Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Van Eurabië tot de Ondergang van het Avondland Deel 1

Over Oud en Nieuw extreemrechts, Europa, Amerika, Rusland, het Midden-Oosten, rechtspopulisme en islamisme, Avondland- en Eindtijdromantiek en of het al dan niet met fascisme te maken heeft

Onlangs (eind februari 2018) bracht Geert Wilders een bezoek aan Rusland, met het doel om de banden aan te halen en een tegenwicht te bieden aan ‘de anti-Rusland-stemming’, die er in Nederland zou heersen na de MH17 crash van 2014. De reacties op dit bezoek varieerden van instemmend op GeenStijl, tot afkeurend door de nabestaanden van de MH17 ramp. Beiden overigens weinig verrassend.

Geert Wilders is niet de enige rechtspopulistische leider die warme betrekkingen onderhoudt met Putins Rusland. Marine Le Pen ging Wilders voor en ook Filip Dewinter laat zich voorstaan op zijn goede relatie met Putin. Hij bezocht zelfs de Russische troepen in Syrië, in Aleppo (zie hier zijn verslag). Overigens niet de eerste keer. Dewinter bracht al aan het begin van de opstand een vriendschapsbezoek aan Assad. Hij mocht het zelfs komen vertellen in Pauw (uitzending 7 april 2015, zie hier). Net als de Amerikaan David Duke, de vroegere Grand Wizzard van de Ku Klux Klan, een groot bewonderaar van Assad, zie hier en ook op zijn eigen site, waar hij het over het ‘Joodse IS’ heeft dat door Assad wordt verslagen. Zoiets kun je natuurlijk van de KKK verwachten, alleen lijkt deze beweging zich weer flink te roeren, nu Trump president is geworden. Trump laat zich gelaten en onweersproken door hen bewonderen (zie hier). En hoe zit het met die andere rechtextremistische Trump-bewonderaar Richard Spencer (berucht van zijn toch wel erg infantiele Hail Trump speech, met verwijzing naar de “Lügenpresse”). Ook een operettefiguur, net als de voorman van de KKK, maar wel met connecties in invloedrijke Russische kringen. Zo haalde hij de Rus Alexander Dugin naar de VS , ogenschijnlijk een obscure en megalomane rechtsextremist met visioenen over een Groot Euraziatisch wereldrijk (zie oa hier), maar toch een belangrijk ideoloog van Putins partij. Zeer onlangs (7 april 2018)  bezocht  Dugin Amsterdam, waar hij in de Westerkerk een onderonsje had met oa Thierry Baudet (zie  hier) en journalist (?, of is het meer activist?) Wierd Duk (zie hier ).

Zie ook dit gesprek met Dugin in Eenvandaag, uitgezonden op 11-3-2017  en hier in de nieuwe serie Onbehagen, van Bas Heijne (HUMAN, uitgezonden vanaf 10-4-2018).

Wat beweegt deze voorlieden van de “Patriottische Revolutie” (in de woorden van de inmiddels nogal omstreden, zo niet afgegleden journalist Joost Niemöller– aan hem zal hier nog uitgebreid aandacht worden besteed) om toenadering tot Rusland te zoeken? En waarom zoekt Rusland het gezelschap van uitgerekend deze lieden, die in eigen land meestal nogal omstreden zijn? En, over met lijntjes met Rusland gesproken, wat is de betekenis van dat er in Amerika, waar deze stroming betrekkelijk marginaal leek te zijn, er nu een president is gekozen, die zeker als rechtspopulistisch kan worden omschreven, maar waar uit zijn entourage ook nog verschillende lijntjes lopen naar de duistere ‘Alt-Right beweging’?

Allereerst wil met dit drieluik vooral het veld verkennen van wat je zou kunnen omschrijven als hedendaags extreemrechts, rechtspopulisme, of, zo je wilt, ‘de Patriottische Revolutie’. Het wordt geen uitputtende inventaris, ik wil hier een paar zaken langslopen en uitlichten, die mijns inziens sterk met elkaar in verband staan, in elkaar overlopen, soms tegenover elkaar lijken te staan maar aan elkaar hun bestaansrecht ontlenen. Het wordt een geen lineair betoog, maar een grillige wandeling. Hopelijk zal er aan het eind toch het een en ander duidelijk worden en kunnen er mogelijk enkele conclusies getrokken worden.

Aan de orde zal komen: de Eurabië-theorie van Bat Ye’or (waarop Wilders zich vaak beroept); het verhaal van de Groot Mufti van Jeruzalem en zijn collaboratie met Nazi-Duitsland, waarop veel pro-Israëlactivisten en anti-islamideologen zich baseren als ‘de islam’ fascistisch wordt genoemd en zelfs om deze ‘Palestijn’ en ‘moslim’ de schuld voor de Holocaust in de schoenen te schuiven; op welke  manier is het Europese fascisme daadwerkelijk van invloed is geweest in het Midden Oosten; de bronnen van het moslimfundamentalisme en van IS (en of IS wel tot het moslimfundamentalisme gerekend kan worden), het moderne apocalyptische gedachtegoed van IS in vergelijking met andere apocalyptische ideeën, die niet islamitisch van oorsprong zijn en ook weer een bloei doormaken; een andere opleving van het ondergangsdenken, maar dan de herwaardering voor Oswald Spenglers Ondergang van het Avondland binnen de conservatieve en rechtspopulistische beweging in Europa en ook Nederland. Ook de ontwikkelingen in Amerika, en dan vooral de Altright beweging zullen aan de orde komen, net als het manifest van de Noorse terrorist Anders Breivik.  En tenslotte dat het denken in ‘rasverschillen’, maar ook sekseverschillen in bepaalde kringen weer helemaal terug is.

In het onderstaande zullen deze thema’s passeren en een aantal lijntjes worden langslopen. Er zal bekeken worden of er dwarsverbanden te leggen zijn. Of juist niet. Differentiëren waar dat nodig is.

Om met misschien het heetste hangijzer te beginnen: Geert Wilders zelf heeft zich er altijd tegen verzet om tot ‘traditioneel extreemrechts’, of beter fascistisch geïnspireerd extreemrechts gerekend te worden. In de ogen van Wilders (en Martin Bosma) is Links eerder fascistisch (‘Nationaal Socialistisch’ zie je wel!), of de Islam (‘Verbied de Koran, het islamitische Mein Kampf ‘). Al werken zij tegenwoordig wel samen met partners in Europa bij wie dat soms een tikkeltje genuanceerder ligt (van de Italiaanse neofascisten, tot Front National en Vlaams Belang/voorheen Vlaams Blok).

Wat mij betreft is het verzet van Wilders en geestverwanten tegen het predicaat ‘fascisme’ maar ten dele terecht. Overigens hoor je nooit een van de aanhangers of de ‘antidemoniseerders’ het belangrijkste (en meest principiële) verschil tussen rechtspopulisten als Wilders, maar ook Fortuyn, met het twintigste-eeuwse fascisme, zoals dat van Hitler, Mussert, Mussolini of Franco uitleggen, behalve dat het heel erg is en absoluut verwerpelijk om Fortuyn, of Wilders, met een fascist als bijvoorbeeld Mussert te vergelijken. Om hen ter wilde te zijn- ik help graag een beetje- hieronder het meest belangrijke kenmerk van het fascisme, zoals het zich in de afgelopen honderd jaar heeft gemanifesteerd (echt nog nooit gehoord van iemand die verontwaardigd was over hoe Fortuyn of Wilders al dan niet gedemoniseerd werd):

Het historische fascisme (van bijvoorbeeld Mussert, maar ook Mussolini, Hitler, Franco) streefde naar afschaffing van de parlementaire democratie. Dus geen verkiezingen meer, maar een Leider, die intuïtief de Volkswil zou belichamen. En verder geen rechtsstaat meer, geen persvrijheid en al helemaal geen vrijheid van meningsuiting. Naast het bijbehorende nationalisme en eventueel racisme, of antisemitisme (bij sommige vormen van het fascisme, dus lang niet bij alle), is het voornaamste kenmerk dat de fascistische staat altijd hiërarchisch, dictatoriaal en dus niet democratisch was/is.

Zie hier. Het lijkt me duidelijk dat de rechtspopulist Wilders geen regelrechte fascist is in de traditionele zin (idem Fortuyn), Ook het bijbehorende militarisme, de vestiging van een totalitaire politiestaat en de verheerlijking van geweld zijn niet echt uitgesproken kenmerken van beide rechtspopulistische politici. Orban in Hongarije is in de Europese context misschien het enige echte grensgeval. Misschien ook een paar van de post-communistische dictators van voormalige Sovjet Republieken, die het staatssocialisme hebben ingeruild voor nationalisme. En wellicht het regime van bijvoorbeeld Bashar al-Assad (daar loopt zelfs een direct lijntje naar het historische fascisme, kom ik later op terug) Maar verder is dit wel een heel wezenlijk verschil met het 20e eeuwse fascisme. Dat niet overigens niet persé antisemitisch of zelfs racistisch was, dat was vooral de Duitse variant, het Nazisme. Het historische fascisme is overigens wel altijd radicaalnationalistisch en uitsluitend voor de ‘eigen groep’. Zoals ‘onze eigen’ NSB, in de jaren dertig, voordat (aanvankelijk meer door Rost van Tonningen dan door Mussert) de invloed van het Duitse Nationaal Socialisme sterker werd ten koste van de oorspronkelijke koers, die zich meer op het fascisme van Mussolini richtte. De NSB is wel altijd (en vooral) een partij geweest die weliswaar de parlementaire democratie wilde gebruiken om aan de macht te komen, maar deze meteen wilde afschaffen en vervangen door een autoritaire staat, met een Leider (lees: ‘Führer’, ‘Duce’) aan het hoofd.

Het is wel aardig dat ik dit niet onbelangrijke detail (dus het afschaffen van de democratie en de vestiging van een totalitaire staat) nog nooit heb mogen vernemen van aanhangers die diep gekrenkt waren als Wilders of Fortuyn door tegenstanders in de fascistische hoek werden geplaatst. Want het bovenstaande, het ‘Leidend Beginsel’, in het jargon van de NSB, is wel een wezenlijk kenmerk van het fascisme en zeker niet van toepassing op Wilders of Fortuyn, hoezeer hun beider partijen georganiseerd waren of zijn, rond de voorman/leider. Inclusief het gegeven dat het woord van de voorman in feite het politieke programma is. Maar dat is eerder ingegeven door populisme dan fascisme (het fascisme is dan ook zeker populistisch, maar niet al het populisme is fascistisch of fascistoïde). De vervanging van de democratie door een autoritair stelsel met een absoluut leider is toch wel voorbehouden aan het fascisme en kan moeilijk de recente Nederlandse rechtspopulisten worden verweten.

Ondanks dit principiële verschil met het historische fascisme, wil dit nog niet zeggen dat Wilders en de PVV geen plaats innemen binnen de hedendaagse extreemrechtse constellatie. Dat is wel degelijk het geval. Alleen is radicaal rechtse discours rond de millenniumwissel sterk verschoven. Om een belangrijk voorbeeld te noemen. Voorheen werd extreemrechts geassocieerd met antisemitisme, uiteraard vanwege het dwepen met het Derde Rijk en het ontkennen van de Holocaust. Holocaust negationisme en neo-nazisme/neofascisme gingen en gaan in regel hand in hand. Als we ons op de Nederlandse context richten dan zien wij dat Fortuyn het breekpunt is geweest tussen oud en nieuw extreemrechts. De partij van Janmaat kwam nog voort uit de echt neonazistische Nederlandse Volks Unie van Joop Glimmerveen en Janmaat heeft (sporadisch) nog contacten onderhouden met de Weduwe Rost van Tonningen.

Dat was bij Fortuyn heel anders. Fortuyn moest niets hebben van antisemitisme, was uitgesproken voor homorechten (Filip Dewinter heeft nog een keer verklaard dat hij dat van Fortuyn ‘betreurde’, letterlijk: “Kijk, Fortuyn was natuurlijk een verschrikkelijke nicht-dat vinden wij hier wat minder- maar sommige van zijn ideeën…”, zoiets was het in mijn herinnering, niet meer terug te vinden in een uitzending van EenVandaag) en heeft zichzelf altijd verre gehouden van bestaande extreemrechtse clubs. Bij sommige van zijn navolgers in de LPF lag dat weleens anders, zoals de warme contacten tussen Hilbrand Nawijn en Filip Dewinter, maar dat staat uiteraard los van Fortuyn zelf, die daar heel duidelijk over was. Fortuyn moest niets hebben van bijvoorbeeld Le Pen, maar wel weer van Berlusconi- ik denk dat hij (in sommige opzichten) meer in die hoek te plaatsen was.

Verdonk is achteraf misschien een soort tussenstation geweest (tussen Fortuyn en Wilders dan), hoewel zij qua ideeën eigenlijk niets voorstelde, itt haar tegenspeelster Ayaan Hirsi Ali,  die zich later nestelde in de neoconservatieve circuits die een tijd lang Wilders zouden steunen, al is zij daar weer vanaf gestapt, maar de ideologische loopbaan van Hirsi Ali kent nu eenmaal een grillig verloop.

Wilders en recenter zeker ook Baudet met zijn Forum voor Democratie manifesteren zich veel nadrukkelijker in het extreemrechtse circuit dan hun rechtspopulistische voorgangers vanaf Fortuyn, zoals hierna uitgebreid aan de orde zal komen.

Eurabië

Gedurende ongeveer de afgelopen vijftien jaar zijn er twee samenzweringstheorieën die telkens opduiken in het narratief van het nieuwe (post 9/11) rechtse anti-islam activisme, of het nu hier bij Geert Wilders is, of in de VS bij Pamela Geller, bij de in 2013 overleden emeritus hoogleraar Arabisch en islamkunde Hans Jansen, andere soms meer academische dan wel activistische auteurs als Andrew Bostom, Lars Hedegaard, Robert Spencer, Ibn Warraq, Daniel Pipes, Douglas Murray, of (in Nederland) ghostwriters Barry Oostheim en E.J. Bron, tot en  met de Noorse blogger Fjordman en in het manifest van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik.

Het gaat hier om: 1. het begrip Eurabië (het Europese continent zou steeds meer geïnfiltreerd zijn door Arabische en islamitische krachten en hun welwillende handlangers) en 2.  De historische figuur Hajj Amin al-Hussayni, de vroegere Groot Mufti van Jeruzalem die zo’n invloed op Hitler zou hebben gehad dat hij de ware initiator van de Europese Holocaust was.

Beide verhalen duiken nog altijd zeer regelmatig op, al is de Eurabië theorie in PVV kring wat naar de achtergrond geraakt, sinds Wilders minder gesteund lijkt te worden uit Amerika en zich meer is gaan richten op ‘traditioneel extreemrechts’ in Europa (sinds hij de samenwerking heeft gezocht met Le Pen, de Winter en andere vertegenwoordigers van ‘oud-extreemrechts’). Er lijkt zelfs sprake van een koersverlegging. Tot voor kort zetten Wilders en de PVV zich juist af tegen Neonazi’s, waren zij fel pro-Israël- eigenlijk de koers van anti-islamitisch activistisch rechts in de VS en de rechterkant van het Israëlische politieke spectrum- maar tegenwoordig worden er zelfs zaken gedaan met partijen die een lange geschiedenis hebben op het gebied van Holocaust-negationisme. Alhoewel, tegenwoordig heeft zelfs de premier van Israël Bibi Netanyahu daar minder problemen mee- met zijn omhelzing van de theorie van de Groot Mufti sluit hij zich in feite aan bij Holocaustontkenners als David Irving (op dit blog in een ander verband uitgebreid besproken, zie hier), die ook de theorie van de Goot Mufti erbij heeft gehaald om de Nazi’s een alibi te verschaffen.

Maar eerst Eurabië, de samenzweringstheorie van de anti-islam activsite en schrijfster Bat Ye’or. Hans Jansen was zo’n beetje haar belangrijkste ambassadeur in Nederland en heeft ook Geert Wilders bij haar geïntroduceerd (een eerdere poging van Jansen om haar aan Ayaan Hirsi Ali te koppelen mislukte jammerlijk- beide dames vlogen elkaar meteen in de haren, zoals we zouden kunnen opmaken uit Jansens verslag, zie hier ). Wilders verwijst veel naar de Eurabië-theorie, bijvoorbeeld ook in zijn verklaring die hij tijdens zijn proces hield (zie hier).

Wie is de bedenker van de Eurabië-theorie? Bat Ye’or (in het Hebreeuws ‘Dochter van de Nijl’) is het pseudoniem van Giselle Littman-Orebi, een in 1933, in Egypte geboren schrijfster en activiste van Joodse afkomst. In 1955 ontvluchtte zij, vanwege de oorlog met Israël, zoals zoveel Egyptische joden haar geboorteland en kwam terecht in Engeland. In 1960 verhuisde zij naar Zwitserland. Met haar man, voormalig VN medewerker en later vooral pro-Israël/anti-islam activist David Littman (overleden 2012), vestigde zij zich in Lausanne, waar zij nog altijd woont en werkt.

Bat Ye’or werd bekend van het begrip ‘Dhimmitude’, een thema waaraan zij twee boeken wijdde, The Dhimmi: Jews & Christians Under Islam (1985) en The Decline of Eastern Christianity: From Jihad to Dhimmitude (1996). Hoewel de term ‘Dhimmitude’ meestal met mevrouw Litmann in verband wordt gebracht, werd deze term ook in 1982 gebezigd door Bashir Gemayel, de Libanese Christelijke Falangistische leider en vroegere president (vermoord in 1982). Naar alle waarschijnlijkheid heeft zij dit begrip aan Gemayel ontleend.

‘Dhimmitude’ is afgeleid van ‘Dhimmi’, een begrip dat in de islam staat voor de ‘andere gelovigen van het Boek’, dus de Joden en de Christenen. Binnen de traditionele islam hebben de Joden en Christenen door de eeuwen heen een soort status aparte gehad. Omdat zij ook een Abrahamitische godsdienst aanhingen werden zij getolereerd/gedoogd, mits zij extra belastingen betaalden. Door de eeuwen heen zijn er grote verschillen geweest, ook per staat, regime. Maar van de Khaliefen tot de sultans, dit is min of meer de status van deze minderheden geweest.

Bat Ye’or betoogt, vaak niet ten onrechte, dat de status van joden en christenen vaak niet zo rooskleurig is geweest. Zij waren vaak chantabel en afhankelijk van de grillen van de islamitische meerderheid en er werd vaak misbruik van die macht gemaakt, tot verschillende gruwelijke georganiseerde pogroms aan toe.

Met ‘Dhimmitude’ bedoelt Bat Ye’or de nederige attitude van joden en christenen naar de eisen van de moslims, vroeger en nu. Zij stelt dat de westerse wereld veel te slap is naar de wereld van de islam, naar de islamitische landen en naar de migrantengemeenschappen in de westerse wereld. In het denken van Bat Ye’or hebben de ‘politiek correcte elites’ en opiniemakers zich al min of meer overgegeven aan de moslims en lijden zij daarmee aan Dhimmi-gedrag, of ‘Dhimmitude’, zoals zij dit ‘ziektebeeld’ (zij ziet ‘Dhimmitude’ als een vorm van decadentie of cultureel verval van het westen) diagnosticeert.

In het denken van Bat Ye’or is Europa verweekt geraakt en weerloos tegen het agressieve imperialisme van de islamitische wereld. Dit imperialisme is klassiek imperialisme, bijv. dmv militaire verovering en onderwerping, maar zou sluipenderwijs gaan, een soort verovering zijn onderop. Doordat er steeds meer migranten uit de islamitische wereld de verschillende Europese landen bevolken, zouden zij langzaam maar zeker de westerse cultuur ondermijnen en die zelfs vervangen door de cultuur van hun landen van herkomst. Zij zouden hierbij dankbaar worden geholpen door politiek correcte fellow-travellers. Eigenlijk zijn in haar optiek Israël (dat de permanente islamitische terreurdreiging het hoofd moet bieden) en een neoconservatief Amerika (dat nog niet is aangetast door het decadente cultuurrelativisme) de enige machten die de afgelopen decennia dit proces enigszins hebben kunnen tegenhouden.

Zie hier het denken van Bat Ye’or, zoals ze dat vooral uiteen heeft gezet in haar bekendste werk Eurabia; the Euro-Arab Axis, uit 2005, in het Nederlands verschenen als Eurabië, de geheime banden tussen Europa en de islamitische wereld (Meulenhoff, 2007), met een voorwoord van Hans Jansen (voorwoord hier te downloaden).

De centrale these van Eurabië komt, zo simpel mogelijk samengevat, op het volgende neer: de Europese Unie zou een serie van geheime vriendschapsverdragen met de Arabische Liga hebben gesloten, geïnitieerd door Charles de Gaulle, bedoeld als tegenwicht naar de Amerikaanse (en Israëlische) invloed. In ruil voor goedkope olie zou Europa zichzelf openstellen als missiegebied voor de islam en onbeperkt migranten toelaten. En Europa zou verder een ‘Israël-kritische’ koers varen.

Ik denk dat er veel bezwaren zijn in te brengen tegen Bat Ye’ors Eurabië. Dat is ten eerste dat het wel heel erg veel knip en plakwerk is. Dat er ergens een vriendschappelijke top wordt gehouden, waarna plechtig wordt verklaard dat er dialoog moet worden aangegaan tussen de landen van beide kanten van de Middellandse Zee wil nog niet zeggen dat zoiets daadwerkelijke politieke betekenis heeft. Er gebeuren wel meer symbolische flauwekul dingen. Onze monarch deelt geregeld een of andere ridderorde uit aan een buitenlands staatshoofd, of ontvangt er een soortgelijk huldeblijk uit de handen van een bevriende collega, of president, ed. Meestal zijn dat niets meer dan symbolische gestes. En zelfs als het meer inhoud heeft, dan nog kun je je afvragen hoe doorslaggevend dat is voor de totale buitenlandse politiek van de verschillende Europese landen.

Alleen, dat wil nog niet zeggen dat deze ‘topontmoetingen’, verdragen, etc. de politieke verhoudingen ingrijpend hebben beïnvloed, vooral ten nadele van Israël. Dat is, ook vanuit Europa, bijna net zo eenzijdig geweest als vanuit de VS. In die zin blaast Bat Ye’or kleine dingen op tot immense proporties, waar zij veel lawaai over maakt (oa, want volgens mij vertelt zij ook veel onzin). Zo’n verhaal kun je natuurlijk optuigen met heel veel voetnoten, maar heeft het ook werkelijke substantie? Zie hier een aspect van de methode Bat Ye’or.

En dan, ten tweede, de conclusies die zij aan dit alles verbindt. Alsof er een systematisch geheim plan bestaat in de Arabische wereld of bij de Organisatie voor Islamitische Landen om op slinkse wijze Europa over te nemen. Er is veel aan de hand in en met de Arabische wereld, maar ondanks alle retoriek uit de tijd van het Pan Arabisme is het nog nooit gelukt om een vuist te maken. Op alle niveaus bestaat er zo’n beetje onenigheid en diepe verdeeldheid. Europa, zowel toen als nu, is daar nog een schijntje bij. Dus een megalomaan project als ‘Eurabië’ lijkt me om die reden al een luchtkasteel. Er is wel veel mis, maar dat nou net weer niet. Niet omdat sommige mensen dat niet zouden willen, maar omdat het onmogelijk is om te realiseren. En het zijn in het algemeen nogal zwakke staten, die nog maar vrij recent tot stand zijn gekomen. Zelfs al is de intentie er (en ik denk niet een dat die breed gedragen zou worden), dan nog lopen de belangen van die landen zo uiteen, dat een Eurabië project niet realistisch is.

Nog een derde punt. Het is natuurlijk zeker zo dat Europa de banden met diverse foute regimes daar in de regio heeft aangehaald ivm olie. Maar, en dat negeert Bat Ye’or, dat geldt misschien in nog veel sterkere mate voor de VS. Plus dat de VS ook nog allerlei strategische belangen hebben en hadden (gedurende de koude Oorlog). Als er nou een mogendheid is geweest die heeft gedeald met radicale of foute moslimextremisten, is het de VS wel, zie het Afghanistan verhaal. Ayman al-Zawahiri werd in Egypte vrijgelaten om daar te gaan vechten. Bovendien, dat is bijna iedereen vergeten (heeft niets met de islamisten te maken, maar wel met Irak), in 1963 steunden de VS oa Saddam Hussein en de toen nog marginale Ba’thpartij in hun coup tegen de pro-Russische generaal Abd al-Karim Qassem. Nu heeft Frankrijk daar ook nog rare dingen gedaan, maar dat is toch iets anders dan de Eurabië-theorie. Maar het idee dat Europa een soort anti-Israëlische politiek zou hebben gevoerd, in het voordeel van de ‘Eurabische elementen’ die daar baat bij zouden hebben gehad, op z’n zachtst gezegd is dat nogal een vertekende (zoniet zwaar vervormde) versie van de geschiedenis.

Andere zaken hebben veel meer de boventoon gevoed, zoals de Koude Oorlog, of de Amerikaanse steun aan Israël. Daartegenover natuurlijk de Russische steun aan het Syrië van de Assads, die voortduurt tot op de dag van vandaag. Die dingen zijn veel belangrijker geweest dan die sinistere Eurabische netwerken, waar Bat Ye’or het over heeft. Dat was mijn derde belangrijkste bezwaar. In serieuze wetenschappelijke kringen wordt Bat Ye’ors Eurabië meestal gezien als brandhout en ik denk terecht.

In de islamkritische, neoconservatieve of rechtspopulistische subcultuur heeft het werk van Bat Ye’or een enorme cultstatus. Het begrip Eurabië heeft in die kringen een hoge vlucht genomen. Het speelt ook een cruciale rol in het manifest van Anders Breivik.

Het idee van een politiek-correcte elite, die andere belangen zou dienen dan die van ‘het volk’ en bereid is om de belangen van het volk op te offeren (de EU!) en om het uit te leveren aan barbaarse krachten uit den vreemde (de moslims!), het is de rode draad in het gedachtegoed van Geert Wilders. Maar ook bij Baudet vinden we precies dit concept terug. En, in ieder geval hetzelfde patroon, maar ingevuld met iets andere begrippen, bij Trump

Lees zeker Eildert Mulder, Eurabië ligt aan de Middellandse Zee (10-9-2011), uit zijn serie uit Trouw, later verschenen in Anders Breivik is niet alleen

Bat Ye’or talks with Pamela Geller

Geert Wilders tijdens zijn proces: Overal in Europa gaan de lichten uit

Ian Buruma, Eurabia, Truth or Paranoia?

Modern Holocaust Revisionisme

En dan het verhaal dat Haj Amin al-Husayni, de Groot Mufti van Jeruzalem (1897-1974), de belangrijkste inspirator/initiator zou zijn geweest voor de Holocaust. Jansen, Bosma en Wilders sluiten zich hiermee aan bij een trend die al wat langer gaande is. Wie verschillende zg Hasbara sites al een tijdje volgt (pro-Israëlische propaganda-sites, die vaak gesteund worden door het Israelische ministerie van ‘Voorlichting/Publieke Diplomatie’, oftewel ‘Hasbara’) moet bekend zijn met dit verhaal.

Het is waar dat Haj Amin al-Husayni, nadat hij was vertrokken uit Palestina, in contact kwam met de Nazi’s, waarmee hij op verschillende manieren samenwerkte. Eerst in Bagdad, gedurende de coup van de pro-Nazistische officieren van de Gouden Vierhoek, olv generaal Rashid Ali. De coup vam de Gouden Vierhoek was overigens een belangrijke inspiratiebron voor de oprichters van de Ba’thpartij Michel Aflaq en Salah al-Din Bittar. Een van de lagere officieren die bij deze coup was betrokken, was een zekere Khairallah Tulfah, die in die tijd sterke Nazi-sympathieën ontwikkelde en een obscuur manifest schreef ‘De drie dingen die God nooit geschapen mocht hebben; Joden, Perzen en vliegen’. Khairallah Tulfah zou zeker vergeten zijn (na zijn gevangenisstraf en oneervolle ontslag uit het leger, werd hij onderwijzer in Tikrit), als hij niet de oom en vooral de voogd zou zijn geweest van de toen jonge Saddam Hussein, op wie hij een beslissende invloed had. Overigens resoneert een echo hiervan nog door in het gedachtegoed van IS, dat misschien veel minder orthodox islamitisch is en veel meer geworteld is in deze vorm van Arabisch nationalisme. Dit zal later aan de orde komen.

De coup van de Gouden Vierhoek in Bagdad mislukte en al-Husayni vluchtte naar Berlijn. Daar maakte Hitler hem tot hoofd van een SS divisie, bestaande uit voornamelijk Bosnische moslims, die gruwelijke oorlogsmisdaden hebben begaan.

Na de oorlog wist de Mufti de Neurenberger processen, waar hij terecht had moeten staan, te ontkomen en vluchtte hij naar het Midden-Oosten. In 1974 overleed hij in Libanon.

Het staat niet ter discussie dat de Mufti een bijzonder kwalijke rol heeft gespeeld, dat hij een oorlogsmisdadiger was, etc. Alleen, itt wat veel pro-Israël en anti-islamactivisten en hun meelopers beweren, de Mufti is niet degene geweest die met het idee van de Holocaust is gekomen. Dat was namelijk Hitler zelf. Hij heeft het idee van gifgas voor Joden al geopperd in Mein Kampf. Bovendien was al ruim voor de Wanseee Konferenz (en de ontmoeting met de Groot Mufti) al een begin gemaakt met de fysieke vernietiging van de Europese Joden. Er bestonden zelfs al gaskamers, zoals in Belzec, en ook Babi Yar had al plaatsgevonden. Hitler had toen al zelf talloze toespraken gehouden waarin hij opriep tot de vernietiging en totale uitroeiing van de joden, ook met gifgas.

Maar net als de inmiddels allang afgeschreven Holocaustontkenners David Irving, Robert Faurisson en Ernst Zündel (in een ander verband eerder op dit blog behandeld), kunnen ook de nieuwe Holocaustrevisionisten met een eigenlijk anti-islamitische agenda moeilijk geloven dat de Nazi’s en niet iemand anders, zoals bijvoorbeeld de eeuwige moslims, verantwoordelijk zijn voor de massale vernietiging van de Europese Joden.  Hitler had dat natuurlijk nooit zelf niet kunnen bedenken; hij moet haast wel zijn ingefluisterd door een niet-Arische en eigenlijk Semitische Arabier… Ook Hitler, die trouwens links was volgens Martin Bosma, is kennelijk slachtoffer van demonisering.

Er is overigens geen serieuze historicus van het Derde Rijk die de Groot Mufti zo’n cruciale rol toedicht. Allan Bullock, Sebastian Haffner, Joachim Fest, Ian Kershaw geen van hen heeft het bij mijn weten zelfs over de Groot Mufti (althans, volgens mij wordt hij zelfs door geen van hen genoemd, maar dat zou ik misschien nog een keer moeten nazoeken). Maar het verhaal van de Groot Mufti (als bedenker van de Holocaust), duikt eigenlijk alleen op in ranzig propaganda-materiaal, of in Nederland bij auteurs/opiniemakers als Carel Brendel en Hans Jansen. Of Martin Bosma. De op dit blog uitgebreid behandelde pro-Israel activiste Ratna Pelle is ook niet zuinig in haar gebruik van het verschijnsel Groot Mufti.

Er zijn ook serieuze auteurs over het Midden-Oosten (zoals Charles Tripp, Robert Fisk of Hanna Batatu) die uitgebreid over de Mufti hebben geschreven. Ook zeer kritisch en zonder zijn collaboratie met Hitler te verdoezelen. Maar geen van hen maakt de Mufti tot de bedenker of inspirator van de Holocaust. De Mufti was zonder twijfel een Nazi-collaborateur, een Nazi-oorlogsmisdadiger, maar geen hoofdrolspeler, laat staan een sleutelfiguur. Zijn invloed is zeker betekenisvol geweest in het Midden Oosten (zoals op de Ba’thpartij en vooral Saddam Hussein), maar niet op het verloop van de Tweede Wereldoorlog in Europa of op de Holocaust.

http://www.volkskrant.nl/buitenland/merkel-tegen-netanyahu-holocaust-is-wel-onze-verantwoordelijkheid~a4168563/

De Partij van de Liefde

“Het nieuwe fascisme draagt een baard”, zei oorlogscorrespondent Arnold Karskens in de talkshow van Pauw, op 22 september 2014., nav de wandaden van Islamitische Staat (zie hier). Heeft hij gelijk en is IS een manifestatie van ‘fascisme’? Wat mij betreft heeft Karskens maar een beetje gelijk, zij het indirect en op een iets andere manier dan hij wellicht zelf bedoelde.

Hoewel het hiervoor besproken verhaal van de Groot Mufti misschien wel het bekendste is (vooral omdat het zo gespind is door de Israël Lobby en door westerse anti-islamactivisten, zo erg dat het gezonken cultuurgoed is geworden, dat het inmiddels zelfs op GeenStijl rondwaart), is dit zeker niet het enige en al helemaal niet de belangrijkste link tussen het Europese fascisme en politieke bewegingen/stromingen in het Midden Oosten. Want hoe zit het met de oorsprong van het regime van Assad? Want juist de Baathpartij (zowel de Syrische van Assad als de Iraakse van Saddam Hussein) kent een min of meer op het fascisme geïnspireerde oorsprong.

De Ba’thpartij werd opgericht door Michel Aflaq, een Christelijke Syriër. Aflaq werd in 1910 in Damascus geboren in een Syrische Grieks Orthodoxe familie. Hij groeide op in de jaren dat Syrië een Frans mandaatgebied was, een resultaat van de opdeling van het Osmaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog, een gegeven dat zijn politieke vorming sterk zou beïnvloeden. In de jaren dertig studeerde hij geschiedenis aan de Sorbonne Universiteit in Parijs.

Aanvankelijk was Aflaq Marxist, maar in de loop van de jaren dertig raakte hij sterk beïnvloed door de Duitse denkers van de romantiek (vooral Gottfried Herder) en in toenemende mate het fascisme van Mussolini in Italië. Terug in Damascus, waar hij docent werd op een Franse eliteschool, begon hij zijn carrière als politiek denker/activist/agitator. Hij werd actief in de revolutionaire ondergrondse van het Arabisch nationalisme. Begin jaren veertig richtte hij samen met de soenniet Salah Eddine al-Bitar en de Shiiet Zaki Arsuzi de Pan Arabische Ba’th Partij op, voluit al-Hizb al Ba’th al-Arabi al-Ishtiraki (حزب البعث العربي الاشتراكي), ‘de Socialistische Partij van de Arabische Herrijzenis’. Ba’th, “herrijzenis” of “wedergeboorte” stond tegenover het Europese Imperialisme. De Ba’thpartij was natuurlijk een reactie op de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, die voor de Arabieren, ondanks dat zij aan de geallieerde zijde hadden meegevochten tegen het Osmaanse Rijk, bijzonder nadelig was uitgevallen. De Arabieren kregen geen onafhankelijk aaneengesloten gebied, onder het gezag van Koning Faisal, maar het gebied werd verdeeld in een Frans en een Brits mandaat (het geheime Sykes-Picot akkoord van 1916, in 1920 geïmplementeerd). Syrië en Libanon gingen naar Frankrijk, Palestina, Trans Jordanië en Irak naar Engeland. Aan de geforceerde en kunstmatige grenzen van deze staten hebben sindsdien een heleboel conflicten ten grondslag gelegen, eigenlijk tot op de dag van vandaag. De recente vorming van Islamitische Staat, dwars door de grenzen van Syrië en Irak werd mede gemotiveerd als een rechtzetting van dit onrechtmatige en opgelegde verdrag.

Het was onder meer deze verdeling van de Arabieren waar Aflaq en de Ba’thpartij tegen ageerde. Er moest een Pan-Arabische Eenheid komen, los van de door de imperialisten opgelegde landgrenzen. De drie zaken waar de Ba’thpartij tegen ageerde waren: Imperialisme, Zionisme (de vorming van een Joodse Staat in Palestina), en ‘de Arabische Reactie’, waarmee de conservatieve monarchieën werden bedoeld, die in de ogen van de Ba’th een belemmering vormden voor de vooruitgang en de Arabische wederopstanding. De slogan van de partij was “Eenheid, Vrijheid, Socialisme”. Eenheid bedoeld als eenheid van alle Arabieren, die een Natie vormden en zich moesten ontdoen van de koloniale grenzen. Vrijheid bedoeld als vrij van imperialistische overheersing en Socialisme als saamhorigheid, sociale rechtvaardigheid en emancipatie (overigens nadrukkelijk niet Marxistisch). Op het eerste gezicht begrijpelijke of gerechtvaardigde eisen, zeker in het licht van die tijd. De Ba’thpartij was trouwens seculier en profileerde zich vooral als een partij voor Arabieren, ongeacht de religieuze afkomst/overtuiging. Het Pan-Arabisme stond, in de oorspronkelijke ideologie althans, centraal (onder respectievelijk Saddam en Assad zouden regionalisme, nationalisme en vooral tribalisme steeds meer de boventoon voeren, maar dat was niet de oorspronkelijke koers van Aflaq)

Maar Aflaqs ideeën bevatten ook andere elementen, die niet direct zijn terug te voeren op een Arabische, Islamitische of regionale traditie, maar die duidelijk geworteld zijn in het Europese politieke denken van de jaren twintig en dertig, vooral het fascisme. In Fi Sabil al Ba’th (“The Path to Resurrection”), uit 1941, het belangrijkste geschrift van de Ba’thpartij, klinkt regelmatig de roep om een sterke leider, die de partij en de samenleving voortdurend bij de les houdt en in een permanente staat van strijd stort:  “The Leader, in times of weakness of the ‘Idea’ and its constriction, is not one to substitute numbers for the ‘Idea’, but to translate. numbers into the ‘Idea’; he is not the ingatherer but the unifier. In other words he is the master of the singular ‘Idea’, from which he separates and casts aside all those who contradict it.”

Aflaqs formulering van nationalisme doet net zo fascistoïde aan: “Nationalism is love before anything else. He who loves doesn’t ask for reasons. And if he were to ask, he would not find them. He who cannot love except for a clear reason, has already had this love wither away in himself and die (…) In this struggle we retain our love for all. When we are cruel to others, we know that our cruelty is in order to bring them back to their true selves, of which they are ignorant. Their potential will, which has not been clarified yet, is with us, even when their swords are drawn against us”.

Nationalisme als onvoorwaardelijke liefde. Een irrationele overgave aan de Natie en haar Leider, in een systeem waarin foltering en andere wreedheden gezien worden als loutering, therapie zelfs en het individu geofferd kan worden voor een hoger ideaal, dat slechts door de Leider kan worden vastgesteld. Fascistischer kan bijna niet. Zie voor meer over de ideologie van Aflaq en hoe deze zich verhield tot de werkelijke politiek van zowel Assad als Saddam Hussein (vooral de laatste), Bloed en Bodem van de Ba’ath, van arabist Leo Kwarten uit de NRC (3-5-2003). Er is trouwens recent een Nederlandse politicus opgestaan die zijn partij, net als Aflaq, ook ‘de Partij van de Liefde’ noemde en in het verlengde daarvan zeker nationalisme (of patriottisme) beschouwt als een vorm van liefde. Ik neem aan dat het op toeval berust, tenminste niet dat er in dit Nederlandse partijtje het Ba’thistische gedachtegoed leeft. Maar opmerkelijk is het wel, Dit partijtje (waarvan enkele lieden zich wel lovend over Assad hebben uitgelaten), komt later nog uitgebreid aan de orde. Terug naar Aflaq en de Ba’thpartij.

Uiteindelijk vonden in zowel Syrië en Irak in 1963 staatsgrepen plaats die in beide landen de partij aan de macht hielpen. In Irak trouwens voor korte duur, omdat het leger ingreep en de Ba’thi’s weer aan de kant zette. In 1968 wist de Iraakse tak van de Ba’thpartij weer aan de macht te komen en ditmaal deze te behouden, tot de val van Saddam Hussein na de Amerikaanse invasie van 2003. Maar hoe dan ook, Aflaqs notie van de “Republiek der Liefde” culmineerde uiteindelijk in het Irak van Saddam Husseun en het Syrië van Hafez al-Assad en zijn zoon Bashar, al is de uiteindelijke invloed van Aflaq groter geweest op het Iraakse dan op het Syrische regime. Met de machtsgreep van Hafez al-Assad in 1970 volgde namelijk een grote zuivering in de Syrische Ba’thpartij, in het jargon van het Assad-regime aangeduid als de ‘correctieve revolutie’. Assad verving de partijleiding door veelal Alevietische clan en streekgenoten. Aflaq werd uit zijn eigen Syrische Ba’thpartij gezet en vertrok, na een lange omzwerving, oa via Frankrijk en Brazilië, uiteindelijk naar Irak, waar hij later door Saddam Hussein op een voetstuk werd geplaatst, tot zijn dood in 1989. Hoewel hij op het eind van zijn leven niets meer dan een symbolisch figuur was geworden, in feite onder huisarrest leefde en voor officiële gelegenheden door Saddam Hoessein op een podium werd gezet, werd hij na zijn dood door het regime geëerd, middels een groot grafmonument en enkele bronzen standbeelden, van hetzelfde soort waarvan er vele honderden van Saddam zijn vervaardigd.

Beide Ba’thistische regimes verwijderden zich elk op hun eigen manier van de oorspronkelijke ideologie. Het belangrijkste was de ambivalente relatie met het Pan-Arabisme, de Arabische eenheid, een van de belangrijkste peilers van het oorspronkelijke Ba’thisme, al bleef het Iraakse Ba’thregime, in woord althans, het idee van de Arabische eenheid het sterkst uitdragen. Maar in de praktijk vielen beide regimes terug op hun tribalistische aanhang, die in Syrië en Irak sterk van elkaar verschilde, waardoor beide regimes zelfs gezworen vijanden van elkaar werden.

De oorzaak zit hem vooral in het volgende: de Ba’th was weliswaar een sterk etnisch/niet religieus gerichte beweging (gericht op het Pan-Arabische eenheid, Arabisch nationalisme, waarmee dus de vereniging van alle etnische Arabieren werd beoogd), maar verder was Ba’th seculier.  Alleen leunden beide regimes, zeker toen in Irak Saddam Hussein de heerschappij opeiste en in Syrië Hafez al-Assad de sterke man werd, vooral op de tribale achterban van beide tirannen. Saddams dictatuur kende een mafia-achtige structuur, waarbij zijn stamverwanten de sleutelposities bekleedden. Dat was in zijn geval de tribalistische bevolking van de zg Sunnitische driehoek, van iets ten noorden van Bagdad (bijv. Falujah) tot ongeveer Mosul (waar veel van de latere aanhang van IS afkomstig was, daarover later meer).

Het regime dat de oude Assad vormgaf had eenzelfde soort tribalistische, of mafia-achtige structuur, alleen werden de sleutelposities bemand door de Alawieten van het platteland van Latakia. Ter verduidelijking, de Alawieten maken deel uit van de Shiietische tak van de islam, het is alleen binnen het Shiïsme een andere richting dan bijvoorbeeld het Twaalver-Shiisme, dat wordt aangehangen door het Mullah bewind in Iran en waartoe de meerderheid van de Shiieten kan worden gerekend, dus de Shiietische populatie van Iran, de zuidelijke helft van Irak en de meeste Shiieten in Libanon. Zie hier ongeveer het schisma tussen de Iraakse en de Syrische Ba’thisten. Hoewel er ideologisch en politiek organisatorisch grote overeenkomsten waren (beiden totalitaire politiestaten, leunend op zowel een combinatie van tribale loyaliteiten, als georganiseerd wantrouwen, door een netwerk van geheime diensten), namen zij binnen het krachtenveld van de Arabische wereld vaak tegengestelde posities in. De Iraakse Ba’th neigde meer naar het Sunnitische kamp, terwijl het Syrische regime meer aansluiting zocht in de Shiietische wereld. Zo sterk zelfs dat in de Irak/Iran oorlog het Syrië van Assad de zijde van Iran koos, als enig Arabisch land. De motieven hiervoor zijn niet zozeer religieus (het seculiere Assad regime verschilde sterk van het revolutionaire islamistische regime van Ayatollah Khomeiny, net zoals Saddams regime in veel opzichten verschilde van het Saudische koninkrijk), maar wel tribalistisch.   Zie hier ook de verklaring waarom het seculiere regime van Hafez al-Assad (en tegenwoordig dat van zijn zoon Bashar) de belangrijkste steunpilaar was van de shiietische fundamentalistische Hezbollah (al is tegenwoordig Hezbollah misschien wel de belangrijkste steunpilaar van het regime van Assad, dat inmiddels sterk in de verdrukking is gekomen). Eenzelfde soort relatie is het voormalige Iraakse Ba’thbewind aangegaan met verschillende sunnitische terreurbewegingen. In zo’n sterke mate zelfs dat de leiding van IS bijna als een soort ondergrondse voorzetting kan worden gezien van het oude Iraakse regime. Daarover later meer.

De conclusie is dat Arnold Karskens enigszins gelijk had toen hij nav IS stelde “Het nieuwe fascisme draagt een baard”. Zeker geen gelijk in de zin van dat ‘islam’ en ‘fascisme’ aan elkaar verwant zouden zijn (zoals oa Geert Wilders en Martin Bosma ons graag willen doen geloven), maar wel dat de ‘baarden’ van IS (in ieder geval de leiding) een soort voortzetting zijn van een fascistische beweging in het Midden Oosten.

wordt zeer binnenkort vervolgd

Right to feel safe? Vanzelfsprekend, maar hoed ons voor de ‘Pimse’ opportunisten

Posted in 'Islamdebat', homo-emancipatie/'homo-kwesties', opinie, rechts populisme in Nederland by Floris Schreve on 11 september 2010

Recent werd ik opgeschrikt door het volgende bericht (van de locale Amsterdamse zender AT5):

woensdag 25 augustus 2010 13:33:

Een homostel is het afgelopen weekend in het centrum in elkaar geslagen door een groep jongens.

De twee stonden om één uur ’s nachts na een avondje stappen op het Singel met twee vrienden nog wat na te praten, toen uit het niets een groep van vier of vijf jongens hen begon uit te schelden en op hen in begon te slaan. Volgens de slachtoffers gebeurde dit omdat ze homo zijn.

De twee mannen werden in hun gezicht en buik geslagen en getrapt. Opvallend is dat er op dat moment veel mensen op straat waren. Pas nadat de daders wegrenden, schoten omstanders te hulp.

Het slachtoffer en zijn vriend kwamen er met lichte verwondingen vanaf. Ze hebben aangifte gedaan. Van de daders ontbreekt elk spoor.

De politie laat aan AT5 weten dat het op basis van de getuigenverklaringen niet met zekerheid kan zeggen dat het hier om zogenaamd homogerelateerd geweld ging.

De afgelopen maanden zijn homo’s echter regelmatig doelwit geweest van geweld. In een straat in West werd een lesbisch stel de afgelopen maanden zelfs systematisch geterroriseerd. Burgemeester Eberhard van der Laan heeft aangekondigd keihard op te treden tegen homogerelateerde agressie.

Tot zover dit bericht van de AT5 site (de reportage is te bekijken op de site zelf). Los van dat het mij sowieso raakt (het had mij ook kunnen gebeuren), was ik ook  getroffen dat dit is gebeurd op een steenworp afstand van waar ik woon (zo’n 300 meter). Sterker nog, ik loop vrijwel dagelijks langs deze plek en het ligt ook precies op mijn ‘uitgaansroute’ (dus van mijn huis naar het hart van het homoseksuele uitgaansleven). Ik kan me zelfs herinneren dat ik, alweer zo’n tien jaar geleden, op ongeveer dezelfde plek werd nageroepen toen ik daar gearmd met mijn toenmalige vriend liep. Erg vond ik het toen niet; dit was hartje Amsterdam en  ik voelde me op dat moment vrijwel onaantastbaar. Er is geen plek in Nederland waar je je als homo veiliger zou kunnen voelen als daar. Een opgestoken middelvinger en een grote bek terug van mijn toenmalige vriend, die op dat gebied iets roekelozer was dan ik, was voldoende.  Zo werkt dat in Mokum, althans zo zou het moeten werken.
Dit bericht is hoe dan ook schokkend. In de eerste plaats natuurlijk voor die jongens zelf en voor mij misschien omdat het opeens wel heel erg dichtbij komt. Eerlijk gezegd voelde ik me en voel ik me nog steeds niet onveilig in dit gedeelte van Amsterdam. Dit is voor mij nog steeds de plek waar ik gewoon kan zijn wie ik ben, zonder dat ik me genoodzaakt voel om dat deel van mijzelf verborgen te houden. Amsterdam, vooral het centrum, is voor mij de plaats waar je onbezorgd openlijk homo kunt zijn en waar de gaypride gewoon een feestje is en geen politiek statement uit bittere noodzaak (zoals bijvoorbeeld in Oost Europa of elders).

Mede naar aanleiding van dit soort incidenten is er in Amsterdam een nieuwe actiegroep in het leven geroepen met de naam Right to feel Safe. Ik geef hier de doelstellingen weer van de website:

Natuurlijk ben ik het met de doelstelling eens, al heb ik persoonlijk nog steeds geen slechte ervaringen met de veiligheid in het centrum van Amsterdam. Ik beschouw mijn woonomgeving nog altijd als een soort veilige oase voor homoseksuelen. Dat is tenminste mijn gevoel, los van of dat terecht is (en uit dat bericht van AT5 blijkt dus dat dit niet altijd terecht is). Zeker als ik het vergelijk met andere plaatsen. Waar ik nu zit voel ik me, op dit gebied althans, redelijk op mijn gemak. Er zijn plekken die minder paradijselijk zijn, dat weet ik enigszins uit eigen ervaring.

Zonder nu alle details van mijn coming out verhaal te gaan vertellen, kan ik wel het volgende kwijt. Zelf ben ik opgegroeid in Twente. Gedurende mijn middelbare schooltijd werd ik mij er opeens bewust van dat ik me, naast enigszins tot vrouwen, vooral voelde aangetrokken tot mannen. Dat was natuurlijk best even schrikken, want ik was als puber sowieso niet erg zeker van mezelf (ik was en ben misschien nog steeds wel een enigszins wereldvreemde boekenwurm, oftewel een typische ‘nerd’ 😉  ) en dit was het laatste dat ik erbij kon hebben. Wel putte ik een paar jaar later enige hoop uit een interview dat ik las in Elsevier. Ik had het voornemen om naar Leiden te gaan en het lag ook enigszins voor de hand dat ik dan lid zou gaan worden van het Corps Minerva, al had ik ook toen mijn aarzelingen (het corps stond bekend als behoorlijk reactionair en dat bleek uiteindelijk in verschillende opzichten terecht). Maar hoopgevend was dat ik in Elsevier een interview las met een zekere Floris Michiels van Kessenich, die erg zijn nek had uitgestoken voor de emancipatie van homoseksuelen in de kringen van het studentencorps. Michiels van Kessenich had dit interview gegeven kort voordat hij overleed aan AIDS (het was ook de tijd van de grote epidemie), dus hem heb ik nooit ontmoet. Maar het was wel iets dat me enige hoop gaf. Want al zat ik op een buitengewoon vrijzinnige middelbare school (in Hengelo), voor mij was het toen nog uitgesloten dat ik enige stappen zou zetten om me in Twente op de gelijkgeslachtelijke liefde te oriënteren.  Achteraf niet helemaal terecht, want vooral Enschede kent een kleine maar actieve en redelijk bruisende homoscene, maar dat was toen nog niet iets dat boven mijn horizon kwam.

Ik had dus grote verwachtingen van mijn verhuizing naar de Randstad, in dit geval Leiden. Hoezeer mijn gang naar Leiden ook een breuk was met alles van wat ik daarvoor kende, zowel in positief als in negatief opzicht, in dit opzicht was het een grote tegenvaller. Eerder heb ik op dit blog uitgebreid geschreven op dit blog over mijn ervaringen bij het corps in het algemeen, zie https://fhs1973.wordpress.com/2008/08/04/het-grote-nagaans-lullo-universum/)  Wat betreft de houding naar homo’s kan ik daar het volgende over kwijt: Hoewel de meerderheid van mijn vriendenkring uit die tijd daar echt niet bekrompen over dacht, was de cultuur van Minerva in het algemeen niet bepaald homovriendelijk. Uit die tijd ken ik dan ook maar een paar mensen (hooguit vijf) die in de tijd dat ze daar rondliepen volledig uit de kast waren of van wie hun geaardheid algemeen bekend was. Dat is schrikbarend weinig, zeker als ik het vanuit het perspectief van nu bekijk. Ik ken er namelijk nu vrij veel. Het is zelfs zo dat mijn jaarclub bijna een soort over vertegenwoordiging van homo’s kent (maar liefst vier van de zestien en dat is achteraf gezien bizar veel). Maar in de tijd dat we nog actief op Minerva rondliepen was er nog geen van ons uit de kast (inclusief ikzelf, overigens was ik pas de derde die uit de kast kwam). Dat was ook niet zo vreemd; in de heersende cultuur van Minerva werd er vooral erg bekrompen over homo’s gedacht, overigens over bijna alles wat van de gangbare norm afweek. Althans, dat was nog zo in de jaren negentig. Misschien is het nu beter.

In die jaren ben ik heel voorzichtig mijn eerste stappen gezet om die toen nog zogezegd verborgen kant van mijzelf te ‘exploreren’. Dat deed ik vanzelfsprekend niet in het ‘dorp’ Leiden, voor mij lag Amsterdam meer voor de hand.  Heel simpel was dat niet, want ik leefde in een nogal hechte gemeenschap. Het nadeel van de gesloten structuren als studentenhuis, jaarclub en vereniging is dat er bijna altijd wel iemand is die zou moeten weten waar je uithangt. Zonder ook maar iets af te willen doen aan de hechte kring waarin ik toen verkeerde, was dit absoluut in mijn nadeel. En ik wilde me eerst zelf oriënteren voordat ik er behoefte aan had om er met iemand over te praten.

Maar voor mij was het in eerste instantie uitgesloten om het COC Leiden te bezoeken of om een keertje op donderdagavond in het café Odessa te gaan kijken (de enige twee uitgaansgelegenheden voor homo’s in Leiden, in die tijd althans). Dat zeg ik niet omdat ik iets tegen het locale COC en Odessa zou hebben. Helemaal niet zelfs, en ik heb later beide gelegenheden ook bezocht, maar op dat moment voelde ik me, terecht of niet, teveel gekluisterd aan het Leidse circuitje om echt vrij te zijn.  Gelukkig was het de tijd van de OV jaarkaart (mede met dank aan Fortuyn, dat dan weer wel 😉  ) en had ik ook een paar vrienden in Amsterdam. Nu hing ik de laatste jaren dat ik in Leiden woonde toch al veel in Amsterdam, dus dat was een ‘ideale ontsnappingsroute’. Op die manier ben ik een keer uit Leiden vertrokken met het verhaal dat ik in Amsterdam bij een oude schoolvriend zou blijven slapen. Dat werd mijn eerste bezoek aan de It, de roemruchte discotheek uit die tijd (inmiddels alweer jaren dicht). Vanaf daar gebeurde het dat ik met iemand mee naar Den Haag ging. De volgende ochtend kwam ik weer aan in Leiden en ging iedereen ervan uit dat ik een avondje met een oude schoolvriend op het Amsterdamse corps had rondgehangen. Een paar keer heb ik zo’n kunstje uitgehaald. Zo ben ik ook een keer in Nijmegen (!) terechtgekomen (ik zou zogenaamd bij mijn ouders in het oosten van het land zijn). Was overigens niet heel spannend, maar het was wel veilig en ver weg. Nijmegen heeft overigens wel een redelijk bruisende homoscene, maar ik was toen nog niet erg goed geïnformeerd en wist de juiste plaatsen nog niet helemaal te vinden.

Achteraf moet ik enigszins lachen om dit ingewikkelde en vooral onhandige gedoe. Maar echt leuk was het natuurlijk niet. Het heeft me er wel van bewust gemaakt hoe fragiel en daarmee ook hoe kostbaar de vrijheid is om jezelf te mogen zijn. Bij mij heeft dit ‘dubbelleven’ gelukkig niet lang geduurd (het was ook toen mijn vaste voornemen om het niet lang te laten duren). Terugkijkend realiseer ik me wel dat er nog altijd veel mensen zijn die op die manier hun leven moeten inrichten. Ik was toen nog een jonge twintiger, dus voor mij was het vooral een spannend avontuur, maar wat als je veertig bent, of ouder? Toch weet ik dat ook dit nog altijd voorkomt. Daarom zal het altijd de moeite waard zijn om de vrijheid om te zijn wie je bent te bevechten.

Als ik er nu op terugkijk had ik best in die tijd uit de kast kunnen komen, voor het grootste deel van mijn vrienden had het niets uitgemaakt. Maar dat ik het er op Minerva niet makkelijker op zou hebben gehad werd mij duidelijk toen ik een keer laat van de sociëteit naar huis liep. Zonder dat ik het aanvankelijk door had was een van mijn allergrootste vijanden met een van zijn huisgenoten  mij achterna gelopen. In de Diefsteeg, het steegje schuin tegenover de sociëteit waar ik altijd doorheen liep sloegen ze toe. Ik ontving een paar rake klappen terwijl ze mij iets toeriepen van: ‘Je bent een gore flikker, want we hebben je met een kerel betrapt’. Dat soort teksten.  Dit is de enige keer dat ik ooit met homofoob geweld te maken heb gehad. Dat was dus niet van Marokkanen, of andere ‘islamieten’, neen dat was van ‘keurige’ medeleden van de Leidse Studentenvereniging Minerva. Je kunt er nog over twisten of dit het geval was vanuit hun optiek; ze konden op dat moment namelijk onmogelijk weten dat ik inderdaad weleens iets met een man had uitgevoerd, dus wellicht was het gewoon agressie en riepen ze maar wat. Overigens maakte ik me geen enkele illusie over of ze me anders zouden hebben bejegend als ze ook geweten hadden dat ik weleens met een man tussen de lakens was gekropen. In die tijd waren homo’s bij dit soort volk geen volwaardige mensen, dat zou pas veranderen nadat politiek rechts ‘de homo’ zou ontdekken (de opkomst van Pim is volgens mij een belangrijke cesuur geweest).

Kort na dit ‘incident’ hebben deze zelfde lieden zich kort daarna ook tegen een paar huisgenoten misdragen, waarop ik het tijd vond om naar het Collegium (het verenigingsbestuur van Minerva) te stappen om een klacht in te dienen. Tot enige sancties heeft het niet geleid, maar zij woonden dan ook in een ‘belangrijk’ corpshuis aan het Rapenburg en ik in een ‘dubbel gemengd huis’ aan de Vliet (‘dubbel gemengd’ wil zeggen meisjes en jongens en dan ook nog van verschillende verenigingen, dus geen corpshuis). En bewoners van ‘het Rap’ waren nu eenmaal belangrijk, want dat waren veelal ook de club en huisgenoten van degenen die op Minerva de bestuursbaantjes vervulden. Misschien is er een keer gebeld met het verzoek of ze mij niet meer lastig zouden vallen, want ik heb daarna nooit meer iets van ze gemerkt, maar een sanctie, die ze ook volgens het reglement van  Vereniging hadden verdiend (dat werd heel pretentieus ‘de wet’ genoemd), hebben ze nooit gekregen. Minerva was in die tijd  corrupt tot op het bot en niet bepaald bevorderlijk voor het geloof in de goedheid van de mens, om het maar eufemistisch te formuleren. Dat is bij mij menigmaal op de proef gesteld, maar zie daarvoor nogmaals mijn eerdere artikel. Overigens heb ik ook weleens gezien dat homofobe agressie naar iemand anders gedoogd werd; dat gebeurde zelfs in de grote zaal onder toeziend oog van de commissie, die de orde moest handhaven. Neen, Minerva was toen geen paradijsje voor homoseksuelen. Maar misschien is het nu beter, ik heb zelfs wel enige aanwijzingen dat er op dit gebied in de laatste tien jaar inderdaad iets veranderd is. Per slot van rekening is ‘de homo’ tussen 1990 tot ongeveer 2005 wel erg gezonken cultuurgoed geworden, dus misschien nu ook bij het corps.

Mijn plotselinge kans om in de tweede helft van de jaren negentig naar Amsterdam te verhuizen kwam dan als geroepen. Met twee jongens uit Leiden had ik de kans om in de Jordaan te gaan wonen. Toen ik daar een paar maanden zat en ik nogmaals het hoofdstedelijke gebeuren ging verkennen besloot ik dat het tijd was om uit de kast te komen (ik was inmiddels 24, dus wat betreft een latertje). Ook dat was nog niet zo simpel en werd door een paar mensen erg moeilijk gevonden. Het leidde er in ieder geval toe dat ik binnen Amsterdam (overigens samen met een trouwe huisgenoot) nog een keer ben verhuisd. Maar uiteindelijk heb ik een aantal jaar gelukkig gewoond met twee van mijn beste Leidse vrienden, beide hetero, maar die het alleen maar grappig vonden als ik iets aan de haak had geslagen na een avond stappen in de Reguliersdwarsstraat (waar ik aanvankelijk begon, ik heb mijn circuit is in de loop der tijd wel wat verlegd). Zij hadden hun vriendinnen en ik mijn vriendjes en dat werkte allemaal goed :). We hebben in ieder geval op die manier een aantal jaar gelukkig met z’n drieën gewoond.

Het was overigens ook in die tijd dat ik het gezelschap voor homoseksuele corpsleden van de eerder genoemde Floris Michiels van Kessenich ontdekte. In mijn tijd in Leiden waren ze voor mij altijd erg onzichtbaar gebleven (maar dat lag er ook aan dat ik mij in Leiden niet op dit pad durfde te begeven). Maar het bestaat nog steeds, de Donderdagavond Eet Club (DEC), voor mannelijke corpsleden (al is dat iets verbreed) met een homoseksuele geaardheid. Een keer in de maand hebben ze een borrel in Amsterdam, waarna de doorzakkers nog gezamenlijk uitgaan in ‘de scene’. Goed dat ze er zijn. Het gezelschap bestaat, of bestond, in ieder geval wel bij de gratie van enige discretie, wat ik goed kan begrijpen. Ik heb die bijeenkomsten in mijn eerste Amsterdamse jaren regelmatig bezocht, maar uiteindelijk verwaterde dat. Ik was toen al bezig om mijn vleugels verder uit te slaan, dus het kwam voor mij op een moment dat de DEC voor mij niet meer een noodzakelijkheid was (als het dat in mijn geval ooit geweest was, maar sommige anderen is dit misschien wel het geval. Overigens heb ik met een aantal leden nog goed altijd overweg en heb ik nog steeds contact). Maar alle lof voor dit gezelschap en wellicht zijn ze nog altijd hard nodig.

Tot zover mijn persoonlijke ‘coming out’ geschiedenis. Hoewel de emancipatie van homoseksuelen eigenlijk vanaf de jaren zestig begonnen is, heb ik gemerkt dat deze pas echt ingebed raakte aan het eind van de jaren negentig. Toen het er onder het Paarse kabinet het homohuwelijk werd geïntroduceerd had ik het gevoel dat de acceptatie van homo’s door de meeste Nederlanders wel een feit was. Natuurlijk waren er ook toen nog genoeg homofoben te vinden, maar het leek er, in mijn omgeving althans,  meer op dat je als homofoob wat had uit te leggen dan als homoseksueel. Ik was mij er overigens toen ook wel van bewust dat er voor verschillende groepen in onze samenleving homoseksualiteit problematisch was. Te denken viel natuurlijk aan bepaalde Christenen (we hadden de affaire Leendert van Dijke, het kamerlid van de RPF/Christen Unie die homo’s met dieven had vergeleken) en Moslims (zoals opeens bleek in de affaire van de Marokkaanse imam Khalil El Moumni). Wat betreft de laatste groep, ook daar begon het emancipatieproces vorm te krijgen. De Stichting Yusuf was er al iets langer, maar in die tijd kwamen de eerste Turkse homo-organisaties op (ik kan me IPOTH nog herinneren) en vooral dat er de eerste openlijke Arabische homokroeg ter wereld werd geopend, de Habibi Ana, hier in Amsterdam. De Habibi Ana heb ik vaak bezocht en ik heb er zelfs nog een kortstondig vriendje aan overgehouden (een Iraniër). Voor mij leek het toen dat het in Nederland langzaam goed zou komen. Het had nog de schijn dat je als progressief of links liberaal zij aan zij stond met de homobeweging en de zich emanciperende etnische minderheden.

De factor ‘Pim’

De gebeurtenis dat dit enigszins idealistische beeld teniet deed was 11 september 2001. In Nederland vertaalde zich dit in de opkomst van Pim Fortuyn.  Hoewel Pim er ontegenzeggelijk voor heeft gezorgd dat rechts Nederland de ‘homo’ ontdekte, heeft zijn ‘revolutie’ mijns inziens weinig goeds gebracht (hooguit dat het ‘debat’ iets vrijer is geworden en iets minder ‘politiek correct’).

Overigens had ik al vanaf het begin de jaren negentig wel het eea van Fortuyn gelezen. Ik kan me herinneren dat mijn eerste ‘kennismaking’ nog dateerde uit mijn laatste jaren van de middelbare school. Fortuyn had in Vrij Nederland opgeroepen tot een nauwere samenwerking tussen VVD, D66 en PvdA. Zij zouden een soort links liberale progressieve volkspartij moeten vormen, waarbij het individu, kosmopolitisme en culturele progressiviteit centraal stond dat als tegenwicht moest dienen tegen het ‘conservatieve’ CDA, ouderwetse vakbondssocialisten, de kleine Christelijke partijen en eventuele VVD stemmers, die eigenlijk meer conservatief waren dan liberaal. Volgens Fortuyn was het traditionele onderscheid tussen links en rechts voorbij en werd de politiek nu volgens andere parameters bepaald. Eigenlijk nam Fortuyn toen een soort voorschot op paars. Ik kan me herinneren dat ik dit een hele interessante gedachte vond en ik besloot zijn artikelen en columns verder te volgen.

In mijn eerste jaren in Leiden las ik ook zijn column in de SUM (een gratis verspreid studentenblaadje, dat in diverse universiteitsgebouwen werd gedistribueerd, waar Fortuyn later weer met slaande deuren is vertrokken, overigens in dat geval niet geheel ten onrechte). Toen begon ik hem eigenlijk steeds vervelender te vinden, maar wat voor mij de deur dicht deed was, toen het paarse kabinet er inmiddels zat, hij plotseling een pleidooi begon te houden voor gezinswaarden (als ik het me goed kan herinneren in een interview met Karel van der Graaf voor de Avro). Zijn gelonk naar het CDA vond ik niet kloppen met zijn eerdere pleidooi voor de Progressieve Sociaal Liberale Volkspartij (ik meen me te herinneren dat hij zo zijn ideaal voor een ‘paarse partij’ had omschreven). Ook begon hij Elco Brinkman de hemel in te prijzen. Dat mocht hij natuurlijk doen, maar ik vond het nogal haaks staan op wat hij kort daarvoor had verkondigd. Ik vond Fortuyn een opportunistische draaikont en voor mij had hij afgedaan.

Tenenkrommend vond ik ook dat hij zichzelf begon aan te prijzen als ‘minister van gezinszaken’ (in die periode was dat idee ook in CDA kring ontstaan). Dit had wel van een erg hoog ‘Prof. Dr. Ir. Akkermans’ gehalte (Koot & Bie waren toen nog net op de buis) en bovendien, waarom juist Fortuyn voor die functie? Als uitgesproken vrijgevochten homo vond ik hem toch wat authentieker. Dat hij zich hiervoor zo hijgerig aanbood was wat mij betreft zo gênant dat ik niet eens snapte dat de publieke omroep hem hiervoor een podium bood. Vanaf dat moment vond ik Fortuyn een ‘verschrikkelijke eikel’ (ik kan me nog herinneren dat ik me dit net iets te luid heb laten ontvallen in een groot gezelschap met allemaal hele nette mensen toen iemand vol lof zijn boek ‘Zakenkabinet-Fortuyn’ aanprees).

Iets later hoorde ik wel hele verontrustende verhalen over Fortuyn van iemand die bij de publieke omroep werkte. Fortuyn was te gast geweest in een programma waar zij voor werkte en zij had na afloop een tijd met hem nagepraat. Zij vertelde me dat tot haar verbazing hij dezelfde opvattingen had gedebiteerd als Hans Janmaat, toen natuurlijk de absolute paria van de Nederlandse politiek. Hij had deze opvattingen niet in het programma zelf geuit (dat ging toen over een heel ander onderwerp), maar zij vertelde me dat hij hiermee kwam na afloop van de uitzending, in een gesprek met enkele medewerkers van de omroep. Ik kwam tot de conclusie dat het een hele rare man was. Eerst een pleidooi houden voor een sociaal liberale alliantie en een soort paarse coalitie, toen opeens de traditionele waarden van het gezin ophemelen en zelf Minister van Gezinszaken willen worden, terwijl hij zelf nooit te beroerd was om in geuren en kleuren te vertellen over zijn belevenissen in de darkroom. Ik meen me zelfs te herinneren dat hij het een keer over de smaak van sperma heeft gehad, zodat gans het volk wist: ‘hé, die slikt zaad, die doet het dus niet veilig’. Je kunt je afvragen of hij daarmee de acceptatie homoseksuelen in Nederland zo’n goede dienst bewees, toen net de Aids-epidemie enigszins werd ingedamd door alle vrij veilig campagnes (zeker als je een publiek bekende homoseksueel bent). Ik meen me ook te herinneren dat hij heeft verklaard dat hij zich nooit zou laten testen. Dat was natuurlijk zijn eigen beslissing, maar waarom moest hij dat ook publiekelijk verklaren? In die zin vond ik hem eerder een wandelende antireclame voor de geëmancipeerde homoseksueel dan een boegbeeld. Natuurlijk, hij deed gewoon waar hij ‘zin an’ had en had lak aan wat sociaal wenselijk was (dat was misschien een deel van zijn charme), maar aan de andere kant, dat liet hij ook weer varen als hij zich opzichtig probeerde in te likken bij de macht. Daarin was hij wel een opportunist en juist niet de non-conformist die hij ook graag wilde zijn. Een man met vele tegenstrijdigheden en verschillende gezichten, maar wat mij betreft steeds het verkeerde gezicht. Ik kan vele paradijsvogels waarderen, maar dit exemplaar had voor mij precies die trekjes die telkens weer mijn ergernis opwekten. Maar hoe dan ook, Fortuyn liet ook zijn flirt met het CDA varen en verlegde zijn politieke koers, om uiteindelijk tegen Janmaat aan te schurken. Zo keek ik er althans toen tegenaan, later zou blijken dat Fortuyn eigenlijk een trendsetter was en het oude extreem rechts verving door het nieuwe rechtspopulisme, waarmee we tegenwoordig zoveel te maken hebben.

Niet lang nadat ik van de hiervoor genoemde medewerkster van de omroep over Fortuyns meningen over de aanwezigheid van vreemdelingen had vernomen, trad Fortuyn met zijn opvattingen naar buiten en verscheen zijn pamflet ‘Tegen de islamisering van onze cultuur’ (1996). Aan dit werkje heb ik elders op dit blog aandacht besteed, dus daarvoor verwijs ik naar dit eerdere artikel, inclusief de recensie van arabist Hans Jansen uit het Parool (en dat was nog een andere Hans Jansen dan degene die we nu kennen, want ook Jansen heeft, zacht uitgedrukt, nogal een ontwikkeling doorgemaakt). Ik ga het hier niet uitvoerig over Fortuyns standpunten inzake de islam hebben, dat voert voor dit stuk een beetje ver, maar ik was het dus niet met hem eens. Het waarom heb ik eerder toegelicht. Zie ook het krankzinnige interview dat hij had met John Simpson van de BBC, een paar dagen voordat hij werd vermoord door Volkert van der G. Dat interview zegt eigenlijk alles. Wat vooral fascinerend aan dat interview is, is dat John Simpson, itt de meeste van zijn Nederlandse collegae, zich goed in de geschiedenis van Fortuyn had verdiept en wist dat hij nogal een politieke zwalker was. Simpson pakt Fortuyn stevig aan en vergelijkt zijn uitspraken met die van Le Pen (demoniserend!), die precies dezelfde dingen had gezegd. Maar Fortuyn gaat pas echt door het lint als Simpson wijst op zijn Marxistische verleden. Dat kan Fortuyn niet hebben en hij schopt Simpson zijn tuin uit. Dat vond Fortuyn dus erger dan dat hij stevig onder vuur werd genomen over die ‘achterlijke cultuur’. Misschien had Fortuyn het niet verwacht en had hij gewoon geen antwoord klaar (vrijwel niemand van de Nederlandse pers bevroeg hem hierover). Maar dat is de reden dat Fortuyn uiteindelijk stennis gaat trappen met Simpson en in verbijsterend slecht Engels tegen hem begint te sneren over de ondergang van het Britse Imperium. Het is hoe dan ook toptelevisie.

Kort na de moord kan ik me herinneren dat iemand uit het LPF kamp beweerde dat dankzij de ‘demonisering’ van Fortuyn in de vaderlandse pers, ook de buitenlandse pers verkeerd was voorgelicht. Simpson werd ook genoemd. Maar uit alles blijkt dat Simpson veel degelijker onderzoek had gedaan dan welke andere Nederlandse journalist op dat moment. Want het was slechts Simpson die hem vroeg ‘Did you say the same things in the time you were a Marxist?’ Dat was waar het echt om ging en Fortuyn van zijn stuk bracht, met zijn ‘are you a communist?’ Om vervolgens in zijn typische Engels te riposteren: ‘No, no, no, I don’t like this, Mister Simpson. I want this interview to be finished’. Daarom alleen al is dit korte interview een grote aanrader (hier nogmaals de link).

Maar terug naar 1996, toen Fortuyn voor het eerst zijn visie op de islam wereldkundig maakte. Ook toen maakte ‘Tegen de islamisering’ veel los. Berucht was het buitengewoon grove debat van Fortuyn met Marcel van Dam in het Vara debat-programma ‘Het Lagerhuis’. Dat ontaardde echt in een ordinaire scheldpartij, zeker als ik het nu terug zie. Erg inhoudelijk was het niet. Dat ‘debat’ is hier te bewonderen: http://www.youtube.com/watch?v=tMxS_xSKujU. Zinvoller vond ik van Dams daarop volgende column in de Volkskrant (zie http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article711352.ece/BESCHERMER_VAN_VOLK_EN_VADERLAND). De column betoogt in grote lijnen hetzelfde als wat ik hierboven heb uiteengezet. Waar ik wel een bezwaar tegen heb is de ‘Eichmann-vergelijking’. Al zegt van Dam dat slechts het uiterlijk van Fortuyn hem aan Eichmann deed denken, wat mij betreft was het meer dan terecht dat Fortuyn daar ziedend over was (en ook dat hij daarin hard van zich heeft afgebeten). Zou je dan alle kalende mannen met Eichmann mogen vergelijken? Het lijkt me niet. Bovendien, er zijn van Eichmann nauwelijks foto’s bekend (hij was berucht om zijn waakzaamheid dat geen camera hem kon vastleggen, al zijn er wel foto’s van na zijn arrestatie, maar toen was het al een oude man), maar op grond van de weinige foto’s die er van Eichmann uit zijn gloriedagen bestaan, vind ik dat Fortuyn helemaal niet op  Eichmann lijkt. En verder zijn er ook geen overeenkomsten. Los van de misdadigheid van Eichmann (die überhaupt iedere vergelijking mank doet gaan), was Eichmann een grauwe en gezagsgetrouwe ambtenaar. Dat is wel het laatste wat je de flamboyante Fortuyn kan zeggen. Dus in vrijwel alle opzichten is deze vergelijking, los van dat ik het ook immoreel vind, een miskleun. Ik denk dat ik in deze duidelijk genoeg ben geweest.

Van Dams beschrijving van Fortuyns ronduit ‘draaikonterige’ politieke carrière is echter wel degelijk juist. Om die reden kreeg ik ook enigszins de lachstuipen toen weer wat jaren later diverse LPFers, als Mat Herben en anderen, zo gewichtig zaten te doen over Pim’s gedachtegoed. De tragedie ervan zag ik overigens ook; Fortuyn was immers vermoord, al vond ik niet dat die LPFers erg gewetensvol met zijn erfenis omgingen, uitgezonderd misschien Mat Herben (al kan ik me vergissen, want daar wordt verschillend over gedacht) en op zijn manier Harry Mens. Of Theo van Gogh (met zijn ‘de Goddelijke Kale’), hoewel die weer erg op Mat Herben was gebeten. Het is mij nooit helemaal duidelijk geworden hoe het precies zat.

Degene die misschien het beste heeft verwoord hoe ik tegen Fortuyn aankeek was Martin van Amerongen, in de Groene Amsterdammer van 25 november 2000 (zie http://www.groene.nl/2000/47/profiel-pim-fortuyn). Hier wat passages:

‘Pim Fortuyn. Een katholieke middenstandsjongen die met het marxisme flirtte, met slaande deuren de Partij van de Arbeid de rug toekeerde, zich ogenschijnlijk op de rechtervleugel van de VVD posteerde, ondertussen het platte populisme van de Socialistische Partij praktiserend, door de CD’er Hans Janmaat een kamerzetel kreeg aangeboden en inmiddels overal tégen is, zowel tegen «de mooi-weerpremier» Wim Kok als tegen de «snibbige» koningin Beatrix. Hij is de stand-up comedian van ondernemend Nederland, hij is een groothandelaar in meningen en meninkjes, die allemaal worden gepresenteerd met een aangebrandheid («Ik ben het zat. U ook?») alsof hij een bananenrepubliek bewoont in plaats van een hoogontwikkelde, liberale democratie waarin iedereen, «Prins Pim» (moeder Fortuyn over haar zoontje) niet uitgesloten, mag zeggen en schrijven wat hij wil.
Hij is de goeroe van de Elsevieryup die uitsluitend in beursnotities en xenofobe categorieën denkt. Gelaten laat hij zich de bewondering van marginale denkers als Harry Mens en Bob Smalhout aanleunen. Verbitterd hengelt hij naar iets van erkenning vanuit de wereld der mensen die er in werkelijkheid iets toe doen, zonder dat dit verlangen ooit zal worden gehonoreerd. Hij leeft al vanaf zijn jongelingsjaren in een wereld van schone schijn. Zeventien jaar was hij toen zijn parochie hem benoemde tot voorzitter van de werkgroep Huwelijk, Gezin en Seksualiteit, «een voorzitter die over deze thema’s het hoogste woord voert, wiens ervaring niet verder reikt dan een driemaal daagse afrukpartij». Burgemeester wilde hij worden, of paus, of desnoods minister-president (…)

Pim Fortuyn, de vleesgeworden ijdelheid der ijdelheden uit Prediker 12:8, is echter exclusief met zichzelf getrouwd. Hij is naar eigen zeggen «een geboren leider», «een gewiekst onderhandelaar», «een scherp debater», «een man met een missie», «de koningin van het feest» en «een held, soms een gemankeerde, dan weer een tragische of komische, maar toch een held». (…)

Het is een curieuze mengeling van vulgair ultralinks en agitatorisch ultrarechts, zoals dit sinds de liquidatie van De Waarheid en de opheffing van Volk en Vaderland in ons land geheel in ongerede leek te zijn geraakt. Eén column ging zelfs de redactie van Elsevier te ver. Het was Fortuyns beschouwing over het echtpaar Peper-Kroes, dat onlangs in ongerede is geraakt omdat het met de sociaal-liberale vingertjes in de suikerpot zou hebben gezeten. Schuldeloos waren «het brutaaltje» en «haar mannie» waarschijnlijk niet. Ook op de «consensus-masturbant» Kok en de ten stadhuize geposteerde «schijthuizen met kilo’s boter op hun hoofd» valt ongetwijfeld iets aan te merken. Niettemin, wat is er in Pim Fortuyn gevaren toen hij zijn column schreef? Was hij dronken? Was hij gedrogeerd? Was zijn gebitsprothese in een zijner favoriete jongemannenkontjes blijven steken?
«Lief echtpaar», besloot ons nationale geweten zijn bijdrage, «elk woord van deze column, wat zeg ik, elke letter daarvan, is bedoeld als een affront tegen jullie misselijkmakende praktijken. Ik en ik alleen ben hiervoor verantwoordelijk! Ik daag jullie publiekelijk uit een proces tegen mij aan te spannen wegens smaad. Ik lust jullie rauw, of zoals ze bij ons in Holland zeggen, ik maak jullie in met boter en suiker. Kom maar op als je durft, hou de weinige eer die jullie nog rest aan jullie zelf en spoedt jullie weg met het eerste het beste vliegtuig dat gaat, non-valeurs van de ergste soort!»
Dat kon dus niet, zelfs niet in Elsevier. Dus zette Pim Fortuyn zijn geweigerde bijdrage op zijn website. Wat wij reeds vermoedden werd bewaarheid. Hij beschikt over een echte fanclub. «Klasse, Pim!» Het zijn «allemaal zakkenvullers», met name die lui «uit de rood-fascistoïde hoek». Jij bent «een columnist met ballen». «Dat was prima gesproken, Pim.» «Als u eens wist wat die rode flikkers (!! FS) 45 jaar terug aan gegevens uit de Tweede Wereldoorlog hebben vernietigd, dan braak ik nog van woede.» «Sodeju, ferm geschreven!» «Dit moet op de voorpagina van de zaterdag-Telegraaf gepubliceerd worden.» Helaas voor de schrijver, voor zoiets is De Telegraaf te beschaafd en te gematigd’.

Tot zover deze passages uit dit briljante portret van Pim door Martin van Amerongen (zie overigens hier de complete geweigerde column van Fortuyn). Een week nadat Fortuyn werd vermoord overleed van Amerongen, dus de LPF heeft hij niet meer meegemaakt. Maar als je ziet wat voor ‘reaguurders’ (de fanclub) hij heeft geciteerd. Neelie Kroes als een onderdeel van de ‘Rode Flikkers’, hoe bedenk je het? En dat uitgerekend als een adhesiebetuiging aan Pim… Die ‘fanclub’ zegt wat mij betreft alles over de latere LPF en vermoedelijk nu over het PVV electoraat.

Wie misschien het eerlijkst over Fortuyn is geweest en wellicht ook het meeste wist, is de fotograaf Ari Versluis, bekend van zijn serie portretten die hij met Ellie van Uyttenbroek maakte (die ik overigens erg goed vind, zie bijv. http://www.digischool.nl/ckv2/bevo/kunstvakken2_2008/uyttenbroek/ariversluis.htm) . Versluis had ook een relatie met Fortuyn gehad en Fortuyn heeft hem later vele malen ‘zijn grote liefde Ari’ genoemd. In een interview met de NRC (van 14 juli 2007), waarin Versluis overigens zeer respectvol over Fortuyn sprak, zei hij ook: ‘De andere kant daarvan was de angst voor alles wat niet westers en christelijk humanistisch was. Liepen we in Parijs in de straten bij de Bastille, volkomen zwart, dan pakte hij mijn arm vast. Ik wil hier niet doorheen. (…) Natuurlijk liepen ze [de zwarten] te intimi­deren. Het is straatgedrag. Mij kon het niet schelen, maar hij had het zweet op zijn voorhoofd staan.’

Tot zover de voorgeschiedenis en mijn verhouding tot Pim. Zijn opkomst in de nationale politiek en de verschrikkelijke moord op hem ga ik hier niet uitgebreid bespreken, dat is al door vele anderen gedaan. Ik wil me in deze aansluiten bij wat Kees van Kooten over deze kwestie heeft gezegd (in het Marathoninterview dat hij samen met Wim de Bie gaf). Van Kooten: ‘Fortuyn als premier, ik had het hem willen zien doen, met die fractie van hem’. Achteraf gezien was dat mijns inziens het allerbeste geweest. Misschien had dat helend gewerkt en waren we dan nu van het rechtspopulisme verlost geweest, dat nu weer de kop opsteekt in een wellicht veel gevaarlijker vorm.

Dat Fortuyn tot grootste Nederlander aller tijden werd verkozen, vond ik bezopen, maar misschien veelzeggend. Wat ik wel weer van armoede vond getuigen is dat zijn politieke nazaten in Rotterdam zo makkelijk zijn huis en zijn boekencollectie hebben verpatst. Dat had nooit gemogen en dat zegt wel iets over hoe respectvol ze echt naar ‘hun’ Pim waren. Hoe je ook tegen het verschijnsel Fortuyn aankijkt, hij heeft wel zijn plaats in de vaderlandse geschiedenis veroverd en zijn huis en vooral zijn boekencollectie hadden bewaard moeten blijven, al was het maar voor wetenschappelijk onderzoek. Daarvoor hadden die vastgoedjongens hun portemonnee moeten opentrekken, dat was zinvoller geweest dan alle investeringen in de LPF daarna. Het zou een goede zaak zijn als er van de ‘grondlegger van het eenentwintigste-eeuwse Nederlandse populisme’ een degelijke intellectuele biografie verschijnt en daarvoor is zijn boekencollectie natuurlijk onmisbaar. Uitgerekend de socioloog Dick Pels, een vroegere collega, maar zeker geen vriend of medestander, heeft terecht gepleit voor het behoud van het ‘Pim Fortuynhuis’, met alles wat daarbij hoorde, maar zijn ‘discipelen’ lieten het afweten. Dat was belangrijker geweest dan dat onbenullige gedoe over dat bronzen standbeeld van hem, dat uiteindelijk door een botsing met een viaduct werd onthoofd op precies hetzelfde moment dat ook alle bronzen gedrochten van Saddam Hoessein in Irak omver werden getrokken (begin april 2003), een wel erg lullige samenloop van omstandigheden. De timing kon bijna niet ongelukkiger. In die zin heeft hij zeker pech gehad met zijn erfgenamen. Het fenomeen Fortuyn verdient het om goed bestudeerd te worden en hoe je het ook wendt of keert, in verschillende opzichten heeft hij zonder meer geschiedenis geschreven. Die eer komt hem hoe dan ook toe.

Dick Pels heeft overigens een verhelderend boek geschreven, ‘De geest van Pim; het gedachtegoed van een politieke dandy’, Anthos, Amsterdam 2003. Voor wie meer wil weten van het al dan niet vermeende ‘gedachtegoed van Pim’ (je kunt je namelijk terecht afvragen of er wel sprake is van een coherent gedachtegoed, in plaats van een verzameling sterk wisselende opinies), kan ik deze studie van harte aanbevelen.

Homo’s zijn ‘in’

Wat Pim Fortuyn zeker voor elkaar heeft gekregen is dat er nu hele volksstammen zijn die opeens ‘de homo’ (mijn soort mensen) op een voetstuk zijn gaan plaatsen. Ook types die aanvankelijk niets van ‘die flikkers’ moesten hebben (zie de door Martin van Amerongen geciteerde reacties onder de geweigerde column van Pim) blijken opeens idolaat van homo’s te zijn. Ik wil hier nog een keer wijzen op een essay van Gerrit Komrij, Waarom is Nederland zo dol op homoseksuelen? , op dit blog al eerder besproken. Met de trefwoorden ‘homo’s’ en ‘de Verlichting’ kun je tegenwoordig goede sier maken bij de ergste Archie Bunkers, wie had dat ooit gedacht? En dat is precies wat de meeste rechtspopulisten doen, zie Verdonk, zie Wilders. En het is goed scoren, want, van de academici van de Burke Sticting, via Ehsan Jami tot Henk en Ingrid, iedereen is voor ‘de homo’s’ en voor ‘de Verlichting’ (alhoewel, niet iedereen, zie Andreas Kinneging, maar ook Edmund Burke was oorspronkelijk juist weer geen voorstander van de Verlichting. Dat kunnen die Burkianen echter beter uitleggen dan ik). Net zo goed als dat diezelfde meute, Henk en Ingrid incluis, nu ook voor de ‘Joods-Christelijke en Humanitische Traditie’ is. Het is jammer dat Theo en Thea daar nooit een aflevering aan hebben gewijd. Zou wel mooi zijn geweest, in de vorm van een toneelstukje met Henk en Ingrid in de hoofdrol en met een leuke homo (of een moslim) die de Verlichting van Henk en Ingrid op de proef komt stellen. ‘Verlichting…errug hé? want iedereen heeft last van Verlichting’. Wie niet meer weet waar dit over gaat moet maar even op youtube zoeken, daar zijn genoeg oude afleveringen van Theo en Thea terug te vinden.

Je vraagt je af waarom de Verlichting tegenwoordig zo’n hoge vlucht neemt en opduikt waar je dit het minst zou verwachten.  Ik denk dat ik wel een deel van het antwoord wel weet. Want er zijn ook mensen die niet voor de homo’s, niet voor ‘de Verlichting’ en ook niet voor de ‘Joods-Christelijke Humanistische Traditie’ zijn, tenminste daar gaan we van uit (ik heb het overigens niet over de SGP). En met die mensen hebben we een probleem…

Ergens doet me deze ontwikkeling een beetje denken aan het ‘Rad van Crow’. Thomas Crow is een Canadese socioloog die een theorie heeft ontwikkeld, die ook in de kunstgeschiedenis wordt toegepast. Het ‘Rad van Crow’ komt ongeveer op het volgende neer. Crow heeft als voorbeeld de impressionisten van eind negentiende eeuw genoemd. Deze stroming of stijl werd ontwikkeld binnen een subcultuur, zonder dat er veel waardering bestond bij de grote massa. Op een gegeven moment ontdekt de elite dit fenomeen en wordt deze stijl een deel van de ‘Hoge Cultuur’. Vanuit die positie wordt het langzaam gepopulariseerd en zinkt het af naar de massa’s, totdat het bijna een onderdeel is geworden van de populaire cultuur. In het geval van de impressionisten is dat duidelijk. Wat begon als een radicale avant-gardegroep, werd de smaak van de elite, om vervolgens te eindigen op reproducties in talloze huishoudens. Gezonken cultuurgoed dus. Goed, de vergelijking gaat misschien niet helemaal op, maar het lijkt er bijna op dat er met de ‘subcultuur’ van de homo’s (of met de ‘subcultuur’ van de Verlichting) in het vroeg eenentwintigste eeuwse Nederland ongeveer hetzelfde aan de hand is. Overigens zou je het verschijnsel Pim ook zo kunnen beschouwen, maar dan wel als een soort Rad van Crow dat de verkeerde of tegendraadse kant oprolt (het past wel bij de man). Pim begon ontegenzeggelijk als een subcultuur, werd ontdekt door de massa’s en nu doet de elite erg zijn best om te laten merken dat de Boodschap goed is aangekomen. Maar dat terzijde.

Al tijdens de opkomst en vooral direct na de moord op Fortuyn merkte ik al in mijn eigen omgeving dat uit naam van de hele westerse beschaving de homo plotseling ‘in’ is. Zolang die zich maar de omhelzing van de verlichte Pim aanhang laat welgevallen . Goed, veel vrienden van mij hebben me vaak voor de grap toegesneerd dat ik wel voor Fortuyn moest zijn (‘want hij is toch van jouw soort?’), maar ik heb het ook weleens niet ironisch bedoeld te horen gekregen. Van twee verschillende mensen, die ik nog kende uit mijn tijd bij Minerva in Leiden, die ik in het verleden menigmaal op ‘die gore flikkers’ had horen afgeven, heb ik te horen gekregen dat ze het onbegrijpelijk vonden dat ik zo kritisch naar Pim was. Zij waren er namelijk heel enthousiast over en ze konden niet begrijpen dat ik dat niet was. Juist ik zou dat moeten zijn, werd mij bijna bestraffend medegedeeld. Wees blij dat we jou nu wel accepteren. Ik was wel een beetje ondankbaar naar Pim.

Nu waren dit niet de slimste mensen, maar het is misschien wel exemplarisch hoe opeens de homo-emancipatie bijna is gekaapt door types waar ik me normaalgesproken niet bij thuis voel. Het blijkt dat uitgerekend de meest vulgaire rechtspopulisten opeens het hardst schreeuwen dat homoseksuelen moeten worden beschermd, tegen, jawel, de ‘Marokkaanse straatterroristen’, om met Geert Wilders te spreken. Maar ook Rita Verdonk begon opzichtig naar ‘de homo’ te lonken en kennelijk waren daar een aanzienlijk deel van mijn soortgenoten gevoelig voor, zoals bleek uit een enquête van Nova toen Rita net haar TON lanceerde (zie http://www.novatv.nl/page/detail/uitzendingen/5967).

Voordat er misverstanden ontstaan, ik vind ook dat dit probleem van Marokkaanse hangjongeren die zich schuldig maken aan agressie naar homoseksuelen (net als sommige autochtonen), niet met de mantel der liefde moet worden bedekt. En eventueel hard moet worden aangepakt, als dat nodig is. Maar er wordt nu ongeveer gedaan alsof er een dichotomie bestaat tussen ‘homo’s’ en ‘moslims’. Veel moslims zullen het daar overigens ook mee eens zijn, alleen is er een probleem: het is een biologische onmogelijkheid. Er bestaan namelijk ook homoseksuele moslims, of in ieder geval, onder de moslimpopulatie is naar alle waarschijnlijkheid een zelfde percentage homo als onder de rest van de bevolking. Maar daar heeft niemand oog voor, of dat wordt botweg ontkend. Dat hebben de Pim aanhangers gemeen met Imam Khalil El-Moumni.

Pim zelf heeft weleens iets over homoseksuelen met een islamitische achtergrond geschreven, in zijn roemruchte pamflet ‘Tegen de islamisering’. Overigens pas na een eindeloze verhandeling over zichzelf waarin hij zoal mededeelt: ‘Begonnen met mijn academische studie in 1967 belandde ik na een jaar in het studentenprotest en nam daar al snel een leidinggevende positie in. Dat was niet zo moeilijk, daar de beweging tamelijk anarchistisch was en wel wat bestuurlijk, denkend en sturend talent kon gebruiken. Het was allemaal erg vrij, ongeregeld en vooral open. Zo kon het gebeuren dat ik in korte tijd een gewaardeerde representant van de beweging werd, ondanks mijn vasthouden aan een korte haardracht en bij voorkeur driedelig grijs en blauw. Men vond het wel leuk en in elk geval praktisch. Door voorkomen, manieren en inzet was ik een uitstekende vertegenwoordiger van de beweging bij professoren, het universiteitsbestuur en zelfs ministers’ (Tegen de Islamisering, p. 64). Juist, zo kennen we Pim weer. Dit gaat nog een hele tijd zo door. Pim kakelt maar door over zijn eigen voortreffelijkheden. Vervolgens komen er allerlei sappige verhalen over zijn diverse seksuele escapades, om na tien pagina’s een paar mededelingen te doen over de islam en Islamitische homo’s. Na een paar gemeenplaatsen over de islam, zegt Pim bijvoorbeeld:

‘Hoezeer homoseksualiteit onder druk staat moge blijken uit het gedrag van homoseksuele islamitische mannen in homoclubs in Nederland. Binnen de omheining van de clubs gedragen zij zich net zo als autochtone homo’s en zijn zij volledig geaccepteerd, niet in de laatste plaats omdat zij nogal eens het ideale beeld van de homoman representeren. Daarbuiten beleven zij hun homoseksualiteit volkomen ondergronds. Familie, vrienden en kennissen weten zogenaamd van niets. Er openlijk voor uitkomen is er niet bij. De enkeling die de moed heeft om dat toch te doen, wacht in veel gevallen uitstoting in de vorm van een volledig sociaal en familiaal isolement, barbaarser kan het nauwelijks! Temeer, indien men zou beseffen dat homoseksualiteit veelal geen bewuste individuele keuze is, maar een genetische speling van de natuur. Voor een gelovig mens- jood, christen of islamiet- zijn wij geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Zou het Hem behagen homoseksuelen te scheppen en hen voorts heel sadistisch te verbieden om naar deze natuurlijke geaardheid te leven en ervan te genieten en deze vorm te geven in liefde en seksualiteit? Het lijkt me nogal onlogisch, meneer van Dijke van de RPF en bevindelijke imam van Rotterdam, meneer Elmoumi! (curs. FS) Er valt dus nog een wereld aan emancipatie te winnen!’ (p. 75)

Je hoort het hem bijna zeggen. Maar dit is het zo’n beetje. Voor een serieuze beschouwing over dit onderwerp vind ik dit enigszins magertjes. Bovendien presteert Pim het ook nog om in dit korte stukje tekst dat er nog een beetje toe doet de naam van Khalil el-Moumni verkeerd te spellen. Maar met die ‘exotische’ namen heeft Pim het sowieso een beetje moeilijk. Uit de recensie van de arabist Hans Jansen:

‘Hoe serieus kun je een boek nemen waarin (we nemen hier de bladzijden 33 tot en met 38) de namen van de premier van Israël, de president van Bosnië en de belangrijkste Algerijnse fundamentalistische beweging fout worden geschreven ? Zulke fouten zijn ook daarom zo ernstig omdat studenten aan hbo en universiteit ten koste van veel belastinggeld moeten leren dat het van belang is namen goed te spellen, bijvoorbeeld ‘Fortuyn’ en niet ‘Fortuin’. Kunnen of willen ze dat niet leren, dan krijgen ze een negatief ‘bindend studieadvies’. Maar die professor doet het zelf, kunnen ze nu roepen. Ik zie de warrige beroepszaken al voor me. Gaat het boekje eigenlijk wel over islamisering of de islam ? Zou het niet een goed idee zijn om, als je over de islam schrijft, eens iets uit- of na te zoeken, over de islam en over godsdienst in het algemeen, of over de band tussen godsdienst en politiek ? Maar ja, wie zijn vermaningen loopt te dicteren, heeft voor iets nakijken natuurlijk geen tijd’.

Aldus Hans Jansen in ‘Fortuyn roept maar wat over de islamisering’, Het Parool, 2 januari, 1997.  Dat was overigens wel de Hans Jansen van toen. Tegenwoordig gaat Hans Jansen nog veel verder dan Pim. Ook staat hij blijkbaar zeer welwillend tegenover de huidige Pim-aanhang, althans wat er nog van over is. Zo stelde hij recent mede de bundel ‘Eindstrijd; de finale clash tussen het vrije westen en een traditionele islam’ samen, uitgegeven door de WSP Fortuynstichting in 2009 (zie hier het voorwoord van Mat Herben en de inleiding van Hans Jansen). Deze publicatie zal ik later  uitvoerig bespreken in een nog te verschijnen bijdrage. Maar wat ik er alvast over kwijt kan is dat dit apocalyptische boekwerk (alleen de titel al) dichter bij het gedachtegoed van Wilders staat dan bij de gezellige polderxenofobie van Pim Fortuyn. Veel van Wilders buitenlandse vrienden, als Robert Spencer, Daniel Pipes, Douglas Murray, Lars Hedegaard, Ibn Warraq en Bat Ye’or, hebben hier een bijdrage aan geleverd. Daarbij vergeleken is Pim slechts kinderspel. Wie op de website van Wilders grote Amerikaanse vriendin Pamela Geller kijkt, komt ze allemaal tegen. Dat geldt helemaal voor de International Free Press Society. Daar staat iedereen op die toe doet in de wereld der anti-islamactivisten. Geller, Wilders, maar ook Jansen, prijken prominent op dit trefpunt van het ‘Internationale Genootschap der Islambashers’. Maar daar ga ik nog op een later tijdstip uitgebreid aandacht aan besteden. Wie alvast een voorproefje wil nemen, kan ik verwijzen naar Jansens artikel  De terreur van de brandende afgunst, dat hij in 2004 publiceerde in De Internationale Spectator (Clingendael), zie hier. Hierbij is Fortuyn de gematigdheid zelve. Het is zelfs zo extreem dat ik het eigenlijk te pijnlijk vind en ook niet goed weet wat ik ermee aan moet, maar ik voel me bijna enigszins verplicht om het nog een keer te bespreken, net als de apocalyptische bundel Eindstrijd. Wordt dus nog vervolgd.

Maar terug naar de Hans Jansen van vroeger. Wat betreft Jansens opmerkingen over de spelling van de namen, Fortuyn schrijft ‘Izetbegović’ als ‘Izobegovitsj’ en ‘FIS’ als ‘FIZ’. Een verkeerd gespelde naam van een premier van Israël heb ik niet kunnen terugvinden, maar ik heb een latere uitgave uit 2001. Wellicht heeft Fortuyn, immers een groot fan van Israël, het eea gecorrigeerd voor deze latere editie. De naam Rabin valt twee keer, maar die heeft Fortuyn correct gespeld (in deze editie althans, ik ben overigens wel benieuwd wat Fortuyn daarvan zou hebben gemaakt in de editie van 1997). Maar wat betreft de islam (begrippen en namen), vindt Fortuyn de details niet al te belangrijk. Het gaat hem meer om zijn ‘grootse en meeslepende visie’.

Over de vluchtelingenproblematiek schrijft Fortuyn onder meer: ‘Het betekent voorts het onmiddelijke opzeggen van het Verdrag van Schengen en daarmee herstel van de landgrenscontroles- voor Schiphol bij de slurf, zodat ongewenste bezoekers onmiddelijk naar het betreffende vliegtuig kunnen worden teruggestuurd, dat zal de vliegtuigmaatschappijen leren hun verantwoordelijkheid te aanvaarden!-het opzeggen van het verouderde VN-vluchtelingenverdrag uit 1951 en het buiten werking stellen van het merendeel van van de wet op gezinshereniging. Een bruid of bruidegom zoekt betrokkene maar in dit land, broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes, ooms en tantes, vaders en moeder e.d. zijn helaas niet meer welkom. Het valt voor ons niet te controleren en we weten inmiddels maar al te goed dat hier op grote schaal door belanghebbenden de hand mee is en wordt gelicht, dus helaas, pindakaas!’ (p. 47).

Het staat er echt. Mijn hemel, wat een tekst. En was het maar zo simpel. Je vraagt je ook af of homoseksuele asielzoekers, die op de vlucht zijn voor vervolging in Iran, Sudan of Afghanistan ook zo’n behandeling van Fortuyn mogen krijgen. Of is dat ook voor Fortuyn: ‘hup de slurf weer in’ en ‘helaas pindakaas?’ Dat hier hele volksstammen voor warmliepen, gezien het electorale succes van de LPF. Goed, die partij bleek een ramp te zijn en was ook snel weer verdwenen, maar Pim kon er zelf ook wat van. Alleen is dat electoraat er nog wel, dat zijn vermoedelijk dezelfde proleten die nu achter Wilders aanlopen.

Maar het gaat hier om de kwestie ‘homo’s’, zoals die door Fortuyn is aangekaart. En dan moet ik zeggen dat de observatie van Fortuyn wat betreft islamitische bezoekers van het homsoseksuele uitgaansleven wel klopt, tenminste ik herken daar ook wel mijn eigen waarnemingen in. En dat er een wereld aan emancipatie valt te winnen, daar ben ik het helemaal mee eens. Maar denkt Fortuyn dat hij de door hemzelf aangekaarte broodnodige emancipatie helpt door met ‘grenzen dicht voor islamiet (helaas pindakaas)’ en ‘achterlijke cultuur’ te gaan schermen? Het lijkt me niet. Wat Fortuyn kennelijk ook toen is ontgaan is dat homoseksuele moslims wel degelijk bezig zijn om zich te organiseren en, soms in alle stilte, aan hun emancipatie werken. Er bestaan verschillende organisaties, verenigingen en ontmoetingsplaatsen waar homo’s met een islamitische achtergrond zichzelf kunnen zijn, als homo en als moslim.  Ik ken ze wel. Maar daar hoor je de platte populisten als Fortuyn en zijn leerlingen, mevrouw Verdonk en Geert Wilders nooit over. Want dat past niet in hun agenda. Voor hen zijn de moslims het probleem en zijn de homo’s een excuus. Was Fortuyn misschien nog enigszins oprecht geïnteresseerd in het welzijn van de islamitische homoseksuelen (alhoewel ik ook daar mijn twijfels over heb) voor zijn opvolgers zijn homo’s niet meer dan een middel om op diverse etnische minderheden af te geven. Samen met ‘de Verlichting’ zijn ‘de homo’s’ het ideale instrument geworden van xenofoob populistisch rechts, wie had dat ooit kunnen bedenken?

Gaypride Toronto 2008 (bron: http://www.gaymiddleeast.com/). In de werkelijke emancipatiestrijd van islamitische homoseksuelen, die overigens hard nodig is, zijn rechtspopulisten als Fortuyn, maar ook Wilders, Verdonk en geestverwanten, niet geïnteresseerd. Overigens, mochten ze plotseling wel deze interesse ontwikkelen, zou ik, als ik in hun schoenen zou staan, de boot afhouden. Want ook dan zou de homokwestie verworden tot een middel voor een xenofobe agenda. Praten met bestuurders als Ahmed Marcouch (die op dit gebied overigens zeker zijn nek uitsteekt, waarvoor hulde) lijkt me veel zinvoller.

De Januskop

Hoe enthousiast de erfgenamen van Pim echt zijn, wanneer ze worden geconfronteerd met wat homoseksualiteit daadwerkelijk inhoudt, blijkt uit het volgende recente voorbeeld. Van de website ‘Het Vrije Woord’, een site van de Fortuynistische jongerenbeweging (http://www.hetvrijewoord.org/?p=289 ):

Gemeente vuistdiep in perverse homoclub

Door Alexander van Hattem

‘De gemeente Eindhoven mag zich graag afficheren als ‘technology’ en ‘design’ stad, maar menigeen blijft de stad associëren met de affaire rond het Anne Frankplantsoen van enkele jaren geleden. Toenmalig burgemeester Welschen (PvdA) voelde zich zelfs geroepen om PSV-directeur Fons Spooren publiekelijk aan de schandpaal te nagelen als HIV-besmette bezoeker van dit park – nog voordat de rechter zich in deze zaak had uitgesproken. Al met al weinig bevorderlijk voor het imago van de stad, maar nog minder voor homoseksuelen in z’n algemeenheid. In plaats van zich als overheid echt in te zetten voor de belangen van homoseksuelen, die door haatuitbarstingen van islamitische achterlijkheid steeds meer in een hoek gedrongen worden of niet meer normaal voor de klas kunnen staan (wat een leraar op een school in het naburige Nuenen heeft ondervonden – zonder enige steun van de laffe schooldirectie), ondersteunt de gemeente een organisatie die niet bepaald bezig is met de publieke belangen van homoseksuelen, maar met perverse seksfeesten.

Uiteraard is er sprake van seksuele vrijheid waarbinnen eenieder zijn eigen vrijheid en verantwoordelijkheid kent, maar welk publiek belang is er bij gediend om als overheid ondersteuning te verlenen aan een organisatie die zich bezig houdt met “fetish parties, bijvoorbeeld SM, Leather & Law, Fistfuck en Golden Shower” – waarmee Stichting Het Vagevuur het Eindhoven zich afficheert. Wie zich van deze activiteiten geen beeld kan vormen, heeft weinig verbeelding nodig bij een bezoek aan hun website www.vagevuur.com.

Nu blijkt dat deze organisatie al enkele jaren gemeentelijke ondersteuning heeft ontvangen en dit mogelijk in het vervolg nog steeds zal ontvangen. Een vreemde zaak, waar actualiteitenrubriek Netwerk vanavond 23 oktober aandacht aan zal besteden’.

Tot zover deze opmerkelijke tekst van Alexander van Hattem. Het lijkt me interessant om deze tekst gedetailleerd te bespreken. Allereerst de affaire Fons Spooren. Hoewel ik deze zaak niet tot in alle details ken, is Spooren voor zijn escapades uiteindelijk veroordeeld. Het is een uitermate pijnlijk verhaal van een getrouwde man die een dubbelleven erop na hield en buiten zijn huwelijk stiekem seks had met minderjarige jongens en het ook niet zo nauw scheen te nemen met de basale safe seks regels. Verder heb ik weinig behoefte om over deze zaak uit te wijden. De man is veroordeeld en naar wat ik ervan heb begrepen terecht.

Dan die docent in Nuenen. Dat lijkt me een buitengewoon schrijnend verhaal en wat mij betreft had die schoolleiding  moeten optreden. Er is in verschillende media aandacht besteed aan deze kwestie (hier een bericht van de site van de Gay krant) en ik denk dat het om meer redenen een weinig verkwikkende zaak is. Als ik het zo lees waren bepaalde elementen in de schoolleiding ook niet helemaal vrij van homofobie. Schandelijk ook dat iemand van de schoolleiding aan em had gevraagd of misschien niet ook pedofiel was. Dat stinkt al behoorlijk naar een homofoob klimaat. Dus helemaal verkeerd.

Wat mij niet helemaal duidelijk is, waarom deze Alexander van Hattem de kwestie van de school in Nuenen in verband brengt met ‘haatuitbarstingen van islamitische achterlijkheid’. Waren het dan leerlingen met een islamitische achtergrond die de docent treiterden en bedreigden. Was dat directielid dat over pedofilie begon een moslim? Ik heb uitgebreid gezocht, maar heb er niet de minste aanwijzing voor gevonden. Waarom dan deze zaak in verband brengen met ‘islamitische achterlijkheid’? Ik heb niet het idee dat het daarom ging. En geloof me, er is soms nog steeds sprake van homofobie in autochtone kring. Dat is echt nog niet weg.

Dan de kwestie van ‘het Vagevuur’. Alleen de titel van die column al: ‘Gemeente vuistdiep in perverse homoclub’. Pardon?? Moet ik hieruit begrijpen dat de erfgenamen van Pim  homo’s best leuk vinden, zolang ze maar geen dingen doen die ze met hun eigen gesundes Volksemfinden niet kunnen bevatten en zelfs pervers vinden? Van je mag het wel zijn, maar het niet doen, laat staan op die manier?

Pijnlijk is het dat dit wolvengehuil in naam van ‘Pim’ gebeurt. Het schoot me weer te binnen dat Theo van Gogh de LPF en andere aanhangers van ‘de goddelijke Kale’ steevast ‘pygmeeën’ noemde. Als je dit ziet begrijp je wat hij bedoelde, zij het dat ik de beeldspraak wat minder geslaagd vind.

Ik realiseer me dat dit ook een beetje de tragiek van Fortuyn was. Zelf wilde hij alles groots en flamboyant doen, niets liever dan Oscar Wilde in zijn dandyisme overtreffen, maar erkenning kreeg hij slechts van de meest bekrompen kleinburgers. Alleen al de onderstaande reacties. Ik geef er hier twee weer:

‘Je zou toch niet willen dat de ‘ad melkerts’ van Nederland niet meer naar de sm-kelder zouden kunnen gaan?
Pedoseksuelen ok, die moeten maar naar Thailand. De rest van het ambtenarenapparaat (leernichten etc.) moeten gewoon door de belastingbetaler aan hun behoefte worden voldoen’.

of deze:

‘Te gruwelijk voor woorden: kwetbare werkelozen te werk stellen in bordeel of homoclub.
Om nog maar te zwijgen over de toename van mensen met HIV, wat de gemeenschap een vermogen kost.
Bezoekers van het vagevuur, maar ook hetero/homofeest wasteland-Amsterdam, nemen bewust een risico om met HIV infectie op te lopen, en vervolgens kan de maatschappij daarvoor opdraaien.
Hetero of homo, ieder mens is gelijkwaardig, maar dit is schandalig!!!!!!!’

Zie hier het ware gezicht van de echte Pim-gelovige. En waarom Ad Melkert erbij halen? Ik denk dat, als je aan het speculeren slaat, het realistischer is om te denken aan de eigen leidsman. Het zou zomaar kunnen….

Goed, over de zaak zelf valt wel wat op te merken. Je kunt je afvragen of een club als het Vagevuur wel subsidie van de gemeente had moeten krijgen. Dat vind ik ook enigszins discutabel. En om er werklozen te werk stellen, dat was echt een heel stom plan. Maar dat vervolgens uitgerekend de locale LPF zich in Pims naam er sterk voor heeft gemaakt om deze ‘zedeloosheid’ de das om te doen, laat zien dat de discipelen toch iets minder ruimdenkend zijn dan zij zich graag voordoen, vooral naar de moslimpopulatie. Zelf ken ik een paar vroegere bezoekers van het Vagevuur en die vonden het op z’n zachtst gezegd nogal vreemd om door de aanhangers van uitgerekend Pim Fortuyn zo op de goede zeden gewezen te worden.

Overigens zou het geen gek idee zijn dat er, eventueel in nauwe samenwerking met de plaatselijke GG&GD, ervoor gezorgd had kunnen worden dat alle safe seks maatregelen in acht zouden worden genomen en dat er ook gratis condooms, glijmiddel, etc. (vul zelf maar in) waren gefaciliteerd. Ook in Amsterdam werken dit soort clubs of organisaties vaak nauw samen met de GG&GD en dat is alleen maar goed. Dus dan is er ook sprake van enige samenwerking met de overheid. Het lijkt me niet dat die LPFers daarop tegen zouden kunnen zijn. Of toch? Want het was wel heftig wat daar gebeurde. Alleen denk ik dat je het het moeilijk niet in de geest van Pim zou kunnen vinden. Want geloof me, Pim had namelijk precies die liefhebberijen die in het Vagevuur beoefend werden.

Misschien moet ik hier wijzen op een serie foto’s van de inmiddels ter ziele gegane Shaft in Rotterdam. Ook Fortuyn is hier te bewonderen De foto’s zijn overigens stevig (zeker 18+), daar wil ik bij deze voor waarschuwen. Maar omdat ze openbaar op internet zijn gezet door iemand die waarschijnlijk nauw betrokken was bij dit gebeuren, voel ik me niet bezwaard om een linkje te plaatsen. Het gaat dus niet om een persoonlijk of discreet  profiel, maar om een openbare site. Dus het plaatsen van een link vind ik in dit geval specifieke geval wel kunnen. Met verder alle respect voor de personen die hier in beeld zijn gebracht, inclusief Fortuyn zelf, zeker in dit geval. Bij deze: ‘The Shaft, a Rotterdam Legend; a sentimental journey’ http://www.homowebmuseum.nl/log/shaftpix.html

Ik kan me voorstellen dat mensen dit shockerend vinden, zeker als je zoiets nog nooit gezien hebt. Maar goed, de Shaft was binnen een bepaald segment van de homogemeenschap echt een monument (dat was het Vagevuur in bepaalde mate ook, maar met dat soort fijngevoeligheden hoef je bij de kleinburgers die zich Pims ‘erfgoed’ hebben toegeëigend natuurlijk niet aan te komen). Zelf heb ik het allemaal niet meer meegemaakt, maar ik ken redelijk wat mensen die de Shaft nog in volle glorie hebben gekend. Als ik die foto’s zie  vind ik ze eigenlijk wat aandoenlijk en ook alweer enigszins gedateerd. Je ziet dat het van een tijd geleden is. De mode is ook op dit gebied iets veranderd (al die snorren zie je eigenlijk niet meer) en dit soort plekken zien er tegenwoordig een beetje anders uit (vooral strakker en ‘cleaner’). Maar het is iets dat nog steeds bestaat. En gelukkig maar, want daar is niks mis mee, hooguit voor de brave volgelingen van Pim. Die hadden namelijk een veel idyllischer beeld van ‘knuffelhomo’, zie het essay van Komrij. Zo van ‘homo’s zijn lief, zolang ze het maar niet met elkaar doen’. ‘Carlo Bosschart op de TV mag wel, maar dat vuistwerk in die duistere krochten gaat echt alle perken te buiten’. Alleen vrees ik voor de brave LPF aanhangers dat Pim vooral een representant van de laatste categorie was.

De brave locale aanvoerder van de LPF, Rudy Reker, vindt het trouwens ‘langs de beesten af’, zoals hij EO Netwerk liet weten (zie hier de uitzending, waar overigens een heleboel op is aan te merken, zie deze uitstekende analyse van studenten van de School voor Journalistiek). Deze meneer Reker van de LPF Eindhoven zegt verder: ‘Want daar zijn mannen bezig in de modder, met hangmatten (! FS) en met maskers op’. Toch wel geestig om zo’n type te horen omschrijven waar die rare nichten volgens hem mee bezig zijn. Hij heeft ongetwijfeld iets gezien, maar heeft hij ook begrepen wat hij precies heeft gezien? Het is bijna schattig. Misschien moet deze brave maar boze meneer een blik werpen op de ‘Shaftpics’. Want precies die activiteiten die door hem worden opgesomd zijn daar te bezichtigen (en nog veel meer). En Pim? Ja, Pim ook. Dat de echte Pim zich aan hem moge openbaren. Alhoewel hij net zo goed het verzamelde werk van zijn grote leidsman kan raadplegen, want Pim was niet te beroerd om regelmatig zijn van eigen avonturen getuigenis te doen.

Dat dit effect heeft gehad blijkt wel uit een mededeling op de site van het vroegere Vagevuur (http://www.vagevuur.com/). Daar lezen we: ‘Zoals wellicht bekend is het Vagevuur onderwerp geworden van negatieve media aandacht (reportage in EO’s Netwerk, stukken in de pers) naar aanleiding van vragen van de Eindhovense gemeenteraadsfractie van de LPF. Geconfronteerd met deze externe druk, denkend aan mogelijke gevolgen voor medewerkers en bezoekers, is het bestuur tot de conclusie gekomen dat voortzetting van onze party activiteiten niet langer op een verantwoorde manier mogelijk is’. Goed, het gaat mij er niet om of er perse werklozen hadden moeten worden ingezet. Ik denk niet dat dit verstandig was, al schijnt het uiteindelijk maar om een geval te zijn gegaan. Bovendien gebeurde dit niet eens de gemeente zelf, maar door een bedrijf dat als tussenpersoon optrad. Maar dat dit alles om zeep is geholpen door een provinciale fatsoensrakker, die zogenaamd in de geest van Pim handelde, is wel een beetje krankzinnig.

Zie hier de hypocrisie van de hedendaagse volgelingen van Pim. ‘Zo zou Pim het gewild hebben’,  ik zie het de locale LPFers al reutelen. Helemaal in de geest van Pim! Ik dacht het niet. Je zou bijna wensen dat de Geest van Pim zou nederdalen om deze verzameling kleingeestige apostelen toe te sneren: ‘Een hangmat?? Zoiets heet een sling, meneeer!’ Kortom, het lijkt me eerder dat met deze daad van de kort daarna opgeheven LPF het laatste stukje authenticiteit van Pim ten grave is gedragen. Een bijna symbolisch einde van de partij die zijn naam droeg. Het is trouwens wel ironisch dat juist deze overactieve afdeling Eindoven vorig jaar nog van zins was om de opheffing van de LPF middels een kort geding ongedaan te maken, zie hier. Opheffen die handel, juist die afdeling. En herstel het Vagevuur weer in ere. Uit naam van Pim!

Al gaat het niet helemaal op, ergens doet me deze kwestie denken aan het poezelige beeld dat er in de jaren negentig van de multiculturele samenleving bestond. Dat was allemaal een grote multiculturele harmonie, totdat men ontdekte dat de ‘knuffelmarokkaan’ eigenlijk niet bestond. De verontwaardiging die daarop volgde resulteerde in de Leefbaar Rotterdam en de LPF. Nu bestaat er nog iets van het kitscherige beeld van de knuffelhomo, maar… om met Gerrit Komrij te spreken: ‘Macht blijft macht. Ik kan, als homoseksueel uit een verloren tijd, nog signalen lezen. En al die signalen geven te kennen dat er iets zwaait voor de homoseksuelen als ze niet langer aan de eis van knuffelbaarheid voldoen’.

Ik kan me herinneren dat er kort na de El Moumni affaire in de NRC, linksonder op de voorpagina, een Kamagurka (of waren het nog de wereldbolletjes, of misschien toch Fokke en Sukke?) ons op de volgende tekst tracteerde: ‘Blijf met je rotpoten van onze rotpoten af!’. Wat mij betreft is daarmee alles gezegd over de huidige homovriendelijkheid van xenofoob populistisch rechts.

Pim schijnt ooit gezegd te hebben: ‘Vind je mij al eng? Dan moet je mijn aanhang eens zien’. Ik denk dat ik het daarin wel met hem eens ben. Het is gewoon ‘van de beesten af’. Die aanhang zal in brede zin op dit blog nog uitgebreid ter sprake komen, de PVV van Wilders, maar ook de bundel Eindstrijd, die door de WSP Fortuyn Stichting werd gepubliceerd. Wordt hoe dan ook vervolgd.

Floris Schreve

Tot zover Fortuyn en de Fortuynisten. Terug naar de actiegroep Right to feel safe, waar ik dit stuk mee begon.  Hoewel ik langzamerhand een beetje huiverig ben geworden voor dit soort manifestaties (tenminste, ik was er bang voor dat er ook  types als Rita Verdonk zouden rondlopen die hun krokodillentranen zouden laten vloeien om ‘mijn rechten’), ben ik toch gaan kijken. De demonstratie was gelukkig niet een verlengstuk van de huilende wolven. Er was geen Rita Verdonk (zie mijn allereerste blog artikeltje) of een nog ergere representant van het nieuwe homovriendelijke populisme die het podium besteeg. Ik denk dat de demonstratie multicultureler was dan menig LPFer lief is (maar dat is wel aan de foto’s te zien). Hier een kleine impressie. De foto’s zijn van mijzelf en afkomstig van Erik (www.partyshots.nl ), zo’n beetje de bekendste fotograaf van de Amsterdamse homoscene, die ik alweer een poosje ken.

Dolly Bellefleur, boegbeeld van de Amsterdamse homo-scene met een agente van het netwerk roze in blauw van de politie Amsterdam, zie http://www.volkskrant.nl/binnenland/article448808.ece/Wij_zijn_geen_theedrinkend_homoclubje

D66 kamerlid Boris van der Ham

%d bloggers liken dit: