Mijn hersenspinsels en gedachtekronkels

De pompeuze miezerigheid van Leon de Winter

Eigenlijk heb ik weinig toe te voegen aan het ruwe materiaal. Het spreekt al genoeg voor zichzelf.

Een tijdje terug nam schrijver/columnist Leon de Winter het op voor zijn vriend, de in opspraak geraakte en inmiddels geschorste advocaat Bram Moszkowicz. De Winter viel vooral over een zinsnede van de Deken van de Orde van Advocaten. Deze zou gezegd hebben dat Bram Moszkowicz ‘niet intrinsiek slecht’ is. De Winter reageerde in de Volkskrant met het onderstaande artikel:

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3321713/2012/09/25/Leon-de-Winter-De-deken-heeft-Bram-Moszkowicz-retorisch-verkracht.dhtml

Leon de Winter: ‘De deken heeft Bram Moszkowicz retorisch verkracht’

Door: OPINIE – Leon de Winter −25/09/12, 07:06
© anp. Bram Moszkowicz

opinieBram Moszkowicz is niet ‘intrinsiek slecht’, zei de deken van de Orde van Advocaten. Moskowicz senior zei hetzelfde over oorlogsmisdadigers. Leon de Winter vraagt zich af of de deken in de Moszkowicz-zaak de uitzondering op de regel is.

  • Bram is beroemd, rijdt in mooie auto’s, heeft een mooie en slimme vriendin en neemt het er soms van – dus wordt hij benijd en, als het kan, verguisd.

  • Vindt Kemper Bram ook een slecht mens – zoiets als een oorlogsmisdadiger? En wil hij hem toch een beetje als mens zien?

Bram Moszkowicz is een hartelijke en trouwe vriend. Ik kan dus niet objectief zijn, ook al probeer ik dat, en afstandelijk kijken naar wat hem nu overkomt. Ik leef met hem mee – dat doe je met vrienden.

Bram ligt onder vuur van de deken van de Orde van Advocaten, en dus van een groot deel van de media. Veel mensen vinden het leuk wanneer ‘the mighty fall’. Bram is beroemd, rijdt in mooie auto’s, heeft een mooie en slimme vriendin en neemt het er soms van – dus wordt hij benijd en, als het kan, verguisd.

Die dingen die ik over Bram lees, doen me pijn. Ik kan de waarde van de opmerkingen van de deken, Germ Kemper, niet op waarde schatten. Ik weet alleen dat ik de man die ik ken, en die mijn vriend is, daarin niet herken.

Uitzonderlijk talent
Bram is een briljante advocaat. Hij heeft niet alle zaken kunnen winnen die hij heeft gedaan, maar wie hem ooit heeft zien pleiten, weet dat hij een uitzonderlijk talent is.

Kemper beweerde dat Bram niet geschikt was voor het vak van advocaat – dat was lachwekkend. Kemper zei meer gekke dingen. Daaruit proefde je de persoonlijke afkeer die hij van Bram heeft.

Naast de belastende feiten viel met name de toon op waarmee Kemper zich tegenover het Tuchtcollege meende te moeten uiten. Kemper wekte de indruk een heilige opdracht uit te voeren. Hij overdreef, beledigde, ging met zichzelf op de loop. Wat bij mij het langst bleef hangen, was Kempers opmerking dat Bram ‘niet intrinsiek slecht’ was en dat Kemper daarom slechts een half jaar in plaats van een jaar schorsing, of nog erger, eiste.

Daarover geen misverstand: een half jaar schorsing is een soort doodstraf voor een advocaat. Een half jaar of een heel jaar: het maakt de onderneming van Bram kapot. Kempers doet net of hij toch een beetje mededogen heeft, maar dat is bedrog. Hij weet wat hij doet. Brams zaak moet dicht. Bram moet eraan.

Gekke woorden
De eis van doodstraf overdekte Kemper op een gegeven moment met een laagje retorisch mededogen: Bram was ‘niet intrinsiek slecht’, zei hij. Gekke woorden in dit verband. Vreemd.

Dat ‘niet intrinsiek slecht’ bleef hangen. Waar kwamen die woorden vandaan? Waarom moest Kemper die kwijt? Was dat, ondanks de veroordelingen aan het adres van Bram, toch een aardige opmerking? Curieus om die woorden in zo’n aanklacht tegen te komen. Wat doen die woorden daar? Niet alleen bij mij vielen ze op. Ze werden overal geciteerd.

In Brams boek Liever rechtop sterven dan op je knieën leven schrijft Bram over zijn vader: ‘Zo werkte hij hard aan zichzelf, om uiteindelijk de man te worden die ondanks alles de moed en de wijsheid bezat om ons te leren ‘dat intrinsiek slechte mensen niet bestaan’.’

Zwartste zielen
Daar komt die opmerking dus vandaan. Het staat geloof ik nog twee keer in Brams boek. Brams vader gebruikte die woorden om zelfs bij de zwartste zielen nog enig licht te zien, om niet verbitterd te raken en desnoods zichzelf te misleiden door te denken dat ook bij de ergste moordenaar nog iets menselijks te vinden valt – met de moed der wanhoop projecteerde hij iets humaans op beestachtige types.

Kempers opmerking was dus helemaal niet zo aardig. In Brams boek slaat die opmerking op slechterikken die, door iemand die de hel heeft doorstaan (Brams vader), toch tot mens worden bestempeld. Het feit dat Kemper ze uit hun oorlogscontext haalde, is een gotspe. Hij is niet Brams vader, die wel het recht had om zoiets te zeggen. Kempers woorden vielen op omdat ze een karakteroordeel inhielden over iemand wiens daden als advocaat door Kemper ter discussie werden gesteld. Wel of niet ‘intrinsiek slecht’ heeft niets met Kempers aanklacht te maken. Hij is geen psychiater. Maar hij kon het niet laten ze te gebruiken. Waarom niet?

Oorlogsmisdadiger
Ik kan een paar vage verklaringen bedenken voor het feit dat Kemper, de deken van de Orde van Advocaten, Brams vader wilde citeren. Maar helemaal kom ik er niet achter. Vindt Kemper Bram ook een slecht mens – zoiets als een oorlogsmisdadiger? En wil hij hem toch een beetje als mens zien? Maar met zijn eisen wil Kemper Bram monddood en brodeloos maken – zoveel mens wil hij kennelijk niet in Bram zien.

Ik zag in Kemper een cynische man die obsessioneel achter Bram is aangegaan. Dat ‘niet intrinsiek slecht’ ervaar ik als een ontwijding van de heilige woorden van Brams vader. Kemper wist dat alleen Bram die opmerking zou begrijpen; doordat Kemper ze gebruikte, nam hij ze van Brams vader af en besmeurde hij ze door ze tegen diens zoon in te zetten. Het was een retorische verkrachting. ‘Nodeloos grievend’, heet dat in advocatenjargon.

‘Intrinsiek slechte mensen bestaan niet’, citeert Bram zijn vader in zijn boek. Ik vraag me af of Kemper de uitzondering op die regel is.

Leon de Winter is schrijver.

Tot zover de Winter in de Volkskrant. Persoonlijk denk ik dat De Winter spijkers op laag water zoekt. Bovendien heeft vooralsnog de aanklagende partij in deze kwestie gelijk gekregen. Ik wil me verder niet over de affaire Moszkowicz uitspreken en er komt wellicht nog een hoger beroep, dus misschien dat de uiteindelijke afloop een hele andere is.

Het gaat me wel om de overgevoeligheid van de Winter, of zijn schijnbare vermogen om achter de komma ‘Het Kwaad’ te deconstrueren. Maar helaas, Leon de Winter is geen Hannah Arendt, die in zowel haar verslaggeving van het Eichmannproces ( de notie van ‘De banaliteit van het Kwaad’, hoe toepasselijk, juist in deze context), als met haar ‘Het Zionisme bij nader inzien’ zich een van de belangrijkste denkers van de twintigste eeuw heeft getoond. De Winter is  een miezerige sjoemelaar, die grossiert in opportunistische  gelegenheidsargumenten. Zie het onderstaande verslag van de website van Powned:

http://www.powned.tv/nieuws/buitenland/2012/11/leon_de_winter_steriliseer_pal.html

22 november 2012-16:15

Leon de Winter: ‘steriliseer Palestijnse volk’

 

#PillarOfCloud

Grap van De Winter valt goed bij joodse solidariteitsbijeenkomst.

Leon de Winter heeft voorgesteld anticonceptiemiddelen in de watervoorziening van de Gazastrook te kieperen om het ongebreidelde voortplanten aldaar een halt toe te roepen.

De schrijver en Badr-apologeet deed zijn voorstel tot gedwongen eugenica tijdens een solidariteitsbijeenkomst van Nederlandse joden in Amsterdam gisteravond.

De toespraak van De Winter werd vanochtend uitgezonden op Radio 1.

De Winter pareerde in zijn betoog beschuldigingen van genocide aan Israelisch adres met het argument dat de bevolking van de Gazastrook enkel is toegenomen de laatste jaren.

“Misschien moeten we in het geheim een anticonceptiemiddel aan het drinkwater van Gaza toevoegen,” stelde De Winter daarop voor.

De opmerking werd met schaterlachen begroet door het publiek. Onder de bezoekers van de avond bevonden zich de Israëlische ambassadeur in Nederland, Hiam Devon, en de goedlachse SGP-lijsttrekker Kees van der Staaij.

De Winter staat bekend om zijn grote gevoel voor humor en zelfspot. Zo eiste hij in 1992 10.000 gulden schadevergoeding van oudmediaal trolforum Propria Cures, nadat het een fotosoep had gepubliceerd van De Winter in een concentratiekamp.

( Hier is het audio-fragment te beluisteren van de toespraak van De Winter, waarin hij deze uitspraak doet, waarbij opvalt dat de Winter vooral zelf erg moet lachen om zijn ‘geslaagde grap’)

Tot zover dit bericht van de site van Powned. Tja, wat moet je hiervan zeggen? Ik ben niet zo dol op het maken van vergelijkingen met de periode 40-45, maar voor Leon de Winter, die hier zelf absoluut niet vies van is, wil ik best een uitzondering maken. Stel je een bijeenkomst met  SSers voor, waarbij een spreker roept ‘we moeten iets in het drinkwater van het Getto van Warschau doen, zodat de Joden daar zich niet meer kunnen voortplanten’. En de zaal met bruinhemden brult het uit van het lachen. Ik ben persoonlijk niet zo’n fan van de schrijver Leon de Winter, maar ik twijfel er niet aan dat hij verbeeldingskracht genoeg heeft om zich dit tafereel te kunnen voorstellen.

De vergelijking met het Getto van Warschau is overigens al vaker gemaakt, bijvoorbeeld door Amos Oz, Israëls beroemdste schrijver en bovendien wel een schepper van grote literatuur.

Over de kwestie of Leon de Winter een ‘intrinsiek slecht mens ‘ is wil ik me niet uitspreken. Maar hij heeft de schijn wel tegen zich, met zulke dijenkletsers. Veel meer dan de Deken van Advocaten, die tot nu toe het juridische gelijk aan zijn kant heeft.

Floris Schreve

Lees verder het zinvolle commentaar van Abu Pessoptimist (Maarten Jan Hijmans): ‘Leon de Winters racisme en joodse organisaties die zich eens op het hoofd zouden moeten krabben’

Zie ook de gastcolumn van Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid op Abu Pessoptimist: De Winter: de genialiteit van de eenvoud  

Leon de Winter verdedigt zich op zijn website Het Vrije Westen (niet overtuigend, wat mij betreft). Zie ook deze uitzending van ‘De Kunst van het maken’ (23 november 2012), waarin de Winter zich tegenover Claudia de Brey tracht vrij te pleiten (wederom niet erg overtuigend).

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: