op aarde en zichzelf daarin een unieke positie toedichten, of dat nu is op grond van hun ‘mens zijn’, hun ‘ras’, hun ‘mate van esoterische inwijding’, of hun ‘Karmische ontwikkeling’ (allemaal zaken die in de antroposofie van wezenlijk belang zijn) .  Zie hier waarom de antroposofie vooral religieus is en niet wetenschappelijk, al roepen rechtzinnige antroposofen, zoals Geuljans, meestal het omgekeerde. Ik deel overigens wel het bezwaar van Geuljans tegen ‘het moderne vooruitgangsgeloof’, maar vooral omdat dit ook weer een geloof is. Met echt Darwinisme heeft dit niets te maken en al helemaal niet met hedendaagse evolutiebiologie. Dat dit in Geuljans perceptie kennelijk wel zo is, zegt meer iets over zijn blinde verering voor de tot dogma verheven negentiende eeuwse visie van Steiner, dan dat het iets zegt over de moderne wetenschap en zelfs over het werk van Darwin. Op de evolutie-theorie van Ernst Haeckel, de ‘recapitulatie-theorie’, die wel degelijk van grote invloed was op Steiner, ook op zijn rassenleer, kom ik later terug.

 Steiners visie op de geschiedenis en de evolutie en de rol die ‘rassen’ daarin spelen… tja, leg dat maar eens uit

Eindelijk, zij het heel behoedzaam, komt Geuljans toe aan de echte problematiek: de visie van Steiner op de verschillende rassen, zoals Steiner die oa aan de orde stelt in de vierde en zesde voordracht uit Die Mission einzelner Volksseelen (GA 121, hierboven eerder aangehaald), overigens Steiners belangrijkste werk over ‘rassen’, dat door Geuljans onbesproken blijft. Nu hij aan de echte problematiek komt, valt het op dat hij de belangrijkste en meest expliciete teksten van Steiner liever mijdt, terwijl die ook buitengewoon relevant zijn voor de plaats die ‘rassen’ innemen in Steiners kijk op de evolutie. Maar Stephan Geuljans durft het kennelijk niet aan en probeert het dan maar op deze manier:

“De opstijgende evolutie is de lijn van het individu. Daartegenover staat de afdalende lijn van de soort-gebondenheid (ras, volk, familie, stam, geslacht, erfelijkheid enzovoorts)

stijgende evolutie ↔ afdalende evolutie

individu ↔ soort-gebondenheid, erfelijkheid

In ieder afzonderlijk mens (zwart, wit, geel of rood) komen beide evolutie-lijnen samen. Als beeld: Ieder afzonderlijk mens gaat niet alleen maar vooruit in een stijgende lijn naar een meer volmaakte vorm (zoals Haeckel meende), maar ook “achteruit”. De ‘soort’-lijn vertegenwoordigt hierbij de algemene degeneratie, en de individuele ontwikkeling geeft hieraan het noodzakelijke tegenwicht. Volgens Rudolf Steiner kan er dus niet zoiets bestaan als één biologische ontwikkeling richting “übermensch” waarmee hij de leer van Arthur de Gobinau en zijn volgeling Housten Stewart Chamberlain die wel aansluiten op Haeckel en Darwin naar de prullenbak verwijst. Ik benadruk dat Steiner het opkomende racisme en rasidealen dus niet bestreed met politieke frases en ook niet politiek-correct was zoals men tegenwoordig kennelijk van hem verwacht. Hij bestreed pseudo-wetenschap niet met politiek maar met met geesteswetenschap. Hij verbindt de gelijkheid van de mens aan het uiterlijk, en de verschillen tussen mensen aan de in ieders innerlijk aanwezige talenten.

Hier maakt Geuljans echt een potje van verschillende zaken die Steiner in zijn verzameld werk zoal aan de orde stelt. Laten we kijken of deze door Stephan Geuljans gecreëerde warboel te ontrafelen valt. Het zal misschien wat ‘technisch’ worden, maar laten we maar eens goed naar de letter kijken.  Dat mag wel bij een betoog van meneer Geuljans, tenminste dat lijkt me zo.

Om te beginnen: het is zeker niet zo dat bij Steiner alle rassen gelijk, of zelfs gelijkwaardig zijn. Blanken hebben in Steiners woorden, ten opzichte van zwarten en Aziaten (en al helemaal de indianen) ‘alleen maar voordelen en eigenlijk helemaal geen nadelen’, zoals hij dat letterlijk zegt in Die Mission einzelnder Volksseelen (GA 121, vierde voordracht, citaat aan het begin van dit artikel aangehaald). Hij gaat daarin nog veel verder. De blanken zijn de enigen met een harmonieuze ontwikkeling. Alle andere rassen hebben de pech dat ze enigszins gedeformeerd zijn geraakt door gedegenereerde krachten uit de kosmos, de gevallen geesten van de beweging, die zich hebben ontwikkeld tot een soort mislukte geesten van de vorm (de dynameis geesten, naar de engelenleer van Dyonisios de Areopagiet). Het spijt me, maar antroposofie is nu eenmaal zweverig en zeker niet wetenschappelijk, dus ik kan het niet mooier maken dan het is.

Verder is het zo dat de werking van de rasvormende krachten, de dynameis, of ‘abnormale geesten van de vorm’ aan het afnemen is. Dus de rasverschillen zullen op een gegeven moment verdwijnen. Maar wanneer is dat? Steiner zegt in de vierde voordracht van Die Mission (link hier):

‘In der alten lemurischen Zeit müssen wir das Aufgehen der Rassenmerkmale, der Rasseneigentümlichkeiten suchen; wir müssen dann deren Sich-Fortpflanzen bis in unsere Zeit verfolgen, müssen uns dabei aber klar sein, daß, wenn unsere gegenwärtige fünfte Entwickelungsepoche von der sechsten und siebenten abgelöst wird, keine Rede mehr sein kann von einem Zustande, den wir als Rasse werden bezeichnen können’

Heel technisch allemaal, vooral omdat Steiner de antroposofische tijdrekening hanteert. Maar in de Lemurische tijd zijn er verschillende rassen ontstaan, die zich tot in onze tijd hebben voortgeplant. De rasverschillen zullen doorwerken totdat het huidige vijfde na-atlantische tijdperk is afgelost door het zesde en het zevende. Pas dan zal er geen reden meer zijn om van ‘verschillende rassen’ te spreken.

De door Geuljans zo gehekelde Helmut Zander heeft het als volgt uitgelegd (met antroposofische tijdsrekening):  ‘Rassen seien ein Intermezzo der Menschheitsgeschichte. »Die Rassen sind entstanden und werden einmal vergehen, werden einmal nicht mehr da sein.« (GA 121,76 [1910]) Erneut artikulierte Steiner sein antimaterialistisches Leitmotiv, aber bei näherem Hinsehen bleibt dies ein gänzlich unpolitisches Argument. Die Rassenentstehung, die erst in der lemurischen Zeit begonnen habe, werde in der sechsten und siebten »Entwickelungsepoche« verschwinden (ebd.), das heißt: frühestens ungefähr im 9. Jahrtausend. Für eine politische Erledigung der Rassenfrage und für die Geltung von Steiners Rassentheorien ist dies eine lange, eine zu lange Zeit. Daß die Vielfalt von Völkern und Rassen ein Reichtum der Pluralität sein könnte, tritt im übrigen nicht in Steiners Blickfeld’ (Helmut Zander, Anthroposophie in Deutschland; Theosophische Weltanschauung und gesellschaftliche Praxis 1884-1945, Göttingen, 2007, p.665).

In mijn vijfde antroposofie-artikel (trouwens ook in mijn derde en vierde) heb ik dit allemaal uitvoerig uitgelegd. Maar Zanders berekening klopt. Pas in het negende millennium zullen de ‘rasverschillen’ (waaraan Steiner dus bijzondere kenmerken toekent, die zelfs bepalend zijn voor leven en dood, zie hoe hij tegen de indianen aankeek) in Steiners optiek verdwenen zijn. Dus dat duurt nog wel een poosje. Jammer voor de indianen want zijn volgens Steiner ‘ausgestorben’, maar dat was toch maar een decadent ras, en hun zielen zijn, als alles goed is gegaan, gelukkig in blanke lichamen geïncarneerd, dus die hebben hun Karmische lesje wel geleerd (antroposofie meets de Celestijnse Belofte, ik weet niet welke van de twee ik erger vind).

Geuljans babbelt dan nog wat over de Übermensch (Nietzsche, een van de meest verkeerd begrepen filosofen ooit) en Arthur de Gobineau en Houston Stewart Chamberlain, beiden esoterici, die ook , vanuit de traditie van de theosofie (net als Steiner dus) tot een rassenleer kwamen, zij het dat beide heren nog een stukje erger waren (dan kom je echt in de sfeer van de proto-Nationaal Socialisten, maar die kwestie laat ik hier verder zitten) en zegt dan dat die wel op Haeckel en Darwin aansloten. Net alsof Haeckel en Darwin hetzelfde zijn! Op Haeckel kom ik nog terug.

Dan citeert Geuljans Rudolf Steiner uit de voordrachtenreeks  Die Sendung Michaels (GA 192), Dritter Vortrag, Geisteswissenschaftliche Behandlung sozialer und pädagogischer Fragen, Stuttgart, 23 april 1919, zie hier:

“Met betrekking tot alles, wat zich op grond van onze individuele capaciteiten vormt, dus met betrekking tot dat, wat (…) onafhankelijk van onze lichamelijkheid is, zijn wij als mensen individueel gevormd, ieder een eigen, ieder een individu. Behalve de veel geringere differentiëring, die door rassenverschillen, volksverschillen en dergelijke naar voren treden, die echter als differentiëring een kleinigheid is – als je er maar een zintuig voor zou hebben, dan zou je dat moeten weten – tegenover de differentiëring door individuele talenten en capaciteiten, behalve dat zijn we met betrekking tot onze uiterlijke fysieke menselijkheid, op grond waarvan we als mensen de mensen tegemoet treden, op grond waarvan we rechtsimpulsen, zedenimpulsen uiten, als mensen gelijk. Wij zijn als mensen gelijk, hier in de fysieke wereld, juist door de gelijkheid van onze menselijke gestalte, simpel door het feit dat we allen een mensengelaat hebben. Dit gegeven, dat we allemaal een mensengelaat hebben, op grond waarvan we elkaar als uiterlijke fysieke mensen tegemoet treden, om met elkaar op democratische grondslag de rechtsimpulsen, de zedenimpulsen vorm te geven, dit maakt ons op deze grondslag gelijk. We zijn verschillend van elkaar door onze individuele gaven, die echter tot ons innerlijk behoren.”

Geuljans concludeert:
“Er bestaat volgens Rudolf Steiner geen hiërarchie tussen mensen, want in ieder afzonderlijk mens of cultuur treffen we naast een opstijgende lijn altijd een decadente lijn, of “degeneratie” aan”.

Het aardige is dat met dit Steinercitaat Geuljans nou precies doet wat hij ‘de critici’ verwijt. Zonder enige context een passage aanhalen waarin de factor ‘ras’ als minder belangrijk wordt afgeschilderd. Hij heeft er trouwens wel goed naar moeten zoeken, want dit is een voordracht die over hele andere zaken gaat (over economie en pedagogie) en het is een terloopse opmerking. Terwijl  je in Steiners visie maar beter niet als indiaan kan worden geboren, dan loopt het niet best met je af. Dat blijkt overigens niet uit een citaat, maar dat blijkt uit zo’n beetje alles wat hij over de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent gezegd heeft.  En of hij het in 1907, 1910 of in 1923 heeft gezegd, het komt iedere keer op hetzelfde neer. Ik ben benieuwd of Geuljans dat kan tegenspreken. Wordt nog een hele klus vrees ik. Kortom zo triviaal zijn die ‘rasverschillen’ in Steiners  wereldbeeld nu ook weer niet (zelfs een kwestie van leven en dood, zie zijn beweringen over de indianen)..

Bovendien kan ik daar ook een ander los citaat tegenover zetten. Deze bijvoorbeeld (uit GA 349, 1923, zie hier)

‘Und das wollen wir heute ein bißchen betrachten, weil man eigentlich die ganze Gesichte und das ganze soziale Leben, auch das heutige soziale Leben nur versteht, wenn man auf die Rasseneigentümlichkeiten der Menschen eingehen kann. Und dann kann man ja auch erst im richtigen Sinne alles Geistige verstehen, wenn man sich zuerst damit beschäftigt, wie dieses Geistige im Menschen gerade durch die Hautfarbe hindurch wirkt’

Wat zegt ie? “Men kan eigenlijk de hele geschiedenis en het maatschappelijke leven, ook het huidige sociale leven slechts begrijpen, wanneer men op de raseigenschappen van de mensen ingaat”. Dat is dus nogal wat anders. Dus wat is het nou van de twee?

Daarom is het heel belangrijk om voordrachten van Steiner, of complete werken, in onderlinge samenhang te bestuderen. En dan, maar dat is mijn bescheiden mening, kom je er toch niet onderuit dat er sprake is van een rassenleer, die hecht verweven is met Steiners opvattingen over de evolutie. Misschien mijn bescheiden mening (ook die van Helmut Zander, Peter Staudenmaier en andere geleerden en er zijn zelfs antroposofen te vinden die daar met pijn en moeite in meegaan). Maar volgens de Geuljansjes en de Ravaglitjes van deze wereld, die zich, juist in deze kwestie ook tegen rechtsextremistische activisten als  respectievelijk de Verhulstjes en de Molautjes aanschurken,  ‘liegen’, in Geuljans woorden, Zander, Staudenmaier en (op bescheiden niveau) ondergetekende dus? Tja…

En dan… Geuljans: “ Ik benadruk dat Steiner het opkomende racisme en rasidealen dus niet bestreed met politieke frases en ook niet politiek-correct was zoals men tegenwoordig kennelijk van hem verwacht. Hij bestreed pseudo-wetenschap niet met politiek maar met met geesteswetenschap’’.

Moeten we het hier nog over hebben, Steiner die racisme bestreed? Lijkt me niet echt nodig. Politiek-correct zijn is natuurlijk heel ernstig, maar daar hebben we gelukkig de door Geuljans zo gewaardeerde Jos Verhulst voor (die daartegen ten strijde trekt, zie bijv. hier, kom ik ook nog over te spreken). En pseudowetenschap bestrijden met geesteswetenschap? Als de vlam in de pan slaat is niet verstandig om te gaan blussen met water, dan wordt het alleen maar erger. Deksel erop doen, dat is in die situatie het meest aan te raden.

Geuljans vervolgt met een andere passage van Steiner (uit :  Geisteswissenschaftliche Behandlung sozialer und pädagogischer Fragen , GA 132, 23 april, 1919, hele voordracht  hier te raadplegen)

“Met betrekking tot alles, wat zich op grond van onze individuele capaciteiten vormt, dus met betrekking tot dat, wat (…) onafhankelijk van onze lichamelijkheid is, zijn wij als mensen individueel gevormd, ieder een eigen, ieder een individu. Behalve de veel geringere differentiëring, die door rassenverschillen, volksverschillen en dergelijke naar voren treden, die echter als differentiëring een kleinigheid is – als je er maar een zintuig voor zou hebben, dan zou je dat moeten weten – tegenover de differentiëring door individuele talenten en capaciteiten, behalve dat zijn we met betrekking tot onze uiterlijke fysieke menselijkheid, op grond waarvan we als mensen de mensen tegemoet treden, op grond waarvan we rechtsimpulsen, zedenimpulsen uiten, als mensen gelijk. Wij zijn als mensen gelijk, hier in de fysieke wereld, juist door de gelijkheid van onze menselijke gestalte, simpel door het feit dat we allen een mensengelaat hebben. Dit gegeven, dat we allemaal een mensengelaat hebben, op grond waarvan we elkaar als uiterlijke fysieke mensen tegemoet treden, om met elkaar op democratische grondslag de rechtsimpulsen, de zedenimpulsen vorm te geven, dit maakt ons op deze grondslag gelijk. We zijn verschillend van elkaar door onze individuele gaven, die echter tot ons innerlijk behoren.”

Mijn probleem hiermee is dat dit inderdaad weer hetzelfde  ‘trucje’ is als het hierboven door Geuljans aangehaalde citaat. En Geuljans verwijt dit de critici. Het is dus echt zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Het onderwerp van deze lezing is overigens niet eens ‘rassen’, dus het is maar een kleine opmerking tussendoor die Steiner niet verduidelijkt. Op de hoofdwerken over ‘mensenrassen’ durft Geuljans niet in te gaan, dat is nu zo langzamerhand gebleken (behalve dan in zijn vervolgartikel, op de tekeningen van Steiner, waarin de indianen worden afgeschilderd als decadente afwijking van de mensheidsontwikkeling. De uitleg die Geuljans geeft is zo grotesk dat hij of de bijbehorende tekst niet gelezen heeft, of er willens en wetens iets bij verzonnen heeft, maar daar kom ik nog op terug). Maar misschien heeft hij voor deze vondst hulp van Ravagli gekregen, of bij hem afgekeken. Omdat ik Geuljans en geestverwanten graag ter wille wil zijn hier nogmaals de grote Lorenzo Ravagli-verzameling van ‘ontlastende citaten’. Alleen ontlast je daarmee Steiner niet van racisme.

Geuljans concludeert met:

“Er bestaat volgens Rudolf Steiner geen hiërarchie tussen mensen, want in ieder afzonderlijk mens of cultuur treffen we naast een opstijgende lijn altijd een decadente lijn, of “degeneratie” aan”.

Dat ligt bij Steiner toch net een beetje anders, vrees ik. Heel leuk dat Steiner stelt dat zwarte mensen zulke ‘warme menselijke eigenschappen’ hebben, maar het zijn wel de blanken die het beste kunnen denken, zoals hij uiteen zet in GA 349 (de arbeidersvoordracht uit 1923, zie hier ).  Eigenlijk een beetje zoals cabaretier Hans Teeuwen ooit declameerde in zijn programma  ‘Met een Breierdeck’,  uit 1997 (ik heb het al vaker in deze lamglopende polemiek aangehaald, maar mischien komt de boodschap deze keer wel over):

Kijk, het ene ras is bijvoorbeeld heel goed in leidinggeven, terwijl het andere ras weer veel beter is met hardlopen en ritmes.
En als iedereen zich daar gewoon aan houdt is er niks aan de hand.
Da’s de natuur en je bent niet sterker dan de natuur.
En ik zeg heel eerlijk, ik houd me daaraan, ja, ik houd me daaraan.
Ik zal geen wc’s gaan schoonmaken, dat gaat niet, dat zit niet in mijn roots.
Da’s belangrijk, je roots.

Maar ook Geuljans zal zich wel hebben gerealiseerd hebben dat hij zich in deze kwestie niet kan blijven beperken tot vliegen afvangen. Hij ontkomt toch niet aan het grote verhaal van Steiner (daarin durft hij het overigens niet aan om de grote meester zelf te citeren).  Want in het grote verhaal zit ook de rassenleer, dus vanuit zijn optiek bekeken, moet Geuljans het voorzichtig aanpakken. Al valt dat niet mee. Geuljans probeert het zo:

“Nu wordt het interessant omdat volgens Rudolf Steiner een ras altijd tot de afdalende evolutie of degeneratie behoort. Volgens hem hebben rassen hun oorsprong in de prehistorie en is hun ontstaan afgesloten aan het einde van de laatste ijstijd (10.000 v.Chr.). Hij noemt dat in aansluiting met Plato de Atlantische periode vanaf welke tijd het geen zin meer heeft over rassen als ontwikkelingsprincipe te praten. Daarom spreekt hij over de daaropvolgende perioden als cultuur-perioden. Hij spreekt over de Oud-Indische cultuur-periode die ongeveer begint rond 7300 v.Chr., gevolgd door een Oud-Perzische, Egyptische en Grieks-Romeinse periode van ieder ongeveer 2160 jaar waarbij wij nu vanaf 1413 n.Chr. in de vijfde na-Atlantische cultuur-periode leven. Hierna komen nog een Russische en Amerikaanse cultuur.

Dat wat we nu toch nog “ras” noemen, zijn overblijfselen, differentiaties geërfd uit de prehistorie. In de samenhang met Steiners kritiek op Haeckel en Darwin begrijpen we nu dat een ras – per definitie – behoort tot de afdalende evolutie, de devolutie, en waarom een ras dus nooit de grondslag van een cultuur kan zijn. Precies het omgekeerde treffen we aan in de rassenleer bij de intellectuelen van zijn tijd. Volgens Rudolf Steiner bevinden zich álle rassen, dus ook de zogenaamde “blanken” zich vanaf de laatste ijstijd in de neergang. Omdat rasidealen aanhaken aan deze neergaande lijn kunnen zij daarom alleen maar onheil brengen”.

Tot zover. Dat het ‘nu interessant wordt’ ben ik overigens wel met Geuljans eens, alleen om een andere reden dan dat hij waarschijnlijk bedoelt. Bijna terloops roert Stephan Geuljans toch een paar ongerijmdheden aan, althans een lezer die wel goed op de hoogte is van de geschiedenis, maar niet van de antroposofie, zou hier toch vreemd van opkijken. Want wie heeft er buiten de antroposofie zo’n volkomen incorrect beeld van de ontwikkelingen van de laatste paar duizend jaar? En dan Atlantis, de metafoor van Plato, dat echt zou hebben bestaan? Sprak Stephan Geuljans hiervoor nog van ‘pseudowetenschap’? Die dan door Steiner zou zijn bestreden met ‘geesteswetenschap’? Welkom in de wondere wereld van de antroposofie.

Ik heb deze vreemde visie op de geschiedenis van de oudheid al uitvoerig in mijn eerdere artikelen beschreven. Maar het komt erop neer dat Steiner inderdaad geloofde dat er een continent heeft bestaan als Atlantis (dat weer vooraf werd gegaan door Lemurië, enz.). In de Akasha-Kroniek (GA 11) zegt Steiner dat dit continent fysiek zou hebben bestaan op de plek waar nu de bodem van de Atlantische Oceaan ligt.  Dit mythische continent ging tenonder en onder leiding van een zekere Manu werd de elite, in Steiners woorden ‘een nieuw ras’ naar het Indiase subcontinent geleid, alwaar zij een nieuwe beschaving stichtten.

De antroposofie gaat ervan uit dat deze nieuwe fase, de na-Atlantische tijd, zeven cultuurperiodes zal kennen, dus beschavingen die leidend zullen zijn voor de ontwikkeling van de mensheid. Geuljans: “… de Oud-Indische cultuur-periode die ongeveer begint rond 7300 v.Chr., gevolgd door een Oud-Perzische, Egyptische en Grieks-Romeinse periode van ieder ongeveer 2160 jaar waarbij wij nu vanaf 1413 n.Chr. in de vijfde na-Atlantische cultuur-periode leven. Hierna komen nog een Russische en Amerikaanse cultuur”.

Steiner heeft dit verhaal overigens in grote lijnen overgenomen van Helena Blavatsky, de oermoeder van de Theosofie, al is dit voor veel antroposofen vloeken in de kerk (Steiner kende alles uit eigen helderziende waarneming, door te schouwen in de Akasha-Kroniek). Interessant is dat Steiner indeze ook precies de Ariërmythe volgt, zoals die in de Fin du Siecle in Duitsland in zwang was, ook onder occulte groepen die zich later met het nationaal socialisme verbonden. Voor de duidelijkheid, daaronder reken ik de antroposofie niet, al zijn ook die groepen, zoals de ariosofie, net als de antroposofie loten van dezelfde theosofische stam.

De Ariërmythe komt erop neer dat ‘de beschaving’ door het Arische ras in het oosten werd gesticht (in die tijd ontdekten taalwetenschappers ook de verwantschap tussen de West Europese talen met de Perzische en de Hindoe talen). Het vuur van ‘de beschaving’ zou door de eeuwen heen langzaam van oost naar west reizen en bovendien gelieerd zijn aan het Arische ras. Deze notie werd door verschillende stromingen aangehangen, al zijn deze bijna allemaal na de Tweede Wereldoorlog verdwenen, behalve de antroposofie (en de theosofie, al is de theosofie lang niet zo dogmatisch en wordt daar met veel meer relativering naar dit erfgoed gekeken).

Voor Steiner zijn de na-Atlantische cultuurperiodes gerelateerd aan het blanke ras. Andere rassen hebben geen cultuurperiodes, of moeten zelfs plaatsmaken of verdwijnen. Zie Steiners opmerkingen over de indianen, die hij  ook meermalen heeft bestempeld tot decadente nakomers van Atlantis. Atlantiërs die zich niet verder konden ontwikkelen en daarom dus het veld moesten ruimen. Dit is ongeveer Steiners rassenleer.

Al eerder haalde ik een passage aan uit de arbeidersvoordracht uit 1923 (GA 349). Eigenlijk vat hij die geschiedenis daarin heel bondig samen. De voorouders van de huidige ‘cultuurmensheid’ gingen van Atlantis naar het Indiase subcontinent en stichtten vanaf daar, langzaam naar het westen trekkend, de ene beschaving na de andere. Andere beschavingen, of het nu de Chinese of de oude beschavingen van Amerika zijn, doen er niet toe in de antroposofie. Dat is het ongeveer. Nogmaals Steiners uiteenzetting uit 1923 (GA 349, online versie hier):

“Die weiße Rasse ist die zukünftige, ist die am Geiste schaffende Rasse. Wie sie nach Indien gezogen ist, bildete sie die innerliche, poetische, dichterische, geistige indische Kultur aus. Wenn sie jetzt nach dem Westen geht, wird sie eine Geistigkeit ausbilden, die nicht so sehr den innerlichen Menschen ergreift, aber die äußere Welt in ihrer Geistigkeit begreift”

Voor de indianen is het ‘Schluss’ in Steiners optiek. Decadent geworden Atlantiërs dienen uit te sterven en mogen het in een volgende incarnatie als blanke het weer opnieuw proberen. ‘Dus is de antroposofie niet racistisch, want uiteindelijk komt het voor die zielen toch nog goed’, oftewel ‘het reïncarnatie-alibi’ (naar Helmut Zander) is een veel gebruikt argument. Het siert Geuljans overigens dat hij dit niet inzet, maar dat doet wel het van Baarda-rapport en verder vele andere antroposofen, in geschrift, maar ook in de verschillende discussies die ik met ze gevoerd heb.

En voor ik het vergeet, de tweede helft van de hierboven aangehaalde passage van Geuljans. Die is in relatie met het voorgaande helemaal interessant:

“Dat wat we nu toch nog “ras” noemen, zijn overblijfselen, differentiaties geërfd uit de prehistorie. In de samenhang met Steiners kritiek op Haeckel en Darwin begrijpen we nu dat een ras – per definitie – behoort tot de afdalende evolutie, de devolutie, en waarom een ras dus nooit de grondslag van een cultuur kan zijn. Precies het omgekeerde treffen we aan in de rassenleer bij de intellectuelen van zijn tijd. Volgens Rudolf Steiner bevinden zich álle rassen, dus ook de zogenaamde “blanken” zich vanaf de laatste ijstijd in de neergang. Omdat rasidealen aanhaken aan deze neergaande lijn kunnen zij daarom alleen maar onheil brengen”.

Pikant als je dit nu leest. Laat ik zeggen dat het inderdaad klopt dat volgens Steiner de rasverschillen langzaam aan het verdwijnen zijn. Maar we hadden al gezien dat dit nog een hele tijd gaat duren (pas in het negende millennium zijn we zover). En dat een ras nooit de grondslag van een cultuur kan zijn? Volgens Steiner kan er in de na-Atlantische tijd maar één ras de grondslag van een cultuur zijn. En dat het blanke ras zich vanaf de laatste ijstijd in een neergang bevindt, ik vind het wel boeiend, als we kijken naar Steiners bovenstaande uitspraak: ‘Die weiße Rasse ist die zukünftige, ist die am Geiste schaffende Rasse ‘. ‘Het blanke ras is het toekomstige, meest geest scheppende ras’. Dat valt dus wel mee met die ‘neergang’.

Bovendien, de werking van de factor ras, was in Steiners tijd (dus ook onze tijd) nog wel vrij stevig. In Steiners visie zijn de indianen aan het eind van de negentiende eeuw ‘ausgestorben’ (dat dit niet klopt zegt vooral iets over Steiners gebrek aan kennis van de oorspronkelijke bewoners van Amerika). Dus pas in het negende millennium zijn we van de werking van de ‘rasfactor’ verlost, maar nog niet zo lang geleden hebben de indianen er wel een forse tik van meegekregen. Nogmaals, Wounded Knee, voor een paar antroposofen een ‘teffend voorbeeld’, was in 1890.

Wetenschap en pseudowetenschap, filosofie en esoterie

Geuljans vervolgt:

“Steiner weet natuurlijk heel goed dat hij met ieder menselijke individu als “een soort op zich” een ideaalbeeld schetst. Wij zijn inderdaad zoals Darwin dit ziet, voor een deel een dier. Maar niet alleen dier, wij zijn in principe in staat ons als individu te weer te stellen tegen de mechanismen “toeval” en “natural selection”. Wij kunnen ervoor kiezen of we al of niet meegaan in de wrede wetten van de soort, waardoor de “natural selection” ontaardt in “human selection”. Dat dit morele vermogen niet vanzelf optreedt, ligt in de aard van de zelfstandigheid van dit vermogen. Steiner ontwikkelde zijn filosofie om dit vermogen handen en voeten te geven.

We komen nu aan het derde element, de eigenlijke kern van de antroposofie die we in Filosofie van de Vrijheid, hoofdstuk 14 Individualiteit en soort vinden. Hier neemt Steiner het op voor het individu tegenover de gebondenheid aan de soort met de woorden. “Het is onmogelijk een mens helemaal te begrijpen, wanneer je zijn beoordeling op het soort-begrip baseert.” En: “Waar het gebied van de vrijheid begint (van het denken en het handelen), houdt het onderbrengen van het individu onder de wetten van de soort op.”

Hier wijkt Rudolf Steiner af van Darwin en al diegenen die de evolutie volledig ophangen aan de wetten van de erfelijkheid. Hij bepleit dat ieder afzonderlijk mens geen dier of exemplaar van de soort is, maar een vrij individu, een “soort op zich”.

Het is mij bekend dat Steiner de mens ook, of vooral zag, als een ‘individu’. Maar ook dat er verschillende krachten, of factoren zijn die op dat individu inwerken.  En een van die factoren is ‘ras’. Die rasfactor is toch vrij wezenlijk, zo wezenlijk zelfs dat je er aan kan doodgaan. Bijvoorbeeld als je, in de visie van Steiner, behoort tot het ‘Indiaanse ras’. Ook dat is hier al uitgebreid aan de orde geweest. Alleen, die teksten worden door Koning Eenoog weggelaten, zodat zijn overdrachtelijk blinde schare luisteraars er ook geen kennis van kan nemen.  Bovendien put Geuljans hier bewust uit teksten van Steiner uit de tijd van voordat hij tot zijn racistische evolutie-model kwam. Als er iemand probeert met citaten een vals beeld te schetsen, is het Stephan Geuljans wel. Want de teksten die daadwerkelijk over mensenrassen gaan, laat Geuljans dus weg.

Hier komt weer een ander probleem naar boven, wat ik met Geuljans betoog heb. In het voorgaande gedeelte moest Geuljans wel op Steiners esoterische denkbeelden ingaan en zijn notie van de aarde-evolutie (Atlantis, etc.). Of zijn volkomen à historische beeld van de cultuurperiodes en zijn daarmee samenhangende kijk op het ‘Arische ras’ (Steiner gebruikt inderdaad weleens die term). Daarin zit nu juist het probleem. Maar nu dat moetje achter de rug is, schakelt Geuljans moeiteloos terug naar ‘Filosofie der Vrijheid’ (1894) van de jonge Steiner, uit de periode voordat hij zich bij de theosofische Vereniging had aangesloten (tot ong. 1900). Hij begint nu over de fase voordat Steiner zijn door de theosofie geïnspireerde rassenleer ontwikkelde. Nu is voor dogma-antroposofen het hele werk van Steiner één en ondeelbaar en valt het geloof in Atlantis moeiteloos samen met zijn verhandelingen over ‘naïef realisme’ en ‘kritisch idealisme’ en andere termen uit dit overigens buiten het antroposofische circuit inmiddels vergeten filosofische werkje, maar we hebben het hier dus over een andere Rudolf Steiner. De jonge academicus Rudolf Steiner hield zich helemaal niet bezig de evolutie vanaf Atlantis, via de keten van cultuurperiodes tot aan onze tijd en de verre, inmiddels indianenvrije ‘rasloze toekomst’. Dat is de latere esotericus. Met zo’n à historische omgang met de figuur Steiner zaait ook Geuljans begripsverwarring, wat hem propaganda-technisch gezien niet verkeerd uitkomt. Op die manier ontstaat er een veel ‘wetenschappelijker’ of ‘redelijker’ beeld van de latere grondlegger van de antroposofie. Toch is Geuljans antroposoof genoeg om echo’s van de late esoterische Steiner te laten doorklinken in zijn verhaal. Geuljans maakt er op deze manier (wellicht bewust) een rommeltje van. Maar we zullen ook deze kluwen ontwarren, daar ontkomt ook Stephan Geuljans niet aan😉

Steiner heeft trouwens zelf sterk aan dit beeld bijgedragen. Met zijn autobiografie ‘Mein Lebensgang’ (pas in 1925 uitgekomen, hier te raadplegen), construeert hij met terugwerkende kracht zijn esoterische ontwikkeling. Het is alleen als biografisch materiaal een buitengewoon onbetrouwbaar boek; gedurende zijn loopbaan heeft Steiner vaak zijn schepen achter zich verbrand als hij een nieuwe weg insloeg. Voor orthodoxe antroposofen is dit werk echter zo’n beetje sacrosanct.

Tussen de filosoof  Steiner en de esotericus (theosoof/antroposoof) Steiner bevindt zich een enorme breuk. Overigens ook nog tussen de theosoof Steiner en de latere antroposoof. Lees daarvoor zeker de recente  biografie door Helmut Zander, Rudolf Steiner; die Biografie, München/Zürich, 2011. Door ortho-antroposofen wordt deze cesuur echter niet erkend en was Steiner al zo’n beetje antroposoof toen hij nog in de wieg lag (in zijn autobiografie beschrijft hij overigens ook zijn helderziende waarnemingen als kind). Nogmaals, voor de racisme-kwestie is vooral de latere esoterische Steiner van belang, niet zozeer het vroege filosofische werk. Maar dat belet Geuljans niet om er desalniettemin veel gebruik van te maken. Dit waarschijnlijk om ‘rookgordijn-technische redenen’. Maar ook dit valt met een beetje licht wel op lossen. ;) Terzijde, het is wel ironisch dat het onder antroposofen heel gebruikelijk is om te roepen dat de Rooms Katholieke Kerk en verder het officiële Christendom de historische Jezus heeft weggepoetst. Volkomen terecht natuurlijk, alleen kunnen die sofen er dus zelf ook wat van. En nu we toch bezig zijn, sprak Stephan Geuljans hierboven niet ergens van ‘geschiedvervalsing’? Tot zover deze tussendoorse opmerkingen en verder met het verhaal.

Geuljans vervolgt:

“Wat bedoelt Steiner met de wetten van de soort of meer specifiek; wat bedoelt hij met een ras? Een ras is niets anders dan wat Darwin een adaptatie, een specialisatie noemt: een aanpassing aan de omgeving. Zoals bekend, ligt het onderliggende mechanisme binnen de evolutieleer van Darwin in het toeval en de natuurlijke selectie. Essentieel is ook dat Darwin en zijn aanhangers de mens onderbrengen in het dierenrijk: wij mensen zijn een dier-soort, volledig onderworpen aan de wetten van de erfelijkheid, aangepast aan onze omgeving. Steiner verzet zich hiertegen want dat zou betekenen dat een afzonderlijk mens niet boven de soort zou kunnen uitstijgen. Vanuit de antroposofie bekeken, doet Darwin alsof een mens volledig behoort tot de afdalende evolutie en heeft hij geen oog heeft voor de opstijgende evolutie van het individu: als wij het individu onderwerpen aan de soort, reduceren wij een mens impliciet tot ras.”

De bovenstaande tekst is, neem me niet kwalijk, echt een stukje demagogische begripsverwarring van de eerste orde.  Geuljans heeft er een behoorlijke kluwen van gemaakt. Maar laten we proberen de afzonderlijke draadjes eruit te trekken en die in het volle zicht onder de loep te nemen. Om te beginnen, Darwin gaat over soorten, niet zozeer over ‘rassen’. Mensenrassen zijn, bij mijn weten althans, bij Darwin geen issue. Misschien vergis ik me en heeft hij er weleens wat over geschreven, maar dat is geen belangrijk thema bij Darwin en ook niet bij zijn hedendaagse navolgers. Bij Steiner zijn mensenrassen wel een heel belangrijk issue, zelfs cruciaal in zijn kijk op de menselijke evolutie. Dat is een belangrijk onderscheid.

Dat Darwin (en navolgers) de mens zien als een diersoort is wel enigszins waar. Daar heeft Geuljans overigens enorme problemen mee. Steiner had dat trouwens ook. Dieren zijn in de ogen van Steiner echt minder, zelfs nog minder dan indianen.  Nu hebben antroposofen er grote moeite mee dat de plaats van de mens in de kosmos wordt gerelativeerd. Voor Steiner is de mens het ultieme doel van de schepping. Het voert in dit verband wat ver, maar lees in deze zeker Steiners belangrijkste tekst, uit Geheimwissenschaft (GA 13, 1909), zo’n beetje het magnum opus van Rudolf Steiner, en dan vooral zijn meer dan honderd pagina’s lange hoofdstuk Die Weltentwickelung und der Mensch, waarin Steiner zijn visie op het ontstaan beschrijft, van ‘oerknal’ tot ongeveer de komst van Christus. Uit deze lange verhandeling  blijkt zelfs dat de evolutie van de kosmos naar één groot project heeft toegewerkt: het leven van de mens op deze planeet (en dan daarbinnen de meest geslaagde exemplaren die niet door abnormale geesten van de vorm vanuit de kosmos zijn misvormd). Nee het soort mensen dat ten opzichte van de rest van de mensen ‘alleen maar voordelen heeft eigenlijk helemaal geen nadelen’ (vierde voordracht van Die Mission einzelner Volksseelen). Dus net dat stukje mensheid, dat de ene cultuur na de andere voortbracht. Want ook in Geheimwissenschaft is het soms van:

“Diejenigen Menschen-Rassen-Formen, welche sich vor diesem Zeitraum verfestigt hatten, konnten sich zwar lange fortpflanzen, doch wurden nach und nach die in ihnen sich verkörpernden Seelen so beengt, daß die Rassen aussterben mußten. Allerdings erhielten sich gerade manche von diesen Rassenformen bis in die nach-atlantischen Zeiten hinein; die genügend beweglich gebliebenen in veränderter Form sogar sehr lange. Diejenigen Menschenformen, welche über den charakterisierten Zeitraum hinaus bildsam geblieben waren, wurden namentlich zu Körpern für solche Seelen, welche in hohem Maße den schädlichen Einfluß des gekennzeichneten Verrats erfahren haben. Sie waren zu baldigem Aussterben bestimmt“.

uit: Rudolf Steiner, Die Geheimwissenschaft im Umriß, GA 013, 1909, hoofdstuk 4 ‘Die Weltentwickelung und der Mensch’ , hier te raadplegen

We hebben het al eerder gezien. Zo belangrijk is het dus om tot een bepaald ras te behoren. Van levensbelang dus. Als je bij het goede ras behoort ben je uitverkoren tot zo’n beetje het middelpunt van de kosmos en is al het andere leven ondergeschikt.

Als Darwin komt aanzetten met een verhaal dat de mens helemaal niet zo bijzonder is, maar een van de vele soorten, net als alle andere diersoorten, is dat echt vloeken in de spreekwoordelijke antroposofische kerk. Dan is zelfs Darwin een racist, die in soorten denkt, in de ogen van Geuljans althans. Maar het is natuurlijk totale flauwekul. Echt een redenering van niks. En als je er goed over nadenkt, sluit Darwins verhaal de uniciteit van het individu helemaal niet uit. Het is niet Darwin die mensen tot hun ras reduceert, het is Steiner die dat (in bepaalde mate) doet, althans vooral de niet Europese rassen. Hij vindt zelfs dat Afrikanen en Aziaten vooral heel erg op elkaar lijken, terwijl bij blanken de persoonlijke individualiteit meer zichtbaar zou zijn. Overigens een typisch eurocentrisch verhaal, want dat wordt vaak ook door niet Europeanen weer van Europeanen gezegd (Chinezen vinden vaak dat wij weer erg op elkaar lijken).. Een flinke portie eurocentrisme (en zeker ook etnocentrisme) was Rudolf Steiner zeker niet vreemd.

En ja, Steiner zegt inderdaad, ook in Die Mission einzelner Volksseelen, dat een mens niet uitsluitend is terug te brengen tot zijn ras. Maar het is wel een vrij wezenlijke factor. Uit zijn arbeidersvoordracht uit 1923 (GA 349) komt het beeld naar voren dat zwarten zich vooral laten leiden door hun ‘driftleven’, Aziaten door hun ‘gevoelsleven’ en blanken door hun verstand. In die voordracht zegt hij ook dat uiteindelijk alle ‘gekleurde rassen’ (Afrikanen, Aziaten, Indianen) het lootje leggen en dat het blanke ras het ras van de toekomst is (het is hierboven al aangehaald).

Aan dat soort racisme maakt Darwin zich niet schuldig. Steiner doet dat consequent wel, dat is zelfs een rode draad in zijn oeuvre vanaf ongeveer 1900 tot aan zijn dood in 1925, precies de periode dat hij de academische wetenschap vaarwel had gezegd en zich tot de esoterie had gewend. Gedurende die hele periode heeft Steiner ook een esoterische rassenleer uitgedragen, al probeert Geuljans dat enigszins te verdoezelen door oa ook citaten van Steiner van voor die tijd in stelling te brengen.

Ik denk dat we de kern van Geuljans zogenaamd verhelderende artikel wel te pakken hebben, al werpt hij nog zoveel rookgordijnen op. Maar er volgen nog een paar opmerkelijke en interessante dingen, dus laten we onze weg door dit mystificerende werkstuk vervolgen.Ik zal een nu iets grotere sprong maken. Bij de volgende beschrijving van Steiners ideeën over evolutie komt er een ander interessant verschijnsel naarboven, dat ook hecht is verweven met Steiners rassenleer. Tegelijkertijd laat dit ook zien dat Steiner vooral alternatieve en inmiddels achterhaalde versies van de Darwinistische evolutieleer in zijn wereldbeschouwing verwerkte. Zoals de theorie van Ernst Haeckel (door Geuljans een keer eerder in dit artikel genoemd). Geuljans:

“Steiner sluit met zijn opvattingen over evolutie aan op het Duitse Idealisme, in het bijzonder op de Idee zoals Goethe dat zag. Als we – even als hypothese – de Idee of de geest niet als een dode abstractie maar in de zin van Goethe als scheppend, als een geestelijk realiteit of kracht begrijpen, kunnen we ons voorstellen dat deze kracht ook ons fysieke lichaam en al onze organen aanlegt. Goethe noemde dit ‘de organische vormkracht van de Idee’. Een dier wendt deze geestelijk kracht volledig aan om zich fysiek aan te passen aan zijn omgeving. Daardoor verdicht deze zich tot een specialisatie bijvoorbeeld in de vorm van een hoef, een klauw of een vleugel, waarmee deze krachten gefixeerd zijn in een specifieke vorm. Darwin noemt dat een evolutionair voordeel. In praktisch opzicht is dat natuurlijk ook zo, menig dier kan beter vliegen, harder rennen of harder bijten dan wij. Voor Steiner is het echter onzin deze theorie op mensen te betrekken. Een mens die mens wil blijven zoekt geen fysiek voordeel maar wil zich moreel ontwikkelen. Daartoe wendt hij de Idee slechts gedeeltelijk aan voor de aanleg van zijn fysieke lichaam: hij houdt deze potentie, organische kracht terug. In dit níet ontwikkelen van een adaptatie (dat in de biologie wordt aangeduid met neotenie) ontstaat een overschot. Dit overschot aan geest kunnen we aanwenden voor het ontwikkelen van ons bewustzijn en onze morele vermogens.

plaatje Geuljans 2

Wij mensen bezitten geen klauwen maar handen. Daarmee kunnen wij ons uitdrukken in gebaren en schrift. De hand is niet zo sterk en effectief als slagwapen of vleugel, daar staat tegenover dat we gereedschappen kunnen bouwen waar we niet mee vergroeid zijn.
Wat is nu eigenlijk een “Übermensch”? Beeldend gesproken: een mens met klauwen. Een superieur exemplaar van de soort. Het streven naar een Übermensch is niets anders dan het streven naar dierlijke perfectie, specialisatie. Of zoals Nietzsche, het treffend uitdrukt: een duister streven naar “die blonde Bestie”. Rudolf Steiner vond het tragisch dat Nietzsche dit naar voren bracht in een wereld van troebele geesten die in Duitsland de macht naar zich toetrokken. Maar wat moet een darwinist hiermee? Hij kan er niets mee, terwijl het toch evident is wat het verschil is als wij elkaar als een exemplaar van de soort zien of als een individu, een soort op zich. In de natuur is het normaal dat binnen een dier-soort de zwakkere herten sterven opdat de sterksten overleven. Maar in een afzonderlijk mens, als soort in zichzelf, ontwikkelen wij onze menselijkheid door in onszélf onze zwaktes te overwinnen. Een menselijk ‘ik’ omvat als het ware een hele dier-soort en de strijd moet daarom in zijn innerlijk plaatsvinden. In zijn ziel overwin het ‘ik’ de zwakkere eigenschappen opdat de sterkste morele eigenschappen “overleven”. De afdalende evolutie is dus een soort weerstand of uitdaging die in onszelf overwonnen moet worden. Rudolf Steiner tilt het darwinisme op naar een moreel niveau, naar de ziel en geeft het zijn plaats in de Filosofie van de Vrijheid, hoofdstuk 12 morele fantasie, met de ondertitel darwinisme en zedelijkheid.”

Natuurlijk probeert Geuljans weer alles aan Steiners vroege werk te relateren, om de rassenleer buiten zicht te houden, zie wederom zijn verwijzing naar Filosofie der Vrijheid. Ook al die sneren richting Nietszche zijn volkomen misplaatst en bovendien niet meer dan ruis, die afleiden van het echte probleem, maar dat doet Geuljans in dit artikel consequent, zoals we al eerder hebben gezien. Maar toch, Geuljans heeft hier wel iets aangeroerd dat ook voor Steiners rassenleer van belang is. Hoewel Geuljans in dit verhaal benadrukt dat Steiner afstand nam van de bioloog Ernst Haeckel en zijn inmiddels verworpen versie van de evolutie-theorie, de recapitulatie-theorie, is Steiner toch diep door Haeckel beïnvloed. Geuljans kan roepen wat hij wil over dat Darwin eigenlijk racistisch zou zijn, in Haeckels theorie ligt wel een mogelijke basis voor Steiners rassenleer, vooral de verdeling van de rassen over de verschillende leeftijdsfases van de mens, zoals Steiner dat deed in Die Mission einzelner Volksseelen. We halen het nog een keer terug:

‘ In dieser Art wird der Mensch von den Kräften ergriffen, die von der Erde aus bestimmend für ihn sind, so daß wir, wenn wir diese einzelnen Punkte ins Auge fassen, eine merkwürdig verlaufende Linie erhalten. Diese Linie besteht auch für unsere Zeit. Der afrikanische Punkt entspricht denjenigen Kräften der Erde, welche dem Menschen die ersten Kindheitsmerkmale aufdrücken, der asiatische Punkt denjenigen, welche dem Menschen die Jugendmerkmale geben, und die reifsten Merkmale drückt dem Menschen der entsprechende Punkt im europäischen Gebiete auf. Das ist einfach eine Gesetzmäßigkeit. Da alle Menschen in verschiedenen Reinkarnationen durch die verschiedenen Rassen durchgehen, so besteht, obgleich man uns entgegenhalten kann, daß der Europäer gegen die schwarze und die gelbe Rasse einen Vorsprung hat, doch keine eigentliche Benachteiligung. Hier ist die Wahrheit zwar manchmal verschleiert, aber Sie sehen, man kommt mit Hilfe der Geheimwissenschaft doch auf merkwürdige Erkenntnisse.

Wenn wir dann diese Linie weiterziehen, so kommen wir weiter nach Westen nach den amerikanischen Gebieten hinüber, in jene Gebiete, wo diejenigen Kräfte wirksam sind, die jenseits des mittleren Lebensdrittels liegen. Und da kommen wir – ich bitte das nicht mißzuverstehen, was eben gesagt wird; es bezieht sich nur auf den Menschen, insofern er von den physisch-organisatorischen Kräften abhängig ist, von den Kräften, die nicht sein Wesen als Menschen ausmachen, sondern in denen er lebt -, da kommen wir zu den Kräften, die sehr viel zu tun haben mit dem Absterben des Menschen, mit demjenigen im Menschen, was dem letzten Lebensdrittel angehört. Diese gesetzmäßig verlaufende Linie gibt es durchaus; sie ist eine Wahrheit, eine reale Kurve, und drückt die Gesetzmäßigkeit im Wirken unserer Erde auf den Menschen aus. Diesen Gang nehmen die Kräfte, die auf den Menschen rassebestimmend wirken. Nicht etwa deshalb, weil es den Europäern gefallen hat, ist die indianische Bevölkerung ausgestorben, sondern weil die indianische Bevölkerung die Kräfte erwerben mußte, die sie zum Aussterben führten”.

Tot zover deze passage van Steiner. Laat ik dan ook nog deze twee illustraties weergeven, die Steienrs kijk op de verschillende rassen nog meer verduidelijken. Het eerste plaatje is een hedendaags schema, afkomstig van de site anthrowiki, om de visie van Steiner op mensen rassen nog eens ‘goed uit te leggen’ (racisme, hoe kom  je erbij?). Het tweede plaatje is van de bioloog en Steiner volgeling van het eerste uur, Hermann Poppelbaum, die met zijn illustratie eens goed wilde aantonen hoezeer Steiner gelijk had in zijn karakteriseringen van de verschillende ‘rassen’.

Een model op een antroposofische website, dat, misschien nog wel duidelijker dan Steiners figuurtje, goed deze ontwikkeling laat zien: (de astrologische tekens verwijzen naar Steiners indeling uit de zesde lezing van Die Mission einzelner Volksseelen.

Een tekening van Hermann Poppelbaum, waarin getracht wordt de accenten van de leeftijdsfase die in een bepaald ras domineren herkenbaar te maken(1926) De antroposofie heeft een rassenleer?? Hoe kom je op het idee

En dan Haeckel. Ik geef hier de beschrijving van diens recapitulatie-theorie weer uit ‘De encyclopedie van de pseudowetenschap’, van Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys:

Recapitulatietheorie

‘Een door de Duitse bioloog Ernst Haeckel ontworpen theorie die zegt dat alle levende wezens in de ontwikkeling voorafgaand aan de geboorte in kort bestek de stadia doorlopen die hun voorouders- volgens de evolutietheorie van Charles Darwin hebben doorlopen. Een menselijke embryo doorloopt bijvoorbeeld tijdens zijn groei stadia waarbij het achtereenvolgens lijkt op een sponsachtig dier, een vis, een amfibie en uiteindelijk een mens. Om het wat hoogdravender te zeggen: de ‘ontogenese’ recapituleert de ‘fylogenese’. Haeckel noemde dit in 1872 de fundamentele wet.

Illustratie evolutiemodel Ernst Haeckel (recapitulatietheorie)

De recapitulatietheorie maakte volgens Haeckel al dat speuren naar fossielen overbodig: de ontwikkeling van het leven was in het ei of de baarmoeder te volgen. Darwin en zijn grote verdediger, Thomas Huxley, waren aanvankelijk wel gecharmeerd van het idee, maar later bekroop hen de twijfel, vooral omdat Haeckel het gebruikte om aan te tonen dat de materie was doortrokken van een sturende Geist- een vorm van filosoferen waar beide Britten niets van moesten hebben (en we weten nu dat dit bij Steiner en de antroposofie het tegenovergestelde is, zie alle tirades tegen het ‘materialisme’, FS). Een ander probleem was dat de stadia die Haeckel meende te zien, veel minder duidelijk waren dan gehoopt. Wanneer bij een bepaalde soort een lichaamsdeel of orgaan sterk ontwikkeld is, wordt dat deel al gevormd in een zeer vroeg (volgens de recapitulatietheorie té vroeg) stadium. Zo begint de groei van de menselijke hersenen veel ‘eerder’ dan men op grond van de recapitulatietheorie mag verwachten. De plaatjes van embryo’s waarmee Haeckel zijn theorie illustreerde (zie afb. 8 ), werden al spoedig als vervalsingen beschouwd. Kritiek hierop werd door vooraanstaande biologen al in 1909 weggewimpeld, omdat ze meenden dat die kritiek ook de evolutiegedachte ondermijnde.

Tegenwoordig beschouwen biologen de recapitulatietheorie als achterhaald. Er is duidelijk sprake van een uniformiteit in de ontwikkeling van het ongeboren leven, maar deze wordt veroorzaakt door de opeenvolgende activiteit van een beperkt aantal fundamentele genen die informatie bevatten over het ‘plan’ dat aan ieder dier ten grondslag ligt. De gelijkenis van de vroege ontwikkelingsstadia betekent slechts dat de mutaties in de afgelopen honderden miljoenen jaren het meest betrekking hebben op de veel grotere aantallen genen die de vorming van latere stadia besturen. De door Haeckel aangetoonde overeenkomsten vormen dus wél een sterke aanwijzing voor de gemeenschappelijke oorsprong van het leven op aarde.

Haeckels theorie gold decennia lang als een belangrijke ontdekking. Zij had grote invloed op het ‘wetenschappelijk racisme’ en de discussies over de ‘missing link’. Spoedig ontstond er een psychologische versie waarin de ontwikkeling die het kind doorliep, opgevat werd als de recapitulatie van de stadia der menselijke beschaving, die op hun beurt weer werd vergeleken met de leefwijzen van ‘primitieve volkeren’ (beide zeer herkenbaar in de antroposofie, FS). Kinderen doorliepen een ‘negerstadium’ en tijdens de puberteit een ‘mongoloïde stadium’, alvorens volwassen te worden en het stadium van de beschaafde blanke man te bereiken (zie hier een belangrijke bron voor Steiners uiteenzettingen in Die Mission, FS). Vrouwen bleven in het mongoloïde puberale stadium steken en waren daardoor behept met puberale trekjes als labiel, bijgelovig en emotioneel – eigenschappen die ook karakteristiek zouden zijn voor het mongoloïde ras (en aanleiding gaven tot de aanduiding ‘mongolisme’ voor het syndroom van Down).

Ook de pedagogiek van Rudolf Steiner en de theorie van Sigmund Freud dat het kind verschillende seksuele stadia doorloopt, zijn geïnspireerd op de recapitulatietheorie. Steiner koppelde de ontwikkeling van kind naar volwassene aan de ontwikkeling van beschaving. Pas in de hogere klassen mogen kinderen in aanraking komen met de ‘hogere’ Germaanse cultuur. Freud meende dat het universele verbod op incest, net als godsdienst en maatschappelijke regels, voortvloeide uit een dramatische gebeurtenis uit een ver verleden: de jonge mensen zouden ooit de leider vermoord hebben om zich toegang tot de vrouwen te verschaffen. Deze gebeurtenis wordt in ieder individu herhaald wanneer deze de oedipale fase in de ontwikkeling doormaakt’.

Uit: Hulspas & Nienhuys, Tussen waarheid en waanzin; een encyclopedie van de pseudo-wetenschappen, de Geus, Breda, 1998, p. 335

Ik denk dat het beeld langzamerhand duidelijk wordt en ook wat Stephan Geuljans ons nadrukkelijk niet wil vertellen. Om het verhaal compleet te maken over de verschillende  evolutie-theorieen die van invloed waren op Steiner, moeten we ook nog de retardatie-theorie van Louis Bolk noemen. Die lijkt erg om Haeckels theorie, alleen stelt die dat de ‘gespecialiseerde kenmerken van een menselijke foetus het langst worden ‘teruggehouden’ (geretardeerd). Ieder dier zou vroeger of later  in een ‘specialisme’ schieten, behalve de mens, een teken dat de mens een unieke missie heeft in onze schepping. Ook de retardatie-theorie wordt tegenwoordig door de gevestigde wetenschap verworpen, alleen zien bepaalde antroposofen er nog wat in (daarom bestaat er ook een Louis Bolk Instituut in Zeist).

Al deze alternatieve evolutie-theorieën vormen veel meer de basis voor een rassenleer dan die van Darwin, niet in de laatste plaats Steiners eigen kijk op de evolutie. Geuljans misvormt hier het echte werk van Darwin, om de antropocentrische en etnocentrische visie op de evolutie van Steiner op te poetsen.

Zeer onlangs bereikte dit geluid ook de ingezonden brievenpagina van de NRC. Evelien Nijeboer, eveneens redacteur van de Aardespiegel reageerde op een artikel over Goethe (dat ik helaas niet voorhanden heb, ik heb die NRC net gemist) van Bart Funnekotter, Culturele elite was blij met Adolf Hitler (NRC 7 februari, 2013). Het gaat mij hier niet om het artikel van Funnekotter, dus ook niet of Goethe iets terechts of onterechts in de schoenen wordt geschoven. Evelien Nijeboer viel over deze passage, een uitspraak van Frits Boterman, hoogleraar moderne Duitse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam:

“De Duitse intellectuelen volgden Hitler in de jaren dertig van harte. Dat hielp het regime in het zadel, zegt historicus Frits Boterman… Mijn vrouw zet elke avond rond elf uur muziek van Beethoven op. Daarin hoor ik het onweer nog niet naderen. Maar als ik naar Wagner luister, of ik lees Goethes Faust, dan realiseer ik me goed dat de nazi’s niet uit het niets zijn verschenen.”

Dat was Evelien Nijeboer in het verkeerde keelgat geschoten, die reageerde met (brief hier in de Aardespiegel te raadplegen):

“De mening van Frits Botermans is niet nieuw: de hele na-oorlogse twintigste eeuw is doordrenkt van een instinctief wantrouwen jegens religie, idealisme en spiritualiteit, want ‘dat had de Nazi’s voortgebracht’. Deze redenering is echter slordig en tendentieus.

De Duitsers hadden moeite met de onttovering van de wereld? Dat lijkt me een understatement. Duitsland werd in de jaren ’20 en ’30 door de ‘herstelbetalingen’ (een soort boete voor verliezers) in een sociaal-economische afgrond gestort. Hitler was geen Goetheanist maar een overtuigd en consequent darwinist. Goethe staat als wetenschapper lijnrecht tegenover deze Angelsaksiche wetenschapsbenadering. De kwaadaardige Nazi’s namen Darwin natuurlijk met opzet letterlijk (rassenleer, natuurlijke selectie op mensen). Dat Duitsers misschien meer dan anderen geneigd zijn om consequent te zijn in hun denken heeft misschien inderdaad met romantiek te maken. Maar het bewijs dat ‘het recht van de sterkste’ de nieuwe wereldorde uitmaakte werd geleverd door de totale economische vernedering die Duitsland als ‘verliezer’ doormaakte – daar was het oude ideaal van ‘bildungsbürgertum’ inderdaad niet tegen opgewassen. Goethe had afgedaan, darwinisme was de nieuwe ideologische norm en daardoor had men voor Hitler geen ideologisch alternatief. Als de Duitsers Goethe werkelijk in ere hadden gehouden hadden ze elkaar met gedichten bestookt in plaats van concentratiekampen op te richten.

Botermans lijkt juist die hoge menselijke vaardigheden als inspiratie en het kunnen scheppen van cultuur verantwoordelijk te willen maken voor de ergste misdaden tegen de menselijkheid, en dat is een gotspe. Het is het onderbuikgevoel van iemand die de slechtheid van de mensen wil thuisbrengen in het feit dat zij gevoelens en idealen hebben. (ps, ik kan evt. in een iets langer artikel schetsen hoe Duits Goethe zich fundamenteel onderscheidt van Darwin en de Angelsaksische wetenschapsbenadering (zoals geformuleerd door lord Francis Bacon)”.

Dus de ‘Angelsaksische wetenschap’ en de ‘Darwinistische rassenleer’, dat waren de inspiratiebronnen van Adolf Hitler? Dit is wel een wanhoopsstrategie en een groteske ontkenning van het bestaan van de troebele vijver, waar zowel Rudolf Steiner als Adolf Hitler zich aan laafden (waarmee ik dus niet zeg dat zij tot een vergelijkbare visie kwamen). Alles wat ‘Angelsaksisch’ is (hoe definieer je dat trouwens?), is trouwens bijzonder boosaardig in de ogen van dit smaldeel der antroposofen, ook bij Jos Verhulst. De ‘Angelsaksische Occulte Loges’ zijn het middelpunt van allerlei sinistere complotten en zitten zowel achter de ‘materialistische wetenschap’, als achter allerlei ‘duistere Joodse netwerken’, maar daar kom ik zo nog op terug. Maar er is dus sprake van een ‘Darwinistische rassenleer’ en Steiner kan zijn handen in onschuld wassen? Ach Evelien Nijeboer, die heeft waarschijnlijk teveel aan de lippen van Stephan Geuljans gehangen (of aan die van Jos Verhulst, je weet maar nooit). Het is wachten op het moment dat er ingezonden brieven van antroposofen komen dat niet de antroposofie, maar het Marxisme en het liberalisme een rassenleer kennen. Of de islam, wel lekker modieus. Aardespiegel meets Hoeiboei  ;)  (aan dat laatste fenomeen heb ik op dit blog ook weleens aandacht aan besteed, zie hier). Hoewel Stephan Geuljans weer niet zo dol  is op de opinies van Hans Jansen, zie hier Ik overigens ook niet, dat heb ik dan weer met Geuljans gemeen (al waardeer ik Jansen wel als een oud-docent van mij uit Leiden). Of  ‘de linkse kerk’ en ‘het postmodernisme’ met het daarmee samenhangende ‘multiculturele politiek-correcte complex’. Met het Jodendom is dat al een keer gebeurd, door de hierna nog te bespreken Jos Verhulst, maar daarover zo meer.

Het echte probleem dat antroposofen met Darwin hebben, en het  echte probleem dat ze ook met Nietzsche hebben,  is volgens mij  dat beiden van een wereldbeeld uitgaan, waarin een hogere macht irrelevant is. Het hogere is zijn patent op de schepping ontnomen. Voor een door en door religieuze levensbeschouwing als de antroposofie is dat natuurlijk een gruwel. Nietzsche heeft immers ‘God doodverklaard’, waar mee hij hem als irrelevant terzijde heeft geschoven. De consequentie van Nietzsche en Darwin is dat als wij het leven zin willen geven, of een hogere bestemming, wij die zelf moeten creëren. Ikzelf vind dat een bevrijdende gedachte maar ik kan me voorstellen dat anderen dat een griezelig idee vinden. Maar dat staat natuurlijk haaks op het ‘zingevingszoeken’ van de antroposofie. Ik denk dat dit het echte probleem is wat veel antroposofen met Darwin hebben, naast het idee dat de mens slechts een van de vele soorten is en niet een exclusieve of uitverkoren creatie, of zelfs het ultieme doel van de schepping (en dan sommige mensen nog wat meer dan anderen).

Het inzetten van Goethe om Steiners rassenleer te verdedigen beschouw ik persoonlijk als een verkrachting van Goethe. Idem van andere eerbiedwaardige Duitse denkers.

Verder met Geuljans:

“Zelfs als een wetenschapper met een hoge moraal meent dat het darwinisme het ideaal van een “Übermensch” of beter gezegd “Übertier” niet nastreeft, zal hij moeten toegeven dat als wij elkaar dier-soort gaan behandelen, hij hier geen goed argument tegen in kan brengen. Hij zal welhaast zijn toevlucht moeten nemen tot politieke correctheid en al dat gepraat over ras en aanpassing het liefst willen verbieden.5

In een meer uitgebreid schema:

stijgende evolutie ↔ afdalende evolutie

individu ↔ soort (ras, bloedverwantschap)

vrijheid ↔ wetmatigheid

mens ↔ dier-soort

Anders gezegd: de wetmatigheid is de uitdaging waaraan het individu zich moreel ontwikkelt; waar een dier noodgedwongen de strijd in de natuur aangaat, gaat het individu in vrijheid de strijd in zichzelf aan.
Terug naar het begin: Sommigen verbazen zich er misschien over dat wij geen onderscheid maken tussen ‘darwinisme’ en ‘sociaal-darwinisme’. Voor een helder denkend mens is dit onderscheid kunstmatig, het is een machteloze en niet-effectieve poging om de schadelijke effecten van het darwinisme als ideologie te ondervangen. In de moderne wetenschap na de tweede wereldoorlog is het menselijk individu non-existent verklaard. En om ideologische uitwassen voor de toekomst te ondervangen, is een kunstmatig onderscheid gemaakt tussen biologisch- en sociaal-darwinisme. Het onderscheid komt neer op de stelling: “Wij leren op de universiteit elkaar te zien als dieren, maar wij mogen op straat elkaar niet als dieren behandelen. We zijn dieren, maar moeten doen alsof dat niet zo is”. Het sociaal-darwinisme is wetenschappelijk inconsequent, en dat vangen we op met politieke correctheid en allerlei taboes.”

Tot zover. Zie weer dat antroposofische superioriteitsdenken. Want hoezo elkaar als dieren behandelen? Er is geloof ik geen diersoort dat zo moorddadig naar soortgenoten (en naar andere levensvormen) kan zijn als de mens en zeker de moderne mens. Daar zou Geuljans toch ook wel enig besef van hebben? Een van de weinige goeie dingen aan de toepassingen van de antroposofie is nou net de Biologisch Dynamische Landbouw, althans het diervriendelijke aspect daarvan. Maar nee, ik zou mensen zeker niet moreel superieur aan dieren willen noemen. Niet zonder meer.

En nogmaals: dit is weer het eerder genoemde belangrijke misverstand over Darwin. Voor antroposofen moet alles ‘zin’ hebben. De schepping is in de antroposofische visie teleologisch. De kern van het Darwinisme is nu juist toeval. Ik heb het idee dat antroposofen vooral daar moeite mee hebben. In dit verband is het bijzonder boeiend om een andere bijdrage van Stephan Geuljans te lezen, waarin hij zelf goed (en mijns inziens ook openhartig) over deze worsteling schrijft. Maar volgens mij is het echte probleem dat Geuljans en wellicht andere antroposofen hebben dat het Darwinisme ook (wetenschappelijk) atheïsme betekent.

Darwinisme is inderdaad een wetenschappelijke theorie, geen ideologie. Dat maakt Geuljans ervan. Misschien is Geuljans zelf niet goed in staat om die twee zaken te scheiden, omdat antroposofie in wezen ook een soort ideologie is (levensbeschouwing), die ten onrechte pretendeert een wetenschap te zijn. Hoe de soorten zijn ontstaan op aarde, zegt natuurlijk niets over hoe wij ons van mens tot mens moeten verhouden. Want daarin hebben wij wel een keuzemogelijkheid. Of beter gezegd: een vrije wil. Het is niet het Darwinisme dat de vrije wil in de weg staat, het is eerder de antroposofie, zoals die door Steiner aan het begin van de twintigste eeuw is vormgegeven (Filosofie der Vrijheid laat ik hier buiten beschouwing, laten we de zaken wel goed scheiden).

 En dan Geuljans laatste bewering, die hij afsluit met een voetnoot:

“Het sociaal-darwinisme is wetenschappelijk inconsequent, en dat vangen we op met politieke correctheid en allerlei taboes.”

Politieke correctheid, de grote vijand van de antroposofie! Net als die van Wilders, nieuw islamofoob extreemrechts en oud antisemitisch extreemrechts (ik denk dat deze definities voor iedereen wel duidelijk zijn).  En wat staat er bij die voetnoot onderaan het artikel vermeld:

“Het onderscheid tussen mens en dier, neotenie en specialisatie is op indrukwekkende wijze beschreven in “Der Erstgeboren” van Jos Verhulst, Verlag Freies Geistesleben, 1999 Stuttgart”.

 Nee maar! Jos Verhulst. Toen het woord ‘politieke correctheid’ viel, had ik het al kunnen vermoeden. Het blijft wel ironisch dat Geuljans in een artikel dat het vrijpleiten van Rudolf Steiner van rassenleer beoogt, verwijst naar een antroposoof die zaken de antroposofie probeert binnen te sluizen waarmee je, ook in mijn ogen, Steiner een ongelooflijk onrecht mee aandoet. Want als er iemand voortdurend de antroposofie als uitvalsbasis gebruikt om allerlei zeer dubieuze (jawel Neonazistische) ideeën aan te prijzen, is het deze Jos Verhulst wel. Want ook Jos Verhulst is tegen alles wat ‘politiek-correct’ is, en hoe! Alleen wel in een mate dat velen, die zichzelf ook als ‘anti-politiek correcte helden/martelaars’ zien toch wel even zouden moeten slikken. Want bij Verhulst gaat het om echte heavy stuff. Daar is Wilders niks bij. Direct hierna zal ik daar uitgebreid op terugkomen.

Nog een van de laatste stukjes van  Geuljans:

“Wolfgang Schad laat in zijn Evolution als Verständnisprincip: Darwinismus, was is das? zien hoe inventief de aanhangers van Darwin zijn om de relatie tussen zijn theorie van “natural selection” en “human selection” te ontkennen. Wallace waarschuwde Darwin dat “human selection” tot de ondergang van het christelijke Europa zou leiden en ook Darwin zag wel degelijk de gevaren van zijn eigen theorie. Hij stelde in The descent of man (1871) dat de hulp aan de zwakkeren ertoe zal leiden, dat er meer zwakkeren in leven blijven. Darwin vond dat geen goed zaak, maar stelde dat wij uit mededogen deze vermeerdering van de zwakken moeten verdragen. Schad wijst er terecht op dat deze morele houding van Darwin niet verklaard wordt uit de harde selectiewetten die Darwin in het dierenrijk meent te zien en die – omdat de mens een dier is – dus ook op hulpbehoevende mensen van toepassing is. Schad wijst er op dat de morele Darwin niet volgt uit het darwinisme en dat het: “onlogisch [is], en in tegenspraak met zichzelf, zodat het latere sociaal-darwinisme een wetenschappelijk objectief lijkend argument in handen werd gegeven”.6 Het is niet politiek correct kritiek te hebben op Darwin, maar dat maakt het bestaan van deze relatie er niet minder om”.

Het stuk van Wolfgang Schad ken ik niet, maar Schad is een prominente antroposoof, overigens niet een van de meest conservatieve-naar ik heb begrepen. Maar als ik dit zo bekijk (dus wat Geuljans hier schrijft) dan is het, als je er goed over nadenkt, natuurlijk onzin. Als de Darwinistische evolutieleer het onstaan van de soorten verklaart, doet het nog geen ‘morele aanbeveling’ over hoe mensen hun maatschappij zouden moeten inrichten. Bovendien is dit ook weer een behoorlijk staaltje projectie. Rupert Sheldrake, in esoterische kring overigens zeker niet impopulair, heeft weleens verklaard dat je in de evolutie kunt zien wat je wil zien. Een harde strijd om te overleven, zeker. Moordzucht en totale verspilling, je ziet het overal in de natuur. Maar ook de meest bijzondere vormen van samenwerking en symbiose. Het is er allemaal. Bovendien, en dat is in de antroposofie een gruwel, is er in de Darwinistische beschrijving van de evolutie ook nog sprake van iets als ‘toeval’.

Kortom, het is aan ons mensen zelf hoe wij het leven willen vormgeven en om dat naar eer en geweten en met de beste kennis te doen. Daar heb je geen ‘antroposofische wetmatigheden’, die (als je ze even doordenkt) helemaal niets verklaren, voor nodig. Bovendien, als er een soort ‘survival of the fittest’ ideologie aan de menselijke geschiedenis wordt opgedrongen (of een ingebeelde survival of the fittest ideologie) is dat wel in de antroposofie. ‘Mission erfüllt, Verfall programmiert’, dat is meer antroposofisch  dan klassiek Darwinistisch. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de antroposofische noties van rassen, wortelrassen, cultuurperiodes, etc. meer overeenkomsten vertonen met ‘sociaal Darwinisme’ (het ‘survival of the fittest’ tot blauwdruk verklaren voor menselijke samenlevingen)- Helmut Zander heeft dat weleens gezegd- dan het echte Darwinisme van Darwin, waarin toeval de belangrijkste factor is. Dus toeval, de afwezigheid van de een hogere macht, het ontbreken van een hoger einddoel of apotheose, het het relativeren of zelfs miskennen van de unieke rol van de mens in de schepping… dat zijn allemaal zaken waar de antroposofie grote moeite mee heeft. Ik denk dat dit het echte probleem is, waar de antroposofen mee zitten. De werkelijke reden voor het schrijven van wanhopige ingezonden brieven over dat het Darwinisme een rassenleer kent en de antroposofie niet.

Verder met Geuljans :

Zoals gezegd is voor Steiner een ‘ras’ wat Darwin een ‘specialisatie’ of ‘aanpassing’ aan zijn omgeving noemt, met het wezenlijke verschil dat wij volgens Steiner een mens niet kunnen begrijpen als wij blijven staan bij deze gebondenheid aan de soort. Volgens de darwinistische theorie is een mens een veredelde aap volledig gebonden aan de soort; een exemplaar van de soort: volledig ‘ras’. Maar omdat we het begrip ‘ras’ taboe hebben verklaard, niet mogen noemen alsof we op de staart van de duivel trappen, worden we ons niet bewust van dit impliciet verborgen racisme dat in het darwinisme besloten ligt. Het kan ook anders. Door het darwinisme op te nemen, of beter gezegd, op te tillen in zijn filosofie, hebben wij zoals Wallace dat wilde, de juiste argumentatie in handen tegen “human selection”. Want volgens Darwin moet liefde en mededogen de pijn van de evolutie verzachten; voor Rudolf Steiner daarentegen behoort de liefde en mededogen tot de essentie van de menselijke evolutie. De “menselijkheid” behoeft niet kunstmatig met opgeheven vingertje van buiten af aan de evolutie te worden toegevoegd.

Dit is, neem me niet kwalijk, een volkomen valse voorstelling van zaken. Eerst zegt Geuljans dat Steiner zou vinden dat een ‘ras’ een ‘soort’ is. Zover gaat zelfs Steiner niet, zoals hij zelf een keertje zei in de arbeidersvoordracht uit 1923 (GA 349): “…weil ja der Mensch immer ein Mensch ist, selbst wenn er ein Schwarzer ist” (citaat 123 uit het van Baarda-rapport en een van de beroemde zestien citaten, ook op dit blog besproken zie hier). Ook voor Steiner is een mens een mens, zelfs als ie zwart is😉 Misschien ligt dat voor Stephan Geuljans anders, maar voor Rudolf Steiner is dit beslist niet het geval. Maar het echte probleem voor Geuljans is dat de mens ‘een veredelde aap’ zou zijn, zoals Geuljans het omschrijft. In de Darwinistische evolutie-leer is inderdaad de mens niet een verheven soort ten opzichte van andere soorten. Net zoals de ’Arische mens’ ook niet verheven is boven andere mensen, wat bij Rudolf Steiner in bepaalde mate wel het geval is. Desalniettemin wringt Geuljans zich in allerlei bochten, spagaten en ik weet niet wat voor standjes en acrobatische toeren om maar aan te tonen dat het Darwinisme racistisch is en de antroposofie niet. En Evelien Nijeboer die toekijkt en denkt: ‘Daar moeten de lezers van de NRC ook deelgenoot van worden gemaakt’.

En wie heeft het over Human Selection? Dat is nou juist Rudolf Steiner.  “Nicht etwa deshalb,  weil es den Europäern gefallen hat, ist die indianische Bevölkerung ausgestorben, sondern weil die indianische Bevölkerung die Kräfte erwerben mußte, die sie zum Aussterben führten”, dat is pas Human selection, al verschuilt Steiner zich achter al dan niet ingebeelde hogere machten.  Overigens vind ik het ook niet zo ‘menselijk’, om de woorden van Geuljans te gebruiken.

Geuljans besluit zijn artikel met:

“Als we eerlijk naar de antroposofie kijken en zien hoe Rudolf Steiner in zijn tijd stelling heeft genomen tegen racisme, zien we dat de racisme-aantijgingen absurd zijn. Het is tekenend voor onze tijd dat daar iedere keer opnieuw op moet worden gewezen. De kritiek op Steiner zal naar onze mening echter alleen verdwijnen als mensen er zich van bewust worden dat niet de antroposofie, maar het darwinisme (dus de heersende denktrant zélf) een schaduwzijde heeft en dat ‘politieke correctheid’ het verbod is om over deze schaduw na te denken. In dit verbond ontstaat het onvermogen om in een ander mens meer te zien dan een veredelde aap – zonder vrije wil, niet in staat tot het nemen van verantwoordelijkheid – die binnen het gareel moet worden gehouden door hem ‘politiek correct’ af te richten. Er is veel mee gewonnen als we de antroposofie niet vanuit een darwinistische bril, maar vanuit haar eigen ethisch-individualisme en de historische context willen begrijpen.”

Veel van wat  hier ter sprake is gekomen zit in dit laatste stukje tekst. Steiner die stelling zou hebben genomen tegen racisme (echt waar?), het echte probleem is het Darwinse (heus?)  en al helemaal ‘de politieke correctheid’ (hoe modieus). En wie zegt dat apen, of ‘veredelde apen’ geen vrije wil hebben? En nemen mensen dan wel ‘hun verantwoordelijkheid’ en apen niet (hoe Balkenende)? Ik vind het erg discutabel. En wat betreft ‘politiek correct africhten’, gelukkig dat we nog rechtsextremisten hebben van allerlei soort, waar vooral de Jos Verhulsten van deze wereld bijzonder blij mee zijn. Want het is deze Jos Verhulst,  wiens invloed onmiskenbaar doorklinkt in de laatste alinea’s van bovenstaand artikel, die hoognodig aan een nader onderzoekje moet worden onderworpen.

In de volgende delen zal ik het stuk van Geuljans verlaten en het traject van deze Jos Verhulst in kaart brengen (en wat hij en anderen zoal uitspoken, oa in het Nederlandse antroposofische tijdschrift Driegonaal). Aan het eind zal ik ingaan op het korte vervolgartikel dat Stephan Geiuljans schreef, nav een vraag van Ramon de Jonghe. Dat zal gaan over Steiners evolutie-modellen, waarin hij de Indianen, tov van de Europeanen, afschildert als een ‘Dekadente Abzweigung’ (GA 100).

Het geval Jos Verhulst

De Vlaamse antroposoof Jos Verhulst (1949) is een van de weinige antroposofen die regelmatig het publieke domein betreedt en ook enige naamsbekendheid geniet buiten de antroposofische circuits. Verhulst schijnt gepromoveerd te zijn op een scheikundig onderwerp (ik kan het niet helemaal terugvinden) en is, volgens de informatie die ik heb althans, leraar scheikunde aan de  Hybernia-school,  de Antwerpse Steinerschool (in België worden vrije scholen Steinerscholen genoemd). In Nederland is hij verbonden aan het Louis Bolk Instituut in Driebergen, dat vooral wetenschappelijk onderzoek verricht en publicaties uitgeeft over biologisch dynamische landbouw. Voor zover ik het kan beoordelen bestaan zijn werkzaamheden daar vooral uit pogingen om de antroposofische kijk op de evolutie nieuw leven in te blazen. Het is hierboven al ter sprake gekomen en het is om die reden dat Stephan Geuljans hem in zijn artikel aanhaalt. Zijn bekendste publicatie op dat gebied is Der Erstgeborene; Mensch und höhere Tiere in der Evolution, Verlag Freies Geistesleben, Stuttgart, 1999 (Geuljans verwijst naar deze publicatie).   Een uitgebreide verhandeling over dit werk, van hemzelf en door een paar collega onderzoekers van het Louis Bolk Instituut is hier te raadplegen, uit Motief, het tijdschrift van de Antroposofische Vereniging in Nederland, het juli augustusnummer van 2001.

Hij is ook politiek zeer actief. Vroeger zou hij lid geweest zijn van de Communistische Partij Vlaanderen, tegenwoordig omschrijft hij zichzelf als ‘libertariër’ en is hij initiatiefnemer van politieke clubjes als Directe Democratie en Democratie Nu (ik heb het idee en ook weleens van verschillende Belgische bronnen begrepen dat dit echter marginale clubjes zijn).

Het bekendste orgaan waaraan hij verbonden is, is ‘The Brussels Journal; the European Voice of Conservatism’, een weblog/ online opinieblad. Dit is, om het voorzichtig uit te drukken, een zeer omstreden website en eerder een spreekbuis van extreemrechts dan van conservatisme. De drie oprichters zijn, naast Jos Verhulst, de Vlaamse publicist Paul Belien en zijn echtgenote, Alexandra Colen, voormalig parlementariër voor het Vlaams Belang.

Het echtpaar Belien-Colen heeft een reputatie hoog te houden, vooral als het gaat om ‘anti-homoactivisme’ (jawel het bestaat echt). In Nederland kwam Belien in het nieuws toen bekend werd dat hij adviseur was geworden van Geert Wilders en de PVV fractie in Den Haag.  Juist zijn opvattingen over homorechten werden uitgebreid door verschillende Nederlandse media besproken. Zie bijvoorbeeld hier, op de website van het COC, of dit artikel uit Vrij Nederland Wilders diepe denker uit België (door Robert van de Griend,  22 september, 2010). Ook is Belien een voorstander van wapenbezit door particuliere burgers (hij heeft nauwe conatcten met de Amerikaanse National Riffle Association, de NRA) en dat zou vooral noodzakelijk zijn als bescherming tegen ‘de horden migranten uit Noord Afrika’. Zijn beruchte artikel ‘Geef ons Wapens’ uit 2006 werd van The Brussels Journal verwijderd , nadat er aangifte was gedaan en er een strafrechtelijk onderzoek werd ingesteld naar eventueel racisme en oproepen tot geweld. Het leverde Belien in ieder geval een bijnaam op. ‘Pistolen Paultje’, zo staat hij tegenwoordig in België bekend.

Beliens echtgenote Alexandra Colen (hier wikpedia, hier bio van The Brussel Journal) was lange tijd parlementariër voor het extreemrechtse Vlaams Belang van Filip Dewinter.  Uit een klein zoektochtje op internet blijkt dat zij vooral een ultra-conservatief geluid laat horen en zeer tegen homoseksualiteit is gekant.  In haar Jihad tegen homoseksuelen wordt geen gelegenheid onbenut gelaten. Zo vindt zij dat de kindermisbruikschandalen in de Katholieke Kerk voortkomen uit ‘dezelfde mentaliteit’ als  ‘de gayrpides’, want….’dat komt voort uit de alles kan alles mag cultuur’, zie hier. Opmerkelijk…. Het lijkt me dat iedereen die ook maar een beetje kan nadenken en over minimale  analytische vermogens beschikt, toch tot de tegenovergestelde conclusie moet komen. De kindermisbruikschandalen komen juist voort uit de ‘niks kan, niks mag’ cultuur van de RK Kerk. Oftewel, vooral door het celibaat.  Maar dit is dus Alexandra Colen, met wie Jos Verhulst The Brussels Journal bestiert.

Na de aanslagen van Anders Breivik kwam The Brussels Journal in ernstige opspraak en was even het middelpunt van de belangstelling van de internationale pers. Een Noorse blogger, die onder de naam ‘Fjordman’ actief op diverse extreemrechste sites, waarvan Gates of Vienna en The Brussels Journal de bekensten waren, bleek de belangrijkste leverancier te zijn van teksten voor het manifest van Anders Breivik, 2083, A European Declaration of Independence. Breivik had vaak, zonder bronvermeldingen, hele lappen tekst van Fjordman in zijn pamflet opgenomen. Er werd zelfs even gedacht dat Fjordman en Breivik een en dezelfde persoon waren, totdat Fjordman zich bekend maakte- hij bleek hij Peder Are Nøstvold Jensen te heten- en zich distantieerde van Breiviks daden.  Het gedachtegoed van Fjordman is echter extreem nationalistisch, eurocentrisch en regelmatig heeft hij opgeroepen tot etnische zuivering en het met geweld verwijderen van Moslims uit Europa. Zie voor meer over Fjordman, dit artikel van arabist en Trouw journalist Eildert Mulder, uit zijn serie ‘Anders Breivik is niet alleen’. Lees ook De Lone Wolf komt uit een roedel, door Yuri Albrecht, Vrij Nederland, 27-7-2011.

Buiten antroposofische kring begeeft Jos Verhulst zich dus vooral in dit soort circuits. Ik heb niet het idee dat de antroposofen, die zo van zijn ‘eruditie’ onder de indruk zijn, zich hiervan bewust zijn. Ik denk ook niet dat Stephan Geuljans dat is. Wat volgens mij onbestaanbaar is, zo niet onmogelijk, dat Geuljans en andere Nederlandse antroposofen niet op de hoogte zouden zijn van een andere core-activiteit van Jos Verhulst: het aanprijzen van Holocaustontkenners. Daarvoor gebruikt hij namelijk regelmatig diverse antroposofische media.

home page Brug

Snapshot van de hompepage van de Brug. Het ontkennen van de Holocaust uit naam van de antroposofie doet het kennelijk goed en wordt graag gesteund en gesponsord door verschillende antroposofische instellingen en bedrijven, zoals Demeter (een label voor biologisch dynamische levensmiddelen) en Antroposofie en het Kind

Zijn belangrijkste podium is de nauw aan het Belgische antroposofische tijdschrift De Brug verbonden website Vrijgeestesleven.be (beiden zijn al vaak op dit blog ter sprake gekomen). In de Brug gaat het vooral over een ding: de nakende komst van Ahriman! De onderstaande tekst van Francois de Wit geeft de hysterie en de paranoia van dit digitale rioolblaadje vrij effectief weer:

 Dit zijn de eerste stappen in de richting van Ahrimans ideaal : het organiseren van de mensheid in één grote werkmierenstaat die alleen maar leeft om zijn fysiek bestaan zo comfortabel mogelijk in te richten en zo lang mogelijk te rekken. De aanzet tot deze ontwikkeling werd in het Westen het duidelijkst werkzaam sinds de Middeleeuwen, met het ontstaan van de steden, het einde van het feodalisme.
De landheer of ridder deelde met de agrarische gemeenschap die hij beschermde en door wiens arbeid hij leefde, nog grotendeels dezelfde waarden : gehechtheid aan de bodem, bloedsbanden hoog achten, eergevoel, afkeer van het intellectuele en van handel drijven. Sindsdien is het omgekeerde van deze waarden modern geworden, en dat zal nog toenemen.
Gemeenschappen worden systematisch afgebroken en ontwricht door een ongelimiteerde immigratie in de tot hiertoe cultuurdragende naties. Economieën en valuta worden ontwricht door speculanten , eigenaars en beheerders van immense kapitalen. Psychologen en sociologen helpen regeringen en bedrijven om het denken en voelen en willen van burgers en consumenten te sturen.

De volgende eeuwen zal deze ontwikkeling zich waarschijnlijk doorzetten totdat op het hoogtepunt van de totale chaos, Ahriman zelf incarneert en zich opwerpt als de grote redder der mensheid.
Tegen dan zouden voldoende mensen bewust de Christus-impuls moeten hebben opgenomen om de confrontatie aan te gaan. Daarom is de antroposofie in de wereld gekomen.
Dat klinkt misschien aanmatigend maar het is alleen de antroposofie die de ideeën kan aanreiken over hoe de maatschappij een vorm kan krijgen die aangepast is aan het ontwikkelingsniveau van de huidige mensheid. Want “het opnemen van de Christus-impuls” betekent niet dat men in iedere zin het woord Jezus of Christus in de mond neemt. Het betekent dat men zich bewust wordt van de asociale en antisociale krachten die nu van nature werken in de mens, en dat men vanuit dit inzicht aan de maatschappij probeert een vorm te geven die het uitleven van die krachten onmogelijk maakt.”

Ahriman in de Brug

 De ‘Inhoudstafel’ van de Brug. Klik op afbeelding om naar de site te gaan

Ach ja, die goeie ouwe tijd, toen er nog ridders waren met eergevoel! Wie in de ogen van deze Francois de Wit echt ridders met eergevoel zijn en nog rein van de voorafschaduw van het monster Ahriman, zijn… (leest u even met mij mee, bron):

“Het Luciferisch menstype wordt de laatste 2000 jaar langzamerhand verdrongen door het ahrimanische type. We lezen bij Caesar met welk een bezieling de Nerviërs tot de laatste man vochten tegen de Romeinen. Qua individuele moed stonden ze hoger dan de gemiddelde Romein, maar de Romeinen vochten met meer techniek, in bepaalde tactische opstellingen, dus meer met het koude berekende verstand. En ze wonnen.

Nog in de laatste wereldoorlog valt het op hoe ridderlijk de Duitsers streden, vergeleken met de Amerikanen ( Dat de propaganda erin geslaagd is dit beeld om te keren illustreert nog maar eens de geweldige mogelijkheden van de occulte groeperingen).”

Ridderlijk? Ook de SS? Dit is zo’n beetje de Brug. Dat van die ‘occulte groeperingen’ is ook heel typisch voor de Brug; Ahriman opereert altijd via ‘loges’, ‘de illuminati’ en zelfs UFO’s. Maar verder als men daar zo over de Nazi-legers schrijft, hoe schrijft men dan over ‘Joden’? Ongeveer zo (uit het artikel Het Ahrimanisch menstype’, wederom door Francois de Wit):

“In deze milieus moeten we de occulte broederschappen gaan zoeken. Dat daar misschien overwegend Joden bij zijn is in deze tijd niet meer relevant. Als dat voor hun doeleinden uitkomt, verloochenen ze evengoed hun rasgenoten (Er bestaan verschillende interessante studies over welke kringen Hitler financierden). Zoals men uit bovenstaand artikel kan afleiden zijn zelfs de eigen familieleden niet veilig wanneer ze zich niet willen openstellen voor de ahrimanische inspiraties”.

Het is al vaker op dit blog aangehaald, ‘Joden die hun rasgenoten verloochenen’. Antisemitisme, hoe kom je erbij?

Inhoudstafel Brug David Irving

Inhoudstafel de Brug met link (achter de W van ‘Wereldoorlog II’) naar de site van de vroegere historicus, nu Holocaustontkenner en Neonazi-activist David Irving (klik op bovenstaande afbeelding om naar de site te gaan)

Maar niet alleen stellen ‘Joden’ zich open voor ‘Ahrimanische Inspiraties’, het is zelfs zo dat Ahriman ons Europeanen iets zou hebben opgedrongen: ‘het fenomeen Holocaust’. En dan niet dat de kwade kracht Ahriman deze genocide zou hebben aangestuurd, nee, ons heeft aangepraat dat er zo’n genocide heeft plaatsgevonden. Zie het volgende vrij stukje tekst, op dit blog al vaker aangehaald, maar helaas noodzakelijk om het nog een keer te doen (bron):

 

“- het fenomeen “holocaust”.
In de Westerse wereld staat het iedereen vrij om over een bepaald geschiedkundig feit te denken hoe hij wil. Komt iemand op het idee dat Napoleon nooit een veldtocht naar Rusland heeft ondernomen, en hij schrijft een boek met argumenten om die stelling te onderbouwen, dan kan hij dat doen. Maar er is 1 onderwerp dat niet meer mag onderzocht worden, en dat is de “holocaust”, het dogma van de systematische uitmoording van 6 miljoen Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het is in de meeste Westerse landen bij wet verboden om aan dit “feit” te twijfelen.
Waarom alleen aan dit ‘feit’ ? Stalin en Mao zijn verantwoordelijk voor de dood van miljoenen mensen, maar niemand schijnt zich daar nog aan te storen. Waarom dan dit systematisch oprakelen en in beeld brengen van alleen de Duitse oorlogsdaden ?
Het kan niet anders of de Angelsaksische occulte loges weten dat voor hen een gevaar alleen uit Midden-Europa kan komen, en om bij voorbaat iedere werking van een spirituele impuls uit te sluiten werd en wordt Duitsland als de oorsprong van alle kwaad afgeschilderd.

Waar het Mysterie van Golgotha als centraal geestelijk gegeven in de ontwikkeling van de mensheid voor alle mensen een lichtend baken zou kunnen zijn dat iedereen verenigt in een gezamenlijk zoeken naar de juiste weg om de Christusimpuls in de wereld te realiseren, krijgen we nu een centraal on-geestelijk afstotingspunt, het zwarte gat in de mensheidsgeschiedenis waar iedereen in een grote boog moet omheen lopen en dat de mensheid verenigt in een gezamenlijke haat tegen …. de geestelijke impuls uit Midden-Europa ! Want het is niet toevallig dat met de holocaust een voortdurende haat tegen het Duitse volk in leven wordt gehouden, tegen Duitsland als een gebied waarvoor de mensheid moet oppassen en waakzaam blijven. Zelfs vóór de oorlog begon die haatpropaganda al.
Vroeger werden in de bioscopen altijd nieuwsfilmpjes getoond vóór de eigenlijke film begon. In 1981 overleed Jack Glenn, de man die deze filmpjes maakte in de Verenigde Staten. Af en toe liet deze man wereldgebeurtenissen door acteurs naspelen in een toneeldecor. Eén ervan was het filmpje “Inside Nazi Germany”, gedraaid in 1938. Het bevatte een scène van een concentratiekamp, voor een stuk gefilmd op Staten-Island met New-Yorkse acteurs. Een groot deel van de film was opgenomen in het Derde Rijk door een free-lance cameraman, maar Louis Rochement, de producer, had het gevoel dat die film gecensureerd was door de Duitse autoriteiten en beval Glenn om de Nazi-brutaliteiten zelf in scène te zetten. Miljoenen Amerikanen die deze nieuwsfilmpjes in hun plaatselijke bioscoop bekeken waren overtuigd dat ze de realiteit zagen. Hoeveel dergelijke realiteiten die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen zouden niet het werk zijn van filmkunstenaars ?
Feit is dat de Geallieerden na de oorlog Hollywood-producers huurden om propagandafilms te maken in plaats van het filmmateriaal van het leger te gebruiken.

David Irving geeft daarop volgende commentaar :

“Enkele jaren geleden kwam er op BBC2 geloof ik, een programma over de ‘documentaires’ van deze Glenn. Daarin werd onder meer onthuld dat de scènes van SA-bruinhemden die hun vijanden molesteerden in de straten van Berlijn en die de Joden in Wenen het voetpad deden opkuisen, gefilmd waren in de decors van Hollywood. Ook de Japanse soldaten die baby’s op hun bajonetten staken en andere wreedheden waren haatpropagandascènes uit Hollywood. Ik zeg niet dat die feiten zich niet werkelijk voorgedaan hebben. Maar moderne televisiemakers gebruiken nu die opnamen om hun eigen reportages mee te vullen, net zoals ze materiaal van de vroegere Sovjet-GPOE gebruiken als authentiek. Jarenlang hebben ze het publiek bedrogen en hun steentje bijgedragen opdat het wiel van de haat blijft draaien.”

Op de website van David Irving kan men overigens ook lezen hoe een filmploeg van het Amerikaanse leger de “ontdekking”van een zak met de gouden tanden van concentratiekampslachtoffers in de (lege) kluizen van de Reichsbank regisseerde. Een ander knap propagandastaaltje.

Waarom draaide Spielberg zijn film “Schindlers List” in zwart-wit ? Kort na het uitkomen van de film verklaarde de eerste cameraman in een Duits vaktijdschrift dat men opzettelijk een documentaire-indruk wou creëren opdat latere (nóg minder kritische – fdw) generaties gemakkelijker overtuigd zouden worden van het realiteitsgehalte.
De film is nochtans gebaseerd op een roman, het product van de fantasie van een schrijver dus, van Thomas Kenneally. Maar daar is ook iets raar mee gebeurd. Vooraan in de eerste editie van het boek, vóór de film gemaakt werd, leest men vijf keer het woord ‘fictie’. In de tweede editie nog drie keer, in de derde editie is er geen sprake meer van fictie, het boek verschijnt in de weekendbijlage van sommige kranten zelfs in de lijst “non-fictie” !

Waarom worden zgn. negationisten als Norman Finkelstein, David Irving, Robert Faurisson, Ernst Zündel zo hardnekkig vervolgd als de ketters destijds door de Inquisitie ? Om dezelfde reden als toen : ze hebben zichzelf buiten de gemeenschap der gelovigen geplaatst, de gelovigen die het dogma aanhangen : Duitsland is de bron van alle kwaad.

In Canada zit Ernst Zündel al 22 maanden (december 2004) in eenzame opsluiting wegens zijn overtuiging, hij heeft nog nooit een vlieg kwaad gedaan, maar wel zijn mening geuit. De rechtszaken tegen hem lijken zo uit boeken van Kafka te komen: de voormalige chef van de geheime dienst die hem jarenlang geschaduwd heeft is nu zijn rechter. Iedere vraag van de verdediging wordt verworpen omdat ze de nationale veiligheid in gevaar zou brengen.

De antichrist, die zo handig de zaken in hun tegendeel kan verkeren, probeert ook de Heilige Geest te vervangen door een zeer aards, zeer leeg gegeven, dat de naam holocaust heeft gekregen, weerom niet toevallig in het Engels klinkend als Holy Ghost.

. Zolang de werking van de antroposofie beperkt blijft tot de Waldorf/Steinerscholen, laat men haar betijen, maar vanaf het ogenblik dat een reële maatschappelijke vernieuwing vanuit de antroposofie, de sociale driegeleding, zou doorbreken, dan zou die onmiddellijk en systematisch geassocieerd worden met het socialistisch experiment van de Nazi’s. De publieke opinie is nu reeds voldoende geïndoctrineerd om onmiddellijk af te wijzen wat maar enigszins met Nazi-Duitsland verband houdt.”

Ik weet niet hoe het met de meeste antroposofen staat, maar ik kan hier in alle oprechtheid alleen maar misselijk van worden. Je ziet trouwens ook hoe hier Norman Finkelstein wordt misbruikt, door hem in een rijtje te plaatsen met hardcore Nazi-activisten (want dat zijn Faurrisson, Irving en Zündel). Op de kwestie Finkelstein kom ik zo nog terug, bij de bespreking van een bijdrage van Jos Verhulst aan een speciale uitgave van Driegonaal. Is trouwens het Nederlandse tijdschrift voor Sociale Driegeleding. En ja, de publieke opinie is geïndoctrineerd om alles onmiddelijk af te wijzen wat maar enigszins met Naiz-Duitsland verband houd, aldus de bovenstaande tekst van Francois de Wit. Zelf wilde ik niet zo ver gaan (ik vind dat trouwens ook niet), maar moet ik begrijpen dat de Sociale Driegeleding wel enigszins verband houdt metNazi Duitsland? Opmerkelijk. Toegegeven, ook Driegonaal doet soms weleens een klein beetje zijn best, om zich in die hoek te placeren. Alsof ze erom smeken, net als de Brug. Maar dat komt hierna aan de orde.

Ik denk dat het ook eens tijd wordt dat de antroposofische vereniging (die van Nederland en België, maar ook internationaal) afstand moeten nemen van teksten als hierboven en de Brug definitief uit hun gelederen stoten. Met de Russische antroposoof Gennady Bondarew kon dat ook, dus dan zou dit zeker tot de mogelijkheden moeten behoren. Wanneer horen we daar iets meer over? Want dit is al een paar jaar geleden aan de orde gesteld. We wachten met spanning af. Ik meen te weten dat er binnen de Nederlandse antroposofische gemeenschap best een paar mensen te vinden zijn die dat ook willen, dus wie weet. Je kan het volgens mij met een briefje aan Dornach en met  persberichtje regelen. Ik weet niet precies wat voor dit soort zaken de officiële procedures zijn, maar waar een wil is, is een weg. Tenzij er geen wil is en gans de Nederlandstalige antroposofische gemeenschap, van zowel Nederland als Vlaanderen, staan te juichen bij dit soort antisemitisme en dit gedweep met Holocaustontkenners en Neonazi’s. Dat kan natuurlijk ook, maar zo erg schat ik het zelfs niet in.

Alleen, dat is weer een beetje vervelend, ook de door vele Nederlandse antroposofen (waaronder Stephan Geuljans, zoals blijkt uit zijn artikel) zo bewonderde Jos Verhulst, die bij het Louis Bolk Instituut in Driebergen zo mooi Steiners ideeën over evolutie opnieuw weet te rationaliseren en te verkopen (zie dit artikel uit Motief, het officiële orgaan van de Nederlandse antroposofische Vereniging), zit hier tot over zijn oren in. Werp zeker een blik op de site http://vrijgeestesleven.be .  Daar is een heleboel van zijn hand te vinden, waar hij de zaak van diverse Holocaustontkenners bepleit. Ik verwijs hier vooral naar mijn vierde antroposofie artikel (Engelstalig, dat ook op de Duitse site Egoisten werd gepubliceerd), of naar de blog van Michel Gastkemper, die hier, als een van de weinigen, wel zijn vingers aan durfde te branden en stelling nam.

In dit stuk wil ik me verder focussen op de bijdragen van Jos Verhulst aan een eens eerbiedwaardig Nederlands antroposofisch tijdschrift, maar dat nu wel erg is afgegleden. Het gaat hier om Driegonaal, het voor vele Nederlandse antroposofen bekende tijdschrift voor Sociale Driegeleding.

 

vrijgeesteslevenbe

De website http://vrijgeestesleven.be  (klik op afbeelding om naar de site te gaan. ) Op deze site valt heel gruwelijks te ontdekken. Wie op ‘negationisten’ klikt wordt doorgelinked naar een Neonazisite www.vho.org , die zichzelf omschrijft als ‘The World’s largest website for Historical Revisionism! The Holocaust controversy- a case for open debate’. Op deze site bevinden zich vooral honderden illegale downloads van Neonazi en Holocaustontkenners lectuur. Het kopje ‘antroposofie’ leidt naar de homepage van de Brug. Veel bijdragen van Jos Verhulst zijn te vinden onder ‘Directe Democratie’

20-2-2013 Tot zover (voorlopig althans).  Het is mij niet gelukt om dit verhaal te voltooien voor de uitzending van de Hokjesman op donderdag 21-2-2013. Ik verwacht komend weekend of begin volgende week met de rest te komen (dat zal vooral gaan over Driegonaal, het gedachtegoed van de Russische antroposoof Gennady Bondarev en hoe hij in Driegonaal wordt besproken en helemaal tenslotte het antwoord van Stephan Geuljans aan Ramon de Jonghe over de ‘indianentekeningen’ uit GA 100). Wordt vervolgd dus

Hier alvast de promo van de uitzending van de Hokjesman van komende donderdag:

Tagged with: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

De culturen en de geschiedenis van Amerika’s oorspronkelijke bewoners deel 1

Een serie over de culturen en de geschiedenis van Indiaans Amerika

Zie ook deel 2

De grote culturele rijkdom en diversiteit van de oorspronkelijke Amerikanen

Naar aanleiding van de tentoonstellingen Indianen; kunst en cultuur tussen mythe en realiteit (De Nieuwe Kerk, Amsterdam, t/m 14 april 2013) en Het Verhaal van de Totempaal (Museum Volkenkunde, Leiden, t/m  1 april 2013)

Nu er op dit moment twee grote tentoonstellingen in Nederland lopen die gewijd zijn aan de culturen van Amerika’s oorspronkelijke bewoners (‘Native Americans’, vooral bekend als ‘Indianen’) leek het me wel aardig om op dit blog wat aandacht te besteden aan de culturen en de geschiedenis van de verschillende volkeren van  het oude Amerika. Het is overigens een oude passie van me; als kind en als tiener las ik zo’n beetje alles wat los en vast zat over dit onderwerp.  Het begon natuurlijk met  interesse voor de indianen zoals ik die uit kinder en jeugdboeken kende. Belangrijk was voor mij overigens niet Arendsoog, ook niet zozeer Karl May (hoewel ik iets later bijna alle Winnetou boeken heb gelezen en zelfs ook nog de verguisde Tecumseh –serie van Fritz Steuben– de auteur was een overtuigde nazi en dat is echt aan zijn boeken te merken, waarin de cultuur van de indianen van de oostelijke woudgebieden voortdurend met die van de oude Germanen wordt vergeleken en de historische figuur Tecumseh wordt als een soort indiaanse Fuhrer afgeschilderd), maar oorspronkelijk vooral  ‘Sajo en het Bevervolkje’, van ‘Grijze Uil’ (die eigenlijk van Schotse afkomst was, geboren als Archibald Bellany, maar later een nieuwe identiteit aannam). Wat mij als kind aansprak was dat er ook een cultuur bestond waar men wel veel respect voor de natuur had en veel om dieren gaf, daarom hadden de indianen meteen mijn sympathie. Althans, dat was mijn beeld van toen. Want natuurlijk, niets menselijks was de indianen vreemd en ook in het oude Amerika zijn er diverse ecologische crises geweest. Vooral ontbossing en het uitsterven van bepaalde diersoorten, die door de mens zijn veroorzaakt. Maar dat inzicht kwam later. Andere lievelingsboeken van mij waren  Grootvaders reisdoel (van Craig Strete, die overigens, naast dit ene jeugdboek, ook  een van de belangrijkste literaire  hedendaagse schrijvers van indiaanse afkomst is) en Tjaske Wolkenzoon, nergens meer te vinden, ik geloof dat het zelfs een uitgave was van de antroposofische uitgeverij Christofoor, opmerkelijk gezien de indiaanvriendelijke standpunten van Rudolf Steiner en sommigen van zijn volgelingen, waarbij enkelen het nodig vonden om Wounded Knee erbij te halen om hun argumenten kracht bij te zetten (zie oa hier en hier op dit blog). Aan het echte Wounded Knee, dus niet het imaginaire antroposofische, zal ik in het laatste deel nog uitgebreid aandacht besteden. Overigens ook aan de kwestie waarom de bewoners van verschillende reservaten tegenwoordig uitbaters van casino’s zijn. In een eerdere discussie met diepgelovige aanhangers van Rudolf Steiner vond een van mijn antroposofische gesprekspartners dat de indianen, vroeger zulke spirituele mensen, nu wel erg waren afgegleden omdat ze vaak casino’s runnen- een bewijs van Steiners gelijk dat het een ‘decadent ras’ is (echt waar, dit soort schaamteloos en achterhaald racisme bestaat nog steeds, in dit geval ingegeven door levensbeschouwelijk dogmatisme). Dat van die casino’s, of je er nu blij mee moet zijn of niet, heeft een hele specifieke reden die vooral politiek, juridisch en economisch van aard is. Ik kom daar tegen het eind van deze serie nog op terug.

Natuurlijk nam ik ook kennis van de gruwelijke geschiedenis van de Europese veroveringen. Op mijn dertiende las ik de grote klassieker van Dee Brown  ‘Begraaf mijn hart bij Wounded Knee’ (Bury my heart at Wounded Knee, 1970), dat een blijvende diepe indruk op me zou maken. Ik heb het vaak herlezen.

Op mijn veertiende maakte ik met mijn familie een rondreis van drie weken door het westen van de Verenigde Staten, met een kort bezoek over de grens naar Canada aan Vancouver. Mijn met gote passie en overgave beleden interesse dicteerde voor een deel het programma. Zo bezochten wij, geheel buiten de toeristische trekpleisters om, het ruige gebied van de Lavabeds in het noorden van Californië, tegen de grens met Oregon (overigens nu een prachtig, zij het vrij onbekend National Monument). Op deze plaats vochten in 1872/73 de Modocs, onder leiding van hun Chief  ‘Captain Jack’ (echte naam Kintpuash) een guerrilla oorlog uit met het Amerikaanse leger. Het is nog altijd een desolaat en vooral heel erg mooi gebied, waar de vulkanische structuren een soort natuurlijk fort vormen.

Later gedurende die reis had ik in Vancouver een uitgebreide ontmoeting met de beroemde Haida beeldhouwer en edelsmid Bill Reid, wiens werk overigens nu ook te zien is in zowel de Nieuwe Kerk als het Museum voor Volkenkunde.

Verder las ik in mijn vroege tienerjaren alles wat los en vast zat en uiteindelijk kon ik gedurende een bepaalde periode ongeveer alle vierhonderd indiaanse stammen van Noord Amerika uit mijn hoofd opdreunen, net als alle namen van de Azteekse keizers en alle Inca-keizers (mijn interesse breidde zich op een gegeven moment uit naar Midden en Zuid Amerika). Met deze hobby heb ik zelden echt iets gedaan, behalve dan  een keer een klein onderzoekje naar de hedendaagse kunst van de Native Americans, waarover ik een artikel publiceerde, zie op dit blog de oorspronkelijke Nederlandse versie en een Engelse vertaling.

De twee nu lopende tentoonstellingen leken mij een goede gelegenheid om mijn oude fascinatie weer op te pakken. Ik zal hier overigens vooral de culturen en geschiedenis van de oorspronkelijke bevolking van Noord Amerika aan bod laten komen (waar ook beide tentoonstellingen over gaan). Wel wil ik ook aandacht besteden aan Mexico. Twee jaar geleden ben ik daar voor het eerst zelf geweest (de eerste week samen met mijn familie in Yucatan en daarna nog een week alleen in Mexico Stad). Van de honderden foto’s die ik heb gemaakt van de diverse oudheidkundige monumenten, wil ik  hier een kleine selectie tonen, waarbij ik het eea zal toelichten.

Noord Amerika voor Columbus

Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de mens in ieder geval vóór 30.000 voor Chr. vanuit Siberië de Beringstraat overstak om het Amerikaanse continent te koloniseren*. De voorouders van de indianen waren jagers op grootwild (mammoeten, bizons, wilde paarden, rendieren) die de trek van de kuddes volgden. Gedurende de ijstijd was de Beringstraat of bedekt met een ijskap, of was er een landbrug, waardoor er een verbinding was van Azië met het Amerikaanse continent. Overigens zouden er meer migratiegolven plaatsvinden. Het is dus niet zo dat de indianen afstammen van een homogene groep jagers.

Men gaat ervan uit dat bij de oudste migratiegolf de zg. Amerindische bevolkingsgroep naar Amerika trok. Dit zijn de voorouders van alle oorspronkelijke bewoners van Zuid en Midden Amerika en van het grootste deel van Noord Amerika.

Later zou er een tweede migratiegolf zijn geweest. Het zou hier gaan om de voorouders van de Na-Dene sprekende volkeren (ook bekend als ‘Atapaskisch’, maar ik zal hier verder de term Na-Dene gebruiken). De meeste indianenvolkeren uit het westen van Canada en uit Alaska behoren tot de Na-Dene taalfamilie. Verder zijn er zuidelijker nog wat geïsoleerde groepen te vinden (in de westelijke helft van de Verenigde Staten) en vooral in het zuidwesten, waar nu de staten New Mexico en Arizona liggen. Daar en net iets over de Mexicaanse grens bevindt zich een grote concentratie van Beringstraat sprekende volken. Zij zelf noemen zich ook ‘Dene’ of ‘Dineh’ (wat letterlijk mensen betekent), maar ze zijn vooral bekend geworden onder de namen ‘Apache’ en ‘Navaho’. Overigens zien sommige geleerden taalkundige verwantschappen tussen de Na-Dene en enkele inheemse volkeren van Oost Siberië en Noord Japan.

De laatste prehistorische golf migranten naar het Amerikaanse continent is de bevolking van de arctische gebieden, de Inuit (Eskimo) en de Aleut.  Nog steeds leven er nauw verwante volkeren aan de Aziatische kant van de Beringstraat.

beringia

ijsvrije corridor

De situatie rond 18000 v. Chr. toen er de mogelijkheid bestond om zuidwaarts te trekken door de ijsvrije corridor. Overigens gaat men er nu van uit dat de eerste migratiestroom van een veel oudere datum is.

De bekendste vondsten van de vroegste bewoning op het Amerikaanse continent zijn de pijlpunten van Clovis en Folsom, in de Mid West. Deze dateren van ongeveer 11.500 jaar v. Chr. Overigens had de mens zich toen al lang verspreid over zowel Noord als Zuid Amerika. In die tijd leefden de indianen als nomadische  jagers op groot wild. Dat gebeurde soms op grote schaal. Een bekende jachtmethode, die nog werd toegepast op de plains voor de komst van het paard was om soms een complete kudde bizons een ravijn in te drijven. Dat leverde in een keer een heleboel vlees op, veel meer dan men kon consumeren of bewaren. Er wordt ook tegenwoordig vanuit gegaan dat, naast klimatologische oorzaken, de mens een aanzienlijk aandeel had in het uitsterven van grote prehistorische zoogdieren op het Amerikaanse continent.

Dit klopt natuurlijk niet met het romantische (en misschien ook clichématige) beeld dat wij vaak van ‘de indiaan’ hebben. Het is ook zeker waar dat de latere representanten van de Plains cultuur (in de tijd dat het paard allang zijn intrede had gedaan) in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de negentiende eeuw met afschuw keken naar de praktijk van de blanken, die oa vanuit treinen met zware wapens complete bizonkuddes wegvaagden, om soms alleen de tong mee te nemen (een delicatesse), de rest rottend achterlatend. Voor de bewoner van de plains gaf de bizon bijna alles wat hij nodig had en werd ook daarom vereerd. Bovendien had het gebruik van het paard het mogelijk gemaakt om veel economischer te jagen dan vroeger. Maar ook dit laat zien dat ook de indiaanse culturen erg divers waren en constant in beweging (dus zeker niet statisch) , kortom dat ‘de indiaan’ niet bestaat.

In dit verband is het wellicht ook interessant om erop te wijzen dat ook toen de ‘wildernis’ helemaal niet zo ongerept was als vaak door de Europese nieuwkomers beschreven. Het is inmiddels bekend dat op verschillende plaatsen in het oude Amerika zo intensief landbouw werd bedreven dat de grond op veel plekken volledig uitgeput raakte. Maar ook op de plains, waar vooral op grootwild werd gejaagd, was de invloed van de mens groot. Charles Mann beschrijft in schitterende overzichtswerk 1491; de ontdekking van precolumbiaans Amerika (2005) dat recent onderzoek heeft aangetoond dat de plains door de mens regelmatig in brand werden gestoken. Op het type gras dat het beste groeit op arme grond kwam vooral grootwild af, zoals bijvoorbeeld de bizon. Door dit soort ingrepen in de natuur stelde de mens zo zijn eigen vleesvoorraad veilig. Mann noemt overigens veel meer voorbeelden, ook het Amazoneoerwoud, maar dat voert voor nu wat ver. Maar Amerika kende een veel meer door de mens gecreëerd of in ieder geval beïnvloed landschap, dan het bekende cliché van de ongerepte wildernis ons voorspiegelt.

Tot ongeveer 5000 voor Chr. leefden de indianen als jagers en verzamelaars en in de kustgebieden als zeevissers.  De oudste monumentale architectuur van precolumbiaans Amerika werd, itt alle oude culturen uit de Oude Wereld, niet door een agrarische samenleving gecreëerd, maar door zeevissers. Dit gebeurde omstreeks 3200 v. Chr. in Aspero (Norte Chico), in de kustwoestijn van Peru. Hier werden de eerste monumentale bouwwerken van steen opgetrokken, overigens door een bevolking van zeevissers. Dat is vrij uniek in de wereldgeschiedenis. De landbouw was toen al wel ontwikkeld in Mexico, maar was nog niet doorgedrongen tot dit gedeelte van het Amerikaanse continent. Ik zal verder Zuid Amerika, met zijn buitengewoon interessante cultuurgeschiedenis, buiten beschouwing laten, maar dit opmerkelijke feit wilde ik hier zeker noemen. Rond 3200 v. Chr. was Norte Chico, samen met eigenlijk alleen Sumerië (in Mesopotamië), zo’n beetje de enige plek ter wereld waar de mens monumentale bouwwerken creëerde, zij het dat de bouwwerken van Sumerië veel groter waren.

Voor dit verhaal veel belangrijker is de ontwikkeling van de landbouw in Mexico.  De oudste vondsten van het gedomesticeerde gewas maïs dateren uit ong. 4700 voor Chr., uit de Tehuacan vallei in Mexico, al is de maïs waarschijnlijk ruim daarvoor ontwikkeld. In tegenstelling tot de granen uit de oude wereld kent maïs geen wilde variant. Het is een geheel gedomesticeerd product, ontwikkeld uit teosinte, een wilde grassoort, en dus verder geheel door de mens geteeld.

De maïsbouw verspreidde zich snel over grote delen van het Amerikaanse continent, eerst naar Noord Amerika en Centraal en Zuid Amerika (maar pas veel later naar de Andes).  Maïs zou echt het graan van de nieuwe wereld worden en de hoeksteen vormen van bijna alle agrarische culturen van precolumbiaans Amerika.

Overigens is maïs zeker niet het enige landbouwproduct dat door de indianen is ontwikkeld. Er zijn er nog veel meer, die inmiddels ook bij ons zo in gebruik zijn, dat we ons nog nauwelijks nog realiseren dat deze oorspronkelijk uit het oude Amerika afkomstig zijn. Het gaat om bijvoorbeeld om de aardappel (afkomstig uit de Andes), tomaten, bonen, pompoenen, cacao (‘Chocola’, chocolatl,  is een woord uit het Nahuatl, de taal van de Azteken), en rode pepers. Ook tabak is een product uit  het oude Amerika (de indianen hebben het roken uitgevonden). Alcohol was vaak problematisch (indianen hebben een sterke genetische aanleg voor alcoholisme, dat sinds de komst van de Europeanen vele slachtoffers heeft gemaakt) en kwam daarom nauwelijks voor. De Azteken kenden de alcoholhoudende cacaodrank Chocolatl en de Apaches uit het Zuidwesten van de VS brouwden Mescalbier. Coca (de basis van cocaïne) werd verbouwd door de Inca’s.

Zoals bijna overal in de wereld zou de landbouw in de meeste gevallen aan de basis staan van de ontwikkeling van complexe en ook geürbaniseerde samenlevingen (de Peruaanse uitzondering is net genoemd). Dat was het geval in het oude Mexico (Meso-Amerika), maar ook in Noord Amerika, waar een aantal complexe culturen ontstond. Ik zal hier op twee cultuurgebieden, het zuidwesten van de Verenigde Staten en de stroomgebieden van de Mississippi en de Ohio, wat uigebreider ingaan.

* In dit verband wil ik wijzen op het proefschrift van niemand minder dan mijn eigen moeder, Liesbeth Schreve-Brinkman, die in 1978 promoveerde op een onderzoek naar de fossiele afzettingen van stuifmeelkorrels in de Columbiaanse El Abra vallei. Ik geef hier haar korte samenvatting weer:

Uit archeologische vondsten en palinologisch onderzoek – het analyseren van fossiel stuifmeel om de vegetatie en veranderingen in de tijd te reconstrueren en aan de hand daarvan veranderingen in klimaat vast te stellen – is m.b.v. C-14 dateringen vast gesteld dat in het midden van de laatste ijstijd (Weichselien) rond 30.000 geleden in het Zuid Amerikaanse continent bewoning aanwezig was.

Migratie vanuit Siberië was mogelijk via de landbrug van de Bering straat, toen de zeespiegel aanmerkelijk lager was omdat veel water in ijs was opgeslagen.

– Schreve-Brinkman, E.J. (1978). A Palynological study of the Upper Quarternary Sequence in the El Abra Corridor and rock Shelters (Colombia) Thesis, Amsterdam

– Schreve-Brinkman, E.J., T. Van der Hammen & G.F. IJzereef – A palynological study of the Upper Quarternary Sequence in the El Abra Corridor and rock Shelters / & Fauna remains from the El Abra rockshelters/&/Prehistoric man on the Sabana the Bogota: data for an ecological prehistory. 1978. Palaeogeography Palaeoclimatology Palaeoecology, 25,1-109

File:Anasazi-en.svg

De Hohokam en de Anasazi van het zuidwesten

Tegenwoordig is het zuidwesten van de Verenigde Staten  (Arizona, New Mexico en het zuiden van Utah en Colorado) een van de meest dorre en onherbergzame gebieden van Noord Amerika. Het is niet de eerste plek waar je aan denkt als de plaats waar een landbouwcultuur tot ontwikkeling kon komen. Toch was het juist hier waar een deel van de oudste agrarische culturen van Noord Amerika ontstond.

Allereerst de Hohokam. Rond het begin van onze jaartelling begonnen de bewoners van het zuiden van de huidige staat Arizona met de aanleg van een grote irrigatiewerken. Door de woestijn werd een netwerk van kanalen aangelegd, waardoor de mogelijkheden voor een grotere landbouwproductie aanzienlijk werd uitgebreid.

Rond het jaar 1000 bereikte deze cultuur haar hoogtepunt. Er verrees een aantal grote nederzettingen, waarvan Casa Grande de meest bekende is geworden. Wooncomplexen van de Hohokam bestonden uit meerdere verdiepingen; het centrale complex van Casa Grande heeft er zelfs vijf (zie afbeeldingen hieronder).

Casa Grande Hohokam

het huidige Casa Grande (Arizona)

Casa Grande (reconstructie)

Casa Grande rond 1100 (reconstructie)

Hohokam kanaal        Gila Cliffdwellings

Links: Een oud kanaal van de Hohokam in de woestijn van Arizona
Rechts: rotswoning van de Mogollon cultuur, Gila Cliff Dwellings National Monument (New Mexico)

800px-Mimbres_p1070222

Mimbres aardewerk (Stanford University Museum)

Rond 1350 werden de nederzettingen als Casa Grande plotseling verlaten. Ook de andere culturen in de regio (zoals die van de Anasazi, die hierna ter sprake zullen komen) ondergingen een zelfde lot. Waarschijnlijk waren er twee oorzaken. In de eerste plaats brak er een periode aan van grote droogte, waardoor de landbouw niet meer genoeg opbracht om de bevolking van de dorpen in hun levensonderhoud te voorzien. Verder trokken er rond die tijd groepen roofzuchtige nomaden het gebied binnen. Deze nieuwkomers waren (taalkundig) verwant aan de bevolking van West Canada en de binnenlanden van Alaska (ze behoorden tot de Na Dene taalfamilie). Het waren de voorouders van de volkeren die wij nu kennen als de Apaches en de Navaho.  

Overigens leven de waarschijnlijke nazaten van de Hohokam nog altijd in Arizona. Zij vormen de stammen die bekend staan onder de namen Pima en Papago. Hun taal, het O’odham, behoort tot de Uto-Azteekse taalfamilie, die zich uitstrekt van de noordkant van het Grote Bekken tot ver in Centraal Mexico. De naam zegt het al, ook de taal van de Azteken, het Nahuatl, behoort tot deze taalfamilie.

Een andere interessante cultuur, die rond dezelfde tijd als de Hohokam tot ontwikkeling kwam, was de Mogollon (Mimbres) cultuur. Zij leefden in van stenen woningen die als een soort zwaluwnesten tegen de rotswanden van de canyon waren gemetseld. Zij worden gezien als de voorouders van een gedeelte van de huidige Pueblo Indianen. Vooral het aardewerk van de Mimbres behoort tot het meest verfijnde uit de regio, een traditie nog voortleeft bij de Pueblo bevolking, tot op de dag van vandaag.

De cultuur die de meest spectaculaire monumenten heeft nagelaten was die van de Anasazi. Hun kerngebied lag iets noordelijker, in de zg Four Courners Area, waar de staten Utah, Colorado, New Mexico en Arizona bij elkaar komen. Ook zij leefden in stenen woningen, die aanvankelijk tegen de rotswanden waren aangemetseld, zoals de Mogollon. Maar zij ontwikkelden een unieke architectuur, waarvan de ruïnes nog steeds grote indruk maken.  

Mesa Verde Cliff Palace

Cliff Palace (Mesa Verde)

De bekendste monumentale Anasazi-site (al is het niet eens de meest omvangrijke) is Cliff Palace, gelegen in de huidige staat Colorado in het Mesa Verde National Park. Net als bij de Mogollon cultuur zijn de wooneenheden tegen de wand vande canyon ‘aangeplakt’. Het grote verschil  is de omvang. De verschillende wooneenheden werden hier op elkaar gebouwd, soms tot vijf verdiepingen, zodat zij  samen een omvangrijk en complex bouwwerk vormen. Overigens, net als de Hohokam en de Mogollon was de Anasazi-samenleving waarschijnlijk egalitair. Er zijn nergens aanwijzingen gevonden voor aparte wooneenheden voor een heerser, of voor een elite. Naar alle waarschijnlijkheid was hun samenleving net zo ingericht als die van de latere  Pueblo-bevolking. Overigens gold dat voor de meeste samenlevingen van het oude Noord Amerika. De grote uitzondering zijn wellicht de Moundbuilders uit het oosten, die wel een strikt hiërarchische samenleving kenden en zelfs een absolute vorst, net zoals de meeste beschavingen van het oude Mexico en de Andes.

Een ander opvallend aspect van de Anasazi-architectuur, wat ook kenmerkend zou zijn voor de latere Hopi, Zuni en Pueblo-culturen zijn, naast de rechthoekig gevormde woonruimtes, de ronde gemeenschappelijke ruimtes, die vaak half ondergronds zijn gebouwd. Het gaat hier om de zg kiva’s, gemeenschappelijke ceremoniële ruimtes, vooral gebruikt voor sacrale doeleinden, zoals rituele dansen. Bij bijv. de huidige Hopi-indianen is dit een nog altijd levende traditie.

Pueblo Bonito reconstructie

Boven: reconstructie van Pueblo Bonito rond 1100
Onder: Het huidige Pueblo Bonito (Chaco National Historical Park, New Mexico)

Pueblo Bonito details

De meest monumentale overblijfselen van de Anasazi-cultuur bevinden zich in de Chaco Canyon (New Mexico). Op de bodem van de canyon, langs een van de belangrijkste handelsroutes met Mexico verrezen een aantal omvangrijke bouwwerken en nederzettingen. Het grootste complex is Pueblo Bonito. Het vrijstaande en gefortificeerde  bouwwerk telde zes verdiepingen en herbergde  zo’n twaalfhonderd inwoners. Het complex kende ongeveer achthonderd wooneenheden en zevenenendertig kiva’s.

Pueblo Bonito maakte deel uit van een keten van nederzettingen, die rond 900 in de Chaco Canyon werden gesticht. Een ingenieus irrigatiesysteem zorgde voor  een overvloedige maïsoogsten. De motor van de economie was de handel in turquoise, een zeer gewild product in Mexico, op dat moment gedomineerd door het imperium van de Tolteken, waarover later meer, in het gedeelte over Meso Amerika. Verder zijn er sterke aanwijzingen dat de nederzettingen van de Chaco Canyon ook een belangrijke religieuze functie vervulden; wellicht was het ook een soort pelgrimsoord. In de canyon bevinden zich een paar van de grootste kiva’s van de oude Pueblo-cultuur, die honderden mensen konden herbergen, zoals de heronder getoonde kiva van Chetro Ketl.

Zie overigens hieronder een virtuele tour door het Pueblo Bonito van rond 1100, uit de documentaireserie 500 Nations (aan het eind van deze bijdrage is de hele serie te bekijken).

Een korte documentaire over het archeologisch onderzoek bij Pueblo Bonito

Een documentaire van de Duitse televisie (ZDF) over de cultuur van de Anasazi en Chaco Canyon

800px-Chaco_Canyon_Chetro_Ketl_great_kiva_plaza_NPS

de grote kiva van Chetro Ketl (Chaco Canyon)

Rond 1150 raakte de Anasazi-cultuur in verval. De turquoise-handel met Mexico kwam stil te liggen door de ondergang van het Tolteekse imperium. Ook brak er een periode van grote droogte aan en, al eerder genoemd, trokken de roofzuchtige nomaden van de Na Dene het gebied binnen. De bewoners van Mesa Verde en de Chaco Canyon vestigden zich echter in nieuwe nederzettingen, de meesten gelegen op de Mesa’s  in plaats van in de canyondalen of op de vlakte, of langs de loop van de Rio Grande. Daar kwamen zij in contact met de Europese nieuwkomers, eerst de Spanjaarden en later met een nieuwe macht, de Verenigde Staten van Amerika. Hoewel er zeker de nodige strubbelingen waren hebben de bewoners van de Pueblo’s relatief veel van hun oude cultuur weten te behouden. Een groot aantal van de pueblo’s van na de Anasazi periode zijn nog altijd bewoond, zoals Taos, Acoma, Jemez of Oraibi. De nazaten van de Anasazi-cultuur zijn de Pueblo-indianen en de volkeren die wij nu kennen als de Hopi en de Zuni.

De Moundbuilders

In dezelfde tijd (rond het begin van de Christelijke jaartelling) dat in het Zuidwesten van de Verenigde Staten de culturen van de Hohokam, Mogollon en Anasazi opkwamen, ontwikkelde zich in de oostelijke helft van de Verenigde Staten een aantal complexe agrarische samenlevingen, die ook een indrukwekkend erfgoed hebben nagelaten, zij dat dit totaal verschillend was dan de nalatenschap van de culturen van het Zuidwesten. De meest in het oog springende overblijfselen van deze culturen zijn tegenwoordig de honderden, zoniet duizenden aangelegde heuvels en terpen in de gehele oostelijke helft van de Verenigde Staten, van de  Grote Meren tot aan de Golf van Mexico en  van ten westen van de Mississippi tot de Atlantische kunst. Overal in het vlakke landschap zijn groepjes door de mens aangelegde verhogingen te vinden, tegenwoordig begroeid alsof het natuurlijke oneffenheden zijn. De meeste zijn platforms van ongeveer tien tot twintig  meter hoog, maar er zijn ook enorme hopen, van zo’n dertig meter hoog, die een uitgestrekt oppervlak beslaan, zoals het in het hier later nog te bespreken Cahokia.

De heuvels zijn het nu meest tastbare bewijs van deze opeenvolgende culturen.  Want behalve sculpturen van een bescheiden omvang hebben de moundbuilders vrijwel niets van steen nagelaten. Hun nederzettingen, die soms omvangrijke steden vormden, waren allemaal van hout gebouwd en zijn na verloop van tijd vergaan. Hun grote monumenten waren opgetrokken uit aarde en niet uit steen, en zijn in de loop der eeuwen begroeid geraakt, zodat zij op natuurlijke heuvels zijn gaan lijken.

Hoewel deze cultuur vrijwel met de komst van de eerste Europeanen verdwenen was (ik kom daar later op terug) zijn er in de laatste paar  honderd jaar wel degelijk Amerikanen geweest die oog hadden voor al die merkwaardige heuvels in het Oosten van Amerika, die bij nader onderzoek vaak rijke archeologische vindplaatsen bleken te zijn. Thomas Jefferson bijvoorbeeld, was een enthousiaste schatgraver/amateurarcheoloog (als je daar in zijn tijd van kunt spreken) en heeft vele van deze heuvels onderzocht, afgegraven en zijn vondsten nauwkeurig gedocumenteerd en erover gepubliceerd. Maar hij was een van de weinigen. Zowel binnen de gevestigde wetenschap, als bij het grote publiek, heeft het lang geduurd voordat er iets van een besef kwam dat het oosten van Amerika eens een bloeiende cultuur kende, die vele sporen heeft nagelaten.  Zelf kan ik me nog herinneren dat ik op mijn veertiende een felle discussie heb gevoerd met een Amerikaanse oom van mij (van de generatie van mijn grootouders). Die vertelde mij uitgebreid dat hij alle staten van de VS wel een keer had bezocht, op twee na. Ik vroeg hem, bezeten door mijn interesse naar de cultuur van de indianen, of hij ook de verschillende mounds had bezocht. Hij wist me te verzekeren dat zoiets helemaal niet bestond en dat ik mijn informatie uit fantasieboeken moest hebben, want  anders had hij er vast wel iets van gehoord of iets van gezien. Tot mijn grote frustratie kon ik hem niet van het tegendeel overtuigen. De Moundbuilders hebben, nog veel meer dan de Pueblo’s, te lijden gehad aan grote onbekendheid en hebben het in faam moeten afleggen tegen de indiaan te paard en met een verentooi, zoals het stereotype van de bewoner van de plains veelal werd afgeschilderd.

Ik geloof dat pas sinds de laatste twintig, misschien dertig jaar, een blad als National Geographic met grote regelmaat over  de recentste onderzoeksresultaten naar deze oude Amerikaanse cultuur publiceert en wellicht dat nu ook de moundbuilders iets meer aan bekendheid hebben gewonnen.

AdenaHopewellMissMap

de belangrijkste archeologische vindplaatsen van de Moundbuilderscultuur in het oosten van de Verenigde Staten

Zo rond 1000 v. Chr. ontstonden er in de vallei van de Ohio sedentaire nederzettingen. Het schijnt niet helemaal duidelijk te zijn of er ook landbouw werd bedreven; de oudste sporen in het oosten van Amerika zijn van iets latere datum. Maar wel begonnen rond die tijd de bewoners van de Ohio- vallei aarden heuvels op te richten, die in ieder geval dienden als grafmonument.  Dat is af te leiden aan de vele grafgiften die er in de heuvels gevonden zijn, die soms enorme afmetingen hadden. De Adena-cultuur, zoals deze oudste fase van de Moundbuilders genoemd wordt, verspreidde zich steeds verder over het oosten van de Verenigde Staten. Zie hier Cave Creek Mound, gelegen in het huidige West Virginia.

Grave_Creek_Mound (Adena Cultuur)

Cave Creek Mound (Adena), West Virginia

Uiteindelijk ging de Adena cultuur over in de Hopewell cultuur, die zeker gebaseerd was op een agrarische samenleving. De Hopewell cultuur bloeide van ongeveer 200 v. Chr. tot 500 n. Chr. Het kerngebied lag in de Ohio vallei maar de reikwijdte van deze cultuur omvatte het hele grote merengebied, tot een flink stuk in Canada, over de Mississippi totaan de Missouri en in het zuiden de hele golfkust van de Verenigde Staten, van Forida tot de Texaans- Mexicaanse grens.

Ook de Hopewell richtten grote aarden monumenten op, die zij voor verschillende doeleinden gebruikten. Er zijn grafheuvels gevonden (zoals bij de Adena) maar ook heuvels die dienden als basis voor ceremoniële bouwwerken (zoals in het oude Mexico, zij dat de Mexicaanse tempelpiramides van steen waren).  Het meest markant (en ook het meest bekend) zijn de Hopewell structuren die naar een voorstelling zijn gemodelleerd die alleen vanuit de lucht, of desnoods vanaf een hoog punt, herkenbaar zijn.  Ergens doen deze structuren in het landschap denken aan die van de Nazca in Zuid Amerika, die beroemd werden vanwege hun grote voorstellingen die zij in de kustwoestijn van Peru aanbrachten en die alleen vanuit de lucht herkenbaar zijn (ik suggereer overigens geen verband tussen beide culturen).

Great Serpent Mound

The Great Serpent Mound (Hopewell cultuur) , Ohio, ongeveer rond 300 n. Chr., al bestaat er onenigheid over de datering en zijn er geleerden die betogen dat het monument vele eeuwen ouder is en zelfs aanvankelijk is aangelegd door de Adena

Het bekendste Hopewell-monument is de Great Serpent Mound (ong. 300 n. Chr.), in de huidige staat Ohio. Over een lengte van 400 meter is er een slingerende aarden wal opgericht, vanuit de lucht herkenbaar als de verbeelding van een enorme slang. Wat de motieven waren om zulke werken te realiseren is net zo’n raadsel als de lijnen in de lijnen in de woestijn van de Nazca in Peru. Misschien zijn ze voor de goden gemaakt, die vanuit de lucht wel een goed zicht hadden op de voorstellingen op aarde, wie zal het zeggen?

Overigens heeft dit monument nog een eigenschap gemeen met Nazca. Als je ‘Great Serpent Mound’ op internet zoekt word je, net als bij de lijnen van Nazca, direct op allerlei New Age pulp getracteerd, zoals graancirkels, aliens die ons zouden hebben bezocht, Atlantis, het einde van de wereld, of de onvermijdelijke Maya-kalender (dan heb ik het niet over de echte Maya-kalender, die vele malen interessanter is dan alle New Age speculaties) t/m ‘The Great Serpent Mound and Chrystal Skulls’ en de moeder aller verschrikkelijke spirituele hulp bij zelfontplooiingscursussen, ‘De Celestijnse Belofte’. Of een filmpje van een organisatie die zich StarKnowledgeTV.com noemt met de titel ‘Bear Cloud speaks about the Secrets of the Serpent Mound’, maar volgens mij is die Bear Cloud een verwarde of querulerende blanke New Ager die zich als indiaan heeft verkleed. ‘Great Serpent Mound 20.000 years old and the possible birthplace of humanity’, het kan allemaal. Of een filmpje met de veelbelovende titel: ‘The Ohio Great Serpent Mound: UNICORNS EXIST!!!’, maar dat blijkt dan weer een grap te zijn. Er zit dus héél véél kaf tussen het koren. Wees gewaarschuwd! En in het algemeen, de oorspronkelijke bewoners van Amerika zijn regelmatig slachtoffer van allerlei New Age oprispingen. Ook de eerder besproken Pueblo-indianen. Een laatste voorbeeld; wat moet je met een filmpje met de titel ‘The Kiva is always the center of the Mandala’? Naam van degene die dit heeft geupload: ‘Maya Atlantis’. Alsof de Native Americans nog niet genoeg problemen voor hun kiezen hebben gehad. Maar dit alles terzijde.

kunst Hopewell cultuur

artefacten van de Hopewell-cultuur. Linksboven: een hand van mica. Rechtsboven en daaronder: pijpenkoppen van speksteen in de vorm van dierfiguren.

De Hopewell ontwikkelden ook een verfijnde kunst. Materiaal uit bijna alle delen van Noord Amerika werd hiervoor geïmporteerd, van vulkanisch glas uit het westen van het continent tot schelpen uit de golfkust en de Atlantische oceaan.  Ook werd er rode speksteen gebruikt, uit het noordelijke stroomgebied van de Missouri, waarschijnlijk uit het gebied waar nu de staten Wyoming en Montana liggen.

Rond 700 werd de Hopewell cultuur als het ware van binnenuit leeggegeten door een snel opkomende nieuwe macht, die zich niet ver van de het centrum van de Hopewell bevond.  Dat was de Mississippi-cultuur, die de meest monumentale sporen zou nalaten van de Moundbuilderscultuur.  De Misissippi-cultuur onderscheidde zich van de Adena en Hopwell door maïsbouw. Dit uit zuidelijker gebieden afkomstige graan (het kwam al eerder ter sprake) leende zich aanvankelijk niet voor het klimaat in het oosten van de Verenigde Staten. Doordat er nieuwe soorten werden ontwikkeld, werd dit opeens wel mogelijk. De maïsbouw zou de motor zijn van de nieuwe cultuur, waarvan het hart zou liggen in het gebied waar de Missouri en de Ohio in de Mississippi uitkomen. Hier, niet ver van de huidige Amerikaanse stad Saint Louis, verrees de grootste nederzetting van de Moundbuilders ooit, Cahokia.

monks%20mound

Monks Mound nu, het vroegere hart van de Mississippi metropool Cahokia

Cahokia 2

Reconstructie van het centrum van Cahokia, de grootste stad die precolumbiaans Noord Amerika ooit gekend heeft

Cahokia overview

Cahokia-overview van de huidge archeologische site (bron)

Het is niet duidelijk of Cahokia ook een soort hoofdstad was van een imperium, maar wel was het gedurende een paar honderd jaar verreweg de grootste stad van Noord Amerika; andere centra van de Mississippicultuur kwamen qua inwoneraantal niet eens in de buurt. Cahokia kende op haar hoogtepunt 20.000 inwoners.

De stad was als volgt opgebouwd: de buitenste delen werden gevormd door een aantal aparte dorpen, stadsdelen of wijken, allen met een centraal plein of met een kleine ceremoniële heuvel. Binnen die ring van ‘suburbs’ lag de echte stad, die ommuurd was met een aarden wal met daarop een hoge palissade van boomstammen. Daarbinnen bevonden zich grote huizen, wellicht bestemd voor een hogere klasse. Het midden van de stad kende een flink aantal mounds, waarop houten bouwwerken moeten hebben gestaan en een groot plein. Aan dat plein verrees de grootste piramide die er ooit in Noord Amerika werd opgeworpen en die ook omvangrijker was dan veel piramides in Mexico. Hoewel dertig meter hoog, bijna net zo hoog als het hoogste platform van de Templo Mayor van de Azteken , Tempel I van Tikal of de’Piramide van de Tovenaar’ van Uxmal, was het vooral de massa van dit bouwwerk dat vele andere bouwwerken uit de Nieuwe Wereld overtrof. De basis van de piramide was overigens groter dan die van de Piramide van Cheops en werd in het oude Amerika alleen overtroffen door de grote Piramide van Cholula (bij Puebla, Mexico, die trouwens ook meer massa bevat dan de grootste Egyptische piramide). Dit geldt overigens niet voor de hoogte. De Piramide van Cheops is 140 meter hoog en geen van de oud-Amerikaanse bouwwerken komt daar ook maar enigszins in de buurt (het hoogste bouwwerk van het oude Amerika is Tempel IV van Tikal en die is ong. 95 meter hoog, dus ongeveer even hoog als de Marduktempel van Babylon, oftwel ‘de Toren van Babel’). Maar de basis van Monks Mound, zoals de aarden piramide van Cahokia bekend is geworden, is inderdaad iets groter dan die van de grootste Egyptische piramide. Er is overigens wel een groot verschil tussen gebouw van aarde en een gebouw van massieve steen. Maar tegenwoordig is het erg in de mode om alles uit de Nieuwe Wereld met monumenten uit de ‘eigen oudheid’ te vergelijken (wellicht een kleine compensatie, omdat  oud-Amerikaanse culturen zo lang verguisd zijn), dus laat ik het dan maar meteen precies uitleggen.

Op de platte top van Monks Mound waren een paar verhoogde platforms aangebracht. Op het hoogste platform stond waarschijnlijk het huis van de heerser (zie de reconstructie -tekening). Dat is echter een aanname, omdat dit inderdaad het geval was bij de latere Natchez (Emerald Mound), het laatste overblijfsel van de Mississippi Moundbuilderscultuur, dat als enige uitvoerig beschreven is door Europese ontdekkingsreizigers.  

Fragment ‘500 Nations’ (PBS) over Cahokia

Een korte documentaire over de opgravingen en archeologisch onderzoek bij Cahokia

De bloeiperiode van Cahokia was echter van korte duur. Gedurende haar bestaan had de stad ook een paar forse tegenslagen te incasseren. Er waren een paar grote overstromingen en de stad werd getroffen door een van de grootste aardbevingen uit de Amerikaanse geschiedenis, die een deel van  Monks Mound wegsloeg (dat daarna werd hersteld, zij het gebrekkig, zoals nu nog zichtbaar schijnt te zijn). In 1350 stad verlaten. Er zijn sporen gevonden van een gewapend conflict, wellicht was er sprake van een opstand (Charles Mann, p. 355)

Mississippi cultuur (artefacten)

artefacten van de Mississipi-cultuur

De val van Cahokia betekende nog niet het einde van de Mississippi-cultuur. Na Cahokia kwamen juist verschillende regionale centra op. Te denken valt aan Etowah in het huidige Georgia, Kincaid in Illinois, de steden van de Timicua in Florida en de Natchez in Louisiana. De meeste van deze centra waren nog in volle bloei toen de eerste Europeanen voet aan wal zetten in Noord Amerika.

De latere Spaanse chroniqueur en dichter Garcilaso de la Vega trok als soldaat mee in het leger van de Spaanse veroveraar Hernan de Soto, die van 1539 tot 1542 vanuit het pas veroverde Mexico zij beruchte veldtochten ondernam naar het Noord Amerikaanse continent. Van hem kennen we een aantal gedetailleerde beschrijvingen van de tempels van de Moundbuilders. De la Vega over een tempel in Talimico, aan de Savannah River in het huidige South Carolina: ‘het plafond en de binnenmuren, evenals de buitenmuren en het dak, waren versierd met schelpendecoraties, doorsprenkeld met strengen parels’

nederzettingen Mississippi cultuur

Links: Kincaid (reconstructie) Mississippi-cultuur, Illinois, 10150-1400 (zie ook http://www.kincaidmounds.com/ )
Rechts: Nodena (reconstructie) Mississippi-Cultuur, Arkansas, 1400-1650 (zie ook http://hampson.cast.uark.edu/nodena_info.htm )

Etowa

twee antropomorfe figuren (marmer, hoogte ca 60 cm), bij Etowah, Georgia, waar ze gevonden zijn (zie de Mounds op de achtergrond), Mississippi-cultuur, ca 1500

     Etowa nu

Links: overview van Etowah (klik op foto voor vergrote weergave, bron)
Rechts: detail (klik op foto voor vergrote weergave, bron)

 De Soto trof langs de loop van de Mississippi overigens een heleboel grote nederzettingen aan, met vele duizenden inwoners. De meeste van deze plaatsen waren met hoge palissaden ommuurd. De centra werden gedomineerd door aarden piramides, waarop de tempels en de woningen van de heersers waren gebouwd. De confrontatie met de Spanjaarden was overigens meestal bijzonder gewelddadig (de Spaanse conquistadores waren trouwens uitzonderlijk wreed). De Soto zou de expeditie niet overleven en zijn leger moest uiteindelijk het Noord Amerikaanse grondgebied ontvluchten.

Maar toen was het kwaad al geschied, want daarna was de Mississippi-cultuur praktisch verdwenen en waren vrijwel alle grote nederzettingen ontvolkt. De reden: Europese ziekten, vooral de pokken. Deze plaag heeft op veel plaatsen verwoestend werk gedaan, maar nergens zo hevig als in het zuidoosten van de Verenigde Staten. Oorspronkelijk moet dit een van de dichtstbevolkte gebieden zijn geweest van Noord Amerika, maar na de grote epidemie waren bijvoorbeeld de Appalache Mountains vrijwel ontvolkt.

Emerald Mound (recnstructie)

reconstructie van Emerald Mound, het religieuze en politieke hart van de Natchez (Mississippi-cultuur)

Emerald Mound nu (Natchez)

Het huidige Emerald Mound

The-Great-Sun-chief-of-the-Natchez-Indians

Le Grand Soleil du Natchez, houtgravure toegeschreven aan de Franse ontdekkingsreiziger Le Page du Pratz, die van 1720 tot 1728 bij de Natchez verbleef

Het laatste bolwerk van de Mississippi-cultuur, de Natchez, zou tot het begin van de achttiende eeuw in stand blijven. En van hun samenleving bestaat ook een gedetailleerde beschrijving,  van de Franse ontdekkingsreiziger Antoine Simon Le Page-Du Pratz. In 1718 vestigde Le Page du Pratz zich in het inmiddels Franse Louisiana ( de Fransen hadden de Mississippi vallei tot hun gebied verklaard), waar hij samenleefde met een Indiaanse vrouw, bij wie hij ook kinderen verwekte. Van 1720 tot 1728 leefde hij zelfs met de Natchez. Van hem kennen we een zeer gedetailleerde beschrijving van hun samenleving. Het prettige van zijn verslag schijnt te zijn dat Le Page-Du Pratz vooral een scherp waarnemer was, die het belangrijker vond om zijn observaties nauwkeurig op te tekenen, dan er allerlei (onvermijdelijke eurocentrische of Christelijke) interpretaties aan te geven. Dus veel onzin over dat de indianen mogelijk de tien verloren stammen van Israël zouden zijn, zoals wel het geval bij veel van zijn tijdgenoten, komt bij hem gelukkig niet voor. In die zin was hij zeker een moderne wetenschapper.

Uit zijn beschrijvingen kunnen we onder andere het volgende opmaken: De Natchez werden geregeerd door een absolute vorst, de Grote Zon, aan wie zij ook goddelijke krachten toeschreven.  Hoewel de Grote Zon de hoogste in rang was, was hij vooral een spiritueel leider en werd het dagelijks bestuur overgelaten aan de tweede man, een functionaris met de titel  De Getatoeëerde Slang. Afgaand op de beschrijving  Le Page- Du Pratz was het systeem veel autocratischer dan  de staatsvorm van de Azteken en leken de Natchez in dat opzicht meer op de Inca’s. Wat de Natchez wel weer met de Azteken gemeen hadden was het gebruik van mensenoffers.

In een bepaald opzicht stond de vrouw van de Grote Zon iets hoger in de hiërarchie. Als de koningin overleed, moest ook haar echtgenoot eraan geloven en werd hij om het leven gebracht om zijn vrouw in het hiernamaals te vergezellen. En met hem ook de complete hofhouding, om het paar ook na de dood van dienst te kunnen zijn. Dit lot werd overigens door de betrokkenen geheel geaccepteerd en zelfs als een grote eer gezien.

Uit het verslag blijkt een er sprake te zijn van een samenleving die veel overeenkomsten vertoonde met de stedelijke culturen van Meso-Amerika en de Andes, maar waarvan bepaalde kenmerken nog veel verder waren doorgevoerd.

In de jaren daarna zou het voor de Natchez treurig eindigen. Vanaf de jaren twintig hadden de Fransen zich in hun gebied gevestigd en waren er al een paar keer gewapende confrontaties geweest. In 1729 vroegen de Fransen de Natchez om een dorp te verplaatsen voor de vestiging van een grote tabaksplantage. De Grote Zon en de Getatoëerde Slang beschouwden dit als een schoffering en besloten de Fransen voorgoed uit hun gebied te verdrijven. Opmerkelijk was dat zij eerst een oproep stuurden aan alle zwarte slaven om zich van hun Franse meesters te ontdoen, met de uitnodiging om zich daarna als vrije mensen bij hen aan te sluiten. De Natchez sloegen vervolgens hard toe en legden het belangrijke Franse Fort Rosalie compleet in de as. De hele Franse kolonie in het gebied werd overmeesterd. Alle mannen werden gedood en alle vrouwen en kinderen werden gevangen genomen als slaaf.

In het jaren daarna sloegen de Fransen keihard terug. Een nieuw leger werd uitgerukt om de Natchez voorgoed te verslaan. Uiteindelijk werd de Grote Zon met zijn familie en hofhouding gevangen genomen en als slaaf verkocht op de Cariben. De overlevende Natchez sloegen op de vlucht. Velen van hen vonden een onderkomen bij de Cherokee, en vergezelden hen later naar hun ballingsoord in Oklahoma, waar zij nu wonen. Zij koesteren  nog altijd hun Natchez identiteit, die is in de loop der jaren levend gehouden.

Dit betekende ook het einde van de Mississippi-cultuur. Emerald Mound en het later gebouwde centrum Grand Village, de belangrijkste overblijfselen van de Natchez cultuur, zijn tegenwoordig een National Monument, net als vele andere Moundbuilderssites.

??????????????????????????????????

De grote kaart van Indiaans Noord Amerika, met daarop alle cultuurgebieden, stammen en substammen en historische plaatsen (National Geographic, 1972). Klik op kaart voor vergroting en de details

De belangrijkste taal- en cultuurgebieden van Noord Amerika

Uit het voorgaande is duidelijk geworden hoe verschillend de ontwikkelingen waren in twee regio’s van het Noord Amerikaanse continent. Beide cultuurgebieden hebben ook een hele oude geschiedenis. Vanzelfsprekend geldt dat ook voor de rest van Noord Amerika. Daarom wil ik in dit gedeelte het hele continent doornemen en kort ingaan op de verschillende culturen die daar tot ontwikkeling zijn gekomen. De nadruk zal komen te liggen op de volkeren en culturen zoals die door de Europese nieuwkomers werden aangetroffen, dus niet zozeer op de oude geschiedenis, wat ik in het gedeelte hiervoor wel heb gedaan.

Maar eerst nog een andere kwestie. Het oude Amerika was niet alleen cultureel een grote lappendeken, dat was het ook taalkundig. Er bestaan, of bestonden toen de Europeanen arriveerden, zo’n vijfhonderd verschillende volkeren, of stammen (het hangt er een beetje vanaf wat voor eenheden je gebruikt). Bovendien spraken al die volkeren en stammen ook hele verschillende talen. Taalkundig was het oude Amerika net zo divers als Europa (misschien nog wel meer). Om het nog ingewikkelder te maken, de taalkundige grenzen vallen zeker niet samen met de afzonderlijke cultuurgebieden of geografische regio’s. Hierboven is al ter sprake gekomen dat de Apaches en de Navaho’s uit het Zuidwesten van de Verenigde Staten taalkundig verwant zijn met de subarctische nomaden van Alaska en West Canada. Zo zijn er meer voorbeelden. De meest ‘primitieve’, of basale culturen van Noord Amerika, die van het grote bekken tussen de Rocky Mountains en de Sierra Nevada, bestaan vooral uit stammen die taalkundig verwant zijn aan de Azteken in Mexico, de zg. Uto-Azteekse taalfamilie. Omdat in de meeste literatuur de taalfamilies vermeld worden, lijkt het mij nuttig om er hier ook beknopte aandacht aan te besteden.

Hoewel er een heleboel kleine en geïsoleerde taalfamilies bestaan, of dat we tegenwoordig niet meer weten welke taal een bepaald volk sprak, simpelweg omdat die taal verloren is gegaan, zijn er een paar grote taalfamilies te onderscheiden. Zie de kaart hieronder. Ik zal hierna overigens een heleboel namen van volkeren en taalfamilies noemen. Erg veel in een keer, maar een groot aantal van die namen zullen in het komende vertoog regelmatig terugkeren, dus zie het maar als een eerste introductie.

Langs_N_Amer

de taalfamilies van Indiaans Noord Amerika

Een van de grootste taalfamilies van Noord Amerika is die van de Na-Dene (in de wat oudere literatuur meestal aangeduid als ‘Atapaskisch’). Deze taalfamilie staat  verder af van alle andere taalfamilies van zowel Noord als Zuid Amerika. Men gaat er tegenwoordig vanuit dat de Na-Dene bevolking later over de Beringstraat trok dan de zogenaamde Amerindische bevolking, maar wel voordat de Inuit en de Aleuten naar Amerika trokken. Tot de Na-Dene worden alle ‘indianen’ (dus niet de Inuit of Aleut) van Alaska gerekend (de Kutchin, de Han, de Koyukon, deTanaina, enz.) en het grootste deel van het westen van Canada, met uitzondering van het grootste deel van de Canadese westkust (alleen de Tlingit behoren tot de Na Dene).  Verder alle subarctische volkeren van West Canada, zoals de Chippewyan, de Beaver, de Kaska, de Slave, de Yellowknive en de Dogrib. Ook het noordelijkste volk van de plains, de Sarsi, behoort tot de Na-Dene familie. In het westen van de Verenigde Staten komen kleine geïsoleerde groepen voor die tot de Na-Dene worden gerekend. De grootste concentratie vindt men weer in het Zuidwesten van de Verenigde Staten en net over de grens met Mexico. Het gaat hier om de eerder ter sprake gekomen nomadische Apaches en de zeer nauw verwante sedentair levende Navaho.  Nogmaals, de Na-Dene/Atapasken verschillen in  taalkundig opzicht meer van de rest van de Indiaanse bevolking dan de Amerindische taalfamilies onderling.

De meest omvangrijke Amerindische taalfamilie van Noord Amerika is het Algonquin, genoemd naar een nomadische stam ten noorden van het Grote Merengebied. Het Algonquin is de dominante taalfamilie van het oosten van Canada en het Noordoosten van de Verenigde Staten. In het gebied van de VS zijn er drie gebieden waar het Algonquin werd gesproken.  De eerste concentratie is langs de oostkust , van het noorden tot en met de kust van South Virginia en een stukje North Carolina.  Tussen het Algonquingebied van de oostkust en het Algonquin van het Grote Merengebied en Oost en centraal Canada bevindt zich een zone waarin vooral het Iroquois werd gesproken.  Het tweede Algonquingebied omvat eigenlijk het gehele Grote Merengebied en naar het noorden Oost Canada (alle Indiaanse volkeren van het schiereiland Labrador) en loopt een eind door naar de Noordelijke Plains via het leefgebied van de nomadische Cree en Ojibway. Op de noordelijke plains worden de Plains Cree en de Blackfootvolkeren (Piegan, Kalinai, Siksikawa) tot het Algonquin gerekend. Dan is er nog een kleinere zuidelijker ‘enclave’ op de plains (delen van Wyoming, Nebraska, Colorado en Kansas). De uit vele boeken en films bekende gezamenlijk optrekkende Cheyene en Arapaho vormen deze derde groep Algonquin-sprekende volkeren, die weer zijn opgesplitst in een noordelijke en een zuidelijke groep.

Een kleinere taalfamilie uit het oosten (loop St Lawrence River, zuidoostelijk Grote Merengebied, met uitlopers tot over de Apalachee Mountains) is het Iroquois, naar de roemruchte bond van vijf naties de Iroquois (of ‘Irokezen’ in het Nederlands, vergeet niet dat de Nederlanders gedurende hun aanwezigheid in het gebied rond New York, veel met deze bevolkingsgroep te maken heeft gehad). Zelf noemden zij zich overigens Haudenosaunee. De Iroquois taalfamilie omvat natuurlijk de Vijf Naties (Mohawk, Oneida, Onondaga, Cayuga en Seneca), maar ook hun aartsvijanden, de Hurons (Wyandots), de Erie en zuidelijker de Cherokee (het volk van de hedendaagse kunstenaar Jimmie Durham, op dit blog meermalen ter sprake gekomen).

Ten zuiden van de Apalachee Mountains ligt het gebied waar vooral Muskogee-talen worden gesproken, al is ook te zien dat er zich in dat gebied veel witte plekken bevinden. De reden is dat dit ooit zeer dichtbevolkte gebied in een zeer vroeg stadium door de pokken werd getroffen. De epidemieën van deze door de Europeanen geïmporteerde ziekte heeft complete volkeren weggevaagd. Zoals eerder genoemd bleef er van de cultuur van de Moundbuilders vrijwel niets over. We weten ook niet wat voor taal zij gesproken hebben. De Creek confederatie, die ook tot de Moundbuilders worden gerekend spreken in ieder geval het Muskogee (de taal  dus, waar de taalfamilie naar is genoemd). Maar de Natchez bijvoorbeeld, spraken weer een taal die aan bijna geen enkele andere taal verwant lijkt te zijn. Wat de Moundbuilders dus in regel spraken weten we niet. Wel lijkt het Muskogee in die regio de dominante taal geweest te zijn.

In diezelfde regio sprak een minderheid (een paar eilandjes op de kaart) talen die tot de Siouanisch-Catawba taalfamilie behoren, kortweg het ‘Sioux’. Dit is inderdaad de taalfamilie waar ook het roemruchte nomadenvolk van de Centrale Plains toe behoorde. Het Siouanisch Catawba werd verder vooral op de Plains gesproken door ‘de Sioux’ (eigenlijk Dakota, Lakota, of Nakota). Deze ‘Siouxgroep’ was verdeeld over drie subgroepen, die weer uit een aantal losse stammen bestond. In het oosten (Wisconsin, Minesota) leefden de Santees, die zichzelf ‘Dakota’ noemden. De Santees waren verdeeld in de substammen de Mdewakanton, de Sisseton, de Wapeton en de Wahpekute. Tussen de Mississippi en de Missouri leefde  de ‘Centrale Sioux, of ‘Yankton Sioux’ (verdeeld in de Yankton en de Yantonai, zij noemden zichzelf eveneens ‘Dakota’). De meest bekende groep, de westelijke Teton Sioux (eigenlijk Lakota), leefde ten westen van de Missouri, in het gebied rond de Black Hills (samen met de Cheyene), de bovenloop van de Platte en in het land van de Powder River. Dit was het volk dat een paar van de beroemdste Indiaanse leiders heeft voortgebracht, zoals Red Cloud, Crazy Horse en Sitting Bull. De Lakota waren, of zijn verdeeld in zeven subgroepen. Dat zijn de Oglala, de Hunkpapa, de Brulé (Sichangu), de Mininconjou, de Sans Arcs (Itazipcho), de Blackfoot (eigenlijk Sihasapa, niet te verwarren met de Algonquin Blackfoot) en de Two Kettle (Oohenonpa). Zelf hanteerden ze soms andere namen (zie de bovenstaande tussenhaakjes en het tweede onderstaande kaartje van hun cultuurgebied), maar onder deze namen zijn ze het meest bekend geworden. Andere Siouanisch sprekende volkeren op de plains waren de Crow (Apsarokee, de aartsvijanden van de Lakota), de Assiniboin en de sedentair levende Mandan, Hidatsa, Ponca en Omaha. De Arikara, die vaak in dat rijtje wordt genoemd, behoorde weer tot en andere groep, die van de Pawnee (of Caddo-groep).

kaart Dakota Lakota

detailkaart leefgebied van de Sioux (Lakota/Dakota) en hun naburige volkeren. De kleuren geven de verschillende taalfamilies weer. Groen is Siouanisch-Catawba, roze is Algonquin en geel is Pawnee/Caddo. Stammen zijn met hoofdletters weergeven, bijv. TETON, YANKTON, SANTEE, enz. Substammen zijn met kleine letters weergegeven, bijv. Oglala (van de TETON), Mdewakanton (van de SANTEE), maar ook (bij de PAWNEE) Skidi, Chaui, etc. Terzijde, bijna niemand realiseert zich dit nog, maar er zijn heel veel staten en steden in de VS naar indianenvolkeren genoemd. In dit kaartje komen er al twee voor, zie Iowa (staat) en Omaha (stad in Nebraska, ook een van de stranden in Normandië bij D-Day). En natuurlijk ‘Dakota’, waar de staten North en South Dakota naar zijn genoemd.

Sioux familie

De Lakota/Dakota/Nakota, zoals zij zichzelf noemden (inclusief de substammen van de Lakota)

De meest in het oog springende taalfamilie van het westen, het zuidwesten en de zuidelijke plains is de eerder al genoemde (bij de bespreking van de Hohokamcultuur) Uto-Azteekse taal familie. Dit is ook een van de grootste taalgebieden van Noord Amerika, die zich uitstrekt van de noordgrens van de staten Utah en Nevada tot Centraal Mexico (zoals eerder vermeld, maar ook uit de naam is af te leiden, de Azteken horen ook bij deze taalfamilie). Soms worden bepaalde subgroepen als aparte taalfamilies ingedeeld, zoals het Tanoa, dat zowel door een aantal van de Pueblo volkeren wordt gesproken, maar ook door de Kiowa op de zuidelijke plains), of het Soshone (dat zowel door de Soshone van het Grote Bekken werd gesproken, maar ook door de van hen afgesplitste Comanche, een roemrucht krijgersvolk van de zuidelijke plains, in Nederland bekend geworden uit de roman van Arthur Japin ‘De Overgave’). Andere indelingen rekenen ook de tweede Pueblotaal, het Keres, net als het Tanoa, tot de Uto Azteekse taalfamilie. In ieder geval is de derde Pueblotaal, het Zuni, aan geen enkele andere taalfamilie verwant. Verder behoren tot de Uto Azteekse taalfamilie vooral de nomadische jagers en verzamelaars van het centrale woestijngebied, als de Paiutes, maar ook de Utes van de Rocky Mountains (waar deze taalfamilie, maar ook de staat Utah naar is genoemd).

de zuidelijke plains en het zuidwesten van VS

Het zuidwesten van de Verenigde Staten en de zuidelijke plains. De Pueblo volken worden gevormd door de kleine gebiedjes in het midden van de kaart (Tewa, Keres, Zuni, Hopi, etc.). Paars is hier Uto-Azteeks. Daartoe wordt in dit geval ook het Soshone van de Comanche toe gerekend en het Tanoa van de Kiowa (maar ook van sommige Pueblo, zoals het Tewa). Het Keres (geel) is hier weeergegeven als een aparte taal, net als het Zuni (roze). Het blauwe gebied rond de Pueblo-volkeren is allemaal Na-Dene en zijn de Apaches en de Navaho’s. Alleen de Navaho’s worden hier als eenheid genoemd, maar alle andere Na-Dene groepen op dit kaartje zijn substammen van de Apaches, zoals Chiricahua, Mescalero, Tonto, White Mountain, San Carlos, etc. De Pima en de Papago (Uto-Azteeks, linksonder tegen de Mexicaanse grens) zijn de erfgenamen van de eerder besproken Hohokam cultuur. De lichtgele vlek rechts is weer de Caddo-taalfamilie (van oa de Pawnee van de centrale plains). Het lichtgroen, op de linkerkant van de kaart (van de Yavapai, de Havusapai, etc.), vormt het gebied van de Hokan-Coahuilteekse taalfamilie, die verder vooral voorkomt in delen van Californië, op de Baja California en verder naar het zuiden in Mexico.

Californië, vroeger een zeer dichtbevolkt gebied, maar waar nog maar heel weinig van over is, moet een lappendeken geweest zijn van afzonderlijke taalgroepen, die aan geen enkele andere taalfamilie verwant zijn. Ten noorden van Californië springen er twee grotere taalfamilies in het oog. Dat zijn het Salish en het Wakash. Het Salish werd zowel aan de kust van Washington gesproken (de stam van Chief Seattle van de beroemde redevoering, die wij vooral in zwaar verminkte vorm kennen, de Dwamish, of Coast Salish behoorde tot deze groep) als landinwaarts, op het plateau, tot een eind in Canada is dit een dominante taal in die regio. Op het meest noordwestelijke puntje van de VS, een stuk van de Canadese westkust en een deel van Vancouver Island is het Wakash een relatief grote taalfamilie (oa van de enige twee walvisjagende volkeren, de Nootka/ Nu-Chah-Nulth en de Makah en de noordelijker levende de Kwakiutl /Kwakwaka’wakw). De volkeren ten noorden van de Wakash regio, de Noordwestkust (waaraan de tentoonstelling in Leiden in zijn geheel is gewijd), spreken talen die verder nergens anders aan verwant lijken te zijn, zoals de Bella Coola, de Tsimshian en de Haida. Behalve het noordelijkste volk van dit cultuurgebied, de Tlingit, dat tot de Na-Dene behoort.

Tot zover deze taalkundige rondgang langs het Noord Amerikaanse continent. Er zijn een heleboel  namen gevallen, wellicht te veel. Maar veel van die namen zullen terugkeren in het onderstaande verhaal, zowel in de beschrijvingen van de cultuurgebieden, maar ook in de geschiedenis van de veroveringen door de Europese nieuwkomers.

Cutuurgebieden Noord Amerika

de belangrijkste regio’s (cultuurgebieden) van Indiaans Noord Amerika

Dan nu de cultuurgebieden van Indiaans Noord Amerika. Er worden in de literatuur verschillende indelingen gebruikt. De meest gebruikte indeling is te zien op de kaart hierboven. De gebieden worden als volgt verdeeld: het Arctische gebied, het Subarctische gebied, het Noordoosten, het Zuidoosten, de Plains, het Zuidwesten, het Grote Bekken, Californië, het Plateau en de Noordwestkust. Ik ga het hier een klein beetje anders doen en de grotere indeling gebruiken (die ook vaak wordt toegepast). Dat wordt:  Het Noorden (Arctisch en Subarctisch), het Oosten (het Noordoosten en het Zuidoosten), de Plains, het Zuidwesten, het Westen (het Grote Bekken, Californië en het Plateau) en de Noordwestkust. Wat betreft beeldmateriaal, ik wil vooral gebruik maken van de bijzondere foto’s van de Amerikaanse fotograaf Edward S. Curtis (1868-1952). In de eerste decennia van de twintigste eeuw werkte hij aan een ambitieus project; hij wilde alles vastleggen van wat er nog over was van de oorspronkelijke culturen van de bewoners van het Noord Amerikaanse continent. Hij reisde naar zo’n beetje alle belangrijke regio’s om daar de mensen en hun gebruiken te vereeuwigen. Zijn werk is van onschatbare waarde gebleken en bovendien zijn het vaak ook adembenemend mooie foto’s. Zie hier een groot deel van zijn oeuvre op internet, de Curtis Libarary. Ook zal ik materiaal tonen uit de tentoonstelling die nu in de Nieuwe Kerk loopt. Voor beeldmateriaal van culturen die niet meer op die manier door Curtis konden worden vastgelegd (vooral het ooosten van Amerika, dat toen al honderd jaar was gekoloniseerd), zal ik ander beeldmateriaal gebruiken.

actic

de Inuit bevolking van Noord Canada en Alaska

subarctisch (Canada)

de subarctische Na-Dene en Algonquin volkeren van Canada

arctic West

De volkeren van Alaska (Aleut, Inuit en Na-Dene). De Tlingit, de Tsimshian en de Haida vallen buiten het arctische en subarctische cultuurgebied en zal ik bespreken bij het gedeelte over de Noordwestkust

Het Noorden (arctisch en subarctisch)

Het noordelijkste deel van het continent (het grootste deel van Canada en Alaska) was een betrekkelijk dunbevolkt gebied, al leefden ook daar veel uiteenlopende volkeren. Zowel de Inuit en Aleut, als de indiaanse bevolking (te verdelen in de Na-Dene in het westen en de Algonquin in het oosten) waren nomadische jagers. Iedereen kent van de Inuit de befaamde Iglo, maar een groot deel van deze poolvolkeren leefde ook in tenten van Kariboehuiden. Op zee werd er gevist en op zeehonden gejaagd. In het binnenland vooral op kariboes (het Noord Amerikaanse rendier, elanden en klein wild). De toendra-achtige gebieden deelden zij vaak met de noordelijkste indianenvolkeren. Overigens het woord ‘Eskimo’, zoals de Inuit bij ons veelal bekend staan is oorspronkelijk een scheldwoord uit het Algonquin, en betekent ‘rauwvleeseter’, zoals de indianen hen soms minachtend plachten te noemen. Ondanks de door de barre omstandigheden gedicteerde leefstijl, hebben de Inuit  een hele eigen stijl in hun kunst en materiële cultuur ontwikkeld. Beroemd zijn bijvoorbeeld hun spekstenen beelden, waarvan er veel te zien zijn nu in de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk. Het zijn veelal om de verbeeldingen van dieren, met een hele eigen stilering.

Dansende beer

Pauta Saila, Dansende beer, steen, 1973. De Inuit beeldhouwer Pauta Saila (1916-2009) is een van de belangrijkste kunstenaars die deze Inuit-traditie levend heeft gehouden. Nu te zien op de tentoonstelling ‘Indianen; kunst en cultuur tussen Mythe en Realiteit’, De Nieuwe Kerk, Amsterdam

Inuit in Kayak

Edward S. Curtis, Inuit in kayak (Alaska) bron Curtis Library, zie hier

De ten zuiden van de Inuit levende Na-Dene volkeren (de Gwich’in, de Han, de Tanana, de Deg’hitan, de Chipewyan, de Beaver, de Yellowknive etc.) en de noordelijke Algonquins (de Cree volkeren, de Montagnais of de Naskapi, eigenlijk de Innu, en de Noordelijke Ojibwa) waren  ook nomadische jagers, net als hun noordelijke buren. De twee soorten roeiboten, die respectievelijk door de Inuit en de indianen van het subarctische gebied zijn ontwikkeld, zijn tegenwoordig ook bij ons zeer bekend. De Inuit ontwikkelden de kayak en de subarctische indianen de kano. De kayaks van de inuit waren bekleed met dierenhuiden, maar de kano’s waren vaak bekleed van berkenbast, wat in de noordelijkste bosgebieden volop voorhanden is. Het bijzondere aan deze vaartuigen is dat ze zeer licht waren en daarom ook makkelijk mee te nemen waren over land. De Europese nieuwkomers, die van huis uit vooral houten vaartuigen kenden, keken er ook met bewondering naar en namen deze uitvinding snel over. Boombast werd trouwens voor veel meer ingezet, in sommige gebieden werden er ook de tipi’s (tenten) mee bekleed, en er werden ook manden van gemaakt, vaak fijn gedecoreerd.

Curtis A Cree Canoe

Edward S. Curtis, A Cree Canoe- Western Wood Cree, (bron: Curtis Library, zie hier)

Curtis Camp among the Aspen Chipewayan

Edward S. Curtis, Camp among the aspen-Chipewyan, 1926 (bron: Curtis Library, zie hier)

Een andere uitvinding, die nu ook elders wordt gebruikt was de zg sneeuwschoen. Men vlocht van dunne takken een soort tennisracket, dat plat onder de schoen werd gedragen, zoadat het lichaamsgewicht wordt verspreid en men niet wegzakt in de sneeuw. Ook deze praktische uitvinding is tegenwoordig overal in het poolgebied gemeengoed geworden.

Zowel de Inuit als de noordelijke Na-Dene en Algonquin waren (en zijn) ook pelsdierjagers. Er werd en wordt gejaagd op bevers, otters, marterachtigen maar ook groter wild. De bewoners van het subarctische gebied waren ok meesters in het zetten van vallen, nu vaak bij uitstek een instrument van stropers.  Overigens heeft de Europese invasie op dat gebied zeer ontwrichtend gewerkt. Voor de komst van de Europeanen werd er vooral op kleine schaal gejaagd, slechts voor de eigen behoefte. Na de komst van de blanken ontstond er een grote vraag naar bont, waardoor de jacht op pelsdieren veel intensiever werd. Hetzelfde kan worden gezegd over de zeehondenjacht in het arctische gebied. Natuurlijk waren de Inuit en de subarctische indianen van oudsher pelsjagers, maar de grote excessen zijn van na die tijd. Het is interessant om te zien dat zij nu vaak voorop lopen in de beweging om de grootschalige jacht te beperken, wat in een land als Canada, waar de jacht bijna net zo heilig is als het recht op het dragen van wapens in de Verenigde Staten, nog niet zo simpel is.

De confrontatie met de Europeanen is in deze gebieden in regel minder heftig geweest dan op het grondgebied van de Verenigde Staten. De belangrijkste reden is natuurlijk dat de onherbergzame gebieden van Noord en centraal Canada nooit echt onder de voet zijn gelopen. Toch is de oorspronkelijke bevolking veel land afgenomen. Sinds de laatste decennia lopen er vele rechtszaken om stukken grond terug te krijgen, die ook nog vaak gewonnen worden. In de Verenigde Staten zou zoiets uitgesloten zijn. Maar de Natives in Canada hebben zo langzamerhand ook veel meer rechten verworven dan in de VS.

De oorspronkelijke bewoners van de noordelijke gebieden leven ook nog meer in hun eigen grondgebied en hebben soms meer van hun tradities kunnen behouden dan de volkeren van de zuidelijker gebieden van Noord Amerika. Zie bijvoorbeeld deze site, gewijd aan de Innu (de eigenlijke naam van de Algonquin sprekende Naskapi of Montagnais van het schiereiland Labrador) met vele filmpjes, foto’s en getuigenissen over hun leven en hun cultuur.

Ojibwa family gathering 1878 Frederick Varner

Frederick Arthur Verner, Ojibway Family-Gathering, 1878 (bron). Let op de typische met berkenbast beklede tipi’s

 

North East

De volkeren van de Noordoostkust en het Grote Meren Gebied

Het Oosten (het noordoosten, de grote meren en het zuidoosten)

Eigenlijk kun je niet precies zeggen waar de cultuur van de subarctische woudbewoners overgaat in de cultuur van de woudgebieden van het Noordoosten. Taalkundig en etnisch (Algonquin) vloeien beide cultuurgebieden iets ten noorden van de Grote Meren in elkaar over. Wel is een belangrijk kenmerk van de oostelijke culturen dat zij landbouw bedreven en  in sedentaire woningen leefden, in aanzienlijke dorpen of zelfs steden. Maar er zijn ook volkeren die gedeeltelijk sedentair en gedeeltelijk nomadisch leefden. Het belangrijkste voorbeeld zijn de Ojibwa (of Ojibway, in de oudere literatuur vaak bekend als Chippewa, niet te verwarren met de subarctische Chipewyan, die tot de Na-Dene behoren). De Ojibwa leefden aan de noord en de westkant van het grote merengebied en kenden, naast een jagerscultuur die grotendeels overeenkwam met hun noorderburen, ook een semi-agrarisch bestaan. Dat wil zeggen, ieder jaar oogsten ze de ‘wilde rijst’, een wilde graansoort die alleen in het Grote Merengebied voorkomt (Zizania palustris, schijnt overigens geen echte rijstsoort te zijn, al vertoont dit wilde graan wel veel overeenkomsten).  Het leefpatroon van de Ojibwa draaide voor een groot deel rond het onderhouden (maar niet verbouwen) van de velden van deze wilde graansoort.

Iets zuidelijker werd wel echte landbouw bedreven (vooral maisbouw). Dit was ook het gebied van de Hopewell cultuur en de Mississippi-cultuur (al eerder uitgebreid besproken). Ik zal hier vooral ingaan op de indianenvolkeren die door de Europeanen werden aangetroffen en waarmee ook intensieve betrekkingen werden onderhouden (die ook gedocumenteerd zijn). Wel is er tegenwoordig weinig meer over van de culturen van de oorspronkelijke bewoners van het oosten van de Verenigde Staten. De Europeanen kwamen al in een vroeg stadium met hen in contact (al vanaf de tweede helft van de zestiende eeuw) en er zijn talloze en langdurige oorlogen gevoerd. Ook hebben uit Europa geïmporteerde ziektes dit gebied zwaar geteisterd, meer dan welk ander gebied in Noord Amerika. Na tweehonderd jaar afwisselend oorlog voeren, dan weer verdragen sluiten en land opgeven, dan weer een nieuwe oorlog, etc.  zijn de meeste indianen uit dat gebied verdwenen. Een van de belangrijkste redenen is de beruchte Indian Removal Act, van President Andrew Jackson uit 1830. Deze hield in dat alle indianen ten oosten van de Mississippi naar het westen moesten verhuizen, meestal naar het barre Indian Territory (de huidige staat Oklahoma), waar veel van de nazaten van de oorspronkelijke bewoners van het oosten nog steeds leven. Deze etnische zuivering van het oosten van de VS (want dat was het), heeft ervoor gezorgd dat er op nog maar heel weinig plekken de laatste overblijvers iets van hun cultuur in stand konden houden, al is het op sommige plaatsen, tegen de klippen op, toch gebeurd.

Het noordelijke deel werd gedomineerd door twee taalfamilies, de Algonquin en de Iroquois sprekende volkeren, waarvan het gebied van de laatsten een soort  wig vormt tussen de Algonquins van de oostkust en die van het Grote Merengebied. In de zestiende eeuw, net voordat de Europeanen arriveerden besloten vijf Iroquois stammen zich te verenigen in een soort staatkundige unie. De reden zou zijn geweest dat deze vijf stammen erg te lijden hadden onder de dominantie van de Hurons (Wyandots) ten westen van de Saint Lawrence River, eveneens van de Iroquois familie. De vijf stammen zouden de beroemde League of Five Nations worden, de ‘Iroquois’, of de ‘Irokezen’ zoals zij bekend stonden in de kortstondige Nederlandse koloniale tijd in dat gebied (zie over de Nederlandse relaties met de Iroquois o.a. dit artikel). Zelf noemden zij zich Haudenosaune.  

Iroquois longhouse

Reconstructie van een Iroquois longhouse (Wolf Clan Longhouse, Iroquoian Village, Crawford Lake Conservation Area, Milton, Ontario, Canada )

HuronVillageWP

reconstructie ‘Huron Village’, uit de serie 500 Nations (zie de fragmenten in dit blogitem en helemaal aan het eind de complete serie). Dit soort versterkte nederzettingen, soms kleine steden, zoals blijkt uit de getuigenissen van de Europese ontdekkingsreizigers, waren typerend voor de Iroquois en Algonquinvolkeren van het oostelijke Grote Merengebied, de Ohio vallei en de Noordoostkust van de Verenigde Staten. De zg. Longhouses waren typisch voor de Iroquois en verwante volkeren. Deze grote woningen boden onderdak aan een hele clan, bestaande uit meer gezinnen.

De ‘League of the Five Nations’ werd gevormd tussen rond 1450, door twee Founding Fathers. De eerste was Deganawidah (‘The Great Peacemaker’), die overigens een Huron van geboorte zou zijn geweest. De tweede was de Mohawk Hayenwathon, die ook bekend is geworden als Hiawatha- inderdaad het latere indiaantje van Walt Disney is genoemd naar deze Indiaanse staatsman. Met recht staatsman, want hoewel niet heel breed bekend, zou de ‘grondwet’ van de Haudenosaune later van invloed zijn op te vormgeving van de Amerikaanse grondwet. Daarover zo meer.

Deganawidah en Hyawatha creeërden uiteindelijk een hechte unie tussen vijf Iroquois sprekende naties: de Mohawk, de Cayuga, de Seneca, de Oneida en de Onondaga. Deze unie kreeg zoveel macht dat het uiteindelijk een  groot gebeid in het Noordoosten van de VS en een deel van Oost Canada controleerde. Het grondgebied besloeg de hele Saint Lawrence vallei, het oostelijk deel van het Grote Meren Gebied (Lake Ontario, Lake Erie, Lake Huron) en het gebied ten westen van de Apalache Mountains, tot aan het begin van de Ohio vallei. Het was vooral ook een erg strategische positie. Zij beheersten eigenlijk de Noordoostelijke toegang tot het binnenland van het gebied dat nu de VS is. Alle Europese nieuwkomers zouden met de Iroquois te maken krijgen en konden niet om ze heen, of het nu de Fransen, de Nederlanders of de Britten waren. De Iroquois zouden ook een beslissende factor vormen in de Brits-Franse oorlogen op het Amerikaanse continent. Maar de League zou uiteindelijk ten onder gaan in het volgende conflict tussen de blanke nieuwkomers, de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Een deel zou de opstandige kolonie steunen en een deel de Britse troepen. In mijn latere bespreking van de Europese veroveringsoorlogen zal ik hier nog uitgebreid op terugkomen.

iroquoisnations

Het kerngebied van de Vijf Naties van de Iroquois Confederatie (Haudenosaune)

Terug naar het ontstaan van de confederatie. Het was zeker niet zo dat het verdrag tussen de vijf naties een soort westerse grondwet was. Het systeem was vooral georganiseerd langs de verschillende familieclans. Aan het hoofd van elke clan stond een clanmoeder, in regel het oudste vrouwelijke lid (de Iroquois hanteerden een matriarchaal systeem, bij huwelijken  werd bijvoorbeeld werd een man  lid van de clan van zijn echtgenote). De clanmoeders kozen een raad van vijftig mannelijke ‘royaneh’ (tien per stam) die gezamenlijk het hoogste politieke orgaan vormden. Zij benoemden en controleerden de uitvoerende macht. Het saillante aan het systeem was dus dat de mannen alleen passief kiesrecht hadden -zij konden zich verkiesbaar stellen- en de vrouwen alleen actief kiesrecht. Zij alleen konden kiezen en overigens ook een Royaneh weer afzetten als die niet functioneerde. Zo was de scheiding der machten ook over de verschillende seksen verdeeld.

De Britten aan de oostkust, met wie de Iroquois een bevoorrechte en overigens gelijkwaardige relatie hadden, keken met bewondering naar hoe deze bond van stammen zich had georganiseerd en bovendien ook macht kon uitoefenen. Benjamin Franklin schreef in 1751: ‘It would be a very strange thing if Six Nations of ignorant savages should be capable of, forming a scheme for such a union, and be able to execute it in such a manner as that it was subsisted ages, and appears indissoluble; and yet that a like union should be impractible for ten or a dozen English Colonies’ (geciteerd uit Bruce E. Johansen, Forgotten Founders; Benjamin Franklin, the Iroquois , and the rationale for the American Revolution, Massachusetts, 1982, p. 46, hier in zijn  geheel te raadplegen).  

Four Mohawk Kings

Jan Verhelst, ‘Four Mohawk Kings’, olieverf op paneel, 1710. In 1710 bezocht een delegatie van de Royaneh van de Mohawk en nog een paar andere bevriende stammen Groot Brittanië en werden zij onthaald door koningin Anne. De in Engeland werkzame Nederlandse schilder Jan Verhelst vereeuwigde vier van hen, overigens in nogal ‘classicistische poses’ en gedeeltelijk in westerse kledij. Linksboven: Etow Oh Koam (Mohawk),  rechtsboven: Sa Ga Yeath Qua Pieth Tow (Mohawk), linksonder: Ho nee Yeath Taw No row (Mohawk) en rechtsonder: Tee Yee Neen Ho Ga Row (Mohegan)

De concrete invloed van de Iroquois op het Amerikaanse systeem zat hem in het volgende. De Amerikaanse president wordt gekozen door kiesmannen (en dat waren aanvankelijk ook uitsluitend mannen), die benoemd worden op basis van het aantal stemmen per staat voor een partij.  De Confederatie van de Iroquois was een inspiratiebron voor een confederatie van de opstandige koloniën (later staten). De staten vaardigden een kiescollege af, die de uiteindelijke leiding zou kiezen. Het systeem van de getrapte verkiezingen. Dat is wat de Verenigde Staten van Amerika concreet hebben overgenomen van de Iroquois, al hebben zij hun systeem weer ‘gedefeminiseerd’ (vrouwenkiesrecht werd in de VS in 1920 ingevoerd). Daar kwam het ongeveer op neer.  Maar ook verschillende andere zaken (vooral symbolische) zouden aan de Iroquois zijn ontleend.  Daarvoor verwijs ik naar het artikel van Bruce Johansen.

459px-Joseph_Brant_by_William_Berczy_c_1807

Joseph Brant (Thayendanegea), geportretteerd door William Bercy, 1807. Joseph Brant was een van de leiders van de Mohawk, die in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog met de Britten meevocht. Toen de nieuwe republiek de Verenigde Staten van Amerika de oorlog wonnen, week hij met zijn Mohawks uit naar Brits Canada, waar hun nazaten nog altijd leven, gedeeltelijk in een reservaat. Let verder op het kapsel van Brant. De scalplok (hanenkam) werd door veel indianenvolkeren uit de oostelijke helft van Amerika gedragen en kwam ook voor op de plains. De hanenkam, later de look van de punkbeweging in de jaren tachtig, wordt daarom ook de Mohawklook genoemd.

De Iroquois, de Huron en de andere volkeren uit de regio leefden in veelal  gefortificeerde nederzettingen, bestaande uit zg Longhouses, grote gemeenschappelijke woonruimtes (vaak ingericht voor een clan), waarbinnen aparte eenheden waren ingericht. Sommige van de Iroquois nederzettingen waren zeer omvangrijk. Bovendien ook goed versterkte forten. Uit de getuigenissen van de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier, die op zijn expeditie langs de Saint Lawrence River op  de Huron nederzettingen Stadacona (het huidige Quebec, is overigens de Algonquinnaam) en Hochelaga (het huidige Montreal) stuitte, blijkt dat het om behoorlijk omvangrijke en stevige vestingen ging.

 False Face Mask  

False Face Mask. De Iroquois gebruikten dit soort maskers om ziektes te genezen, waarvan zij geloofden dat die door ”het Valse Gezicht’ waren veroorzaakt. Door het dragen van zo’n masker zou het Valse Gezicht een spiegel worden voorgehouden en zo worden uitgedreven.

George Washington Wampum

De George Washington Wampum (Canandaigua Treaty belt, 1794). Bij het sluiten van een belangrijk verdrag werd er een speciaal geweven gordel geschonken als bestendiging, de Wampum, meestal gedecoreerd met gevlochten stekels van een stekelvarken of met kralen. Deze Wampum stond voor het eerste vriendschapsverdrag met de nieuwe macht, de Verenigde Staten van Amerika met de Onondaga (die de kant van de opstandige kolonie kozen) en werd geschonken aan George Washington. Lang heeft het verdrag niet geduurd en de strijd tussen de opstandige kolonie en het gezag in Engeland zou uiteindelijk ook de Iroquois opbreken.

Overigens hebben de Iroquois, in hun lange geschiedenis van opportunistische machtspolitiek, waarin ook de nieuwe koloniale machten een rol speelden, vele andere volkeren onder voet gelopen, uit hun oorspronkelijke leefgebieden verdreven of zelfs uitgeroeid. Zij waren soms berucht om hun wreedheid. De vestigingen van de aan hen nauw verwante Erie werden allemaal vernietigd en de Erie als natie hielden op de bestaan. Ook de Hurons (Wyandots) werden door de Iroquois gedecimeerd.

Algonquian Village Eastcoast 16th century

Eastcoast Algonquian Village, 16e eeuw (bron )

De Noordoostelijke Algonquin en Iroquois sprekende volkeren waren zowel landbouwers als jagers. Langs de oostkust ook vissers. De oostkust was zelfs een dichtbevolkt gebied, waar vele stammen in sedentaire nederzettingen leefden. De bekendsten zijn de Penopscot, de Delaware (eigenlijk Leni Lenape, de staat Delaware herinnert nog aan hun oorspronkelijke leefgebied), de Naraganset, de Massachusett (waar ook de gelijknamige staat naar is genoemd), de Pequot (het volk dat in aanraking kwam met de Pilgrimfathers) en de Powhattan (de Disneyfilm Pocahontas, gaat over dit volk, op de echte geschiedenis van Pocahontas zal ik in het deel over de Europese invasie nog terugkomen).

East

Kaart van de Indiaanse volkeren uit het oosten van het grondgebied van de VS, met bijbehorende taalfamilies. Klik op kaart voor vergrote weergave

Timucua_Indian_village_drawing_by_Le_Moyne_de_Morgues

Nederzetting van de Timicua (iets ten noorden van Florida), getekend door Le Moyne de Morge, 1562. Uit de verslagen van de expeditie van de Soto van slechts twintig jaar daarvoor (van Garcilaco de la Vega) weten wij dat de Timucua oorspronkelijk tot de Moundbuilders behoorden. Die cultuur moet in korte tijd zijn verdwenen, waarschijnlijk raakten de nederzettingen ontvolkt door de pokkenepidemie en zochten de overlevenden elders een veilig heenkomen.

Zuidelijker lag het gebied van de Moundbuilders. Ook de staten Georgia en Alabama behoorden tot het domein van de Mississippi cultuur (hiervoor besproken). De vele door de mens aangelegde heuvels en andere archeologische vindplaatsen zijn de getuigen van hun aanwezigheid. Na de expeditie van de Spanjaarden, onder leiding van de Soto uit de zestiende eeuw, lijkt deze cultuur te zijn verdwenen (waarschijnlijke hoofdoorzaak: de pokkenepidemie die het gebied heeft geteisterd). De inheemse bevolking die werd aangetroffen door de Europeanen die later arriveerden,  stamde waarschijnlijk wel af van de vroegere Moundbuilders. Ten zuiden van de Appalaches was de Muskogee-taalfamilie dominant (genoemd naar de confederatie van de Creek, die zichzelf Muskogee noemden). Het is zeer waarschijnlijk dat de Creek de nazaten zijn van de heuvelbouwers uit dat gebied. Zeker weten doen we dat niet.

Cherokee Village (500 Nations)

Cherokee Village (reconstructie, bron 500 Nations, zie ook http://www.nativevillage.org/index.htm )

South East

de volkeren van het Zuidoostelijke cultuurgebied

De Muskogee sprekende Creek,  Choctaw en Chickasaw en de Iroquois sprekende Cherokee waren maïsboeren. Te midden van hun akkers lagen hun vaak versterkte dorpen van ronde huizen, met in het midden een groot longhouse, van hetzelfde type als dat van de Iroquois. Dat was in regel een gemeenschappelijk soort dorpshuis, waar openbare bijeenkomsten werden gehouden.

Toen de eerste Britse en later Amerikaanse kolonisten zich in dat gebied begonnen te vestigen kozen deze volkeren voor een pragmatische houding. Ze plooiden zich gedeeltelijk naar de nieuwe situatie en  begonnen zelfs met het gedeeltelijk overnemen van de cultuur van de nieuwkomers. Nu waren het al sedentaire boeren, maar ze bleken ook bijzonder flexibel om zich veel vooral praktische zaken snel eigen te maken.

Sequoyah

Sequoya (1767-1843), de bedenker van het Cherokee-alfabet

Het bekendste voorbeeld is het schrift van de Cherokee, dat dus na de komst van de Europeanen werd ontwikkeld. De uitvinder van dit schrift was Sequoya (1767-1843). Sequoyah was gefascineerd geraakt door de gewoonte van de blanken om hun woorden in tekens vast te leggen op papier. Hij kwam op het idee om een zelfde soort systeem te ontwikkelen voor de taal van de Cherokee. Dit resulteerde in het Cherokee alfabet, een volledig fonetisch schrift, dat vrijwel  meteen geaccepteerd en gestandaardiseerd werd en tot op heden door de Cherokee Nation wordt toegepast. Er zijn trouwens verhalen/theorieën (ik kan zelf niet beoordelen hoe serieus ik die moet nemen), dat Sequoya alleen maar een vernieuwer zou zijn geweest van een oudere schrifttraditie. De Cherokee zouden een veel ouder schrift hebben gehad, dat in de loop der tijd zou zijn verloren gegaan. Dit schrift zou alleen toegankelijk zijn geweest voor ingewijden die zich zouden hebben verenigd in een geheime priesterorde, de Ani Kutani. Ruim voor de komst van de Europeanen zou dit schrift in kleine kring in gebruik geweest zijn. Sequoya zou dus niets anders hebben gedaan dat dit schrift toegankelijk te maken voor niet ingewijden.

Zelf heb ik de neiging om sceptisch te zijn. Wie op internet zoekt kan hier redelijk wat over vinden, maar het doet mij erg veel denken aan het verhaal van de Walam Olum. De Walam Olum zou een oeroud geschrift zijn, dat zou zijn overgeleverd door de Lenni Lenape, meer bekend onder de naam Delaware. Dit heilige boek, opgesteld in een soort pictogrammenschrift vertelt een fantastisch verhaal, dat zelfs teruggaat tot de oversteek van de Beringstraat. Alleen, de Walam Olum is echt een vervalsing, van de hand van haar ‘ontdekker’ Constantine Rafinesque (1783-1840), hoe vaak er ook nu nog steeds claims komen dat dit geschrift toch authentiek zou zijn. Het verhaal van de Ani Kutani doet me er een beetje aan denken, maar ik weet er te weinig van om hier echt iets zinnigs over te zeggen.

Cherokee alfabet

het Cherokee-alfabet van  Sequoya

The Lord's Prayer uit de Cherokee bijbel

‘The Lords Prayer”, Cherokee Bible, gedrukt in 1828

Maar hoe dan ook, het schrift van Sequoya was een groot succes. Cynisch genoeg ook bij zendelingen, die natuurlijk meteen een vertaling van de Bijbel lieten maken, om op die manier het zieltjes winnen te vereenvoudigen. De Amerikaanse kolonisten beschouwden de Cherokee als een ‘beschaafd volk’. Datzelfde predicaat kregen ook de Choctaw, de Chickasaw, de Creek en een van de Creek afgesplitste groep, de Seminole opgeplakt. Zij werden de Five Civilized Nations, vanwege hun plooibaarheid en hun adaptie van de uit Europa geïmporteerde cultuur. Waarlijk geïntegreerde indianen, zou men ze nu misschien noemen.

Dat integratie niet altijd lonend is, zou blijken uit de gebeurtenissen vanaf 1830. Daarvoor waren er overigens al zeker conflicten. Begin negentiende eeuw was er een serie oorlogen tussen de nieuwe republiek en de Creek Federatie,  zoals de Creek War van 1813-1814, waarbij vooral een generaal, Andrew Jackson, uitblonk door zijn wreedheid.  In 1829 werd Jackson verkozen tot zevende president van de Verenigde Staten. Jackson wordt tegenwoordig gezien als een van de grote presidenten, die vooral de nog jonge democratie zou hebben veiliggesteld (hij schijnt verder ook nogal een populist geweest zijn). Maar Jackson was ook een fervent voorstander van de slavernij en hij zou de geschiedenis ingaan als misschien wel de meest wrede president naar de Amerikaanse indianen.

In 1830 kwam Jackson met zijn beruchte ‘Indian Removal Act’. Deze hield in dat alle oorspronkelijke bewoners van Amerika, die ten oosten van de Mississippi leefden verbannen zouden worden naar een land over de Mississippi, Indian Territory, nu het gebied van de staat Oklahoma. Deze massa-deportatie of etnische zuivering van het oosten van de VS is nooit helemaal volledig uitgevoerd, maar  verschillende volkeren hebben zeer onder Jacksons politiek geleden. Vooral de ‘Geciviliseerde Naties’ die gesommeerd werden te vertrekken naar een dor gebied, voor sommigen  meer dan duizend kilometer naar het westen.

De Cherokee, Creek, Choctaw en Chickasaw gaven gehoor aan dit dwangbevel en vertrokken naar dit ongastvrije oord, dat in de decennia zou uitgroeien tot een van de meest surrealistische enclaves in de Verenigde Staten (later onderworpen volkeren, zoals de Modocs uit Californië, de Cheyenes, Arapaho’s en Kiowa’s van de Plains, of de Nez Percé’s van de noordelijke Rocky Mountains kwamen uiteindelijk allemaal hier terecht). In de traditie van de Cherokee en de andere volkeren van het zuidoostelijke cultuurgebied staat deze deportatie bekend als ‘The Trail of Tears’, die ten koste ging van vele mensenlevens.

Seminole Village 1938 Fort Myers

Seminole Village, Fort Myers, Florida, 1938 (bron: http://www.historicalflorida.com/pages/collections/other_counties.html )

Dat verzet bieden lonend kan zijn bewezen de Seminoles. Zij besloten geen gehoor te  geven aan het dwangbevel van Jackson en begonnen, onder leiding van hun Chief Osceola, een verbeten guerrilla-oorlog vanuit de Everglades in Florida. Osceola werd uiteindelijk gevangen genomen en stierf in de gevangenis van  Fort Marion. Maar de Seminoles van zijn groep kregen een reservaat in Florida, waar zij nog steeds wonen en, met alle moeilijkheden die erbij kwamen en komen kijken, toch iets van hun eigen tradities en cultuur hebben kunnen bewaren.

…………………………………….ga voor vervolg naar deel 2………………………..

Bekijk hier alvast de hele PBS serie ‘500 Nations’ (6 uur en 14 min):

Tagged with: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,