Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Tentoonstelling Diversity & Art- Aras Kareem

 
 

 afb. 1 Aras Kareem, Huis in gedachten, olieverf op doek, 2010

Aras Kareem

Aras Kareem werd in 1961 geboren in Sulaimaniya, in het Koerdische gebied van Noord Irak. In de jaren tachtig, de tijd dat Aras zijn kunstopleiding wilde volgen, was het voor Koerden niet meer mogelijk om in Bagdad aan de kunstacademie te studeren. Vanaf de jaren zeventig waren de Koerden geregeld in oorlog met de centrale regering in Bagdad. In de jaren tachtig, tijdens de Irak/Iran oorlog was dit conflict op zijn hevigst, waardoor Koerdistan vrijwel afgesloten was van de rest van Irak. Wel hadden een paar Koerdische kunstenaars, die in vrijere tijden in Bagdad hadden gestudeerd, een kunstinstituut in Sulaimaniya opgezet. Deze kunstenaars, waaronder Lala Abda, Kamel Mostafa, de keramist Kader Mirgan en vooral Ismael Khayat, die Aras belangrijkste leraar was, waren de drijvende krachten achter dit initiatief. Later stichtten deze kunstenaars ook de United Artists of Kurdistan, een door het regime in Bagdad verboden organisatie, maar die later een van de peilers zou vormen van het Koerdische culturele leven, nadat het regime zich in 1991 uit de Koerdische gebieden had teruggetrokken. Ook Aras Kareem had zich bij deze organisatie aangesloten.

De situatie in Koerdistan verslechterde steeds meer gedurende de loop van de Irak/Iran oorlog. In 1988 besloot het regime in Bagdad om de zogenaamde Anfal campagne ten uitvoer te brengen, de zuivering van het Koerdische platteland. Hele dorpen en stadjes werden ontvolkt en zo’n 180.000 Koerdische burgers vonden de dood in massa-executies. Ook werden er een aantal kleinere steden en dorpen bestookt met chemische wapens, waarvan het bombardement op Halabja het meest berucht is geworden.

 

afb. 2 Aras Kareem, Onvergetelijke herinneringen, olieverf op doek, 1996

In de Golfoorlog van 1991, nadat het Iraakse leger Koeweit was uitgedreven, kwamen het zuiden van Irak en het Koerdische noorden in opstand.  De Koerdische opstand werd door het Iraakse regime neergeslagen en velen moesten vluchten naar Iran en Turkije. Ook Aras moest wijk nemen naar Iran, waar hij verbleef totdat de VN een No Fly-zone had ingesteld die ervoor zorgde dat de Koerdische gebieden enige mate van autonomie ten opzichte van Bagdad verkregen.

Toch bleef de situatie in Koerdistan erg onzeker. Hoewel het regime er formeel verdreven was, volgde er een serie van liquidaties van mensen die bij de Koerdische opstand betrokken waren. In 1994 organiseerde de Koerdische kunstenaarsorganisatie een expositie, waaraan Aras deelnam. Ook deze expositie werd door het regime als een provocatie gezien en de kunstenaars die hadden deelgenomen waren hun leven niet langer meer zeker. Aras vluchtte naar Turkije en ‘het lot’, zoals hij dat zelf omschreef, bracht hem naar Nederland. Na anderhalf jaar voegde zijn gezin zich bij hem.  

Eigenlijk al vanaf zijn aankomst in Nederland in 1993 ging Aras als kunstenaar aan het werk. Zijn eerste serie werken maakte hij in de vluchtelingenopvang. Makkelijk was dat niet; hij deelde met zes anderen een kamer en kon slechts ’s nachts de badkamer als atelier gebruiken. Een aantal werken uit die tijd zijn hier tentoongesteld. Om te beginnen zijn eerste ‘Nederlandse’ schilderij (afb. 2).  Te zien zijn vooral verschillende gezichtsvormen. Aras liet zich inspireren door wat hij in zijn directe omgeving waarnam. Hij bevond zich in een omgeving waar hij, naast met zijn eigen landgenoten, ook samenleefde met vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië en en Somalië. Aras: ‘Ieder gezicht had zijn eigen verhaal te vertellen. Dat heb ik proberen te vatten’.

Uit diezelfde periode dateren ook de drie tekeningen die hij maakte met koffie en inkt op papier (afb. 3 t/m 5). Ook hier zijn mensfiguren te herkennen. Aras verwerkte hierin de beelden uit zijn dromen, die hij liet samenvallen met zijn observatie van de vele ontheemden met wie hij op dat moment samenleefde.

          

afb. 3 t/m 5 zonder titel, koffie en inkt op papier, 1993

Het motief van de geabstraheerde mensfiguren bleef een thema dat terugkeerde in het werk dat hij in de daaropvolgende jaren maakte. Aras in een statement uit die tijd:

‘Gezichtsuitdrukkingen zijn de kern van mijn werk. De mens en zijn motieven staan centraal. In mijn visie is het leven een cirkel waarbinnen mensen zich bewegen. Beweging is creatief. Ik wil de beweegredenen opsporen die mij, bewust of onbewust, aansturen. Wat beweegt mij, wat beweegt de ander? Ik vind mijzelf geen estheticus. Schoonheid in de pure betekenis interesseert mij niet. Ik zoek een antwoord op de tegenpolen die ik ervaar. Mij intrigeert het contrast dat ik onderscheid. Zoals ik dat contrast beleef. Ik wil geen slachtoffer zijn van mijn eigen denkprocessen. Ik wil uitzoeken wat mijn geest verkent en uitdrukken in mijn werk’.

Geleidelijk aan raakten de mensfiguren in zijn werk meer op de achtergrond. Aras zelf hierover: ‘Ik begon de ruimtelijkheid steeds meer op te zoeken. Ik nam meer afstand en er kwam meer reflectie in mijn werk’. Het werk uit de periode 1999 tot ongeveer 2005 is meer geometrisch van karakter. Het landschap werd voor hem steeds belangrijker, maar ook is er te zien dat hij de vormen van bijvoorbeeld oude Amsterdamse pakhuizen in zijn werk verwerkte (afb.).

Het recente werk (periode van ongeveer 2005 tot nu), de periode waaruit het meeste werk op deze tentoonstelling dateert, is veel ijler van karakter. Wie de robuust neergezette antropomorfe figuren uit Aras vroege Nederlandse werk vergelijkt met zijn huidige werk, dat soms bijna etherisch van aard is, ziet dat Aras een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt. 

   

Aras Kareem, Storm, olieverf op doek, 2006

   

Aras Kareem, 2x gezichten, acryl op paneel, 2004

 

Aras Kareem, Blauwe avond, olieverf op doek, 2006

Over zijn werkwijze vertelt Aras het volgende: ‘Als ik voor een leeg doek of een wit vel papier sta, probeer ik contact te maken. Ik probeer hierbij niet te denken. Wanneer ik de eerste streek zet, laat ik me leiden door het onbewuste. Dan is er het begin gemaakt en gaat het proces vanzelf verder’. Het ontstaansproces van een werk vergelijkt hij met het maken van een wandeling. ‘Je loopt naar buiten en gaat op ontdekkingsreis. Je laat je leiden door wat je tegenkomt. Het gevoel van wat je tegenkomt keert op de een of andere manier altijd terug in het werk. Het kan van alles zijn, van het gevoel van de wind tot het ritselen van de bladeren. Maar uiteindelijk bepaalt het werk zelf welke richting het opgaat. Voor mij is het proces interessanter dan het resultaat. Ieder nieuw werk betekent voor mij een eerste stap. Het voorgaande moet eerst worden afgebouwd, niet verder worden uitgebouwd. Kunst is voor mij een uitdrukkingstaal, waarin ik weer telkens weer iets nieuws kan zeggen’.

   

Aras Kareem, Omhelzing, olieverf op paneel, 2010

   

Aras Kareem, De Boom, olieverf op doek, 2010

Hoewel Aras bij het scheppingsproces zich laat leiden door zijn intuïtie, betekent dit niet dat hij dit als een vrijblijvendheid ziet. Het gaat hem erom zo precies mogelijk zijn gevoel over te brengen. ‘Ik fantaseer niet in mijn werk’ zegt Aras. Het is voor hem een gerichte zoektocht, telkens vanuit een andere hoek belicht, maar die altijd uitkomt op die ene vraag: wie ben ik? Waarbij het uiteindelijke resultaat geen antwoord blijkt te zijn maar weer nieuwe vragen oproept.

In de laatste jaren is het werk van Aras steeds landschappelijker, maar ook eenvoudiger en monumentaler geworden. Het is vooral dit recente werk dat in deze tentoonstelling centraal staat.

Floris Schreve

 

 Aras Kareem, Stad van de liefde, olieverf op doek, 2004

 

3 oktober 2010  –  A R A S   K A R E E M  –  30 oktober 2010

 

OPENING  ZONDAG  3  oktober  om 16.00uur – deur open 15.00uur 

 

door Sam Drukker – kunstenaar en docent aan de Wackers Academie, Amsterdam

Diversity & Art  |  Sint Nicolaasstraat 21  |  1012 NJ  |  Amsterdam

 

 

Aras Kareem (1961, Irak, Koerdistan)        

Aras voltooide in 1980 zijn opleiding bij het “Centrum voor Beeldende Kunst” in Sulaimanya.

Hij weigerde dienst en werd lid van de Vakbond voor Koerdische Kunstenaars.

In 1992 organiseerde hij een tentoonstelling ter nagedachtenis van de massamoord in de Koerdische stad Halabdja, die vier jaar daarvoor in opdracht van Saddam Hoessein met gifgas werd bestookt. Sindsdien werd hem het leven onmogelijk gemaakt en moest hij zijn geboorteland ontvluchten.

Sinds 1994 woont en werkt hij in Nederland. Kareem schildert heel intuïtief:

 

“Kunst is de spiegel van mijn leven. Ik schilder wat er in mij zit. Als ik begin met schilderen, weet ik niet wat er zal komen. Ik raak het doek aan en verder gaat het vanzelf. Het gevecht en de beelden zitten in mij. Als ze eruit komen en het schilderij af is, voel ik me krachtiger. In mijn werk zoek ik een koppeling tussen ‘heden’ en ‘verleden’. Ik gebruik gevoelselementen uit het verleden en probeer deze te

vertalen naar de huidige tijd.”

 

Sam Drukker (1957) zal de expositie openen. Hij volgde het werk van Aras gedurende vele jaren. Hij is naast autonoom kunstenaar docent aan de Wackers Academie in Amsterdam.

Hij was oprichter van het Nederlands Portretschap en lid tot 2000.

Diversity & Art  |  Sint Nicolaasstraat 21  |  1012 NJ  |  Amsterdam  |  open do 13.00-19.00  |  vr t/m za 13.00-17.00 

info@beemsterart.com  |  http://www.diversityandart.com/

http://aidanederland.nl/wordpress/kunsten/beeldend/aras-kareem/over/ 

 http://www.araskareem.com/

 

(zie ook dit eerdere arikel)

 

 

 

 

 

 

 

Openingswoord Sam Drukker

De dreigende, enorme bezuinigingen in de kunsten, de komende tijd is de “eigen schuld” van de kunsten, zegt kunsteconoom Pim van Klink dit weekend in NRC. “De kunst is in zijn eigen fuik gezwommen”, legt hij uit. Doordat de geldpotjes jarenlang zijn verdeeld door een kleine elite, op basis van vage criteria als “vernieuwing”  en  “artisticiteit”, zijn toneelgezelschappen, muziek ensembles en kunstenaars  daarop  gaan inspelen. Een steeds kleinere groep die kunst maakt voor een steeds kleinere groep.  De brede lagen, zeg maar het volk, Jan-met-de-pet,  tegenwoordig  zijn dat “Henk en Ingrid” eisen nu hun deel op.  “De smaak van de gewone man moet een grotere rol gaan spelen”. De econoom ziet wel een oplossing: zij die ook zelf al geld genereren hebben nog recht op geld. Wie het goed doet heeft recht op steun.

Dat was even schrikken. Wij dachten nu juist altijd dat “ wat het moeilijk heeft en de moeite waard is”  hulp moet krijgen van de gemeenschap. Hoe kleiner het publiek, des te groter het bedrag. Wij zijn er aan gewend geraakt dat kunst die erg gesloten en complex is maar een kleine groep liefhebbers heeft en veel overheidssteun verwerft. En dat wat populair is waarschijnlijk wel niet goed zal zijn. Wij hebben decennia lang verdacht gemaakt wat succes heeft. Een fenomeen dat een heel typisch Nederlands fenomeen is. Zodra je de grens overgaat, zie je die culturele tweedeling niet.  Dus we gaan het nu omdraaien? Onder invloed van de crises, grote bezuinigingen en de macht van populistische partijen moeten we ineens snappen dat wat het al goed doet mag groeien en daar waar weinig belangstelling voor is het zelf maar uit moet zoeken?

De schok van de gedachte is groot. Maar ergens is het ook een prettige.  Het heeft iets van na een hevige week in de spiegel kijken en denken: “ ik moet mijn leven anders gaan inrichten”

Er kloppen dingen niet, er mag wel eens aan de boom worden geschud. De louteringen van de bezem. De onzekerheid dwingt ons tot kiezen. Het wordt meer als ooit weer de moeite waard om uit te zoeken wat van belang is. De vanzelfsprekendheid van voorgeschotelde kunst die is goedgekeurd door de ” mensen die het weten” maakt ons lui en ongeïnteresseerd.  Het belangrijkste van kunst is dat we in staat zijn onafhankelijk te kijken of te luisteren en dat we daar vanuit durven te oordelen. Dat is tevens ook het mooie van kunst. Kunst geeft ons de totale vrijheid. Vrijheid om te associëren, vrijheid om  onze diepste zielenroerselen te beroeren zo u wilt, maar vooral vrijheid om te  kiezen.

 En zo zullen we weer zonder bevestiging van anderen tot  een oordeel moeten komen en op het idee  moeten komen om het werk van een kunstenaar te tonen Zo zullen er mensen moeten opstaan die zeggen: ik vind dit de moeite waard en ik geef mijn tijd en mijn ruimte aan deze kunst en toon het.  Het Beemster Artcentre is zo’n initiatief en hier, op deze mooie witte wanden staan wij oog in oog met werk dat ons niet op een serveerblaadje wordt aangereikt. Wij moeten hier weer  zelf weer aan het werk om onbevooroordeeld te oordelen. En dat is niet gemakkelijk want dat zijn we niet gewend.

Zodra een kunstenaar een kopje schildert komt het “verhaaltje” snel over. Een realistisch hoofd hoeft het niet te zijn om ons mee te delen “kijk, een gezicht”. Daarvoor is een ovaaltje met twee amandeltjes er in al genoeg. Aras doet ons zulke mededelingen. Althans, dat deed hij. Helemaal rechts zien we er zelfs een heleboel. Het is een oud schilderij van uit de tijd dat Aras nog niet zo lang hier woonde.  Die koppies komen nog wel eens terug zo hier en daar.  Maar de narratieve neiging van Kareem om met dit soort elementen te duiden (een zeiltje, een boom) wordt minder en minder. In zijn laatste werk zijn die figuratieve symbolen bijna helemaal verdwenen. Wat blijft erover?  Misschien wordt hij steeds mindere verhalend, hij wordt wel steeds beeldender. Aras is een kundig schilder die heel goed snapt dat de kwaliteit van een schilderij bovenal zit in de abstractie, of er nu wel of niet een bootje in voor komt. En daarin toont hij zich een meester.

 Twee elementen vertellen wat mij betreft vooral zijn verhaal.  Textuur is de ene. Het zanderige, het korrelige, het stugge, het trage van de verf. Het is zijn taal. Het beroert de melancholie, het schuurt de tijd, het raakt zijn verleden, zijn geschiedenis. Steeds rijker en gelaagder weet hij er mee om te gaan. Die interesse in materie  heeft hij altijd gehad. Nee, die komt niet uit het land van  Mondriaan.  Hoe paradoxaal: zo schoon kan verval zijn. Maar de grootste zeggingskracht vind Aras in kleur. Meer dan zijn moedertaal spreekt hij de taal van de kleur. Hij is zonder twijfel  een colorist. Geen blauw in de zeeën en de landerijen van Aras is hetzelfde. Door vuile blauwen los te laten op blauwen van een andere familie en door heel sporadisch zuivere blauwen als ceruleum of kobalt  te laten schitteren te midden van de grauwen, weet hij schoonheid te laten triomferen.

 Aras werk is klein en stil. Het vraagt tijd en het vraagt aandacht. Maar het geeft ruimte en het zingt. We moeten ons geen zorgen maken. Het komt voor zichzelf op.

Sam Drukker

Sam Drukker

Aras voor zijn werk ‘Stad van de Liefde’

Aras Kareem met Herman Divendal van AIDA

Aras (achter) met linksvoor de Iraaks/Koerdische kunstenaar Hoshyar Rasheed (zie ook dit eerdere item op dit blog) en de Iraaks/Koerdische schrijver Ibrahim Selman

 

Jwana Omer (midden), de echtgenote van Aras Kareem

Ibrahim Selman en Hoshyar Rasheed

Aras met onze Iraanse bovenbuurman Hossein

Mijn moeder, Liesbeth Schreve (links), met Jwana Omer (midden)

Ali Reza (onze Iraanse bovenbuurman) en de Iraakse journalist en dichter Karim al-Najar

Mijn moeder met mijn tante/achternicht Jetteke Frijda

Mijn moeder met Aras

Aras en ikzelf.JPG

Aras en ikzelf

Simyo

123tijdschrift.nl

KPN homepage

NLEnergie

online adverteren www.m4n.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: