Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Tentoonstelling Diversity & Art- Qassim Alsaedy (Bagdad 1949) قاسم الساعدي

 

قاسم الساعدي 

Qassim Alsaedy – ‘Shortly after the War’

Qassim Alsaedy werd in 1949 geboren in Bagdad. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit de zuidelijke stad al-Amara, maar was, zoals zo velen in die tijd, naar de hoofdstad vetrokken. Het gezin had zich gevestigd in een huis vlak naast de Jumhuriyya Brug over de Tigris, niet ver van het Plein van de Onafhankelijkheid. Voor Alsaedy’s keuze voor het kunstenaarschap was dit gegeven zeker van belang. Na de revolutie van 1958, toen de door de Britten gesteunde monarchie van de troon werd gestoten, werd er op dit plein een begin gemaakt aan de bouw het beroemde vrijheidsmonument (Nasb al-Huriyya) van Iraks bekendste beeldhouwer Jewad Selim, die tegenwoordig veelal wordt gezien als de belangrijkste grondlegger van de modernistische kunst van Irak. Dit werk, dat in 1962 na de dood van Selim voltooid werd, maakte een grote indruk op Alsaedy. Het vrijheidsmonument van Jewad Selim deed Alsaedy voor het eerst beseffen dat kunst niet alleen mooi hoeft te zijn, maar ook werkelijk iets te betekenen kan hebben.

Ook een expositie van de beroemde Iraakse kunstenaar Shakir Hassan al-Said in het Kolbankian Museum in Bagdad in 1962, maakte grote indruk. Alsaedy besloot om zelf kunstenaar te worden. In 1969 deed hij zijn toelatingsexamen aan de kunstacademie van Bagdad, bij Shakir Hassan al-Said, die uiteindelijk een van zijn belangrijkste docenten zou worden in de tweede fase van zijn opleiding.

In de tijd dat Alsaedy zich inschreef aan de kunstacademie had Irak een roerige periode achter de rug en waren de vooruitzichten bijzonder grimmig. In 1963 had een kleine maar fanatieke nationalistische en autoritaire groepering, de Ba’thpartij, kortstondig de macht gegrepen. In de paar maanden dat deze partij aan de macht was, richtte zij een ware slachting aan onder alle mogelijke opponenten. Omdat de Ba’thi’s zo te keer gingen had het leger nog in datzelfde jaar ingegrepen en de Ba’thpartij weer uit de macht gezet. Tot 1968 werd Irak bestuurd door het autoritaire en militaire bewind van de gebroeders Arif, dat wel voor enige stabiliteit zorgde en geleidelijk steeds meer vrijheden toestond. In 1968 wist de Ba’thpartij echter weer de macht te grijpen, deze keer met meer succes. Het bewind zou aan de macht blijven tot 2003, toen een Amerikaanse invasiemacht  Saddam Husayn (president vanaf 1979) van de troon stootte. Toch opereerde de Ba’thpartij aan het begin van de jaren zeventig voorzichtiger dan in 1963 en dan zij later in de jaren zeventig zou doen. In eerste instantie werd het kunstonderwijs met rust gelaten, hoewel daar, precies in de periode dat Alsaedy studeerde, daar geleidelijk aan verandering in kwam.

        

Links: Qassim Alsaedy met Faiq Hassan (links), begin jaren zeventig
Rechts: Qassim Alsaedy met de kunstenaar Kadhim Haydar, ook een van zijn docenten, begin jaren zeventig (foto’s collectie Qassim Alsaedy)

Zover was het nog niet in 1969. Vanaf de jaren veertig was er in Irak een bloeiende avant-garde beweging ontstaan, vooral geïnitieerd door Jewad Selim en de Bagdadgroep voor Eigentijdse Kunst. Naast de groep rond Jewad Selim was er ook Faiq Hassan (Alsaedy’s belangrijkste docent in zijn eerste jaar) en Mahmud Sabri, wiens radicale avant-gardistische opvattingen zo slecht in de smaak vielen bij de Ba’thpartij, dat hij bijna uit de geschiedschrijving van de Iraakse moderne kunst is verdwenen. Toch waren juist de ideeën van Sabri, die al in de vroege jaren zeventig in ballingschap ging en zich uiteindelijk in Praag vestigde,  van groot belang voor Alsaedy’s visie op zijn kunstenaarschap. Van Sabri, die een geheel nieuw artistiek concept had ontwikkeld, het zogenaamde Quantum Realisme,leerde Alsaedy dat de kunstenaar de kunstenaar vooral een verschil kan maken door geheel vrij en onafhankelijk te zijn van welke stroming, ideologie of gedachtegoed dan ook, iets  wat hij in zijn verdere loopbaan altijd zou proberen na te streven.

Een andere belangrijke docent van Alsaedy was Shakir Hassan al-Said, een van de beroemdste kunstenaars van Irak en zelfs van de Arabische wereld. Al-Said bracht Alsaedy ook in contact met Jabra Ibrahim Jabra, de beroemde schrijver en kunstcriticus van Palestijnse afkomst, in die dagen een van de belangrijkste figuren binnen de Iraakse kunstscene. Maar verder was de invloed van Shakir Hassan van groot belang op Alsaedy’s artistieke vorming.  Na een expressionistische periode had Shakir Hassan al Said een zeer persoonlijke abstracte beeldtaal ontwikkeld, waarbij het Arabische alfabet als basis diende. Ook had al-Said een uitgebreide theorie ontwikkeld, die hij voor zijn werk als uitgangspunt nam. Hijzelf en een aantal geestverwanten vormden de zogenaamde One Dimension Group. Hoewel er misschien iets van een oppervlakkige verwantschap is tussen het werk van Shakir Hassan al-Said en dat van Alsaedy – ook al-Said liet zich vaak inspireren door opschriften op muren en ook veel van zijn werken hebben titels als Writings on a Wall zijn er ook wezenlijke verschillen. Al-Said en zijn geestverwanten putten vooral inspiratie uit de abstracte islamitische traditie, waarbij zij vooral het Arabisch schrift als uitgangspunt namen. De bronnen van Alsaedy hebben veelal een andere oorsprong, die niet in de laatste plaats samenhangen met een van de meest indringende ervaringen van leven.

Qassim Alsaedy, Rhythms in White, assemblage van dobbelstenen, 1999

Halverwege Alsaedy’s tijd aan de academie werd de controle van de Ba’thpartij, die nog maar net aan de macht was, steeds sterker. Het regime begon zich ook met het kunstonderwijs te bemoeien. Op een geven moment werd Alsaedy, samen met een paar anderen, uitgenodigd door een paar functionarissen van het regime. In 2000 beschreef Alsaedy deze bijeenkomst als volgt: ‘We were invited for a meeting to drink some tea and to talk. They told us they liked to exhibit our works, in a good museum, with a good catalogue and they promised all these works would be sold, for the prize we asked.  It seemed that the heaven was open for us. But then they came with their conditions. We had to work according the official ideology  and they should give us specific titles. We refused their offer, because we were artists who were faithful towards our own responsibility: making good and honest art. When we agreed we would sold ourselves. (..) Later they found some very cheap artists who were willing to sell themselves to the regime and they joined them. All their paintings had been sold and the prizes were high. One of them, I knew him very well, he bought a new villa and a new car. And in this way they took all the works of these bad artists, and showed them and said: “Well, this is from the party and these are  the artists of Iraq”. The others were put in the margins of the cultural life’ (uit mijn Interview met Qassim Alsaedy, 8-8-2000).

Qassim Alsaedy, Saltwall, olieverf op doek, 2005

Alsaedy benadrukt dat bijna zijn hele generatie ‘nee’ heeft gezegd tegen het regime, waarvoor velen een hoge prijs hebben moeten betalen. Alsaedy spreekt dan ook van ‘the lost generation’, waarmee hij specifiek de lichting kunstenaars van de jaren zeventig bedoelt. De kunstenaars van voor die tijd hadden al een carrière voordat het regime zich met de kunsten ging bemoeien en de latere generatie had te maken met kunstinstituties die al geheel waren geïncorporeerd in het staatsapparaat. De problemen waarmee die kunstenaars te maken kregen waren natuurlijk minstens net zo groot, maar van een andere aard, dan de lichting kunstenaars die gevormd werd gedurende de periode van transitie. De generatie van de jaren zeventig zag en ervoer hoe de kunstscene langzaam werd ‘geba’thificeerd’.

Ook was Alsaedy lid van een verboden studentenbond. Dit alles leidde uiteindelijk tot zijn arrestatie. Op een gegeven moment werd Alsaedy midden op de dag opgepakt en afgevoerd naar de meest beruchte gevangenis van Irak van dat moment, al-Qasr al-Nihayyah, ‘het Paleis van het Einde’. Dit was het voormalige Koninklijke Paleis dat in de jaren zeventig door het regime als gevangenis was ingericht, totdat in de jaren tachtig de inmiddels algemeen bekende en beruchte Abu Ghraib open ging.

Voor negen maanden ging Alsaedy door de meest intensieve periode van zijn leven. Martelingen en de permanente dreiging van executie waren aan de orde van de dag. Gedurende de negen maanden dat hij zich hier bevond werd Alsaedy teruggeworpen tot zijn meest elementaire bestaan. Zijn omgeving was gereduceerd tot de gevangenismuren. Daar kwam Alsaedy tot een belangrijk inzicht. Hij ontdekte dat de velen die voor hem zich in deze ruimte hadden bevonden kleine sporen van hun bestaan hadden achtergelaten. Op de muren waren ingekraste tekeningen of opschriften zichtbaar, meestal nog maar vaag zichtbaar.  Alsaedy kwam tot het besef dat deze tekeningen van de gevangenen de laatste strohalm betekenden om mens te blijven. Zelfs in de donkerste omstandigheden trachtten mensen op de been te blijven door zich te uiten in primitief gemaakte tekeningen of om hun getuigenissen op de muren te krassen. Dit inzicht zou allesbepalend zijn voor Alsaedy’s verdere kunstenaarschap. Het thema ‘krassen of tekens op muren’, de rode draad in zijn hele oeuvre, vond hier zijn oorsprong.

Na deze negen maanden werd Alsaedy, middels een onverwachte amnestieafkondiging, samen met een groep andere gevangenen weer vrijgelaten. Een succesvol bestaan als kunstenaar via de gevestigde kanalen in Irak zat er voor hem niet meer in. Alsaedy werd definitief als verdacht bestempeld en was bij het regime uit de gratie geraakt. Hij besloot zijn heil elders te zoeken en week in 1979 uit naar Libanon. Daar participeerde hij samen met andere uitgeweken Iraakse kunstenaars aan een tentoonstelling die  mede een aanklacht was tegen het regime van de Ba’thpartij in Irak.

De onrustige situatie in het Midden Oosten maakte dat Qassim Alsaedy als Iraakse balling altijd op de vlucht moest, om te proberen elders een (tijdelijk) veilig heenkomen te zoeken. Door de burgeroorlog was Libanon een allerminst veilige plek en bovendien voltrokken zich ook nieuwe ontwikkelingen in Irak. Saddam Husayn was inmiddels president geworden en had alle oppositie, zelfs binnen zijn eigen partij, geëlimineerd. Vervolgens had hij zijn land in een bloedige oorlog met Iran gestort. Hoewel de Ba’thpartij met straffe hand het land controleerde, was er in het Koerdische noorden een soort schemergebied ontstaan, waar veel Iraakse oppositiekrachten naar waren uitgeweken. Door de chaotische frontlinies van de oorlog en doordat de Koerden, beter dan welke andere groepering in Irak, zich hadden georganiseerd in verzetsgroepen, was dit een gebied een soort vrijhaven geworden. Alsaedy kwam in 1982 terecht in de buurt van Dohuk, in westelijk Koerdistan en sloot zich, samen met andere Iraakse ‘politiek ontheemden’, aan bij de Peshmerga, de Koerdische verzetsstrijders. Naast dat hij zich bij het verzet had aangesloten was hij ook actief als kunstenaar. Naar aanleiding van deze ervaringen maakte hij later een serie werken, die bedekt zijn met een zwarte laag, maar waarvan de onderliggende gekleurde lagen sporadisch zichtbaar zijn door de diepe krassen die hij in zijn schilderijen had aangebracht.

Qassim Alsaedy, Black Field, olieverf op doek, 1999

Alsaedy over deze werken (zie bovenstaande afbeelding): ‘In Kurdistan I joined the movement which was against the regime. I worked there also as an artist. I exhibited there and made an exhibition in a tent for all these people in the villages, but anyhow, the most striking was the Iraqi regime used a very special policy against Kurdistan, against this area and also against other places in Iraq. They burned and sacrificed the fields by enormous bombings. So you see, and I saw it by myself, huge fields became totally black. The houses, trees, grass, everything was black. But look, when you see the burned grass, late in the season, you could see some little green points, because the life and the beauty is stronger than the evil. The life was coming through. So you saw black, but there was some green coming up. For example I show you this painting which is extremely black, but it is to deep in my heart. Maybe you can see it hardly but when you look very sensitive you see some little traces of life. You see the life is still there. It shines through the blackness. The life is coming back’ (geciteerd uit mijn interview met Alsaedy uit 2000).

Een impressie uit Alsaedy’s atelier, februari 2011

Gedurende bijna de hele oorlog met Iran verbleef Alsaedy in Koerdistan. Aan het eind van de oorlog, in 1988, lanceerde het Iraakse regime de operatie al-Anfal, de grootschalige zuivering van het Koerdische platteland en de bombardementen met chemische wapens op diverse Koerdische steden en dorpen, waarvan die op Halabja het meest berucht is geworden. Voor Alsaedy was het in Irak definitief te gevaarlijk geworden en moest hij zijn heil elders zoeken.

Het werd uiteindelijk Libië. Alsaedy: ‘I moved to Libya because I had no any choice to go to some other place in the world. I couldn’t go for any other place, because I couldn’t have a visa. It was the only country in the world I could go. Maybe it was a sort of destiny. I lived there for seven years. After two years the Kuwait war broke out in Iraq followed by the embargo and all the punishments. In this time it was impossible for a citizen of Iraq to have a visa for any country in the world’ (uit interview met Qassim Alsaedy, 2000).

Hoe vreemd het in de context van nu ook mag klinken, gedurende die tijd leefde Muammar al-Qadhafi in onmin met zo’n beetje alle Arabische leiders, inclusief Saddam Husayn. Het was precies op dat moment in de grillige loopbaan van de Libische dictator, dat hij zijn deuren opende voor alle mogelijke dissidenten van diverse pluimage uit de hele Arabische wereld. Ook Alsaedy kon daar zijn heenkomen zoeken en hij kreeg bovendien een betrekking als docent aan de kunstacademie van Tripoli.

   

   

Qassim Alsaedy werkt met zijn studenten in Tripoli aan een speciaal muurschilderingenproject, in 1989 en in 1994 (foto’s collectie Qassim Alsaedy)- klik op afbeelding voor vergrote weergave

In Libië voerde hij ook een groot muurschilderingenproject uit. Tegen zijn eigen verwachting in kreeg hij toestemming voor zijn plannen. Alsaedy: ‘I worked as a teacher on the academy of Tripoli, but the most interesting thing I did there was making many huge wallpaintings. The impossible happened when the city counsel of Tripoli supported me to execute this project. I had always the dream how to make the city as beautiful as possible. I was thinking about Bagdad when I made it. My old dream was to do something like that in Bagdad, but it was always impossible to do that, because of the regime. I believe all the people in the world have the right on freedom, on water, on sun, on air, but also the right on beauty. They have the right on beauty in the world, or in their lives. So one of my aims was to make wallpaintings and I worked hard on it. They were abstract paintings, but I tried to give them something of the atmosphere of the city. It is an Arabic, Islamic city with Italian elements. I tried to make something new when I studied the Islamic architecture. I worked on them with my students and so something very unusual happened, especially for the girls, because in our society it is not very usual to see the girls painting on the street. It was a kind of a shock, but in a nice way. It brought something positive’ (interview met Qassim Alsaedy, 2000).

Toch was ook Libië een politiestaat en zat het gevaar in een klein hoekje. De functionaris van het Libische regime, onder wiens verantwoordelijkheid Alsaedy’s project viel, vond een oranjekleurige zon in een van Alsaedy’s muurschilderingen verdacht. Volgens hem was deze zon eigenlijk rood en zou het gaan om verkapte communistische propaganda (zie bovenstaande afbeeldingen, rechtsonder). Alsaedy werd te kennen gegeven dat hij de zon groen moest schilderen, de kleur van de ‘officiële ideologie’ van het Qadhafi-bewind (zie het beruchte en inmiddels ook hier bekende ‘Groene Boekje’). Alsaedy weigerde dit en werd meteen ontslagen.

Zijn ontslag betekende ook dat Alsaedy’s verblijf in Libië een riskante aangelegenheid was geworden. Hij exposeerde nog wel in het Franse Culturele Instituut, maar had alle reden om zich niet meer veilig te voelen. Hij besloot dat het beter was om met zijn gezin zo snel mogelijk naar Europa te verdwijnen. Uiteindelijk kwam hij in 1994 aan in Nederland.

Vanaf eind jaren negentig, toen Alsaedy na een turbulent leven met vele omzwervingen ook de rust had gevonden om aan zijn oeuvre te bouwen, begon hij langzaam maar zeker zichtbaar te worden in de Nederlandse kunstcircuits. Zijn eerste tentoonstellingen waren vaak samen met zijn ook uit Irak afkomstige vriend Ziad Haider (zie deze eerdere expositie). Met een viertal andere uit Irak afkomstige kunstenaars (waaronder ook Hoshyar Rasheed, zie deze eerdere expositie) exposeerde hij in 1999 in Museum Rijswijk, zijn eerste museale tentoonstelling in Nederland.

In die periode werd de centrale thematiek van Alsaedy’s werk steeds meer zichtbaar. Voor Qassim Alsaedy staan de sporen die de mens in de loop der geschiedenis achterlaat centraal, van de vroegste oudheid (bijvoorbeeld Mesopotamië) tot het recente verleden (zie zijn ervaring in de gevangenis, of de zwarte laag in zijn ‘Koerdische landschappen’).

In 2000 formuleerde hij zijn centrale concept als volgt: ‘When I lived in Baghdad I travelled very often to Babylon or other places, which were not to far from  Baghdad. It is interesting to see how people reuse the elements of the ancient civilizations. For example, my mother had an amulet of cylinder formed limestones. She wore this amulet her whole lifetime, especially using it when she had, for example a headache. Later I asked her: “Let me see, what kind of stones are these?” Then I discovered something amazing. These cylinder stones, rolling them on the clay, left some traces like the ancient writings on the clay tablets. There was some text and there were some drawings. It suddenly looked very familiar. I asked her: “what is this, how did you get these stones?” She told me that she got it from her mother, who got it from her mother, etc. So you see, there is a strong connection with the human past, not only in the museum, but even in your own house. When you visit Babylon you find the same traces of these stones. So history didn’t end.

In my home country it is sometimes very windy. When the wind blows the air is filled with dust. Sometimes it can be very dusty you can see nothing. Factually this is the dust of Babylon, Ninive, Assur, the first civilizations. This is the dust you breath, you have it on your body, your clothes, it is in your memory, blood, it is everywhere, because the Iraqi civilizations had been made of clay. We are a country of rivers, not of stones. The dust you breath it belongs to something. It belongs to houses, to people or to some clay tablets. I feel it in this way; the ancient civilizations didn’t end. The clay is an important condition of making life. It is used by people and then it becomes dust, which falls in the water, to change again in thick clay. There is a permanent circle of water, clay, dust, etc. It is how life is going on and on.

I have these elements in me. I use them not because I am homesick, or to cry for my beloved country. No it is more than this. I feel the place and I feel the meaning of the place. I feel the voices and the spirits in those dust, clay, walls and air. In this atmosphere I can find a lot of elements which I can reuse or recycle. You can find these things in my work; some letters, some shadows, some voices or some traces of people. On every wall you can find traces. The wall is always a sign of human life’ (interview met Qassim Alsaedy, 2000).

Qassim Alsaedy, Rhythms, spijkers op hout, 1998

 

Qassim Alsaedy, uit de serie Faces of Baghdad, assemblage van metaal en lege patroonhulzen op paneel, 2005 (geëxposeerd op de Biënnale van Florence van 2005)

Een opvallend element in Alsaedy’s werk is het gebruik van spijkers. Ook op deze tentoonstelling zijn daar een aantal voorbeelden van te zien. Over een ander werk, een assemblage van spijkers in een verschillende staat van verroesting zei Alsaedy (voor een documentaire van de Ikon uit 2003) het volgende: ‘Dit heb ik gemaakt om iets over de pijn te vertellen. Wanneer de spijkers wegroesten zullen zij uiteindelijk verdwijnen. Er blijven dan alleen nog maar een paar gaatjes over. En een paar kruisjes’ (uit Beeldenstorm, ‘Factor’, Ikon, 17 juni 2003).

Een zelfde soort element zijn de patroonhulzen, die vaak terugkeren in Alsaedy’s werk, ook op deze tentoonstelling. Ook deze zullen uiteindelijk vergaan en slechts een litteken achterlaten.

In een eerder verband heb ik Alsaedy’s werk weleens vergeleken met dat van Armando (bijv.  in ISIM Newsletter 13, december 2003). Beiden raken dezelfde thematiek. Toch zijn er ook belangrijke verschillen. In zijn ‘Schuldige Landschappen’ geeft Armando uitdrukking aan het idee dat er op een plaats waar zich een dramatische gebeurtenis heeft afgespeeld (Armando verwijst vaak naar de concentratiekampen van de Nazi’s) er altijd iets zal blijven hangen, al zijn alle sporen uitgewist. Alsaedy gaat van hetzelfde uit, maar legt toch een ander accent. In zijn zwarte werken en met zijn gebruik van spijkers en patroonhulzen  benadrukt Alsaedy juist dat de tijd uiteindelijk alle wonden heelt, al zal er wel een spoor achterblijven.

Qassim Alsaedy (ism Brigitte Reuter), Who said no?, installatie Flehite Museum, Amersfoort, 2006

Sinds de laatste tien jaar duikt er in het werk van Alsaedy steeds vaker een crucifix op. Ook op deze tentoonstelling is daar een voorbeeld van te zien. Dat is opmerkelijk, omdat de kunstenaar geen Christelijke achtergrond heeft en ook niet Christelijk is. Alsaedy heeft het verhaal van Jezus echter ontdaan van zijn religieuze elementen.  Duidelijk bracht hij dit tot uitdrukking in zijn installatie in het Flehite Museum in Amersfoort, getiteld ‘Who said No?’ Los van de religieuze betekenis, is Jezus voor Alsaedy het ultieme voorbeeld van iemand die duidelijk ‘Nee’ heeft gezegd tegen de onderdrukking en daar weliswaar een hoge prijs voor heeft betaald, maar uiteindelijk gewonnen heeft. Op de manier zoals Alsaedy de crucifix heeft verwerkt is het een herkenbaar symbool geworden tegen dictatuur in welke vorm dan ook.

Detail ‘tegelvloer’ van Qassim Alsaedy en Brigitte Reuter

Gedurende de afgelopen tien jaar heeft Alsaedy veel samengewerkt met de ceramiste Brigitte Reuter. Ook op deze tentoonstelling zijn een aantal van hun gezamenlijke werken geëxposeerd. Gezien Alsaedy’s fascinatie voor het materiaal (zie zijn eerdere opmerkingen over de beschavingen uit de oudheid van Irak) was dit een logische keuze. De objecten zijn veelal door Reuter gecreëerd en door Alsaedy van reliëf voorzien, vaak een zelfde soort tekens die hij in zijn schilderijen heeft verwerkt. Door de klei te bakken, weer te bewerken of te glazuren en weer opnieuw te bakken, ontstaat er een zelfde soort gelaagdheid die ook in zijn andere werken is te zien. Een hoogtepunt van hun samenwerking was een installatie in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden in 2008. In het Egyptische tempeltje van Taffeh, dat daar in de centrale hal staat, legden zij een vloer aan van gebakken en bewerkte stenen. Maar ook eerder, in het Flehite Museum, waren veel van hun gezamenlijke ‘vloeren’ en objecten te zien.

1287803366_6_BDNC[1]

1287993798_6_aF3h[1]

 

 

Uit Book of Time, gemengde technieken op papier, 2001 (detail)

Een ander interessant onderdeel van Alsaedy’s oeuvre zijn zijn tekeningenboekjes. Op deze tentoonstelling is daar een van te bezichtigen,  Book of Time, uit 2001. Pagina na pagina heeft hij, als het ware laag over laag, verschillende tekens aangebracht met verschillende technieken (pentekening, inkt, aquarel en collage). Ook hier is zijn kenmerkende ‘tekenschrift’ zeer herkenbaar.

In 2003 werd het Ba’thregime van Saddam Husayn door een Amerikaanse invasiemacht ten val gebracht. Net als op alle in ballingschap levende Iraki’s, had dit ook op Qassim Alsaedy een grote impact. Hoewel zeker geen voorstander van de Amerikaanse invasie en bezetting (zoals de meeste van zijn landgenoten) betekende het wel dat, ondanks alle onzekerheden, er nieuwe mogelijkheden waren ontstaan. En bovenal dat het voor Alsaedy weer mogelijk was om zijn vaderland te bezoeken.  In de zomer van 2003 keerde hij voor het eerst terug. Naast

 

  

Qassim Alsaedy, object uit ‘Last Summer in Baghdad’, assemblage van kleurpotloden op paneel, 2003

Qassim Alsaedy, Shortly after the War, 2011 (detail)

dat hij natuurlijk zijn familie en oude vrienden had bezocht, sprak hij ook met een heleboel kunstenaars, dichters, schrijvers, musici, dansers en vele anderen over hoe het Iraakse culturele leven onder het regime van Saddam had geleden. Van de vele uren film die hij maakte, zond de VPRO een korte compilatie uit, in het kunstprogramma RAM, 19-10-2003 (hier te bekijken).

In de jaren daarna bleef dit bezoek een belangrijke bron van inspiratie. Alsaedy maakte verschillende installaties en objecten. Vaak zijn in deze werken twee kanten van de medaille vertegenwoordigd, zowel de oorlog en het geweld, maar ook de schoonheid, die eeuwig is en het tijdelijke overwint.

Vanaf halverwege de jaren 2000 is Qassim Alsaedy steeds zichtbaarder geworden in zowel Nederlandse als buitenlandse kunstinstellingen. Vanaf 2003 exposeerde hij regelmatig  in de gerenommeerde galerie van Frank Welkenhuysen in Utrecht, waar hij tegenwoordig als vaste kunstenaar aan verbonden is. Ook participeerde hij in de Biënnale van Florence in 2003 en exposeerde hij tweemaal in het Rijksmuseum van Oudheden. Een belangrijk hoogtepunt was zijn grote solotentoonstelling in het Flehite Museum in Amersfoort in 2006.

Met enige trots presenteren wij in Diversity & Art zijn project ‘Shortly after the War’.

Floris Schreve

Amsterdam, april 2011

 

 

 

222012_218632921487529_100000224696132_1002776_6152992_n[1]

215539_218632528154235_100000224696132_1002774_6885765_n[1]

 Qassim Alsaedy bij de inrichting van de tentoonstelling

Diversity & Art | Sint Nicolaasstraat 21 | 1012 NJ Amsterdam| The Netherlands | open: Thursday 13.00 – 19.00 | Friday and Saturday 13.00 – 17.00 

VERLENGD TOT ZATERDAG 4 JUNI 

 

قاسم الساعدي 

 

April 22-Qassim Alsaedy “Shortly after the War” May 28

Alsaedy

Opening on Friday April 22 at 17:30 by Neil van der Linden,
specialist in art and culture of the Arab and Muslim world
(mainly in the field of music and theater)

doors open at 16.30

LectureonTUESDAY,May 17at 20:00byFloris Schreve
“Modern and Contemporary ArtofIraqand the Arab world”

 
Qassim Alsaedy (Baghdad 1949) studied painting at the Academy of Fine Arts in Baghdad from 1969 to 1973. He was a student of the late Shakir Hassan al-Said, one of the most significant and influential artists of Iraq and even the Arab World. During his time at the academy Alsaedy was arrested and imprisoned for almost a year. Free again in1979, he organized with other Iraqi artists an exhibition in Lebanon, in which they stated against the Iraqi regime. Back in Iraq, he joined the Kurdish rebels in the North, where he also was active as an artists and even exhibited in tents. After the Anfal campaign against the Kurds in1988 he withdrew to Libya where he could work in relative freedom and where he became a teacher at the Art Academy of Tripoli until 1994, when he came to the Netherlands .
Alsaedy’s work is dominated by two themes, love versus pain and the ongoing cycle of growth and decay, a recycling of material when man leaves his characters and traces as a sign of existence through the course of history.Love is represented by beauty in bright and deep colors. The pain from the scars of war and destruction is visualized by the empty cartridge cases from the battlefield or represented by the rusty nails, an important element in many of his works. “The pain has resolved as the nails are completely rusted away”, states Alsaedy. In his three dimensional work, the duality of pain and beauty is always the main theme.

For this occasion Qassim Alsaedy will present his installation of several objects ‘Shortly after the War’. The ceramic objects are created in collaboration with the Dutch/German artist Brigitte Reuter (see http://www.utrechtseaarde.nl/reuter_b.html )

 Alsaedy

An impression of Alsaedy’s recent work in his studio (February 2011):

See also:

http://www.qassim-alsaedy.com/

http://www.kunstexpert.com/kunstenaar.aspx?id=4481

http://www.diversityandart.com/centre.htm

See also on this blog:

Interview with the Iraqi artist Qassim Alsaedy

In Dutch:

Iraakse kunstenaars in ballingschap

Drie kunstenaars uit de Arabische wereld

links naar artikelen en uitzendingen over kunstenaars uit de Arabische wereld

Denkend aan Bagdad- door Lien Heyting

van International Network of Iraqi Artists (iNCIA), Londen: http://www.incia.co.uk/31293.html.

SOLO EXHIBITION

Qassim Alsaedy

22 Apr – 28 May 2011

Diversity and Art
Netherlands

Born Baghdad 1949, AlSaedy studied painting at the Academy of Fine Arts in Baghdad from 1969-73. He was a student of the late Shakir Hassan al-Said, one of the most significant and influential artists of Iraq and even the Arab World. During his time at the academy Alsaedy was arrested and imprisoned for almost a year. Free again in1979, he organized with other Iraqi artists an exhibition in Lebanon, as a statement against the Iraqi regime. Back in Iraq, he joined the Kurdish rebels in the North, where he also was active as an artist and even exhibited in tents. After the Anfal campaign against the Kurds in 1988 he withdrew to Libya where he could work in relative freedom and where he became a teacher at the Art Academy of Tripoli until 1994, when he came to the Netherlands.  Alsaedy’s work is dominated by two themes, love versus pain and the ongoing cycle of growth and decay, a recycling of material when man leaves his characters and traces as a sign of existence through the course of history. Love is represented by beauty in bright and deep colors. The pain from the scars of war and destruction is visualized by the empty cartridge cases from the battlefield or represented by the rusty nails, an important element in many of his works. “The pain has resolved as the nails are completely rusted away”, states Alsaedy. In his three dimensional work, the duality of pain and beauty is always the main theme.  For this occasion Qassim Alsaedy will present his installation of several objects ‘Shortly after the War’. The ceramic objects are created in collaboration with the Dutch/German artist Brigitte Reuter.

Diversity & Art

van http://www.sutuur.com/ar/iraqi-outside/158-qassimalsaedy:

المعرض الجديد للفنان قاسم الساعدي

بعد الحرب بقليل

صياغة جديدة لمعادلة الامل والالم

الثاني والعشرون من نيسان الجاري , وعلى صالة كاليري

“DIVERSITY & ART ”

في امستردام , يفتتح المعرض الشخصي الجديد للفنان قاسم الساعدي , المعنون ب :

بعد الحرب بقليل

حيث سيعرض فيه مختارات من احدث اعماله, تضم لوحات , نحت , اعمال ثلاثية الابعاد, مخطوطة كتاب, وبعض قطع السيراميك التي انجزها الفنان بالتعاون مع الفنانة الالمانية بريجيت رويتر

وسيقدم الفنان اضافة الى ذلك عملا تركيبيا ” انستليشن ” يتكون من اكثر من خمسين قطعة مخلفة الاشكال والحجوم والتقنيات : لوحات صغيرة , منحوتات , سيراميك , كولاج …الخ , وقد استعار الفنان عنوان العمل التركيبي ليكون عنوان للمعرض باسره

ياءتي هذا المعرض , بعد معرضه الشخصي الذي افتتح منتتصف شهر تشرين الثاني نوفمبر , على فضاءات غاليري

” Frank Welkenhuysen ”

بمدينة اوترخت و وكان بعنوان : ” الطريق الى بغداد ” والذي حظي بنجاح واهتمام ملحوظ

يذكر ان على اجندة الفنان الساعدي العديد من المشاريع والمعارض التي ستستضيفها بعض الغاليريات والمتاحف في هولندا وبلجيكا والمملكة المتحدة .

هذا ويتطلع الفنان الى اقامة معرضه الشخصي في وطنه العراق , ويصفه بالحلم الممكن والمستحيل

لمزيد من المعلومات عن المعرض:

http://www.diversityandart.com/

Opening

 

Qassim Alsaedy met Brigitte Reuter (met wie hij samen het keramische werk maakte)

De Iraakse kunstenaars Wiedad Thamer, Salam Djaaz, Aras Kareem en Iman Ali

Qassim Alsaedy voor de camera van de Iraakse journalist Riyad Fartousi (zie filmpje helemaal onderaan dit bericht)

Qassims vrouw Nebal en dochter Urok

1289654202_6_gRs0[1]

vlnr ikzelf, de Iraaks Koerdische journalist Goran Baba Ali (hoofdredacteur Ex Ponto), de Iraakse schrijver en journalist Riyad Fartousi, Qassim Alsaedy, Nebal Shamky (Qassims vrouw) en Ali Reza (onze Iraanse bovenbuurman)

De Iraaks Koerdische kunstenaar Aras Kareem (zie deze eerdere expositie), bij het werk van Qassim Alsaedy

Neil van der Linden, die de opening verrichtte

vlnr Goran Baba Ali, Herman Divendal (van AIDA), ikzelf, Riyad Fartousi, Qassim Alsaedy, Liesbeth Schreve, Scarlett Hooft Graafland en nog een bezoeker

interview met Qassim Alsaedy en Goran Baba Ali op de opening voor een Arabische zender (http://www.sutuur.com/ar/video)

Interview met Qassim Alsaedy door Entisar Al-Ghareeb

invisible hit counter

Interview met de Iraakse kunstenaar Qassim Alsaedy – قاسم الساعدي

301339642_6_MRAy[1]  

Voor mijn scriptie-onderzoek naar kunstenaars uit Arabische landen in Nederland heb ik zo’n twintig kunstenaars geïnterviewd. Meestal waren dat functionele gesprekken, vooral bedoeld om data te verzamelen. Zelden waren het mooie afgeronde verhalen. Dat lag niet aan de kunstenaars maar aan mij. Het ging mij in de interviews er vooral om zoveel mogelijk feitenmateriaal te verzamelen. Ook verliepen sommige gesprekken weleens wat chaotisch, sterk van de hak op de tak springend. Maar deze gesprekken waren veelal een middel en eigenlijk nooit het einddoel. Een enkele keer is er een mooi en gestructureerd interview uitgekomen, ook nog met een bijzondere kunstenaar. Mijn gesprek met Qassim Alsaedy (Bagdad, 1949) werd een onverwacht mooi geheel. Dat lag niet zozeer aan mij, maar vooral aan hem.

301339643_6_yhVY[1]

Zijn werk was me opgevallen in een catalogus uit Rijswijk, waar hij met vier andere gevluchte Iraakse kunstenaars exposeerde, georganiseerd door vluchtelingenwerk. Ik vond zijn werk er toen al uitspringen en besloot om een keer op atelier-bezoek te gaan om hem uitvoerig over zijn werk te bevragen.
Naast het bijzondere verhaal dat hij over zijn werk te vertellen had, bleek ook zijn levensverhaal buitengewoon indrukwekkend (voor zover je die twee zaken kunt scheiden, langzamerhand ben ik ervan overtuigd dat dit vrij moeilijk is). Nadat we eerst op een paar algemene zaken van zijn werk ingingen en zijn achtergrond en opleiding als kunstenaar in Irak, nam het gesprek een bijzondere wending. Wat mij betreft is dit een van de meest bijzondere verhalen over hoe kunst kan overleven die ik ooit gehoord heb, zelfs in een extreem totalitaire samenleving. Het gaat in een belangrijke mate over het nastreven van vrijheid en schoonheid, tegen de verschrikking van dictatuur en oorlog in. Het verhaal van een sterk individu tegen een tiranniek systeem. Van een goed kunstenaar en iemand die weigerde compromissen te sluiten met een verdorven regime of een totalitaire ideologie en daarvoor een hoge prijs moest betalen. Naast over zijn werk vertelt de kunstenaar over zijn verblijf in ‘al-Qasr an-Nihayyah’ (‘Het paleis van het Einde’, de voorloper van de tegenwoordig overbekende en beruchte Abu Ghraib gevangenis) en over zijn tijd bij het Koerdische verzet in de bergen van Noord Irak. Vervolgens zijn uitwijken naar Libie, waar hij Khadaffi’s krankzinnigheid van nabij meemaakte, om uiteindelijk in Europa terecht te komen.

301339644_6_3JDX[1]

 

Inmiddels is het de kunstenaar goed vergaan. Hij is verbonden aan een gerenommeerde galerie en exposeert in binnen een buitenland. In 2006 had hij zelfs een grote solo expositie in het Flehite museum te Amersfoort, die werd geopend door de nieuwe (dus ‘post-Saddam’) ambassadeur van Irak in Nederland. Ook is hij inmiddels meermalen op televisie verschenen en hebben diverse media geruime aandacht aan hem besteed (zie ook de linkjes in mijn blog over kunstenaars uit de Arabische wereld). Toe ik hem interviewde was dit echter nog niet het geval en behoorde hij tot de groep onbekende en ontheemde gevluchte kunstenaars uit Irak, waar het regime van Saddam Hoessein nog oppermachtig was.
Hoewel ik veel uit dit materiaal heb geciteerd (in mijn scriptie, lezingen en diverse artikelen) heb ik het interview nooit integraal gepubliceerd, terwijl het alleszins de moeite waard is, zelfs ongeredigeerd. Bij deze dan op mijn blog. Het gaat hier om de onbewerkte tekst van de band, maar die is al mooi genoeg. De werken die in het interview worden getoond zijn uit de tijd dat ik de kunstenaar voor het eerst sprak (periode 1999-2000). Het hier getoonde beeldmateriaal is overigens van recenter datum.

 

301339645_6_5emU[1]

 

Mijn artikel uit ‘Leidschrift'(van de vakgroep geschiedenis van de Universiteit Leiden), waarin ik het werk van Qassim in de bredere context van de Iraakse moderne en hedendaagse kunst bespreek: http://www.leidschrift.nl/nl/archief/173-de-maatschappij-verbeeld-in-de-kunst/out-of-mesopotamia-de-versplinterde-identiteit-van-de-irakese-kunstenaar-in-diaspora

De hier getoonde werken komen uit de serie/installatie ‘Last Summer in Baghdad’, 2003/04. De kunstenaar maakte deze serie werken nav zijn eerste bezoek aan zijn vaderland, in de zomer van 2003, na de Amerikaanse inval en de val van het Baathregime.

Voor zijn meest recente werk, zie de website van Frank Welkenhuysen (zijn galeriehouder):

http://www.kunstexpert.com/kunstenaar.aspx?id=4481

televisie uitzendingen gewijd aan (oa) Qassim Alsaedy:

Beeldenstorm (Factor, IKON)

http://www.ikonrtv.nl/factor/index.asp?oId=924#

RAM (VPRO, 19-10-2003)

http://www.vpro.nl/programma/ram/afleveringen/14421835/items/14495412/

Twee andere interviews:

http://www.actum.org/05/Welkenhuysen/default.htm

Zie op dit blog ook Drie kunstenaars uit de Arabische wereld , Iraakse kunstenaars in ballingschap en de begeleidende tekst van de Tentoonstelling van Qassim Alsaedy uit 2011

 

INTERVIEW QASSIM ALSAEDY –  قاسم الساعدي (Baghdad 1949)

Could you tell me something about the art education in Bagdad?

I studied in Bagdad from 1969 till 1974. I lost one year in the political Underground Prison, to which I was kidnapped, for political reasons. Because I was sent to this awful place I studied five years on the academy for painting. Beside studying we were educated in the European culture. There was a great knowledge of the history of European painting.

Baldin Ahmad told me the art education in Bagdad is very European focussed.

We studied art according the Italian, French or other European methods. You have to see this training as a kind of key,  which can open doors when you want to see more, especially when you have dreams to be an artist. So you have to research when you want to be someone.

What I really want to know, why there was a lack of interest in the Arab and Islamic arts, for example the calligraphic tradition?

When we studied art history, we studied it in general. When you study the arts of the prehistory till the present, seven thousand years of culture in four years, it stays on a very general level.

I was told you were mainly educated about Rembrandt and Michelangelo.

We had maybe too little information about contemporary art. We learnt about Rembrandt, about van Gogh, maybe some later. Picasso, he was ok, but then it stopped.

So no Pop Art or Joseph Beuys?

We learnt about the arts before the First World War. After the First World War and the Second World War in Europe there became a huge complex of new ideas in art, in culture and in economy. For us it is very important what had happened later. I mean, what is the influence of war and peace? What had really happened? What is the realistic and what is the abstract? So you have to research it yourself, because the lessons in art history were so limited.

You work in an abstract way. The Arabic and Islamic art have a long abstract tradition. Are you influenced by this tradition?

First I have to tell you we studied according to the European style. The brushes, the canvas, all those supplies were European. Although we were trained like European artists I personally think Europe doesn’t need more artists, from other continents, working in the same way and thinking. I am convinced that the contemporary world culture needs some other air or some other elements, to enrich the blood of the international art. Anyhow, I believe that I, who grew up in Iraq, or Mesopotamia, or the Middle East, have to use a lot of elements to make art. In this way I can feed another and I can share these elements with the world. I can say, look, I have some things, and I like to say something different. It is a way to enrich yourself, some others and to enrich the world.In my background I can find a lot of elements. For example in Asia we use the lines. We use them more than the fields of colour. In our tradition lines are more active, making more life in the painting. It is for the simple reason we have sharp lights. It is because of the sun, there is a sharp contrast in light and shadow. For example in Holland the shadows are quiet misty, so that is the reason in Northern Europe the lines are less important than in Asia. So I use the lines because it is a part of my heritage.Beside we have also the sense for the letters. For me I have not the same aim of the calligrapher. I respect the form of the letters, but all the letters, from all the alphabets in the world. I studied different alphabets, how they can be used to make magic.

 

Using the letters in an alchemistic way?

Exactly. Well, we have the alphabet of Adam, our grandfather, there is the alphabet of David, of Jesus, of Mohammed, whatever, of all these prophets. You see, all these letters are factually abstract drawings. You can use them phonetic but they are abstract symbols. I am interested in reusing these materials, but not to make a text.For example here you see some lines, like traces on a wall, which became my theme later. Some of them seem like letters. But I mean I never want to make a text. It is interesting to see the traces of letters on a wall, the old writings. For me it is very humanistic because they are always traces of human life. So I like this form to make an image, not to make a sentence.

I read that the ancient ruins of Babylon and Ur play an important role in your work.

Yes, when I lived in Bagdad I travelled very often to Babylon, which is very close to Bagdad. It is interesting to see how people reuse the elements of the ancient civilisations. For example, my mother had an amulet of cylinder formed limestones. She wore this amulet her whole lifetime, especially using it when she had, for example a headache. Later I asked her: “Let me see, what kind of stones they are?” Then I discovered something amazing. These cylinderstones, putting them in the clay, left some traces like the ancient writings on the clay tablets. There was some text and there were some drawings. It suddenly looked very familiar. I asked her: “what is this, how did you get these stones?” She told me that she got it from her mother, who got it from her mother, etc. So you see, there is a strong connection with the human past, not only in the museum, but even in your own house. When you visit Babylon and look to the Ishtar Gate, you find the same traces of these stones. So history didn’t end.In my home country it is sometimes very windy. When the wind blows the air is filled with dust. Sometimes it can be very dusty you can see nothing. Factually this is the dust of Babylon, Ninive, Assur, the first civilisations. This is the dust you breath, you have it on your body, your clothes, it is in your memory, blood, it is everywhere, because the Iraqi civilisations had been made of clay. We are a country of rivers, not of stones. The dust you breath it belongs to something. It belongs to houses, to people or to some texts. I feel it in this way; the ancient civilisations didn’t end. The clay is an important condition of making life. It is used by people and then it becomes dust, which falls in the water, to change again in thick clay. There is a permanent circle of water, clay, dust, etc. It is how life is going on and on.I have these elements in me. I use them not because I am homesick, or to cry for my beloved country. No it is more than this. I feel the place and I feel the meaning of the place. I feel the voices and the spirits in those dust, clay, walls and air. In this atmosphere I can find a lot of elements which I can reuse or recycle. You can find these things in my work; some letters, some shadows, some voices or some traces of people. On every wall you can find traces. The wall is always a sign of human life.

 

Do these ancient civilisations have a message for our time?

First I have to say we have the European Art. Further we have some uneuropean elements you can find them in many places. Sometimes I think about the caves of the prehistoric Sahara civilisations. You can find them on the border of Libya and Algeria. There you can find a lot of written messages. They couldn’t really write like our way of writing, but you find a lot of drawings. When I lived in Libya I studied them. Some of those Primitives were my teachers. They draw layers over layers, to tell their messages. For me these drawings are very important. Later I used somehow of the drawings, but then in a modern way. In more recent European Art we learned children drawings are very important. As such are also the drawings of the childhood of mankind important, just as important as our own first drawings. We have to use those elements to create something new. I believe that this happened in a certain way in Europe. We have to reuse our heritage to make something new. You can think a lot of things are very old, but you can reuse those elements again and again. All these elements are still alive. It is difficult to say that things in a museum are old and have no life. If you say that, why don’t you close it. It is shown because it still has a meaning. We still like to see them, because we like to think of our childhood as human beings. Maybe we would like to communicate with those cultures, with those people. Maybe we would like to catch the spirit of history when we put our shadows on those things, the old statues or the old paintings. I enjoy history as I enjoy present time. I can find many things and it is also available for anyone to find some other elements or sources to create something new. I think the history and the art is still available in somehow, still alive for anyone who wants to communicate with the past or the present. They still give you spots of life and some sense of meaning. It gives you always the possibility to make a dialogue.

In the time you studied on the academy in the nineteen-seventies, in Bagdad an avant-garde group was founded called the “One Dimension Group”. They worked, just as you do, with abstract symbols and signs. Were you related to them?

The artist who created this group, Shakir Hassan al-Sai’id, was my teacher .

Really? It is amazing to see how things fall in their place. Some artists discussed in  historical books, such as the books of Wijdan Ali and Brahim Alaoui, are related to the artists living in the Netherlands which I am researching. For example Baldin Ahmad told me he was a student of Faik Hassan and Jawad Salim.

Faik Hassan was my teacher also, and Jawad Salim, who died very early,  was in a certain way also a teacher for me, but in a more symbolic way; for me he was a symbol of a good artist. But Faik Hassan was my teacher for painting in the primary school, while Shakir Hassan al-Sai’id was my teacher in the secondary school. But I never joined the one dimension group. Some of the work this group produced I like very much but in general it was not so clear what is really one dimension art. Shakir Hassan al-Sai’id had a certain concept, but it was difficult to say this is one dimension art. There were a lot of artists who joined that group, but they had no any idea what they were doing. Just using some letters or abstract lines and they saw it as one dimension art. When it looked a little bit to calligraphy, it was enough.

Another aspect of your work, I read in some articles, is that your paintings are a kind of messages to your mother, who isn’t able to read or write. Could you explain it for me?

Well, for me in my position, because I had to leave my country, it is very important how to communicate with my mother. You have to know she developed a kind of a writing system. Of course she couldn’t write but she used a kind of abstract drawings. For her it had the same meaning of a text. Some abstract lines, she liked to use the pencil. It was a really important lesson to me. At first, to learn to communicate and sending her something how I feel about some things and I believe she can feel those drawings, even there is no exactly meaning.  Those drawings she felt about it. I am sure because they were so basic humanistic. Later this meaning became something bigger. It became for me a symbol, a symbol for the land, a symbol for my country, a symbol of place, a symbol of the people. For this mother, the Great Mother, but also my mother, the woman who made me, my own mother and the Big Mother I make my messages. In this way I communicate with her, I still talk with her, because she is a great symbol. For the painting her soul, her existence, is really essential. For her I make my symbols, my elements, my language. I am drawing my things to her. So therefore are my lines still lines, because I write for her. The line is anyhow important so I still work with the line, so they are still active in my paintings.

Sometimes there are some realistic signs in your work, like flags, or the roofs of houses. For example your painting “Rhythms in Blue” (oil on canvas, 1997), shown at the exhibition “Versluierde Taal”(museum Rijswijk, 1999) looks a little bit on a city by night. Also the pyramid form is an essential motif in your paintings. Can you explain why?

Well, this work I like to talk about it ( http://florisschreve.hyves.nl/fotos/355737279/0/uiES/?pageid=C5R662MESRSO4K8S). The original painting, which is now in the gallery Kunstliefde in Utrecht, I made it in my flat in Bilthoven, which is on the eight’s flour. I like Utrecht and I can see the tower of the church. About the painting someone asked me: “Where is this place?” Well, for me it was Bagdad. While I was looking to Utrecht, I was thinking on Bagdad. So it is mixed, those two places.And the triangle, it is an old form. For me it has a spiritual meaning. It is the symbol of the people who are striving to the divine, like the Dom of Utrecht. You can also find the triangle as an important symbol in North Africa, like in Libya, where the triangle is a symbol of the goodness.

I read sometimes the suffering in your country plays an indirect role in your work, like the black fields of Kurdistan. Can you tell me more about this? Did you see them yourselves?

Yes I saw them because I lived there.

You are not Kurdish I read?

No, I am Arab, but I joined the movement which was against the regime. I worked there also as an artist. I exhibited there and made an exhibition in a tent for all these people in the villages, but anyhow, the most amazing was the Iraqi regime uses a very special policy against Kurdistan, against this area and also against other places in Iraq. They burned and sacrificed the fields by using enormous bombings. So you see, and I saw it by myself, huge fields became totally black. The houses, trees, grass, everything was black. But look, when you see the burned grass, late in the season, you could see some little green points, because the life and the beauty is stronger than the bastards. The life was coming through. So you saw black, but there was some green coming up. For example I show you this painting which is extremely black, but it is to deep in my heart. Maybe you can see it hardly but when you look very sensitive you see some little traces of life. You see the life is still there. It shines trough the blackness. The life is coming back.

Why did you move to Libya?

I moved to Libya because I had no any choice to go to some other place in the world. I couldn’t go for any other place, because I couldn’t have a visa. It was the only country in the world I could go. Maybe it was a sort of destiny. I lived there for seven years. After two years the Kuwait war broke out in Iraq followed by the embargo and all the punishments. In this time it was impossible for a citizen of Iraq to have a visa for any country in the world.

 

Also it was impossible for a refugee?

Of course it was possible for a refugee, but for me didn’t ask for a refugee status, because I said: “Well, when I am still capable to feed myself, I didn’t want to go to Europe and ask for support. I am an artist, who still can work.” If I can feed myself, if I can work, if I have one square meter to stand on, I am aware I am alive and will be still there, even when it is very difficult. When you lose this last square meter you have to look for an other place to stand.

So you worked in Libya as a lecturer on the art academy?

Yes, I worked as a teacher on the academy of Tripoli, but the most interesting thing I did there was making many huge wallpaintings. The impossible happened when the citycounsel of Tripoli supported me to do something like that. I had always the dream how to make the city as beautiful as possible. I was thinking about Bagdad when I made it.My old dream was to do something like that in Bagdad, but it was always impossible to do that, because of the regime. I believe all the people in the world have the right on freedom, on water, on sun, on air, but also the right on beauty. They have the right on beauty in the world, or in their lives. So one of my aims was to make wallpaintings and I worked hard on it. They were abstract paintings, but I tried to give them something of the atmosphere of the city. It is an Arabic, Islamic city with Italian elements. I tried to make something new when I studied the Islamic architecture. I worked on them with my students and so something very unusual happened, especially for the girls, because in our society it is not very usual to see the girls painting on the street. It was a kind of a shock, but in a nice way. It brought something positive.

The people in the street liked what you were doing?

Yes, they liked it very much, so they asked me to do same thing five years later.

After Libya you moved to different European countries?

First I exhibited at a very nice festival at Tunisia (International Festival of Plastic Arts, Almahris, 1990, 1991, 1992). For three years I was invited to join the festival. It was a good opportunity for me to meet many artists from many continents, from Europe and the others. There were a lot of artists from France, Belgium, Germany and other countries. Since this event I thought, look, let us do something, let us talking, let us be working together. Let us look for this crazy war which it is still going on. I am against the war anyway. What happened in Kuwait and what happened in my country is a very sad story. Let us stop talking with guns, and all the craziness. Let us talk in a civilised way. Let us talk in art and let us talk about what is good for all the people. Of course you can talk a lot about all these crazy people, from Hitler to Saddam Hussein, Mussolini, Stalin, etc. Let us talk in a good way. Let us do something. In this way we tried, me and some colleagues, to make a dialogue, to work together in art. To work together with the art from all the continents in an equal and nice way. So we did something in Tunisia, something in France (International Art Festival, Tonnay-Boutonne, 1993). I think the artists can make a good dialogue between all those people, better than the politics and the governments.

Do you have an explanation for the fact that contemporary art from the Arab World is such an isolated and unknown phenomenon?

I believe that the policy of all those education and information ministries is very bad. I mean, the ministries from the Arabic administrations. In the Arabic countries the culture and the art stand in the back. In general, the governments are not interested to show what their countries really have. The artists have to manage everything themselves. It is really hard that artists have to manage themselves to communicate, to find a place, or to enter the European cultural life. Since the last twenty years you see the artists try to find a place, to escape. Our teachers, most of them, have studied in Europe before they turned back to Iraq. But how to show what you have is really difficult. In Europe making art is much more easier because you don’t have those crazy leaders we have in Arab countries, those regimes, those horrible things.

 

Well I noticed that not only in Iraq, but even in Jordan there is no freedom of press.

In none of these countries there is any freedom. Maybe in Lebanon you could feel yourself a little bit free, but the other countries are absolutely very bad. It is very difficult to make good art in Iraq, in Libya, in Yemen, or in Sudan, they are all really horrible. You see for those terrible governments and ministries it is not important to send an exhibition every year, or maybe in three or five years, to send out what the country have in the field of art. Also it is difficult to show all you have in a good way, because some have the opportunity more than the others. It depends on your relationship with the government and the ministry.

Is there also a lot of misuse of good art by these regimes? For example, according Wijdan Ali and Brahim Alaoui, Ismail Fattah is one of the most important sculptors of the Arab world. According another publication, however, “The Monument; art, vulgarity and responsibility in Iraq”, by Samir al-Khalil (pseudoniem van Kanan Makiya), which was published in London, Ismail Fattah makes large monuments, everywhere in Bagdad, to honour the martyrs of the “Great War of the Fatherland” against Iran. In Wijdan Ali’s book, “Contemporary Art from the Islamic World” (Amman, 1989), which I believe it is very important because it is so unique in its kind, it is shocking to read how the author of the chapter about Iraq, May Mudaffar, writes about Ismail Fattah. She describes these monuments, but she never discusses the political background. Maybe it is impossible to do, because there is censorship in Jordan, but I think this example shows there is an enormous problem in integrity how to deal with art and how to have a decent art criticism.

In Iraq we have many good artists. But these artists didn’t sell themselves in a cheap way. Some artists respected themselves. But some others they sold themselves, in a cheap or an expensive way. The market was open and you could have the choice. You could be send to the jail, or worse to the political underground jail, or putted in the shadow. The other option was to be made very famous and to be a millionaire, but then you have to work with them. It already begun when we were at the academy. The Baath party was in power for one year (1968) and they had a problem; no artist was a member of this party, no artist wanted to join such a thing. So they came to the academy and said: ”Well we are the party which is in power, and we need some artists to make an exhibition”. They asked for the most talented students. So we were invited for a meeting to drink some tea and to talk. Well, ok we went to that meeting. They told us they liked to exhibit our works, in a good museum, with a good catalogue and they promised all these works would be sold, for the prize we asked.  It seemed that the heaven was open for us and we said, ok, that’s nice. Then they came with their conditions. We had to work according the official ideology  and they should give us specific titles. We refused their offer, because we were artists. When we agreed we would sold ourselves and it would be the first step to hell.Later they found some very cheap artists who joined them. All their paintings had been sold. It was really shit, but the prizes were high. One of them, I know him very well, he bought a new villa and a new car. And in this way they took all this rubbish from these bad artists, and showed them and said: “Well, this is from the party and these are  the artists from Iraq”. The others were put in the dark side of the cultural life. Really, you can find a lot of good artists, a lot of honest artists. When you see the list of good artists and writers who left Iraq, than you really can see what  kind of a country this is! For example one of the pioneers of modern art in Iraq, Mahmoud Sabri, who is making really very fine art, lives now in Prague. He was a good educated man, better than Faik Hassan and Jawad Salim, but he left Iraq for a long time. So it happened with a lot of other good artists. There are a lot of good artists, outside Iraq and some inside Iraq. However, the sculptor and ceramist you mentioned, Ismail Fattah, works for the regime for a long time. I admire him for his work in the sixties and I feel sorry for him now.

 

What is your opinion about the quality of institutions for contemporary art in the Arab world, for example the Darat al Funun in Amman, the Nicolas Sursock museum in Beirut, or the Sharjah Biennale in the United Arab Emirates?

I believe, the Darat al Funun and some others, they are very good.

Is there not also the problem of censorship?

Well, in Jordan you can exhibit what you want. For the Iraqi artists it was the only hope to reach Amman, because it was the only opportunity to exhibit your work. The border to Jordan is the only one which is open, because we are totally isolated from other countries. For us Amman is the only gate to the world, because most of the Iraqi artists became very poor, so they couldn’t go further. Most of the Iraqi artists exhibited there, but the pity thing is, they had to sell themselves in a little bit cheap way, because the art market in Jordan is so small, so limited, when you have such a number of Iraqi artists.  But in general, when you find in Jordan, which is such a poor country, four or five art centres, it is very nice.In Lebanon there are also good institutions for contemporary art. In the gulf countries they have no tradition to deal with art.

Money enough, I should say.

Yes, but no money enough to send them to the artists. But you see, in contrary to the ministries, some small particular initiatives are sometimes very good. I saw it in Tunisia and there is also a wonderful gallery in Tripoli, the Dar al Funon.

One of the most important questions I would like to ask for my research is, have you ever noticed some misconceptions about Arab culture in the west? Have you ever dealt with some prejudices about the “Orient”? I ask you this, because I would like to research in what way the notion of “Orientalism”, from the Palestinian philologist Edward Said, plays a role in receiving the art from Arab countries.

This is an important point. Look, in Iraq we studied the art history of Europe so we know a lot about it. But in Europe there is a very little information about our culture, on our art. Many of our teachers went to study in Europe. We have also a lot of institutions. We have three academies and a few museums. This is nothing compared by in Egypt, or in Lebanon, or even in Syria. But when you are in Europe and you tell you are an Iraqi artist, they put you in a very small and tiny corner. It means they ask you: “Do you work in a traditional way? Do you make traditional arts and crafts? Do you make decoratives, or calligraphs?”  I say then: “No, I am making modern art”. Some of them ask: “So you are an artist. Did you know something about art when you were in your country, or did you learn it here?” I say: “I worked in my country as an artist”. “Did you make paintings in your country?”. I say: “Yes!”. “Did you exhibit in your country and did you sell work in your country?” .”Yes”.Sometimes it is really painful. Why are we so isolated? Well, of course we have been isolated, from Europe, because we have a crazy regime. And it is not only our regime, also the Libyan regime, or whatever regime. But on the other hand, there is no regime like that in Europe. So they have the possibility to go there, to look, to communicate, to write and to show. I think here you have a lot of papers, magazines, TV channels, etc. So why are we so isolated?So therefore I say, let us talk. Let us work together and let us showing something. Let the artists themselves to do that. Not the ministries, not the regimes. I have nothing to do with politics and the policy of my government, or to any other government. Let us talk as artists, as educated people and as human beings. I am not very optimistic but it is not an impossible dream, isn’t it?

Floris Schreve

De Bilt, 8-8-2000

Voor recent werk, zie link: http://www.kunstexpert.com/kunstenaar.aspx?id=4481

%d bloggers liken dit: