Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Kunst, Satire en de strijd om vrijheid in Syrië

الفن والنضال من أجل الحرية في سوريا

Tentoonstelling en manifestatie Culture in Defiance; continuing traditions of satire, art and the struggle for freedom in Syria

Pins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling. Herengracht 603, www.princeclausfund.org, 4 juni-23 november, 2010

Prince Claus Fund Gallery
4 June to 23 November 2012
10 am – 5 pm, Monday through Friday

Free admission

‘Looking at the drawings you will understand the hopes and fears of the Syrian people under the Ba’ath regime’, according to Syrian cartoonist Ali Ferzat about his work in the exhibition on Syria’s creative dissent at the Prince Claus Fund gallery.

The 2002 Prince Claus Laureate opened ‘Culture in Defiance’ with an emotional speech (look back underneath) about the current situation in his home-country Syria. Which he left in 2011 after he recuperated from being attacked and having his hands broken. His family felt his life was in danger and urged him to flee. Ferzat joined the thousands of other Syrians who could no longer remain in their country due to the violence of the regime.

The exhibition Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria reveals an incredible outburst of creative dissent under this extreme duress. Some like Ferzat, started working during the long years of Hafez Assad; others like Masasit Mati, the group who produces the cyber puppet plays Top Goon: Diaries of a Little Dictator, only last year. The exhibition features a wealth of short films, animations, popular songs, graffiti, art, posters, and wise words from inspirational Syrians.

The exhibition is an initiative of the Prince Claus Fund and curated by Malu Halasa, Aram Tahhan, Leen Zyiad en Donatella Della Ratta.

Culture in defiance
 

http://www.princeclausfund.org/files/docs/2012%20Culture%20in%20Defiance.pdf

Hij is de beroemdste cartoonist in de Arabische wereld: Ali Ferzat. Vroeger was hij bevriend met de Syrische president Assad, die zelfs hard moest lachen om zijn tekeningen. Totdat het regime zijn tanden liet zien: Ferzat werd vorig jaar in elkaar geslagen, zijn vingers werden gebroken.

Het was een ultieme poging van het regime om Ferzat het zwijgen op te leggen. De tekeningen van de cartoonist zijn immers een belangrijk wapen geworden in de strijd tegen de regering van President Assad.

Maar Ferzat herstelt en tekent nog steeds. Op uitnodiging van het Prins Clausfonds is hij in Amsterdam om, Culture in Defiance, een tentoonstelling over Syrische kunst en satire te openen.

Lecture by professor Sadik Al Azm (Syria)

Sadik Al-Azm, one of the Middle East’s most notable contemporary thinkers, will reflect on the effect of the Arab uprisings on civil society.

Sadik Al-Azm is Professor Emeritus of Modern European Philosophy at the University of Damascus and a fellow at the Käte Hamburger Institute at the University of Bonn. His area of specialisation was the philosophy of Immanuel Kant with a more current emphasis upon the Islamic world and its relationship to the west. He has also contributed to the discourse of Orientalism.

One of his most influential books, Al-Naqd al-dati ba’d al-hazimah (Self-Criticism After the Defeat), challenged the shifting blame that followed the defeat of Syria, Jordan and Egypt after the 1967 war and reasoned that Arabs had to embrace democracy, gender equality and science to achieve progress. When it was first published in 1968, the book marked a turning point in Arab discourse about society and politics and spawned other intellectual ventures into Arab self-criticism. However, in 1970, in response to his writings, Al-Azm was tried in Beirut and dismissed from his teaching post at the American University there. Still actively writing, Mr. Al-Azm has already left a legacy of piercing intellectual examination of the social, religious, cultural and political bases of modern Arab society. He has contributed to the Prince Claus Fund as a member of the Awards Committee.

Culture in Defiance
The lecture is part of the exhibition Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria in the Prince Claus Fund Gallery. Free admission, until 23 November.

Sadiq al-Azm (foto Floris Schreve)

Lezing door Sadiq al-Azm (korte samenvatting, gebaseerd op mijn summiere aantekeningen), zie een transcriptie van de lezing hier

The Civil Society debates and the Arab Spring

Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling, Herengracht 603, Amsterdam, vrijdag 7 september 2012

De discussie over de noodzaak tot de vorming van een ‘civil society’ in de Arabische wereld begon in de jaren zeventig. Vooral na de dramatische nederlaag van de oktoberoorlog tegen Israël bleek dat het postkoloniale discours van Pan-Arabisme, Arabisch Socialisme en Arabisch Nationalisme gefaald had. De Arabische wereld kende, na de verschillende revoluties, vooral militaristische en nationalistische regimes, die zichzelf met repressie in het zadel hielden.

Al Azm noemt als belangrijke denkers over de noodzaak om tot secularisering en democratisering te komen Hassan Hanafi (Egypte) en Mohammed Abed al-Jabri (Marokko). Zij hanteerden hiervoor het begrip ‘almaniyya (علمانية ), ‘secularisme’, volgens de meeste vertalingen ‘laicism’, oftewel scheiding van religie en bestuur. De seculiere beweging had in de periode van halverwege de jaren zeventig tot eind jaren negentig het tij sterk tegen. De Arabische wereld werd gedomineerd door een patstelling tussen de autoritaire heersende regimes, ideologisch vaak een mix van socialisme, nationalisme en populisme, maar volgens al Azm al in diskrediet geraakt sinds Nasser, en aan de andere kant de enige oppositiekracht die nog een vuist kon maken; de politieke islam.

De jaren tachtig en negentig waren een periode van verdere stagnatie, waarin het Arabische politieke discours werd gegijzeld door de autoritaire regimes aan de ene kant en de steeds gewelddadiger wordende islamisten aan de andere kant.

In 2000-2001 brak er een korte ‘Syrische lente’ uit, na de dood van dictator Hafiz al-Assad. Het was ook de tijd van Charter 99. Al-Azm stelt dat veel ideeën van Charter 99 van grote invloed zijn op de verschillende Arabische democratiseringsbewegingen van nu.

Overigens kent ook de geschiedenis van de islamitische wereld een soort equivalent van de notie ‘Civil Society’. Het gaat hier om het begrip ‘assabiyya (عصبية) van de beroemde klassieke islamitische filosoof Ibn Khaldun (Tunis, 1332 – Caïro, 1406). In het discours van de huidige revolutionaire beweging steekt dit begrip vaak de kop op. Al-Azm ziet niet veel in de herwaardering de notie van ‘assabiyya. Hij wijst erop dat dit begrip al langer in gebruik was bij de islamistische beweging. ‘Assabyya in de traditionele zin houdt vooral groepssolidariteit in, met de familie, de clan en de eigen religieuze gemeenschap. Volgens al Azm is het zelfs gevaarlijk om deze notie uit het verleden de hedendaagse samenleving op te leggen. Natuurlijk, ‘assabiyya in de traditionele zin werkte vaak als een buffer tussen het individu en de staatsmacht, zoals in het Irak en Iran van de twaalfde eeuw. Zo’n buffer is volgens al-Azm ook nu absoluut noodzakelijk, maar hij ziet meer in de Civil Society, zoals die werd bepleit door Emile Durkheim of Antonio Gramsci .

De Arabische lente lijkt voorlopig een einde te maken aan de heersende families en hun naaste getrouwen. Het ultieme moment was, in de woorden van Sadiq al-Azm ‘the Tahrir-Square Experience’, zoals die in verschillende landen plaatsvond. Syrië heeft dat moment helaas niet gekend, althans tot nu toe. Daarvoor is de repressie van het zittende regime te gewelddadig geweest.

Zie bijvoorbeeld de stad Dera’a, die inmiddels al twintig keer weer op een gewelddadige manier door het regime is ingenomen. Dat dit twintig keer moest gebeuren zegt wel iets over de effectiviteit van de opstandelingen. De tactiek is nu om de spoeling van de troepen van het regime zo dun mogelijk te maken. Al zal het regime niet snel opgeven. Syrië wordt nu geregeerd door een kleptocratische klasse, die alles te verliezen heeft wanneer zij de macht verliest.

Ondanks de gewelddadige escalatie staat al-Azm positief tegenover de revolutie. Ook de Syrische opstand begon als een Tahrir Square experience. Al-Azm haalt de notie van de ‘Carnivalesque Spirit’ aan van Roland Barthes. De tentoonstelling in het Prins Claus Fonds is daar overigens een duidelijk voorbeeld van. De kern van de Syrische revolutie ademt volgens al-Azm nog altijd de sfeer van deze ‘Carnivalesque Spirit’ uit. Deze moet de leidraad van de revolutie blijven. De ‘Tahrir-Square Experience’ zou de basis moeten vormen voor een nieuw vrij Syrië en een vrije democratische Arabische wereld.

Floris Schreve

Amsterdam, september, 2012

Sadiq al-Azm met Christa Meindersma, directeur Prins Claus Fonds (foto Floris Schreve)

Sadiq al-Azm met Eduard Nazarski (rechts), directeur van Amnesty International Nederland (foto Floris Schreve)

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Ali Ferzat

Khalil Younes, Hamza Bakkour

Khali Younes,About a young man called Kashoosh

tekst: ‘Homs, the Mother of all Heroes. The King of the jungle rides a tank.’ (‘Assad’ betekent ‘leeuw)- foto Pascal Zoghbi 

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2668/Buitenland/article/detail/3263291/2012/05/31/Later-zal-iemand-dit-werk-zien-en-zeggen-dat-was-de-Syrische-Revolutie.dhtml

‘Later zal iemand dit werk zien en zeggen: dát was de Syrische Revolutie’

Door: Sacha Kester −31/05/12, 07:00
 

Hoe doe je dat – in opstand komen tegen een dictator? Waar haal je het lef vandaan om te blijven demonstreren, ondanks de sluipschutters op de daken en de tanks die je wijk omsingelen?

  • ‘Self defense is a legitimate right’ van Civil Society

‘Eigenlijk was dat de vraag die telkens weer bij me terug kwam’, vertelt Malu Halasa, curator van een tentoonstelling over cultuur tijdens de Syrische opstand. ‘Het antwoord werd heel scherp gegeven door Jameel, een Syrische poppenkunstenaar die alleen maar met een masker optreedt. Mensen kunnen dit, zegt hij, door te lachen, door schoonheid en door menselijke vastberadenheid – want zolang dat bestaat, kun je alle lelijke dingen op deze wereld aan.’

En lachen, dat doen ze. Lachen om het kwaad en dansen op protestmuziek. Het carnaval van de Syrische revolutie heeft spotprenten en theater, literatuur en film, graffiti en poëzie opgeleverd, die op initiatief van het Prins Claus Fonds door de Jordaans-Filipijnse Mala Halasa en drie andere curatoren bijeen zijn gebracht voor een tentoonstelling die vanaf maandag in Amsterdam te zien is.

Een klein wonder
Het was soms zwaar om hier aan mee te werken. ‘Je werkt samen met mensen die letterlijk onder vuur liggen – een paar weken geleden werd een van de beste vrienden van mijn collega neergeschoten in Homs’, vertelt Halasa over de telefoon. ‘Daarnaast is het moeilijk om werk het land uit te krijgen. Je kunt niet even naar Syrië bellen en vragen: ‘Hi, mail ons even wat materiaal in een hoge resolutie.’ Dat het toch gelukt is om alles bij elkaar te krijgen, is een klein wonder.’

Het resultaat is indrukwekkend. ‘Mensen zien alleen de afschuwelijke beelden van de oorlog’, zegt Halasa. ‘Maar het verhaal is nog veel groter. Stel je voor: mensen kunnen daar al vijftig jaar lang niet zeggen wat ze denken – niet uiten wat ze voelen. En nu is het deksel eraf!’

De Syrische revolutie is dan ook nauw verbonden met kunst. Drie maanden voordat de eerste demonstraties begonnen, maakte Ali Ferzat, een van de bekendste cartoonisten uit het Midden-Oosten, spotprenten van president Assad. Het was voor het eerst dat zoiets werd gepubliceerd, en daarmee werd er iets doorbroken.

Halasa: ‘Het inspireerde anderen, en zijn prenten werden tijdens de demonstraties mee gedragen. Er werd gezongen, er ontstond protestmuziek, en mensen dansten op raps als ‘We will fill all the prisons’. In kleine dorpen gingen jongeren ’s nachts de straat op om hun eigen cartoons op de muren te spuiten en gevestigde kunstenaars verwerkten hun woede, hun verdriet, in hun werken.’

  • ‘Vomit’ van Yasmin Fanari

In de catalogus van de tentoonstelling wordt het fenomeen krachtig neergezet. De schilder Khalil Younes bijvoorbeeld, wiens werk ook in het westen wordt verkocht, vertelt in een interview dat hij de zaak heeft opgepakt om de ontwikkelingen ook voor volgende generaties vast te leggen. ‘Ik had het gevoel dat ik iets moest doen in de stijl van Francisco de Goya. Iemand zal dit werk later zien en zeggen: ‘Dát was de Syrische Revolutie’.’

Tranen
De ondergedoken blogger Razan Zaitouneh, winnaar van de Sakharov Prijs, beschrijft hoe het is om elke dag tientallen video’s van slachtoffers te bekijken voordat ze op het internet worden geplaatst. ‘Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat de naam van de martelaar klopt, net als de details van zijn of haar dood. Elke dag, zie ik honderden mensen sterven. Gemiddeld duurt elke video een minuut. Binnen een uur kan ik getuige zijn van zestig lichamen, tenzij het er een video tussen zit van een massamoord – dan vermenigvuldigt dat cijfer zich.’

‘Experts van de Documentatie van de Dood, zoals ik, huilen niet. We kijken alleen maar, met open mond en gefronste wenkbrauwen, en op enkele specifieke momenten, horen we de tranen uit ons eigen binnenste komen.’

Er wordt niet meer gezongen en gedanst in Syrië. Niet in de steegjes, waar de protesten voorzichtig begonnen, en niet op de pleinen, waar de begrafenissen begonnen die tot nog grotere demonstraties leidden. Maar de veerkracht blijft. ‘Het is de piramide van Mazlov op zijn kop’, zegt Halasa. ‘Er is geen veiligheid, en voor sommigen is er niets te eten, maar zelfontplooiing houdt mensen gaande. Na een hele lange tijd hebben de Syriërs hun eigen stem weer teruggevonden.’

Onder de tekst is een kleine selectie van cartoons, foto’s en video te zien.

De tentoonstelling Culture in Defiance: Continuing Traditions of Satire, Art and the Struggle for Freedom in Syria is van 4 juni tot 23 november te zien in de Prins Claus Fonds Galerie, Herengracht 603, in Amsterdam

  • ‘Dungeons’ van Jaber al-Azmeh
  • Het schilderij ‘A young man called Kashoosh’ van Khalil Younes
  • Bullet
  • Cartoon van Ali Ferzat
 

Een impressie van de tentoonstelling (foto’s Floris Schreve)

‘Defiant Culture’: A debate on Syria’s creative dissent

Prince Claus Fund

Thursday, October 18, 2012 at 7:30 PM (CEST)

Amsterdam, Netherlands

Please join us for a special event on Syria’s creative dissent on 18 October in the Hermitage Amsterdam with Jameel, director of the satirical Syrian puppet show Top Goon: Diaries of a Little Dictator, Arab media specialist Donatella Della Ratta, Syrian communication expert D. Midani and Malu Halasa, editor and journalist on the Middle East. The Prince Claus Fund organises this debate as a side-event to the exhibition ‘Culture in Defiance’ which is currently on display at the Prince Claus Fund Gallery. The exhibition is curated a.o. by Malu Halasa and Donatella Della Ratta.

Jameel, in the Netherlands for the first time, is the director of the anonymous Syrian artists’ collective Masasit Mati, set up in 2011 in response to the crisis in Syria. Masasit Mati produces Top Goon: Diaries of a Little Dictator, a satirical finger puppet show that critically comments on the Syrian conflict. Masasit Mati uses finger puppets because they are easy to smuggle through checkpoints. The artists create all aspects of the show, from the puppets themselves to scriptwriting, directing, filming and editing. The Prince Claus Fund supports the production of the second season of Top Goon.

After an introduction by Malu Halasa, Jameel will talk about creating stories, satire, humor and art under pressure. Donatella Della Ratta will speak about the user-generated creative content on the internet in the Syrian conflict, such as cartoons, songs and parodies on political posters. D. Midani presents a unique perspective on Syria as a brand.

Following the presentations Prince Claus Fund director Christa Meindersma will conduct a Q&A with all participants. Afterwards there will be drinks at the Prince Claus Fund Gallery and the opportunity to view the exhibition ‘Culture in Defiance’.

“Everything that is scary can be dealt with through laughter, beauty and human resolve”

(Jameel, director Top Goon: Diaries of a Little Dictator)

‘Word zelf geen monster!’

Regisseur Jameel wil alleen vermomd in beeld» Regisseur Jameel wil alleen vermomd in beeld NOS
Toegevoegd: vrijdag 19 okt 2012, 00:51
Update: vrijdag 19 okt 2012, 01:01

Door buitenlandredacteur Esther Bootsma

“Ik ben niet zoals jij”, roept de geblinddoekte man. Waarop Bashar al-Assad hem afranselt met een zweep.;”Laat de haat naar buiten komen”, roept de Syrische president met een hoog piepstemmetje. “Het monster in je zal uiteindelijk tevoorschijn komen”. Assad geeft nog een zweepslag. De man in zijn bebloede hemd gilt van de pijn.

Het is een van de laatste afleveringen van Top Goon, een satirische poppenserie over Syrië. Een harde, gruwelijke aflevering, die in schril contrast staat met de eerste poppenshows. Daarin zat veel meer humor, zoals een persiflage op Who wants to be a millionaire, waaraan Assad deelneemt, nadat Mubarak en Kadhafi al waren afgevallen. Die hadden niet genoeg mensen gedood om te winnen.

Het was onvermijdelijk, zegt de Syrische regisseur Jameel van Top Goon. De burgeroorlog is de afgelopen anderhalf jaar zo hevig geworden, er vallen zoveel doden, dat ook de humor grimmiger wordt.

Vingerpoppetjes

Jameel is in Amsterdam op bezoek bij het Prins Clausfonds, voor een debat over het creatieve verzet in Syrië. Want er zijn niet alleen demonstranten en rebellen in Syrië, ook kunstenaars komen in opstand tegen het bewind.

Vroeger bestond het niet eens: openlijke kritiek op president Assad. Vandaar dat Jameel ook alleen vermomd gefilmd wil worden. Hij woont zelf weliswaar in de Libanese hoofdstad Beiroet, maar zijn familie woont nog in Syrië. En die zal worden gemarteld als bekend wordt dat hij de regisseur is van Top Goon.

Vandaar ook het idee voor de vingerpoppetjes. Makkelijk te maken, makkelijk te smokkelen en de acteurs zijn onherkenbaar. President Assad met zijn smalle hoofd, priemende oogjes en zijn slissende s. De goon, ofwel de bendeleider, met zijn dikke snor, een van de leden van de shabiha-milities van Assad, die het vuilste werk opknappen in Syrië.

De serie op Youtube wordt door tienduizenden mensen bekeken. In het buitenland heeft hij lovende kritieken.

Steun aan rebellen

Maar Top Goon kwam ook in de problemen. De vier oorspronkelijke makers raakten verdeeld. Aanvankelijk waren ze voor geweldloos verzet, maar twee acteurs kozen de kant van de gewapende opstand door het Vrije Syrische Leger. In eigen filmpjes op internet riepen ze op tot geweld.

Voor regisseur Jameel betekende dat het einde van de samenwerking. “Als je monsters bestrijdt, pas dan op dat je niet zelf een monster wordt”, citeert hij Nieztsche.

Hij maakt zich grote zorgen over de moorden en aanslagen die ook door de rebellen worden gepleegd. In Top Goon spreken de poppen daarom soms ook kritisch over het Vrije Syrische Leger.

Zwarte humor

“Ik ben tegen het gewapende verzet, want wapens en geweld leiden tot meer wapens en geweld. Het is mijn plicht als kunstenaar om de vreedzame manier van denken aan de volgende generaties over te brengen.”

Voor dat doel vond hij nieuwe acteurs, met wie hij nu de tweede serie Top Goon maakt, mede gefinancierd door het Prins Clausfonds. Deze serie is wel zwaarmoediger.

“Zoals u weet is de Syrische revolutie veranderd. Er wordt meer geweld gebruikt. Dat heeft zeker invloed op onze show”, zegt hij. “Het tweede seizoen is somberder geworden, maar er is nog steeds de zwarte humor.”

http://www.aljazeera.com/programmes/witness/2012/08/2012820111648774405.html

Witness
 
Little Dictator
 
As fighting rages, four political satirists find themselves swept up in the debates that divide Syria’s revolutionaries.
Witness Last Modified: 21 Aug 2012 14:47
 
 
In November 2011, as armed conflict raged in Syria, a young acting troupe called Masasit Mati launched a ground-breaking, finger-puppet show: Top Goon: Diaries of a Little Dictator, which mocks the Syrian regime in ways never seen in public before.

JOIN THE DEBATE

Send us your views and join the Witness community

Living in exile, the four actors in Masasit Mati broadcast their show online, attracting a growing audience and positive reviews around the world.

But Top Goon’s success puts the actors themselves in danger and the widening split in Syria between those who favour a peaceful resolution and those prepared to use armed force mirrors that within the troupe itself.

Lead writer Arwa is determined to stick to his message of non-violent resistance. The show’s actors, the Malas Brothers, support the Free Syrian Army and are increasingly vocal in their demands for violent revenge upon the regime.

Jameel, the show’s director, struggles to reconcile these diametrically opposing viewpoints while trying to raise funds to get a second series off the ground.

A remarkable film that explores the conflicts besetting millions of ordinary Syrians as their country edges into bloody civil war.

Filmmaker’s view

By Annasofie Flamand and Hugh Macleod

In the Syria of old, no one joked about the president.

The main bridge over the highway in central Damascus may have been known as ‘President’s Bridge’ but no one ever called it Assad’s. The ruling family name was barely breathed in public, except to chant pledges of blood and soul during regime-orchestrated rallies.

One of the first young revolutionaries we filmed after protests broke out in the country we called home for several years described the rage he felt after his sister was arrested for telling a fellow student at Damascus University that she did not think President Bashar al-Assad was up to the job he inherited.

Any jokes Syrians might have wanted to crack about their gawky dictator were done so at home, and only among trusted friends.

Then an actor behind a home-made stage raised a long, thin finger puppet in the air, its narrow moustache, pointy nose and saucer-shaped ears glinting in the theatre lights. The actor affected an Arabic lisp, the puppet danced and everything was changed in an instant.

“It was forbidden to talk about the president in any way, but now you can say what you want and this is extremely exciting,” said Jameel, the director of Masasit Mati, a group of young Syrian artists who came together as their revolution raged to create the most daring work of political satire in Syria’s history.

Using finger puppets of al-Assad, known as Beeshu, his top security chief and a host of women and men from Syria’s diverse society, the series of short vignettes, called Top Goon: Diaries of a Little Dictator, quickly gained a huge following through YouTube and Facebook.

Delightful irreverence

Audiences were shocked and delighted at the irreverent portrayal of a regime that had dominated every aspect of life in Syria for nearly half a century.

“We tried to make fun of it, to break the glorified image of the dictator,” said Jameel. “There are taboos and red lines you could not cross. We tried to break exactly these red lines and destroy them.”

Watch only the news on Syria and its revolution might appear limited to protests, crackdown, imprisonment and torture, the ever escalating mindless violence that grabs headlines and eventually morphs into its own entity: ‘Violence erupted on the streets of Syria’; ‘A fresh cycle of violence engulfs Syria’; ‘Sectarian violence stalks Syria’ etc, etc. Reporting for nearly a decade from the Middle East, we were all too familiar with the spirit-sapping pattern of conflict journalism.

So when a mutual friend told us a group of Syrian artists were launching a finger puppet show we jumped at the opportunity to re-engage with the hearts and minds of the uprising, the young men and women throwing off decades of stale inheritance, to transform their country, not just politically, but socially and culturally as well.

“They think that once they put pressure on you, you will retreat or stop,” said Mohammed Malas, one half of the vivacious Malas Twins, brothers identical and actors extraordinaire, who once staged a skit while in prison for protesting against al-Assad’s regime.

Rehearsing the first season of Top Goon in the relative safety of the Lebanese capital, Beirut, Mohammed and Ahmad Malas could barely stop belly-laughing as they and Jameel practiced the songs, wisecracks and slapstick that would turn their two-inch finger puppet dictator into an icon of rebellion for a new generation.

“I’m not crazy!” Beeshu’s frantic assertion at the start of every episode fast became a Facebook catchphrase for Syria’s young rebels.

But the violence in Syria was inescapable. As the regime’s attacks on protesters swelled into military assaults on whole cities and into sectarian massacres by al-Assad’s militiamen, the artists found themselves swept up in the great debates which divide Syria’s revolutionaries.

Peace or violence?

In the face of daily death tolls topping 100 people, how could peaceful protests continue? Surely it was time to support the burgeoning armed rebels of the Free Syrian Army? Jameel was adamant: Masasit Mati’s core belief and message was peaceful change. The group would not publicly back the FSA.

“You cannot build a civic state through violence,” said Jameel. “Violence only breeds violence.”

Seething in the chaos of Cairo, their new home, the Malas twins took a very different view: “If Gandhi were alive today he would have carried a gun,” said Ahmed, furious at the latest news on the TV in the living room. “In Gandhi’s day, were there snipers shooting people in the head? Did they rape his mother? Did they kill a whole family? What non-violence?”

With this growing split between Jameel and the twins we knew we had tapped into a story that went to the heart of the Syrian revolution. What had begun with a dream of a better state founded on freedom and achieved through peaceful protests had now morphed into a bloody struggle for survival.

It was in Amman that Top Goon’s main writer, Arwa, succeeded in condensing the essence of this struggle. Forced to uproot from his home in southern Syria and flee across the border into the “ghost city” of Jordan’s capital, Arwa outlined the choice facing Syria’s revolutionaries, if not all revolutionaries: To stay peaceful or to fight back?

On an Amman rooftop at sunset, Arwa reveals the raw emotion behind the intellect, the person behind the words, the sorrow behind the satire. Reading from a fictional letter written to his brother, Arwa describes his feelings at witnessing his best friend shot and killed. He has sold his library to buy a Kalashnikov, he reads.

“So here’s the question,” Arwa tells us in an interview later, “Is revenge now justified?” Not for the artist, he concludes: “I can only defend non-violence because this is not just a revolution for our generation, but for future generations.”

Set to the beautiful song of Emel Mathlouthi, ‘My Word is Free’, and the haunting oud of Rahim al-Haj – to both of whom we are hugely grateful for the music we feature in the film – we knew our Syrian revolutionaries – through their honesty and aspirations – had given the film that most precious part within any body of work: Its soul.

To watch the 15 episodes of Top Goon, click here.

 

A political satire group has scored a runaway success in using a novel way to openly mock the Syrian regime



Witnesscan be seen each week at the following times GMT: Monday: 2230; Tuesday: 0930; Wednesday: 0330; Thursday: 1630.Bringing global issues into focus through courageous and inspiring human stories. Watch more Witness.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: