Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Van Eurabië tot de Ondergang van het Avondland Deel 1

Over Oud en Nieuw extreemrechts, Europa, Amerika, Rusland, het Midden-Oosten, rechtspopulisme en islamisme, Avondland- en Eindtijdromantiek en of het al dan niet met fascisme te maken heeft

Onlangs (eind februari 2018) bracht Geert Wilders een bezoek aan Rusland, met het doel om de banden aan te halen en een tegenwicht te bieden aan ‘de anti-Rusland-stemming’, die er in Nederland zou heersen na de MH17 crash van 2014. De reacties op dit bezoek varieerden van instemmend op GeenStijl, tot afkeurend door de nabestaanden van de MH17 ramp. Beiden overigens weinig verrassend.

Geert Wilders is niet de enige rechtspopulistische leider die warme betrekkingen onderhoudt met Putins Rusland. Marine Le Pen ging Wilders voor en ook Filip Dewinter laat zich voorstaan op zijn goede relatie met Putin. Hij bezocht zelfs de Russische troepen in Syrië, in Aleppo (zie hier zijn verslag). Overigens niet de eerste keer. Dewinter bracht al aan het begin van de opstand een vriendschapsbezoek aan Assad. Hij mocht het zelfs komen vertellen in Pauw (uitzending 7 april 2015, zie hier). Net als de Amerikaan David Duke, de vroegere Grand Wizzard van de Ku Klux Klan, een groot bewonderaar van Assad, zie hier en ook op zijn eigen site, waar hij het over het ‘Joodse IS’ heeft dat door Assad wordt verslagen. Zoiets kun je natuurlijk van de KKK verwachten, alleen lijkt deze beweging zich weer flink te roeren, nu Trump president is geworden. Trump laat zich gelaten en onweersproken door hen bewonderen (zie hier). En hoe zit het met die andere rechtextremistische Trump-bewonderaar Richard Spencer (berucht van zijn toch wel erg infantiele Hail Trump speech, met verwijzing naar de “Lügenpresse”)? Ook een operettefiguur, net als de voorman van de KKK, maar wel met connecties in invloedrijke Russische kringen. Zo haalde hij de Rus Alexander Dugin naar de VS , ogenschijnlijk een obscure en megalomane rechtsextremist met visioenen over een Groot Euraziatisch wereldrijk (zie oa hier), maar toch een belangrijk ideoloog van Putins partij. Zie dit gesprek met Dugin in Eenvandaag, uitgezonden op 11-3-2017  en hier een zeer uitgebreid interview in de nieuwe serie Onbehagen, van Bas Heijne (2018, HUMAN, volledige interview op de site, 89 minuten).

Zeer onlangs (7 april 2018)  bezocht  Dugin Amsterdam, waar hij in de Westerkerk een onderonsje had met oa Thierry Baudet (zie  hier) en journalist (?, of is het meer activist?) Wierd Duk (zie hier). De Wierd Duk, bekend van AD en Telegraaf en van diverse talkshowoptredens, waarin hij eurosceptische en anti-migratie standpunten combineert met een grote bewondering voor Putins Rusland, een combinatie die de laatste tijd vaker voorkomt. Google maar de combinatie “Duk” en “‘politieke aardverschuiving”. Of “Duk” en “MH17”. Hij kwam ook met de opmerkelijke stelling: “Rusland is geen dictatuur, want als je je niet met de politiek bemoeit heb daar een prima leven”. Een uitspraak waar nogal wat rumoer over ontstond (beluister hier Duk in discussie met Hubert Smeets).

Wat beweegt deze voorlieden van de “Patriottische Revolutie” (in de woorden van de inmiddels nogal omstreden, zo niet afgegleden journalist Joost Niemöller– aan hem, een nog iets ruigere versie van Wierd Duk, zal later nog uitgebreid aandacht worden besteed- google hem zeker in combinatie met “MH17”) om toenadering tot Rusland te zoeken? En waarom zoekt Rusland het gezelschap van uitgerekend deze lieden, die in eigen land meestal nogal omstreden zijn? En, over met lijntjes met Rusland gesproken, wat is de betekenis van dat er in Amerika, waar deze stroming betrekkelijk marginaal leek te zijn, er nu een president is gekozen, die zeker als rechtspopulistisch kan worden omschreven, maar waar uit zijn entourage ook nog verschillende lijntjes lopen naar de duistere ‘Alt-Right beweging’?

Allereerst wil met dit drieluik vooral het veld verkennen van wat je zou kunnen omschrijven als hedendaags extreemrechts, rechtspopulisme, of, zo je wilt, ‘de Patriottische Revolutie’. Het wordt geen uitputtende inventaris, ik wil hier een paar zaken langslopen en uitlichten, die mijns inziens sterk met elkaar in verband staan, in elkaar overlopen, soms tegenover elkaar lijken te staan maar aan elkaar hun bestaansrecht ontlenen. Het wordt een geen lineair betoog, maar een grillige wandeling. Hopelijk zal er aan het eind toch het een en ander duidelijk worden en kunnen er mogelijk enkele conclusies getrokken worden.

Aan de orde zal komen: de Eurabië-theorie van Bat Ye’or (waarop Wilders zich vaak beroept); het verhaal van de Groot Mufti van Jeruzalem en zijn collaboratie met Nazi-Duitsland, waarop veel pro-Israëlactivisten en anti-islamideologen zich baseren als ‘de islam’ fascistisch wordt genoemd en zelfs om deze ‘Palestijn’ en ‘moslim’ de schuld voor de Holocaust in de schoenen te schuiven; op welke  manier is het Europese fascisme daadwerkelijk van invloed is geweest in het Midden Oosten; de bronnen van het moslimfundamentalisme en van IS (en of IS wel tot het moslimfundamentalisme gerekend kan worden), het moderne apocalyptische gedachtegoed van IS in vergelijking met andere apocalyptische ideeën, die niet islamitisch van oorsprong zijn en ook weer een bloei doormaken; een andere opleving van het ondergangsdenken, maar dan de herwaardering voor Oswald Spenglers Ondergang van het Avondland binnen de conservatieve en rechtspopulistische beweging in Europa en ook Nederland. Ook de ontwikkelingen in Amerika, en dan vooral de Altright beweging zullen aan de orde komen, net als het manifest van de Noorse terrorist Anders Breivik.  En tenslotte dat het denken in ‘rasverschillen’, maar ook sekseverschillen in bepaalde kringen weer helemaal terug is.

In het onderstaande zullen deze thema’s passeren en een aantal lijntjes worden langslopen. Er zal bekeken worden of er dwarsverbanden te leggen zijn. Of juist niet. Differentiëren waar dat nodig is.

Om met misschien het heetste hangijzer te beginnen: Geert Wilders zelf heeft zich er altijd tegen verzet om tot ‘traditioneel extreemrechts’, of beter fascistisch geïnspireerd extreemrechts gerekend te worden. In de ogen van Wilders (en Martin Bosma) is Links eerder fascistisch (‘Nationaal Socialistisch’ zie je wel!), of de Islam (‘Verbied de Koran, het islamitische Mein Kampf ‘). Al werken zij tegenwoordig wel samen met partners in Europa bij wie dat soms een tikkeltje genuanceerder ligt (van de Italiaanse neofascisten, tot Front National en Vlaams Belang/voorheen Vlaams Blok).

Wat mij betreft is het verzet van Wilders en geestverwanten tegen het predicaat ‘fascisme’ maar ten dele terecht. Overigens hoor je nooit een van de aanhangers of de ‘antidemoniseerders’ het belangrijkste (en meest principiële) verschil tussen rechtspopulisten als Wilders, maar ook Fortuyn, met het twintigste-eeuwse fascisme, zoals dat van Hitler, Mussert, Mussolini of Franco uitleggen, behalve dat het heel erg is en absoluut verwerpelijk om Fortuyn, of Wilders, met een fascist als bijvoorbeeld Mussert te vergelijken. Om hen ter wilde te zijn- ik help graag een beetje- hieronder het meest belangrijke kenmerk van het fascisme, zoals het zich in de afgelopen honderd jaar heeft gemanifesteerd (echt nog nooit gehoord van iemand die verontwaardigd was over hoe Fortuyn of Wilders al dan niet gedemoniseerd werd):

Het historische fascisme (van bijvoorbeeld Mussert, maar ook Mussolini, Hitler, Franco) streefde naar afschaffing van de parlementaire democratie. Dus geen verkiezingen meer, maar een Leider, die intuïtief de Volkswil zou belichamen. En verder geen rechtsstaat meer, geen persvrijheid en al helemaal geen vrijheid van meningsuiting. Naast het bijbehorende nationalisme en eventueel racisme, of antisemitisme (bij sommige vormen van het fascisme, dus lang niet bij alle), is het voornaamste kenmerk dat de fascistische staat altijd hiërarchisch, dictatoriaal en dus niet democratisch was/is.

Zie hier. Het lijkt me duidelijk dat de rechtspopulist Wilders geen regelrechte fascist is in de traditionele zin (idem Fortuyn), Ook het bijbehorende militarisme, de vestiging van een totalitaire politiestaat en de verheerlijking van geweld zijn niet echt uitgesproken kenmerken van beide rechtspopulistische politici. Orban in Hongarije is in de Europese context misschien het enige echte grensgeval. Misschien ook een paar van de post-communistische dictators van voormalige Sovjet Republieken, die het staatssocialisme hebben ingeruild voor nationalisme. En wellicht het regime van bijvoorbeeld Bashar al-Assad (daar loopt zelfs een direct lijntje naar het historische fascisme, kom ik later op terug) Maar verder is dit wel een heel wezenlijk verschil met het 20e eeuwse fascisme. Dat niet overigens niet persé antisemitisch of zelfs racistisch was, dat was vooral de Duitse variant, het Nazisme. Het historische fascisme is overigens wel altijd radicaalnationalistisch en uitsluitend voor de ‘eigen groep’. Zoals ‘onze eigen’ NSB, in de jaren dertig, voordat (aanvankelijk meer door Rost van Tonningen dan door Mussert) de invloed van het Duitse Nationaal Socialisme sterker werd ten koste van de oorspronkelijke koers, die zich meer op het fascisme van Mussolini richtte. De NSB is wel altijd (en vooral) een partij geweest die weliswaar de parlementaire democratie wilde gebruiken om aan de macht te komen, maar deze meteen wilde afschaffen en vervangen door een autoritaire staat, met een Leider (lees: ‘Führer’, ‘Duce’) aan het hoofd.

Het is wel aardig dat ik dit niet onbelangrijke detail (dus het afschaffen van de democratie en de vestiging van een totalitaire staat) nog nooit heb mogen vernemen van aanhangers die diep gekrenkt waren als Wilders of Fortuyn door tegenstanders in de fascistische hoek werden geplaatst. Want het bovenstaande, het ‘Leidend Beginsel’, in het jargon van de NSB, is wel een wezenlijk kenmerk van het fascisme en zeker niet van toepassing op Wilders of Fortuyn, hoezeer hun beider partijen georganiseerd waren of zijn, rond de voorman/leider. Inclusief het gegeven dat het woord van de voorman in feite het politieke programma is. Maar dat is eerder ingegeven door populisme dan fascisme (het fascisme is dan ook zeker populistisch, maar niet al het populisme is fascistisch of fascistoïde). De vervanging van de democratie door een autoritair stelsel met een absoluut leider is toch wel voorbehouden aan het fascisme en kan moeilijk de recente Nederlandse rechtspopulisten worden verweten.

Ondanks dit principiële verschil met het historische fascisme, wil dit nog niet zeggen dat Wilders en de PVV geen plaats innemen binnen de hedendaagse extreemrechtse constellatie. Dat is wel degelijk het geval. Alleen is radicaal rechtse discours rond de millenniumwissel sterk verschoven. Om een belangrijk voorbeeld te noemen. Voorheen werd extreemrechts geassocieerd met antisemitisme, uiteraard vanwege het dwepen met het Derde Rijk en het ontkennen van de Holocaust. Holocaust negationisme en neo-nazisme/neofascisme gingen en gaan in regel hand in hand. Als we ons op de Nederlandse context richten dan zien wij dat Fortuyn het breekpunt is geweest tussen oud en nieuw extreemrechts. De partij van Janmaat kwam nog voort uit de echt neonazistische Nederlandse Volks Unie van Joop Glimmerveen en Janmaat heeft (sporadisch) nog contacten onderhouden met de Weduwe Rost van Tonningen.

Dat was bij Fortuyn heel anders. Fortuyn moest niets hebben van antisemitisme, was uitgesproken voor homorechten (Filip Dewinter heeft nog een keer verklaard dat hij dat van Fortuyn ‘betreurde’, letterlijk: “Kijk, Fortuyn was natuurlijk een verschrikkelijke nicht-dat vinden wij hier wat minder- maar sommige van zijn ideeën…”, zoiets was het in mijn herinnering, niet meer terug te vinden in een uitzending van EenVandaag) en heeft zichzelf altijd verre gehouden van bestaande extreemrechtse clubs. Bij sommige van zijn navolgers in de LPF lag dat weleens anders, zoals de warme contacten tussen Hilbrand Nawijn en Filip Dewinter, maar dat staat uiteraard los van Fortuyn zelf, die daar heel duidelijk over was. Fortuyn moest niets hebben van bijvoorbeeld Le Pen, maar wel weer van Berlusconi- ik denk dat hij (in sommige opzichten) meer in die hoek te plaatsen was.

Verdonk is achteraf misschien een soort tussenstation geweest (tussen Fortuyn en Wilders dan), hoewel zij qua ideeën eigenlijk niets voorstelde, itt haar tegenspeelster Ayaan Hirsi Ali,  die zich later nestelde in de neoconservatieve circuits die een tijd lang Wilders zouden steunen, al is zij daar weer vanaf gestapt, maar de ideologische loopbaan van Hirsi Ali kent nu eenmaal een grillig verloop.

Wilders en recenter zeker ook Baudet met zijn Forum voor Democratie manifesteren zich veel nadrukkelijker in het extreemrechtse circuit dan hun rechtspopulistische voorgangers vanaf Fortuyn, zoals hierna uitgebreid aan de orde zal komen.

Eurabië

Gedurende ongeveer de afgelopen vijftien jaar zijn er twee samenzweringstheorieën die telkens opduiken in het narratief van het nieuwe (post 9/11) rechtse anti-islam activisme, of het nu hier bij Geert Wilders is, of in de VS bij Pamela Geller, bij de in 2013 overleden emeritus hoogleraar Arabisch en islamkunde Hans Jansen, andere soms meer academische dan wel activistische auteurs als Andrew Bostom, Lars Hedegaard, Robert Spencer, Ibn Warraq, Daniel Pipes, Douglas Murray, of (in Nederland) ghostwriters Barry Oostheim en E.J. Bron, tot en  met de Noorse blogger Fjordman en in het manifest van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik.

Het gaat hier om: 1. het begrip Eurabië (het Europese continent zou steeds meer geïnfiltreerd zijn door Arabische en islamitische krachten en hun welwillende handlangers) en 2.  De historische figuur Hajj Amin al-Hussayni, de vroegere Groot Mufti van Jeruzalem die zo’n invloed op Hitler zou hebben gehad dat hij de ware initiator van de Europese Holocaust was.

Beide verhalen duiken nog altijd zeer regelmatig op, al is de Eurabië theorie in PVV kring wat naar de achtergrond geraakt, sinds Wilders minder gesteund lijkt te worden uit Amerika en zich meer is gaan richten op ‘traditioneel extreemrechts’ in Europa (sinds hij de samenwerking heeft gezocht met Le Pen, de Winter en andere vertegenwoordigers van ‘oud-extreemrechts’). Er lijkt zelfs sprake van een koersverlegging. Tot voor kort zetten Wilders en de PVV zich juist af tegen Neonazi’s, waren zij fel pro-Israël- eigenlijk de koers van anti-islamitisch activistisch rechts in de VS en de rechterkant van het Israëlische politieke spectrum- maar tegenwoordig worden er zelfs zaken gedaan met partijen die een lange geschiedenis hebben op het gebied van Holocaust-negationisme. Alhoewel, tegenwoordig heeft zelfs de premier van Israël Bibi Netanyahu daar minder problemen mee- met zijn omhelzing van de theorie van de Groot Mufti sluit hij zich in feite aan bij Holocaustontkenners als David Irving (op dit blog in een ander verband uitgebreid besproken, zie hier), die ook de theorie van de Goot Mufti erbij heeft gehaald om de Nazi’s een alibi te verschaffen.

Maar eerst Eurabië, de samenzweringstheorie van de anti-islam activsite en schrijfster Bat Ye’or. Hans Jansen was zo’n beetje haar belangrijkste ambassadeur in Nederland en heeft ook Geert Wilders bij haar geïntroduceerd (een eerdere poging van Jansen om haar aan Ayaan Hirsi Ali te koppelen mislukte jammerlijk- beide dames vlogen elkaar meteen in de haren, zoals we zouden kunnen opmaken uit Jansens verslag, zie hier ). Wilders verwijst veel naar de Eurabië-theorie, bijvoorbeeld ook in zijn verklaring die hij tijdens zijn proces hield (zie hier).

Wie is de bedenker van de Eurabië-theorie? Bat Ye’or (in het Hebreeuws ‘Dochter van de Nijl’) is het pseudoniem van Giselle Littman-Orebi, een in 1933, in Egypte geboren schrijfster en activiste van Joodse afkomst. In 1955 ontvluchtte zij, vanwege de oorlog met Israël, zoals zoveel Egyptische joden haar geboorteland en kwam terecht in Engeland. In 1960 verhuisde zij naar Zwitserland. Met haar man, voormalig VN medewerker en later vooral pro-Israël/anti-islam activist David Littman (overleden 2012), vestigde zij zich in Lausanne, waar zij nog altijd woont en werkt.

Bat Ye’or werd bekend van het begrip ‘Dhimmitude’, een thema waaraan zij twee boeken wijdde, The Dhimmi: Jews & Christians Under Islam (1985) en The Decline of Eastern Christianity: From Jihad to Dhimmitude (1996). Hoewel de term ‘Dhimmitude’ meestal met mevrouw Litmann in verband wordt gebracht, werd deze term ook in 1982 gebezigd door Bashir Gemayel, de Libanese Christelijke Falangistische leider en vroegere president (vermoord in 1982). Naar alle waarschijnlijkheid heeft zij dit begrip aan Gemayel ontleend.

‘Dhimmitude’ is afgeleid van ‘Dhimmi’, een begrip dat in de islam staat voor de ‘andere gelovigen van het Boek’, dus de Joden en de Christenen. Binnen de traditionele islam hebben de Joden en Christenen door de eeuwen heen een soort status aparte gehad. Omdat zij ook een Abrahamitische godsdienst aanhingen werden zij getolereerd/gedoogd, mits zij extra belastingen betaalden. Door de eeuwen heen zijn er grote verschillen geweest, ook per staat, regime. Maar van de Khaliefen tot de sultans, dit is min of meer de status van deze minderheden geweest.

Bat Ye’or betoogt, vaak niet ten onrechte, dat de status van joden en christenen vaak niet zo rooskleurig is geweest. Zij waren vaak chantabel en afhankelijk van de grillen van de islamitische meerderheid en er werd vaak misbruik van die macht gemaakt, tot verschillende gruwelijke georganiseerde pogroms aan toe.

Met ‘Dhimmitude’ bedoelt Bat Ye’or de nederige attitude van joden en christenen naar de eisen van de moslims, vroeger en nu. Zij stelt dat de westerse wereld veel te slap is naar de wereld van de islam, naar de islamitische landen en naar de migrantengemeenschappen in de westerse wereld. In het denken van Bat Ye’or hebben de ‘politiek correcte elites’ en opiniemakers zich al min of meer overgegeven aan de moslims en lijden zij daarmee aan Dhimmi-gedrag, of ‘Dhimmitude’, zoals zij dit ‘ziektebeeld’ (zij ziet ‘Dhimmitude’ als een vorm van decadentie of cultureel verval van het westen) diagnosticeert.

In het denken van Bat Ye’or is Europa verweekt geraakt en weerloos tegen het agressieve imperialisme van de islamitische wereld. Dit imperialisme is klassiek imperialisme, bijv. dmv militaire verovering en onderwerping, maar zou sluipenderwijs gaan, een soort verovering zijn onderop. Doordat er steeds meer migranten uit de islamitische wereld de verschillende Europese landen bevolken, zouden zij langzaam maar zeker de westerse cultuur ondermijnen en die zelfs vervangen door de cultuur van hun landen van herkomst. Zij zouden hierbij dankbaar worden geholpen door politiek correcte fellow-travellers. Eigenlijk zijn in haar optiek Israël (dat de permanente islamitische terreurdreiging het hoofd moet bieden) en een neoconservatief Amerika (dat nog niet is aangetast door het decadente cultuurrelativisme) de enige machten die de afgelopen decennia dit proces enigszins hebben kunnen tegenhouden.

Zie hier het denken van Bat Ye’or, zoals ze dat vooral uiteen heeft gezet in haar bekendste werk Eurabia; the Euro-Arab Axis, uit 2005, in het Nederlands verschenen als Eurabië, de geheime banden tussen Europa en de islamitische wereld (Meulenhoff, 2007), met een voorwoord van Hans Jansen (voorwoord hier te downloaden).

De centrale these van Eurabië komt, zo simpel mogelijk samengevat, op het volgende neer: de Europese Unie zou een serie van geheime vriendschapsverdragen met de Arabische Liga hebben gesloten, geïnitieerd door Charles de Gaulle, bedoeld als tegenwicht naar de Amerikaanse (en Israëlische) invloed. In ruil voor goedkope olie zou Europa zichzelf openstellen als missiegebied voor de islam en onbeperkt migranten toelaten. En Europa zou verder een ‘Israël-kritische’ koers varen.

Ik denk dat er veel bezwaren zijn in te brengen tegen Bat Ye’ors Eurabië. Dat is ten eerste dat het wel heel erg veel knip en plakwerk is. Dat er ergens een vriendschappelijke top wordt gehouden, waarna plechtig wordt verklaard dat er dialoog moet worden aangegaan tussen de landen van beide kanten van de Middellandse Zee wil nog niet zeggen dat zoiets daadwerkelijke politieke betekenis heeft. Er gebeuren wel meer symbolische flauwekul dingen. Onze monarch deelt geregeld een of andere ridderorde uit aan een buitenlands staatshoofd, of ontvangt er een soortgelijk huldeblijk uit de handen van een bevriende collega, of president, ed. Meestal zijn dat niets meer dan symbolische gestes. En zelfs als het meer inhoud heeft, dan nog kun je je afvragen hoe doorslaggevend dat is voor de totale buitenlandse politiek van de verschillende Europese landen.

Alleen, dat wil nog niet zeggen dat deze ‘topontmoetingen’, verdragen, etc. de politieke verhoudingen ingrijpend hebben beïnvloed, vooral ten nadele van Israël. Dat is, ook vanuit Europa, bijna net zo eenzijdig geweest als vanuit de VS. In die zin blaast Bat Ye’or kleine dingen op tot immense proporties, waar zij veel lawaai over maakt (oa, want volgens mij vertelt zij ook veel onzin). Zo’n verhaal kun je natuurlijk optuigen met heel veel voetnoten, maar heeft het ook werkelijke substantie? Zie hier een aspect van de methode Bat Ye’or.

En dan, ten tweede, de conclusies die zij aan dit alles verbindt. Alsof er een systematisch geheim plan bestaat in de Arabische wereld of bij de Organisatie voor Islamitische Landen om op slinkse wijze Europa over te nemen. Er is veel aan de hand in en met de Arabische wereld, maar ondanks alle retoriek uit de tijd van het Pan Arabisme is het nog nooit gelukt om een vuist te maken. Op alle niveaus bestaat er zo’n beetje onenigheid en diepe verdeeldheid. Europa, zowel toen als nu, is daar nog een schijntje bij. Dus een megalomaan project als ‘Eurabië’ lijkt me om die reden al een luchtkasteel. Er is wel veel mis, maar dat nou net weer niet. Niet omdat sommige mensen dat niet zouden willen, maar omdat het onmogelijk is om te realiseren. En het zijn in het algemeen nogal zwakke staten, die nog maar vrij recent tot stand zijn gekomen. Zelfs al is de intentie er (en ik denk niet een dat die breed gedragen zou worden), dan nog lopen de belangen van die landen zo uiteen, dat een Eurabië project niet realistisch is.

Nog een derde punt. Het is natuurlijk zeker zo dat Europa de banden met diverse foute regimes daar in de regio heeft aangehaald ivm olie. Maar, en dat negeert Bat Ye’or, dat geldt misschien in nog veel sterkere mate voor de VS. Plus dat de VS ook nog allerlei strategische belangen hebben en hadden (gedurende de koude Oorlog). Als er nou een mogendheid is geweest die heeft gedeald met radicale of foute moslimextremisten, is het de VS wel, zie het Afghanistan verhaal. Ayman al-Zawahiri werd in Egypte vrijgelaten om daar te gaan vechten. Bovendien, dat is bijna iedereen vergeten (heeft niets met de islamisten te maken, maar wel met Irak), in 1963 steunden de VS oa Saddam Hussein en de toen nog marginale Ba’thpartij in hun coup tegen de pro-Russische generaal Abd al-Karim Qassem. Nu heeft Frankrijk daar ook nog rare dingen gedaan, maar dat is toch iets anders dan de Eurabië-theorie. Maar het idee dat Europa een soort anti-Israëlische politiek zou hebben gevoerd, in het voordeel van de ‘Eurabische elementen’ die daar baat bij zouden hebben gehad, op z’n zachtst gezegd is dat nogal een vertekende (zoniet zwaar vervormde) versie van de geschiedenis.

Andere zaken hebben veel meer de boventoon gevoed, zoals de Koude Oorlog, of de Amerikaanse steun aan Israël. Daartegenover natuurlijk de Russische steun aan het Syrië van de Assads, die voortduurt tot op de dag van vandaag. Die dingen zijn veel belangrijker geweest dan die sinistere Eurabische netwerken, waar Bat Ye’or het over heeft. Dat was mijn derde belangrijkste bezwaar. In serieuze wetenschappelijke kringen wordt Bat Ye’ors Eurabië meestal gezien als brandhout en ik denk terecht.

In de islamkritische, neoconservatieve of rechtspopulistische subcultuur heeft het werk van Bat Ye’or een enorme cultstatus. Het begrip Eurabië heeft in die kringen een hoge vlucht genomen. Het speelt ook een cruciale rol in het manifest van Anders Breivik.

Het idee van een politiek-correcte elite, die andere belangen zou dienen dan die van ‘het volk’ en bereid is om de belangen van het volk op te offeren (de EU!) en om het uit te leveren aan barbaarse krachten uit den vreemde (de moslims!), het is de rode draad in het gedachtegoed van Geert Wilders. Maar ook bij Baudet vinden we precies dit concept terug. En, in ieder geval hetzelfde patroon, maar ingevuld met iets andere begrippen, bij Trump

Lees zeker Eildert Mulder, Eurabië ligt aan de Middellandse Zee (10-9-2011), uit zijn serie uit Trouw, later verschenen in Anders Breivik is niet alleen

Bat Ye’or talks with Pamela Geller

Geert Wilders tijdens zijn proces: Overal in Europa gaan de lichten uit

Ian Buruma, Eurabia, Truth or Paranoia?

Modern Holocaust Revisionisme

En dan het verhaal dat Haj Amin al-Husayni, de Groot Mufti van Jeruzalem (1897-1974), de belangrijkste inspirator/initiator zou zijn geweest voor de Holocaust. Jansen, Bosma en Wilders sluiten zich hiermee aan bij een trend die al wat langer gaande is. Wie verschillende zg Hasbara sites al een tijdje volgt (pro-Israëlische propaganda-sites, die vaak gesteund worden door het Israelische ministerie van ‘Voorlichting/Publieke Diplomatie’, oftewel ‘Hasbara’) moet bekend zijn met dit verhaal.

Het is waar dat Haj Amin al-Husayni, nadat hij was vertrokken uit Palestina, in contact kwam met de Nazi’s, waarmee hij op verschillende manieren samenwerkte. Eerst in Bagdad, gedurende de coup van de pro-Nazistische officieren van de Gouden Vierhoek, olv generaal Rashid Ali. De coup vam de Gouden Vierhoek was overigens een belangrijke inspiratiebron voor de oprichters van de Ba’thpartij Michel Aflaq en Salah al-Din Bittar. Een van de lagere officieren die bij deze coup was betrokken, was een zekere Khairallah Tulfah, die in die tijd sterke Nazi-sympathieën ontwikkelde en een obscuur manifest schreef ‘De drie dingen die God nooit geschapen mocht hebben; Joden, Perzen en vliegen’. Khairallah Tulfah zou zeker vergeten zijn (na zijn gevangenisstraf en oneervolle ontslag uit het leger, werd hij onderwijzer in Tikrit), als hij niet de oom en vooral de voogd zou zijn geweest van de toen jonge Saddam Hussein, op wie hij een beslissende invloed had. Overigens resoneert een echo hiervan nog door in het gedachtegoed van IS, dat misschien veel minder orthodox islamitisch is en veel meer geworteld is in deze vorm van Arabisch nationalisme. Dit zal later aan de orde komen.

De coup van de Gouden Vierhoek in Bagdad mislukte en al-Husayni vluchtte naar Berlijn. Daar maakte Hitler hem tot hoofd van een SS divisie, bestaande uit voornamelijk Bosnische moslims, die gruwelijke oorlogsmisdaden hebben begaan.

Na de oorlog wist de Mufti de Neurenberger processen, waar hij terecht had moeten staan, te ontkomen en vluchtte hij naar het Midden-Oosten. In 1974 overleed hij in Libanon.

Het staat niet ter discussie dat de Mufti een bijzonder kwalijke rol heeft gespeeld, dat hij een oorlogsmisdadiger was, etc. Alleen, itt wat veel pro-Israël en anti-islamactivisten en hun meelopers beweren, de Mufti is niet degene geweest die met het idee van de Holocaust is gekomen. Dat was namelijk Hitler zelf. Hij heeft het idee van gifgas voor Joden al geopperd in Mein Kampf. Bovendien was al ruim voor de Wanseee Konferenz (en de ontmoeting met de Groot Mufti) al een begin gemaakt met de fysieke vernietiging van de Europese Joden. Er bestonden zelfs al gaskamers, zoals in Belzec, en ook Babi Yar had al plaatsgevonden. Hitler had toen al zelf talloze toespraken gehouden waarin hij opriep tot de vernietiging en totale uitroeiing van de joden, ook met gifgas.

Maar net als de inmiddels allang afgeschreven Holocaustontkenners David Irving, Robert Faurisson en Ernst Zündel (in een ander verband eerder op dit blog behandeld), kunnen ook de nieuwe Holocaustrevisionisten met een eigenlijk anti-islamitische agenda moeilijk geloven dat de Nazi’s en niet iemand anders, zoals bijvoorbeeld de eeuwige moslims, verantwoordelijk zijn voor de massale vernietiging van de Europese Joden.  Hitler had dat natuurlijk nooit zelf niet kunnen bedenken; hij moet haast wel zijn ingefluisterd door een niet-Arische en eigenlijk Semitische Arabier… Ook Hitler, die trouwens links was volgens Martin Bosma, is kennelijk slachtoffer van demonisering.

Er is overigens geen serieuze historicus van het Derde Rijk die de Groot Mufti zo’n cruciale rol toedicht. Allan Bullock, Sebastian Haffner, Joachim Fest, Ian Kershaw geen van hen heeft het bij mijn weten zelfs over de Groot Mufti (althans, volgens mij wordt hij zelfs door geen van hen genoemd, maar dat zou ik misschien nog een keer moeten nazoeken). Maar het verhaal van de Groot Mufti (als bedenker van de Holocaust), duikt eigenlijk alleen op in ranzig propaganda-materiaal, of in Nederland bij auteurs/opiniemakers als Carel Brendel en Hans Jansen. Of Martin Bosma. De op dit blog uitgebreid behandelde pro-Israel activiste Ratna Pelle is ook niet zuinig in haar gebruik van het verschijnsel Groot Mufti.

Er zijn ook serieuze auteurs over het Midden-Oosten (zoals Charles Tripp, Robert Fisk of Hanna Batatu) die uitgebreid over de Mufti hebben geschreven. Ook zeer kritisch en zonder zijn collaboratie met Hitler te verdoezelen. Maar geen van hen maakt de Mufti tot de bedenker of inspirator van de Holocaust. De Mufti was zonder twijfel een Nazi-collaborateur, een Nazi-oorlogsmisdadiger, maar geen hoofdrolspeler, laat staan een sleutelfiguur. Zijn invloed is zeker betekenisvol geweest in het Midden Oosten (zoals op de Ba’thpartij en vooral Saddam Hussein), maar niet op het verloop van de Tweede Wereldoorlog in Europa of op de Holocaust.

http://www.volkskrant.nl/buitenland/merkel-tegen-netanyahu-holocaust-is-wel-onze-verantwoordelijkheid~a4168563/

De Partij van de Liefde

“Het nieuwe fascisme draagt een baard”, zei oorlogscorrespondent Arnold Karskens in de talkshow van Pauw, op 22 september 2014., nav de wandaden van Islamitische Staat (zie hier). Heeft hij gelijk en is IS een manifestatie van ‘fascisme’? Wat mij betreft heeft Karskens maar een beetje gelijk, zij het indirect en op een iets andere manier dan hij wellicht zelf bedoelde.

Hoewel het hiervoor besproken verhaal van de Groot Mufti misschien wel het bekendste is (vooral omdat het zo gespind is door de Israël Lobby en door westerse anti-islamactivisten, zo erg dat het gezonken cultuurgoed is geworden, dat het inmiddels zelfs op GeenStijl rondwaart), is dit zeker niet het enige en al helemaal niet de belangrijkste link tussen het Europese fascisme en politieke bewegingen/stromingen in het Midden Oosten. Want hoe zit het met de oorsprong van het regime van Assad? Want juist de Baathpartij (zowel de Syrische van Assad als de Iraakse van Saddam Hussein) kent een min of meer op het fascisme geïnspireerde oorsprong.

De Ba’thpartij werd opgericht door Michel Aflaq, een Christelijke Syriër. Aflaq werd in 1910 in Damascus geboren in een Syrische Grieks Orthodoxe familie. Hij groeide op in de jaren dat Syrië een Frans mandaatgebied was, een resultaat van de opdeling van het Osmaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog, een gegeven dat zijn politieke vorming sterk zou beïnvloeden. In de jaren dertig studeerde hij geschiedenis aan de Sorbonne Universiteit in Parijs.

Aanvankelijk was Aflaq Marxist, maar in de loop van de jaren dertig raakte hij sterk beïnvloed door de Duitse denkers van de romantiek (vooral Gottfried Herder) en in toenemende mate het fascisme van Mussolini in Italië. Terug in Damascus, waar hij docent werd op een Franse eliteschool, begon hij zijn carrière als politiek denker/activist/agitator. Hij werd actief in de revolutionaire ondergrondse van het Arabisch nationalisme. Begin jaren veertig richtte hij samen met de soenniet Salah Eddine al-Bitar en de Shiiet Zaki Arsuzi de Pan Arabische Ba’th Partij op, voluit al-Hizb al Ba’th al-Arabi al-Ishtiraki (حزب البعث العربي الاشتراكي), ‘de Socialistische Partij van de Arabische Herrijzenis’. Ba’th, “herrijzenis” of “wedergeboorte” stond tegenover het Europese Imperialisme. De Ba’thpartij was natuurlijk een reactie op de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, die voor de Arabieren, ondanks dat zij aan de geallieerde zijde hadden meegevochten tegen het Osmaanse Rijk, bijzonder nadelig was uitgevallen. De Arabieren kregen geen onafhankelijk aaneengesloten gebied, onder het gezag van Koning Faisal, maar het gebied werd verdeeld in een Frans en een Brits mandaat (het geheime Sykes-Picot akkoord van 1916, in 1920 geïmplementeerd). Syrië en Libanon gingen naar Frankrijk, Palestina, Trans Jordanië en Irak naar Engeland. Aan de geforceerde en kunstmatige grenzen van deze staten hebben sindsdien een heleboel conflicten ten grondslag gelegen, eigenlijk tot op de dag van vandaag. De recente vorming van Islamitische Staat, dwars door de grenzen van Syrië en Irak werd mede gemotiveerd als een rechtzetting van dit onrechtmatige en opgelegde verdrag.

Het was onder meer deze verdeling van de Arabieren waar Aflaq en de Ba’thpartij tegen ageerde. Er moest een Pan-Arabische Eenheid komen, los van de door de imperialisten opgelegde landgrenzen. De drie zaken waar de Ba’thpartij tegen ageerde waren: Imperialisme, Zionisme (de vorming van een Joodse Staat in Palestina), en ‘de Arabische Reactie’, waarmee de conservatieve monarchieën werden bedoeld, die in de ogen van de Ba’th een belemmering vormden voor de vooruitgang en de Arabische wederopstanding. De slogan van de partij was “Eenheid, Vrijheid, Socialisme”. Eenheid bedoeld als eenheid van alle Arabieren, die een Natie vormden en zich moesten ontdoen van de koloniale grenzen. Vrijheid bedoeld als vrij van imperialistische overheersing en Socialisme als saamhorigheid, sociale rechtvaardigheid en emancipatie (overigens nadrukkelijk niet Marxistisch). Op het eerste gezicht begrijpelijke of gerechtvaardigde eisen, zeker in het licht van die tijd. De Ba’thpartij was trouwens seculier en profileerde zich vooral als een partij voor Arabieren, ongeacht de religieuze afkomst/overtuiging. Het Pan-Arabisme stond, in de oorspronkelijke ideologie althans, centraal (onder respectievelijk Saddam en Assad zouden regionalisme, nationalisme en vooral tribalisme steeds meer de boventoon voeren, maar dat was niet de oorspronkelijke koers van Aflaq)

Maar Aflaqs ideeën bevatten ook andere elementen, die niet direct zijn terug te voeren op een Arabische, Islamitische of regionale traditie, maar die duidelijk geworteld zijn in het Europese politieke denken van de jaren twintig en dertig, vooral het fascisme. In Fi Sabil al Ba’th (“The Path to Resurrection”), uit 1941, het belangrijkste geschrift van de Ba’thpartij, klinkt regelmatig de roep om een sterke leider, die de partij en de samenleving voortdurend bij de les houdt en in een permanente staat van strijd stort:  “The Leader, in times of weakness of the ‘Idea’ and its constriction, is not one to substitute numbers for the ‘Idea’, but to translate. numbers into the ‘Idea’; he is not the ingatherer but the unifier. In other words he is the master of the singular ‘Idea’, from which he separates and casts aside all those who contradict it.”

Aflaqs formulering van nationalisme doet net zo fascistoïde aan: “Nationalism is love before anything else. He who loves doesn’t ask for reasons. And if he were to ask, he would not find them. He who cannot love except for a clear reason, has already had this love wither away in himself and die (…) In this struggle we retain our love for all. When we are cruel to others, we know that our cruelty is in order to bring them back to their true selves, of which they are ignorant. Their potential will, which has not been clarified yet, is with us, even when their swords are drawn against us”.

Nationalisme als onvoorwaardelijke liefde. Een irrationele overgave aan de Natie en haar Leider, in een systeem waarin foltering en andere wreedheden gezien worden als loutering, therapie zelfs en het individu geofferd kan worden voor een hoger ideaal, dat slechts door de Leider kan worden vastgesteld. Fascistischer kan bijna niet. Zie voor meer over de ideologie van Aflaq en hoe deze zich verhield tot de werkelijke politiek van zowel Assad als Saddam Hussein (vooral de laatste), Bloed en Bodem van de Ba’ath, van arabist Leo Kwarten uit de NRC (3-5-2003). Er is trouwens recent een Nederlandse politicus opgestaan die zijn partij, net als Aflaq, ook ‘de Partij van de Liefde’ noemde en in het verlengde daarvan zeker nationalisme (of patriottisme) beschouwt als een vorm van liefde. Ik neem aan dat het op toeval berust, tenminste niet dat er in dit Nederlandse partijtje het Ba’thistische gedachtegoed leeft. Maar opmerkelijk is het wel, Dit partijtje (waarvan enkele lieden zich wel lovend over Assad hebben uitgelaten), komt later nog uitgebreid aan de orde. Terug naar Aflaq en de Ba’thpartij.

Uiteindelijk vonden in zowel Syrië en Irak in 1963 staatsgrepen plaats die in beide landen de partij aan de macht hielpen. In Irak trouwens voor korte duur, omdat het leger ingreep en de Ba’thi’s weer aan de kant zette. In 1968 wist de Iraakse tak van de Ba’thpartij weer aan de macht te komen en ditmaal deze te behouden, tot de val van Saddam Hussein na de Amerikaanse invasie van 2003. Maar hoe dan ook, Aflaqs notie van de “Republiek der Liefde” culmineerde uiteindelijk in het Irak van Saddam Husseun en het Syrië van Hafez al-Assad en zijn zoon Bashar, al is de uiteindelijke invloed van Aflaq groter geweest op het Iraakse dan op het Syrische regime. Met de machtsgreep van Hafez al-Assad in 1970 volgde namelijk een grote zuivering in de Syrische Ba’thpartij, in het jargon van het Assad-regime aangeduid als de ‘correctieve revolutie’. Assad verving de partijleiding door veelal Alevietische clan en streekgenoten. Aflaq werd uit zijn eigen Syrische Ba’thpartij gezet en vertrok, na een lange omzwerving, oa via Frankrijk en Brazilië, uiteindelijk naar Irak, waar hij later door Saddam Hussein op een voetstuk werd geplaatst, tot zijn dood in 1989. Hoewel hij op het eind van zijn leven niets meer dan een symbolisch figuur was geworden, in feite onder huisarrest leefde en voor officiële gelegenheden door Saddam Hoessein op een podium werd gezet, werd hij na zijn dood door het regime geëerd, middels een groot grafmonument en enkele bronzen standbeelden, van hetzelfde soort waarvan er vele honderden van Saddam zijn vervaardigd.

Beide Ba’thistische regimes verwijderden zich elk op hun eigen manier van de oorspronkelijke ideologie. Het belangrijkste was de ambivalente relatie met het Pan-Arabisme, de Arabische eenheid, een van de belangrijkste peilers van het oorspronkelijke Ba’thisme, al bleef het Iraakse Ba’thregime, in woord althans, het idee van de Arabische eenheid het sterkst uitdragen. Maar in de praktijk vielen beide regimes terug op hun tribalistische aanhang, die in Syrië en Irak sterk van elkaar verschilde, waardoor beide regimes zelfs gezworen vijanden van elkaar werden.

Saddams dictatuur kende een mafia-achtige structuur, waarbij zijn stamverwanten de sleutelposities bekleedden. Dat was in zijn geval de tribalistische bevolking van de zg Sunnitische driehoek, van iets ten noorden van Bagdad (bijv. Falujah) tot ongeveer Mosul (waar veel van de latere aanhang van IS afkomstig was). Het regime dat de oude Assad vormgaf had eenzelfde soort tribalistische, of mafia-achtige structuur, alleen werden de sleutelposities bemand door de Alawieten van het platteland van Latakia. Ter verduidelijking, de Alawieten maken deel uit van de Shiietische tak van de islam, het is alleen binnen het Shiïsme een andere richting dan bijvoorbeeld het Twaalver-Shiisme, dat wordt aangehangen door het Mullah bewind in Iran en waartoe de meerderheid van de Shiieten kan worden gerekend, dus de Shiietische populatie van Iran, de zuidelijke helft van Irak en de meeste Shiieten in Libanon. Zie hier ongeveer het schisma tussen de Iraakse en de Syrische Ba’thisten. Hoewel er ideologisch en politiek organisatorisch grote overeenkomsten waren (beiden totalitaire politiestaten, leunend op zowel een combinatie van tribale loyaliteiten, als georganiseerd wantrouwen, door een netwerk van geheime diensten), namen zij binnen het krachtenveld van de Arabische wereld vaak tegengestelde posities in. De Iraakse Ba’th neigde meer naar het Sunnitische kamp, terwijl het Syrische regime meer aansluiting zocht in de Shiietische wereld. Zo sterk zelfs dat in de Irak/Iran oorlog het Syrië van Assad de zijde van Iran koos, als enig Arabisch land. De motieven hiervoor zijn niet zozeer religieus (het seculiere Assad regime verschilde sterk van het revolutionaire islamistische regime van Ayatollah Khomeiny, net zoals Saddams seculiere regime in veel opzichten verschilde van het Wahabitische Saudische koninkrijk), maar wel tribalistisch.   Zie hier ook de verklaring waarom het seculiere regime van Hafez al-Assad (en tegenwoordig dat van zijn zoon Bashar) de belangrijkste steunpilaar was van de shiietische fundamentalistische Hezbollah (al is tegenwoordig Hezbollah misschien wel de belangrijkste steunpilaar van het regime van Assad, dat inmiddels sterk in de verdrukking is gekomen). Eenzelfde soort relatie is het voormalige Iraakse Ba’thbewind aangegaan met verschillende sunnitische terreurbewegingen. In zo’n sterke mate zelfs dat de leiding van IS bijna als een soort ondergrondse voorzetting kan worden gezien van het oude Iraakse regime. Daarover later meer.

De conclusie is dat Arnold Karskens enigszins gelijk had toen hij nav IS stelde “Het nieuwe fascisme draagt een baard”. Zeker geen gelijk in de zin van dat ‘islam’ en ‘fascisme’ aan elkaar verwant zouden zijn (zoals oa Geert Wilders en Martin Bosma ons graag willen doen geloven), maar wel dat de ‘baarden’ van IS (in ieder geval de leiding) een soort voortzetting zijn van een fascistische beweging in het Midden Oosten.

Maar dat geldt misschien nog wel meer voor het Assad-regime, dat door verschillende westerse ‘islam-kritische conservatieven’, ‘verlichtingsfundamentalisten’, of hoe nieuw rechts zich tegenwoordig omschrijft, vaak wordt afgeschilderd als een baken tegen het islamo-fascistische gevaar. Het verband met het oude Europese fascisme is soms zelfs heel direct. Gevluchte Nazi-oorlogsmisdadigers als Walther Rauff ( die later naar Zuid Amerika vertrok en tot zijn dood ook adviseur was van de DINA, de beruchte geheime dienst van de Chileense dicator Augusto Pinochet) en vooral Alois Brunner (de rechterhand van Eichmann), die na 1945 ontkwamen naar het Midden Oosten, vonden hun nieuwe Heimat in het Syrië van Havez al-Assad. Zij speelden zelfs een rol in het opzetten van Assads geheime diensten en het orgsaniseren van het Syrische gevangeniswezen. De werkelijke erfgenamen van het Europese fascisme in het Midden Oosten zijn wellicht eerder bij zowel de Syrische als de Iraakse Ba’thpartij te vinden, dan bij de politieke islam, of de islamisten.

Over de laatsten in het volgende deel meer.

wordt zeer binnenkort vervolgd

Kunst, Satire en de strijd om vrijheid in Syrië

الفن والنضال من أجل الحرية في سوريا

Tentoonstelling en manifestatie Culture in Defiance; continuing traditions of satire, art and the struggle for freedom in Syria

Pins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling. Herengracht 603, www.princeclausfund.org, 4 juni-23 november, 2010

Prince Claus Fund Gallery
4 June to 23 November 2012
10 am – 5 pm, Monday through Friday

Free admission

‘Looking at the drawings you will understand the hopes and fears of the Syrian people under the Ba’ath regime’, according to Syrian cartoonist Ali Ferzat about his work in the exhibition on Syria’s creative dissent at the Prince Claus Fund gallery.

The 2002 Prince Claus Laureate opened ‘Culture in Defiance’ with an emotional speech (look back underneath) about the current situation in his home-country Syria. Which he left in 2011 after he recuperated from being attacked and having his hands broken. His family felt his life was in danger and urged him to flee. Ferzat joined the thousands of other Syrians who could no longer remain in their country due to the violence of the regime.

The exhibition Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria reveals an incredible outburst of creative dissent under this extreme duress. Some like Ferzat, started working during the long years of Hafez Assad; others like Masasit Mati, the group who produces the cyber puppet plays Top Goon: Diaries of a Little Dictator, only last year. The exhibition features a wealth of short films, animations, popular songs, graffiti, art, posters, and wise words from inspirational Syrians.

The exhibition is an initiative of the Prince Claus Fund and curated by Malu Halasa, Aram Tahhan, Leen Zyiad en Donatella Della Ratta.

Culture in defiance
 

http://www.princeclausfund.org/files/docs/2012%20Culture%20in%20Defiance.pdf

Hij is de beroemdste cartoonist in de Arabische wereld: Ali Ferzat. Vroeger was hij bevriend met de Syrische president Assad, die zelfs hard moest lachen om zijn tekeningen. Totdat het regime zijn tanden liet zien: Ferzat werd vorig jaar in elkaar geslagen, zijn vingers werden gebroken.

Het was een ultieme poging van het regime om Ferzat het zwijgen op te leggen. De tekeningen van de cartoonist zijn immers een belangrijk wapen geworden in de strijd tegen de regering van President Assad.

Maar Ferzat herstelt en tekent nog steeds. Op uitnodiging van het Prins Clausfonds is hij in Amsterdam om, Culture in Defiance, een tentoonstelling over Syrische kunst en satire te openen.

Lecture by professor Sadik Al Azm (Syria)

Sadik Al-Azm, one of the Middle East’s most notable contemporary thinkers, will reflect on the effect of the Arab uprisings on civil society.

Sadik Al-Azm is Professor Emeritus of Modern European Philosophy at the University of Damascus and a fellow at the Käte Hamburger Institute at the University of Bonn. His area of specialisation was the philosophy of Immanuel Kant with a more current emphasis upon the Islamic world and its relationship to the west. He has also contributed to the discourse of Orientalism.

One of his most influential books, Al-Naqd al-dati ba’d al-hazimah (Self-Criticism After the Defeat), challenged the shifting blame that followed the defeat of Syria, Jordan and Egypt after the 1967 war and reasoned that Arabs had to embrace democracy, gender equality and science to achieve progress. When it was first published in 1968, the book marked a turning point in Arab discourse about society and politics and spawned other intellectual ventures into Arab self-criticism. However, in 1970, in response to his writings, Al-Azm was tried in Beirut and dismissed from his teaching post at the American University there. Still actively writing, Mr. Al-Azm has already left a legacy of piercing intellectual examination of the social, religious, cultural and political bases of modern Arab society. He has contributed to the Prince Claus Fund as a member of the Awards Committee.

Culture in Defiance
The lecture is part of the exhibition Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria in the Prince Claus Fund Gallery. Free admission, until 23 November.

Sadiq al-Azm (foto Floris Schreve)

Lezing door Sadiq al-Azm (korte samenvatting, gebaseerd op mijn summiere aantekeningen), zie een transcriptie van de lezing hier

The Civil Society debates and the Arab Spring

Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling, Herengracht 603, Amsterdam, vrijdag 7 september 2012

De discussie over de noodzaak tot de vorming van een ‘civil society’ in de Arabische wereld begon in de jaren zeventig. Vooral na de dramatische nederlaag van de oktoberoorlog tegen Israël bleek dat het postkoloniale discours van Pan-Arabisme, Arabisch Socialisme en Arabisch Nationalisme gefaald had. De Arabische wereld kende, na de verschillende revoluties, vooral militaristische en nationalistische regimes, die zichzelf met repressie in het zadel hielden.

Al Azm noemt als belangrijke denkers over de noodzaak om tot secularisering en democratisering te komen Hassan Hanafi (Egypte) en Mohammed Abed al-Jabri (Marokko). Zij hanteerden hiervoor het begrip ‘almaniyya (علمانية ), ‘secularisme’, volgens de meeste vertalingen ‘laicism’, oftewel scheiding van religie en bestuur. De seculiere beweging had in de periode van halverwege de jaren zeventig tot eind jaren negentig het tij sterk tegen. De Arabische wereld werd gedomineerd door een patstelling tussen de autoritaire heersende regimes, ideologisch vaak een mix van socialisme, nationalisme en populisme, maar volgens al Azm al in diskrediet geraakt sinds Nasser, en aan de andere kant de enige oppositiekracht die nog een vuist kon maken; de politieke islam.

De jaren tachtig en negentig waren een periode van verdere stagnatie, waarin het Arabische politieke discours werd gegijzeld door de autoritaire regimes aan de ene kant en de steeds gewelddadiger wordende islamisten aan de andere kant.

In 2000-2001 brak er een korte ‘Syrische lente’ uit, na de dood van dictator Hafiz al-Assad. Het was ook de tijd van Charter 99. Al-Azm stelt dat veel ideeën van Charter 99 van grote invloed zijn op de verschillende Arabische democratiseringsbewegingen van nu.

Overigens kent ook de geschiedenis van de islamitische wereld een soort equivalent van de notie ‘Civil Society’. Het gaat hier om het begrip ‘assabiyya (عصبية) van de beroemde klassieke islamitische filosoof Ibn Khaldun (Tunis, 1332 – Caïro, 1406). In het discours van de huidige revolutionaire beweging steekt dit begrip vaak de kop op. Al-Azm ziet niet veel in de herwaardering de notie van ‘assabiyya. Hij wijst erop dat dit begrip al langer in gebruik was bij de islamistische beweging. ‘Assabyya in de traditionele zin houdt vooral groepssolidariteit in, met de familie, de clan en de eigen religieuze gemeenschap. Volgens al Azm is het zelfs gevaarlijk om deze notie uit het verleden de hedendaagse samenleving op te leggen. Natuurlijk, ‘assabiyya in de traditionele zin werkte vaak als een buffer tussen het individu en de staatsmacht, zoals in het Irak en Iran van de twaalfde eeuw. Zo’n buffer is volgens al-Azm ook nu absoluut noodzakelijk, maar hij ziet meer in de Civil Society, zoals die werd bepleit door Emile Durkheim of Antonio Gramsci .

De Arabische lente lijkt voorlopig een einde te maken aan de heersende families en hun naaste getrouwen. Het ultieme moment was, in de woorden van Sadiq al-Azm ‘the Tahrir-Square Experience’, zoals die in verschillende landen plaatsvond. Syrië heeft dat moment helaas niet gekend, althans tot nu toe. Daarvoor is de repressie van het zittende regime te gewelddadig geweest.

Zie bijvoorbeeld de stad Dera’a, die inmiddels al twintig keer weer op een gewelddadige manier door het regime is ingenomen. Dat dit twintig keer moest gebeuren zegt wel iets over de effectiviteit van de opstandelingen. De tactiek is nu om de spoeling van de troepen van het regime zo dun mogelijk te maken. Al zal het regime niet snel opgeven. Syrië wordt nu geregeerd door een kleptocratische klasse, die alles te verliezen heeft wanneer zij de macht verliest.

Ondanks de gewelddadige escalatie staat al-Azm positief tegenover de revolutie. Ook de Syrische opstand begon als een Tahrir Square experience. Al-Azm haalt de notie van de ‘Carnivalesque Spirit’ aan van Roland Barthes. De tentoonstelling in het Prins Claus Fonds is daar overigens een duidelijk voorbeeld van. De kern van de Syrische revolutie ademt volgens al-Azm nog altijd de sfeer van deze ‘Carnivalesque Spirit’ uit. Deze moet de leidraad van de revolutie blijven. De ‘Tahrir-Square Experience’ zou de basis moeten vormen voor een nieuw vrij Syrië en een vrije democratische Arabische wereld.

Floris Schreve

Amsterdam, september, 2012

Sadiq al-Azm met Christa Meindersma, directeur Prins Claus Fonds (foto Floris Schreve)

Sadiq al-Azm met Eduard Nazarski (rechts), directeur van Amnesty International Nederland (foto Floris Schreve)

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Khalil Younes, Hamza Bakkour

Khali Younes,About a young man called Kashoosh

tekst: ‘Homs, the Mother of all Heroes. The King of the jungle rides a tank.’ (‘Assad’ betekent ‘leeuw)- foto Pascal Zoghbi 

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2668/Buitenland/article/detail/3263291/2012/05/31/Later-zal-iemand-dit-werk-zien-en-zeggen-dat-was-de-Syrische-Revolutie.dhtml

‘Later zal iemand dit werk zien en zeggen: dát was de Syrische Revolutie’

Door: Sacha Kester −31/05/12, 07:00
 

Hoe doe je dat – in opstand komen tegen een dictator? Waar haal je het lef vandaan om te blijven demonstreren, ondanks de sluipschutters op de daken en de tanks die je wijk omsingelen?

  • ‘Self defense is a legitimate right’ van Civil Society

‘Eigenlijk was dat de vraag die telkens weer bij me terug kwam’, vertelt Malu Halasa, curator van een tentoonstelling over cultuur tijdens de Syrische opstand. ‘Het antwoord werd heel scherp gegeven door Jameel, een Syrische poppenkunstenaar die alleen maar met een masker optreedt. Mensen kunnen dit, zegt hij, door te lachen, door schoonheid en door menselijke vastberadenheid – want zolang dat bestaat, kun je alle lelijke dingen op deze wereld aan.’

En lachen, dat doen ze. Lachen om het kwaad en dansen op protestmuziek. Het carnaval van de Syrische revolutie heeft spotprenten en theater, literatuur en film, graffiti en poëzie opgeleverd, die op initiatief van het Prins Claus Fonds door de Jordaans-Filipijnse Mala Halasa en drie andere curatoren bijeen zijn gebracht voor een tentoonstelling die vanaf maandag in Amsterdam te zien is.

Een klein wonder
Het was soms zwaar om hier aan mee te werken. ‘Je werkt samen met mensen die letterlijk onder vuur liggen – een paar weken geleden werd een van de beste vrienden van mijn collega neergeschoten in Homs’, vertelt Halasa over de telefoon. ‘Daarnaast is het moeilijk om werk het land uit te krijgen. Je kunt niet even naar Syrië bellen en vragen: ‘Hi, mail ons even wat materiaal in een hoge resolutie.’ Dat het toch gelukt is om alles bij elkaar te krijgen, is een klein wonder.’

Het resultaat is indrukwekkend. ‘Mensen zien alleen de afschuwelijke beelden van de oorlog’, zegt Halasa. ‘Maar het verhaal is nog veel groter. Stel je voor: mensen kunnen daar al vijftig jaar lang niet zeggen wat ze denken – niet uiten wat ze voelen. En nu is het deksel eraf!’

De Syrische revolutie is dan ook nauw verbonden met kunst. Drie maanden voordat de eerste demonstraties begonnen, maakte Ali Ferzat, een van de bekendste cartoonisten uit het Midden-Oosten, spotprenten van president Assad. Het was voor het eerst dat zoiets werd gepubliceerd, en daarmee werd er iets doorbroken.

Halasa: ‘Het inspireerde anderen, en zijn prenten werden tijdens de demonstraties mee gedragen. Er werd gezongen, er ontstond protestmuziek, en mensen dansten op raps als ‘We will fill all the prisons’. In kleine dorpen gingen jongeren ’s nachts de straat op om hun eigen cartoons op de muren te spuiten en gevestigde kunstenaars verwerkten hun woede, hun verdriet, in hun werken.’

  • ‘Vomit’ van Yasmin Fanari

In de catalogus van de tentoonstelling wordt het fenomeen krachtig neergezet. De schilder Khalil Younes bijvoorbeeld, wiens werk ook in het westen wordt verkocht, vertelt in een interview dat hij de zaak heeft opgepakt om de ontwikkelingen ook voor volgende generaties vast te leggen. ‘Ik had het gevoel dat ik iets moest doen in de stijl van Francisco de Goya. Iemand zal dit werk later zien en zeggen: ‘Dát was de Syrische Revolutie’.’

Tranen
De ondergedoken blogger Razan Zaitouneh, winnaar van de Sakharov Prijs, beschrijft hoe het is om elke dag tientallen video’s van slachtoffers te bekijken voordat ze op het internet worden geplaatst. ‘Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de naam van de martelaar klopt, net als de details van zijn of haar dood. Elke dag, zie ik honderden mensen sterven. Gemiddeld duurt elke video een minuut. Binnen een uur kan ik getuige zijn van zestig lichamen, tenzij het er een video tussen zit van een massamoord – dan vermenigvuldigt dat cijfer zich.’

‘Experts van de Documentatie van de Dood, zoals ik, huilen niet. We kijken alleen maar, met open mond en gefronste wenkbrauwen, en op enkele specifieke momenten, horen we de tranen uit ons eigen binnenste komen.’

Er wordt niet meer gezongen en gedanst in Syrië. Niet in de steegjes, waar de protesten voorzichtig begonnen, en niet op de pleinen, waar de begrafenissen begonnen die tot nog grotere demonstraties leidden. Maar de veerkracht blijft. ‘Het is de piramide van Mazlov op zijn kop’, zegt Halasa. ‘Er is geen veiligheid, en voor sommigen is er niets te eten, maar zelfontplooiing houdt mensen gaande. Na een hele lange tijd hebben de Syriërs hun eigen stem weer teruggevonden.’

Onder de tekst is een kleine selectie van cartoons, foto’s en video te zien.

De tentoonstelling Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria is van 4 juni tot 23 november te zien in de Prins Claus Fonds Galerie, Herengracht 603, in Amsterdam

  • ‘Dungeons’ van Jaber al-Azmeh
  • Het schilderij ‘A young man called Kashoosh’ van Khalil Younes
  • Bullet
  • Cartoon van Ali Ferzat
 

Een impressie van de tentoonstelling (foto’s Floris Schreve)

‘Defiant Culture’: A debate on Syria’s creative dissent

Prince Claus Fund

Thursday, October 18, 2012 at 7:30 PM (CEST)

Amsterdam, Netherlands

Please join us for a special event on Syria’s creative dissent on 18 October in the Hermitage Amsterdam with Jameel, director of the satirical Syrian puppet show Top Goon: Diaries of a Little Dictator, Arab media specialist Donatella Della Ratta, Syrian communication expert D. Midani and Malu Halasa, editor and journalist on the Middle East. The Prince Claus Fund organises this debate as a side-event to the exhibition ‘Culture in Defiance’ which is currently on display at the Prince Claus Fund Gallery. The exhibition is curated a.o. by Malu Halasa and Donatella Della Ratta.

Jameel, in the Netherlands for the first time, is the director of the anonymous Syrian artists’ collective Masasit Mati, set up in 2011 in response to the crisis in Syria. Masasit Mati produces Top Goon: Diaries of a Little Dictator, a satirical finger puppet show that critically comments on the Syrian conflict. Masasit Mati uses finger puppets because they are easy to smuggle through checkpoints. The artists create all aspects of the show, from the puppets themselves to scriptwriting, directing, filming and editing. The Prince Claus Fund supports the production of the second season of Top Goon.

After an introduction by Malu Halasa, Jameel will talk about creating stories, satire, humor and art under pressure. Donatella Della Ratta will speak about the user-generated creative content on the internet in the Syrian conflict, such as cartoons, songs and parodies on political posters. D. Midani presents a unique perspective on Syria as a brand.

Following the presentations Prince Claus Fund director Christa Meindersma will conduct a Q&A with all participants. Afterwards there will be drinks at the Prince Claus Fund Gallery and the opportunity to view the exhibition ‘Culture in Defiance’.

“Everything that is scary can be dealt with through laughter, beauty and human resolve”

(Jameel, director Top Goon: Diaries of a Little Dictator)

‘Word zelf geen monster!’

Regisseur Jameel wil alleen vermomd in beeld» Regisseur Jameel wil alleen vermomd in beeld NOS
Toegevoegd: vrijdag 19 okt 2012, 00:51
Update: vrijdag 19 okt 2012, 01:01

Door buitenlandredacteur Esther Bootsma

“Ik ben niet zoals jij”, roept de geblinddoekte man. Waarop Bashar al-Assad hem afranselt met een zweep.;”Laat de haat naar buiten komen”, roept de Syrische president met een hoog piepstemmetje. “Het monster in je zal uiteindelijk tevoorschijn komen”. Assad geeft nog een zweepslag. De man in zijn bebloede hemd gilt van de pijn.

Het is een van de laatste afleveringen van Top Goon, een satirische poppenserie over Syrië. Een harde, gruwelijke aflevering, die in schril contrast staat met de eerste poppenshows. Daarin zat veel meer humor, zoals een persiflage op Who wants to be a millionaire, waaraan Assad deelneemt, nadat Mubarak en Kadhafi al waren afgevallen. Die hadden niet genoeg mensen gedood om te winnen.

Het was onvermijdelijk, zegt de Syrische regisseur Jameel van Top Goon. De burgeroorlog is de afgelopen anderhalf jaar zo hevig geworden, er vallen zoveel doden, dat ook de humor grimmiger wordt.

Vingerpoppetjes

Jameel is in Amsterdam op bezoek bij het Prins Clausfonds, voor een debat over het creatieve verzet in Syrië. Want er zijn niet alleen demonstranten en rebellen in Syrië, ook kunstenaars komen in opstand tegen het bewind.

Vroeger bestond het niet eens: openlijke kritiek op president Assad. Vandaar dat Jameel ook alleen vermomd gefilmd wil worden. Hij woont zelf weliswaar in de Libanese hoofdstad Beiroet, maar zijn familie woont nog in Syrië. En die zal worden gemarteld als bekend wordt dat hij de regisseur is van Top Goon.

Vandaar ook het idee voor de vingerpoppetjes. Makkelijk te maken, makkelijk te smokkelen en de acteurs zijn onherkenbaar. President Assad met zijn smalle hoofd, priemende oogjes en zijn slissende s. De goon, ofwel de bendeleider, met zijn dikke snor, een van de leden van de shabiha-milities van Assad, die het vuilste werk opknappen in Syrië.

De serie op Youtube wordt door tienduizenden mensen bekeken. In het buitenland heeft hij lovende kritieken.

Steun aan rebellen

Maar Top Goon kwam ook in de problemen. De vier oorspronkelijke makers raakten verdeeld. Aanvankelijk waren ze voor geweldloos verzet, maar twee acteurs kozen de kant van de gewapende opstand door het Vrije Syrische Leger. In eigen filmpjes op internet riepen ze op tot geweld.

Voor regisseur Jameel betekende dat het einde van de samenwerking. “Als je monsters bestrijdt, pas dan op dat je niet zelf een monster wordt”, citeert hij Nieztsche.

Hij maakt zich grote zorgen over de moorden en aanslagen die ook door de rebellen worden gepleegd. In Top Goon spreken de poppen daarom soms ook kritisch over het Vrije Syrische Leger.

Zwarte humor

“Ik ben tegen het gewapende verzet, want wapens en geweld leiden tot meer wapens en geweld. Het is mijn plicht als kunstenaar om de vreedzame manier van denken aan de volgende generaties over te brengen.”

Voor dat doel vond hij nieuwe acteurs, met wie hij nu de tweede serie Top Goon maakt, mede gefinancierd door het Prins Clausfonds. Deze serie is wel zwaarmoediger.

“Zoals u weet is de Syrische revolutie veranderd. Er wordt meer geweld gebruikt. Dat heeft zeker invloed op onze show”, zegt hij. “Het tweede seizoen is somberder geworden, maar er is nog steeds de zwarte humor.”

http://www.aljazeera.com/programmes/witness/2012/08/2012820111648774405.html

Witness
 
Little Dictator
 
As fighting rages, four political satirists find themselves swept up in the debates that divide Syria’s revolutionaries.
Witness Last Modified: 21 Aug 2012 14:47
 
 
In November 2011, as armed conflict raged in Syria, a young acting troupe called Masasit Mati launched a ground-breaking, finger-puppet show: Top Goon: Diaries of a Little Dictator, which mocks the Syrian regime in ways never seen in public before.

JOIN THE DEBATE

Send us your views and join the Witness community

Living in exile, the four actors in Masasit Mati broadcast their show online, attracting a growing audience and positive reviews around the world.

But Top Goon’s success puts the actors themselves in danger and the widening split in Syria between those who favour a peaceful resolution and those prepared to use armed force mirrors that within the troupe itself.

Lead writer Arwa is determined to stick to his message of non-violent resistance. The show’s actors, the Malas Brothers, support the Free Syrian Army and are increasingly vocal in their demands for violent revenge upon the regime.

Jameel, the show’s director, struggles to reconcile these diametrically opposing viewpoints while trying to raise funds to get a second series off the ground.

A remarkable film that explores the conflicts besetting millions of ordinary Syrians as their country edges into bloody civil war.

Filmmaker’s view

By Annasofie Flamand and Hugh Macleod

In the Syria of old, no one joked about the president.

The main bridge over the highway in central Damascus may have been known as ‘President’s Bridge’ but no one ever called it Assad’s. The ruling family name was barely breathed in public, except to chant pledges of blood and soul during regime-orchestrated rallies.

One of the first young revolutionaries we filmed after protests broke out in the country we called home for several years described the rage he felt after his sister was arrested for telling a fellow student at Damascus University that she did not think President Bashar al-Assad was up to the job he inherited.

Any jokes Syrians might have wanted to crack about their gawky dictator were done so at home, and only among trusted friends.

Then an actor behind a home-made stage raised a long, thin finger puppet in the air, its narrow moustache, pointy nose and saucer-shaped ears glinting in the theatre lights. The actor affected an Arabic lisp, the puppet danced and everything was changed in an instant.

“It was forbidden to talk about the president in any way, but now you can say what you want and this is extremely exciting,” said Jameel, the director of Masasit Mati, a group of young Syrian artists who came together as their revolution raged to create the most daring work of political satire in Syria’s history.

Using finger puppets of al-Assad, known as Beeshu, his top security chief and a host of women and men from Syria’s diverse society, the series of short vignettes, called Top Goon: Diaries of a Little Dictator, quickly gained a huge following through YouTube and Facebook.

Delightful irreverence

Audiences were shocked and delighted at the irreverent portrayal of a regime that had dominated every aspect of life in Syria for nearly half a century.

“We tried to make fun of it, to break the glorified image of the dictator,” said Jameel. “There are taboos and red lines you could not cross. We tried to break exactly these red lines and destroy them.”

Watch only the news on Syria and its revolution might appear limited to protests, crackdown, imprisonment and torture, the ever escalating mindless violence that grabs headlines and eventually morphs into its own entity: ‘Violence erupted on the streets of Syria’; ‘A fresh cycle of violence engulfs Syria’; ‘Sectarian violence stalks Syria’ etc, etc. Reporting for nearly a decade from the Middle East, we were all too familiar with the spirit-sapping pattern of conflict journalism.

So when a mutual friend told us a group of Syrian artists were launching a finger puppet show we jumped at the opportunity to re-engage with the hearts and minds of the uprising, the young men and women throwing off decades of stale inheritance, to transform their country, not just politically, but socially and culturally as well.

“They think that once they put pressure on you, you will retreat or stop,” said Mohammed Malas, one half of the vivacious Malas Twins, brothers identical and actors extraordinaire, who once staged a skit while in prison for protesting against al-Assad’s regime.

Rehearsing the first season of Top Goon in the relative safety of the Lebanese capital, Beirut, Mohammed and Ahmad Malas could barely stop belly-laughing as they and Jameel practiced the songs, wisecracks and slapstick that would turn their two-inch finger puppet dictator into an icon of rebellion for a new generation.

“I’m not crazy!” Beeshu’s frantic assertion at the start of every episode fast became a Facebook catchphrase for Syria’s young rebels.

But the violence in Syria was inescapable. As the regime’s attacks on protesters swelled into military assaults on whole cities and into sectarian massacres by al-Assad’s militiamen, the artists found themselves swept up in the great debates which divide Syria’s revolutionaries.

Peace or violence?

In the face of daily death tolls topping 100 people, how could peaceful protests continue? Surely it was time to support the burgeoning armed rebels of the Free Syrian Army? Jameel was adamant: Masasit Mati’s core belief and message was peaceful change. The group would not publicly back the FSA.

“You cannot build a civic state through violence,” said Jameel. “Violence only breeds violence.”

Seething in the chaos of Cairo, their new home, the Malas twins took a very different view: “If Gandhi were alive today he would have carried a gun,” said Ahmed, furious at the latest news on the TV in the living room. “In Gandhi’s day, were there snipers shooting people in the head? Did they rape his mother? Did they kill a whole family? What non-violence?”

With this growing split between Jameel and the twins we knew we had tapped into a story that went to the heart of the Syrian revolution. What had begun with a dream of a better state founded on freedom and achieved through peaceful protests had now morphed into a bloody struggle for survival.

It was in Amman that Top Goon’s main writer, Arwa, succeeded in condensing the essence of this struggle. Forced to uproot from his home in southern Syria and flee across the border into the “ghost city” of Jordan’s capital, Arwa outlined the choice facing Syria’s revolutionaries, if not all revolutionaries: To stay peaceful or to fight back?

On an Amman rooftop at sunset, Arwa reveals the raw emotion behind the intellect, the person behind the words, the sorrow behind the satire. Reading from a fictional letter written to his brother, Arwa describes his feelings at witnessing his best friend shot and killed. He has sold his library to buy a Kalashnikov, he reads.

“So here’s the question,” Arwa tells us in an interview later, “Is revenge now justified?” Not for the artist, he concludes: “I can only defend non-violence because this is not just a revolution for our generation, but for future generations.”

Set to the beautiful song of Emel Mathlouthi, ‘My Word is Free’, and the haunting oud of Rahim al-Haj – to both of whom we are hugely grateful for the music we feature in the film – we knew our Syrian revolutionaries – through their honesty and aspirations – had given the film that most precious part within any body of work: Its soul.

To watch the 15 episodes of Top Goon, click here.

 

A political satire group has scored a runaway success in using a novel way to openly mock the Syrian regime



Witnesscan be seen each week at the following times GMT: Monday: 2230; Tuesday: 0930; Wednesday: 0330; Thursday: 1630.Bringing global issues into focus through courageous and inspiring human stories. Watch more Witness.
<span>%d</span> bloggers liken dit: