Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Nedim Kufi en Ahmed Mater; twee bijzondere kunstenaars uit de Arabische wereld nu in Amsterdam – نديم الكوفي وأحمد ماطر

            

links: Nedim Kufi, News, bedrukt papier op houten latten (detail), 2010 (foto Floris Schreve)
rechts: Ahmed Mater, Waqf Illumination III , Gold Leaf, Tea, Pomegranate, Crystals, Dupont Chinese ink & offset X-Ray film print on paper (detail), 2009

Een weerzien met een oude bekende en een nieuwe ontmoeting

Nedim Kufi en Ahmed Mater; twee toonaangevende en vernieuwende kunstenaars uit de Arabische wereld, nu te zien in Amsterdam

نديم الكوفي وأحمد ماطر

Vanaf 21 mei is er in Amsterdam een bijzondere tentoonstelling te bewonderen, van een aantal vooraanstaande kunstenaars uit het Midden Oosten. Samensteller is Robert Kluijver, die sinds de afgelopen jaren zeer actief is geweest op het gebied van kunst uit het Midden Oosten. Ik geef hier de details:

http://www.baarsprojects.com/index.html

Tot zover de omschrijving van de tentoonstelling. Ik kan trouwens de gehele expositie van harte aanbevelen, er is veel interessant werk te zien. In dit verband wil ik mij richten op twee van de deelnemende kunstenaars, Nedim Kufi en Ahmed Mater. Ik zal ook ingaan op eerder en ander werk, dat niet op deze tentoonstelling is te zien. De anderen, de kunstenaars Rana Begum, Abdulnasser Gharem, Susan Hefuna en Shahzia Sikander bewaar ik wellicht voor een andere gelegenheid.

Nedim Kufi – نديم الكوفي

Nedim Kufi, afkomstig uit Irak, is een van de kunstenaars die ik nog ken van mijn scriptie-onderzoek. Ook in latere artikelen (zoals hier en hier ) heb ik aandacht aan hem besteed. Ook is hij een keer uitgebreid door de NRC geïnterviewd, voor een artikel dat grotendeels over mijn onderzoek naar kunstenaars uit Irak in Nederland ging, zie hier op dit blog. Een tijdje was hij wat uit mijn netwerk verdwenen, al volgde ik hem wel op afstand, vooral via internet. Hoewel hij betrekkelijk weinig in Nederland heeft geëxposeerd is vooral in het buitenland zijn ster steeds meer gaan rijzen. Ook zijn werk heeft in de afgelopen tijd een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt.

Nedim Kufi, die in het verleden ook bekend stond onder de namen Nedim Muhsen of Nedim El Chelaby, werd in 1962 geboren in Bagdad. Hij studeerde begin jaren tachtig aan de kunstacademie in Bagdad bij de beroemde kunstenaars Ismail Fattah al-Turk (beeldhouwkunst/keramiek) en grafische technieken bij Rafa al-Nasiri. Over zijn tijd aan de academie verklaarde hij het volgende:

‘I applied to the Institute of Fine Arts Baghdad, I was excited, and anxious at the same time about the racist oppression of the Baath Party. While learning and practicing my art, that was also an unpleasant period of my life. You cannot imagine, great depression, no freedom, no oxygen at all’

 Na zijn academietijd werd Kufi direct naar het front gestuurd om als soldaat te dienen in de oorlog tegen Iran. Kufi:

‘Although I felt very fortunate to have had art as an alternative companion, sketching up the way I lived in one notebook, it’s also important to include here my emotions. I cannot describe at this moment how much sorrow I carried. I graduated after five years and it was then compulsory for me to become a soldier. Imagine that, during the war with Iran: a black comedy. Counting time until the sun rises and gains in intensity, suddenly one day on 08.08.1988 it was proclaimed that the war was over. Oh my God. I felt I could fly. I needed to make a big difference in my life after this war. But how? How do I escape? I felt fenced into the country. The dream of moving abroad infiltrated my mind every single moment. All of that was a dark layer’.

Uiteindelijk lukte het Kufi om Irak te ontvluchten en na een bizarre omzwerving (over zelfs meerdere continenten) kon hij zich in Nederland vestigen. Sinds die tijd woont en werkt hij in Amersfoort. Ook volgde hij hier nog een opleiding grafische vormgeving aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht.

Nedim Kufi, Brainwash; Object topical Iraqi, installatie/ready-made, Aleppo-zeep en aluinsteen, 1999

Waarin Kufi zich al vanaf eind jaren negentig van de meeste van zijn in Nederland wonende Iraakse collega’s onderscheidde was het sterke conceptuele karakter van zijn werk. Een van de meest sprekende werken uit die tijd is zijn readymade Brainwah; object toppical Iraqi uit 2001. Te zien is een blokje Aleppo-zeep en een stukje aluinsteen (een soort puimsteen), attributen die in het Midden Oosten tot de vaste bad- assecoires  behoren. Alleen doet de vorm van de steen ook denken aan een hersenkwab. Het is de combinatie van de objecten en de titel die het werk een mogelijke betekenis geven. Dit soort dubbelzinnigheden zijn typerend voor het werk van Kufi.

Kufi eerder over dit werk in NRC Handelsblad in 2003 (zie ook op dit blog ): ‘Gewassen hersenen worden van steen – ze slibben dicht, er kan niets meer in’

Nedim Kufi, Eyes everywhere, krijt en potlood op papier, 1999

Een vergelijkbare associatie roept de tekening Eyes everywhere op. Te zien is weer een vorm die sterk doet denken aan een menselijk brein. Alleen is er met potlood op verschillende plaatsen telkens weer hetzelfde tekentje  aangebracht. Het gaat hier om de Arabische letter  ع  (‘ayn), wat ‘oog’ betekent (عين). Het gegeven van ‘overal ogen’, al dan niet ingebeeld, is ook weer een teken waarmee je verschillende kanten op kunt.

Een andere readymade uit dezelfde periode is een enveloppe. Kufi heeft dit werk de titel Brainwash II gegeven. Wellicht gaat het hier om een uit Irak verzonden brief, gericht aan Kufi en gestuurd naar een adres in Borculo (wellicht nog de vluchtelingenopvang). De inhoud van de enveloppe laat zich raden, maar Kufi geeft hier wel een aanwijzing in welke richting wij het moeten zoeken.

Nedim Kufi, Brainwash II, readymade, 1999

Een zelfde soort ironie blijkt ook uit verschillende korte tekstjes, die Kufi een aantal jaren terug op zijn website publiceerde. Hier een passage uit ‘The defenition of Cool’:

 ‘How do I describe the word C O O L? How come? It’s hard to answer this

question in a couple of pages. But one thing could be very helpful, and that

is everybody nowadays almost says (cool), obviously as an immediate

expression. No need to make the idea of cool explicit any more. It’s an

attitude of this age, a new common language used with the meaning of

superiority and high quality. Yes it has a magic power when it touches

people, I don’t know really! Is it so cool? Is it so attractive? Is it a bit sharp?

Is it too glossy? Or could it be too perfect? It’s logical if life had totally

changed, from age to age (groovy) transformed into (cool) deep into

Internet TITLES mostly extended to (cool) to be saleable items.’

 

Vervolgens komt hij met een heleboel voorbeelden, zoals:

 

‘Getting the best model of mobile telephone with special extra function is so cool, Dancing

the whole Saturday night is cool too, Vacation in IBIZA is extremely cool,

Getting your own domain name in www is so cool, Bombing here and there

is very cool, American action movies are so cool, If you win a million is real

cool, If you get a USA passport is cool,’

 

enz.

 

Hoewel de tragiek nooit ver weg is, heeft Kufi altijd oog voor het absurde en is zijn werk zeker niet gespeend van enige humor.

  

Nedim Kufi, ‘Habibi-project’ ( حبيبي = ‘Habibi’) , Amersfoort, 2009

Kufi zet alle mogelijke materialen zoals kauwgum, rozenblaadjes of zeep. In mijn gesprek met Kufi uit 2001 sprak hij dan ook van ‘junk art’. Tegelijkertijd is hij ook bijzonder bedreven in alle mogelijke grafische technieken, tot en met allerlei computeranimaties. Zie bijvoorbeeld zijn Habibi-project dat hij in 2009 in Amersfoort realiseerde, samen met de dichter Gerard Beentjes. ‘Habibi’ betekent overigens ‘mijn liefje’ in het Arabisch. (zie http://www.deweekkrant.nl/files/pdfarchief/AB/20090708/NUC_ANU-1-07_090708_1.pdf )

In zijn recentere werk ontpopt Kufi zich tot een soort alchemist. Aan de Libanese Dayly Star vertelde Kufi dat hij zich opeens een vriend van zijn vader uit zijn kindertijd herinnerde, die werkte als traditionele ‘attar’ (alchemist).  Kufi hierover:

 “If we say art is a profession only, then it is not enough for me. I mean, I know art is a profession but it has to be more than that. I have to find in art a temple, a ritual, spiritual behavior. So in general, I behave in art as an attar to feel comfortable and complete. From that moment, I feel very much settled.”

 

Nedim Kufi, Milk, honey, ink and soil, mixed media/installatie (New York, The Phatory Garden of Eden), 2003

Het gegeven van de alchemist lijkt bijna letterlijk te worden in een kleine installatie uit 2003, die Kufi in New York exposeerde (zie bovenstaande afbeelding) Maar ook andere in werken (zie de voorbeelden hiervoor) blijkt in Kufi zich een alchemist, die met ogenschijnlijk waardeloze materialen, of alledaagse beelden, onverwachte schoonheid kan creëren. Kufi is dat in de afgelopen jaren tot en met nu blijven doen, zie de hieronder getoonde voorbeelden waarin hij onder meer werkt met wegwerpmateriaal als zeep en kauwgum. Zie overigens ook dit boeiende interview met Kufi door zijn collega-kunstenaar Ali Mandalawi in al-Sharq al-Awsat in het Arabisch. Daar gaat Kufi uitgebreid in op ‘zijn rol als alchemist’. Kufi zegt ondermeer, dat hij, toen hij in New York exposeerde (zie bovenstaande afbeelding), meermalen de vraag kreeg toegeworpen: ‘Ben u kunstenaar of chemicus?’ Kufi antwoordt dat hij zich als kunstenaar sterk kan identificeren met de traditionele ‘attar’ (of chemicus). Zijn atelier is zijn laboratorium en hij ziet voor de kunst een belangrijke taak weggelegd. Net als de traditionele attar moet de kunstenaar ook het geweten van de samenleving zijn, die het ‘besturingssysteem’ van de maatschappij de juiste richting wijst (hij maakt de vergelijking met het besturingssysteem van een computer). Verder zegt hij in het interview dat het hem opviel dat, itt in Nederland, hem in Amerika vaker werd gevraagd ‘Waar gaat u naartoe?’, dan ‘Waar komt u vandaan?’ Voor hem is de eerste vraag veel wezenlijker dan de tweede. 

Een tijd lang heeft Kufi ook op internet een soort dagboek bijgehouden, zijn ‘Daftar Project’ (‘Daftar’ betekent ‘schrift’, of ‘notitieboek’  in het Arabisch). Helaas staat dat niet meer online, maar ik geef hieronder het een en ander aan documentatie en afbeeldingen. De twee beelden waarmee hij zijn ‘dagboek’ introduceert en de toeschouwer binnenleidt zijn haast iconisch; een waarschuwing dat het breekbaar is, maar wel met een uitgestoken hand.

 

http://universes-in-universe.org/eng/nafas/node_60/2006/node_577/photos/kufi_1/

http://web.me.com/southproject/south/Daftar.html

Drie bovenstaande afbeeldingen: Nedim Kufi, Daftar, online schetsboek/dagboek, 2004-2005

Nedim Kufi, bijdrage aan Dafatir (‘Iraqi Notebook project’), zeventien Iraakse kunstenaars wereldwijd, coördinatie Nada Shabout (University of North Texas), 2006. Zie hier de verschillende bijdragen en hier wat achtergrondinformatie

In 2006 participeerde Kufi in het zg Dafatir-project, een initiatief van de Amerikaanse Iraakse Nada Shabout, hoogleraar hedendaagse kunst van het Midden Oosten aan de Universiteit van North Texas. Zeventien Iraakse kunstenaars, verspreid van over de hele wereld, namen hieraan deel, waaronder grote namen van de iets oudere generatie als Dhia Azzawi, Rafa al-Nasiri en Hanna Mal Allah, maar ook Kufi’s generatie-genoten als Mohamed al-Shammerey. De meeste kunstenaars excelleerden in hun persoonlijke handschrift op miniatuurformaat. De vaak beeldschone resultaten van dit project zijn hier te bekijken. Kufi’s bijdrage was, geheel in zijn stijl, conceptueel en minimalistisch en behoeft eigenlijk geen toelichting, zie bovenstaande afbeelding.

 

Nedim Kufi, The Moon follows us, gemengde technieken op doek, 2008  (Sultan Gallery, Kuwayt, zie hier voor meer achtergronden)

“On a summers day traveling from Baghdad to Kufa on a visit to relatives the view shifted along our course seducing us. I remember sleeping deeply during this two hour trip, a long time for a child of six. In between sleep I caught sight of the view through the car window; the moon centered in an ecstatic sky. The speeding car followed it through the dark and desolate desert. I was amazed that whenever the car stopped or slowed down so did the moon. It entered my mind freely stirring my astonishment and curiosity, this phenomena, and I asked my father “Oh father…the moon follows us, why is this?” I wished to impress my father with the depth of this phenomenological thought! He smiled but didn’t offer any words in reply. It was as if he had known the answer at a time past, but no longer. The question remained silently with me through out the long night spent with my relatives till we went onto the roof of the house to sleep. There was the moon again reclining above and seeming to own the sky here as it did in Baghdad. With a new sense of clarity I said to my father “this proves my theory, look just as I told you…the moon follows us! Content I fell asleep with a smile… unfortunately the heads of the households seemed only to speak about life’s problems…not paying attention to the moon.

And here I am, unexpectedly passing through the fortieth year of my life, still in a state of surprise. When I try and unravel the darkness and find order in the Dutch sky Baghdad’s moon does not provide sense though it follows me yet softening my estranged and desolate path.” Van  http://www.infocusdialogue.com/interviews/nedim-kufi/

Nedim Kufi, Soap and Silence, zeep en tekstiel op paneel, 2008

Nedim Kufi, Rooh/Soul  (روح  = ziel), rode zeep op doek, 2010

Nedim Kufi, Bore, print op doek, 2009

Nedim Kufi, Nass (ناس = mensen), fotoprint op doek, 2010 (detail)

Nedim Kufi, 20 years later, installatie, 2010

 

Nedim Kufi, Home/Empty, digitale print, 2008

In Kufi’s meest recente werk keert het thema van zijn ballingschap weer sterk terug. Zie bijvoorbeeld zijn werk 20 years later, waarin hij een vliegticket van Amsterdam naar Baghrein sterk vergroot op doek heeft afgedrukt.

In een interview uit 2006 met Predrag Pajdic zette Kufi zijn verhouding met zijn geboorteland als volgt uiteen:

Pajdic: ‘I expect this ‘identity recycling’ to be the nucleus of your work. Is it?’

Kufi: ‘Yes, I totally agree with you. Identity and what’s beyond is the point. In terms of meanings modeling. I’m not sure yet whether I’m a pure Iraqi or not, but here I will try to figure out to my self at least how much of an Iraqi I am. Feeling like an alien is not an issue any more. Why? Because it started already, in the early dark time of being home in Baghdad in the ’80s and ’90s, and that badly consumed my soul. I was actually under the Baath Party occupation. Where ever I moved I found a checkpoint asking me for my papers. Me and the government. Me and the authority. Me and the dictatorship. We never trusted each other. Like a daily game between Tom and Jerry.
I still shake, if you can believe me, every time I find myself at any airport, or any police office. Even now I have a Dutch passport: the most acceptable one in the world. Look! and pay attention to the contrast: what I had and what I have today. I’m wondering, is identity an official paper? Is it a continuity in the family tree? Is it an army service duty? Is it the place of birth and death? Is it saying yes to what they decide for you? No! I reject all of those common thoughts and focus only on one. And then I may say: being satisfied on a piece of land where ever it is and sleeping deeply, peacefully there without any of nightmares. That is the real identity. According to my experience, there still is an ID conflict which automatically allows my identity to be recycled. From time to time the mirror of the past follows me but in front of me. It reflects clearly my memories. The sweet and bitter ones. And also it’s able to
observe, compare and manipulate the meaning of it. Trying to find a balance somehow. I used to find myself in betweens: imperfect existence. It has to be, one day, full identity. Art could be an ID. Even a good mother language as well. The identity recycling idea came to me while I was in New York City once.
In order to analyse this conflict, I put all my trust in the tongue and eyes of Iraqi kids. Through a visual essay about traveling between here in the Netherlands and the Middle East. My project aims are to update visual feedback of Iraqi kids (6-14 years). Since 1990 they hold at least double identity. My job is like a postman. Collecting and activating a kind of exchange between their stories. Thoughts and dreams in one historical document by video art’ (
http://www.infocusdialogue.com/interviews/nedim-kufi/ ).

Nedim Kufi, Home/Absense (foto Floris Schreve)

Nedim Kufi, News, installatie 2011 (foto Floris Schreve)

Zie ook een statement van dit jaar:

An Art that deletes the memory; 21 years later in exile

Sometimes I see myself as an author more than a visual artist, especially when I intensively think on theoretical level which is very different from visual practices I normally do. This happens when I’m outside my studio. This matter makes me always say that “intellect” is a substantial half of the creation of an image. As for the rest, it is some kind of a vision which goes beyond this world, a path to our soul and one important tool to translate our visual dreams. Day by day, it becomes certain and obvious that producing Art is extremely hard task. Seriously I could say here, after my long experience in the field, that a work of Art will get rid of its impurities then change into light. These kinds of things happen in special times of inspiration. They make my many remarks on papers, sketches and failed documents go to the recycle bin, new pure papier-mâché after cooking, as if we are cooking our thoughts. Yes I assume and think that we are in a virtual kitchen. Let me give you my conclusion: We are recycling our lives, words, forms and art, although we always deny this fact, all the way.

Nedim KUFI
Amsterdam | june 2011

In zijn ‘Home/Absence’ serie (2008-2010) is het gegeven van ballingschap duidelijk aanwezig. In ieder werk uit deze reeks keert steeds hetzelfde motief terug. Aan de linkerkant is steeds een (bewerkte) foto weergegeven uit Kufi’s jeugd, waar hij zelf op staat. Aan de rechterkant is dezelfde foto weergeven maar dan gemanipuleerd en heeft Kufi zichzelf weggetoucheerd. Saeb Eigner, in zijn grote overzichtswerk Art of the Middle East (2010) over deze serie:

‘Iraqi artists have reacted to the suffering of their compatriots with varying degrees of directness. Nedim Kufi has used actual photographs as his startingpoint, manipulating them in order to convey the related themes of bloodshed and loss. Based on a photograph taken more than forty years ago, the pair of canvasses here is suggestive  rather than explicit, subtly addressing the theme of innocence betrayed’

Saeb Eigner, Art of the Middle East; Modern and Contemporary Art of the Arab World and Iran,  Merell, Londen/New York, 2010, p. 173

Op de tentoonstelling in het Willem Baars Project is een van zijnHome/Empty werken te zien, samen met een kleine installatie News, bestaande uit houten latten, waarin fragmenten van artikelen uit Arabische kranten zijn weergeven (zie afb.)

Nedim Kufi woont en werkt in Amersfoort, maar exposeert voornamelijk in de Arabische wereld.

 

 Kufi’s werk in het Willem Baarsproject (foto Floris Schreve), links: Home/Absense (digitale print, 2010) en rechts: News (papier op houten latten, 2010)

werk van Ahmed Mater op de tentoonstelling in het Willem Baarsproject

Ahmed Mater – أحمد ماطر

Ahmed Mater al-Ziad Aseeri werd in  1979 geboren in Rijal Alma, in het Aseeri-gebied van Saoedi-Arabië. Op zijn negentiende ging hij geneeskunde studeren aan het Abha-College. Tegelijkertijd zette hij zijn eerste stappen op het pad van professioneel kunstenaar in het nabijgelegen al-Meftaha Arts Village, dat was gesticht door de Gouverneur van Aseer, ZKH Prins Khalid al-Faisal, zelf dichter en schilder, om de locale kunstscene te stimuleren.

Zijn werk kreeg voor het eerst internationale aandacht, toen Prins Charles van Engeland, in 2000 op bezoek bij Prins Khalid al-Faisal, kennismaakte met het werk van Mater. Doorslaggevend voor zijn loopbaan was echter een bezoek van de Britse kunstenaar Stephen Stapleton in 2003. Stapleton over zijn ontmoeting:

‘I First met Ahmed at the al-Mefthaha Arts Village in March 2003. He was sitting in the corner of his studio in a white. Ankle-length, painted thawb (long shirt), and was surrounded by a sprawling collection of medical paraphernalia. X-rays, anatomical illustrations and prescription receipts jostled for space ammangst bottles of calligraphy ink, spray paint cans and books on Islamic art.

He told me how his ‘double’ life as a doctor and artist had awakened in him a creative energy and motivation to explore humanity, in an era of religious, political and cultural turmoil. With great excitement he showed me his latest paintings; expressive layers of rich colour painted onto human X-rays, marked with religious symbols and hand written medical notes. “An anatomy of faith in the 21st century”, is how he described them’ (In Stephen Stapleton (ed.), with contributions of Venetia Porter, Ashraf Fayadh, Aarnout Helb, ao, Ahmed Mater, Booth-Clibborn Productions, Abha/London 2010, p. 27)

Stapleton bracht Ahmed Mater ook in contact met Venetia Porter, conservator van Word into Art, de permanente tentoonstelling van hedendaagse kunst uit de islamitische wereld in het British Museum. Zij verwierf meteen X Ray (2003, zie onderstaande afbeelding) voor de collectie. Sinds die tijd kan het werk van  Ahmed Mater op een groeiende internationale belangstelling rekenen, met als voorlopig hoogtepunt zijn deelname aan de Biënnale van Venetië dit jaar, aan de tentoonstelling The Future of a Promise , waarin een aantal van de meest prominente kunstenaars van de Arabische wereld van dit moment participeren. 

Ahmed Mater, X Ray, Mixed media and x-ray film, 2003 (collectie Word into Art, British Museum), zie http://blog.ahmedmater.com/?p=76

Gedurende de afgelopen tien jaar heeft Mater een indrukwekkend oeuvre ontwikkeld, waarin hij zich voornamelijk heeft geconcentreerd op vier verschillende thema’s (al zijn er sinds kort een paar bijgekomen, waar ik hierna nog wat aandacht aan zal besteden). Deze zijn Illumination, Magnetism, Evolution of Man en Yellow Cow . In dit verband wil ik deze vier  thema’s een voor een behandelen, waarbij ik een aantal duidelijke voorbeelden zal laten zien.

Allereerst zijn Illuminations, zijn ‘X-rays’. Ahmed Mater is tot op de dag van vandaag ook werkzaam als arts in een ziekenhuis in Abha.  De directe inspiratie haalt hij dan ook uit deze omgeving. Maar het gaat er natuurlijk om wat hij met deze röntgenfoto’s doet. Deze zijn verwerkt in complexe composities, rijk gelardeerd met islamitische ornamenten en symbolen, en soms overladen met gekalligrafeerde teksten.

Aan Venetia Porter lichtte Mater het volgende toe: ‘(this painting) explores the confusion in the identity of mankind in the contemporary world. The X-ray, sitting on top of a deep, layered background of medical text and expressive paint, represents an objective view of the individual, chosen to provoke a familiar response…My approach as a doctor has been evidence based and influenced by a direct experience of the world’ (zie http://ahmedmater.com/artwork/illuminations/resume/venetia-porter-/ ). Juist dat ‘evidence based art’ is voor Mater een belangrijk punt, we zullen het nog tegenkomen bij zijn andere werken.

Ahmed Mater, Illumination I & II, Gold Leaf, Tea, Pomegranate, Dupont Chinese ink & offset X-Ray film print on paper. Let op het handschrift boven en onder beide werken. Hier staat in het Arabisch وقف  (‘waqf’= ‘charity’)

Over de hier getoonde Illuminations I & II: ‘They are laid out in exactly the same way as the beginning of a religious text. I have also added the word waqf beneath each. This means charity. Traditionally in religious texts you have two pages, symmetrical in design, containing abstract design. The craftsmen would always spend a great deal of time on these opening pages: they’re the first thing you see. Instead of a traditional geometry I have printed two facing X-ray images of human torsos. I prepared the paper using tea, pomegranate, coffee and other materials traditionally used on these kinds of pages. By using them you ensure that when you come to paint onto the paper it will have an extraordinary luminous quality – the paint will truly shine. And that’ what I want to do with this piece, to illuminate. I am giving light. It’s about two humans in conversation. Us and them, and how this encounter gives light. Dar a luz. So many religions around the world share this concept of giving light, not darkness. It is one religious idea that has reached mankind through many different windows.’ ( http://ahmedmater.com/artwork/illuminations/resume/venetia-porter-/ )

Zijn latere Illuminations zijn complexer en weelderiger van compositie. Mater doet hier het begrip ‘illuminatie’ in de zin van ‘boekverluchtingen’ ruimschoots eer aan. Tegelijkertijd zou je zijn deze verluchtingen kunnen opvatten als een artistieke synthese tussen traditie en moderniteit, of als je wilt, tussen religie en wetenschap.

 

   

Ahmed Mater, Waqf Illumination III , Gold Leaf, Tea, Pomegranate, Crystals, Dupont Chinese ink & offset X-Ray film print on paper, 2009. Voor vergrote afbeelding en meer details, klik hier

 Ahmed Mater, X-Ray Calligpaphy, offsetprint, 2005

Bij Magnetism, zijn tweede thema is eveneens sprake van een soort synthese tussen wetenschap en religie, wellicht nog uitgesprokener dan in zijn Illuminations. Munten zijn X Rays uit in een weelderige vormentaal, zijn magnetisme-reeks is van een verpletterende eenvoud. Eigenlijk is het een simpele trouvaille, waarin met een eenvoudige handeling een heleboel gezegd wordt.

Het enige wat Mater doet is het plaatsen van een magneetblokje in een hoopje ijzervijlsel, met de negatieve pool naar beneden. Het gevolg is dat het ijzervijlsel wordt afgestoten en in een cirkelvormige ring in een regelmatig patroon (vanwege de aantrekkingskracht van de positieve pool aan de bovenkant) blijft liggen. Deze simpele handeling levert de volgende bijna archetypische beelden op (zie onderstaande afbeeldingen): 

    

     

Het beeld van de vierkanten of rechthoekige magneet, omringd met een cirkel van metaalgruis, roept natuurlijk ook de associatie op met de Kaäba in Mekka, het hart van de islam. Tim Mackintosh-Smith over deze trouvaille (want dat is het eigenlijk):

‘Al-Bayt al-‘Atiq, the Ancient House, to give the Ka’bah another of its names, is ancient – indeed archetypal – in more than one way. The cube is the primary building-block, and the most basic form of a built structure. And the Cube, the Ka’bah, is also Bayt Allah, the House of the One God: it was built by Abraham, the first monotheist, or in some accounts by the first man, Adam. Its site may be more ancient still: ‘According to some traditions,’ the thirteenth-century geographer Yaqut al-Hamawi wrote, ‘the first thing God created on earth was the site of the Ka’bah. He then spread out the earth from beneath this place. Thus it is the navel of the earth and the mid-point of this lower world and the mother of villages.’ The circumambulation of the pilgrims, Yaqut goes on to explain on the authority of earlier scholars, is the earthly equivalent of the angels’ circling the heavenly throne of God, seeking His pleasure after they had incurred His wrath. To this day, and beyond, the Ka’bah is a focal point of atonement and expiation; in the Qur’anic phrase, ‘a place of resort for mankind and a place of safety’.

Ahmed Mater’s Magnetism, however, gives us more than simple simulacra of that Ancient House of God. His counterpoint of square and circle, whorl and cube, of black and white, light and dark, places the primal elements of form and tone in dynamic equipoise. And there is another dynamic and harmonious opposition implicit in both magnetism and pilgrimage – that of attraction and repulsion. The Ka’bah is magnet and centrifuge: going away, going back home, is the last rite of pilgrimage. There is, too, a lexical parallel: the Arabic word for ‘to attract’, jadhaba, can also on occasion signify its opposite, ‘to repel’. (‘In Arabic, everything means itself, its opposite, and a camel,’ somebody once said; not to be taken literally, of course, although the number of self-contradictory entries in the dictionary is surprising.) And yet all this inbuilt contrariness is not so strange: ‘Without contraries,’ as William Blake explained, ‘there is no progression. Attraction and repulsion . . . are necessary to human existence.’ (http://ahmedmater.com/artwork/magnetism/fre/tim-mackintosh-smith/ )

In zijn derde thema, ‘Evolution of Man’, waarin hij weer gebruik maakt van Röntgenfoto’s,  lijkt Mater zich wat politieker uit te spreken. We zien hier een aantal lichtbakken, waarin een reeks van figuren is weergegeven, die een geleidelijke ‘evolutie’ doormaken. Lezend van rechts naar links (gebruikelijk in het Arabisch) is er te zien hoe een benzinepomp zich langzaam ontwikkelt tot een man die zichzelf door het hoofd schiet (zie onderstaande afbeelding). In de tentoonstelling van het Willem Baarsproject is overigens een kleinere versie te zien, maar daar staat deze ‘evolutie’ van links naar rechts weergegeven- meer toegerust op een Europees publiek . Hoewel de cyclus ook beide kanten opgaat; olie kan uiteindelijk de mens doden, maar als de mens zichzelf vernietigd heeft, wordt hij uiteindelijk olie (fossiele brandstof).

Ahmed Mater, Evolution of Man, installatie, Biënnale van Cairo, 2008

Ahmed al Omran, journalist en een van de bekendste Saudische bloggers (zie hier zijn site) heeft een buitengewoon interessant commentaar geschreven op deze reeks van Mater. Ik geeft het hier integraal weer (http://ahmedmater.com/artwork/evolution-of-man/responses/ahmed-al-omran/ ):

EVOLUTION OF MAN

Saudis, by and large, do not believe in the theory of evolution. Like other conservative, religious societies, Saudis have firmly rejected Darwin’s theory on the basis that human beings are perfect, state-of-the-art creations of God, not the result of some natural process. Ahmed Mater is a doctor by training. He believes in evolution. But for him, evolution does not necessarily mean survival of the fittest. Sometimes, evolution can lead to one’s demise.

Saudi Arabia, founded in 1932, was a poor country with scarce natural resources. Then in 1938 oil was discovered in its deserts, and ten years later production was up to full capacity.

Petrodollars flooded the Kingdom, transforming the face of its land and giving Saudi a great deal of leverage with the international community. Interestingly, the origin of oil is connected to the theory of evolution. Oil is derived from ancient organic matter; the remains of creatures that have not survived the planet’s biological and geological changes.

Saudi Arabia did not only use petrodollars to fuel its rapid development. Vast amounts of the same money were also used to promote and spread the Saudi ultra-conservative interpretation of Islam, also known as Wahhabism. But most Saudis reject this term because they believe they are simply practicing Islam in its purest form, and also because they think the term has been used unfairly to slander their religion and their country.

Whether they agree with the term or not probably matters little now, because some of the extremist ideas that originated in Saudi have in recent years come to shake the world with terror.

Mater’s Evolution of Man brings to my mind the boom and bust economic cycle – but with a Saudi twist. The oil money used to build the Kingdom’s cities and modernise the infrastructure was seldom used to develop minds or modernise their way of thinking. Allowing the clergy to control education and media paved the way for the rise of extremism, which eventually resulted in terrorist attacks outside and inside the country, including attempts to bomb vital Saudi oil production facilities.

What I like about Mater’s use of X-rays is how they turn everything into bare-bone structures; you can go under the skin, explore the essence behind the facade. I also like how the piece is so full of energy; the sequence, the movement, the seamlessness, the lack of a starting or end point. All of this produces a lively interaction between the viewer and the artwork.

This richness, however, does not always manage to displace some of the dark thoughts that crossed my mind when I first saw the piece. True, I am cynical and pessimistic, but I think it goes beyond that; it comes from something within the work itself.

In our hungry world, greed is a sure way to an easy self-destruction. The constant desire for more is depleting whatever is left of our limited resources, not only the material ones but our emotional reserves as well. We spend a great deal of time acquiring everything we can get our hands on. To what end? During your lifetime on earth you can only consume so much. When death comes knocking at your door, such ‘consumer’ choices become meaningless. Do you get to choose how and when you die? Would it make any difference if you did?

You can choose how and when you die if you decide to kill yourself. Suicide is strongly prohibited by Islam but this, of course, does not stop some Muslims from killing themselves, which, although religiously frowned upon, is still a personal matter.

Except that sometimes it’s not. That is, when a suicide results in the death of many others. It is tragic, but that’s the world we live in today. The communication revolution which many hoped would foster understanding between different peoples, religions and ideologies has also allowed extremists to spread their messages of hatred and violence far and wide. We can’t blame technology – it’s merely a tool that can be used for good in the same way it can be used for evil.

In the end, it’s up to us, the people. It’s up to every single one of us. We have the right to live peacefully, and that’s why it’s our duty to be responsible, not reckless. It should be our mission to build, not destroy. It’s time to take matters into our own hands and reclaim this right. We can no longer afford to live in constant, nagging fear.

So let us start changing. Let us make the right choices. Let us choose life over death, peace over conflict and hope over fear. Let us do it now.

Ahmed Al-Omran

Riyadh

February 2010

Ahmed Mater, Evolution of Man, 2008. Een versie hiervan  is te zien op de tentoonstelling in het Willem Baarsproject.

Zie hier een animatie van Maters Evolution of Man:

Evolution of Man from Prognosis Art on Vimeo

Het vierde thema van Ahmed Mater is zijn Yellow Cow reeks. Deze serie is minstens zo pregnant als de voorgaande. Mater presenteert hier een virtuele productielijn in levensmiddelen, met de slogan ‘Ideologically Free Products’. Voor dit project voerde hij ook een performance uit waarin hij een koe beschilderde met gele safraanverf, zie onderstaand clipje:

Ahmed Mater, Yellow Cow, clipje nav de performance uit 2007, zie hier de registratie van de performance

Yellow Cow bestaat verder uit een verzameling ‘reclamecampagnes’ voor ‘zuivelproducten’, zie de onderstaande afbeeldingen. Yoghurt, melk, allerlei kaasjes en roomboter, alles wordt aangeprezen in de stijl van de smeerkaasjes van ‘La Vache qui Rit’,  Zie het bijbehorende logo, waar alleen de traditionele koebel is vervangen door een oorringetje met een klein klokje (wellicht als een alternatief voor het beruchte gele oormerk?). In de monografie van Mater (Stephen Stapleton (ed.), Ahmed Mater, Booth-Clibborn Productions, Abha/London 2010 ) zijn overigens ook een paar stickervellen toegevoegd, met echte reclamestickers.

     

http://universes-in-universe.org/eng/nafas/articles/2008/ahmed_mater/photos/09

Aarnout Helb van het Greenbox Museum voor hedendaagse Saudische kunst in Amsterdam legt mijns inziens terecht een verband met het Gouden Kalf, een Bijbels gegeven dat ook op meer plaatsen in de Koran voorkomt, zoals bijvoorbeeld in Koran 7:148 (zie op http://www.bijbelenkoran.nl/verhaal.php?lIntEntityId=10 ). Helb:

‘Ahmed Mater has made a rich work of art; a non-commercial dairy shop full of real ideas that may help sustain humanity for a century as much as yoghurt, milk, butter and cheese do for a day. Yellow Cow products (2007) came to my attention in the Netherlands while I was reading the Qur’an in search of something that might relate to the visual arts. The story that first caught my attention was about this odd-coloured cow which God instructed Moses’ people to sacrifice. The story acknowledges this simple fact: humans, whether they live in the vicinity of Mecca or in Amsterdam, have eyes as well as ears and may take pleasure in what they see—even attach themselves to a pleasantly-coloured cow or a handsome car—but in the end, they will have an overriding wish to dwell in the company of truth.

Ahmed believes the people in this story were a bit slow finding the truth. It took them a while to decide on sacrifice, and they asked too many questions about the cow, increasing their demands on God as we increase our demands on the material world in consumer societies. But I wonder, were the people demanding to know more so different from a doctor in search of evidence for a true diagnosis?

Not all art is about truth. Yellow Cow products is. Ahmed Mater is. His relationship with truth will be attributed by some to his profession as a medical doctor practicing ‘evidence-based medicine’ and to his heritage as a Muslim. But he might have just been one of those boys who flip stories around to see if their mirror image reflects the truth as well. And smiles

So, I understand Ahmed took a childhood story from his mosque and renewed it, gave it attention anew by wondering what would have happened if the cow had not been sacrificed. From the artwork we can assume the cow would have lived on to become a range of consumer products. By choosing to be a change-manager in a dairy shop, Ahmed
turns the ‘arrogant’ consumer products industry to his advantage by reminding us of the original story. For this he returned to the farm with a bucket of paint, bringing a real yellow cow to life and to the imagination. This is a magnificent act of love allowed only to artists: painting your own evidence in support of the truth’. (http://ahmedmater.com/artwork/yellow-cow/responses/aarnout-helb-greenbox-museum/ )

Tot zover de vier thema’s waarmee Ahmed Mater de laatste jaren heeft gewerkt. Sinds vrij recent zijn er een aantal bijgekomen. Ik wil er hier twee aanstippen. Het gaat hier om oa werk dat hij presenteerde op de Biënnale van Venetië van dit jaar, in de tentoonstelling A Future of a Promise.

Allereerst presenteerde hij daar de Cowboycode. Ik geef hier de tekst weer:

1.A cowboy never takes unfair advantage – even of an enemy.
2.A cowboy never betrays a trust. He never goes back on his word.
3.A cowboy always tells the truth.
4.A cowboy is kind and gentle to small children, old folks, and animals.
5.A cowboy is free from racial and religious intolerances.
6.A cowboy is always helpful when someone is in trouble.
7.A cowboy is always a good worker.
8.A cowboy respects womanhood, his parents and his nation’s laws.
9.A cowboy is clean about his person in thought, word, and deed.
10.A cowboy is a Patriot

Natuurlijk verwijst dit werk naar de ‘Amerikaanse waarden’ die de Verenigde Staten wereldwijd beweren uit te dragen (of op te leggen), zeker in het Midden Oosten. Alleen, als je het zo bij elkaar ziet is het bijna zo lachewekkend, dat de hypocrisie van deze ‘Amerikaanse waarden’ wordt doorgeprikt.

Ahmed Mater, The Cowboy Code, op ‘The Future of a Promise’, Biënnale van Venetië, 2011 (foto Floris Schreve)

Op zowel The Future of a Promise, als op de tentoonstelling in het Willem Baars Project toont Mater een van zijn ‘antenna’s’ (zie onderstaande afbeelding). Mater in een statement over zijn ‘antennes’:

Antenna is a symbol and a metaphor for growing

up in Saudi Arabia. As children, we used to climb

up to the roofs of our houses and hold these

television antennas up to the sky.

We were trying to catch a signal from beyond the

nearby border with Yemen or Sudan; searching –

like so many of my generation in Saudi –

for music, for poetry, for a glimpse of a different

kind of life. I think this work can symbolise the

whole Arab world right now… searching for a

different kind of life through other stories and

other voices. This story says a lot about my life

and my art; I catch art from the story of my life,

I don’t know any other way.

Ahmed Mater

Ahmed Mater, Antenna, op ‘The Future of a Promise’, Biënnale van Venetië, 2011 (foto Floris Schreve)

Tot zover deze bespreking van het werk van Ahmed Mater. De tentoonstelling in Amsterdam, samengesteld door Robert Kluijver, met werk van Rana Begum, Abdulnasser Gharem, Susan Hefuna,  Nedim Kufi , Ahmed Mater en Shahzia Sikander wil ik van harte aanbevelen. Te zien tot 30 juli, Willem Baarsproject, Hoogte Kadijk 15 hs (zie voor info de website http://www.baarsprojects.com/index.html )

 

Floris Schreve

 فلوريس سحرافا

 

.

De antenne van Ahmed Mater op de tentoonstelling. Daarachter het werk van Nedim Kufi. Links werk van Rana Begum en rechts van Abdulnasser Gharem (foto Floris Schreve)

Ahmed Mater, Evolution of Man en Yellow Cow (foto Floris Schreve)

Beknopt literatuuroverzicht en andere bronnen:

literatuur over (oa.) Nedim Kufi:

  • Saeb Eigner, Art of the Middle East; modern and contemporary art of the Arab World and Iran, Merrell, Londen/New York, 2010
  • Maysaloun Faraj (ed.), Strokes of genius; contemporary Iraqi art, Saqi Books, Londen, 2002 (zie hier een presentatie van de Strokes of Genius exhibition)
  • Robert Kluijver, Borders; contemporary Middle Eastern art and discourse, Gemak, The Hague, October 2007/ January 2009

Internet:

Op dit Blog:

literatuur over (oa.) Ahmed Mater:

  • Antony Downey & Lina Lazaar (ed.), The Future of a Promise, published on the occasion of the 54th International Art Exhibition-La Biennale di Venezia, Ibraaz Publishing, Tunis, 2011.
  • Stephen Stapleton (ed.), with contributions of Venetia Porter, Ashraf Fayadh, Aarnout Helb, ao, Ahmed Mater, Booth-Clibborn Productions, Abha/London 2010
  • Stephen Stapleton (ed.), with contributions of Lulwah al-Homoud, Ahmed Mater al-Ziad Aseeri, Abdulnasser Gharem & Venitia Porter, Edge of Arabia; contemporary art of Saudi Arabia, Offscreen Education Programme, London, 2008

Internet:

Op dit Blog:

Iraq returns to the Venice Bienial – Irak weer terug op de Biënnale van Venetië – العراق يعود إلى بينالي البندقية

http://jungeblodt.comhttp://onglobalandlocalart.wordpress.com/2011/12/08/

Acqua Ferita / Wounded Water

The Iraqi Pavilion at the Venice Bienial/Het Paviljoen van Irak op de Biënnale van Venetië/ الجناح العراقي في بينالي البندقية

After an absence of thirty-five years, Iraq finally again is represented at the Venice Biennial. Although the situation in Iraq is far from favorable for artists and the circumstances are still very difficult (albeit in a different way than under the dictatorship of Saddam Hussein), the Iraqi pavilion at the Biennale is probably something hopeful. Probably because it seemed not have been easy to achieve this. Ali Assaf, the in Italy living Iraqi artist who is the main initiator of this project (earlier I spent on this blog some attention on his work in this article in Dutch and see this clip with a compilation of older work), had initially planned an exhibition of artists who are living and working inside Iraq. Because of the insecure circumstances in Iraq (still no government and no guarantees for substantial support) ultimately this plan ended up impossible to realise and the project became an exhibition of six artists from the Iraqi diaspora.

The participating artists are Adel Abidin (Helsinki, born 1973 in Baghdad), Ahmed Alsoudani (New York, born in 1975 in Baghdad), Ali Assaf (Rome, born in 1950 in Basra), Azad Nanakeli (Florence, born 1951 in Arbil , Kurdistan), Halim Al Karim (Denver, born in 1963 in Najaf) and Walid Siti (London, born in 1954 in Dohuk, Kurdistan). The exhibition is curated by Mary Angela Schroth (curator), Vittorio Urbani (co-commisioner) and Rijin Sahakian (Projects Assistant). Honorary President is the world-renowned Iraqi architect Zaha Hadid.

The only one of these artists I’ve once personally  met is Halim Al Karim (Ali Assaf I once interviewed by phone about his performance Feet of Sand of 1996, see here). After his escape from Iraq Halim Al Karim spent some time in the Netherlands ( he studied at the Rietveld Academy in Amsterdam). I met him early summer 2000, when he exhibited in the no longer existing gallery Fi Beiti (which was specialized in artists from the Middle East) in Amsterdam. At that time he made ceramic objects (see this example). Although at that time  he was barely known in the Dutch artscene (in the Middle East he already had a great career), I found his ceramic work had a very special quality. His breakthrough in the West came when he had moved to the United States. This was especially with his photographic work, as shown below. Today, his work is represented in the Saatchi Collection among others (see here)

Anyhow it’s special that this pavilion was created. Here will follow some of the official documentation, supplemented with information and images of the participating artists. In a later context, I will publish an article in English in which I will discuss more extensively some of these artists.

Floris Schreve,  Amsterdam

فلوريس سحرافا
(أمستردام، هولندا)

Click here for the essay of Mary Angela Shroth, curator of the Pavilion of Iraq

Ali Assaf, Al Basrah, the Venice of the East, Mixed Media Installation, 2011 (photo http://jungeblodt.com )

Adel Abidin, Consumptions of War, Video Projection and amorphic installation (photo http://jungeblodt.com )

Walid Siti, Beauty Spot, Mixed Media Installation, 2011 (photo http://jungeblodt.com )

Na een afwezigheid van vijfendertig jaar is Irak weer vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië. Hoewel de situatie in Irak allerminst gunstig is en kunstenaars het daar nog altijd bijzonder zwaar hebben (zij het op een andere manier dan onder de dictatuur van Saddam Hoessein), stemt het Iraakse paviljoen op de Biënnale enigszins hoopvol. Enigszins want het schijnt niet makkelijk geweest te zijn om dit te realiseren. Ali Assaf, de in Italië wonende Iraakse kunstenaar die de belangrijkste initiator van dit project was (eerder besteedde ik op dit blog aandacht zijn werk in dit artikel en zie hier een filmpje met een compilatie van wat ouder werk) was oorspronkelijk van plan om een tentoonstelling samen te stellen van kunstenaars uit Irak zelf. Uiteindelijk bleek dit niet realiseerbaar en werd het een expositie van zes Iraakse kunstenaars uit de Diaspora.

De particperende kunstenaars zijn Adel Abidin (Helsinki, geb. 1973 in Bagdad), Ahmed Alsoudani (New York, geboren in 1975 in Bagdad),  Ali Assaf (Rome, geboren in 1950 in Basra), Azad Nanakeli (Florence, geboren 1951 in Arbil, Koerdistan), Halim Al Karim (Denver, geboren in 1963 in Najaf) en Walid Siti (Londen, geboren in 1954 in Dohuk, Koerdistan). De tentoonstelling werd samengesteld door, naast Ali Assaf, Mary Angela Schroth (curator), Vittorio Urbani (co-commisioner) en Rijin Sahakian (adjunct Projects). Erevoorzitter is de inmiddels wereldwijd befaamde Iraakse architecte Zaha Hadid.

De enige van deze kunstenaars die ik zelf een keer heb ontmoet is Halim Al Karim (Ali Assaf heb ik een keer telefonisch geïnterviewd over zijn performance Feet of Sand uit 1996, zie hier). Na zijn vlucht uit Irak verbleef Halim Al Karim een tijd in Nederland (hij studeerde oa aan de Rietveld Academie in Amsterdam). Ik heb hem ontmoet begin zomer 2000, toen hij exposeerde in de niet meer bestaande gallerie Fi Beiti (gespecialiseerd in kunstenaars uit het Midden Oosten), aan de Prinsengracht in Amsterdam. In die tijd maakte hij keramische objecten (zie dit voorbeeld). Toen was hij nog nauwelijks bekend. Ten onrechte vond ik toen al, want zijn keramische werk had een bijzondere kwaliteit.  Zijn grote doorbraak kwam toen hij naar Denver was verhuisd. Dat was vooral met zijn fotografische werk, zoals hieronder te zien is. Tegenwoordig prijkt zijn werk in oa de Saatchi Collectie (zie hier)

Hoe dan ook is het bijzonder dat dit paviljoen tot stand is gekomen. In dit verband geef ik wat van de officiële documentatie weer, aangevuld met informatie en beeldmateriaal van de participerende kunstenaars. In een later verband zal ik in een nog te verschijnen Engelstalige bijdrage veel dieper ingaan op het werk van oa een aantal van deze kunstenaars.

Floris Schreve, Amsterdam

فلوريس سحرافا
(أمستردام، هولندا)

Pavilion of Iraq
54th International Art Exhibition
la Biennale di Venezia

Iraq’s experimental contemporary artists have never had a chance to present their work for an Iraq Pavilion at the Venice Biennale; the first and last major appearance in 1976 outlined only some of their “modern” artists. The Iraq Pavilion for 2011 will indeed show the world an exciting professionally-curated selection of 6 Iraqi artists from two generations, including various artistic media (painting, performance, video, photography, sculpture/installation).

Ali Assaf, Commissioner for the Pavilion of Iraq 2011

 

Acqua Ferita / Wounded Water
Six Iraqi Artists interpret the theme of water

Site: Gervasuti Foundation, Fondamenta S. Ana (Via Garibaldi) Castello 995, between Giardini and Arsenale
Opening to the Public: June 4, 2011. Closes Nov. 27, 2011 10-6 pm daily except Mondays
Press Preview: June 2, 2011 7 to 9 pm
Commissioner: Ali Assaf
Co-Commissioner: Vittorio Urbani
Curator: Mary Angela Schroth
Organization: Nuova Icona and Sala 1
Media Partner: Canvas Magazine
In collaboration with: Embassy of the Republic of Iraq in Italy, Iraq UN Representation in Rome, Arab Fund for Arts and Culture, corporate and individual patrons and the Iraq Pavilion Patrons Committee

These are extraordinary times for Iraq. The project to create an official country Pavilion for the 54. Biennale di Venezia is a multiple and participatory work in progress since 2004. It is historically coming at a period of great renewal after more than 30 years of war and conflict in that country.

The Pavilion of Iraq will feature six internationally-known contemporary Iraqi artists who are emblematic in their individual experimental artistic research, a result of both living inside and outside their country. These artists, studying Fine Arts in Baghdad, completed their arts studies in Europe and USA. They represent two generations: one, born in the early 1950’s, has experienced both the political instability and the cultural richness of that period in Iraq. Ali Assaf, Azad Nanakeli and Walid Siti came of age in the 1970’s during the period of the creation of political socialism that marked their background. The second generation, to include Adel Abidin, Ahmed Alsoudani and Halim Al Karim, grew up during the drama of the Iran-Iraq war (1980-1988), the invasion of Kuwait, overwhelming UN economic sanctions and subsequent artistic isolation. This generation of artists exited the country before the 2003 invasion, finding refuge in Europe and USA by sheer fortune coupled with the artistic virtue of their work. All six artists thus have identities indubitably forged with contemporary artistic practice that unites the global situation with the Iraqi experience and they represent a sophisticated and experimental approach that is completely international in scope.

The six artists will execute works on site that are inspired by both the Gervasuti Foundation space and the thematic choice of water. This is a timely interpretation since the lack of water is a primary source of emergency in Iraq, more than civil war and terrorism. A documentary by Oday Rasheed curated by Rijin Sahakian will feature artists living and working in Iraq today.

The Pavilion of Iraq has been produced thanks to Shwan I. Taha and Reem Shather-Kubba/Patrons Committee, corporate and individual contributors, Embassy of the Republic of Iraq and generous grants from the Arab Fund for Arts and Culture, Hussain Ali Al-Hariri, and Nemir & Nada Kirdar.
Honorary Patron is the architect Zaha Hadid.

         

Links en rechts: Adel Abidin, Consumptions of War, Video Projection and amorphic installation

    

Links: Ahmed Alsoudani, Untitled, Charcoal and acrylic on canvas, 2010. Rechts: Ahmed Alsoudani, Untitled, Charcoal and acrylic on canvas, 2011

      

Links: Ali Assaf, Narciso, video installation, 2010. Rechts:Ali Assaf, Al Basrah, the Venice of the East, Mixed Media Installation, 2011

      

Links: Azad Nanakeli, Destnuej (purification), Video Installation, 2011. Rechts: Azad Nanakeli, Au (Water), Mixed Media Installation with audio, 2011

    

Links: Halim al Karim, Hidden Love 1, photograph Lambda Print, 2010. Rechts: Halim Al Karim, Hidden Revolution, video still, 2010

   

Links: Walid Siti, Beauty Spot,  Mixed Media Installation, 2011. Rechts: Walid Siti, Mesa, Mylar mirror, twill tape, nylon fishing line and wood, 2011

Bron en voor veel meer informatie en beeldmateriaal: http://www.pavilionofiraq.org/upload/index.html

In een later verband zal ik nog uitgebreid aandacht besteden aan een aantal van deze kunstenaars.

Floris Schreve
فلوريس سحرافا

Pavilion Of Iraq

54th International Art Exhibition
La Biennale di Venezia

click on logo to visit the website

Azad Nanakeli, Destnuej (purification), video-installatie, 2011

Ali Assaf, Al Basrah, the Venice of the East, Mixed Media Installation, 2011

Adel Abidin, Consumption of War, video, 2011

Halim Al Karim, Nations Laundry, video installatie, 2010-2011

Ahmed Alsoudani, Untitled, Charcoal and acrylic on canvas, 2011

Walid Siti, Mesa, Mylar mirror, twill tape, nylon fishing line and wood, 2011 (detail)

Uit ‘The Wallstreet Journal’ van 24 maart 2011: http://online.wsj.com/article/SB10001424052748704893604576200652720598940.html?mod=WSJ_Magazine_LEFTTopStories

Iraq Comes to Venice

Curator and iconoclast Mary Angela Schroth is spearheading a campaign to return Iraqi art to the prestigious Venice Biennale after a 35-year absence

Read more: http://online.wsj.com/article/SB10001424052748704893604576200652720598940.html#ixzz1PMFU92Df

By MARISA MAZRIA KATZ

[mag411_schroth1] Courtesy of Robert Goff GalleryAHMED ALSOUDANI | The Baghdad-born, New York-based painter (‘Untitled,’ 2007, pictured here) will be among six artists showing work at the Venice Biennale’s Iraq pavilion opening in June.

Walking a provocative tightrope is what American contemporary-art curator Mary Angela Schroth does best. In 1993, with memories of apartheid still fresh, Schroth staged Italy’s first exhibition of South African art, and during the days of glasnost and a collapsing Soviet Union, she presented its first show of perestroika-era Russian artists. And in a move that some might interpret as the ultimate in cultural and political overtures, Schroth is now preparing the return of the Iraq pavilion to the 2011 Venice Biennale after a 35-year hiatus.

[mag411_schroth2] Photograph by Danilo ScarpatiCurator Mary Angela Schroth, photographed at mixed-media artist Ali Assaf’s studio in Rome.

Artists and curators who have worked with Schroth throughout her career, which includes running Rome’s first nonprofit art space, Sala 1 (pronounced “Sala Uno,” Italian for “Room One”), say it’s the native Virginian’s tenacity and inquisitiveness that have shaped her vision since she entered the art world back in 1977.

“With anyone else it would have been impossible,” says Basra-born, Italy-based artist Ali Assaf, who is the commissioner and one of six Iraqi artists presenting work in the pavilion. Bringing his native country back to Venice was a cause he championed for years, but decades of unrest prevented its materialization. “At first it couldn’t be done because of Saddam, but then it became impossible because of the severe fighting and confusion,” he explains.

In 2009, Assaf approached Schroth to curate the pavilion in hopes that the combination of his passion and her trademark ambition would lead Iraq back into the Venice Biennale limelight. “The pavilion, through its artists and collaboration with the new government, is one small, but significant step,” Schroth says. “It is an important symbol for change.”

[mag411_schroth3] Courtesy of Azad NanakeliAZAD NANAKELI | Stills from the Florence-based artist’s video installation ‘Destnuej’ (2011)

In the two years since, Schroth, 61, has worked with Assaf to select artists who represent a cross-section of intergenerational talent from the Arab nation. But with the exodus of much of the country’s creative class, as well as today’s fragile security situation, choosing artists currently residing in Iraq proved unfeasible.

“Getting Iraqi artists [who live in Iraq] is not an easy job,” says Iraq’s ambassador to the U.N. agencies in Rome, Hassan Janabi. “It could be tedious and possibly create friction. Instead, they sought out artists living on the outside who could truly reflect what constitutes an Iraqi artist.” The list includes New York–based Ahmed Alsoudani, who will simultaneously show several paintings inside the nearby Palazzo Grassi, and the London-based Kurdish artist Walid Siti.

[mag411_schroth4] Courtesy of Walid SitiWALID SITI | ‘Family Ties’ (April 2009), an installation in Dubai by the London-based artist

The title of the pavilion, “Acqua Ferita”—or “wounded water” in Italian—was selected to shift the Iraq conversation away from war and onto one many view as equally significant. “Terrorism is a theme people are fed up with,” Assaf says. “There are other problems, such as water loss in the region, that no one thinks about.” The concept drew support from Janabi, who was at the time an official adviser to the Iraqi Ministry of Water Resources. “Vast areas once covered with water are now desert,” Janabi says. “Water is life and this life has been taken away. This is critical and it’s now diminishing.”

Although some might chafe at the idea of an American curating the Iraq pavilion, contentious nationality issues have always remained far outside Schroth’s purview. “My nomadic life means I have more in common with these artists than a normal curator,” she says.

Indeed, it has been more than three decades since Schroth lived in the U.S. Her departure for Europe came on the heels of a five-year stretch working as an assistant at CBS under the helm of Walter Cronkite, covering events like Watergate, the end of the Vietnam War and the election of Jimmy Carter.

[0411Karim] Courtesy of Halim al-KarimHALIM AL-KARIM | ‘Hidden War’ (1985), a triptych by the U.S.-based photographer.

Her first destination was Normandy, France. Although Schroth had no formal art training, her enthusiasm led her to some of the country’s most off-the-map art happenings—the most fruitful of which was a collaboration with French contemporary artist Joël Hubaut. Together they established the independent art space Nouveau Mixage, hedged inside an abandoned garage in the center of Caen. It was there Schroth learned how to become an “artist’s producer,” or someone, she explains, “who could translate their projects into reality.”

While living in France, Schroth met the commissioner of the U.S. pavilion at the 50th Venice Biennale, Kathleen Goncharov, and the two have since traveled to remote biennials and art events around the world. “My investigations to countries outside the Eurocentric context have been a big part of my identity in my work with contemporary art,” Schroth says.

With the impending closure of Nouveau Mixage, Schroth relocated to Rome. She arrived in a city replete with sweeping, historic charm, but a flatlining contemporary art scene. “Rome was a backwater,” Schroth says. “It didn’t have in the early 1980s what it has today. It just wasn’t interested in international contemporary art.”

[mag411_schroth6] Courtesy of Adel AbidinADEL ABIDIN | Still from ‘Three Love Songs’ (2010-11), a video installation at Mathaf, the Arab Museum of Modern Art in Qatar.

A lack of galleries and independent spaces forced Schroth to spend her first year scouring the city for artists and setting her sights on transforming disused spaces into art hubs. One of the first such shows exhibited the work of Italian and British artists in abandoned, underground bathroom stalls in a central Roman piazza. The event, which still retains a kind of cult status in Italy today, proved to be one of the most pivotal in Schroth’s career, as it facilitated her introduction to sculptor and Passionist priest Tito Amodei.

Amodei’s art studio was housed inside a vaulted, former basilica compound owned by the Vatican. Inside the complex was also the 800-square-foot Sala 1 gallery that he used for sculptural exhibitions. He had for some time been on a desperate hunt for a director to take over the space. “Back then it wasn’t cool to be connected to the Catholic Church,” Schroth says. “Many didn’t think it could be a viable art space, but it just needed a curatorial jumpstart. Like any place, it was just a container unless you had a vision.” And so in 1985, Schroth assumed the role of director at Sala 1. The only rules for running the space, explains the now 85-year-old Amodei, were: “No politics. No religion. No Vatican. Only culture.”

Keeping their distance from their landlord, which meant never asking for financial assistance, has enabled Sala 1 to maintain a large degree of creative freedom—best exemplified in a succession of groundbreaking exhibitions. These include the 1995 “Halal” show, the first display of contemporary Israeli artists in Italy, and collaborating with the Studio Museum in Harlem in 2006 to present the U.S.’s first show of comic books hailing from Africa.

[mag411_schroth7] Courtesy of Ali AssafALI ASSAF | ‘Waters!’ (2009), an installation at Sette Sale in Rome.

Now with the 2002 opening of MACRO, the contemporary art museum and galleries, including an outpost from powerhouse dealer Larry Gagosian, Rome is beginning to take hold as a serious contemporary-art center. “At a time when Rome had mostly sleepy institutions, she was one of the only people working with emerging talent,” says Viktor Misiano, former contemporary-art curator at the Pushkin Museum and co-curator of “Mosca: Terza Roma,” Schroth’s 1988 exhibition of Russian art. “She is one of the few that had the courage to do something unusual.”

As if to underscore Schroth’s unremitting energy, she is also curating the first-ever Bangladesh pavilion for this summer’s Venice Biennale, which coincides with the country’s 40th anniversary. Both Bangladesh and Iraq will be housed in the Gervasuti Foundation, an artisan’s workshop in a construction zone in central Venice.

“For me being with the artist is as good as it gets,” says Schroth in a still-thick Southern accent. “And although sometimes it’s not perfect, in the end, they give you what I call illumination.”

“Which,” she adds, “just so happens to be the theme of this year’s Biennale.”

—The 54th Venice Biennale will run from June 4 to November 27, 2011.

Read more: http://online.wsj.com/article/SB10001424052748704893604576200652720598940.html#ixzz1PMEloVln

3/18. Bezoekers bekijken een kunstwerk van de Irakees Azad Nanakeli. Foto AFP / Filippo Monteforte (NRC, zie http://www.nrc.nl/inbeeld/2011/06/04/de-54e-biennale-van-venetie/ )

Ali Assaf, detail of Al Basra, the Venice of the East, video of oil soaked birds of the Gulf oil spill, accompanied by children’s songs (source http://www.artandpoliticsnow.com/2011/06/venice-biennale-2011-first-installment-the-iraqi-pavillion/ )

Ahmed Alsoudani, Untitled, Charcoal and acrylic on canvas, 2011

Ali Assaf, Narciso, video installation, 2010

Halim al Karim, Hidden Love 3, Photograph Lambda Print, 2009

http://www.guardian.co.uk/artanddesign/2011/jun/02/venice-biennale-iraqi-voice

Venice Biennale gives voice to Iraqi diaspora and struggling younger artists

Iraq’s first pavilion for 34 years is about trying to change perceptions of a dictatorship-scarred and war-wounded country

Charlotte Higgins

Venice Art Biennale - Iraqui Pavilion

Azad Nanakeli’s Acqua ferita/ Wounded Water at the Iraqi pavilion at the Venice Biennale. Photograph: Christian Jungeblodt

“I want to create, I want to show the world what I am capable of, but I cannot.” So says a 16-year-old Iraqi photographer, as Iraq fields its first pavilion for 34 years at the Venice Biennale.

The words of Ayman Haider Kadhm are part of a short documentary that looks at the experiences of three young Iraqi artists struggling to find a voice in a war-ravaged country.

He talks of his camera being confiscated by the security forces. “Do I look like a terrorist? I am only a photographer who wants to record life.”

In fact the main installation of the Iraq pavilion contains work only by members of the Iraqi diaspora, most of whom left in the 1970s to study abroad before the outbreak of the Iran-Iraq war.

According to Rijin Sahakian, the Iraqi-born, American head of the Echo cultural foundation, another supporter of the pavilion: “There has been a severance of training, and an isolation for decades compounded by a newfound violence.

“That’s why all the artists here are part of the diaspora. It’s been fractured for years, and the last 10 years have been the final blow.”

The biennale may be a critical event for visual arts, but – with its national pavilions – it also has inescapable overtones of soft diplomacy. Iraq’s presence is also about trying to change perceptions of a dictatorship-scarred and war-wounded country.

Azad Nanakeli left his home city of Arbil in Kurdistan aged 23 to study in Baghdad and then Florence – and stayed in Italy. He has created a film work and a sculptural installation exploring the pavilion’s water theme.

It is, he says, “a great thing to have a space here. In 1976 Iraq was present at the biennale but it was more political and belonged to the regime”.

The curator, Mary Angela Schroth, agrees. “I want people to see the work of these artists and see that there are some untold stories. And I want people to see Iraq not as a 30-year conflict zone but like any other country.

“We have deliberately got away from the war – we want to give it an identity, an identity that it has lost since the Saddam dictatorship.

“In two years it could be more than a reality to show Iraqi work made in Iraq. But at the moment young Iraqis can’t leave the country. It is very difficult for artistic practice – the country is essentially destroyed.”

The pavilion is funded by the Iraq government and a handful of private sponsors including Total, the oil company. Zaha Hadid, the Iraqi-British architect, is its patron.

The artists argue that culture is necessary as a means of expression after a traumatic period in its history.

According to Nanakeli, after the war: “We thought we’d get freedom. Now we have a big problem when we speak about contemporary culture. The government doesn’t give a lot of space for art, theatre, cinema and that is terrible for Iraqis.

“If we are to grow as a country we need to think about all areas of life. My hope is that there will be a future for artists, poets and writers.”

Sahakian adds: “People have been silenced for so long. Art is a crucial tool for talking about what’s happened, for self-expression, for the documenting of personal experience.”

The London-based Walid Siti, who left his native Duhok in 1976 to study in Baghdad and then Ljubljana in Slovenia, has created a pair of linked sculptural installations which look at the rivers of Iraq.

“To have a show in Venice is important – to say that there is something positive. The water metaphor, it can bring us together.”

He talks about the subject of one of his pieces: the river Azab, which rises in Turkey, flows through Kurdistan and then flows “like a vein – a kind of symbol of life and continuity” to the Tigris.

“In Iraq it is very hard for artists. Religious groups are pressurising the government to close to close down art, theatre, dance organisations.

“But people are coming up with ideas. For better or worse, what Iraq has been through is a source of ideas.”

The Iraq pavilion is at Gervasuti Foundation, Castello 995, Venice, from Saturday until 27 November

Interview with Ali Assaf (in Italian), http://www.blarco.com/2011/06/il-fascino-del-padiglione-delliraq-alla.html

http://haunchofvenison.com/films/ahmed_alsoudaniwounded_water/

Ahmed Alsoudani:
Wounded Water

Film

Wounded Water: a short film with Ahmed Alsoudani from Haunch of Venison on Vimeo.

14 June 2011

Ahmed Alsoudani talks about his participation in ‘Wounded Water’, the Pavilion of Iraq, at the 54th Venice Biennale.

After a 35-year hiatus, 2011 marks Iraq’s triumphant return to the Venice Biennale. In an exhibition curated by Mary Angela Schroth, the 2011 Iraq Pavilion will present to the world six internationally celebrated Iraqi artists, including Haunch of Venison’s Ahmed Alsoudani (b.1975), an emerging artist whose paintings of war and human conflict have garnered him international attention and broad critical applause. The artists in the exhibition span two generations: Ali Assaf, Azad Nanakli, and Walid Siti were born in the 1950s and experienced periods of vast cultural richness and creativity in the country despite political turmoil; Ahmed Alsoudani, Abel Abidin and Halim Al Karim grew up during the Iran-Iraq War, the Invasion of Kuwait and daily life under intense UN sanctions and the tyrannical Ba’athist regime. The exhibition, entitled Acqua Ferita/Wounded Water, revolves around the six artists’ interpretations on the theme of water loss in the region through diverse mediums including painting, performance, video, photography, sculpture and installation art. According to Schroth, “The pavilion, through its artists and collaboration with the new government, is one small, but significant step.” The Iraq Pavilion will open on 2 June 2011 and is located at the Gervasuti Foundation, Fondamenta S. Ana (Via Garibaldi), Castello 995, between Giardini and Arsenale.

Back to Films

  • Haunch of Venison © 2011

The New York Times, 3-6-2011,  http://www.nytimes.com/2011/06/05/fashion/middle-eastern-artists-at-the-venice-biennale.html?_r=3&ref=middleeast

The Art World’s New Darlings

Jessica Craig-Martin for The New York Times

AFLOAT Ahmed Alsoudani, left, poses for Adel Abidin.

By JULIA CHAPLIN
Published: June 3, 2011

//

Adel Abidin and Ahmed Alsoudani, the young artists who represent Iraq at the 54th Venice Biennale, were sitting on the terrace of the Bauer Hotel here at dusk on Wednesday, studying their elaborately hand-written invitations to a private dinner given by François Pinault, the French billionaire. How would they cross the water to San Giorgio Maggiore Island?

Jessica Craig-Martin for The New York Times

NETWORKING Ahmed Alsoudani, left, with Isabelle de La Bruyère at a Venice Biennale party.

It is the first time since 1976 that Iraq has participated in the prestigious art gathering. With Egypt, Syria, the United Arab Emirates and Saudi Arabia all showing there (a first for Saudi Arabia), Middle Eastern art was Topic A among the gaggle of oligarchs, aristocrats and movie stars who gathered for three days of frantic partying and private viewings before the fair’s official opening on Saturday.

So it wasn’t surprising when Yvonne Force Villareal, a founder of the Art Production Fund in New York, offered them a ride on her private water taxi, along with the photographer Todd Eberle, the socialite Anne McNally, and Bruno Frisoni, the shoe designer. They piled in, a tangle of gowns and glitter, and sped across the choppy waterways, which were clogged with other party commuter craft.

When they docked at the Cini Foundation, an opulent former Benedictine monastery, Mr. Pinault himself stood at the arched entrance shaking hands with a long line of about 1,000 guests that included Anna Wintour, Charlotte Casiraghi, Jeff Koons and Dasha Zhukova.

Mr. Abidin, 38, is the less active networker of the two artists. He seemed to defy Mr. Pinault’s cocktail-attire dress code, wearing Vans, striped ankle socks and a scarf over a pink button-up shirt. He was coming from a scrappy, laid-back party for a pan-Arabian exhibition, held in a sprawling old salt storage facility, and was eager to return to his friends there.

Mr. Alsoudani, 36, on the other hand, was in his element, and seemed to know every other curator and collector. His abstract paintings, which touch on themes of violence and war, are collected by Charles Saatchi and Mr. Pinault, a frequent visitor to his studio. “François said he liked my pants,” said Mr. Alsoudani, who wore a pair of snug-fitting Dior trousers, a white vest and a hat.

The two — the youngest of six artists who represent the Iraq Pavilion’s exhibition, “Wounded Water” — came of age during the Iran-Iraq war, the invasion of Kuwait and the rule of Saddam Hussein. Both now live in the West (Mr. Abidin in Helsinki and Mr. Alsoudani in New York City), but their works reference a collective memory of strife and hardship — in Mr. Abidin’s case, with a touch of humor. They had met for the first time that evening and seemed to inhabit opposite spectrums of the art world, one bling, the other purist, although they agreed about the changing Middle East.

“The revolution in the Middle East has made me believe that we still have the capacity for believing in our dreams,” Mr. Abidin said, referring to the Arab Spring. “Change is beautiful.”

The two artists had been sought after in Venice, receiving invitations to palazzo dinners and a decadent reception hosted by Ms. Zhukova, Neville Wakefield and Alex Dellal at the Bauer.

Inside the monastery, Mr. Pinault’s party was in high gear, extravagant even by Biennale standards: more candles than a Sting video, banquet tables piled with basil risotto and sparkling rosé, and long tables stacked with exotic cheeses.

Young aristos flitted about the gardens in Balenciaga and Lanvin. Seated at one table were Isabelle de La Bruyère, a regional specialist from Christie’s, and Sultan Sooud al-Qassemi from the Emirate of Sharjah. “Come sit with us!” they called to Mr. Alsoudani and Mr. Abidin, who was chatting with Lisa Phillips, the director of the New Museum of Contemporary Art in New York.

“Middle East art is definitely trendy right now,” Mr. Alsoudani said. “But the truth is there is no Chinese art scene, or Indian art scene or Middle East. It’s easier to categorize it that way. The world is getting smaller and all art is judged by the same international standard.”

By 11 p.m., about two hours in, the crowd had mellowed and the BlackBerry typing began. Maurizio Cattelan was hosting a party for his magazine Toilet Paper on San Servolo Island. Others were heading to the Bungalow 8 pop-up club at Hotel Palazzina Grassi and others back to the Bauer.

Mr. Abidin refilled on red wine but seemed disillusioned by all the glitz. “I don’t like Venice,” he said. “I got divorced here and then had two breakups.” He returned to the pan-Arabian party on a boat with a D.J. and no dress code.

Mr. Alsoudani stayed behind. He hit the cheese table and his dealer, from Haunch of Venison, invited him to a party on a yacht hosted by the French collectors Steve and Chiara Rosenblum. “Isn’t Venice fantastic?” he said, contemplating all his choices.

A version of this article appeared in print on June 5, 2011, on page ST1 of the New York edition with the headline: The Art World’s New Darlings.

An exhibition of Halim al Karim in the Darat al-Funun, Amman, 2010

May 2010
Halim Al Karim’s work is a response to the artist’s own unimaginable experiences and his ongoing observation of the turmoil in Baghdad. Al Karim’s artistic approach is as an outward projection of his inner-consciousness and an expression of spiritual awakening. This exhibition presents a series of triptychs with blurred faces. Some are well known figures; others are film stills, artworks, or artifacts from his homeland. The identities of the figures seem immaterial with Al Karim’s out of focus photography technique; blurring their identities to emphasize the un-kept promises of freedom. In the series Witness from Baghdad, the artist highlights the non existence of a passive witness in times of war. Their striking, life-like eyes which reference Sumerian sculptures are proof that these quiet intangible faces are alive and well aware of what is happening around them. The works on show witness the evolving mentality of urban society in present day Iraq

Unveiled (Saatchi-Collection): http://www.saatchi-gallery.co.uk/artists/halim_karim.htm?section_name=unveiled

SELECTED
WORKS BY Halim Al-Karim

 

Click on the images to
enlarge
Halim
Al-Karim

Hidden War

1985
Lambda print

138 x 324 cm

Hidden War

Iraqi artist Halim Al-Karim underwent a harrowing experience
during the first Gulf War. Opposing Saddam’s regime and its compulsory military
service he took to hiding in the desert, living for almost 3 years in a hole in
the ground covered by a pile of rocks. He survived only through the assistance
of a Bedouin woman who brought him food and water and taught him about gypsy
customs and mysticism. Al-Karim has since emigrated to America, however, these
events have had a profound effect on his life and form the basis for his art
practice.

Halim
Al-Karim

Hidden Face

1995
Lambda print

138 x 300 cm

Hidden Face

In this body of work, Al-Karim presents a series of triptychs,
each comprised of three faces. Some are well known figures, such as Saddam
Hussein in Hidden Face, others are film stills, artworks, or artifacts.
Presented as enlarged panels their distortion is compounded,
raising the
question not of what they represent but of their deeper meaning and
interconnectivity. Hidden Face was made in 1995, years before the
famous photo of Saddam in custody; the figure is in fact made up, based on how
Al-Karim imagined the dictator would look in the future. The two flanking out of
focus figures are suggestive of world leaders – still in power – whose support
of Saddam’s regime has been forgotten. Al-Karim has blurred their identities to
show the duplicity of their motives, scripting them as anonymous accomplices who
will never stand trial.

Halim
Al-Karim

Hidden Prisoner

1993
Lambda print

158 x 369 cm

Hidden Prisoner

In this series of work, photography is used for its
non-physical qualities: a medium which quite literally creates an image from
light, capturing the transient and interwoven nature of time and
memory. The
Sumerian artifacts featured in Al-Karim’s Hidden Prisoner and
Hidden Goddess were photographed in the Louvreand the British Museum;
Al-Karim describes seeing them internedbehind glass, far away from their home,
as a painful reminder ofvisiting his friends and family who were held as
political prisonersat Abu Ghraib during Saddam’s
regime.

Halim
Al-Karim

Hidden Theme

1995
Lambda print

138 x 300 cm

Hidden Theme

Al-Karim’s Hidden series is a response to the artists
own unimaginable experiences and his ongoing observances of the turbulences in
his homeland. With pieces titled Hidden War, Hidden Victims, Hidden
Witnesses
, Al-Karim raises the awareness of not only the devastating
effects of violence, but its many manifestations – both physical and
psychological – from the political to the economic and domestic. His works adopt
a skewed sense of scale and resolve to conceptually shift between the macro and
the micro, the societal and individual, physical and emotive, offering a
tranquil and meditative pause and space for reflection and
catharsis.

Halim
Al-Karim

Hidden Victims

2008
Lambda print

186 x 372 cm

Hidden Victims

Al-Karim merges aspects of Sufism – such as the belief in
Divine Unity – with obsolete traditions, especially those of ancient Sumer, the
grand empire which ruled in what is now Iraq from 6000-4000 BC. Sumerian symbols
often appear in his images, and his photographs
of women are in part
inspired by a ritual which could elevate girls to the status of
goddesses.

Halim
Al-Karim

Prisoner Goddess

1993
Lambda print

124 x 372 cm

Prisoner Goddess

Al-Karim’s approach to image-making is as an outward projection
of his inner-consciousness and a visual manifestation of spiritual awakening and
serenity. His evasive dream-like images evoke a range of instinctual emotive
responses, the ability of true perception existing as a preternatural power
within each of us, which can be understood and harnessed through the pursuit of
metaphysical enlightenment.

Halim
Al-Karim

Hidden Witnesses

2007
Lambda print

138 x 300 cm

Hidden Witnesses
Halim
Al-Karim

Hidden Doll

2008
Lambda print covered with white
silk

200 x 360 cm

Hidden Doll

In pieces such as Hidden Doll, Al-Karim presents his
photographs beneath a tautly stretched layer of white silk fabric that operates
as both a physical veil masking the portraits and a metaphorical filter or
screen. This ‘barrier’ between viewer and image can be conceived as a liminal
space, a transcendental portal between being and becoming, where the mystical
properties of change take place.

Halim
Al-Karim

Hidden War 2

2003
Lambda print covered with white
silk

200 x 330 cm

Hidden War 2

Themes of reconciliation are central to Al-Karim’s work, both
emotionally and in relation to Sufi tradition, where faith is inwardly focused
and strives for unity between consciousness and God.
Contradictions and
juxtapositions occur within his photos, but rather than creating tension, they
have harmonious effect. As faces line up: beautiful and garish, monstrous and
innocent, wizened and puerile, they form single conglomerate portraits, each
segment completing the next, contributing to the understanding of the whole. In
Hidden War 2, Al-Karim has covered his images with a transparent layer
of cloth, urging the viewer to consider the hidden agendas behind the
legitimising rhetoric of those who support the war

Halim Al Karim, Ashbook, porcelain and ash, 1999 (made in the time he lived in Amsterdam)

earlier work of Walid Siti

http://www.walidsiti.com/work/installation/constellation/constellation.htm

Constellation 2009

PlanetK, The 53rd International Art Exhibition, Venice

Board, emulsion paint, plaster, thread and nails.

Constellation is a large wall-based installation comprising the contours of a white mountain surrounded by constellations of black threads. The connections between the mountain and the black threads draw a parallel with an imagined cosmic world with many associations and metaphorical references to the memory of a physical landscape. The white mountain top in the centre of the work acts as a magnetic force that energises and coordinates the movements of the other elements, suggesting a network of dynamic links between the constituent parts. Constellation is an attempt to go beyond a superficial understanding of the physical elements of the work and to aspire towards an ideal landscape.

Constellation incorporates ideas and forms from ‘Precious Stones’ and ‘Family Ties’ – series of my drawings and paintings that preoccupied my work for over ten years. Both series focus on the significance of various symbols and forms such as stones, fire, cubes and circles, which both characterise the collective cultural identity of the Kurdish people and highlight the universal plight of the exile – physically distant though always emotionally close to home.

The work also plays metaphorically on the astrological meaning of constellation, allowing different readings and interpretations. The four arbitrary sets of constellations within the work are fragmented and incomplete, reflecting a state of contradiction and conflict in reality. This gives the work a new perspective and invites the viewer to contemplate and interpret it within a new context.

Walid Siti , London 2009

 

<< Back

Walid Siti, Suspended Mountains 2010, 400x400x600cm, Canvas tube, wire, pols
Serdem Gallery, Suleymania

From the very beginning, mountains, rocks, and stones—in all their  diverse forms and shapes—have been a constant source of inspiration for my  work. I use them as metaphors, visual forms that convey my ideas about and  associations with political, social, and cultural topics as well as issues of  identity. These are the themes that concern me and that have shaped and  influenced my art and my life.

      

Earlier works of Ahmed Alsoudani

http://www.saatchi-gallery.co.uk/artists/ahmed_alsoudani.htm

We Die Out of Hand

Ahmed Alsoudani

We Die Out of Hand

2007
Charcoal, pastel and acrylic on paper

274.3 x 243.8 cm

During the first Gulf War, Ahmed Alsoudani fled to Syria
before claiming asylum in America. Through his paintings and drawings he
approaches the subject of war through aesthetics. Citing great artists of the
past such as Goya and George Grosz whose work has become the lasting
consciousness of the atrocities of the 19th and 20th centuries, Alsoudani’s
inspiration comes directly from his own experiences as a child, as well as his
concerns over contemporary global conflicts. In We Die Out Of Hand, the
earthy background sets the stage for dreary prison gloom, while hooded figures
are obliterated through mercilessly violent gestures, insinuating the horrors of
Abu Ghraib or Guantanamo Bay with exquisite and torturous beauty.

You No Longer Have Hands

Ahmed Alsoudani

You No Longer Have Hands

2007
Charcoal, pastel and acrylic on paper

213.4 x 274.3 cm

Alsoudani executes his works with a raw physicality, using
materials such as paint and charcoal in an unorthodox way, often painting over
drawing and vice versa. You No Longer Have Hands is spread over two
large pieces of paper, the seam down the middle operating literally as a divide.
Like many of Alsoudani’s images, there are no people in this work, rather the
concepts of violence are presented as something too large and abstract to
comprehend. Instead a graffiti strewn wall provides a hint of humanity against a
raging black mass, torrential, abject and bereft.

Untitled

Ahmed Alsoudani

Untitled

2007
Oil, acrylic, ink, gesso on canvas

182.9 x 213.4 cm

Untitled

Ahmed Alsoudani

Untitled

2008
Oil, acrylic, charcoal gesso on canvas

213 x 184 cm

Alsoudani’s Untitled is barely recognisable as a portrait.
Mixing charcoal with paint, the surface evolves as a dirty corporeal mass, as
pure colours become tinged by sooty dust and paint drips down the canvas in
contaminated streams. Describing what might be a head, Alsoudani offers up an
anguished abstraction combining organic textures with geometric forms. Rendering
carnage with an almost cartoon efficacy, Alsoudani summates the base instinct of
destruction as a volume of fleshy fields punctuated by industrial rubble;
hard-edged circles and arcs lend an absurd consumerist familiarity suggesting
windows and bullet holes in the cold pictograph motifs.

Baghdad I

Ahmed Alsoudani

Baghdad I

2008
Acrylic on canvas

210 x 370 cm

“The falling statue of a despot in the centre of Baghdad
I
recalls the toppling of the statue of Saddam. The rooster-like figure
symbolizes America. Here the rooster is not only a figure of control but is
injured as well and constrained. The basket of eggs to the left side of its neck
represents ideas – unhatched ideas in this case; an armory of fragile potential.
Alsoudani’s fascination with molecules and cellular references are apparent in
the central egg-shaped object in the center of the rooster’s belly. The flood
bursting through on the bottom center of the canvas carries Biblical
associations and references the fractured nature of daily life in Baghdad –
nothing works, pipes burst, the city is tacked together, evoked by the large
nails depicted in different parts of the canvas. A figure on the upper right of
the canvas bursts forth in a flourish of pageantry, representing the new Iraqi
government, sprung forth from the chaos, compromised, bandaged and standing
precariously on a teetering stool.” Robert
Goff

Baghdad II

Ahmed Alsoudani

Baghdad II

2008
Acrylic on canvas

250 x 380 cm

Baghdad II depicts a “typical” Baghdad scene: on
the left side of the canvas a car has crashed into an American-built security
wall – another suicide bombing attempt or an act of pure desperation. Stylized
licks of red flame come up from the ground, an eyeball has rolled to the center
of the painting on the bottom. The eyeball plays a role in terms of content and
form but also alludes to Lebanese poet Abbas Baythoon. On the lower right hand
side of the painting a head lies behind bars – this is a reference to a statue
in Baghdad, which here Alsoudani has decapitated and, ironically, brought to
life as an imprisoned figure. One way to read this is that under Saddam’s
dictatorship art was constricted and imprisoned and this idea of censorship is
continually evoked through a layered approach in this work. The female figure in
the center right side of the painting is deliberately drawn in as opposed to
painted, a martyr-figure both carrying and giving birth to change.” Robert
Goff

Untitled

Ahmed Alsoudani

Untitled

2008
Charcoal, acrylic and pastel on paper

270 x 226 cm

Alsoudani’s Untitled mesmerizes with the power and chaos of
an explosion, combining artistic references with combustive force. Reminiscent
of cubist dynamics, Alsoudani approaches his theme of war from every angle,
broaching the incomprehensibility of combat and its repercussions through his
fragmented and turbulent composition. Drawn in charcoal and pastel Alsoudani’s
gestures convey raw passion and intensity with a rarefied elegance, his subtle
shading and ephemeral acrylic washes simultaneously evoking the detailed etching
in Goya’s Disasters of War and the hyper-violent media graphics of Manga
illustrations. Alsoudani negotiates these terrains with unwavering authority,
responding to current events with commanding hindsight to develop contemporary
history painting that’s both high-impact and enduring.

Earlier works of Adel Abidin

Cold Interrogation

Mixed media installation, 2004

A video installation dealing with the dilemma of being an Arab, Muslim and Iraqi individual living in a western society in this period of time.“Since I left my home country Iraq in 2000, I am dealing daily with different questions about my identity”.The work creates an interactive atmosphere, by inviting the viewer to take part in the interrogation.

Examples of the questions:

How did you end up in Finland?How is the situation in Iraq right now?What do you think of Osama bin Ladin?How does it feel to ride a camel?Are you with the war, do you support it?What do you think of the suicide bombers?What do you think of the Americans?And so on…
The viewer can hear to the loud audio of the questions coming from inside the fridge, and see the video through the security peephole fixed on the fridge.

Details:

Country of production: Finland 2004
Duration: 01’00’00 min. (Looping)
Aspect ratio: 4:3
Sound: Stereo
Original Format: mini dv
Screening format: DVD- all / Pal

Images: / 1

Installation view
Installation view

/ 2

Instalation view
Instalation view

/ 3

Installation detail
Installation detail

/ 4

Hopscotch

A video installation, 2009

Hopscotch is a game children play the world over. In Abidin’s work, the squares lead to a gate – into another, unknown world. Abidin associates the work with the Iraq he experienced as child: “In this game, the players are being watched by people who have the power to terminate much more than the game. In a police state, children are taught the ‘rules of the game’ very early on.”

Video details:

8 meters * 4 meters built gate in the museum/ consists of: wood and Plexiglas

duration : 00’02’00 (looping)
Shooting format: Mini DV
Screening format: DVD- all
Aspect ratio: 4:3 (round)

Images: / 1

Installation detail
Installation detail

/ 2

Installation view
Installation view

/ 3

Installation view
Installation view

/ 4

Installation view
Installation view

/ 5

Installation view
Installation view

http://www.abidintravels.com/

I’m Sorry

Sound installation including a light box, 2008

During a recent trip to the US, I met many people from different kinds of educational and social backgrounds. Yet, surprisingly, they all reacted in the same way when I mentioned that I was Iraqi”.

Details:

Country of production: Finland 2008
Sound installation including a light box
Computer programs the sync between the sound and the lights.

JihadVideo piece, 2006

Jihad

Video piece, 2006

http://www.levantinecenter.org/levantine-review/articles/consumption-war-–-adel-abidin-2011-venice-biennale

“Consumption of War” – Adel Abidin at the 2011 Venice Biennale

      posted June 10, 2011 – 1:26pm by Editor
Subtitle:
five Iraqi artists represent their homeland for first time in 35 years

By Lina Sergie AttarIn Consumption of War, the latest installation by Iraqi-Finnish artist Adel Abidin, one stands in a room, between projection and reality, watching an absurd “war” break out between two corporate figures. The film leaves us in physical and metaphoric darkness, questioning not only the artist’s intention but also our implication within the narrative. Throughout his work over the last decade, exploring issues of identity, memory, exile, violence, war and politics, Abidin has harnessed the power of ambiguity.

Iraqi-Finnish artist Adel AbidinIraqi-Finnish artist Adel AbidinThis year, Abidin is one of five Iraqi artists chosen to represent their homeland at the prestigious 54th annual Venice Biennale. It is the first time in 35 years that a pavilion has been dedicated to Iraq. He represented his “other” home, Finland, in 2007 at the Biennale with his acclaimed installation, Abidin Travels, a mock travel agency that advertised the pleasures of visiting war-torn Iraq. The “agency” was complete with all the materials needed to “sell” an exotic locale: glossy brochures with catchy tag lines, “Baghdad: much more than a holiday” and a brightly-colored faux booking website. In the promotional video, Abidin juxtaposes a cheery, female voice with an American accent describing idealized scenes of Iraq’s famous antiquities and architecture against the footage of looted museums and taped executions. Abidin challenges the typical “Western” tourist’s immunity to the images of war by framing the grim reality within the fake packaging of imagined perfection.

"Consumption of War"“Consumption of War”The Pavilion of Iraq’s theme is Wounded Water. Severe water shortages and pollution in Iraq compete with the ongoing war as the deadliest threat to civilian life. The local plight is also a universal one as global corporations encourage consumption on a massive scale for maximum profit, disregarding the obscene amounts of water needed to produce “necessities” such as a pair of jeans or cup of coffee. Abidin is concerned, “In Iraq, major corporations have signed the largest free oil exploration deals in history. Yet while every barrel of oil extracted requires 1.5 barrels of water, 1 out of every 4 citizens has no access to clean drinking water.” Consumption of War explores this environmental crisis from the perspective of the competitive corporate environment.

The work occupies two adjacent spaces, the first a decrepit room with broken plaster exposing a brick structure and unused fixtures jutting out of a tiled wall. We enter, facing a white, bare wall with a stopped office clock. The disorienting light flickers in bright flashes. Between the flickers, we see a filing cabinet and a large poster of a parched landscape. In the second space, we face an office with the same clock projected onto the back wall and a vivid, lush landscape in the background. Two men, almost identical in height, weight and coloring, as typically corporate as the room, begin a duel using the florescent lights as swords. The camera shots oscillate between the main view and extreme close-ups of feet crunching glass, of furniture sliding across the room, of fingers grasping the light tubes, and of mock menacing facial expressions, with fuzzy, black and white surveillance shots sliced between. Everything in the room becomes a prop for the fight, cabinets become platforms, lights become swords, at one point a binder is used as a shield. The childish battle is an exaggerated slow-motion dance, referencing pop culture movies such as Star Wars and The Matrix. The light dims darker as the “light sabers” are shattered one by one, until we are left in darkness.

Abidin constructs a visual interpretation of a modern power struggle within the glorified corporate environment, its immaculate furnishings and model-like workers symbolize the pinnacle of global aspirations. Even the playful way they fight is idealized and sanitized. But these seemingly innocent actions are not without consequence; for every light bulb shattered in vain, resources are lost to the majority of people shut out of the power structure.

In Consumption of War, a room within a room changes scale to become a world within a world, representing the present and the absent, what is now and what will come in the future. Abidin strategically places the viewers in between an unclear future and a weary present. The viewers become participants in a game with no winners. As they leave the darkness back into the flashing alarms of light, the lush landscape dissolves into an illusion, a dream, replaced with the reality of a parched, depleted world. He leaves them with a choice: to idly watch as precious resources are sucked dry or to play a different game and stop the madness.

The Pavilion of Iraq opened as part of the 54th Venice Biennale on June 2nd, 2011 and runs until November 2011. Other artists presented in the pavilion are Halim Al Karim, Ahmed Alsoudani, Ali Assaf, Azad Nanakeli and Walid Siti. Info here.

Lina Sergie Attar is an architect educated in Aleppo, Syria, with graduate degrees from RISD and MIT. She has taught architecture, interior architecture and art history courses in Boston and Chicago. Lina is co-founder of Karam Foundation, NFP, a charity based in Chicago. She blogs at tooarab.com. This is her second article for the Levantine Review.

Azad Nanakeli, Destnuej (purification), video-installatie, 2011

earlier works of Azad Nanakeli

Azad Nanakeli, What is the Question? video-still, 2007

Azad Nanakeli, A Perfect World, 2009

Azad Nanakeli, Destnuej (purification), video-installatie, 2011

Earlier works of Ali Assaf (http://www.aliassaf.com/works.html )

 This image of Head of Nuisance (1983), by Ali Assaf can be found alongside numerous works created by Iraqi artists on the Iraq Memory Foundation website. (Ali Assaf/Iraq Memory Foundation)

Ali Assaf, Head of Nuisance, 1983

Ali Assaf, Him, just Him, everywhere Him, 1985

Ali Assaf, Belsem, installation (mixed media and sound), San Marino, 1991

Ali Assaf, Feet of Sand, performance, 1996

Ali Assaf, I wonder if your barber would agree, object of rubber, glue and human hair (translation of the German text: ‘A Dutch hairdresser once told me the hair of the Europeans has become more and more thin since the last thirty years, but if they mix with migrants of the south of the earth, (their hair) certainly will become strong again’

Ali Assaf, Mujaheed, cibachrome on foamcore, plastified, 1997

  

  

  

Ali Assaf, The obscure object of desire, installation, 2002 (details, click on picture to enlarge)

Ali Assaf, The obscure object of desire, installation, 2002 (overview)

Ali Assaf, Greetings from Baghdad, 2004

Ali Assaf, I am her, I am him, video, 2008

Floris Schreve, Amsterdam

فلوريس سحرافا

(أمستردام، هولندا

var addthis_config = {“data_track_clickback”:true};

Modern and contemporary art of the Middle East and North Africa

http://onglobalandlocalart.wordpress.com/2011/12/07/modern-and-contemporary-art-of-the-middle-east-and-north-africa-2/

الفن المعاصر في العالم العربي وإيران

Since the recent developments in Tunisia and Egypt and probably to follow in other Arab countries, even the mainstream media have noticed that in the Arab world and Iran there is a desire for freedom and democracy. While in the Western World  often reduced to essentialist clichés of the traditional Arab or the Muslim extremists the recent events show the opposite. The orientalist paradigm, as Edward Said has defined in 1978, or even the ‘neo-orientalist’ version (according to Salah Hassan), virulent since 9 / 11, are denounced by the images of Arab satellite channels like Al Jazeera. It proofs that there are definitely progressive and freedom-loving forces in the Middle East, as nowadays becomes  visible for the whole world.

Wafaa Bilal (Iraq, US), from his project ‘Domestic Tension’, 2007 (see for more http://wafaabilal.com/html/domesticTension.html )

Since the last few years there is an increasing interest in contemporary art from that region. Artists such as Mona Hatoum (Palestine), Shirin Neshat (Iran) and the architect Zaha Hadid (Iraq) were already visible in the international art circuit. Since the last five to ten years there are a number of names added, like Ghada Amer (Egypt), Akram Zaatari and Walid Ra’ad (Lebanon), Fareed Armaly and Emily Jacir (Palestine), Mounir Fatmi (Morocco), Farhad Mosheri ( Iran), Ahmed Mater (Saudi Arabia), Mohammed al- Shammerey  and Wafaa Bilal (Iraq). Most of these artists are working and living in the Western World.

Afbeelding49

Walid Ra’ad/The Atlas Group (Lebanon), see http://www.theatlasgroup.org/index.html, at Documenta 11, Kassel, 2002

Mounir Fatmi (Morocco), The Connections, installation, 2003 – 2009, see http://www.mounirfatmi.com/2installation/connexions01.html

Yet the phenomenon of modern and contemporary art in the Middle East isn’t something of last decades. From the end of World War I, when most Arab countries arose in its present form, artists in several countries have sought manners to create their own form of international modernism. Important pioneers were Mahmud Mukhtar (since the twenties and thirties in Egypt), Jewad Selim (forties and fifties in Iraq), or Muhammad Melehi and Farid Belkahia (from the sixties in Morocco). These artists were the first who, having been trained mostly in the West, introduced modernist styles in their homeland. Since that time, artists in several Arab countries draw inspiration from both international modernism, and from traditions of their own cultural heritage.

Shakir Hassan al-Said (Iraq), Objective Contemplations, oil on board, 1984, see http://universes-in-universe.org/eng/nafas/articles/2008/shakir_hassan_al_said/photos/08

Ali Omar Ermes (Lybia/UK), Fa, Ink and acryl on paper

The latter was not something noncommittal. In the decolonization process, the artists often explicitly took a stand against western colonialism. Increasing local traditions here was used often as a strategy. From the late sixties also other factors play a role. “Pan-Arabism” or even the search for a “Pan-Islamic identity” had an impact on the arts. This is obvious in what the French Moroccan art historian Brahim Alaoui  called ‘l’ Ecole de Signe’,  the ‘school of sign’. Abstract calligraphy and decorative traditions of Islamic art, were in many variations combined with contemporary abstract art. The main representatives of this unique tendency of modern Islamic art were Shakir Hassan al-Said (Iraq, deceased in 2004), and the still very active artists as Rachid Koraichi (Algeria, lives and works in France), Ali Omar Ermes (Libya, lives and works in England) and Wijdan Ali (Jordan). This direction found even a three dimensional variant, in the sculptures of the Iranian artist Parviz Tanavoli.

Laila Shawa (Palestine), Gun for Palestine (from ‘The Walls of Gaza’), silkscreen on canvas, 1995

What is particularly problematic for the development of contemporary art of the Middle East are the major crises of recent decades. The dictatorial regimes, the many wars, or, in the case of Palestine, the Israeli occupation,  have often been a significant obstacle for the devolopment of the arts. If the arts were encouraged, it was often for propaganda purposes, with Iraq being the most extreme example (the many portraits and statues of Saddam Hussein speak for themselves). Many artists saw themselves thus forced to divert in the Diaspora (especially Palestinian and Iraqi artists). In the Netherlands there are well over the one hundred artists from the Middle East, of which the majority exists of refugees from Iraq (about eighty). Yet most of these artists are not known to the vast majority of the Dutch cultural institutions and the general public.

Mohamed Abla (Egypt), Looking for a Leader, acrylic on canvas, 2006

In the present context of on the one hand the increased aversion to the Islamic world in many European countries, which often manifests itself  into populist political parties, or conspiracy theories about ‘Eurabia’ and, on the other hand, the very recent boom in the Arab world itself, it would be a great opportunity to make this art more visible to the rest of the world. The Middle East is in many respects a region with a lot of problems, but much is also considerably changing. The young people in Tunisia and Egypt and other Arab countries, who challenged their outdated dictatorships with blogs, facebook and twitter, have convincingly demonstrated this. Let us  have a look at the arts. There is much to discover.

Floris Schreve

Amsterdam, March, 2011

originally published in ‘Kunstbeeld’, nr. 4, 2011 (see here the original Dutch version). Also published on Global Arab Network and on Local/Global Art, my new blog on international art

Ahmed Mater (Saudi Arabia), Evolution of Man, Cairo Biennale, 2008. NB at the moment Mater is exhibiting in Amsterdam, at Willem Baars Project, Hoogte Kadijk 17, till the 30th of july. See http://www.baarsprojects.com/

Handout lecture ‘Modern and Contemporary art of the Arab World’

محاضرة الفن الحديث والمعاصر في العالم العربي

Diversity & Art,  Amsterdam, 17-5-2011, at the occasion of the exhibition of the Dutch Iraqi artist Qassim Alsaedy

Click on the pictures to enlarge

Short introduction on the history and geography of the modern Arab World

  • The Ottoman Empire
  • The  Sykes/Picot agreement
  • The formation of the national states
  • The Israeli/Palestinian conflict

  

                       

Ottoman Empire 1739                  Ottoman Empire 1914                   The Sykes/Picot agreement

              

The modern Middle East       The modern Arab World

                         

 Palestinian loss of land 1948-2000    The current situation (2005)

The early modernist pioneers:

            

Mahmud Mukhtar            Jewad Selim

             

Jewad Selim                    Faeq Hassan

Farid Belkahia

The ‘School of Sign’ (acc. Brahim Alaoui, curator of the  Institut du Monde Arabe, Paris):

                   

 Shakir Hassan al-Said               Ali Omar Ermes                              Rachid Koraichi

 

Other examples of ‘Arab Modernism’:

                   

  Mohamed Kacimi                           Dhia Azzawi                                   Rafik el-Kamel

The Palestinian Diaspora:

                        

Mona Hatoum                                    Laila Shawa                                       Emily Jacir

Recently emerged ‘international art’:

                                

 Walid Ra’ad/The Atlas Group           Mounir Fatmi                                     Ahmed Mater

Art and propaganda:

  • Iraq (monuments, Victory Arch, Babylon, portraits of Saddam Husayn and Michel Aflaq, the founder of the Ba’thparty)
  • Syria (portrait Havez al-Assad)
  • Libya (portrait Muammar al-Qadhafi)

      

Victory Arch                               ‘Saddam as Saladin’

                                                

Statue of Michel Aflaq                    Statue of Havez al-Assad                 Muammar al-Qadhafi

The art of the ‘Arab Spring’ in Egypt:

          

Mohamed Abla                                Ahmed Bassiony

  

Iraqi artists in the Diaspora:

 

              

Rafa al-Nasiri                             Hanaa Mal Allah                         Ali Assaf

          

Wafaa Bilal                           Halim al-Karim                         Nedim Kufi

                               

Hoshyar Rasheed                            Aras Kareem                          Ziad Haider

222012_218632921487529_100000224696132_1002776_6152992_n[1]

Qassim Alsaedy, Shortly after the War, mixed media (installation) Diversity&Art, May 2011 (see here an interview with Qassim Alsaedy at the opening-in Arabic)

Selected Bibliography

• Brahim Alaoui, Art Contemporain Arabe, Institut du Monde Arabe, Paris, 1996
• Brahim Alaoui, Mohamed Métalsi, Quatre Peintres Arabe Première ; Azzaoui, El Kamel, Kacimi, Marwan, Institut du Monde Arabe, Paris, 1988.
• Brahim Alaoui, Maria Lluïsa Borràs, Schilders uit de Maghreb (‘Painters of the Maghreb’), Centrum voor Beeldende Kunst, Gent (Belgium), 1994
• Brahim Alaoui, Laila Al Wahidi, Artistes Palestiniens Contemporains, Institut du Monde Arabe, Paris, 1997
• Wijdan Ali, Contemporary Art from the Islamic World, Al Saqi Books, London, 1989.
• Wijdan Ali, Modern Islamic Art; Development and continuity, University of Florida Press, 1997
• Hossein Amirsadeghi , Salwa Mikdadi, Nada Shabout, ao, New Vision; Arab Contemporary Art in the 21st Century, Thames and Hudson, London, 2009.
• Michael Archer, Guy Brett, Catherine de Zegher, Mona Hatoum, Phaidon Press, New York, 1997
• Ali Assaf, Mary Angela Shroth, Acqua Ferita/Wounded Water; Six Iraqi artists interpret the theme of water, Gangemi editore, Venice Biennale, 2011 (artists: Adel Abidin, Ahmed Alsoudani, Ali Assaf, Azad Nanakeli, Halim al-Karim, Walid Siti)
• Mouna Atassi, Contemporary Art in Syria, Damascus, 1998
• Wafaa Bilal (with Kari Lydersen), Shoot an Iraqi; Art, Life and Resistance Under the Gun, City Lights, New York, 2008
• Catherine David (ed),Tamass 2: Contemporary Arab Representations: Cairo, Witte De With Center For Contemporary Art, Rotterdam, 2005
• Saeb Eigner, Art of the Middle East; modern and contemporary art of the Arab World and Iran, Merrell, Londen/New York, 2010 (with an introduction of Zaha Hadid).
• Aida Eltori, Illuminations; Thirty days of running  in the Space: Ahmed Basiony (1978-2011) , Venice Biennale, 2011
• Maysaloun Faraj (ed.), Strokes of genius; contemporary Iraqi art, Saqi Books, London, 2002 (see here the presentation of the Strokes of Genius exhibition)
• Mounir Fatmi, Fuck the architect, published on the occasion of the Brussels Biennal, 2008
• Liliane Karnouk, Modern Egyptian Art; the emergence of a National Style, American University of Cairo Press, 1988, Cairo
• Samir Al Khalil (pseudonym of Kanan Makiya), The Monument; art, vulgarity and responsibillity in Iraq, Andre Deutsch, London, 1991
• Robert Kluijver, Borders; contemporary Middle Eastern art and discourse, Gemak, The Hague, October 2007/ January 2009
• Mohamed Metalsi, Croisement de Signe, Institut du Monde Arabe, Parijs, 1989 (on ao Shakir Hassan al-Said)
• Revue Noire; African Contemporary Art/Art Contemporain Africain: Morocco/Maroc, nr. 33-34, 2ème semestre, 1999, Paris.
• Ahmed Fouad Selim, 7th International Biennial of Cairo, Cairo, 1998.
• Ahmed Fouad Selim, 8th International Biennial of Cairo, Cairo, 2001.
• M. Sijelmassi, l’Art Contemporain au Maroc, ACR Edition, Paris, 1889.
• Walid Sadek, Tony Chakar, Bilal Khbeiz, Tamass 1; Beirut/Lebanon, Witte De With Center For Contemporary Art, Rotterdam, 2002
• Paul Sloman (ed.), with contributions of Wijdan Ali, Nat Muller, Lindsey Moore ao, Contemporary Art in the Middle East, Black Dog Publishing, London, 2009
• Stephen Stapleton (ed.), with contributions of Venetia Porter, Ashraf Fayadh, Aarnout Helb, ao, Ahmed Mater, Booth-Clibborn Productions, Abha/London 2010 (see also www.ahmedmater.com)
• Rayya El Zein & Alex Ortiz, Signs of the Times: the Popular Literature of Tahrir; Protest Signs, Graffiti, and Street Art, New York, 2011 (see http://arteeast.org/pages/literature/641/)

Links to relevant websites of institutions, manifestations, magazines, museums and galleries for Contemporary Art of the Middle East and North Africa:

An Impression of the lecture, 17-5-2011, Diversity & Art, Amsterdam

250411_227750580575763_100000224696132_1090743_1100372_n[1]

On the screen a work of the Iraqi artist Rafa al-Nasiri

227124_227756883908466_100000224696132_1090811_4616731_n[1]

Three times Qassim Alsaedy’s Shortly after the War

249818_227760090574812_100000224696132_1090826_234673_n[1]

226447_227759537241534_100000224696132_1090824_2881093_n[1]

In front: The Iraqi/Kurdish journalist Goran Baba Ali and Herman Divendal, director of the Human Rights Organisation for Artists AIDA (Association Internationale des Défence des Artistes)

250668_227968957220592_100000224696132_1093175_6583121_n[1]

 

230902_227751083909046_100000224696132_1090753_6697931_n[1]

Me (left) with the Embassador of Iraq in the Netherlands, H.E. Dr. Saad Al-Ali, and Qassim Alsaedy

230452_227758637241624_100000224696132_1090820_7067089_n[1]

 

Floris Schreve
فلوريس سحرافا
(أمستردام، هولندا)

photos during the lecture by Hesam Hama

Tagged with: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Lezing ‘Moderne en hedendaagse kunst van de Arabische wereld’, 17 mei 2011

محاضرة الفن الحديث والمعاصر في العالم العربي

De Handout van mijn lezing van 17-5-2011, gehouden ter gelegenheid van de tentoonstelling van Qassim Alsaedy in Diversity & Art, met toevoeging van een selectie van de afbeeldingen, die ik in mijn lezing heb besproken (klik op afbeelding voor vergrote weergave). Verder heb ik bij de namen van de meeste individuele kunstenaars een link geplaatst naar hun persoonlijke website, of naar een achtergrondartikel dat voor die kunstenaar relevant is. Voor een introductie en een literatuuroverzicht verwijs ik naar mijn bijdrage in Kunstbeeld, ook op dit blog gepubliceerd

 

Lezing moderne en hedendaagse kunst uit de Arabische wereld

Diversity & Art, 17-5-2011

 

 

Korte inleiding geschiedenis en geografie van de moderne Arabische wereld

  • ·        Het Osmaanse Rijk
  • ·        Het Sykes/Picot accoord
  • ·        De vorming van de nationale staten
  • ·        Het Israëlisch/Palestijnse conflict

       

Vroege modernisten:

     

 

De ‘School van het teken’ (naar Brahim Alaoui):

  

 

Andere voorbeelden van ‘Arabisch modernisme’:

   

Kunst van de Palestijnse Diaspora:

   

Recent opgekomen ‘internationale kunst’:

  

 

Kunst en propaganda:

    • ·        Irak (monumenten, Victory Arch, Babylon, portretten van Saddam Husayn en Michel Aflaq)
    • ·        Syrië (portret Havez al-Assad)
    • ·        Libië (portret Muammar al-Qadhafi)

     

‘Kunst van de Arabische lente’ in Egypte:

  

Iraakse kunstenaars in de Diaspora:

  

       

  

 

Floris Schreve

17-5-2011

Enkele impressies van de lezing:

225904_226418040709017_100000224696132_1077819_258475_n[1]

Ikzelf pratend achter mijn laptop (powerpointpresentatie). Achter mij het werk van Qassim Alsaedy ‘Shortly after the War’. Zittend achter mij de Iraaks Koerdische journalist Goran Baba Ali

230902_227751073909047_100000224696132_1090750_7532071_n[1]

Tweede rij links ZE Dr. Saad Al-Ali, Ambassadeur van de Republiek Irak in Nederland. Naast hem Qassim Alsaedy.

225904_226418044042350_100000224696132_1077820_644736_n[1]

225904_226418047375683_100000224696132_1077821_1237958_n[1]

 

225904_226418050709016_100000224696132_1077822_1757261_n[1]

Een dia van de kaart van het delingsplan van het Midden Oosten door Engeland en Frankrijk, eind WO I

230902_227751070575714_100000224696132_1090749_8321007_n[1]

Qassim en ikzelf, voorafgaand aan de de lezing

250411_227750580575763_100000224696132_1090743_1100372_n[1]

Op het scherm een werk van de Iraakse kunstenaar Rafa al-Nasiri

250411_227750573909097_100000224696132_1090741_6294750_n[1]

227124_227756883908466_100000224696132_1090811_4616731_n[1]

drie keer Qassims installatie Shortly after the War (de slotdia)

225904_226418054042349_100000224696132_1077823_1846445_n[1]

 

230452_227758637241624_100000224696132_1090820_7067089_n[1]

Na afloop met de Iraakse ambassadeur, nog een diplomaat van de ambassade en Qassim Alsaedy

230902_227751077242380_100000224696132_1090751_8193033_n[1]

Qassim Alsaedy met de ambassadeur en twee andere diplomaten

226447_227759537241534_100000224696132_1090824_2881093_n[1]

Goran Baba Ali met Herman Divendal (AIDA)

249818_227760090574812_100000224696132_1090826_234673_n[1]

Rechtsvoor (achter Goran Baba Ali): Brigitte Reuter (die samen met Qassim het keramische werk maakte) en Peggie Breitbarth, die eerder de tentoonstelling van Persheng Warzandegan opende

250668_227968957220592_100000224696132_1093175_6583121_n[1]

 

230902_227751083909046_100000224696132_1090753_6697931_n[1]

Floris Schreve

فلوريس سحرافا

(أمستردام، هولندا)

Foto’s bij de lezing: Hesam Hama en Frank Schreve

var addthis_config = {“data_track_clickback”:true};

Hedendaagse kunst uit de Arabische wereld en Iran (verschenen als ingezonden stuk in Kunstbeeld, april 2011)

الفن المعاصر في العالم العربي وإيران

For the english version ‘Modern and contemporary art of the Middle East and North Africa’ click here

Tekst van mijn ingezonden stuk in Kunstbeeld van vorige maand, maar hier voorzien van beeldmateriaal en van een groot aantal links in de tekst, die verwijzen naar diverse sites van de kunstenaars, achtergrondartikelen of documentaires. Overigens geef ik op dinsdag 17 mei een lezing over precies dit onderwerp, in Diversity & Art, Sint Nicolaasstraat 21, Amsterdam, om 20.00bij de tentoonstelling van Qassim Alsaedy, zie  http://www.diversityandart.com/centre.htm (zie over de tentoonstelling het vorige artikel op dit blog). Onderstaande tekst kan ook als introductie dienen op wat ik daar veel uitgebreider aan de orde laat komen:

Wafaa Bilal (Iraq, US), from his project ’Domestic Tension’, 2007 (see for more http://wafaabilal.com/html/domesticTension.html )

Hedendaagse kunst uit het Midden Oosten verdient onze aandacht

(in Kunstbeeld, nr. 4, 2011)

Door de recente ontwikkelingen in Tunesië en Egypte en wellicht nog in andere Arabische landen, dringt nu tot de mainstream media door dat er ook in de Arabische wereld en Iran een verlangen naar vrijheid en democratie bestaat. Hoewel in de westerse wereld vaak teruggebracht tot essentialistische clichés, blijkt het beeld van de traditionele Arabier, of de fanatieke moslim vaak niet te kloppen. Het oriëntalistische paradigma, zoals Edward Said het in 1978 heeft omschreven, of zelfs de ‘neo-oriëntalistische’ variant (naar Salah Hassan), die we kennen sinds 9/11, inmiddels ook virulent aanwezig in de Nederlandse politiek, wordt door de beelden van de Arabische satellietzenders als Al Jazeera ontkracht. Er zijn wel degelijk progressieve en vrijheidslievende krachten in het Midden Oosten actief, zoals iedereen nu zelf kan zien.

Pas sinds de laatste jaren begint er steeds meer aandacht te komen voor de hedendaagse kunst uit die regio. Kunstenaars als Mona Hatoum (Palestina), Shirin Neshat (Iran) en de architecte Zaha Hadid (Irak) waren al iets langer zichtbaar in de internationale kunstcircuits. Sinds de afgelopen vijf à tien jaar zijn daar een aantal namen bijgekomen, zoals Ghada Amer (Egypte), Akram Zaatari en Walid Ra’ad (Libanon), Emily Jacir (VS/Palestina) en Fareed Armaly (VS/Palestijns-Libanese ouders), Mounir Fatmi (Marokko), Farhad Mosheri (Iran), Ahmed Mater (Saudi Arabië), Mohammed al-Shammerey en Wafaa Bilal (Irak). Het gaat hier overigens vooral om kunstenaars die tegenwoordig in de westerse wereld wonen en werken.

Afbeelding49

Walid Ra’ad/The Atlas Group (Lebanon), see http://www.theatlasgroup.org/index.html, at Documenta 11, Kassel, 2002

Mounir Fatmi (Morocco), The Connections, installation, 2003 – 2009, see http://www.mounirfatmi.com/2installation/connexions01.html

Toch is het verschijnsel ‘moderne of hedendaagse kunst’ in het Midden Oosten niet iets van de laatste decennia. Vanaf het eind van de Eerste Wereldoorlog, toen de meeste Arabische landen in de huidige vorm ontstonden, trachtten kunstenaars in diverse landen een eigen vorm van het internationale modernisme te creëren. Belangrijke pioniers waren Mahmud Mukhtar (vanaf de jaren twintig in Egypte), Jewad Selim (jaren veertig en vijftig in Irak), of Mohammed Melehi en Farid Belkahia (vanaf de jaren zestig in Marokko). Deze kunstenaars waren de eerste lichting die, na veelal in het westen waren opgeleid, het modernisme in hun geboorteland introduceerden. Sinds die tijd zijn er in de diverse Arabische landen diverse locale kunsttradities ontstaan, waarbij kunstenaars inspiratie putten uit zowel het internationale modernisme, als uit tradities van de eigen cultuur.

Shakir Hassan al-Said (Iraq), Objective Contemplations, oil on board, 1984, see http://universes-in-universe.org/eng/nafas/articles/2008/shakir_hassan_al_said/photos/08

Ali Omar Ermes (Lybia/UK), Fa, Ink and acryl on paper

Dat laatste was overigens niet iets vrijblijvends. In het dekolonisatieproces namen de kunstenaars vaak expliciet stelling tegen de koloniale machthebber. Het opvoeren van locale tradities was hier veelal een strategie voor. Ook gingen, vanaf eind jaren zestig, andere elementen een rol spelen. ‘Pan-Arabisme’ of zelfs het zoeken naar een ‘Pan-islamitische identiteit’ had zijn weerslag op de kunsten. Dit is duidelijk te zien aan wat de Frans Marokkaanse kunsthistoricus Brahim Alaoui ‘l’ Ecole de Signe’ noemde, de school van het teken. De van zichzelf al abstracte kalligrafische en decoratieve traditie van de islamitische kunst, werd in veel verschillende varianten gecombineerd met eigentijdse abstracte kunst. De belangrijkste representanten van deze unieke ‘stroming’ binnen de moderne islamitische kunst waren Shakir Hassan al-Said (Irak, overleden in 2004), of de nog altijd zeer actieve kunstenaars Rachid Koraichi (Algerije, woont en werkt in Frankrijk), Ali Omar Ermes (Libië, woont en werkt in Engeland) en Wijdan Ali (Jordanië).

Laila Shawa (Palestine), Gun for Palestine (from ‘The Walls of Gaza’), silkscreen on canvas, 1995

Wat wel bijzonder problematisch is geweest voor de ontwikkeling van de eigentijdse kunst van het Midden Oosten, zijn de grote crises van de laatste decennia. De dictatoriale regimes, de vele oorlogen of, in het geval van Palestina, de bezetting door Israël, hebben de kunsten vaak danig in de weg gezeten. Als de kunsten werden gestimuleerd, dan was dat vaak voor propagandadoeleinden, met Irak als meest extreme voorbeeld (de vele portretten en standbeelden van Saddam Hussein spreken voor zich). Vele kunstenaars zagen zich dan ook genoodzaakt om uit te wijken in de diaspora (dit geldt vooral voor Palestijnse en Iraakse kunstenaars). In Nederland wonen er ruim boven de honderd kunstenaars uit het Midden Oosten, waarvan de grootste groep uit vluchtelingen uit Irak bestaat (ongeveer tachtig). Toch is het merendeel van deze kunstenaars niet bekend bij de diverse Nederlandse culturele instellingen.

Mohamed Abla (Egypt), Looking for a Leader, acrylic on canvas, 2006

In de huidige constellatie van enerzijds de toegenomen afkeer van de islamitische wereld in veel Europese landen, die zich veelal vertaalt in populistische politieke partijen, of in samenzweringstheorieën over ‘Eurabië’ en anderzijds de zeer recente stormachtige ontwikkelingen in de Arabische wereld zelf, zou het een prachtkans zijn om deze kunst meer zichtbaar te maken. Het Midden Oosten is in veel opzichten een ‘probleemgebied’, maar er is ook veel in beweging. De jongeren in Tunesië, Egypte en wellicht andere Arabische landen, die met blogs, facebook en twitter hun vermolmde dictaturen de baas waren, hebben dit zonder meer aangetoond. Laat ons zeker een blik de kunsten werpen. Er valt veel te ontdekken.

Floris Schreve

Amsterdam, februari 2011

Ahmed Mater (Saoedi Arabië), Evolution of Man, Cairo Biënnale, 2008. NB at the moment Mater is exhibiting in Amsterdam, at Willem Baars Project, Hoogte Kadijk 17, till the 30th of july. See http://www.baarsprojects.com/

Tot zover mijn bijdrage in Kunstbeeld. Ik wil hieronder nog een klein literatuuroverzichtje geven van een paar basiswerken, die er in de afgelopen jaren verschenen zijn.

• Brahim Alaoui, Art Contemporain Arabe, Institut du Monde Arabe, Parijs, 1996
• Brahim Alaoui, Mohamed Métalsi, Quatre Peintres Arabe Première ; Azzaoui, El Kamel, Kacimi, Marwan, Institut du Monde Arabe, Parijs, 1988.
• Brahim Alaoui, Maria Lluïsa Borràs, Schilders uit de Maghreb, Centrum voor Beeldende Kunst, Gent, 1994
• Brahim Alaoui, Laila Al Wahidi, Artistes Palestiniens Contemporains, Institut du Monde Arabe, Parijs, 1997
• Wijdan Ali, Contemporary Art from the Islamic World, Al Saqi Books, Londen, 1989.
• Wijdan Ali, Modern Islamic Art; Development and continuity, University of Florida Press, 1997
• Hossein Amirsadeghi , Salwa Mikdadi, Nada Shabout, ao, New Vision; Arab Contemporary Art in the 21st Century, Thames and Hudson, Londen, 2009.
• Michael Archer, Guy Brett, Catherine de Zegher, Mona Hatoum, Phaidon Press, New York, 1997
• Mouna Atassi, Contemporary Art in Syria, Damascus, 1998
• Wafaa Bilal (met Kari Lydersen), Shoot an Iraqi; Art, Life and Resistance Under the Gun, City Lights, New York, 2008 (zie hier ook een voordracht van Wafaa Bilal over zijn boek en project)
• Catherine David (ed),Tamass 2: Contemporary Arab Representations: Cairo, Witte De With Center For Contemporary Art, Rotterdam, 2005
• Saeb Eigner, Art of the Middle East; modern and contemporary art of the Arab World and Iran, Merrell, Londen/New York, 2010 (met een voorwoord van de beroemde Iraakse architecte Zaha Hadid).
• Maysaloun Faraj (ed.), Strokes of genius; contemporary Iraqi art, Saqi Books, Londen, 2002 (zie hier een presentatie van de Strokes of Genius exhibition)
• Mounir Fatmi, Fuck the architect, published on the occasion of the Brussels Biennal, 2008
• Jabra Ibrahim Jabra, Grassroots of the Modern Iraqi Art, al Dar al Arabiya, Bagdad, 1986.
• Liliane Karnouk, Modern Egyptian Art; the emergence of a National Style, American University of Cairo Press, 1988, Cairo
• Samir Al Khalil (pseudoniem van Kanan Makiya), The Monument; art, vulgarity and responsibillity in Iraq, Andre Deutsch, Londen, 1991
• Robert Kluijver, Borders; contemporary Middle Eastern art and discourse, Gemak, The Hague, October 2007/ January 2009
• Mohamed Metalsi, Croisement de Signe, Institut du Monde Arabe, Parijs, 1989 (over oa Shakir Hassan al-Said)
Revue Noire; African Contemporary Art/Art Contemporain Africain: Morocco/Maroc, nr. 33-34, 2ème semestre, 1999, Parijs (uitgebreid themanummer over Marokko).
• Ahmed Fouad Selim, 7th International Biennial of Cairo, Cairo, 1998.
• Ahmed Fouad Selim, 8th International Biennial of Cairo, Cairo, 2001.
• M. Sijelmassi, l’Art Contemporain au Maroc, ACR Edition, Parijs, 1889.
• Walid Sadek, Tony Chakar, Bilal Khbeiz, Tamass 1; Beirut/Lebanon, Witte De With Center For Contemporary Art, Rotterdam, 2002
• Paul Sloman (ed.), met bijdragen van  Wijdan Ali, Nat Muller, Lindsey Moore ea, Contemporary Art in the Middle East, Black Dog Publishing, Londen, 2009
• Stephen Stapleton (red.), met bijdragen van Venetia Porter, Ashraf Fayadh, Aarnout Helb, ea, Ahmed Mater, Booth-Clibborn Productions, Abha/Londen 2010 (zie ook www.ahmedmater.com)
• Rayya El Zein & Alex Ortiz, Signs of the Times: the Popular Literature of Tahrir; Protest Signs, Graffiti, and Street Art, New York, 2011 (see http://arteeast.org/pages/literature/641/

Verder nog een aantal links naar relevante websites van kunstinstellingen, manifestaties, tijdschriften, musea en galleries voor hedendaagse kunst uit het Midden Oosten:

Mijn eigen bijdragen (of waar ik mede een bijdrage aan heb geleverd) elders op het web

Op dit blog:

Iraakse kunstenaars in ballingschap

Drie kunstenaars uit de Arabische wereld

Ziad Haider (begeleidende tekst
tentoonstelling)

Qassim Alsaedy (begeleidende tekst tentoonstelling)

Interview met de Iraakse kunstenaar Qassim Alsaedy

Hoshyar Saeed Rasheed (begeleidende tekst tentoonstelling)

Aras Kareem (begeleidende tekst tentoonstelling)

links naar artikelen en uitzendingen over kunstenaars uit de Arabische wereld

De terugkeer van Irak naar de Biënnale van Venetië

Nedim Kufi en Ahmed Mater; twee bijzondere kunstenaars uit de Arabische wereld nu in Amsterdam

Kunstenaars uit de Arabische wereld in Nederland (Eutopia, 2011)

Zie ook mijn nieuwe Engelstalige blog over oa hedendaagse kunst uit de Arabische wereld On Global/Local Art

Tentoonstelling Diversity & Art- Qassim Alsaedy (Bagdad 1949) قاسم الساعدي

 

قاسم الساعدي 

Qassim Alsaedy – ‘Shortly after the War’

Qassim Alsaedy werd in 1949 geboren in Bagdad. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit de zuidelijke stad al-Amara, maar was, zoals zo velen in die tijd, naar de hoofdstad vetrokken. Het gezin had zich gevestigd in een huis vlak naast de Jumhuriyya Brug over de Tigris, niet ver van het Plein van de Onafhankelijkheid. Voor Alsaedy’s keuze voor het kunstenaarschap was dit gegeven zeker van belang. Na de revolutie van 1958, toen de door de Britten gesteunde monarchie van de troon werd gestoten, werd er op dit plein een begin gemaakt aan de bouw het beroemde vrijheidsmonument (Nasb al-Huriyya) van Iraks bekendste beeldhouwer Jewad Selim, die tegenwoordig veelal wordt gezien als de belangrijkste grondlegger van de modernistische kunst van Irak. Dit werk, dat in 1962 na de dood van Selim voltooid werd, maakte een grote indruk op Alsaedy. Het vrijheidsmonument van Jewad Selim deed Alsaedy voor het eerst beseffen dat kunst niet alleen mooi hoeft te zijn, maar ook werkelijk iets te betekenen kan hebben.

Ook een expositie van de beroemde Iraakse kunstenaar Shakir Hassan al-Said in het Kolbankian Museum in Bagdad in 1962, maakte grote indruk. Alsaedy besloot om zelf kunstenaar te worden. In 1969 deed hij zijn toelatingsexamen aan de kunstacademie van Bagdad, bij Shakir Hassan al-Said, die uiteindelijk een van zijn belangrijkste docenten zou worden in de tweede fase van zijn opleiding.

In de tijd dat Alsaedy zich inschreef aan de kunstacademie had Irak een roerige periode achter de rug en waren de vooruitzichten bijzonder grimmig. In 1963 had een kleine maar fanatieke nationalistische en autoritaire groepering, de Ba’thpartij, kortstondig de macht gegrepen. In de paar maanden dat deze partij aan de macht was, richtte zij een ware slachting aan onder alle mogelijke opponenten. Omdat de Ba’thi’s zo te keer gingen had het leger nog in datzelfde jaar ingegrepen en de Ba’thpartij weer uit de macht gezet. Tot 1968 werd Irak bestuurd door het autoritaire en militaire bewind van de gebroeders Arif, dat wel voor enige stabiliteit zorgde en geleidelijk steeds meer vrijheden toestond. In 1968 wist de Ba’thpartij echter weer de macht te grijpen, deze keer met meer succes. Het bewind zou aan de macht blijven tot 2003, toen een Amerikaanse invasiemacht  Saddam Husayn (president vanaf 1979) van de troon stootte. Toch opereerde de Ba’thpartij aan het begin van de jaren zeventig voorzichtiger dan in 1963 en dan zij later in de jaren zeventig zou doen. In eerste instantie werd het kunstonderwijs met rust gelaten, hoewel daar, precies in de periode dat Alsaedy studeerde, daar geleidelijk aan verandering in kwam.

        

Links: Qassim Alsaedy met Faiq Hassan (links), begin jaren zeventig
Rechts: Qassim Alsaedy met de kunstenaar Kadhim Haydar, ook een van zijn docenten, begin jaren zeventig (foto’s collectie Qassim Alsaedy)

Zover was het nog niet in 1969. Vanaf de jaren veertig was er in Irak een bloeiende avant-garde beweging ontstaan, vooral geïnitieerd door Jewad Selim en de Bagdadgroep voor Eigentijdse Kunst. Naast de groep rond Jewad Selim was er ook Faiq Hassan (Alsaedy’s belangrijkste docent in zijn eerste jaar) en Mahmud Sabri, wiens radicale avant-gardistische opvattingen zo slecht in de smaak vielen bij de Ba’thpartij, dat hij bijna uit de geschiedschrijving van de Iraakse moderne kunst is verdwenen. Toch waren juist de ideeën van Sabri, die al in de vroege jaren zeventig in ballingschap ging en zich uiteindelijk in Praag vestigde,  van groot belang voor Alsaedy’s visie op zijn kunstenaarschap. Van Sabri, die een geheel nieuw artistiek concept had ontwikkeld, het zogenaamde Quantum Realisme,leerde Alsaedy dat de kunstenaar de kunstenaar vooral een verschil kan maken door geheel vrij en onafhankelijk te zijn van welke stroming, ideologie of gedachtegoed dan ook, iets  wat hij in zijn verdere loopbaan altijd zou proberen na te streven.

Een andere belangrijke docent van Alsaedy was Shakir Hassan al-Said, een van de beroemdste kunstenaars van Irak en zelfs van de Arabische wereld. Al-Said bracht Alsaedy ook in contact met Jabra Ibrahim Jabra, de beroemde schrijver en kunstcriticus van Palestijnse afkomst, in die dagen een van de belangrijkste figuren binnen de Iraakse kunstscene. Maar verder was de invloed van Shakir Hassan van groot belang op Alsaedy’s artistieke vorming.  Na een expressionistische periode had Shakir Hassan al Said een zeer persoonlijke abstracte beeldtaal ontwikkeld, waarbij het Arabische alfabet als basis diende. Ook had al-Said een uitgebreide theorie ontwikkeld, die hij voor zijn werk als uitgangspunt nam. Hijzelf en een aantal geestverwanten vormden de zogenaamde One Dimension Group. Hoewel er misschien iets van een oppervlakkige verwantschap is tussen het werk van Shakir Hassan al-Said en dat van Alsaedy – ook al-Said liet zich vaak inspireren door opschriften op muren en ook veel van zijn werken hebben titels als Writings on a Wall zijn er ook wezenlijke verschillen. Al-Said en zijn geestverwanten putten vooral inspiratie uit de abstracte islamitische traditie, waarbij zij vooral het Arabisch schrift als uitgangspunt namen. De bronnen van Alsaedy hebben veelal een andere oorsprong, die niet in de laatste plaats samenhangen met een van de meest indringende ervaringen van leven.

Qassim Alsaedy, Rhythms in White, assemblage van dobbelstenen, 1999

Halverwege Alsaedy’s tijd aan de academie werd de controle van de Ba’thpartij, die nog maar net aan de macht was, steeds sterker. Het regime begon zich ook met het kunstonderwijs te bemoeien. Op een geven moment werd Alsaedy, samen met een paar anderen, uitgenodigd door een paar functionarissen van het regime. In 2000 beschreef Alsaedy deze bijeenkomst als volgt: ‘We were invited for a meeting to drink some tea and to talk. They told us they liked to exhibit our works, in a good museum, with a good catalogue and they promised all these works would be sold, for the prize we asked.  It seemed that the heaven was open for us. But then they came with their conditions. We had to work according the official ideology  and they should give us specific titles. We refused their offer, because we were artists who were faithful towards our own responsibility: making good and honest art. When we agreed we would sold ourselves. (..) Later they found some very cheap artists who were willing to sell themselves to the regime and they joined them. All their paintings had been sold and the prizes were high. One of them, I knew him very well, he bought a new villa and a new car. And in this way they took all the works of these bad artists, and showed them and said: “Well, this is from the party and these are  the artists of Iraq”. The others were put in the margins of the cultural life’ (uit mijn Interview met Qassim Alsaedy, 8-8-2000).

Qassim Alsaedy, Saltwall, olieverf op doek, 2005

Alsaedy benadrukt dat bijna zijn hele generatie ‘nee’ heeft gezegd tegen het regime, waarvoor velen een hoge prijs hebben moeten betalen. Alsaedy spreekt dan ook van ‘the lost generation’, waarmee hij specifiek de lichting kunstenaars van de jaren zeventig bedoelt. De kunstenaars van voor die tijd hadden al een carrière voordat het regime zich met de kunsten ging bemoeien en de latere generatie had te maken met kunstinstituties die al geheel waren geïncorporeerd in het staatsapparaat. De problemen waarmee die kunstenaars te maken kregen waren natuurlijk minstens net zo groot, maar van een andere aard, dan de lichting kunstenaars die gevormd werd gedurende de periode van transitie. De generatie van de jaren zeventig zag en ervoer hoe de kunstscene langzaam werd ‘geba’thificeerd’.

Ook was Alsaedy lid van een verboden studentenbond. Dit alles leidde uiteindelijk tot zijn arrestatie. Op een gegeven moment werd Alsaedy midden op de dag opgepakt en afgevoerd naar de meest beruchte gevangenis van Irak van dat moment, al-Qasr al-Nihayyah, ‘het Paleis van het Einde’. Dit was het voormalige Koninklijke Paleis dat in de jaren zeventig door het regime als gevangenis was ingericht, totdat in de jaren tachtig de inmiddels algemeen bekende en beruchte Abu Ghraib open ging.

Voor negen maanden ging Alsaedy door de meest intensieve periode van zijn leven. Martelingen en de permanente dreiging van executie waren aan de orde van de dag. Gedurende de negen maanden dat hij zich hier bevond werd Alsaedy teruggeworpen tot zijn meest elementaire bestaan. Zijn omgeving was gereduceerd tot de gevangenismuren. Daar kwam Alsaedy tot een belangrijk inzicht. Hij ontdekte dat de velen die voor hem zich in deze ruimte hadden bevonden kleine sporen van hun bestaan hadden achtergelaten. Op de muren waren ingekraste tekeningen of opschriften zichtbaar, meestal nog maar vaag zichtbaar.  Alsaedy kwam tot het besef dat deze tekeningen van de gevangenen de laatste strohalm betekenden om mens te blijven. Zelfs in de donkerste omstandigheden trachtten mensen op de been te blijven door zich te uiten in primitief gemaakte tekeningen of om hun getuigenissen op de muren te krassen. Dit inzicht zou allesbepalend zijn voor Alsaedy’s verdere kunstenaarschap. Het thema ‘krassen of tekens op muren’, de rode draad in zijn hele oeuvre, vond hier zijn oorsprong.

Na deze negen maanden werd Alsaedy, middels een onverwachte amnestieafkondiging, samen met een groep andere gevangenen weer vrijgelaten. Een succesvol bestaan als kunstenaar via de gevestigde kanalen in Irak zat er voor hem niet meer in. Alsaedy werd definitief als verdacht bestempeld en was bij het regime uit de gratie geraakt. Hij besloot zijn heil elders te zoeken en week in 1979 uit naar Libanon. Daar participeerde hij samen met andere uitgeweken Iraakse kunstenaars aan een tentoonstelling die  mede een aanklacht was tegen het regime van de Ba’thpartij in Irak.

De onrustige situatie in het Midden Oosten maakte dat Qassim Alsaedy als Iraakse balling altijd op de vlucht moest, om te proberen elders een (tijdelijk) veilig heenkomen te zoeken. Door de burgeroorlog was Libanon een allerminst veilige plek en bovendien voltrokken zich ook nieuwe ontwikkelingen in Irak. Saddam Husayn was inmiddels president geworden en had alle oppositie, zelfs binnen zijn eigen partij, geëlimineerd. Vervolgens had hij zijn land in een bloedige oorlog met Iran gestort. Hoewel de Ba’thpartij met straffe hand het land controleerde, was er in het Koerdische noorden een soort schemergebied ontstaan, waar veel Iraakse oppositiekrachten naar waren uitgeweken. Door de chaotische frontlinies van de oorlog en doordat de Koerden, beter dan welke andere groepering in Irak, zich hadden georganiseerd in verzetsgroepen, was dit een gebied een soort vrijhaven geworden. Alsaedy kwam in 1982 terecht in de buurt van Dohuk, in westelijk Koerdistan en sloot zich, samen met andere Iraakse ‘politiek ontheemden’, aan bij de Peshmerga, de Koerdische verzetsstrijders. Naast dat hij zich bij het verzet had aangesloten was hij ook actief als kunstenaar. Naar aanleiding van deze ervaringen maakte hij later een serie werken, die bedekt zijn met een zwarte laag, maar waarvan de onderliggende gekleurde lagen sporadisch zichtbaar zijn door de diepe krassen die hij in zijn schilderijen had aangebracht.

Qassim Alsaedy, Black Field, olieverf op doek, 1999

Alsaedy over deze werken (zie bovenstaande afbeelding): ‘In Kurdistan I joined the movement which was against the regime. I worked there also as an artist. I exhibited there and made an exhibition in a tent for all these people in the villages, but anyhow, the most striking was the Iraqi regime used a very special policy against Kurdistan, against this area and also against other places in Iraq. They burned and sacrificed the fields by enormous bombings. So you see, and I saw it by myself, huge fields became totally black. The houses, trees, grass, everything was black. But look, when you see the burned grass, late in the season, you could see some little green points, because the life and the beauty is stronger than the evil. The life was coming through. So you saw black, but there was some green coming up. For example I show you this painting which is extremely black, but it is to deep in my heart. Maybe you can see it hardly but when you look very sensitive you see some little traces of life. You see the life is still there. It shines through the blackness. The life is coming back’ (geciteerd uit mijn interview met Alsaedy uit 2000).

Een impressie uit Alsaedy’s atelier, februari 2011

Gedurende bijna de hele oorlog met Iran verbleef Alsaedy in Koerdistan. Aan het eind van de oorlog, in 1988, lanceerde het Iraakse regime de operatie al-Anfal, de grootschalige zuivering van het Koerdische platteland en de bombardementen met chemische wapens op diverse Koerdische steden en dorpen, waarvan die op Halabja het meest berucht is geworden. Voor Alsaedy was het in Irak definitief te gevaarlijk geworden en moest hij zijn heil elders zoeken.

Het werd uiteindelijk Libië. Alsaedy: ‘I moved to Libya because I had no any choice to go to some other place in the world. I couldn’t go for any other place, because I couldn’t have a visa. It was the only country in the world I could go. Maybe it was a sort of destiny. I lived there for seven years. After two years the Kuwait war broke out in Iraq followed by the embargo and all the punishments. In this time it was impossible for a citizen of Iraq to have a visa for any country in the world’ (uit interview met Qassim Alsaedy, 2000).

Hoe vreemd het in de context van nu ook mag klinken, gedurende die tijd leefde Muammar al-Qadhafi in onmin met zo’n beetje alle Arabische leiders, inclusief Saddam Husayn. Het was precies op dat moment in de grillige loopbaan van de Libische dictator, dat hij zijn deuren opende voor alle mogelijke dissidenten van diverse pluimage uit de hele Arabische wereld. Ook Alsaedy kon daar zijn heenkomen zoeken en hij kreeg bovendien een betrekking als docent aan de kunstacademie van Tripoli.

   

   

Qassim Alsaedy werkt met zijn studenten in Tripoli aan een speciaal muurschilderingenproject, in 1989 en in 1994 (foto’s collectie Qassim Alsaedy)- klik op afbeelding voor vergrote weergave

In Libië voerde hij ook een groot muurschilderingenproject uit. Tegen zijn eigen verwachting in kreeg hij toestemming voor zijn plannen. Alsaedy: ‘I worked as a teacher on the academy of Tripoli, but the most interesting thing I did there was making many huge wallpaintings. The impossible happened when the city counsel of Tripoli supported me to execute this project. I had always the dream how to make the city as beautiful as possible. I was thinking about Bagdad when I made it. My old dream was to do something like that in Bagdad, but it was always impossible to do that, because of the regime. I believe all the people in the world have the right on freedom, on water, on sun, on air, but also the right on beauty. They have the right on beauty in the world, or in their lives. So one of my aims was to make wallpaintings and I worked hard on it. They were abstract paintings, but I tried to give them something of the atmosphere of the city. It is an Arabic, Islamic city with Italian elements. I tried to make something new when I studied the Islamic architecture. I worked on them with my students and so something very unusual happened, especially for the girls, because in our society it is not very usual to see the girls painting on the street. It was a kind of a shock, but in a nice way. It brought something positive’ (interview met Qassim Alsaedy, 2000).

Toch was ook Libië een politiestaat en zat het gevaar in een klein hoekje. De functionaris van het Libische regime, onder wiens verantwoordelijkheid Alsaedy’s project viel, vond een oranjekleurige zon in een van Alsaedy’s muurschilderingen verdacht. Volgens hem was deze zon eigenlijk rood en zou het gaan om verkapte communistische propaganda (zie bovenstaande afbeeldingen, rechtsonder). Alsaedy werd te kennen gegeven dat hij de zon groen moest schilderen, de kleur van de ‘officiële ideologie’ van het Qadhafi-bewind (zie het beruchte en inmiddels ook hier bekende ‘Groene Boekje’). Alsaedy weigerde dit en werd meteen ontslagen.

Zijn ontslag betekende ook dat Alsaedy’s verblijf in Libië een riskante aangelegenheid was geworden. Hij exposeerde nog wel in het Franse Culturele Instituut, maar had alle reden om zich niet meer veilig te voelen. Hij besloot dat het beter was om met zijn gezin zo snel mogelijk naar Europa te verdwijnen. Uiteindelijk kwam hij in 1994 aan in Nederland.

Vanaf eind jaren negentig, toen Alsaedy na een turbulent leven met vele omzwervingen ook de rust had gevonden om aan zijn oeuvre te bouwen, begon hij langzaam maar zeker zichtbaar te worden in de Nederlandse kunstcircuits. Zijn eerste tentoonstellingen waren vaak samen met zijn ook uit Irak afkomstige vriend Ziad Haider (zie deze eerdere expositie). Met een viertal andere uit Irak afkomstige kunstenaars (waaronder ook Hoshyar Rasheed, zie deze eerdere expositie) exposeerde hij in 1999 in Museum Rijswijk, zijn eerste museale tentoonstelling in Nederland.

In die periode werd de centrale thematiek van Alsaedy’s werk steeds meer zichtbaar. Voor Qassim Alsaedy staan de sporen die de mens in de loop der geschiedenis achterlaat centraal, van de vroegste oudheid (bijvoorbeeld Mesopotamië) tot het recente verleden (zie zijn ervaring in de gevangenis, of de zwarte laag in zijn ‘Koerdische landschappen’).

In 2000 formuleerde hij zijn centrale concept als volgt: ‘When I lived in Baghdad I travelled very often to Babylon or other places, which were not to far from  Baghdad. It is interesting to see how people reuse the elements of the ancient civilizations. For example, my mother had an amulet of cylinder formed limestones. She wore this amulet her whole lifetime, especially using it when she had, for example a headache. Later I asked her: “Let me see, what kind of stones are these?” Then I discovered something amazing. These cylinder stones, rolling them on the clay, left some traces like the ancient writings on the clay tablets. There was some text and there were some drawings. It suddenly looked very familiar. I asked her: “what is this, how did you get these stones?” She told me that she got it from her mother, who got it from her mother, etc. So you see, there is a strong connection with the human past, not only in the museum, but even in your own house. When you visit Babylon you find the same traces of these stones. So history didn’t end.

In my home country it is sometimes very windy. When the wind blows the air is filled with dust. Sometimes it can be very dusty you can see nothing. Factually this is the dust of Babylon, Ninive, Assur, the first civilizations. This is the dust you breath, you have it on your body, your clothes, it is in your memory, blood, it is everywhere, because the Iraqi civilizations had been made of clay. We are a country of rivers, not of stones. The dust you breath it belongs to something. It belongs to houses, to people or to some clay tablets. I feel it in this way; the ancient civilizations didn’t end. The clay is an important condition of making life. It is used by people and then it becomes dust, which falls in the water, to change again in thick clay. There is a permanent circle of water, clay, dust, etc. It is how life is going on and on.

I have these elements in me. I use them not because I am homesick, or to cry for my beloved country. No it is more than this. I feel the place and I feel the meaning of the place. I feel the voices and the spirits in those dust, clay, walls and air. In this atmosphere I can find a lot of elements which I can reuse or recycle. You can find these things in my work; some letters, some shadows, some voices or some traces of people. On every wall you can find traces. The wall is always a sign of human life’ (interview met Qassim Alsaedy, 2000).

Qassim Alsaedy, Rhythms, spijkers op hout, 1998

 

Qassim Alsaedy, uit de serie Faces of Baghdad, assemblage van metaal en lege patroonhulzen op paneel, 2005 (geëxposeerd op de Biënnale van Florence van 2005)

Een opvallend element in Alsaedy’s werk is het gebruik van spijkers. Ook op deze tentoonstelling zijn daar een aantal voorbeelden van te zien. Over een ander werk, een assemblage van spijkers in een verschillende staat van verroesting zei Alsaedy (voor een documentaire van de Ikon uit 2003) het volgende: ‘Dit heb ik gemaakt om iets over de pijn te vertellen. Wanneer de spijkers wegroesten zullen zij uiteindelijk verdwijnen. Er blijven dan alleen nog maar een paar gaatjes over. En een paar kruisjes’ (uit Beeldenstorm, ‘Factor’, Ikon, 17 juni 2003).

Een zelfde soort element zijn de patroonhulzen, die vaak terugkeren in Alsaedy’s werk, ook op deze tentoonstelling. Ook deze zullen uiteindelijk vergaan en slechts een litteken achterlaten.

In een eerder verband heb ik Alsaedy’s werk weleens vergeleken met dat van Armando (bijv.  in ISIM Newsletter 13, december 2003). Beiden raken dezelfde thematiek. Toch zijn er ook belangrijke verschillen. In zijn ‘Schuldige Landschappen’ geeft Armando uitdrukking aan het idee dat er op een plaats waar zich een dramatische gebeurtenis heeft afgespeeld (Armando verwijst vaak naar de concentratiekampen van de Nazi’s) er altijd iets zal blijven hangen, al zijn alle sporen uitgewist. Alsaedy gaat van hetzelfde uit, maar legt toch een ander accent. In zijn zwarte werken en met zijn gebruik van spijkers en patroonhulzen  benadrukt Alsaedy juist dat de tijd uiteindelijk alle wonden heelt, al zal er wel een spoor achterblijven.

Qassim Alsaedy (ism Brigitte Reuter), Who said no?, installatie Flehite Museum, Amersfoort, 2006

Sinds de laatste tien jaar duikt er in het werk van Alsaedy steeds vaker een crucifix op. Ook op deze tentoonstelling is daar een voorbeeld van te zien. Dat is opmerkelijk, omdat de kunstenaar geen Christelijke achtergrond heeft en ook niet Christelijk is. Alsaedy heeft het verhaal van Jezus echter ontdaan van zijn religieuze elementen.  Duidelijk bracht hij dit tot uitdrukking in zijn installatie in het Flehite Museum in Amersfoort, getiteld ‘Who said No?’ Los van de religieuze betekenis, is Jezus voor Alsaedy het ultieme voorbeeld van iemand die duidelijk ‘Nee’ heeft gezegd tegen de onderdrukking en daar weliswaar een hoge prijs voor heeft betaald, maar uiteindelijk gewonnen heeft. Op de manier zoals Alsaedy de crucifix heeft verwerkt is het een herkenbaar symbool geworden tegen dictatuur in welke vorm dan ook.

Detail ‘tegelvloer’ van Qassim Alsaedy en Brigitte Reuter

Gedurende de afgelopen tien jaar heeft Alsaedy veel samengewerkt met de ceramiste Brigitte Reuter. Ook op deze tentoonstelling zijn een aantal van hun gezamenlijke werken geëxposeerd. Gezien Alsaedy’s fascinatie voor het materiaal (zie zijn eerdere opmerkingen over de beschavingen uit de oudheid van Irak) was dit een logische keuze. De objecten zijn veelal door Reuter gecreëerd en door Alsaedy van reliëf voorzien, vaak een zelfde soort tekens die hij in zijn schilderijen heeft verwerkt. Door de klei te bakken, weer te bewerken of te glazuren en weer opnieuw te bakken, ontstaat er een zelfde soort gelaagdheid die ook in zijn andere werken is te zien. Een hoogtepunt van hun samenwerking was een installatie in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden in 2008. In het Egyptische tempeltje van Taffeh, dat daar in de centrale hal staat, legden zij een vloer aan van gebakken en bewerkte stenen. Maar ook eerder, in het Flehite Museum, waren veel van hun gezamenlijke ‘vloeren’ en objecten te zien.

1287803366_6_BDNC[1]

1287993798_6_aF3h[1]

 

 

Uit Book of Time, gemengde technieken op papier, 2001 (detail)

Een ander interessant onderdeel van Alsaedy’s oeuvre zijn zijn tekeningenboekjes. Op deze tentoonstelling is daar een van te bezichtigen,  Book of Time, uit 2001. Pagina na pagina heeft hij, als het ware laag over laag, verschillende tekens aangebracht met verschillende technieken (pentekening, inkt, aquarel en collage). Ook hier is zijn kenmerkende ‘tekenschrift’ zeer herkenbaar.

In 2003 werd het Ba’thregime van Saddam Husayn door een Amerikaanse invasiemacht ten val gebracht. Net als op alle in ballingschap levende Iraki’s, had dit ook op Qassim Alsaedy een grote impact. Hoewel zeker geen voorstander van de Amerikaanse invasie en bezetting (zoals de meeste van zijn landgenoten) betekende het wel dat, ondanks alle onzekerheden, er nieuwe mogelijkheden waren ontstaan. En bovenal dat het voor Alsaedy weer mogelijk was om zijn vaderland te bezoeken.  In de zomer van 2003 keerde hij voor het eerst terug. Naast

 

  

Qassim Alsaedy, object uit ‘Last Summer in Baghdad’, assemblage van kleurpotloden op paneel, 2003

Qassim Alsaedy, Shortly after the War, 2011 (detail)

dat hij natuurlijk zijn familie en oude vrienden had bezocht, sprak hij ook met een heleboel kunstenaars, dichters, schrijvers, musici, dansers en vele anderen over hoe het Iraakse culturele leven onder het regime van Saddam had geleden. Van de vele uren film die hij maakte, zond de VPRO een korte compilatie uit, in het kunstprogramma RAM, 19-10-2003 (hier te bekijken).

In de jaren daarna bleef dit bezoek een belangrijke bron van inspiratie. Alsaedy maakte verschillende installaties en objecten. Vaak zijn in deze werken twee kanten van de medaille vertegenwoordigd, zowel de oorlog en het geweld, maar ook de schoonheid, die eeuwig is en het tijdelijke overwint.

Vanaf halverwege de jaren 2000 is Qassim Alsaedy steeds zichtbaarder geworden in zowel Nederlandse als buitenlandse kunstinstellingen. Vanaf 2003 exposeerde hij regelmatig  in de gerenommeerde galerie van Frank Welkenhuysen in Utrecht, waar hij tegenwoordig als vaste kunstenaar aan verbonden is. Ook participeerde hij in de Biënnale van Florence in 2003 en exposeerde hij tweemaal in het Rijksmuseum van Oudheden. Een belangrijk hoogtepunt was zijn grote solotentoonstelling in het Flehite Museum in Amersfoort in 2006.

Met enige trots presenteren wij in Diversity & Art zijn project ‘Shortly after the War’.

Floris Schreve

Amsterdam, april 2011

 

 

 

222012_218632921487529_100000224696132_1002776_6152992_n[1]

215539_218632528154235_100000224696132_1002774_6885765_n[1]

 Qassim Alsaedy bij de inrichting van de tentoonstelling

Diversity & Art | Sint Nicolaasstraat 21 | 1012 NJ Amsterdam| The Netherlands | open: Thursday 13.00 – 19.00 | Friday and Saturday 13.00 – 17.00 

VERLENGD TOT ZATERDAG 4 JUNI 

 

قاسم الساعدي 

 

April 22-Qassim Alsaedy “Shortly after the War” May 28

Alsaedy

Opening on Friday April 22 at 17:30 by Neil van der Linden,
specialist in art and culture of the Arab and Muslim world
(mainly in the field of music and theater)

doors open at 16.30

LectureonTUESDAY,May 17at 20:00byFloris Schreve
“Modern and Contemporary ArtofIraqand the Arab world”

 
Qassim Alsaedy (Baghdad 1949) studied painting at the Academy of Fine Arts in Baghdad from 1969 to 1973. He was a student of the late Shakir Hassan al-Said, one of the most significant and influential artists of Iraq and even the Arab World. During his time at the academy Alsaedy was arrested and imprisoned for almost a year. Free again in1979, he organized with other Iraqi artists an exhibition in Lebanon, in which they stated against the Iraqi regime. Back in Iraq, he joined the Kurdish rebels in the North, where he also was active as an artists and even exhibited in tents. After the Anfal campaign against the Kurds in1988 he withdrew to Libya where he could work in relative freedom and where he became a teacher at the Art Academy of Tripoli until 1994, when he came to the Netherlands .
Alsaedy’s work is dominated by two themes, love versus pain and the ongoing cycle of growth and decay, a recycling of material when man leaves his characters and traces as a sign of existence through the course of history.Love is represented by beauty in bright and deep colors. The pain from the scars of war and destruction is visualized by the empty cartridge cases from the battlefield or represented by the rusty nails, an important element in many of his works. “The pain has resolved as the nails are completely rusted away”, states Alsaedy. In his three dimensional work, the duality of pain and beauty is always the main theme.

For this occasion Qassim Alsaedy will present his installation of several objects ‘Shortly after the War’. The ceramic objects are created in collaboration with the Dutch/German artist Brigitte Reuter (see http://www.utrechtseaarde.nl/reuter_b.html )

 Alsaedy

An impression of Alsaedy’s recent work in his studio (February 2011):

See also:

http://www.qassim-alsaedy.com/

http://www.kunstexpert.com/kunstenaar.aspx?id=4481

http://www.diversityandart.com/centre.htm

See also on this blog:

Interview with the Iraqi artist Qassim Alsaedy

In Dutch:

Iraakse kunstenaars in ballingschap

Drie kunstenaars uit de Arabische wereld

links naar artikelen en uitzendingen over kunstenaars uit de Arabische wereld

Denkend aan Bagdad- door Lien Heyting

van International Network of Iraqi Artists (iNCIA), Londen: http://www.incia.co.uk/31293.html.

SOLO EXHIBITION

Qassim Alsaedy

22 Apr – 28 May 2011

Diversity and Art
Netherlands

Born Baghdad 1949, AlSaedy studied painting at the Academy of Fine Arts in Baghdad from 1969-73. He was a student of the late Shakir Hassan al-Said, one of the most significant and influential artists of Iraq and even the Arab World. During his time at the academy Alsaedy was arrested and imprisoned for almost a year. Free again in1979, he organized with other Iraqi artists an exhibition in Lebanon, as a statement against the Iraqi regime. Back in Iraq, he joined the Kurdish rebels in the North, where he also was active as an artist and even exhibited in tents. After the Anfal campaign against the Kurds in 1988 he withdrew to Libya where he could work in relative freedom and where he became a teacher at the Art Academy of Tripoli until 1994, when he came to the Netherlands.  Alsaedy’s work is dominated by two themes, love versus pain and the ongoing cycle of growth and decay, a recycling of material when man leaves his characters and traces as a sign of existence through the course of history. Love is represented by beauty in bright and deep colors. The pain from the scars of war and destruction is visualized by the empty cartridge cases from the battlefield or represented by the rusty nails, an important element in many of his works. “The pain has resolved as the nails are completely rusted away”, states Alsaedy. In his three dimensional work, the duality of pain and beauty is always the main theme.  For this occasion Qassim Alsaedy will present his installation of several objects ‘Shortly after the War’. The ceramic objects are created in collaboration with the Dutch/German artist Brigitte Reuter.

Diversity & Art

van http://www.sutuur.com/ar/iraqi-outside/158-qassimalsaedy:

المعرض الجديد للفنان قاسم الساعدي

بعد الحرب بقليل

صياغة جديدة لمعادلة الامل والالم

الثاني والعشرون من نيسان الجاري , وعلى صالة كاليري

“DIVERSITY & ART ”

في امستردام , يفتتح المعرض الشخصي الجديد للفنان قاسم الساعدي , المعنون ب :

بعد الحرب بقليل

حيث سيعرض فيه مختارات من احدث اعماله, تضم لوحات , نحت , اعمال ثلاثية الابعاد, مخطوطة كتاب, وبعض قطع السيراميك التي انجزها الفنان بالتعاون مع الفنانة الالمانية بريجيت رويتر

وسيقدم الفنان اضافة الى ذلك عملا تركيبيا ” انستليشن ” يتكون من اكثر من خمسين قطعة مخلفة الاشكال والحجوم والتقنيات : لوحات صغيرة , منحوتات , سيراميك , كولاج …الخ , وقد استعار الفنان عنوان العمل التركيبي ليكون عنوان للمعرض باسره

ياءتي هذا المعرض , بعد معرضه الشخصي الذي افتتح منتتصف شهر تشرين الثاني نوفمبر , على فضاءات غاليري

” Frank Welkenhuysen ”

بمدينة اوترخت و وكان بعنوان : ” الطريق الى بغداد ” والذي حظي بنجاح واهتمام ملحوظ

يذكر ان على اجندة الفنان الساعدي العديد من المشاريع والمعارض التي ستستضيفها بعض الغاليريات والمتاحف في هولندا وبلجيكا والمملكة المتحدة .

هذا ويتطلع الفنان الى اقامة معرضه الشخصي في وطنه العراق , ويصفه بالحلم الممكن والمستحيل

لمزيد من المعلومات عن المعرض:

http://www.diversityandart.com/

Opening

 

Qassim Alsaedy met Brigitte Reuter (met wie hij samen het keramische werk maakte)

De Iraakse kunstenaars Wiedad Thamer, Salam Djaaz, Aras Kareem en Iman Ali

Qassim Alsaedy voor de camera van de Iraakse journalist Riyad Fartousi (zie filmpje helemaal onderaan dit bericht)

Qassims vrouw Nebal en dochter Urok

1289654202_6_gRs0[1]

vlnr ikzelf, de Iraaks Koerdische journalist Goran Baba Ali (hoofdredacteur Ex Ponto), de Iraakse schrijver en journalist Riyad Fartousi, Qassim Alsaedy, Nebal Shamky (Qassims vrouw) en Ali Reza (onze Iraanse bovenbuurman)

De Iraaks Koerdische kunstenaar Aras Kareem (zie deze eerdere expositie), bij het werk van Qassim Alsaedy

Neil van der Linden, die de opening verrichtte

vlnr Goran Baba Ali, Herman Divendal (van AIDA), ikzelf, Riyad Fartousi, Qassim Alsaedy, Liesbeth Schreve, Scarlett Hooft Graafland en nog een bezoeker

interview met Qassim Alsaedy en Goran Baba Ali op de opening voor een Arabische zender (http://www.sutuur.com/ar/video)

Interview met Qassim Alsaedy door Entisar Al-Ghareeb

invisible hit counter

Bijeenkomst AIDA bij The Unwanted Land

Posted in hedendaagse kunst, kunst, niet-westerse hedendaagse kunst, politiek by Floris Schreve on 4 februari 2011

Van de site van AIDA, http://aidanederland.nl/wordpress/projecten/seizoen-2010-2011/the-unwanted-land/

The Unwanted Land

30 januari was voor AIDA belangrijke dag.
We troffen elkaar op de prachtige locatie ‘Museum Beelden aan Zee’, bij de tentoonstelling ‘The unwanted Land’.

Deze tentoonstelling gaat over migratie. In feite gaat het vooral over de zoektocht naar de eigen identiteit.
En dat is precies waar AIDA het 30 januari met de bij AIDA aangesloten kunstenaars over wilde hebben.

AIDA is een organisatie die kunst als sleutelwoord gebruikt.
Het is de kunst die spreekt.
Kunst die zich laat zien en horen, zelfs wanneer deze de heersende regimes niet bevalt. Omdat het moet, omdat het niet anders kan, tenzij iemand zijn eigen recht van bestaan prijsgeeft.

De dag begon met een rondleiding door de kunstenaars de tentoonstelling, Rudi Struik, Renée Ridgway, Sonja van Kerkhof, Dirk de Bruyn, en medecurator Kitty Zijlmans.
In groepen werd gedebatteerd over cultuur en politiek in hedendaags Nederland, over de rol van kunstenaars, en over het nut van belangenorganisaties voor kunstenaars.

’s Middags waren organisaties en instellingen uit het netwerk van AIDA uitgenodigd om deel te nemen aan het slotdebat.
In totaal 75 mensen hebben op een hartverwarmende manier inhoudelijk gediscussieerd.

Gespreksonderwerpen ‘The Unwanted Land’

Thema 1. ‘The unwanted Land’
De tentoonstelling ‘The Unwanted Land’ gaat over migratie. Mensen vertrekken omdat ze willen, kunnen of moeten. Een gedwongen verplaatsing is niet alleen negatief. Het gaat ook gepaard met wat mensen wel willen. Een veilige plek om te wonen en je te ontwikkelen als kunstenaar behoren tot de basisbehoefte van de gevluchte kunstenaar. Deze mogelijkheden zijn niet vanzelfsprekend. De geschiedenis van AIDA laat zien dat de ruimte voor deze mogelijkheden keer op keer bevochten moeten worden. In het huidige politieke klimaat staat dit onder druk. Welke mogelijkheden voor kunstenaars en vluchtelingen staan er in het huidige politieke klimaat op de tocht? Kortom dreigt de ‘wanted’  in ‘unwanted’  te veranderen?

  • Cultuur subsidiëren hoort in een welvarend land als Nederland niet onder druk te staan, behalve nu het economisch tegen zit.
  • Het is de taak van een overheid kunstenaars de ruimte te geven zich te ontwikkelen.
  • Xenofobie is in opkomst, kunst lijdt hieronder.

Thema 2. De rol van de kunstenaar in hedendaags Nederland
De bezuinigingsronden van het huidige kabinet raakt de cultuursector keihard. De tijd is meer dan ooit rijp voor kunstenaars om te zeggen waar ze voor staan. Engagement vloeit voort uit onvrede over een maatschappelijk probleem en de drang om daar iets aan te doen. Dit wil niet zeggen dat engagement zichtbaar moet zijn in de kunst zelf. Betrokkenheid bij problemen in de samenleving kent veel verschillende vormen. Gevluchte kunstenaars zijn ervaringsdeskundige op het gebied van bureaucratie, uitsluitingpolitiek en censuur. Juist zij kunnen als ‘experts’ een belangrijke rol vervullen in het maatschappelijk debat over de functie en het belang van kunst.

  • Gevluchte kunstenaar zijn ervaringsdeskundige op het gebied van bureaucratie, uitsluitingpolitiek en censuur. Juist zij kunnen als experts een belangrijke rol vervullen in het maatschappelijk debat over vrijheid.
  • Voegt het werk van gevluchte kunstenaars iets toe aan de hedendaagse kunst?
  • Engagement in de kunst leidt onherroepelijk tot propaganda.

Thema 3. De toekomst van belangenorganisaties
Belangenorganisaties maken zich hard voor een specifieke groep. Wat betekent een belangenorganisatie zoals AIDA voor ‘zijn groep’. Is het in de hedendaagse mondiale kunstwereld nog nodig dat er belangenorganisaties bestaan? En zo ja, hoe moeten ze overleven in de toekomst nu het economisch slechter gaat? Voor het behoudt van belangenorganisaties zoals AIDA kan het goed zijn om het draagvlak te vergroten en de positie te verstevigen. Door bijvoorbeeld samenwerkingsverbanden aan te gaan of zelfs te fuseren. Of is de kracht van AIDA uist gelegen in zijn specifieke taak gevluchte kunstenaars te ondersteunen? Gaat deze taak verloren als AIDA opgaat in een grotere organisatie?

  • Belangenorganisaties zijn overbodig geworden! De kunstwereld is in de afgelopen decennia geglobaliseerd. Kunstenaars uit alle windstreken zijn vertegenwoordigd in het aanbod hedendaagse kunst. Enkel de kwaliteit van kunstwerken bepalen het succes, ongeacht afkomst of levensloop.
  • Het werk van kunstenaars moet voor zichzelf spreken. Daar is geen belangenorganisatie voor nodig.
  • Een belangenorganisatie werkt belemmerend en beperkend: zij plaats een groep in een hokje. Omdat de kunstwereld globaliseert, werkt dit elkaar extra tegen.
  • Kunstenaars kunnen zonder AIDA.

Groepsfoto van alle deelnemers

http://aidanederland.nl/wordpress/aida/over-aida/eerste-liefde-judith-koelemeijer/

Eerste liefde – Judith Koelemeijer

Eerste liefde

Door Judith Koelemeijer

Acht talen worden er gesproken door de kunstenaars die op deze zondagmiddag bij elkaar zitten in een klein, warm zaaltje van het museum Beelden aan Zee. Servo-Kroatisch, Azeri, Syrisch, Farsi, Frans, Georgisch, Spaans… Acht talen, acht werelden, bij elkaar gebracht aan één tafel, waar zij in een mengeling van Nederlands en Engels het antwoord proberen te vinden op één vraag: wat is in deze tijd nog het belang van een organisatie als AIDA?

Alle kunstenaars kwamen ooit als vluchteling naar Nederland, en werden door AIDA ondersteund. Voor velen aan tafel is dat al lang geleden, vaak zeker vijftien jaar. Toch praten zij over die roerige beginperiode alsof het gisteren was – en herinneren zij zich AIDA als hun eerste grote liefde in een vreemd en kil land.

‘Als gevluchte kunstenaar ben je aanvankelijk niemand’, zegt een Afghaanse vrouw. ‘Je hebt geen status meer, geen werk – je hebt alles achter je gelaten. Je bent als een kind dat bij de hand moet worden genomen en opnieuw moet leren lopen. En dan is het zo belangrijk dat er een organisatie als AIDA is die dat begrijpt, en die zegt: kijk, dat is de weg, daar moet je heen, want ik weet wie jij bent.’

Ik moet denken aan wat de schrijver en Nobelprijswinnaar Ivo Andric ooit zei. Kunstenaars roepen per definitie achterdocht op, meende hij. Want wat spoken zij toch uit, in hun ateliers, hun werkkamers en repetitieruimtes? Hoe komen zij aan de kost? Kunstenaars raken eraan gewend zichzelf te verdedigen. Gevluchte kunstenaars zijn wat dat betreft dubbel verdacht – en zullen zichzelf nog veel vaker moeten uitleggen. Want is het wel waar dat zij in hun eigen land beroemd waren, nu wij de schilderijen of films niet kunnen zien die zij bij hun vlucht achterlieten, nu wij de vreemde talen in hun boeken en gedichtenbundels niet kunnen lezen?

‘Als ik in Iran over straat liep, vroegen de mensen om mijn handtekening’, vertelt een Iraanse actrice met vlammende ogen. ‘In Nederland moest ik bij nul beginnen. Een gevluchte kunstenaar of artiest heeft in principe dezelfde mogelijkheden als iedere Nederlandse kunstenaar of artiest. Maar je blijft ánders – al wordt dat niet door iedereen ingezien.’

Ik begrijp wat zij zegt. Ik leef zelf met een man die ‘anders’ is. Hij is filmmaker, en kwam in 1994 vanuit Sarajevo naar Nederland. Ik heb gezien hoeveel tijd en strijd het kost om jezelf opnieuw uit te vinden, in een ander land, een andere cultuur, een andere taal. En wat het betekent wanneer je als kunstenaar niet mag werken – omdat vluchtelingen nu eenmaal moeten wachten, eindeloos wachten op een verblijfsstatus. Meer dan wie ook, ís een kunstenaar zijn werk. Als hij niet werkt, weet hij niet meer wie hij is.

‘Je kunt toch ook als filmoperator aan de slag gaan?’, riep ik in mijn wanhoop soms uit, wanneer ik zag hoezeer het niet-werken hem terneer drukte. ‘Een zwart baantje ergens, zodat je iets om handen hebt?’

Ik wilde niet dat mijn man anders was. Steeds weer moest ik hem tegenover familieleden of vrienden verdedigen. Ook ik werd geraakt door de diep gewortelde achterdocht waar Andric over sprak. ‘Als ik films ga draaien in een bioscoop, word ik nooit meer wie ik was’, zei mijn man.

Het was AIDA, die hem weer hoop gaf. Want AIDA kende niet alleen de wegen, maar ook de omwegen, en wat eerst niet kon, kon nu wel. Mijn man ging een workshop geven. Hij maakte via AIDA een korte film voor televisie. Ineens lagen er overal briefjes met aantekeningen in huis, als het tastbare bewijs van de nieuwe inspiratie en zin. Nachtenlang zaten we samen achter de computer om een Nederlandstalig scenario te schrijven, bekvechtend over de juiste woorden.

I didn’t mean that in Serbokroatian!
Yes, but You can’t say that in Dutch!
Which language is that in which you don’t have that word?!

Toch gingen we ’s ochtends tevreden slapen. Mijn man hoefde niet langer tegen de leegte te strijden. Hij vocht nu met zijn werk. Hij herkende weer wie hij was.

Dat was meer dan tien jaar geleden. Mijn man heeft AIDA allang niet meer nodig, al hield de organisatie altijd een speciale plaats in zijn hart. Net als de meeste kunstenaars en artiesten die deze middag aan tafel zitten trouwens. Zij zijn uitgevlogen, zij staan op eigen benen.

‘Maar AIDA was en blijft mijn eerste huis’, zegt een beeldend kunstenaar uit Azerbeidjan.
‘En zolang er vluchtelingen blijven komen, zal er behoefte blijven aan zo’n huis’, zegt een ander, die uit Chili komt.
‘Bij AIDA spreekt iedereen dezelfde taal’, meent de Iraanse actrice – en dat wordt in acht talen beaamd.

Wat niet betekent dat de buitenwereld AIDA altijd verstaat. Want ook AIDA, als podium van gevluchte kunstenaars, zal zich steeds moeten blijven verdedigen tegen Andric’ stemmen van achterdocht uit de samenleving en de politiek.
In deze dagen misschien nog wel meer dan ooit.

Judith Koelemeijer is auteur van de non-fictie boeken ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ en ‘Anna Boom’. Zij leeft samen met de filmmaker Vuk Janić, regisseur van onder meer ‘Het laatste Joegoslavische Elftal’, ‘Eindspel’ en ‘Meester Ben’.

Deze column is geschreven naar aanleiding van de bijeenkomst die AIDA op 30 januari 2011 organiseerde voor al haar kunstenaars en artiesten in museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Tijdens de druk bezochte bijeenkomst werd gedebatteerd over de toekomst van AIDA. Als gevolg van een bureaucratische dwaling ontvangt AIDA in 2011 geen subsidie. De recent aangekondigde bezuinigingsplannen van Staatssecretaris Zijlstra bieden weinig hoop voor de toekomst van AIDA.

Unwanted Land AIDA 4.jpg

Ikzelf op de slotbijeenkomst (foto Herman Divendal) in Beelden aan Zee in Scheveningen, bij de tentoonstelling ‘The Unwanted Land’ (http://www.theunwantedland.com/index2.php ). Achter mij de uit Sudan afkomstige kunstenaar Adil Elsanoussi (zie hier op dit blog )

Over kaalslag gesproken…. Red AIDA

Posted in Diversity & Art (begeleidende teksten exposities), hedendaagse kunst, kunst, politiek by Floris Schreve on 19 november 2010

Aan de vooravond van de manifestatie ‘Stop de culturele kaalslag’, wil ik hier ook wijzen op dit schrijnende detail van de nieuwe wind uit Den Haag. Van Herman Divendal, coördinator van de Stichting AIDA (Association Internationale des Défence des Artistes), kreeg ik het volgende bericht:

AIDA Nederland, organisatie voor gevluchte kunstenaars, krijgt wegens bureaucratische dwaling geen subsidie meer. Na 527 tentoonstelling, ondersteuning van ruim 1500 kunstenaars, 289 projecten moet AIDA op 1 januari 2011 haar deuren sluiten. 30 jaar lang heeft de organisatie zich ingezet voor kunstenaars die vanwege hun artistieke werk moesten vluchten en nu in Nederland leven.

In mei 2008 schreef de Raad voor Cultuur: “De Raad vindt dat AIDA een belangrijke en onmisbare bijdrage levert aan de bewustwording van de kwetsbaarheid van kunstenaars in situaties waarin vrijheid van meningsuiting onderdruk komt te staan. De Raad is positief over het werk van Stichting AIDA Nederland. Niettemin is hij van oordeel dat de nieuwe subsidiesystematiek geen mogelijkheid biedt voor het onderbrengen van AIDA in de basisinfrastructuur.
Tegelijkertijd vindt hij dat deze instelling, gegeven het substantiële belang van haar activiteiten, wel aanspraak moet kunnen maken op ondersteuning door de landelijke overheid. De Raad adviseert met klem voor AIDA subsidiëring ter hoogte van het huidige subsidiebedrag te realiseren buiten het kader van de basisinfrastructuur 2009-2012.“

De Raad herhaalde haar standpunt in het aanvullend advies op 8 juli 2008: “Dat de nieuwe systematiek geen titel biedt waarop de instelling ingepast kan worden in de basisinfrastructuur. Voorlopig betekent dat een uitzonderingspositie ten opzichte van de basinfrastructuur. Met de gedachte dat op termijn een titel gevonden moet worden om deze functie op te nemen in de basisinfrastructuur. De Raad vindt dat dit een punt van aandacht moet zijn voor het ministerie bij de verdere ontwikkeling van de basisinfrastructuur in de toekomst.”

En zo geschiedde. Door het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap werd toegezegd dat AIDA voor de periode van 2009 – 2012 subsidie zou krijgen. Deze afspraak werd in de praktijk vertaald naar een jaarlijkse subsidie van € 69.444 voor vier jaar. Hier ging het mis; AIDA dacht dat ze voor 4 jaar subsidie had, het ministerie dacht toch van niet. Deze week bleek dat AIDA voor 2011 een jaarsubsidie had moeten aanvragen. Het ministerie meldde deze week dat AIDA daar nu te laat mee is en dus per 1 januari 2011 wordt weg bezuinigd.

Extra frustrerend is de wijze waarop het ministerie met twee maten meet. Op 1 oktober 2010 stuurde het Ministerie per mail: “Op 18 maart jl heb je me je jaarverantwoording 2009 gestuurd. Deze had volgens onze eigen regels voor 18 september jl moeten worden beantwoord. Dit dossier is in de interne controle-route ergens blijven liggen. Hij gaat vanaf vandaag verder ter controle en ik wil je voor 1 november a.s. je ons antwoord toesturen.” Op 11 november, bijna twee maanden te laat, ging het ministerie akkoord met de verantwoording.
Blijkbaar mag het ministerie van haar eigen regels afwijken, maar wordt een organisatie daar genadeloos voor afgestraft. Bovendien: wie te laat zijn elektriciteitsrekening betaalt krijgt ten minste één aanmaning voordat de stroom wordt afgesloten. 17 jaar samenwerking wordt echter zonder pardon beëindigd. Einde verhaal voor AIDA.

AIDA Nederland, Amsterdam, 19 november 2010
www.aidanederland.nl

Zie overigens hier het advies van de Raad voor Cultuur. Maar los van dit advies lijkt het mij dat er iets moet gebeuren. Wellicht actie. De komende tijd zal ik vanaf dit blog hier uitgebreid verslag van doen,

Floris Schreve

Tentoonstelling Diversity & Art- Aras Kareem

 
 

 afb. 1 Aras Kareem, Huis in gedachten, olieverf op doek, 2010

Aras Kareem

Aras Kareem werd in 1961 geboren in Sulaimaniya, in het Koerdische gebied van Noord Irak. In de jaren tachtig, de tijd dat Aras zijn kunstopleiding wilde volgen, was het voor Koerden niet meer mogelijk om in Bagdad aan de kunstacademie te studeren. Vanaf de jaren zeventig waren de Koerden geregeld in oorlog met de centrale regering in Bagdad. In de jaren tachtig, tijdens de Irak/Iran oorlog was dit conflict op zijn hevigst, waardoor Koerdistan vrijwel afgesloten was van de rest van Irak. Wel hadden een paar Koerdische kunstenaars, die in vrijere tijden in Bagdad hadden gestudeerd, een kunstinstituut in Sulaimaniya opgezet. Deze kunstenaars, waaronder Lala Abda, Kamel Mostafa, de keramist Kader Mirgan en vooral Ismael Khayat, die Aras belangrijkste leraar was, waren de drijvende krachten achter dit initiatief. Later stichtten deze kunstenaars ook de United Artists of Kurdistan, een door het regime in Bagdad verboden organisatie, maar die later een van de peilers zou vormen van het Koerdische culturele leven, nadat het regime zich in 1991 uit de Koerdische gebieden had teruggetrokken. Ook Aras Kareem had zich bij deze organisatie aangesloten.

De situatie in Koerdistan verslechterde steeds meer gedurende de loop van de Irak/Iran oorlog. In 1988 besloot het regime in Bagdad om de zogenaamde Anfal campagne ten uitvoer te brengen, de zuivering van het Koerdische platteland. Hele dorpen en stadjes werden ontvolkt en zo’n 180.000 Koerdische burgers vonden de dood in massa-executies. Ook werden er een aantal kleinere steden en dorpen bestookt met chemische wapens, waarvan het bombardement op Halabja het meest berucht is geworden.

 

afb. 2 Aras Kareem, Onvergetelijke herinneringen, olieverf op doek, 1996

In de Golfoorlog van 1991, nadat het Iraakse leger Koeweit was uitgedreven, kwamen het zuiden van Irak en het Koerdische noorden in opstand.  De Koerdische opstand werd door het Iraakse regime neergeslagen en velen moesten vluchten naar Iran en Turkije. Ook Aras moest wijk nemen naar Iran, waar hij verbleef totdat de VN een No Fly-zone had ingesteld die ervoor zorgde dat de Koerdische gebieden enige mate van autonomie ten opzichte van Bagdad verkregen.

Toch bleef de situatie in Koerdistan erg onzeker. Hoewel het regime er formeel verdreven was, volgde er een serie van liquidaties van mensen die bij de Koerdische opstand betrokken waren. In 1994 organiseerde de Koerdische kunstenaarsorganisatie een expositie, waaraan Aras deelnam. Ook deze expositie werd door het regime als een provocatie gezien en de kunstenaars die hadden deelgenomen waren hun leven niet langer meer zeker. Aras vluchtte naar Turkije en ‘het lot’, zoals hij dat zelf omschreef, bracht hem naar Nederland. Na anderhalf jaar voegde zijn gezin zich bij hem.  

Eigenlijk al vanaf zijn aankomst in Nederland in 1993 ging Aras als kunstenaar aan het werk. Zijn eerste serie werken maakte hij in de vluchtelingenopvang. Makkelijk was dat niet; hij deelde met zes anderen een kamer en kon slechts ’s nachts de badkamer als atelier gebruiken. Een aantal werken uit die tijd zijn hier tentoongesteld. Om te beginnen zijn eerste ‘Nederlandse’ schilderij (afb. 2).  Te zien zijn vooral verschillende gezichtsvormen. Aras liet zich inspireren door wat hij in zijn directe omgeving waarnam. Hij bevond zich in een omgeving waar hij, naast met zijn eigen landgenoten, ook samenleefde met vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië en en Somalië. Aras: ‘Ieder gezicht had zijn eigen verhaal te vertellen. Dat heb ik proberen te vatten’.

Uit diezelfde periode dateren ook de drie tekeningen die hij maakte met koffie en inkt op papier (afb. 3 t/m 5). Ook hier zijn mensfiguren te herkennen. Aras verwerkte hierin de beelden uit zijn dromen, die hij liet samenvallen met zijn observatie van de vele ontheemden met wie hij op dat moment samenleefde.

          

afb. 3 t/m 5 zonder titel, koffie en inkt op papier, 1993

Het motief van de geabstraheerde mensfiguren bleef een thema dat terugkeerde in het werk dat hij in de daaropvolgende jaren maakte. Aras in een statement uit die tijd:

‘Gezichtsuitdrukkingen zijn de kern van mijn werk. De mens en zijn motieven staan centraal. In mijn visie is het leven een cirkel waarbinnen mensen zich bewegen. Beweging is creatief. Ik wil de beweegredenen opsporen die mij, bewust of onbewust, aansturen. Wat beweegt mij, wat beweegt de ander? Ik vind mijzelf geen estheticus. Schoonheid in de pure betekenis interesseert mij niet. Ik zoek een antwoord op de tegenpolen die ik ervaar. Mij intrigeert het contrast dat ik onderscheid. Zoals ik dat contrast beleef. Ik wil geen slachtoffer zijn van mijn eigen denkprocessen. Ik wil uitzoeken wat mijn geest verkent en uitdrukken in mijn werk’.

Geleidelijk aan raakten de mensfiguren in zijn werk meer op de achtergrond. Aras zelf hierover: ‘Ik begon de ruimtelijkheid steeds meer op te zoeken. Ik nam meer afstand en er kwam meer reflectie in mijn werk’. Het werk uit de periode 1999 tot ongeveer 2005 is meer geometrisch van karakter. Het landschap werd voor hem steeds belangrijker, maar ook is er te zien dat hij de vormen van bijvoorbeeld oude Amsterdamse pakhuizen in zijn werk verwerkte (afb.).

Het recente werk (periode van ongeveer 2005 tot nu), de periode waaruit het meeste werk op deze tentoonstelling dateert, is veel ijler van karakter. Wie de robuust neergezette antropomorfe figuren uit Aras vroege Nederlandse werk vergelijkt met zijn huidige werk, dat soms bijna etherisch van aard is, ziet dat Aras een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt. 

   

Aras Kareem, Storm, olieverf op doek, 2006

   

Aras Kareem, 2x gezichten, acryl op paneel, 2004

 

Aras Kareem, Blauwe avond, olieverf op doek, 2006

Over zijn werkwijze vertelt Aras het volgende: ‘Als ik voor een leeg doek of een wit vel papier sta, probeer ik contact te maken. Ik probeer hierbij niet te denken. Wanneer ik de eerste streek zet, laat ik me leiden door het onbewuste. Dan is er het begin gemaakt en gaat het proces vanzelf verder’. Het ontstaansproces van een werk vergelijkt hij met het maken van een wandeling. ‘Je loopt naar buiten en gaat op ontdekkingsreis. Je laat je leiden door wat je tegenkomt. Het gevoel van wat je tegenkomt keert op de een of andere manier altijd terug in het werk. Het kan van alles zijn, van het gevoel van de wind tot het ritselen van de bladeren. Maar uiteindelijk bepaalt het werk zelf welke richting het opgaat. Voor mij is het proces interessanter dan het resultaat. Ieder nieuw werk betekent voor mij een eerste stap. Het voorgaande moet eerst worden afgebouwd, niet verder worden uitgebouwd. Kunst is voor mij een uitdrukkingstaal, waarin ik weer telkens weer iets nieuws kan zeggen’.

   

Aras Kareem, Omhelzing, olieverf op paneel, 2010

   

Aras Kareem, De Boom, olieverf op doek, 2010

Hoewel Aras bij het scheppingsproces zich laat leiden door zijn intuïtie, betekent dit niet dat hij dit als een vrijblijvendheid ziet. Het gaat hem erom zo precies mogelijk zijn gevoel over te brengen. ‘Ik fantaseer niet in mijn werk’ zegt Aras. Het is voor hem een gerichte zoektocht, telkens vanuit een andere hoek belicht, maar die altijd uitkomt op die ene vraag: wie ben ik? Waarbij het uiteindelijke resultaat geen antwoord blijkt te zijn maar weer nieuwe vragen oproept.

In de laatste jaren is het werk van Aras steeds landschappelijker, maar ook eenvoudiger en monumentaler geworden. Het is vooral dit recente werk dat in deze tentoonstelling centraal staat.

Floris Schreve

 

 Aras Kareem, Stad van de liefde, olieverf op doek, 2004

 

3 oktober 2010  –  A R A S   K A R E E M  –  30 oktober 2010

 

OPENING  ZONDAG  3  oktober  om 16.00uur – deur open 15.00uur 

 

door Sam Drukker – kunstenaar en docent aan de Wackers Academie, Amsterdam

Diversity & Art  |  Sint Nicolaasstraat 21  |  1012 NJ  |  Amsterdam

 

 

Aras Kareem (1961, Irak, Koerdistan)        

Aras voltooide in 1980 zijn opleiding bij het “Centrum voor Beeldende Kunst” in Sulaimanya.

Hij weigerde dienst en werd lid van de Vakbond voor Koerdische Kunstenaars.

In 1992 organiseerde hij een tentoonstelling ter nagedachtenis van de massamoord in de Koerdische stad Halabdja, die vier jaar daarvoor in opdracht van Saddam Hoessein met gifgas werd bestookt. Sindsdien werd hem het leven onmogelijk gemaakt en moest hij zijn geboorteland ontvluchten.

Sinds 1994 woont en werkt hij in Nederland. Kareem schildert heel intuïtief:

 

“Kunst is de spiegel van mijn leven. Ik schilder wat er in mij zit. Als ik begin met schilderen, weet ik niet wat er zal komen. Ik raak het doek aan en verder gaat het vanzelf. Het gevecht en de beelden zitten in mij. Als ze eruit komen en het schilderij af is, voel ik me krachtiger. In mijn werk zoek ik een koppeling tussen ‘heden’ en ‘verleden’. Ik gebruik gevoelselementen uit het verleden en probeer deze te

vertalen naar de huidige tijd.”

 

Sam Drukker (1957) zal de expositie openen. Hij volgde het werk van Aras gedurende vele jaren. Hij is naast autonoom kunstenaar docent aan de Wackers Academie in Amsterdam.

Hij was oprichter van het Nederlands Portretschap en lid tot 2000.

Diversity & Art  |  Sint Nicolaasstraat 21  |  1012 NJ  |  Amsterdam  |  open do 13.00-19.00  |  vr t/m za 13.00-17.00 

info@beemsterart.com  |  http://www.diversityandart.com/

http://aidanederland.nl/wordpress/kunsten/beeldend/aras-kareem/over/ 

 http://www.araskareem.com/

 

(zie ook dit eerdere arikel)

 

 

 

 

 

 

 

Openingswoord Sam Drukker

De dreigende, enorme bezuinigingen in de kunsten, de komende tijd is de “eigen schuld” van de kunsten, zegt kunsteconoom Pim van Klink dit weekend in NRC. “De kunst is in zijn eigen fuik gezwommen”, legt hij uit. Doordat de geldpotjes jarenlang zijn verdeeld door een kleine elite, op basis van vage criteria als “vernieuwing”  en  “artisticiteit”, zijn toneelgezelschappen, muziek ensembles en kunstenaars  daarop  gaan inspelen. Een steeds kleinere groep die kunst maakt voor een steeds kleinere groep.  De brede lagen, zeg maar het volk, Jan-met-de-pet,  tegenwoordig  zijn dat “Henk en Ingrid” eisen nu hun deel op.  “De smaak van de gewone man moet een grotere rol gaan spelen”. De econoom ziet wel een oplossing: zij die ook zelf al geld genereren hebben nog recht op geld. Wie het goed doet heeft recht op steun.

Dat was even schrikken. Wij dachten nu juist altijd dat “ wat het moeilijk heeft en de moeite waard is”  hulp moet krijgen van de gemeenschap. Hoe kleiner het publiek, des te groter het bedrag. Wij zijn er aan gewend geraakt dat kunst die erg gesloten en complex is maar een kleine groep liefhebbers heeft en veel overheidssteun verwerft. En dat wat populair is waarschijnlijk wel niet goed zal zijn. Wij hebben decennia lang verdacht gemaakt wat succes heeft. Een fenomeen dat een heel typisch Nederlands fenomeen is. Zodra je de grens overgaat, zie je die culturele tweedeling niet.  Dus we gaan het nu omdraaien? Onder invloed van de crises, grote bezuinigingen en de macht van populistische partijen moeten we ineens snappen dat wat het al goed doet mag groeien en daar waar weinig belangstelling voor is het zelf maar uit moet zoeken?

De schok van de gedachte is groot. Maar ergens is het ook een prettige.  Het heeft iets van na een hevige week in de spiegel kijken en denken: “ ik moet mijn leven anders gaan inrichten”

Er kloppen dingen niet, er mag wel eens aan de boom worden geschud. De louteringen van de bezem. De onzekerheid dwingt ons tot kiezen. Het wordt meer als ooit weer de moeite waard om uit te zoeken wat van belang is. De vanzelfsprekendheid van voorgeschotelde kunst die is goedgekeurd door de ” mensen die het weten” maakt ons lui en ongeïnteresseerd.  Het belangrijkste van kunst is dat we in staat zijn onafhankelijk te kijken of te luisteren en dat we daar vanuit durven te oordelen. Dat is tevens ook het mooie van kunst. Kunst geeft ons de totale vrijheid. Vrijheid om te associëren, vrijheid om  onze diepste zielenroerselen te beroeren zo u wilt, maar vooral vrijheid om te  kiezen.

 En zo zullen we weer zonder bevestiging van anderen tot  een oordeel moeten komen en op het idee  moeten komen om het werk van een kunstenaar te tonen Zo zullen er mensen moeten opstaan die zeggen: ik vind dit de moeite waard en ik geef mijn tijd en mijn ruimte aan deze kunst en toon het.  Het Beemster Artcentre is zo’n initiatief en hier, op deze mooie witte wanden staan wij oog in oog met werk dat ons niet op een serveerblaadje wordt aangereikt. Wij moeten hier weer  zelf weer aan het werk om onbevooroordeeld te oordelen. En dat is niet gemakkelijk want dat zijn we niet gewend.

Zodra een kunstenaar een kopje schildert komt het “verhaaltje” snel over. Een realistisch hoofd hoeft het niet te zijn om ons mee te delen “kijk, een gezicht”. Daarvoor is een ovaaltje met twee amandeltjes er in al genoeg. Aras doet ons zulke mededelingen. Althans, dat deed hij. Helemaal rechts zien we er zelfs een heleboel. Het is een oud schilderij van uit de tijd dat Aras nog niet zo lang hier woonde.  Die koppies komen nog wel eens terug zo hier en daar.  Maar de narratieve neiging van Kareem om met dit soort elementen te duiden (een zeiltje, een boom) wordt minder en minder. In zijn laatste werk zijn die figuratieve symbolen bijna helemaal verdwenen. Wat blijft erover?  Misschien wordt hij steeds mindere verhalend, hij wordt wel steeds beeldender. Aras is een kundig schilder die heel goed snapt dat de kwaliteit van een schilderij bovenal zit in de abstractie, of er nu wel of niet een bootje in voor komt. En daarin toont hij zich een meester.

 Twee elementen vertellen wat mij betreft vooral zijn verhaal.  Textuur is de ene. Het zanderige, het korrelige, het stugge, het trage van de verf. Het is zijn taal. Het beroert de melancholie, het schuurt de tijd, het raakt zijn verleden, zijn geschiedenis. Steeds rijker en gelaagder weet hij er mee om te gaan. Die interesse in materie  heeft hij altijd gehad. Nee, die komt niet uit het land van  Mondriaan.  Hoe paradoxaal: zo schoon kan verval zijn. Maar de grootste zeggingskracht vind Aras in kleur. Meer dan zijn moedertaal spreekt hij de taal van de kleur. Hij is zonder twijfel  een colorist. Geen blauw in de zeeën en de landerijen van Aras is hetzelfde. Door vuile blauwen los te laten op blauwen van een andere familie en door heel sporadisch zuivere blauwen als ceruleum of kobalt  te laten schitteren te midden van de grauwen, weet hij schoonheid te laten triomferen.

 Aras werk is klein en stil. Het vraagt tijd en het vraagt aandacht. Maar het geeft ruimte en het zingt. We moeten ons geen zorgen maken. Het komt voor zichzelf op.

Sam Drukker

Sam Drukker

Aras voor zijn werk ‘Stad van de Liefde’

Aras Kareem met Herman Divendal van AIDA

Aras (achter) met linksvoor de Iraaks/Koerdische kunstenaar Hoshyar Rasheed (zie ook dit eerdere item op dit blog) en de Iraaks/Koerdische schrijver Ibrahim Selman

 

Jwana Omer (midden), de echtgenote van Aras Kareem

Ibrahim Selman en Hoshyar Rasheed

Aras met onze Iraanse bovenbuurman Hossein

Mijn moeder, Liesbeth Schreve (links), met Jwana Omer (midden)

Ali Reza (onze Iraanse bovenbuurman) en de Iraakse journalist en dichter Karim al-Najar

Mijn moeder met mijn tante/achternicht Jetteke Frijda

Mijn moeder met Aras

Aras en ikzelf.JPG

Aras en ikzelf

Simyo

123tijdschrift.nl

KPN homepage

NLEnergie

online adverteren www.m4n.nl

Tentoonstelling Diversity & Art – Persheng Warzandegan

 

 

Op zoek naar balans;

 Persheng Warzandegan

 

Persheng Warzandegan werd in 1958  geboren in Sanadaj, de hoofdstad van Iraans Koerdistan. Haar kunstopleiding volgde ze in eerste instantie in haar geboorteplaats, daarna studeerde ze aan de kunstacademie van Tabriz.

Aanvankelijk was het voor Persheng niet eenvoudig om het pad van het kunstenaarschap te begeven. Haar vader en haar toenmalige echtgenoot waren er geen voorstander van dat zij deze weg volgde . Zelf zei ze hierover: ‘Ik zal ze dat niet verwijten of erover mopperen. Zij hebben het zo geleerd in onze cultuur. En de mannen in Iran moeten zich in die zin nog ontwikkelen. Ik wil ook niet in de slachtofferrol blijven hangen. Aan het verleden is niets meer te veranderen, maar het heden heb ik zelf in de hand. De helft van wat een mens overkomt ligt aan het lot, de andere helft is eigen verantwoordelijkheid. Ik had het geluk dat mijn man voor zijn werk vaak niet thuis was en dan schilderde ik stiekem toch’.

In haar hang naar onafhankelijkheid begon zij ook een eigen bedrijfje, zodat zij financieel zelfstandig was van haar man. Dat bedrijf liep goed, totdat de Iraanse overheid haar benaderde om een microfoon te installeren om de mensen in haar werkplaats af te luisteren. Persheng Warzandegan: ‘Als je in Iran goed wil leven moet je dit soort deals sluiten. Mijn man vond dat ik voor mijn eigen veiligheid op dit voorstel in moest gaan, maar ik vertikte het om anderen in gevaar te brengen. Toen ik ook nog eens werd gezocht, ben ik met mijn twee kinderen naar Nederland gevlucht’.

Eenmaal in Nederland, waar zij in 1988 aankwam, besloot zij al haar kansen te benutten om bij te leren en schreef zij zich in bij de AKI in Enschede. Aanvankelijk leek het voorhaar niet mogelijk om een beurs te krijgen. De diverse instanties vonden het niet nodig dat zij nog een opleiding zou volgen, omdat zij in Iran al aan de kunstacademie was afgestudeerd. Maar Persheng stond erop dat zij ook hier de opleiding tot kunstenaar kon volgen. Uiteindelijk kon zij met een UAF beurs aan de AKI studeren en werd zij toegelaten, waarna zij schilderkunst, fotografie en keramiek studeerde.

Het veelzijdige oeuvre van Persheng Warzandegan omvat, naast schilderijen, veel keramisch werk, bronzen en sieraden. Haar centrale thema is het zoeken naar evenwicht, het vinden van balans. In haar abstracte, veelal organische vormen komt die zoektocht telkens weer tot uitdrukking. Het zoeken naar balans was en is voor Persheng beslist geen vrijblijvende aangelegenheid. In Iran had zij alles al achter zich moeten laten en moest zij in nieuwe omgeving weer van worden af aan beginnen. Dit proces moest zij nog een keer doorstaan, toen in 2000 de vuurwerkramp in Enschede haar atelier verwoestte. Dit betekende een grote klap voor haar en het duurde dan ook een tijd voordat zij de draad weer kon oppakken. In haar werk , direct na deze ingrijpende gebeurtenis, greep zij vooral naar oude mythologische motieven, ontleend aan de klassiek Perzische traditie.  Dit uitte zich bijvoorbeeld in haar werken van fabeldieren.

In 2003 wachtte haar een derde grote tegenslag. Haar atelier werd in brand gestoken, waarbij zij wederom een groot deel van haar werk verloor. Een deel van de werken die zij vanaf dat moment maakte staan in deze tentoonstelling centraal. In de schilderijen en de keramische werken die hier te zien zijn keren aantal elementen terug. In de eerste plaats zijn er de menselijke vormen, die, hoe geabstraheerd ze ook zijn, in veel van haar werken herkenbaar zijn. In de tweede plaats zijn dat de organische vormen. Deze zijn eigenlijk in de een of andere vorm in haar werken terug te vinden. Een derde element zijn de muzieknoten, voor haar een symbool van de zoektocht naar harmonie en schoonheid.

Persheng Warzandegan exposeerde in  verschillende Europese landen, de Verenigde Staten, Canada en Japan. In deze tentoonstelling staan vooral haar schilderkunst en haar keramische werk centraal.

Floris Schreve

Zie ook de website van Perheng Warzandegan

 

29 augustus    –    P E R S H E N G    W A R Z A N D E G A N    –    25 september 2010

OPENING  ZONDAG  29  Augustus  om 16.00uur – deur open 15.00uur

met een tweegesprek door Peggie Breitbarth –  kunsthistorica en publiciste

Diversity & Art|Sint Nicolaasstraat 21|1012 NJ|Amsterdam

 

Persheng Warzandegan – Sanandaj, Iraans Kurdistan – woont en werkt  sinds1988 in Nederland. Om breder inzicht te krijgen in de kunst in het westen en om zich een plaats te verwerven in haar nieuwe omgeving volgde zij aan de AKI – Enschede – verschillende studies en deed in 1995 met succes haar examens tekenen, schilderen en fotografie. Een jaar later volgde haar examen keramiek. Persheng heeft een natuurlijke affiniteit met keramiek en heeft daarin volledig haar eigen stijl ontwikkeld. Haar keramiek is robuust van vorm en tegelijkertijd elegant. Persheng werkt met diverse thema’s, waarin haar schilderijen en keramiek elkaar ondersteunen en aanvullen. Naast keramiek bevat haar oeuvre ook bronzen. Haar veelzijdigheid is enorm. En ter afwisseling met het grotere werk maakt zij ook sieraden in diverse technieken en materialen.

Sinds 1997 is zij lid van de Nederlandse Keramisten Vakgroep. Behalve in Europa heeft Persheng geëxposeerd in de VS en Japan.

Tijdens de aanstaande expositie in het BeemsterArtCentre zal het werk van deze veelzijdige kunstenaar in al zijn vormenrijkdom te zien zijn.

            

 

Diversity & Art|Sint Nicolaasstraat 21|1012 NJ|Amsterdam

open do 13.00-19.00 | vr/za 13.00-17.00

  

http://www.diversityandart.com/

Het keramische werk zoals het op de expositie te zien is
Persheng Warzandegan (rechts) en Peggie Breitbarth, kunsthistorica en een hele oude bekende van mij, die de tentoonstelling opende

var addthis_config = {“data_track_clickback”:true};

%d bloggers liken dit: