Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

Homo’s!…het gelijk van Komrij

Posted in homo-emancipatie/'homo-kwesties' by Floris Schreve on 13 oktober 2008

 

Homo’s!…het gelijk van Komrij

 

Een half jaar geleden schreef ik op mijn weblog het ietwat sneerderige en daarmee ‘typisch nichterige’ stukje ‘Warm badje met homo-moeder Rita’. Ik liet toen al merken dat ik de omarming van het platte Archie Bunker electoraat, opgezweept door foute politici, hoogst onaangenaam vond. Gelukkig bleek ik niet de enige te zijn. Kort geleden publiceerde Gerrit Komrij een mij uit het hart gegrepen essay ‘Waarom is Nederland zo dol op homo’s?’ (de Groene Amsterdammer, 26-09-2008). Vooral de passage over Rita Verdonk klonk mij als muziek in de oren. Komrij: ‘Omdat haar naam nu weldra vergeten zal zijn, ondanks haar robuuste aanwezigheid de laatste jaren en ondanks de amechtige kalverliefde waarmee de journalisten haar op een voetstuk plaatsten, wil ik even vastleggen wie Rita Verdonk is. Rita Verdonk is een in haar motoriek ietwat boerse vrouw met beperkte verstandelijke vermogens, afkomstig uit het gevangeniswezen waar men, boef of cipier, alles weet van onderdrukte seksuele verlangens’. Hoera, dacht ik, eindelijk iemand die dit ook vindt en dit veel mooier onder woorden kan brengen dan ik het ooit zou kunnen. Ik ben een groot liefhebber van Komrij, zolang hij maar geen dichter des vaderlands is of een ongelukkig gedicht schrijft over de ‘zittende politicus’, die het ‘echte monster niet ziet’ (rond de moord op Pim Fortuyn). Dat vond ik helaas een misser en ik was even bang dat hij zijn kunstenaarschap had verloren aan het platte volksgevoel en het gebrul van de meute. Maar gelukkig had Komrij daar ook snel ‘tabak van’, zoals hij middels een afscheidsgedicht liet weten.

Komrij als vrij kunstenaar heb ik echter zeer hoog zitten. Zijn roman ‘Verwoest Arcadië’ vind ik een van de hoogtepunten van de Nederlandse literatuur wanneer het homoseksualiteit betreft, net als alle boeken van de nog steeds geheel ten onrechte vrij onbekende schrijver Willem Melchior. Qua wat oudere Nederlandse literatuur de suggestieve juweeltjes van Louis Couperus tot het gewaagde directe van Jacob Israël de Haan. Moedig dat zij aan het begin van de twintigste eeuw deze verhalen durfden en zelfs konden schrijven rond dit thema, los van de grote literaire kwaliteit. Ook erg mooi is de serie ‘Geheim dagboek’ van Hans Warren. Ik ben zelf niet zo’n grote liefhebber van Reve, maar dat wil dat wel nederig aan mijn eigen beperktheid wijten. Misschien zie ik op dat gebied nog een keer het licht.

Maar goed, homo’s dus. Er is de laatste tijd rond mijn soort mensen veel te doen geweest dus wellicht moet ik zelf maar eens duidelijk maken hoe ik tegen mijn eigen soort aankijk en vooral, wat ik vind van hoe allerlei hetero’s er tegen aan kijken, van goedbedoeld tot kwaadwillig.

Aan een kant gaat het goed met de homo’s. Homo’s zijn populair, zijn lief, grappig en ze zouden zo je ideale schoonzoon zijn. De soppende huisvrouw heeft de homo ontdekt, wat dat betreft geheel eens met Komrij. Je zou haar bijna het liefst een darkroom in een van de donkerste holen van de Warmoestraat in willen sturen maar wat als ze dat ook enig vindt? Koot en Bie waren al profetisch met hun Frank en Carla van Putten, in hun scène ‘niet wijzen, moeder’ (hier terug te zien  http://www.youtube.com/watch?v=-xfTlBSqCQY ). Briljante sketch, maar dit lijkt zo’n beetje de prijs te worden die je moet betalen bij de algehele emancipatie. Alhoewel, homo’s zijn vooral leuk als ze weliswaar middelmatig zijn, maar toch net een beetje voldoen aan het clichébeeld dat veel hetero’s (en veel homo’s zelf overigens) van deze soort hebben. Dat is namelijk de januskop van de zo geliefde homo. De hetero’s moeten er wel hun eigen stereotype denkbeelden in bevestigd zien, anders is het niet meer leuk. Nederland houdt niet zozeer van homo’s, Nederland houdt van een cliché van homo’s. En laat dit nu net de valkuil zijn. In Komrij’s woorden: ‘Er loopt een directe lijn van de Canal Parade naar de Paralympics!’

Elders op mijn blog is het verschijnsel exotisme in verschillende bijdragen vaak langsgekomen. Exotisme wil zeggen dat het beeld van de ander belangrijker is dan de ander zelf. Het beeld kan naar hartenlust worden ingezet voor de eigen doeleinden. Arabieren zijn enerzijds wellustig en anderzijds gevaarlijk (handig als je een vijand nodig hebt, zie hier). Indianen zijn oud en wijs en hun ras representeert de ‘avondschemering der mensheid’ (handig in dit geval voor Rudolf Steiner en de antroposofie, als je een theorie nodig hebt waarin het Arische ras het summum en de bloei van de schepping zou moeten zijn, zie hier, sommige hedendaagse indianen zelf over deze stereotypen, zie hier). Rita Verdonk houdt ook van homo’s en host graag met ze mee (om de moslims te schoppen, we hebben het al eerder gezien). Allemaal vormen van exotisme. Zelfbevestigdend exotisme bestaat ook. Het is hier allemaal langsgekomen. ‘Zelfbevestigend oriëntalisme’, Ba’thisme (Saddams variant van Arabisch nationalisme) en négitude (Senghors oproep aan alle zwarten om je vooral heel erg je op je Afrikaanse ‘roots’ te richten). De ander is hoe dan ook anders, soms in positieve zin, soms in negatieve zin, uitsluitend omdat we dan zelf zo zeker weten hoe wij zijn. Zie ook alle overbodige debatten over Nederlandse identiteit, ook al zo’n stompzinnige trend (geheel eens met Prinses Maxima overigens). Een positieve bijkomstigheid is dat er opeens veel aan geschiedenis wordt gedaan. Hopelijk is dat een kans om juist uit te leggen dat zo’n eigen identiteit helemaal niet bestaat en dat wij/zij denken volkomen zinloos is. Zouden we van de geschiedenis kunnen leren, als je dit soort lessen uit de geschiedenis kunt leren. Ook dat is twijfelachtig.

Maar hoe dan ook, heel onlangs bleek dat de homo’s zo actueel zijn dat ook het NCRV discussie programma ‘Rondom tien’ er een aflevering aan wijdde (hier terug te zien http://player.omroep.nl/?serid=182). Aanleiding was het stuk van Komrij. Daar bleek het volgende: sommige ‘homo’s’ hebben zelf genoeg van die lading stereotypen die door die ‘domme hetero’s’ zo hartstochtelijk worden gekoesterd, ook als dat zogenaamde positieve stoplappen zijn. Dit waren hele gewone homo’s, maar ze hadden hetzelfde als Komrij. Ik kan mij hier geheel in vinden. Stemde me weer positief.

Maar dan die anderen in dat programma. Er waren namelijk ook boze homo’s. Zij waren minder gecharmeerd van Komrij’s speldenprikjes. Maar zien jullie het dan niet?  Hoe jullie gereduceerd worden tot een stereotype, een gebruiksartikel voor foute populisten. Soms handig om in te zetten, maar soms ook niet. En dat Geer en Goor zich daarvoor laten lenen is hun probleem. Geef mij dan maar Komrij’s hautaine vertoog. En laat de cliché-nichten maar aan de hetero’s, al zie ik het soms met lede ogen aan.

Wat mijn probleem is met ‘homo-exotisme’ is dat het altijd een agenda dient die niet de jouwe is (zeg ik als homo). Het is altijd iets interessants om voor buitenstaanders (hetero’s in dit geval) mee aan de haal te gaan. Dat kan soms bloedlink zijn. Hetero’s kunnen op die manier gaan uitmaken wat typisch homo is en wat niet. Er is zo sprake van een discours-vorming buiten jouw invloed om. Over jou en niet met jou. Uiteindelijk is het ook de hetero die de marges bepaald waarbinnen je wel of geen homo mag zijn (wat zag Michel Foucault dit soort zaken toch goed, zie hier een nog altijd huiveringwekkend goede en beroemde tweegesprek met Noam Chomsky http://www.youtube.com/watch?v=WveI_vgmPz8, een van de mooiste hoogtepunt van het ‘postmodernisme’ ). Discoursvorming hangt uiteindelijk samen met machtsuitoefening, wat dat betreft nog altijd eens met Foucault, al is deze denker tegenwoordig weer een beetje ‘uit’. Foucault was trouwens ook homo, maar dat heeft er voor mij niets mee te maken. Hooguit zou je dan sneller bewust kunnen zijn van dit soort processen van macht, van insluiting en uitsluiting, maar ik denk dat je dat ook heel goed kan als je tot een andere vreemde minderheid behoort. Ik zou ook kunnen verwijzen naar mijn eerdere artikel over de kunstenaar Jimmie Durham (zie Moderne kunst van Indiaans Noord Amerika), of wat verschillende kunstenaars uit de Arabische wereld hierover te vertellen hebben. Heb juist voor dat thema altijd een grote fascinatie gehad. Ga dat hier overigens niet psychologisch proberen te verklaren door aan oninteressante introspectie te doen, dat laat ik liever aan anderen. Ik heb trouwens een grondige hekel aan vrijblijvend amateur psycholoog spelen, naar mezelf en naar anderen.

Maar goed, om toch iets over mezelf te zeggen, hoe beleef ik mijn eigen homoseksualiteit? Aan een kant zou je mij bijna een ‘assimilant van de heterocultuur’ kunnen noemen, zoals dat in de jaren van radikale aksie heette (in die dagen diende je soms zo militant mogelijk je identiteit uit te dragen, net alsof je als mens een geworden was met je identiteitssjabloon). Zo beleef ik het dus duidelijk niet. Wat wel leuk is aan het postmodern homo zijn is dat je kan shoppen uit verschillende subculturen. Een soort prettige vorm van schizofrenie dus. Nu heb ik ook geen vaste relatie en ben ik nog relatief jong, dus heb daar volop gelegenheid toe. Het is dus veel vrijheid blijheid en veel mag, maar niets hoeft. Rare verkleedpartijtjes voor diverse gelegenheden, die weer heel erg komisch zijn als je er ook weer met gepaste afstand naar kan kijken. Dan kun je er ook vaak erg om lachen. Dat zo’n beetje. Zolang je maar niet door een kleine nalatigheid je eigen leven en dat van anderen in gevaar brengt. Die verantwoordelijk heb je namelijk wel en in dat opzicht ben ik erg rechtlijnig. Voor zo’n Groninger affaire dus geen greintje begrip. Voor ander onveilig gedrag ook niet. Dat is eigenlijk alles.

Wat dat ‘identiteits-shoppen’ betreft het is altijd weer grappig om te zien hoe er in diverse kringen aan groepsvorming wordt gedaan. Er is geen wereld zo trendgevoelig als de homowereld (ik kan beter zeggen ‘homowerelden’ want deze is verdeeld in allerlei verschillende soorten scenes). Trends komen en gaan daar bijna sneller dan in de ‘normale’ en ‘hetero’ boze buitenwereld. Of het nu om de leerscene gaat of om de meer trendy jongenscultuur van de Reguliersdwars. Er is vaak niets leukers dan met mede homoseksuelen badinerend te ouwehoeren over hoe lomp, onelegant en smakeloos die domme heterowereld is, die er vaak niets van heeft begrepen. Heel erg navelstaarderig is dat ook, zo niet bijna dorps. En ja, iedere kudde heeft een vijand van buiten nodig, dat is wel weer het jammere maar ook het onvermijdelijke er aan. Maar soms wel erg grappig, zolang je er niet in verzuipt.

Wat voor mij ‘typisch’ homo is, is iets wat ik zelf uitmaak. Dat hoeft mij niet te worden uitgelegd door opportunistische buitenstaanders, die menen in hun zelfverklaarde tolerantie en ruimhartigheid de grenzen te mogen bepalen. Het betreft ook mijn persoonlijke keuzes en zolang ik daar niemand mee benadeel gaat het ook niemand iets aan. Wel kan ik me erg storen aan sjabloondenken en kuddegedrag. ‘Dat jij niet op Pim stemt, jij als homo zou toch beter moeten weten’ heb ik een keer te horen gekregen van iemand, die net als ik lid was geweest van het Leidse corps Minerva. Hij had net ontdekt en bedacht dat homo’s ook leuke mensen zijn, zolang ze maar wel een beetje anders blijven. Dankzij Pim zijn homo’s op een gevaarlijke manier ‘in’ geworden. Dat is al iets om waakzaam voor te zijn. Want wat als je niet aan het beeld voldoet wat zo dodelijk wordt omhelsd? Wellicht is een nog sterkere afwijzing en uitsluiting het gevolg. Oppassen dus. De uitzending van ‘Rondom tien’ laat zien dat er nog altijd redenen zijn om oplettend te zijn. Voor je het weet word je in het hokje van de ‘Pride homo’s’ geduwd. Het volk vindt dat nu even fantastisch maar wee je gebeente als de stemming omslaat. Komrij heeft dus gelijk, al is het maar hoe hij instemmend wordt aangehaald op Geen Stijl: ‘Albert Verlinde, Geer & Goor en alle andere zogenaamd hilarische fladdernichten bukken jullie even? ‘s-Lands homoseksueelste mooischrijver Gerrit Komrij vraagt uw aandacht voor zijn gebalde vuist tot vér achter het schaambot’ (http://www.geenstijl.nl/mt/archieven/2008/09/komrij_poept_op_homos.html). Het is een bijna selffulfilling prophecy. Alleen het slot van dat stuk al: ‘Zo. En nu weer buttsecksen allemaal’ (met die spelling, laat staan dat die idioten weten waar ze het over hebben). Komrij waarschuwt ons juist voor dit geluid, alleen hebben die idioten van Geen Stijl dat niet eens door. Wel beangstigend, en hoe dom de meeste stukjes van geenstijl.nl ook zijn, zij komen meestal wel uit de diepste riolen van de samenleving en laten helaas wel zien hoe even later het ‘Gesundes Volksempfinden’ eruit ziet wanneer het bovengronds komt. Dat hebben we al in het geval van de moslims gezien.

Om geheel instemmend met Gerrit Komrij af te sluiten: ‘Macht blijft macht. Ik kan, als homoseksueel uit een verloren tijd, nog signalen lezen. En al die signalen geven te kennen dat er iets zwaait voor de homoseksuelen als ze niet langer aan de eis van knuffelbaarheid voldoen’. Wie kan zich nog Rotterdam Culturele hoofdstad 2001 herinneren? Het voorbeeld van multiculturele tolerantie, waar buurstad Antwerpen met zijn Dewinter een voorbeeld aan zou moeten nemen? Hoe ‘knuffelig’ er toen over Marokkanen werd gepraat? 11 september kwam en binnen een jaar was het de stad van de leefbaren en Pim Fortuyn.

De woorden op nationale onderbuik Geen Stijl geven genoeg te denken. Ga toch ‘buttsecksen’. Blijkbaar zowel een randdebiel achter het toetsenbord als tussen de lakens. En bemoei je verder niet met zaken waar je geen verstand van hebt.

gaypride, Amsterdam 2008

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: